


|
 |
Veterinairarchief
van December 2001
| Salmonella-preventie voor veiliger voedsel |
 |
Het besef dat het doel van veehouderij niet de productie van dieren is, maar de productie van voedingsmiddelen voor de mens, dringt steeds meer door.
Tegen deze achtergrond werd in 1999 in een werkgroep van de WHO door onderzoekers en vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven, gediscussieerd over mogelijkheden van Salmonella-preventie. Men keek voornamelijk naar de kennis over vaccinaties en kolonisatie resistentie (KR = gebruik van ongedefinieerde microbiële flora om kolonisatie van Salmonella in de darm te verminderen). Enkele conclusies die tijdens deze bijeenkomst werden getrokken, zijn:
Gebruik van dood vaccin heeft mede het aantal gevallen van salmonella bij pluimvee verlaagd. Levende vaccins stimuleren niet-specifieke aangeboren resistentie en vergroten de mogelijkheden van kruisbescherming. Bepaalde combinaties van KR en vaccinatie met levende vaccins bij kippen lijken de bescherming ten opzichte van gebruik van één van beide methoden te vergroten. Wereldwijd is aangetoond dat KR de weerstand van pluimvee tegen verschillende Salmonella-serotypes vergroot. KR-producten zijn veilig en doeltreffend onder normale praktijkomstandigheden. Even goede, gedefinieerde, producten (mengsels van zuiver gekweekte bacteriën) zijn er nog niet. Kolonisatie resistentie zal ook bij kalkoenen en andere pluimveesoorten worden gebruikt. Het concept lijkt zelfs bij varkens te werken. Hoewel nog vele vragen onbeantwoord zijn, was men van mening dat met de huidige middelen de weerstand van dieren tegen Salmonella’s duidelijk verbeterd kan worden. Door gebruik van deze middelen wordt de kans op een Salmonella-besmetting voor de consument werkelijk kleiner.
Goede hygiëne essentieel om S.e. en S.t. te voorkomen
Het optreden van een Salmonella enteritidis- of Salmonella typhimurium-besmetting heeft met veel factoren te maken. Het nemen van maatregelen op het gebied van hygiëne en bedrijfsmanagement is belangrijk om het risico te verkleinen. Het komt voor dat koppels op besmette bedrijven ondanks goede reiniging en desinfectie toch opnieuw besmet raken. Salmonella kan vele weken tot maanden overleven in andere diersoorten (huisdieren, muizen, mensen en mogelijk insecten).
Risicofactoren Uit een risicoanalyse (uitgevoerd van 1989 tot en met 1993) kwam naar voren dat meerdere factoren van belang zijn bij het optreden van een S.e.-besmetting en dat een combinatie van factoren een verhoogd risico oplevert. Dit betrof factoren op het gebied van algemene zaken (koppelgrootte, merk), hygiënemaatregelen (bezoek aan de stal, schoonmaken van erf en silo) en factoren met betrekking tot de omgeving van het bedrijf (ligging van het bedrijf ten opzichte van andere veehouderijbedrijven). Van al deze factoren is met name de hygiëne (in de breedste zin) door de pluimveehouder te beïnvloeden of te verbeteren.
|
|
 |
 |
|

|