


|
 |
Veterinairarchief
van November 2001
Onderzoek naar TRT bij kalkoenen TRT veroorzaakt veel schade
TRT (Turkey Rhinotracheïtis) is de belangrijkste luchtwegaandoening bij kalkoenen. Aangenomen wordt dat het virus bij alle vleeskalkoenen in Nederland voorkomt. Dit blijkt uit een test van zo'n zestig koppels in de periode dat in Nederland nog niet tegen TRT werd gevaccineerd. Bij een uitbraak van TRT zijn de dieren plotseling ziek. Ze snotteren, hebben vochtige ogen en zijn sloom. De ziekte heeft soms een heftig verloop met veel sterfte. Het verloop hangt af van een eventueel bijkomende secundaire infectie, bijvoorbeeld een E. coli-infectie. De economische schade als gevolg van een TRT-uitbraak kan dan ook erg groot zijn. Deze schade is te beperken door te enten. Een enting biedt echter geen honderd procent garantie dat er geen TRT-infectie optreedt.
|
| Salmonellabeheersing pluimveevoeders |
 |
Uitbreiding van de kwaliteitsregelingen IKB
In het kader van de bestrijding van Salmonella en Campylobacter in de pluimveevlees-, eier- en kalkoensector is besloten om ook preventieve maatregelen te treffen ten aanzien van het voer. Deze worden in de IKB regelingen pluimvee opgenomen (en later in de Actieplannen) en gaan in per 1 november 2001 in, tenzij een andere datum wordt vermeld.
Eisen aan voeders voor opfok- (dus géén opfokleghennen), fok- en ver-meerderingskoppels: het voer dat de pluimveehouder aanvoert of laat aanvoeren ten behoeve van opfok-, fok- en vermeerderingskoppels op zijn pluimveebedrijf, dient altijd Salmonellavrij te zijn. Om dit te bereiken moet het voer aan de volgende voorwaarden voldoen;
het voer moet worden betrokken van leveranciers die zijn erkend volgens de GMP+ regeling van het Productschap Diervoeder, of die zijn erkend in het kader van een regeling die hieraan (minimaal) aantoonbaar gelijkwaardig is (ter beoordeling van het PVE),
vanaf 1 april 2002 moet het voer een Salmonella afdodende behandeling ondergaan en een behandeling ter voorkoming van herbesmetting van het voer, waarna de partij moet voldoen aan een enterobacteriaceae niveau van minder dan 100 kve/gram en Salmonella vrij moet zijn,
vanaf 1 april 2002 moet het voer worden getransporteerd in bulkauto’s die uitsluitend voer vervoeren dat bovenstaande behandelingen heeft ondergaan.
Voor de IKB controles, moet de pluimveehouder de volgende documenten in zijn of haar IKB-administratie bewaren:
Een verklaring dat de veevoederfabrikant erkend is in het kader van de GMP+ regeling en dat het voer bovenstaande behandelingen heeft ondergaan en;
Een verklaring van de veevoederfabrikant of transporteur dat in de vrachtauto’s uitsluitend voer wordt vervoerd dat bovenstaande behandeling heeft ondergaan of dat de vrachtauto na vervoer van voer zonder behandeling droog is gereinigd.
Eisen aan voeders voor alle pluimvee (per 1 november 2001)
Salmonella kritische grondstoffen
De Salmonella-kritische grondstoffen eierschalen, kool- /raapschroot-bijproducten en vismeel mogen alleen in het voer wat de pluimveehouder aanvoert zitten, indien ze een Salmonella afdodende behandeling hebben ondergaan. Indien deze behandeling is uitgevoerd door de toeleverancier (in plaats van door de voerfabrikant) dan dient te zijn aangetoond dat de behandeling afdoende langdurig effectief is, de partij moet dan ook voldoen aan een enetrobacteriaceae niveau van minder dan 100 kve/gram.
De Salmonella-kritische grondstoffen getoaste sojabonen en sojaschroot of -schilfers mogen alleen in het voer dat de pluimveehouder aanvoert zitten indien uit onderzoek is gebleken dat de partij voldoet aan een enterobacteriaceae niveau van minder dan 100 kve/gram. Iedere partij moet daarop bemonsterd worden, tenzij de partij reeds een Salmonella afdodende behandeling heeft ondergaan. Indien uit het monster blijkt dat het entrobacteriaceae niveau meer is dan 100 kve/gram dan mag de grondstof alleen worden gebruikt in pluimveevoer dat een Salmonella afdodende behandeling ondergaat.
Indien de leveranciers van voeders kunnen garanderen dat de herkomst van de voedergrondstoffen via een traceringssysteem is geborgd, en dit systeem door het PPE als afdoende wordt beoordeeld, kan worden volstaan met het behandelen van de onderstaande Salmonella kritische grondstoffen uit de volgende landen:
Kool-/raapschrootbijproducten uit Duitsland; vismeel uit Zuid-Amerika en eierschalen
Sojaschroot en -schilfers uit Brazilië en getoaste sojabonen
Ten behoeve van de IKB controle moet de pluimveehouder verklaringen van voederfabrikanten en/of van leveranciers van grondstoffen, waarin staat dat de grondstoffen die zijn verwerkt in het voer dat hij of zij aanlevert, op bovenstaande wijze zijn behandeld, bewaren in zijn IKB-administratie.
Silomanagement (per 1 nov. 2001)
Op bedrijven in de pluimveevlees-, eier- en kalkoensector met fok-, opfok-(géén opfokleghennen) of vermeerderingsdieren moeten na ieder koppel alle voersilo’s, waar voer in heeft gezeten voor het betreffende koppel, worden gereinigd en ontsmet. Vleeskuikenbedrijven moeten na twee opeenvolgende Salmonella positieve koppel alle voersilo’s, waar voer in heeft gezeten voor de betreffende koppels, reinigen en ontsmetten. Bedrijven met leghennen of opfokleghennen moeten na een S.e. of S.t. besmet koppel alle voersilo’s, waar voer in heeft gezeten voor het betreffende besmette koppel, reinigen en ontsmetten. Indien door de GD of een GVP erkende dierenarts in het traceringsonderzoek wordt vastgesteld dat de oorzaak van besmetting niet bij de voersilo ligt, dan hoeft deze niet te worden gereinigd en ontsmet. Bij het reinigen van de silo moeten alle voerrestanten en ander vuil aan de binnen- en buitenkant van de silo verwijderd worden. Het reinigen gebeurt onder verantwoordelijkheid van de pluimveehouder. Een natte reiniging mag alleen als de silo daarna lang genoeg leegstaat om geheel op te kunnen drogen. Het ontsmetten van de silo moet met daarvoor geschikte desinfectie middelen (formaldehyde of propionzuur). Ook het ontsmetten gebeurt onder verantwoordelijkheid van de pluimveehouder.
Nadere informatie Voor nadere vragen kunt u terecht bij Marjan van Alphen (PVE/PEV), tel. (070) 340 95 05.
Steekproef hygiënogrammen Per 1 augustus jl. hoeven vleeskuiken-, (op)fok- en (opfok)vermeerderings-bedrijven in de pluimveevleessector alleen nog maar een hygiëneonderzoek van de stal te laten uitvoeren als er een Salmonella-besmetting in een koppel pluimvee is.
Bij pluimveebedrijven waar geen Salmonellabesmetting bij de koppels is geconstateerd, heeft de pluimveehouder de keuze, óf deelnemen aan de hieronder beschreven steekproef óf hygiëneonderzoek laten uitvoeren, bij goed resultaat (onder de 1,5) twee maal per jaar.
Werkwijze steekproef
Na iedere ronde stuurt de pluimveehouder een standaardfax naar de PVE met de datum wanneer de betreffende stal wordt gereinigd en ontsmet (deze fax moet worden verstuurd een dag voor het laden of eerder), tevens vult de pluimveehouder de naam van het bedrijf in dat altijd wordt ingeschakeld voor het doen van het hygiëne-onderzoek. Deze standaardfax met adresgegevens sturen de PVE aan de ondernemer toe.
Uit deze faxen zal het Productschap een willekeurig aantal bedrijven selecteren en om voor de betreffende stal een hygiëne-onderzoek uit te laten voeren. Ten behoeve van de controle moet de pluimveehouder de faxjournaals in de administratie bewaren.
|
|
 |
 |
|

|