Nieuws
productschap PVE
Marktberichten
Veterinair
Culinair
Hier met die veer!
Kalkoenhistorie
Contact & Route
Adverteren?
 

Inloggen
Login aanvraag *
Wachtwoord
 vergeten

* Alleen voor
  Coolen BV klanten
 

Maart 2004
Oktober 2003
April 2003
Maart 2003
Februari 2003
Januari 2003
December 2002
November 2002
Oktober 2002
September 2002
Mei 2002
Maart 2002
Januari 2002
December 2001
November 2001
Oktober 2001
 

   Veterinairarchief van Januari 2002

 NCD-regeling wordt aangepast
Woensdag, 2 januari 2002 door Henk Coolen
De huidige NCD-regeling is onlangs geëvalueerd onder leiding van de Chief Veterinary Officer drs. F.H. Pluimers van het Ministerie van LNV. De regeling wordt aangepast, vooral wat de eisen voor jongere dieren betreft.
Naast de overheid waren ook bedrijfsleven, dierenartsen en onderzoeksinstellingen vertegenwoordigd bij de NCD-evaluatie in Den Haag. Algemeen werd de stelling onderschreven dat in Nederland blijvend moet worden gestreefd naar bescherming van (bedrijfs-) pluimvee tegen NCD. Voor oudere dieren (leghennen en reproductiedieren vanaf 10 weken) betekent dit voldoen aan de huidige eis: een HAR-titer 3 of hoger bij 90% van minimaal 30 onderzochte monsters.

Aangepaste eisen
Voor jongere dieren blijkt deze eis onhaalbaar; er is geen vaccinatiemethode gevonden waarmee bij ieder koppel aan de gestelde norm kan worden voldaan. Daarom zal de eis voor vleeskuikens en -kalkoenen en voor opfokdieren tot 10 weken worden aangepast. Het zal voldoende zijn aan te tonen dat de dieren door vaccinatie zijn beschermd. De vaccinatieverplichting blijft dus gehandhaafd. Met behulp van een steekproef dient dit op bedrijfsniveau te worden gecontroleerd. Bij onderzoek van 30 monsters moet tenminste één monster een HAR-titer 3 of hoger vertonen. Minimaal 10% van de dieren in het koppel heeft dan een titer van 3 of hoger met een zekerheid van 95%.

Evaluatiegegevens
De evaluatie van de NCD-regeling vond plaats op basis van gegevens die door een groot aantal dierenartspraktijken is aangeleverd, op verzoek van het PPE en de Groep Pluimveewetenschappen. Van de 371 koppels bleek maar 6% te voldoen aan de norm van de huidige regeling. Bij veel gevaccineerde koppels (78%) bleken van de 30 monsters er minimaal 3 een titer 3 te bezitten. Met een goed gekozen en toegepast entschema, entmethode en entstof (zie tabel) is de (her)haalbaarheid van minimaal 10% (3 van 30 monsters) specifieke reacties dus groot. Mede op basis van deze gegevens wordt, als de Minister ermee instemt, de regeling gewijzigd.

De pluimveesector, verenigd in de Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg, dankt een ieder die heeft bijgedragen aan de aanlevering van de gegevens.

Onderzoek eenmalige NCD-vaccinatie
De GD doet momenteel onderzoek naar de NCD-titeropbouw bij vleeskuikens die eenmalig worden gevaccineerd. Vanwege de nieuwe NCD-regeling is de uitvoering van dit onderzoek versneld.
Bij het onderzoek worden vleeskuikens afkomstig van hetzelfde koppel moederdieren, ingedeeld in drie groepen die elk op een verschillende manier worden gevaccineerd: de eerste groep met rugspray, de tweede groep met atomist en de derde groep via het drinkwater. Elke groep is weer onderverdeeld in acht opeenvolgende leeftijdsgroepen, zodat er op de dag van vaccinatie kuikens aanwezig zijn in de leeftijd van 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14 en 15 dagen oud.
Vervolgens worden bloedmonsters verzameld om de HAR-NCD te bepalen. De dieren worden zes weken aangehouden. Per ronde van zes weken kan slechts één NCD-vaccin worden onderzocht. Het is de bedoeling om tenminste drie van de beschikbare vaccins op deze wijze te onderzoeken. Het duurt dus nog enkele maanden voordat het hele onderzoek is afgerond.

Bloedtappen aan de slachtlijn voor NCD-controle
Vleeskuikens en -kalkoenen mogen naar de slachterij als het vorige koppel van dat bedrijf een voldoende hoge NCD-titer had. Een vleespluimveehouder mag dus bloed laten tappen aan de slachtlijn om er zeker van te zijn dat het volgende koppel zonder problemen kan worden afgevoerd.

De 'Regeling vaccinatie Newcastle Disease' die op 1 juli is ingegaan, schrijft onder andere voor dat pluimvee zonder aantoonbare bescherming tegen NCD niet van een bedrijf mag worden afgevoerd. Vóór overplaatsen of slachten dient daarom bloedonderzoek van de betreffende dieren plaats te vinden. Per stal wordt daarvoor van tenminste 30 dieren een bloedmonster genomen.
Vleeskuikens en -kalkoenen mogen naar de slachterij worden vervoerd met een goede uitslag van het vorige koppel. Dit betekent dat van een koppel aan de slachtlijn bloed wordt getapt, om de uitslag te gebruiken voor het volgende koppel. Dit bloedtappen kan, afhankelijk van de situatie, bij het uitladen of bij het wegladen gebeuren.

Per koppel/stal hoeft maar één keer op NCD te worden onderzocht. De pluimveehouder dient zelf bij de slachterij aan te geven dat er bloedmonsters dienen te worden genomen en van welke aanvoer c.q. vrachtwagen. Per slachterij kunnen de afspraken voor de aansturing door de pluimveehouder wat verschillen. Essentieel is in elk geval dat de pluimveehouder er tijdig voor zorgt dat de slachterij een volledig ingevuld inzendformulier ter beschikking heeft. In veel gevallen dient de pluimveehouder er ook voor te zorgen dat de slachterij de beschikking heeft over bloedbuisjes.

Het vervoer van de bloedmonsters (met het inzendformulier) naar het GD-laboratorium wordt, in overleg met de slachterijen, door de GD geregeld en aan de pluimveehouder doorberekend.


Advies NCD-vaccinatie bij vleeskuikens
De GD heeft in samenwerking met de Groep Pluimveewetenschappen van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) een advies opgesteld voor de uitvoering van de 'Regeling vaccinatie Newcastle disease' bij vleeskuikens. Deze regeling is op 1 juli 2001 ingegaan en vervangt de NCD-verordening.

Geen verplicht entschema
Volgens de Regeling vaccinatie Newcastle disease moeten vleeskuikens voor de 18e levensdag worden gevaccineerd, de regeling geeft verder niet aan welk entschema gebruikt dient te worden. Om toch een uniforme uitvoering van de regeling mogelijk te maken, hebben de GD en de KNMvD een advies opgesteld. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar het effect van de vaccinatie dat de GD en ID-Lelystad hebben verricht. Er wordt bij de vaccinatie naar gestreefd om bij 90% van de dieren op 28 dagen leeftijd een HAR-NCD-titer van 3 of hoger te bereiken. Deze titer komt overeen met het doelvoorschrift van de Regeling.

Twee vaccinatiemogelijkheden
Het advies geeft twee vaccinatiemogelijkheden. Daarbij wordt afgezien van een vaccinatie op de kuikenbroederij. Monitoring van de GD toont namelijk aan dat een eerstedagvaccinatie de opbouw van de titer van de tweede vaccinatie negatief beïnvloedt. Hierdoor wordt de beoogde 90% titer van 3 of hoger in de praktijk niet bereikt. Daarom adviseren we om pas op het vleeskuikenbedrijf te vaccineren als de maternale immuniteit zover is gedaald dat de eerstvolgende vaccinatie voor een juiste titeropbouw zorgt.


Mogelijkheid 1
Een eenmalige vaccinatie op dag 10 - 12 via grove spray met gecloneerd virus
Mogelijkheid 2
Een tweevoudige vaccinatie:

dag 8 - dag 10 via grove spray met gecloneerd vaccinvirus of aerosol met Ulsterstam
dag 21 - dag 24 bij voorkeur per aerosol met Ulsterstam (alternatief: grove spray met gecloneerd virus )
Bij vaccinaties met levende entstoffen wordt aanbevolen om magere melk of pepton toe te voegen. Daarnaast wordt aangeraden om het resultaat van de enting ook op Dag 28 op de bedrijven zelf te onderzoeken. Zo kan de effectiviteit met het oog op de titeropbouw worden gecontroleerd.

In het najaar van 2001 vindt een evaluatie plaats. Daarvoor vragen we dierenartsen hun ervaringen (gehanteerd entschema, entreacties, behaalde titers, bloedtapmomenten) regelmatig door te geven aan de centrale pluimveedierenarts (tel. 0570-660495 email: t.d.vries@gdvdieren.nl). Deze ervaringen zullen tijdens de evaluatie worden ingebracht.


Nieuwe NCD-regeling
Vanwege de opheffing van het Landbouwschap gaat het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de NCD-regeling in eigen beheer uitvoeren. Het Ministerie heeft hiervoor de Regeling Vaccinatie ontworpen.
De Regeling Vaccinatie, die op 1 juli 2001 van kracht werd, kent geen verplicht entschema meer. Aan de vaccinaties wordt een beperkt aantal eisen gesteld. Alle dieren moeten voor de 18e levensdag zijn gevaccineerd. Dieren die (broed)eieren gaan produceren moeten worden geënt met een geïnactiveerde entstof. Twee tot zes weken voorafgaande aan het transport moeten deze dieren nogmaals worden gevaccineerd, maar dan met een levende entstof. Een eerste-dagvaccinatie is dus niet meer verplicht.
De entmethoden staan in de bijlage van de regeling vermeld: drinkwatervaccinatie is in het kader van deze regeling niet toegestaan.
De vaccinatie wordt onder verantwoordelijkheid van de dierenarts uitgevoerd. Deze tekent een vaccinatieverklaring (model vastgesteld door LNV), waarmee hij verklaart dat het koppel daadwerkelijk is gevaccineerd. Kopieën van vaccinatieverklaring(en) en uitslagen van bloedonderzoek dienen tijdens transport aanwezig te zijn of voor het slachten ter beschikking te worden gesteld aan de RVV.

Doel is bescherming
Het doel van de regeling is dat alle dieren vanaf 28 dagen leeftijd aantoonbaar beschermd zijn tegen NCD. Dit betekent dat vanaf dit tijdstip 90 procent van de dieren een HAR-NCD-titer van 3 of hoger moet hebben. De pluimveehouder is verplicht gedurende bepaalde tijdstrajecten 30 bloedmonsters uit elke stal te laten onderzoeken op titerhoogte. De monsters worden genomen door een dierenarts of een onder de dierenarts functionerende paraveterinair. Bij vleeskuikens en vleeskalkoenen kan de monstername plaatsvinden in de slachterij. Indien de titer te laag is, wordt gerevaccineerd. Als het koppel niet meer aanwezig is, wordt van een volgend koppel in een eerder stadium bloed getapt. Wanneer die uitslag niet voldoet aan het doel, wordt bij vleeskuikens een ante mortem keuring op het bedrijf aangevraagd.
De overheid zal bij koppels vanaf een leeftijd van vier weken steekproefsgewijs bloedtappen om te controleren of de uitslag van de monstername overeenkomt met de status in de stal.

Vroegtijdig evalueren
Binnen een aantal maanden vindt een voorlopige evaluatie van de nieuwe regeling plaats. Daarvoor vragen we dierenartsen hun ervaringen (gehanteerd entschema, entreacties, behaalde titers, bloedtapmomenten) regelmatig door te geven aan de centrale pluimveedierenarts (0570 660495, t.d.vries@gdvdieren.nl). Deze bevindingen worden tijdens de evaluatie ingebracht.

Nieuwe stam HAR-NCD-onderzoek
De GD gebruikt sinds 1 november 2000 een Ulster-stam voor het bepalen van de HAR-NCD-titer. Voor het bepalen van de HAR-NCD-titer wordt een NCD-virusstam als antigeen gebruikt. Tot 1 november gebruikte het GD-lab hiervoor een LaSota-stam. De Europese Unie adviseert een Ulster-stam te gebruiken; in sommige gevallen is dit zelfs verplicht (bijvoorbeeld bij het aantonen van afwezigheid van NCD-afweerstoffen). Uit het oogpunt van uniformiteit en vergelijkbaarheid heeft de GD besloten per 1 november de LaSota-stam in de HAR-NCD-test te vervangen door een Ulster-stam.

Lagere titers
Bij het gebruik van een Ulster-stam als antigeen is de gemiddelde HAR-NCD-titer van dieren die zijn gevaccineerd met een LaSota-type-vaccin, lager dan wanneer bij de titerbepaling het LaSota-type als antigeen wordt gebruikt. Deze daling kan een HAR-titerverschil van 1,4 veroorzaken. Bij dieren die zijn gevaccineerd met een Ulster-stam heeft het gebruik van de verschillende NCD-stammen als antigeen geen invloed op de titerhoogte.

 

Kalkoenvoeders leveranciers
 



Dierenartsen
 praktijken

Broederijen
Equipement
Mest
Overheid &
 regelgeving

Kalkoenslachterijen
Toeleveranciers
Handig
Diversen
Kellybronze.nl
Coolenbv.nl
Crosskart.nl