


 |
|
 |
| Golden Harvest in het geweer tegen ministerie |
 |
Twaalf pluimveebedrijven die zijn aangesloten bij het mestverwerkingsproject Golden Harvest onderzoeken de mogelijkheid om een procedure te starten tegen het ministerie van landbouw.
De pluimveehouders zijn boos omdat ze alsnog gedwongen worden productierechten aan te schaffen, nadat ze daarvan eerst 12 jaar vrijgesteld waren. Dat zegt directeur Henk van den Brink van Zonne Ei Farm in Terschuur. De pluimveebedrijven kregen in de jaren negentig toestemming om te produceren zonder fosfaatrechten. Die vrijstelling kregen ze omdat ze investeerden in mestverwerking. De mest wordt gedroogd tot 80 procent droge stof en wordt afgezet als bodemverbeteraar over de hele wereld. Wel moesten de pluimveehouders bedragen die ze anders zouden gebruiken voor investeringen in fosfaatrechten storten in fondsen voor verwerking en exportbevordering van hun mestproduct. De vrijstelling die de pluimveehouders kregen was voor 7 of 12 jaar.
Ook Limburgse pluimveehouders die binnen het project 'Het Zuivere Ei' mest composteren en exporteren kregen een vrijstelling. De Limburgers kregen als een vrijstelling en Golden Harvest als tweede. De vrijstellingsregeling loopt nu na 12 jaar op zijn eind. Het ministerie wil nu dat de pluimveehouders alsnog dierrechten aanschaffen. Het ministerie biedt de pluimveehouders waarvan hun vrijstelling tussen nu en 2013 afloopt een regeling aan waarbij ze nu de helft van het de benodigde dierrechten moeten kopen en nog een vrijstelling van vijf jaar krijgen voor de andere helft.
"Onze mest komt niet op de binnenlandse markt. Het is daarom niet terecht dat we moeten investeren in productierechten", aldus van den Brink.
|
 |
| PPE akkoord met verscherpt antibioticabeleid |
Het bestuur van het Productschap Pluimvee en eieren is vandaag akkoord gegaan met voorstellen voor een aangescherpte aanpak van het antibioticaverbruik en -resistentie in de vleeskuikenhouderij.
Een van de onderdelen van de nieuwe aanpak is dat vleeskuikenhouders worden ingedeeld naar antibioticaverbruik. Dit maakt een gerichte aanpak van veelverbruikende bedrijven mogelijk. De vleeskuikensector bekijkt verder of bepaalde middelen die belangrijk zijn voor de humane geneeskunde kunnen worden uitgesloten van gebruik op de vleeskuikenbedrijven. Een andere mogelijkheid is om scherpe voorwaarden te stellen aan het gebruik.
Ook wil het PPE een koppelpaspoort invoeren voor de startkuikens. In dat paspoort moeten alle gegevens staan over de gezondheid van de ontvangen kuikens, zodat de vleeskuikenhouder gerichter kan werken en mogelijk het antibioticaverbruik kan beperken.
|
| 'Nevedi wil geen afspraken over salmonella in voer' |
 |
De Nederlandse Vereniging voor de Diervoederindustrie (Nevedi) wil geen afspraken maken over de eventuele aanwezigheid van salmonella in vleeskuikenvoer.
Dat is ziekelijk, want de vereniging geeft daarmee aan niet te willen deelnemen aan een ketenkwaliteitssysteem. Dat zei voorzitter Jan Odink van de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie (Nepluvi) vanochtend op de openbare bestuursvergadering van het Productschap Pluimvee en Eieren.
Odink maakt zich grote zorgen over de houding van de Nepluvi. "Nederlandse pluimveevleesbedrijven moeten volgens Europese richlijnen begin volgend jaar producten leveren, die vrij zijn van salmonella. Dat kunnen zij niet als zij geen gegevens over de aanwezigheid van salmonella in vleeskuikenvoer krijgen van de mengvoersector", legt de Nepluvi-voorzitter uit. Met individuele mengvoerbedrijven zijn volgens wel afspraken te maken over de aanwezigheid van salmonella in vleeskuikenvoer. "Waarom doet een overkoepelende organisatie als de Nevedi dan niet mee", vraagt hij zich af. De vleeskuikensector heeft daarover een gesprek met de Nevedi op 29 oktober van dit jaar.
|
 |
| 'Vleeskuikenrichtlijn moet veranderen' |
 |
Het voorstel van het ministerie van landbouw aan de Vaste Kamercommissie over de vleeskuikenrichtlijn moet veranderen.
Dat voorstel wijkt af van de afspraken, die de vleeskuikensector met landbouwminister Gerda Verburg heeft gemaakt. Tot die conclusie kwamen vertegenwoordigers van de vleeskuikensector vanochtend op de openbare bestuursvergadering van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE).
In het voorstel van het ministerie van landbouw over de vleeskuikenrichtlijn staat dat vleeskuikenhouders 1,7 procent van hun staloppervlakte moeten aftrekken voor voer- en drinklijnen. Bovendien moeten zij iedere dag gegevens verstrekken over de uitval van hun dieren. Tenslotte moeten zij het percentage voetzoolaesies en hakdermatitis opgeven.
"Al deze voorwaarden zijn niet afgesproken door de vleeskuikensector met de minister van landbouw. Die leiden tot onnodig veel administratieve lasten voor vleeskuikenhouders. In de eerste weken hebben vleeskuikens bijvoorbeeld voldoende ruimte in hun hokken. Van welzijnsproblemen is dan ook geen sprake. Het dagelijks bijhouden van de uitval is dan niet nodig", zegt voorzitter Gert-Jan Oplaat van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders.
Het PPE-bestuur heeft vanochtend besloten om de Vaste Kamercommissie een brief te sturen, zodat minister Verburg haar vleeskuikenrichtlijn mogelijk gaat wijzigen. Het behandelen van deze richtlijn door deze commissie heeft zodoende geen zin volgens de bestuursleden.
|
 |
| PPE-heffing pluimveehouders omhoog |
 |
Het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) wil zijn heffingen voor bijna alle pluimveehouders, behalve die voor kooihennenhouders, in de eerste maanden van volgend jaar verhogen. Het bestuur van het schap moet deze verhogingen op 28 oktober van dit jaar definitief goedkeuren in zijn openbare bestuursvergadering. Houders van scharrelhennen betalen volgend jaar een PPE-heffing van € 191,84 per 1.000 dieren na goedkeuring door het PPE-bestuur. Deze heffing ligt dit jaar op € 191,62. Voor houders van vrije uitloop- ofwel Freilandhennen stijgt de PPE-heffing volgend jaar met 47 cent naar € 192,40 per 1.000 dieren. De stijging van de PPE-heffing is voor houders van biologische leghennen volgend jaar het grootst. Zij betalen € 3,94 naar € 200,39 per 1.000 dieren. Alleen houders van kooihennen gaan € 2,27 minder aan het PPE afdragen met € 186,12 per 1.000 dieren. Ruim 60 procent van de PPE-heffingen bestaan uit maatregelen voor de bestrijding tegen besmettingen met salmonella Entiritidis en Typhimurium. Die tarieven dalen per 1 maart volgend jaar met 15 procent ofwel € 17,72 tot € 18,00 naar € 100,43 tot € 102,00 per 1.000 dieren. Voor vleeskuikenhouders stijgt de verplichte afdracht aan het PPE volgend jaar met € 0,90 naar € 4,52 per 1.000 opgezette dieren.
|
 |
| Acute snot-uitbraak in Deurne |
 |
Op een vermeerderingsbedrijf in Deurne (Noord Brabant) is een besmetting vastgesteld van acute snot (infectieuze coryza).
Dat meldt het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE). Het PPE heeft een ophokplicht ingesteld in een gebied van drie kilometer rond het besmette bedrijf. formeel kan dit pas ingaan op 11 spetember, maar het PPE adviseert de dieren meteen binnen te houden.
Volgens Henk Hulsbergen van het PPE is de infectie vastgesteld bij een koppel zeer jonge dieren die nog maar net verplaatst was vanaf het opfokbedrijf. “We weten de herkomst nog niet. De verplaatsing was nog niet gemeld in het Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP)”, aldus Hulsbergen.
Officieel moeten verplaatsingen binnen drie dagen worden gemeld. Hulsbergen: “Er gaat wel eens iets mis, maar een verplaatsing is toch binnen een week a tien dagen wel gemeld in het systeem.” Hulsbergen hoopt maandag meer duidelijkheid te hebben over de herkomst van het koppel.
Het is voor het eerst dat acute snot in Brabant opduikt. Vorig jaar kampte de Gelderse Vallei met een aantal uitbraken. Acute snot heeft productiedaling en uitval gedurende enkele weken tot gevolg. Pluimvee kan over een besmetting heengroeien.
|
 |
| Verteringsproblemen vleeskuiken en -kalkoen |
 |
Vleeskuiken en –kalkoenhouders ondervinden in toenemende mate problemen met de vertering van het voer bij hun dieren.
Deze problemen waren in het verleden goed te verhelpen met adequate behandelingen. Een deel van de behandelingen heeft momenteel niet het beoogde effect. Daardoor houden de verteringsproblemen aan. Er lijkt sprake te zijn van virusinfecties volgens de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer.
Bij vleeskuikens gaat het vooral om koppels die in de tweede tot derde week na opzet last hebben van natte stallen door afwijkende mest en van wisselende groei. Dierenartsen geven aan dat deze koppels ook niet of nauwelijks reageren op de ingestelde antibioticabehandeling met als indicatie dysbacteriose. Vanaf drie tot vier weken leeftijd wordt de mestkwaliteit ook weer beter, neemt de groei weer toe en wordt tevens gelijkmatiger. Er lijkt geen relatie te zijn met een bepaalde regio, ras, voerleverancier of broederij.
De verwachting is dat er een combinatie van virussen is die de verteringsproblemen veroorzaken en elkaar daarin versterken. Daarnaast worden de verteringsproblemen nog eens verergerd door bacteriële infecties, ofwel een dysbacteriose. In dit stadium hebben de ingestelde antibiotica behandelingen pas effect. Het is nu nog niet mogelijk binnen de beschikbare testen om de exacte combinatie van virusinfecties aan te tonen. Daarom is er dringend behoefte aan testen en screening van voorkomen van de verschillende darmvirussen in de Nederlandse pluimveesector.
Ook in de vleeskalkoensector is melding gemaakt van verteringsproblemen waarbij tijdens sectie duidelijk een maag- en darmstoornis zijn aangetroffen. Darmonderzoek toonde duidelijke ontstekingsveranderingen aan die passen bij een recent doorgemaakte virusinfectie. Een belangrijke darmziekteverwekker in kalkoenen is Hemorrhagische Enteritis Virus. Ook andere virussen kunnen bij kalkoenen een rol spelen, waarbij te denken valt aan REO-, Astro-, Corona-, Adeno- en Rotavirus.
|
|
 |
 |
|

|