Het IMAG heeft in samenwerking met een vleeskuiken- houder een nieuw emissiearm systeem ontwikkeld. Het reduceert de uitstoot ten opzichte van het gangbare systeem met 85 procent. Het systeem, het 'ImagO' mengluchtventilatiesysteem, is ontstaan door verder door te denken op diverse bestaande technieken en de kennis te gebruiken die beschikbaar was uit ondermeer het onderzoek naar de emissievermindering uit volierestallen. Het systeem bestaat uit zogenaamde 'mengluchtventilatoren'. Deze ventilatoren zorgen voor luchtcirculatie in de stal door lucht uit de nok van de stal aan te zuigen en met behulp van een conus in horizontale richting in een cirkel rondom de koker uit te blazen. Deze mengluchtventilatie werkt onafhankelijk van het luchtinlaat en -uitlaatsysteem. Hierdoor wordt verse goed gemengde lucht zodanig bij de kuikens gebracht, dat zij daar wel de voordelen van ondervinden, maar niet de mogelijke nadelen. Vloerverwarming zorgt voor een warme vloer en strooisel, met name in de eerste weken van de groei als de kuikens klein zijn.
Kippen en kansen
Hoewel er zorgen zijn over de toekomst van de pluimveehouderij, blijven er vele kansen voor de Nederlandse pluimveehouders. Dat meent sector- directeur Ben Dellaert van het PVE: 'Er zijn genoeg ondernemende pluimveehouders die ontwikkelingen zien, erop inspringen en hier een redelijke boterham aan kunnen verdienen.' Tijdens drie regionale bijeen- komsten van SEP Veehouderij vertelt Dellaert over kansen voor pluimveehouders.
Blackhead
Sinds het verbod op Nifursol heeft het niet lang geduurd voordat uitbraken van deze ziekte optraden. Uitbraken in Duitsland, Frankrijk en nu ook Nederland zetten de kalkoensector op scherp. De enige mogelijkheid die er op dit moment is om histomonas buiten de deur te houden, is het toepassen van rigoureuze hygiene. Verder is de hoop dat overleg op het hoogste niveau in de EU leidt tot mogelijkheden om kalkoenen toch te behandelen
In Zweden en Noorwegen is NCD aangetroffen. In beide gevallen gaat het om een besmetting van hobbypluimvee. Een en ander lijkt vooralsnog niet bedreigend voor de Nederlandse pluimveesector maar het toont wel aan dat NCD-virus in Scandinavie aanwezig is. Met de trekvogels die nu uit het noorden naar ons land komen blijft er het gevaar dat het virus ook in Nederland komt. Het goed enten van pluimvee blijft daarom van groot belang.
De openstellingstermijn van het Fonds MKZ-AI is verlengd tot en met 31augustus 2004. Eind oktober waren er zo'n 110 aanvragen binnen. Over 37 aanvragen is beslist, in 27 gevallen positief. Het gemiddeld bedrag per toewijzing ligt rond de 70.000 euro.
Het PPE gaat de monitoring naar laag pathogeen AI (LPAI) opzetten. De kosten van de monitoring zijn voor rekening van de pluimveehouders. Dat heeft het schap deze week afgesproken met het ministerie van LNV. Uitgegaan wordt van een monitoring van alle pluimvee- bedrijven in Nederland; een keer per bedrijf per jaar en vier keer op bedrijven met vrije uitloop. Daarbij worden tien bloedmonsters per stal genomen.
Kom maandag 3 november naar Het Nationaal Pluimveedebat van de Stichting Solidariteit Pluimvee- houderij in de Jaarbeurs in Utrecht. Zie voor meer informatie de internetsite van de stichting
Het ministerie van LNV heeft ons meegedeeld dat recent zowel in Zweden als in Noorwegen NCD is aangetroffen. In beide gevallen gaat het om een besmetting van hobbypluimvee. De besmetting in Zweden is op 23 oktober 2003 aangetroffen in Hedemora (ongeveer 160 km ten noordwesten van Stockholm). Het betrof een adres met 40 duiven, 30 kalkoenen, 10 leghennen en een haan. Het viris heeft een ICPI van 1,25. Alle bedrijven binnen een straal van 3 km van het besmette bedrijf zullen klinisch worden geinspecteerd. Er is een toezichtsgebied ingesteld waarbinnen het vervoer van alle pluimvee, broed- en consumptieeieren, vers pluimveevlees en pluimveemest verboden is.
In Noorwegen is op 3 oktober 2003 NCD aangetroffen op een hobbyadres in Hole (15 km ten noordwesten van Oslo). Op het adres waren 80 duiven, 28 dwerghoenders en 4 eenden aanwezig waarvan er 10 reeds dood waren en de andere dieren zijn gedood. Alle karkassen zijn begraven. Het Noorse virus heeft een ICPI van 0,4 en de sequentie is RRQKRF.
Eén en ander lijkt vooralsnog niet bedreigend voor de Nederlandse pluimveesector maar het toont wel weer aan dat NCD-virus in Scandinavië aanwezig is. Met de trekvogels die nu uit het noorden naar ons land komen blijft er het gevaar dat het virus ook in Nederland komt. Het goed enten van pluimvee blijft daarom van groot belang.
DEN HAAG (ANP) - Het noodfonds waarop door faillissement bedreigde gedupeerden van de vogelpest een beroep kunnen doen, blijft langer open. In plaats van eind dit jaar sluit de aanmeldingstermijn op 1 september 2004, driekwart jaar later, meldde maandag het ministerie van Landbouw. De reden is dat sommige ondernemers door maatregelen tegen het virus pas in september volgend jaar hun kippenstallen weer kunnen bevolken.
De klassieke vogelpest verspreidde zich begin maart in de Gelderse Vallei, Noord-Brabant en Limburg. De virusziekte woedde op bijna 1300 bedrijven, ruim eenderde van het totale aantal Nederlandse pluimveebedrijven. In de strijd daartegen werden ongeveer 30 miljoen kippen, eenden en kalkoenen gedood. Eind augustus werd Nederland definitief vogelpestvrij verklaard.
Tot halverwege vorige week hadden 109 bedrijven een bijdrage (in de vorm van zogenoemde rentesubsidies) uit het noodfonds aangevraagd. Dat is volgens fondssecretaris Reerink volgens de verwachting. 90 procent van de aanvragen komt uit de agrarische sector. De rest is onder meer afkomstig van transportondernemingen. Een derde van de aanvragen is afgehandeld. Het gemiddeld bedrag per toewijzing ligt rond de 70.000 euro.
In het fonds zit bij elkaar 9 miljoen euro van het ministerie van Landbouw. In Limburg deden ook de provincie en gemeenten een duit in het zakje. Limburg zit in de hoek waar de klappen vallen. Vorige week stak daar op twee kalkoenhouderijen de ziekte blackhead de kop op. De sector vreest nu het einde van de sector die in Limburg is geconcentreerd.
Op verzoek van de pluimveesector blijft het noodfonds vogelpest langer open. De aanmeldingstermijn sluit nu op 1 september 2004. Reden voor de verlenging is dat sommige ondernemers door de maatregelen ter bestrijding van de vogelpest mogelijk pas in september van 2004 tot herbevolking over kunnen gaan. Tot 20 oktober hadden 109 bedrijven een bijdrage uit het noodfonds aangevraagd. Daarvan is 90 procent afkomstig uit de agrarische sector. De rest is onder meer afkomstig van het midden- en kleinbedrijf en transportondernemingen. Van de aanvragen zijn er nu 37 afgehandeld en in 27 gevallen is een rentesubsidie van gemiddel 70.000 euro toegewezen.
Het noodfonds heeft in totaal ruim 3,3 miljoen euro in kas. Daarvan is 155.000 euro afkomstig van derden, de rest is door het ministerie van Landbouw ter beschikking gesteld. Daarnaast is er nog een garantstelling van 6 miljoen euro van het kabinet.
De organisatie van Hét Nationale Pluimveedebat biedt geïnteresseerden de mogelijkheid om zich tijdens de Vakbeurs Intensive Veehouderij aan te melden voor dit symposium op 3 november. Op de VIV-stand van de Stichting Solidariteit Pluimveehouderij (hal 8 stand 032) kan iedereen zich opgeven voor gratis deelname aan het pluimveedebat. Aanmelden kan ook via de website www.solidariteitpluimveehouderij.nl of per fax: 0314-362 449. Hét Nationale Pluimveedebat vindt plaats op maandag 3 november van 10.00 tot 16.30 uur in de Jaarbeurs te Utrecht
Europarlement: meer geld naar voeding en dierziekten
Het Europees Parlement wil in de begroting voor 2004 meer geld vrijmaken voor voeding en dierziekten. Er moet een proefproject gestart worden voor een Europees kwaliteitslabel voor voeding. Ook moet er meer geld gereserveerd worden voor de ontwikkeling van een Europees verzekeringssysteem voor de kosten van besmettelijke dierenziekten en voor de verbetering van vaccins tegen dierenziekten als mond- en klauwzeer en varkenspest.
PVE: markt met eerlijke spelregels bepaalt toekomst intensieve veehouderij
De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) hebben hun uitgangspunten in het debat over de toekomst voor de intensieve veehouderij in Nederland geformuleerd. De PVE wijzen op de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers in de productieketen. Maatschappelijke acceptatie geldt daarbij als een randvoorwaarde. De Nederlandse overheid moet zich binnen de Europese Unie sterk maken voor een 'level playing field'. Daarnaast moet de overheid consistent zijn in het beleid over een langere termijn en innovaties en de kennisinfrastructuur stimuleren. Voor zichzelf zien de PVE een rol door in overleg met de sector taken van een terugtredende overheid over te nemen. Zij wijzen daarbij op algemene werkterreinen zoals voorlichting en PR, onderzoek en de uitvoeringstaken binnen veterinaire programma's, EU-regelgeving of in het kader van dierenwelzijn en dierziekte-bestrijding.
PVE wijzen er op dat de productie van vlees en eieren alleen marktgericht kan plaats vinden en dat voor duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen een gezonde economische basis nodig is. Aangezien het bedrijfsleven sterk gericht is op de export zijn marktvragen van buitenlandse afnemers mede bepalend voor de productie. Productiemethoden mogen in de ogen van de productschappen alleen aangepast worden in internationaal verband binnen EU of WTO-afspraken. Een blijvende financiële steun voor een bepaalde vorm van productie acht men niet wenselijk.
Ook de financiering van besmettelijke dierziekte-uitbraken moet volgens de PVE op EU-leest worden geschoeid. Voor vaccinatie als bestrijdingsinstrument zien zij alleen waarde als de afzet van producten gegarandeerd kan blijven. Blijkt dat niet mogelijk dan moet er een modus gevonden worden om de financiele verliezen voor sectoren te compenseren uit de maatschappelijke winst van een kortere bestrijdingsperiode zo stellen de PVE.
De Nederlandse vlees- en eierensector is niet in staat de internationale concurrentiestrijd te winnen op basis van de kostprijs. Naast verlaging van de kostprijs zal men volgens de PVE zich moeten proberen te onderscheiden via kwaliteit en een actief (keur)merkenbeleid. Daarbij ziet men vooral perpectief voor verse en verwerkte producten voor een hoger marktsegment binnen Noord-West Europa. De Nederlandse sector kenmerkt zich in zijn algemeenheid door de sterke kennisstructuur, de ketenproductie en het kwaliteitsdenken, maar is niet homogeen. De deelsectoren hebben een eigen dynamiek en individuele bedrijven kennen een grote mate van diversiteit wat in een vrije markt leidt tot meer productdifferentiatie.
De Nederlandse (pluimvee)sector kan zich profileren met een dier- en milieuvriendelijke productie, vers en van hoge kwaliteit. Door goede promotie kunnen die producten de voorkeur winnen van Europese consu- menten. Dat zei prof. dr. ir. Gerrit Meester onlangs in een interview met Boerderij. In het themanummer ter gelegenheid van de VIV 2003, die volgende week wordt gehouden in Utrecht, heeft de redactie Pluimvee- houderij de markt voor de Nederlandse vlees- en legpluimveesector nader in beeld proberen te brengen.
Voor de Nederlandse pluimveesector behoort concurreren op kostprijs tot het verleden. Op de wereldmarkt heeft Nederland dus weinig meer te zoeken. Ook de concurrentiepositie op de Europese markt komt verder onder druk komt te staan. Vandaar Meester's opmerking dat de sectoren in Nederland zich nadrukkelijk op een kwalitatieve manier moeten profileren. De afzet van met name verse kwaliteits- producten moet worden gevonden bij veeleisende koopkrachtige consumenten die wonen in een straal van zo'n 500 km rond Nederland, dat is grofweg een cirkel die loopt over Berlijn, Londen en Parijs. Op de keper beschouwd is de pluimveesector al het pad opgegaan van het dier- en milieuvriendelijk produceren en het leveren van verse kwaliteitsproducten. Het geschetste afzetgebied is eveneens bekend terrein. Ook nu al gaat het grootste deel van de export daar naar toe. Het is zaak dit verder uit te bouwen via promotie en marketing.
Deskundigen verwachten dat de wensen van de burgers op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en het aankoopgedrag van consumenten op termijn dichter bij elkaar zullen komen. Dit biedt bijvoorbeeld mogelijkheden voor vlees met toegevoegde waarde, zoals vers vlees van regionale oorsprong. Dit zal leiden tot een veel sterkere en meer herkenbare variatie in producten. Vraag- gestuurde ketenconcepten zijn daarvoor noodzakelijk. Voor consumptie-eieren zijn daar al enkele voor- beelden van, voor pluimveevlees is dit nog beperkt.
Op twee vleeskalkoenbedrijven is een besmetting met blackhead (histemoniasis) vastgesteld. Het betreft een groot vleeskalkoenbedrijf in Limburg en een klein biologisch kalkoenbedrijf in Zeeland. Op laatstgenoemd bedrijf zijn inmiddels alle kalkoenen dood en het bedrijf in Limburg heeft met een uitval van ongeveer 10% per dag te maken. De NOP heeft er bij minister Veerman op aangedrongen Brussel te vragen Nifursol tijdelijk weer toe te staan. De bewindsman heeft echter laten weten dat hij Nifursol niet opnieuw op de Nederlandse markt wil hebben. Omdat er nu geen preventief geneesmiddel meer voorhanden is, stelt Veerman, zijn de pluimveehouders aangewezen op hygienemaatregelen. Hij vindt dat de bestrijding van blackhead geen taak is voor de overheid. Evenmin acht hij de overheid verantwoordelijk voor de schade die de ziekte veroorzaakt.
De energiemarkt is roerig en vaak ingewikkeld. De energieportal www.zibb.nl/energie wil ondernemers helpen bij de keuze van een stroomleverancier. De portal geeft de ondernemer uitleg over de gevolgen van de liberalisering voor zijn bedrijf en veel tips voor een gunstige overstap. Bijzonder is de speciale vergelijkingsmodule en -calculator, waarin de ondernemer in een oogopslag de meest gunstige aanbieder kan selecteren.
Kom maandag 3 november naar Het Nationaal Pluimveedebat van de Stichting Solidariteit Pluimvee- houderij in de Jaarbeurs in Utrecht. Zie voor meer informatie de internetsite van de stichting.
Blackhead nieuws op de pagina's Blackhead en Veterinair
Minister Veerman van Landbouw ziet geen verband tussen de uitbraak van de blackhead-ziekte bij kalkoenen en de verklikkippen die eerder dit jaar zijn uitgezet. Op slechts één van de twee getroffen bedrijven zijn verklikkippen geplaatst. Het andere bedrijf ligt buiten de door de vogelpest getroffen gebieden. Hier zijn dan ook géén verklikkerkippen geplaatst. Dat schrijft Veerman in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van meldingen in de media van uitbraken van de ziekte bij twee Nederlandse kalkoenbedrijven. Bovendien, zo schrijft Veerman, is het aantreffen van de ziekte geen unicum. De ziekte komt regelmatig voor vanwege de endemische aanwezigheid van de ziekteveroorzakers in ons milieu.
Tot 31 maart 2003 was het middel Nifursol toegestaan als preventief middel tegen blackhead. Dit middel is echter door de EU van de markt gehaald vanwege risico's voor de consument van dierlijke producten. Er is tot op heden geen nieuw middel voorgesteld door het bedrijfsleven. Omdat er geen preventief diergeneesmiddel tegen blackhead voorhanden is, zijn de pluimveehouders aangewezen op hygiënemaatregelen ter voorkoming van de ziekte, aldus Veerman.
Veerman benadrukt dat de ziekte geen zogenaamde A-ziekte is. Dit houdt in dat de bestrijding van de ziekte geen overheidstaak is die is vastgelegd in EU-regelgeving. Het risico van verspreiding van de ziekte via de lucht is nihil en via contacten zeer klein. Omdat de bestrijding van de ziekte niet aan de overheid is, behoort de ziekte feitelijk tot het ondernemersrisico van de kalkoenhouderij. De overheid is niet aansprakelijk voor de schade die optreedt door deze ziekte.
Veerman geeft in zijn brief aan dat hij geen nationale regeling wil treffen om Nifursol toe te laten op de Nederlandse markt. Wel zal hij zich inspannen voor snelle en zorgvuldige afronding van de besluitvormingsprocedures voor nieuwe middelen of de beoordeling van aanvullende informatie van bestaande middelen in Brussel. Bijzondere aandacht daarbij verdient een middel dat in de Verenigde Staten op dit moment wordt gebruikt bij de bestrijding van blackhead. Het initiatief om een dergelijk middel voor te dragen voor toelating ligt echter bij het bedrijfsleven, aldus de minister.
Voor meer nieuws zie pagina Blackhead en Veterinair
Geen medicijn tegen kalkoenziekte is doodsteek voor sector
Als er geen afdoende medicijn komt tegen de kalkoenziekte Blackhead, is de kalkoenhouderij in Nederland en de rest van de Europese Unie ten dode opgeschreven. De Nederlandse Organisatie voor Pluimveehouders (NOP), kring Kalkoenhouderij wil er bij de Nederlandse overheid op aandringen om zo spoedig met een werkbare oplossing te komen tegen de besmettelijke ziekte.
Vorige week werden op twee kalkoenbedrijven symptomen geconstateerd van de besmettelijke kalkoenziekte Blackhead. Het betreft twee kalkoenbedrijven die onderling geen relatie met elkaar hebben. Het ene bedrijf ligt in het Limburgse Leveroy, het andere bedrijf is een biologisch kalkoenbedrijf aan de Zeeuwse kust. Eind vorige week bevestigde de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) het vermoeden. Een uitbraak van Blackhead was een feit. Voor de Nederlandse kalkoenhouders kwam dit niet als een verrassing. Volgens de sector was het slechts een kwestie van tijd voordat de ziekte de kop op zou steken, aangezien op 31 maart jongstleden de laatste toegestane medicijnen tegen de kalkoenziekte zijn verboden binnen de hele Europese Unie. De kalkoenziekte is daarom geen nationaal probleem, maar een probleem op internationaal niveau.
Blackhead is een ziekte die vooral dodelijk is voor kalkoenen. Als een kalkoenenstal eenmaal is besmet met het micro-organisme zijn de aanwezige kalkoenen binnen een aantal dagen dood. Ook kan in een stal waar de ziekte is geconstateerd, zeer waarschijnlijk geen kalkoenen meer huisvesten omdat de ziektekiem jarenlang aanwezig kan blijven. Daarom dringt de Nederlandse Organisatie voor Pluimveehouders (NOP), kring Kalkoenhouderij er bij het ministerie op om een medicijn toe te staan dat een uitbraak van Blackhead kan voorkomen of genezen.
Blackhead valt niet onder de zogeheten A-dierziekten, zoals Aviaire Influenza (AI) of MKZ.Het ministerie van LNV ziet het niet als haar verantwoordelijkheid om de ziekte te bestrijden. De kalkoensector ziet dat anders, omdat het ministerie wel betrokken is bij besluitvorming omtrent Europese regelgeving. Kalkoenhouders moeten nu zelf de financiële gevolgen van een uitbraak dragen. De kalkoenhouderij vreest daarom dat er op termijn geen kalkoenen meer over blijven in zowel Nederland als de rest van de Europese Unie, omdat de ziekte zonder medicijnen niet is tegen te houden.
Noot voor de pers:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Henk Jenniskens, voorzitter van de kring Kalkoenhouderij van de NOP, tel. 06- 13 62 54 60 os Rob Wanten 06-53684308 LTTB Media woordvoerder
Hong Kong beperkt verkoop verse kip in strijd tegen vogelpest
Pas geslachte kippen mogen in Hong Kong nog maar op drie of vier markten in de stad verkocht worden, om zo de kans op een nieuwe uitbraak van vogelpest tot een minimum te beperken. Op de andere markten is het alleen nog toegestaan om gekoelde of bevroren kippen te verkopen. Pluimveehouders en handelaren in gevogelte hebben grote bezwaren tegen de voorgestelde centrale slachting. Volgens hen vormt de radicale maatregel een bedreiging van hun levensonderhoud. De regering ziet het anders en gelooft dat deze mogelijkheid de verschillen tussen de belangen van de handel, de bestaande cultuur van het eten van verse kip en de bescherming van de volksgezondheid beter in balans brengt.
Nadat het SARS-virus in Hong Kong in augustus weer onder controle was, is de regering meteen begonnen met de 'grote schoonmaak' van de stad om zo een herhaling van de uitbraken van SARS, vogelpest en andere virussen te voorkomen.
Deze grote schoonmaak wordt vormgegeven door consultatierondes, waarin soms vergaande maatregelen worden voorgesteld om de hygiëne op versmarkten te verbeteren en het menselijk contact met levend gevogelte te verminderen. In augustus stelde het zogenaamde 'Team Clean' van de regering al vier van dit soort maatregelen voor. De uiteindelijke beslissing over de nieuwe hygiënische maatregelen en voorwaarden in de pluimveesector wordt na diepgaand overleg genomen en volgend jaar verwacht.
De biologische land- en tuinbouw wil zo snel mogelijk af van het Mineralen Aangifte Systeem (MINAS). Aanleiding vormt de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de Nederlandse invulling van de EU-Nitraatrichtlijn. Volgens het Hof is het Nederlandse MINAS-systeem ontoereikend om aan de eisen van de Europese richtlijn te voldoen.
De biologische producenten voldoen al in alle opzichten aan de uitspraak van het Hof. Ze zijn een voorbeeld van een bedrijfstak die zelf verantwoordelijkheid heeft genomen en taken van de overheid naar zich toe heeft gehaald. De overheid ziet er slecht op toe dat een controlerende organisatie haar werk goed uitvoert.
“Uit milieu-oogpunt biedt MINAS voor de biologische producenten geen toegevoegde waarde, aangezien de biologische sector al aan de Nitraatrichtlijn voldoet. Maar we worden wel opgezadeld met de administratieve lasten ervan”, zegt Huib Bor, voorzitter van de vakgroep Biologische Landbouw van LTO en Biologica. Met MINAS wordt de totale mineralenstroom op het bedrijf, inclusief wat wordt aan- en afgevoerd, zichtbaar gemaakt en administratief vastgelegd. Biologische boeren moeten deze mineralenstromen al bijhouden op grond van een Europese Verordening voor biologische landbouw.
De biologische landbouw vormt een gecertificeerde keten die, in lijn met de milieu-vriendelijke uitgangspunten, zorgvuldig met mineralen omgaat. Biologische boeren en tuinders mogen niet meer dan 170 kg stikstof per hectare uit dierlijke mest aanwenden op hun bedrijf, precies zoals de Nitraatrichtlijn voorschrijft. Het gebruik van kunstmest is in de biologische land- en tuinbouw niet toegestaan, zoals ook is opgenomen in de EU-verordening. In ons land is een onafhankelijke stichting (Skal) verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle en certificering van de biologische sector.
Biologische landbouw is dan ook een gecertificeerde keten, die duurzaam met mineralen omspringt. Extra regels om het milieu te beschermen zijn overbodig. Het ministerie van LNV heeft eerder, mede op verzoek van de LTO-vakgroep Biologische Landbouw, de gevolgen van een mogelijke vrijstelling van MINAS voor biologische boeren en tuinders onderzocht. Niets stond zo’n (gedeeltelijke) vrijstelling in de weg, er werd echter niet toe besloten. Op de achtergrond speelde mee dat er een ingrijpende stelselherziening van het mestbeleid te verwachten was en dat de Hof-procedure over uitvoering geven aan de EU-Nitraatrichtlijn nog liep. De vakgroep heeft in een brief een dringend beroep op het ministerie van LNV gedaan om de stap van vrijstelling nu wél te zetten.
21 oktober is mijn laatste werkdag bij Rabobank Nederland. Op 1 november a.s. start ik als accountmanager Agrarisch bij de Rabobank Land van Cuijk-Noord (in het noordoosten van Brabant). Na ruim 4 jaar als branchespecialist Pluimveehouderij was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Dicht bij het front en de keukentafel is voor mij passender als een beleidsmatige job. Vandaar deze overstap naar een lokale bank met een nieuw perspectief. Ik weet zeker, dat ik pluimveehouderij erg zal missen.
Ik dank jullie hartelijk voor de samenwerking in de afgelopen jaren. Ik wens jullie succes in je job en alle goeds in je gezin en je gezondheid. Bedankt voor de steun en samenwerking en tot ziens!!!!!!!!!!
De taken voor pluimvee binnen Rabobank Nederland worden waargenomen door: Geert Peeters, alles wat met de pluimveevleeskolom te maken heeft. Ton de Juncker voor de legpluimveekolom Er wordt (intern) naar een nieuwe pluimveeman gezocht. Ik hoop dat de nieuwe mensen ook straks weer beroep op jullie kunnen doen!
met vriendelijke groet,
Leo Driessen RNCC Food @ Agri sectoradviseur Pluimveehouderij
Waar we allen bang voor waren is, na Frankrijk (dramatisch) en Duitsland, nu ook in Nederland geconstateert, n.l. twee gevallen van Blackhead . Door het verbod op Nifursol is er geen enkel middel meer beschikbaar ter voorkoming of bestrijding van deze ziekte. De ziekte kan 100 % sterfte veroorzaken. Peter van Beek waarschuwt al meer als 1,5 jaar voor de gevolgen, tot op heden heeft hij nog niets kunnen bereiken. Gisteren is er spoed overleg geweest tussen kalkoenhouders, organisaties in de kalkoenhouderij, veterinaire, kalkoenbroederij en veevoederleveranciers. Afgesproken is dat in iedergeval de politiek en Maatschappelijke organisaties op de hoogte moet worden gesteld van de voorvallen (reeds gebeurd) en dat er binnen enkele dagen actie ondernomen moeten worden om verdere escalatie te voorkomen.
De contact groep Black Head is als volgt samengesteld.
Veevoeders Jan Jonkers, Coppens mengunie en Karel Biermans, CHV-Landbouwbelang Veterinaire zaken Mark Heimans DAP ELL, Pers en Politiek Peter van Beek Kalkoenhouders en coördinatie Willy Vloet, kalkoenbroederij Coolen bv
Voor alle vragen kunt U in eerste instantie terecht onder nummer 0475-498000 of mobiel 06-53680919 (Henk Coolen) en 06-51155061 (willy Vloet).
Natuurlijk kunt U ook terecht bij uw voederleverancier, Veterinair of uw eigen Intergratie.
Het eerst volgende overleg is a.s. Woensdag om 16:00 uur, Kantoor Coolen
Op de deze site vind U onder de rubriek "Veterinair" een artikel van de hand van Peter van Beek. Blackhead en het belang van biosecurity. Dit artikel geeft U enkele aanwijzingen die U alvast op Uw bedrijf kunt uitvoeren.
In het overleg is tevens afgesproken dat er op korte termijn een protocol komt waarin de richtlijnen staan hoe te handelen op een kalkoenhouderij ter voorkoming van Blackhead. Dit protocol wordt per bedrijf aangepast in samenwerking met uw dierearts en/of voorlichter.
Onder deze tekst heb ik nog een artikel geplaatst waarin Frankrijk de melding maakt van problemen met Blackhead.
SUMMARY MINUTES OF THE MEETING OF THE STANDING COMMITTEE ON THE FOOD CHAIN AND ANIMAL HEALTH Animal Nutrition Section 24-25 September 2003
Quote from page 7 and 8:
Nifursol: French request
France reported an increase in the mortality of turkeys following the prohibition of nifursol. The French delegation also stated that no other substance was available on the market to treat histomonosis. The Presidency made a "tour de table" on this subject and, apart from France, only two more Member States reported economic problems for the turkey industry possibly due to histomonosis. The Presidency asked all Member States to find and communicate to the Commission data on any increase in the mortality of turkeys caused by histomonosis.
LEI: Braziliaanse kipfilet ook bij invoerheffing van 50% het goedkoopst
De in Europa geproduceerde (ongezouten) kipfilet moet €3,75 per kilo opbrengen om de productie kostendekkend te maken. De Braziliaanse pluimveehouderij kan kipfilet zelfs bij de huidige invoerheffing van vijftig procent voor een bedrag van €3,50 in Europa op de markt brengen. Dat heeft het Landbouw Economisch Instituut (LEI) berekend. In Brazilië kost de productie van kipfilet €1,60. Om het in Europa op de markt te kunnen brengen komen daar bovenop:
de transportkosten à 26 cent;
een standaardinvoerheffing van 1 euro;
een aanvullende heffing van 50 cent omdat het product volgens de Europese Commissie zo goedkoop in Europa wordt aangeboden. Alles bij elkaar komt dat op een bedrag van €3,50 per kilo, vèr onder de Europese kostprijs van €3,75.
Het LEI verwacht dat de Europese pluimveehouderijen in een betere concurrentiepositie zullen komen. Doordat de voerprijzen de komende jaren zullen dalen kan de aanbiedingsprijs voor kipfilet uit Europa dalen naar €2,60 tot €2,70 per kilo in 2005. Maar ook de prijzen van de Braziliaanse kipfilet zal gaan dalen als de invoerheffing onder druk van de WTO afspraken naar beneden zal gaan. Bovendienm profiteren de Brazilianen van de sterke waardedaling van hun munt tegenover de euro. Hierdoor zal ook de Braziliaanse kipfilet in 2005 op een prijsniveau van €2,70 per kilo uitkomen, zo veracht het LEI.
'Verwijt aan 'tweeslachtige consument' is te gemakkelijk'
In de essaybundel 'Burgers en Consumenten: Tussen tweedeling en twee-eenheid' die op 9 oktober verscheen plaatsen elf auteurs uit verschillende wetenschappelijke disciplines hun kanttekeningen bij de discussie over duurzame landbouw, dierenwelzijn, voedsel en milieu. De auteurs gaan in op de stelling dat de 'principiële' burger van alles wil op het gebied van duurzaamheid en diervriendelijkheid, maar dat hij als 'pragmatische' consument tegelijkertijd kiest voor goedkoop en gemakkelijk. Dit verwijt van hypocrisie is echter te simpel, zo laat de bundel zien. De bundel kwam tot stand op initiatief van het LEI en het Rathenau Instituut, in het kader van een onderzoekprogramma van het ministerie van LNV. Het morele oordeel over de tweeslachtigheid van de consument zou ook door verschillende partijen misbruikt kunnen worden om de eigen verantwoordelijkheid voor duurzame productie uit de weg te gaan. Verschillende auteurs constateren dat het onderscheid tussen burger en consument niet geschikt is voor een goed zicht op de afwegingen en het gedrag van mensen. Om koopgedrag en burgeroordelen te begrijpen is een subtielere benadering nodig.
De overheid kent voor het realiseren van duurzame en diervriendelijke productie een belangrijke rol toe aan de markt en de consument. Door zijn koopgedrag moet de consument ook zelf het doel van duurzaamheid dichterbij te brengen. Maar deze aanpak lijkt weinig succes te hebben. Een enkelvoudige 'oplossing' is kennelijk niet voldoende om het oordeel en het gedrag van de consument met elkaar in overeenstemming te brengen. Uit de essays volgt dat alleen samenspel van alle betrokken partijen de markt in de richting van meer duurzaamheid kan sturen. Zowel de overheid als de andere partijen in de keten - producent en consument - zullen daarin een actieve rol moeten spelen.
De bundel 'Burgers en consumenten. Tussen tweedeling en twee-eenheid' stond onder redactie van Hans Dagevos en Lydia Sterrenberg en wordt uitgegeven door Wageningen Academic Publishers (ISBN 90 76998 361) De 160 pagina's tellende bundel kost € 15,= en kan worden besteld via verkoop@WageningenAcademic.com.
Een recordaantal van zevenhonderd exposanten staat in de startblokken voor VIV Europe 2003. Over de gehele linie is VIV Europe internationaler geworden. Er hebben zich exposanten uit zo'n 40 verschillende landen ingeschreven. ,,Wij zien vooral dat het aanbod enorm is verbreed," zegt projectmanager Gerard Leeuwenburgh. In Pluimveehouderij een overzicht van beursactiviteiten en -noviteiten.
Kostprijzen opfokhen en ei
Naast kostprijsberekeningen voor de kuikenvleessector heeft het Praktijkonderzoek ook kostprijsberekeningen opgesteld voor de opfok van leghennen en consumptie-eieren. De uitgangspunten voor de berekeningen van opfok en eiproductie in batterijen en voliere zijn vastgesteld in samenwerking met pluimveehouders. Het Praktijkonderzoek heeft vervolgens de kostprijs van een in de kooi opgefokte hen berekend op 2,76 euro en van een opfokhen uit een voliere op 3,16 euro. Voor consumptie-eieren is de kostprijs berekend op 4,7 cent voor een kooi-ei (op basis van 550 cm2/hen) en op 5,8 cent voor een scharrelei. Voor uitloopeieren is geen kostprijs berekend.
Droog strooisel
Kalkoenhouder Boersma in Markelo was op zoek naar een goed drinkwatersysteem, om daarmee het probleem van te nat strooisel in zijn stal op te lossen. Bij die zoektocht liep hij toevallig aan tegen een revolutionair ventilatiesysteem uit Denemarken. De combinatie van drinkwatersysteem, ventilatiesysteem en de daarbij behorende regelapparatuur leidde tot de oplossing voor de strooiselproblemen in zijn stal.
Biologische kuikens
De biologische vleeskuikenhouderij in Nederland bevindt zich nog in de pioniersfase. Begin 2003 is een samenwerkingsverband tussen de divisie infectieziekten en de divisie praktijkonderzoek van de Animal Sciences Group en Wageningen Universiteit onderzoek gestart naar voedselveiligheid bij biologische vleeskuikens. Als onderdeel van dit onderzoek zijn enquetes afgenomen bij 13 biologische vleeskuikenhouders. Deze enquetes worden gebruikt om eventuele besmettingen met salmonella en/of campylobacter te koppelen aan managementfactoren. Hoe ziet de huidige biologische vleeskuikenhouderij in Nederland er uit en heeft die toekomst?
Wereldwijd bekende vogelpestdeskundigen kwamen deze week in Wageningen bijeen om na te gaan hoe de kans op nieuwe uitbraken is te voorkomen of hoe epidemieen sneller onder controle zijn te krijgen. Ze adviseren onder- meer om in pluimveedichte gebieden en bij uitloop aan- vullende maatregelen te nemen; meer monitoring, minder bedrijfscontacten en zonodig vaccinatie.
Woensdagavond werd in het Groningse Marum het laatste van de vier regionale debatten gehouden. Veel vuurwerk hebben de debatten niet opgeleverd. Minister Veerman sloot de avond af met de opmerking dat de sector zelf moet zoeken naar oplossingen, maar daarbij kan rekenen op de steun van de overheid. Hij rondde af met de opmer- king dat ondernemen een keuze is, maar burgers daarbij mede de grenzen bepalen.
Kom maandag 3 november naar Het Nationaal Pluimveedebat van de Stichting Solidariteit Pluimvee- houderij in de Jaarbeurs in Utrecht. Zie voor meer informatie de internetsite van de stichting.
Vogelpest: vaccinatie of anders bedrijfsverplaatsingen
Om uitbraken van de vogelpest te kunen bestrijden zullen vaccins ingezet moeten worden. Tegelijkertijd moet het aantal pluimveebedrijven per vierkante kilometer omlaag gebracht worden. Ook het verplicht binnenhouden van scharrelkippen in risicogebieden zou het risico kunnen verkleinen. Dat zijn de aanbevelingen die gedaan werden aan het slot van een internationaal tweedaags vogelpest-symposium aan Wageningen Universiteit. Veertig wetenschappers, specialisten en beleidsambtenaren, voor het merendeel afkomstig uit de Verenigde Staten, Italië en HongKong, bogen zich over de vraag hoe een uitbraak van vogelpest is te voorkomen en welke oplossingen er zijn om een uitbraak in te perken.
De deskundigen waren het er over eens dat vaccineren de beste optie is om een uitbraak van vogelpest te voorkomen. Maar als de Europese Unie geen consensus bereikt over het nut van vaccins kan de ziekte alleen nog maar bestreden worden via grote, langdurige uitroeiingscampagnes. Het beleid moet zich wel richten op bedrijfsverplaatsingen.
Volgens de deskundigen is de ziekte in zeer pluimveedichte gebieden uiterst moeilijk te beheersen. Daarbij spelen zowel de dichtheid van bedrijven als het aantal dieren per bedrijf een rol. Hoe minder kippen per vierkante kilometer, hoe lager het risico dat een infectie escaleert tot een catastrofe. Door een aantal pluimveebedrijven weg te halen uit de Gelderse Vallei en de Peel zou de kans op een nieuwe uitbraak van vogelpest aanzienlijk slinken.
Overigens benadrukken de deskundigen dat niet alleen economische belangen een rol moeten spelen. "De risico's voor de volksgezondheid moeten zwaar meewegen bij het bepalen van vervolgbeleid", aldus de vogelpestdeskundigen.
Visie dierenartsen op toekomst intensieve veehouderij
In Nederland, met zijn agrarische traditie, is er plaats voor een gezonde en duurzame veehouderij, mits: het non -vaccinatiebeleid wordt afgeschaft, er duidelijke voorwaarden worden gesteld aan de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbenden, voor de volksgezondheid het hoge beschermingsniveau wordt gehandhaafd en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid, bedrijfsleven en burger wordt neergelegd. Dat schrijft het Bestuur van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde in zijn brief aan miniser Veerman van LNV waarin zij de visie van de KNMvD geeft op de toekomst van de intensieve veehouderij in Nederland.
Non - vaccinatiebeleid Uit oogpunt van dierenwelzijn en maatschappelijke acceptatie is het afschaffen van het EU non - vaccinatiebeleid een voorwaarde om de intensieve veehouderij in Nederland in stand te houden. Van de overheid mag een maximale inspanning worden verwacht om de EU richtlijnen betreffende het non - vaccinatiebeleid af te schaffen en ook de consumptie van c.q. de handel in producten van tegen 'lijst A ziekten' gevaccineerde dieren mogelijk te maken.
Voorwaarden verantwoordelijkheid veehouderij In verschillende sectoren van de huidige en toekomstige intensieve veehouderij zijn de eigenaar en de houder vaak twee verschillende rechtspersonen. Een juiste en transparante verantwoordelijkheidsverdeling is van groot belang. Voor de eigenaar is dan helder waar de verantwoordelijkheid ligt en wat de consequenties voor zijn / haar dieren zijn. Door het stellen van voorwaarden wordt de verantwoordelijkheid voor de administratieve lasten, de controle en de kosten automatisch daar gelegd waar ze hoort en hoeft de overheid slechts toezicht te houden.
Volksgezondheid / voedselveiligheid Ook in de toekomst mag de burger verwachten dat de intensieve veehouderij een veilig en verantwoord product levert. Het bedrijfsleven dient aantoonbaar te maken hoe de kwaliteit van de producten geborgd is en welke zaken er gegarandeerd worden. Een goed zicht op en controle van gevaren, risico's en blootstelling dient uitgewerkt te worden om tot een evenwichtige, verantwoorde en transparante borging van de volksgezondheid / voedselveiligheid te komen.
De rol van de veterinaire beroepsgroep De dierenarts is onafhankelijk en vervult onmiskenbaar een ketenbrede rol. De dierenarts is pleitbezorger en bewaker van het dierenwelzijn, de diergezondheid en de volksgezondheid. Onafhankelijkheid en autonomie zijn daarbij alleen te garanderen als alle partijen staan voor hun eigen verantwoordelijkheid.
Hoewel het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit streeft naar een vermindering van het aantal regels heeft het ministerie in de periode van 1 januari 1998 tot en met 1 juli 2003 in totaal 855 nieuwe regelingen in het leven geroepen. In die periode zijn 276 zelfstandige ministeriële regelingen geschrapt. Dat schrijft minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in antwoord op de schriftelijke vragen die zijn gesteld ter voorbereiding van de behandeling van de LNV-begroting 2004 en de begroting van het Diergezondheidsfonds 2004.
Blijkens een globale inventarisatie van eind augustus jl. bestaat de actuele regelgeving op LNV-terrein uit 58 formele wetten, 199 algemene maatregelen van bestuur en 1213 ministeriële regelingen. In de periode van 1 januari 1998 tot en met 1 juli 2003 zijn 6 zelfstandige formele wetten, 34 zelfstandige algemene maatregelen van bestuur en 855 zelfstandige ministeriële regelingen tot stand gekomen. Een belangrijk deel van de LNV-regelgeving geeft uitvoering aan Europese verordeningen en richtlijnen.
Het streven is er op gericht om waar mogelijk regelgeving te schrappen. Zo vindt een interdepartementale doorlichting plaats van bestaande ministeriële regelingen, waarbij onder meer wordt gezocht naar mogelijkheden voor opschoning van of alternatieven voor die regelingen. Het is de bedoeling dit project in februari 2004 af te ronden. De Kamer zal over de resultaten van dit project worden bericht, zo schrijft Veerman.
Gemeenten in Zuidoost-Brabant controleren onvoldoende of veehouders die hun bedrijven beëindigen hun stallen volgens milieuvoorschriften slopen. Daardoor konden boeren op grote schaal mest en asbest te dumpen en mogelijk verontreinigde grond gebruiken voor het opvullen van mestkelders. Dat zegt regionaal coördinator F. Emmerik van Servicepunt Handhaving Brabant Zuidoost, dat bij de Milieudienst Regio Eindhoven is ondergebracht. Tijdens controles in juli, augustus en september zijn op ruim vierhonderd locaties 26 processen-verbaal opgemaakt.
Gemeenten konden in aanmerking komen voor een subsidie wanneer een sloopvergunning volgens de regels zou worden uitgevoerd. Uiteindelijk heeft geen enkele gemeente daartoe een aanvraag ingediend.
Het servicepunt heeft lokale overheden verzocht tenminste 149 locaties te onderzoeken waar grond is aangevoerd om gaten op te vullen en waarvan geen gegevens bekend zijn. Emmerik hoopt dat gemeenten aan deze oproep wél gehoor geven.
De overheidsbijdrage aan destructie wordt afgebouwd van 20 miljoen euro in 2003 tot 14 miljoen euro in 2004. De sectorbijdrage zal hierdoor toenemen naar circa 18 miljoen euro, afhankelijk van de werkelijke kosten van destructie in 2004. De destructiekosten voor de individuele aanbieders zullen daardoor met gemiddeld circa 37 procent stijgen. Dat schrijft minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in antwoord op de schriftelijke vragen die zijn gesteld ter voorbereiding van de behandeling van de LNV-begroting 2004 en de begroting van het Diergezondheidsfonds 2004.
Veerman schrijft dat het ophaaltarief naar verwachting zal stijgen met ongeveer 40 procent tot circa 15 euro. De verwerkingstarieven zullen met ongeveer 25 procent stijgen. De kostenstijging voor de individuele aanbieders zou daardoor uitkomen op gemiddeld circa 37 procent. Door de lastenstijging te verdelen over ophaal- en verwerkingstarieven worden kleine en grote aanbieders in zo gelijk mogelijke mate belast, terwijl ook geleidelijk wordt toegewerkt naar een situatie van kostendekkende tarieven voor zowel ophalen als verwerken, aldus Veerman.
Tegelijkertijd met dit afbouwen van de overheidsbijdrage richt Veerman zijn aandacht op mogelijkheden om ruimte te scheppen voor meer marktwerking op het terrein van destructie, middels een herziening van het destructiebestel.
Debat Toekomst Intensieve Veehouderij vergeet internationale concurrentiepositie
Het debat over de toekomst van de intensieve veehouderij gaat vrijwel volledig voorbij aan de internationale concurrentiepositie. Grensbarrières en exportsteun zullen echter binnen niet al te lange tijd verminderen of zelfs wegvallen. Dat zegt Gerrit Meester, Adviseur Landbouwpolitieke vraagstukken van LNV. De sector moet zich goed realiseren dat de invoer van buiten de Europese Unie op dit moment geweerd wordt via invoerrechten die tot 50% van de wereldmarktprijs op kunnen lopen, stelt Meester. Daarnaast wordt de uitvoer gesteund via exportrestituties. Maar deze twee instrumenten zullen binnen 10 tot 15 jaar sneuvelen omdat zij binnen de WTO niet langer aanvaardbaar zijn. Bovendien is een aantal landen, waaronder Brazilië en Thailand, nu al in staat om ondanks de hoge tolmuren pluimveevlees tegen concurrerende prijzen op de Europese markt te brengen.
In Europa, maar vooral in Nederland, denkt men vlees uit deze landen te kunnen weren via extra milieu-eisen en dierenwelzijn. De rest van de wereld ziet dergelijke maatregelen vooral als marktprotectie en zal zich tot het uiterste verzetten, aldus Meester.
Meester denkt dat de sector alleen kan overleven wanneer zij zich profileert met een dier- en milieuvriendelijke productie, vers en van hoge kwaliteit. Gerichte promotie moet de voorkeur van Europese consumenten in de richting van de Nederlandse productie sturen.
Ook gezondheidsonderzoek pluimveehouders in Zuid-Nederland
Het Ministerie van Volksgezondheid gaat onderzoek doen naar de gevolgen van de vogelpestepidemie voor de gezondheid van pluimveehouders in Noord-Brabant en Limburg. Deelname is vrijwillig en anoniem. In de Gelderse Vallei werd in augustus al hetzelfde onderzoek gestart, de resultaten hiervan worden eind maart 2004 gepubliceerd. Het onderzoek gebeurt net als in Gelderland door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Instituut voor Psychotrauma in Zaltbommel. Naast de pluimveehouders zelf worden ook partners en personeelsleden opgeroepen om deel te nemen.
Het onderzoek bestaat uit een vragenlijst die de pluimveehouders eind oktober zullen ontvangen en die anoniem kan worden ingevuld. Volgens onderzoeker De Leeuw moet het onderzoek duidelijker maken hoe de overdracht van het virus op mensen plaatsvindt en wat de effecten op de gezondheid zijn van zowel de virusbesmetting als van de gehele crisis in de sector.
NLTO: Proces tegen staat enige mogelijkheid knelgevallen pluimveerechten
De gang naar de rechter is voor pluimveehouders die in de knel zijn gekomen bij de invoering van pluimveerechten de enige mogelijkheid om een onrechtmatige behandeling door de overheid terug te draaien. De procedure kan alleen gaan over de schadeloosstelling voor de schade die pluimveehouders door de invoering van de wet hebben geleden, en niet over het toekennen van extra pluimveerechten. Waar de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) en LTO altijd gepleit hebben voor een 1 op 1 omzetting van mestrechten in pluimveerechten, is dit niet gebeurd. Hoewel hierover met leden van de Tweede Kamer en met de staatssecretaris diverse malen is gesproken, is er door hen geen oplossing geboden voor de knelgevallen die hierdoor zijn ontstaan.
Wel heeft de staatssecretaris de toezegging gedaan dat hij een juridisch advies voor pluimveehouders voor een deel wil betalen. Om hiervoor in aanmerking te komen kunt u een formulier invullen dat u kunt opvragen bij de NLTO Infolijn (0512) 305 100, of hier kunt downloaden (alleen voor leden). Dit formulier moet voor 25 oktober in het bezit zijn van de NOP.
Een procedure tegen de staat is alleen zinvol als u 'onevenredig zwaar' getroffen bent. Voor de beoordeling of zo’n procedure zinvol is heeft de NLTO wij een onafhankelijk advocaat beschikbaar. Een dergelijk juridisch advies kost normaal gesproken € 1390,- als u lid bent van NOP/NLTO. Niet-leden betalen €1590,-. Dankzij de toezegging die de NOP/LTO van de staatssecretaris kreeg, kan hierop maximaal € 1190,- korting worden verleend. De korting is beschikbaar voor een beperkt aantal pluimveehouders en kan, afhankelijk van het aantal pluimveehouders dat gebruik wil maken van de adviesmogelijkheid, lager uitvallen. Na de sluiting van de aanmeldingsperiode kunnen we u de definitieve hoogte van de korting meedelen. Als u vindt dat u eigen bijdrage hierdoor te hoog wordt, kunt u dan alsnog afzien van het gevraagde advies.
Als uit het juridisch advies blijkt dat een procedure kansrijk is, moet u deze procedure zelf voeren, of via uw rechtsbijstandverzekering. De procedure kan alleen gaan over de schadeloosstelling voor de schade die u door de invoering van de wet heeft geleden, en niet over het toekennen van extra pluimveerechten.
Supermarktketen Edah verlaagt vandaag van 60 vleesproducten de prijs met 10 tot 20%. Het bedrijf wil met de prijsverlaging de omzet in de winkels verhogen. Supermarktdeskundige Gerard Rutte vreest dat die stap een prijzenoorlog onder supermarkten zal veroorzaken, waardoor de veehouderij met lagere opbrengstprijzen te maken zal krijgen. In augustus verlaagde Edah de prijs al van 10 vleesproducten. Vanaf vandaag zal dat dus uitgebreid worden naar een pakket van 70 vleesproducten. Meestal heeft een prijsverlaging voor de consument consequenties voor de inkoopprijs omdat de supermarkten hun marges toch enigszins op peil wensen te houden. Edah wil echter niets loslaten over de conseqenties van de nieuwe ronde van prijsverlagingen voor haar leveranciers.
Rutte verwacht dat de andere supermarktketens op de prijsverlaging van Edah zullen reageren, met een prijzenoorlog tot gevolg. De supermarkten zullen scherper gaan inkopen en een deel van de marge die zij verliezen doorschuiven op hun leveranciers. Uiteindelijk zal ook de veehouder getroffen worden.
Minister Veerman van Landbouw zal niet blij zijn met deze prijsverlaging. Terwijl hij met zijn debat over de toekomst van de intensieve veehouder betoogt dat de consument zijn verantwoordelijkheid moet nemen en bereid moet zijn om meer te betalen voor duurzaam geproduceerd vlees geven de supermarkten die consument een alibi om juist minder te gaan betalen
Veerman: Ergste klap in pluimveehouderij moet nog komen
De effecten van de vogelpestepidemie op de pluimveesector zullen nog wel enige tijd merkbaar blijven. Niet alleen omdat het nu eenmaal tijd kost om de leeftijdsopbouw weer op orde te krijgen, maar ook omdat er naar verwachting allerlei verstoringen van de markt op zullen gaan treden. Over de totale omvang van de schade van de epidemie zal daarom pas over een jaar of twee volledige duidelijkheid ontstaan. Dat zei minister Veerman van Landbouw op de de jaarvergadering van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP). Veerman wees de aanwezigen op de gevolgen van varkenspestepidemie in 1997/1998, waarbij de marktverstoring ná de varkenspest nog ingrijpender was dan de varkenspest zelf. Juist in de periode van een half jaar tot een jaar na het einde van de varkenspest zijn de meeste bedrijven omgevallen, aldus Veerman.
Volgens Veerman moet de pluimveesector niet langer blijven proberen om door verdere kostenverlaging de rest van de wereld de baas te blijven. Een haast onmogelijke opgave, aldus de minister. Hij ziet meer in het overtuigen van de consument dat goed voedsel zijn prijs heeft.
Marketing moet voor die bewustwording zorgen, aldus Veerman. Hij vindt dat de pluimveesector niet meer te verwijten valt, dan dat zij inspelen op de marktvraag. De bio-industrie is een gewenst resultaat van ons allemaal. Als we dat onder ogen gaan zien, is dat het begin van verandering, aldus Veerman.
PVE: EU-diertransportregels niet wetenschappelijk onderbouwd
De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) zijn van mening dat de Europese Commissie niet wetenschappelijke argumenten hanteert bij het harmoniseren van de Europese regels voor diertransporten. De combinatie tussen een langere reisduur, lange stilstand, hogere compartimenten en lagere beladingsgraad is niet wetenschappelijk onderzocht. Het mag niet zo zijn dat sentimenten leidend zijn voor richtlijnen die kunnen leiden tot het verlies van vele honderden arbeidsplaatsen in de Nederlandse veehandel en -transport stellen de PVE. Uitgangspunt van het EU-beleid moet zijn dat de kwaliteit van het vervoer belangrijker is dan de transportduur. In reactie op de wijzigingsvoorstellen die EU-commissaris Byrne medio juli heeft gelanceerd geven de PVE aan een groot voorstander te zijn van goed veetransport. Zij zijn het eens met voorstellen om de regelgeving in Europa te harmoniseren. Men beschouwt het als een goede zaak dat duidelijk kan worden vastgesteld wie, waar en wanneer voor verantwoordelijk is. Ook het autoriseren van transporteurs en transportmiddelen, verbetering van de opleiding en een strikter handhavingsniveau en uitwisseling van informatie tussen lidstaten dragen volgens de PVE bij aan een kwalitatief beter transport. Ook het voorgestelde 'fit to travel'-beleid ziet men als positief. De PVE pleiten voor een verordening in plaats van een vigerende richtlijn, omdat dit bijdraagt aan een gelijke concurrentiepositie van transport in alle lidstaten.
Volgens de PVE hebben de publieke opinie en emoties een grote rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van de voorstellen en is de transportrichtlijn onvoldoende gebaseerd op wetenschappelijke kennis en praktijkervaring. De huidige voorstellen leiden tot een substantiele kostenverhoging en inkomstenderving, het wegvallen van levende export, sanering van veehandels- en transportbedrijven en sluiting van primaire bedrijven zonder dat het dierenwelzijn wordt gediend menen de PVE. Er bestaat volgens hen bij transporteurs vrees voor veel letselschade bij de dieren onderweg. Een lagere beladingsgraad zou niet altijd een verbetering voor het dierenwelzijn betekenen. Ook zien zij het niet bevorderlijk voor het dierenwelzijn en de dierziektestatus als wagens met levend vee dagenlang staan te rusten.
De PVE menen dat de huidige EU- voorstellen het einde betekent voor 500 bedrijven in de vermeerdering en 100 kalverhouderijen. Dat zou gepaard gaan met een totaal verlies van 2000 arbeidsplaatsen in de primaire sector, veehandel en -transport, toeleveringsbedrijven en bij de bedrijfsbegeleiders. Volgens de PVE blijkt uit onderzoeksrapporten dat verkorting van de reisduur niet leidt tot verbetering van het dierenwelzijn. Men constateert dat het aantal slachterijen afneemt waardoor de behoefte aan transport toeneemt. Hoewel men het ideaal onderschrijft van dieren die hun geboorteregio niet verlaten zien de PVE in transportrichtlijn niet het middel om een structuurwijziging te bewerkstelligen.
Voor de PVE is het dierenwelzijn vooral gebaat bij goede vervoersmiddelen, adequate facilitaire voorzieningen op de veewagen en vakkundige chauffeurs. Men acht dit belangrijker dan lange rustpauzes waarbij dieren in diverse klimatologische omstandigheden op de wagen moeten blijven. PVE pleiten voor een kwalitatief goed transport, waarbij zo snel mogelijk de plaats van bestemming wordt bereikt. Men denkt dat een verplichte invoering van het GPS-systeem gekoppeld aan een boordcomputer die enkele data registreert, kan bijdragen aan de kwaliteit. PVE zetten vraagtekens bij de aanpassing van de beladingsgraad die wordt voorgesteld en mist de wetenschappelijke argumentatie voor de verhoging van de compartmenten. Het is voor hen niet duidelijk welke voordelen het verlies van een transportlaag oplevert ten aanzien van het dierenwelzijn.
De Stichting Solidariteit Pluimveehouderij organiseert op maandag 3 november in de Jaarbeurs in Utrecht 'Hét Nationale Pluimveedebat'. Doel van dit debat is om met pluimveehouders, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden te komen tot een breed gedragen visie op de toekomst van de pluimveehouderij in Nederland. Sinds de uitbraak van klassieke vogelpest in het afgelopen voorjaar stellen pluimveehouders zich de vraag 'hoe gaan we verder'. Zijn er veranderingen nodig, en zo ja hoe komt de inrichting van de sector, en dus mijn bedrijf er dan uit te zien? Met het pluimveedebat hopen de initiatiefnemers een richting aan te geven voor de toekomst van de sector. "We streven naar een open debat met sectorgenoten, maatschappelijke organisaties en overheden", vertelt Tonny Zents voorzitter van de Stichting Solidariteit Pluimveehouderij.
Het pluimveedebat wordt gehouden in de Jaarbeurs te Utrecht en duurt van 10.00 tot 16.30 uur. Sprekers zijn Marijke de Jong van de Dierenbescherming, Marc Jansen van Centraal Bureau Levensmiddelenhandel en Leo den Hartog van Wageningen UR. Tijdens het middagprogramma volgt er een aanzet tot een visie voor de vleespluimveesector en de legpluimveesector. Na een toespraak van minister Veerman van LNV wordt daarover gediscussieerd.
Volgens Zents is het belangrijk voor de toekomst van de pluimveesector dat veel pluimveehouders het debat bezoeken. "Een hoge opkomst is immers een duidelijk signaal aan minister Veerman dat de sector zelf toekomstmogelijkheden ziet voor een volwaardige pluimveehouderij in Nederland en dat sector openstaat voor signalen vanuit de maatschappij."
Deelname aan het pluimveedebat op maandag 3 november in Utrecht is gratis. Wel moet men zich vooraf aanmelden, dat kan tot uiterlijk 25 oktober via de website www.solidariteitpluimveehouderij.nl of per fax: 0314-362 449.
Het Europese Hof vindt het Nederlandse mineralen- systeem (Minas) ontoereikend om aan de eisen van de Nitraatrichtlijn te voldoen. Nederland zal verplicht worden om gebruiksnormen in te voeren. NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel vond Minas voor de pluimveesector geen al te best systeem. ,,We hebben het in de benen gehouden vanwege de onderbouwing van de derogatieaanvraag." Hij houdt er rekening mee dat de uitspraak van het Hof op termijn weer leidt tot een fors landelijk mestoverschot, hetgeen volgens hem pleit voor oprichting van een mestverbrandingscentrale.
Pluimveehouders die bij de toedeling van pluimveerechten te kort zijn gedaan, rest niets anders dan de gang naar de rechter. Om te beoordelen of een juridische procedure zin heeft, wil de overheid pluimveehouders, die dit overwegen, een financiele bijdrage geven voor een juridische toets. De NOP heeft pluimveehouders deze week een brief gestuurd waarin de te bewandelen weg wordt toegelicht.
In 2005 wordt het tweejaarlijkse congres van de International Egg Commission in Nederland gehouden. De PVE gaat de voorbereidingen coördineren. Het congres 2003 vond vorige week plaats in Chili. Veel aandacht ging uit naar de EU-welzijnsregelgeving voor leghennen. Europese partners hebben er afspraken gemaakt over de inbreng ten behoeve van de herziening van die regelgeving in 2005. Tevens heeft de IEC een wereldwijd standpunt ingenomen over het welzijn van leghennen. Aan het concept wordt nog wat geschaafd. Het zal dit najaar worden gepubliceerd.
Kom maandag 3 november naar Het Nationaal Pluimveedebat van de Stichting Solidariteit Pluimvee- houderij in de Jaarbeurs in Utrecht. Zie voor meer informatie de internetsite van de stichting.
Omschakelaars
Nogal wat pluimveehouders in de vleeskolom orienteren zich op de legsector. Dat geldt voor vlees- kuikenhouders, maar nog meer voor vermeerderaars. Hans van Santvoort startte vijf jaar geleden als vermeerderaar. Met 25.000 dieren in vijf stallen bleek het bedrijf arbeidsintensiever dan verwacht. Dit gevoegd bij de minder goede marktvoorzichten deed de jonge ondernemer besluiten om te schakelen naar scharrel- kippen. Een deel van de afzet zoekt hij dicht bij huis. ,,Omdat we dicht tegen Wychen is het de bedoeling rechtstreeks te leveren via huisverkoop en aan winkeliers en horeca.'' Vleeskuikenhouder Tonny Hospers uit Wijster stapt ook over op de productie van scharreleieren. Hij kan op het beschikbare stalopper- vlak voor 81.000 vleeskuikens 42.000 scharrelhennen plaatsen. De milieuvergunning leverde geen problemen op. Wel moet nog 4000 kg fosfaat worden aangekocht. ,,Al met al zie ik de omschakeling wel zitten. Ik heb de indruk dat de mensen waar ik nu mee te maken krijg wat gemakkelijker, wat ruimer denkend zijn. Ik voel me daar nu al thuis."
Begeleiding
Het najaarsprogramma 'De volgende ronde' van SEP Veehouderij biedt handvatten om plannen te maken voor de toekomst. NOP-secretaris Alex Spieker en SEP-regiomanager Jose Laheij hebben sterk het gevoel dat de pluimveehouderij op een kruispunt staat. Doorgaan op de oude weg is voor weinig bedrijven nog een optie. ,,Toch hoeft een verandering niet spectaculair te zijn", relativeert Spieker. "Die moet altijd aansluiten op de visie van de ondernemer en de huidige bedrijfssituatie. Na begeleiding door SEP kan de conclusie ook zijn: ik zit op de goede weg, en ik heb een paar nieuwe ideeen."
Space
Eind september vond in het Franse Rennes de vakbeurs Space plaats. Deze inmiddels grootste veehouderijbeurs van Frankrijk krijgt ook steeds meer internationale allure. De beurs trok 115.000 bezoekers, twee procent meer dan vorig jaar. Redactie Pluimvee- houderij keek rond op de beurs en doet verslag.
McDonald's zet met magere Chicken McNugget verder in op 'gezond'
McDonalds introduceert een nieuwe magerdere variant van de Chicken McNugget. Met het product wil de fastfoodgigant zich richten op consumenten die bewust kiezen voor gezonde voeding. Het segment voor 'gezonde' voeding wordt economisch steeds aantrekkelijker. Het nieuwe kipproduct zal eerst in een proefmarkt worden getest, maar zal vervolgens breed beschikbaar gaan komen. McDonalds beweegt zich steeds meer in de richting van vetarme producten. Analisten beweren dat dit te maken heeft met de dalende winsten omdat consumenten op zoek gaan naar gezondere alternatieven.
De nieuwe McNuggets bestaat uit 6 stukjes kip en bevat in plaats van 310 nog maar 260 calorieën. De hoeveelheid vet is van 20 gram tot 16 gram terug gebracht. De hamburgerketen startte onlangs een promotiecampagne voor een volwassen versie van het Happy Meal waarin ook een salade is opgenomen. Een folder moet mensen daarbij aanzetten om meer te gaan bewegen en het concern gebruikt een pedometer om het wandelen aan te moedigen.
Het Openbaar Ministerie in Rotterdam heeft het onderzoek in een omvangrijke mestfraudezaak afgesloten. Vijf verdachten moeten zich voor de rechter verantwoorden. Veertig akkerbouwers en veehouders kunnen vervolging afkopen. Voor overschrijdingen van de fosfaatproductie moeten ze justitie totaal ruim 400.000 euro betalen. Dertien zaken zijn geseponeerd. De verdachten omzeilden de meststoffenwetgeving. Hun veeteelt- of pluimveebedrijven maakten op papier gebruik van grondgebonden mestproductierechten van akkerbouwers. Die akkerbouwers ontvingen daarvoor een financiële vergoeding. Door deze constructie realiseerden de veehouders een overproductie van ruim 350.000 kilo. De fraude werd al in 1999 door de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw ontdekt bij enkele boerenbedrijven op Goeree-Overflakkee. Deze zaken lopen inmiddels in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag. Justitie begon een onderzoek, waarbij andere overtredingen in heel Nederland aan het licht kwamen. De vijf akkerbouwers en veehouders die mogelijk nog dit jaar voor de rechter komen, hadden overschrijdingen van tussen de 20.000 en 110.000 kilo fosfaat.
Een structurele verlenging van het uitrijverbod van dierlijke mest is milieukundig en landbouwkundig ongewenst. Tot die conclusie komt minister Veerman van LNV na het negatieve advies van de Technische Commissie Bodembescherming (TCB). De aanleiding van de adviesaanvraag door Veerman was het uitstel van de uitrijperiode in 2002 na een natte periode in de nazomer. De TCB is ingegaan op voor- en nadelen van een dergelijke verlenging en kwam tot de conclusie dat een structurele verlenging ongewenst is. Sterker nog, zij concludeerde dat vanuit milieukundige overwegingen zelfs een verkorting van deze periode meer voor de hand ligt.
Ook in het recente advies, uitgebracht ten behoeve van het besluit om dit jaar opnieuw vrijstelling van het uitrijverbod te verlenen, heeft de TCB een negatief advies uitgebracht. Deskundigen van Wageningen UR sluiten zich aan bij het advies van de TCB, aldus Veerman.
Milieukundig is verlenging ongewenst omdat vanaf augustus een toenemende uitspoeling van nutriënten optreedt. Landbouwkundig is het ongewenst omdat na 1 september de mineralenbenutting laag is en omdat het vooral een probleem van mestopslagcapaciteit blijkt te zijn. Daarvoor kunnen ondernemers in bijzondere omstandigheden zelf voorzieningen treffen door deze mest zonodig elders op te slaan, aldus de TCB.
Eén op de vier Nederlandse levensmiddelenfabrikanten reageert niet of te laat op vragen van consumenten. Bovendien zijn de meeste antwoorden beneden de maat. Fabrikanten zouden een voorbeeld moeten nemen aan de e-mailgedragslijnen voor overheden. Dat blijkt uit de derde editie van de Nationale E-mailtest van Elsevier Voedingsmiddelen Industrie. Het onderzoek is uitgevoerd door NetPanel, een bureau dat veel onderzoek doet naar internetcommunicatie. Aan 42 bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie werd een e-mail verstuurd met een vraag over de voedselveiligheid van één van hun producten. NetPanel onderzocht naast de reactiesnelheid ook de kwaliteit van de antwoorden en de toegankelijkheid van de sites van de fabrikanten.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de meeste bedrijven een vraag van consumenten pas na enkele dagen, of soms pas na een week beantwoorden. Enkele bedrijven reageren in het geheel niet. Erger is dat veel bedrijven blijkbaar niet inhoudelijk op vragen van consumenten wensen te reageren; zij sturen een nietszeggend standaardantwoord.
Opvallend is dat de meeste antwoorden afkomstig waren van de afdeling consumentenservice. In een paar gevallen waren de vragen beantwoord door managers van de afdeling kwaliteitscontrole. Deze kwamen met duidelijke persoonlijke en begrijpelijke antwoorden.
Volgens NetPanel zouden fabikanten een voorbeeld moeten nemen aan de e-mailgedragslijnen voor overheden. Deze gedragslijn van burger@overheid geeft aan hoe overheden moeten handelen bij ontvangst, beantwoording en archivering van e-mail. De gedragslijn gaat ook in op het hanteren van richtlijnen en het monitoren van prestaties.
Het invoeren van een heffing op dieronvriendelijk geproduceerd vlees uit derde landen is lastig, omdat er dan op Europees niveau afspraken moeten worden gemaakt en er voldaan moet worden aan de WTO-handelsregels. Dat schrijft minister Veerman van LNV in antwoord op vragen van het Tweede-Kamerlid Diederik Samson (PvdA). In een interview met Trouw zei Veerman dat als liberalisering van de wereldhandel betekent dat de consument toch weer in de verleiding komt voor het goedkoopste product te kiezen, er wellicht gedacht moet worden aan een heffing. Dit om het prijsverschil met diervriendelijke producten te verkleinen.
Volgens Veerman is tijdens de WTO-onderhandelingen in Cancún echter gebleken dat het erg moeilijk is onderwerpen van zorg te bespreken die buiten de onmiddellijke sfeer van de handelsafspraken liggen, zoals dierenwelzijn en voedselveiligheid. Op zich biedt de WTO wel ruimte om dergelijke onderwerpen te betrekken in wet- en regelgeving, stelt Veerman. Voor gespecialiseerde organisaties, zoals de wereldvoedselorganisatie (FAO) en de Office International des Epizooties (OIE) is er overigens ook een rol weggelegd om overeenstemming te bereiken over (het belang van) de wijze van productie.
De technische uitwerking van een dergelijke heffing zal overigens ook niet eenvoudig zijn, omdat veilige en op diervriendelijke wijze geproduceerde producten op enigerlei wijze herkenbaar moeten zijn. Dit vergt bijvoorbeeld door de EU erkende certificering van deze producten in die derde landen waar die producten vandaan komen. Een andere mogelijkheid zou volgens Veerman zijn om bilaterale overeenkomsten te sluiten met derde landen die veilige en op diervriendelijke wijze geproduceerde producten voortbrengen.
Veerman is bereid deze thematiek op Europees niveau aan de orde te stellen. Als het mogelijk is een gedifferentieerd invoerrecht in te stellen, dan moet er wel gedacht worden aan de lange termijn, aldus de minister.
Partij voor de Dieren vreest voor infiltratie boeren en jagers
De Partij voor de Dieren (PvdD) vreest dat boeren uit de bio-industrie, nertsenfokkers en jagers zich als partijlid aanmelden en de macht binnen de partij overnemen. De partij heeft een speciale commissie aangesteld om dat te voorkomen. De angst die heerst binnen de PvdD belemmerd de oprichting van lokale afdelingen. Dierenactivist en partijlid Bert Stoop uit Groningen vindt dit een slechte ontwikkeling. Stoop, die tijdens de Tweede Kamerverkiezingen meer dan 800 voorkeursstemmen kreeg in Groningen, vindt de angst overdreven en dreigt zijn lidmaatschap van de PvdD op te zeggen.
De consument laten betalen voor destructie- en BSE-testkosten in de vorm van een consumentenheffing op vlees zal de vee- en vleessector niet financieel ontlasten. Dat schrijft minister Veerman van LNV in een reactie op een motie van CDA-Kamerlid Atsma. Veerman verwacht niet dat de prijsvorming in de vleesketen zich door een dergelijke heffing zal laten sturen. Veerman verwijst hierbij naar een onderzoek van het LEI. Daaruit blijkt dat die prijsverhoging uiteindelijk geheel of gedeeltelijk zal worden afgewenteld op andere partijen in de keten doordat een consumentenheffing op vlees verschuivingen in vraag en aanbod en uiteindelijk in de prijs teweeg zal brengen. Daarbij heeft het LEI geconcludeerd dat het voor BSE-testkosten geen verschil maakt als die kosten door middel van een heffing opgelegd worden aan de consument of aan de producent.
Een consumentenheffing op vlees leidt in beginsel tot een gelijke lastenverzwaring voor de vee- en vleessector als wanneer de heffing aan een andere partij in de keten, bijvoorbeeld de producent zelf, wordt opgelegd. Dat geldt ook voor een dergelijke financiering van andere kosten, zoals destructiekosten.
Toevoeging aan kippenvoer kan 'verenpikken' verminderen
Verenpikken is een enorm probleem voor de leghennenhouderij. Yvonne van Hierden ontdekte tijdens haar promotieonderzoek aan de Rijksuniveristeit Groningen dat het toevoegen van een bepaald aminozuur aan de voeding dit schadelijke gedrag kan helpen verminderen. Deze stof werkt op het stress-systeem in de hersenen, dat bij verenpikkende kippen verstoord blijkt. Uit onderzoek is bekend dat zowel genetische aanleg als omgevingsfactoren een rol spelen bij verenpikken. In de natuur komt het niet voor. Preventie is het devies, want eenmaal uitgebroken is verenpikken niet meer te stoppen. Tot nu toe heeft niets gewerkt, van het verduisteren van de stallen en het kappen van de snavels tot het strooien van voedsel in het zaagsel om ze bezig te houden.
De promovendus heeft het probleem van verenpikken benaderd als een gedragsstoornis, vergelijkbaar met een dwangstoornis bij mensen, waarbij de reactie op stressoren in de hersenen is verstoord. Bij de kuikens heeft ze stress uitgelokt door ze vijf minuten op hun zij vast te houden. Bij de kuikens met meer aanleg voor verenpikken reageert het stress-systeem slechter, en in de hersenen is de hoeveelheid van de neurotransmitter serotonine kleiner. Dat betekent dat hun systeem slecht functioneert en ze slechter met stress om kunnen gaan dan de kuikens met minder aanleg, waarbij de respons duidelijk hoger was.
Van Hierden ontdekte vervolgens dat de reactie van de hersenen op stress gunstig te beïnvloeden is met het aminozuur TRP. TRP blijkt via werking op het serotonine-systeem het verenpikken te kunnen verlagen. TRP komt al in lage concentraties voor in kippenvoer, en het is daarom een voor de hand liggende stap om de gehaltes in voer iets te verhogen.
Preventie van verenpikken via de voeding is een manier, maar ook naar omgevingsfactoren moet worden gekeken. Vermoedelijk gaat het in de legbatterij mis, waar de kuikens niet kunnen scharrelen omdat ze op roosters staan. De kuikens die uiteindelijk naar een scharrelkippenhouder gaan, kunnen zelfs nog meer problemen krijgen, omdat ze daar weer aan een nieuwe omgeving moeten wennen. Houders van scharrelbedrijven zouden zelf de kuikens moeten grootbrengen, mede omdat bij hen de gevolgen van verenpikken veel groter zijn dan in een legbatterij, waar elke kip maar drie of vier buren heeft.
Van Hierden vermoedt tot slot dat de genetische aanleg voor verenpikken momenteel steeds meer voorkomt door de selectie van rassen en soorten die kippenfokkers toepassen. De kippen met meer aanleg voor verenpikken legden ook grotere eieren. Het lijkt erop dat de eigenschappen voor afwijkend gedrag zijn meegeselecteerd, maar verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen
3 oktober 2003 - Het Europese Hof van Justitie vindt dat Nederland met zijn mestbeleid op een aantal punten niet voldoet aan de Europese eisen. Dat blijkt uit de uitspraak vandaag van het Hof in de inbreukprocedure over de uitvoering door Nederland van richtlijn 91/676/EEG, de Nitraatrichtlijn. Het Hof vindt onder meer dat het Nederlandse mineralen aangiftesysteem (MINAS) ontoereikend is om aan de eisen van de Nitraatrichtlijn te voldoen. Tegen een uitspraak van het Hof staat geen hoger beroep open. Nederland is verplicht het Hofarrest uit te voeren en zijn mestbeleid aan te passen. Tot die aanpassingen zijn doorgevoerd blijft de bestaande wet- en regelgeving volledig van kracht, inclusief MINAS. Een eerste analyse leert dat waarschijnlijk aanpassingen op de volgende punten nodig zijn. Nederland zal gebruiksnormen moeten invoeren, normen voor de maximale hoeveelheid mest per hectare. Dit komt niet onverwacht. Nu wordt de mestgift gereguleerd via de verliesnormen in het Minasstelsel. Met de Europese Commissie was al afgesproken dat Nederland een gebruiksnorm voor dierlijke mest zou invoeren. Bij die gebruiksnormen moeten nu ook kunstmest en andere meststoffen worden meegenomen. Nederland moet ook nadere eisen stellen aan de minimum mestopslagcapaciteit op bedrijven. Een verdere analyse moet uitwijzen of andere aanpassingen nodig zijn.
Het Hofarrest moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Voor wijzigingen van wet- en regelgeving is zeker anderhalf tot twee jaar nodig. Het streven is om nieuwe regels uiterlijk 1 januari 2006 in werking te laten treden.
De uitspraak van het Hof is het einde van de inbreukprocedure, die op 29 september 1998 aanving met de schriftelijke aanmaning van de Commissie. Op korte termijn zal overleg met de Commissie plaatsvinden over de consequenties van het Hofarrest. Staatssecretaris Van Geel en minister Veerman gaan er evenals Europees Commissaris Wallström van uit dat dat overleg in een constructieve sfeer zal plaatsvinden. Bij dat overleg komt ook aan de orde wat de gevolgen van de Hofuitspraak zijn voor het gesprek tussen Nederland en de Commissie over een uitzondering op de normen van de Nitraatrichtlijn (derogatie). In december 2003 moet Nederland een nieuw actieprogramma voor de periode 2004-2007 in het kader van de Nitraatrichtlijn aan de Europese Commissie voorleggen. Dit actieprogramma moet in overeenstemming zijn met de Hofuitspraak.
Nitraatrichtlijn De Nitraatrichtlijn is bedoeld om ervoor te zorgen dat het grond-en oppervlaktewater wordt beschermd tegen vervuiling met nitraat uit agrarische bronnen. Nitraat is een minerale voedingsstof voor planten die vrijkomt bij het gebruik van mest op en in de bodem.
Minas Minas staat voor mineralen aangiftesysteem. Dat houdt in dat veehouders via een mineralenboekhouding bijhouden welke mineralen op het bedrijf komen en weer verlaten. Heffingen moeten voorkomen dat er onacceptabel veel mineralen in het milieu terecht komen.
Knelpunten in de hedendaagse vleeskuikenhouderij zijn volgens de Commissie Alders de bezettings- dichtheid en de uitval. Ook is het van belang dat de dieren een leefomgeving hebben waarin ze een zo gevarieerd mogelijk soorteigen gedrag kunnen uitvoeren. Vanuit deze welzijnsgedachte heeft het ministerie van LNV het Praktijkonderzoek gevraagd onderzoek te doen gericht op mogelijkheden om het welzijn van vleeskuikens te verbeteren door middel van omgevingsverrijking. In dit kader heeft het Praktijk- onderzoek onderzoek gedaan aan een stalsysteem waarbij vleeskuikens in de tweede helft van de groeiperiode toegang kregen tot een overdekte buiten- uitloop. Via de uitloop wordt tevens de bezettings- dichtheid verlaagd. Het bleek dat de kuikens met name in de zomer goed gebruik maakten van de uitloop. De toegang tot de uitloop had geen invloed op de groei en de uitval. Wel was het voerverbruik iets hoger, hetgeen resulteerde in iets een hogere voerconversie.
Promotie weer van start
Vanwege de vogelpestcrisis waren de collectieve promotieactiviteiten van pluimveevlees en eieren in Nederland en Duitsland stilgelegd. Nu deze periode achter de rug is, gaan de campagnes weer van start. Omdat er zeven maanden geen promotie heeft plaatsgevonden, kan met het resterende budget kip tot half december stevig in de spotlights worden gezet. Om veel consumenten zo vaak mogelijk te bereiken en om versnippering te voorkomen, wordt er alleen reclame op televisie en radio gemaakt. Voor de promotie van eieren in Nederland en Duitsland worden geen nieuwe activiteiten meer ontwikkeld. De internet- sites www.ei-info.nl en www.eirecepten.nl blijven wel bestaan. Ook de begin dit jaar samen met de Stichting Blij met een Ei en het Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten (CPE) uitgebrachte folder 'eiAllerlei' blijft beschikbaar. Verder zullen op een geschikt moment vier mailings aan Nederlandse supermarkten worden verzonden.
Vleeskuikenprijs onder druk?
Toen op 22 augustus de vogelpest over was zijn massaal vleeskuikens opgezet. Die vleeskuikens zijn nu slachtrijp. Gaat de prijs nu compleet onderuit? Het blijkt mee te vallen. Volgens Jan Scholten, voorzitter van de kring vleeskuikens komt dat omdat de Nederlandse versvoorraad compleet op is. Financieel directeur Johan Visser van Storteboom voorziet wel slechtere prijzen voor de middellange termijn.
De intensieve veehouderij hoeft niet weg uit Nederland, maar moet wel veranderen. Voor die verandering is richting en ruimte nodig. Een belemmering vormt momenteel de gedetailleerde wet- en regelgeving. Andere aandachtspunten zijn ketens, certificering en koop- krachtige afzetmarkten. Deze punten zei minister Veerman te hebben opgepikt uit het eerste debat over de toekomst van de Nederlandse intensieve veehouderij, afgelopen woensdag in Deventer.
De Nepluvi heeft het contract met voorzitter Douwe Halbesma, dat per 1 oktober afliep, niet voortgezet. Als reden noemt de vereniging dat zij de bezetting van het kantoor in Houten wil terug brengen om zodoende haar leden niet te confronteren met een extra contributie- verhoging.
Minister Veerman gaat de tijdelijke regeling monitoring AI zo spoedig mogelijk permanent maken. Dat heeft hij meegedeeld tijdens het algemeen overleg met de de Tweede Kamer. De PVE hadden vorige week in een brief aan de bewindsman er op aangedrongen de monitoring naar laag pathogene aviaire influenza (LPAI) op korte termijn operationeel te maken.
Kom maandag 3 november naar Het Nationaal Pluimveedebat van de Stichting Solidariteit Pluimvee- houderij in de Jaarbeurs in Utrecht. Zie voor meer informatie de internetsite van de stichting.
Uitspraak Europese Hof gebaseerd op te starre Brusselse milieuregels
Discussie over nieuwe mestregels komt in stroomversnelling
LTO Nederland is niet verrast door de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de Nederlandse invulling van de EU-Nitraatrichtlijn, maar ergert zich aan het feit dat het Hof het mineralen aangiftesysteem (Minas) niet accepteert. Het Hof gaat vanwege de starre EU-regels voorbij aan de milieuprestaties, die boeren en tuinders leveren en die in de praktijk kunnen worden aangetoond. In de Nitraatrichtlijn worden alle agrarische ondernemers in Europa echter over één kam geschoren, terwijl in ons land al jarenlang de lijn wordt gevolgd om de ondernemers die het uit milieu-oogpunt het beste doen, in hun bedrijfsvoering de meeste ruimte te geven.
LTO is van mening dat niet al te dramatisch gedaan moet worden over de uitspraak van het Hof van Justitie. De uitspraak gaat namelijk over het mestbeleid uit 1999, dat intussen ingrijpend is aangepast. Zo wordt intussen gewerkt met Mestafzet-overeenkomsten en mag minder mest over het land worden uitgereden. Bovendien gelden strengere regels voor de wijze waarop en de periode waarin de mest over het land mag worden verspreid.
Tegen die achtergrond heeft de Nederlandse overheid een verzoek (derogatie) ingediend bij de Europese Commissie. De richtlijn schrijft voor dat op boerenland in principe niet meer dierlijke mest mag worden gebruikt dan overeenkomt met 170 kg stikstof per hectare. Nederland pleit echter voor een maximaal niveau van 250 kg stikstof, omdat gewassen, klimaat, bodem en groeiomstandigheden zodanig zijn, dat de stikstofopname hier veel groter is dan elders. Een soortgelijk gelijk derogatie-verzoek van Denemarken is eerder door de Europese Commissie gehonoreerd.
Over het verzoek is de Nederlandse overheid al geruime tijd in onderhandeling met de Commissie. Het draait hierbij om de vraag of op bedrijfsniveau meer dierlijke mest mag worden gebruikt dan Brussel voorschrijft. De onderhandelingen tussen Den Haag en Brussel naderen de ontknoping, nadat medio deze zomer bleek dat beide partijen elkaar dicht waren genaderd. In hoeverre het tussentijdse onderhandelingsresultaat door de uitspraak van het Europese Hof wordt beïnvloed is nog onduidelijk.
Sinds 1998 heeft Nederland het Minas-systeem ingevoerd. Hieruit blijkt op bedrijfsniveau hoeveel mineralen uiteindelijk in het milieu terechtkomen. Op overschrijding van deze zogenoemde verliesnormen staan fikse boetes. Het systeem is gebaseerd op de combinatie bodem en gewas, en de behoefte aan stikstof. Het mineralenmanagement van de ondernemer speelt hierbij een belangrijke rol. Het Minas-systeem voorkomt, dat veehouders te ver over de milieunormen heen schieten.
De lopende politieke discussie over het in Nederland te voeren mestbeleid krijgt op korte termijn een vervolg en komt volgens LTO door de uitspraak van het Hof in een stroomversnelling. Het uiteindelijke resultaat zal moeten zijn dat wordt voldaan aan de Europese regels en dat tegelijkertijd uitvoering wordt gegeven aan de afspraken binnen het kabinet om de administratieve lastendruk met veertig procent te verminderen.
Tweede Kamer: gewelddadige dierenactivisten zijn terroristen
Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat dierenrechtenactivisten die zich schuldig maken aan bedreigingen, brandstichting of andere gewelddadige acties, als terroristen beschouwd moeten worden. Ook is de Kamer van mening dat politie en jusititie een hogere prioriteit aan het opsporen van geweldadige dierenactivisten moeten geven. Dat bleek gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer met minister Donner van justitie. CDA, VVD en LPF vinden dat geweldadige dierenactivisten onder de aanstaande terrorismewetten zouden moeten vallen, waardoor zij makkelijker op te sporen zijn en het mogelijk wordt om deze activisten langer achter slot en grendel te zetten.
Volgens Donner vallen dierenrechtenactivisten op dit moment niet onder de terrorismewet omdat de actievoerders zich alleen tegen bepaalde ondernemingen richten. Onder terrorisme vallen alleen die acties die er op gericht zijn de politiek in een bepaalde richting te dwingen, aldus Donner. Daarnaast vindt de minister dat het weinig zin heeft om dierenactivisten onder de terroristenwet te laten vallen als de pakkans niet vergroot wordt. De opsporing wordt bemoeilijkt doordat activisten in cellen opereren en vaak uit het buitenland komen, aldus Donner.
Het aantal gevallen van dierenactivisme is de laatste jaren fors toegenomen. Waren er in 1999 nog 39 meldingen, in 2002 waren dat er 110 en dit jaar staat de teller al op 107.
Tot verbijstering van de Kamerleden zei de bewindsman dat het tot voor kort totaal ontbrak aan gecoördineerd onderzoek naar gewelddadige dierenactivisten, omdat de regionale politiekorpsen daar geen brood in zagen. Begin dit jaar stelde Donner daarom de landelijke recherche en het Korps Landelijke Politiediensten verantwoordelijk. Die moeten verbanden tussen de talrijke incidenten ontdekken en activisten achter de tralies krijgen.
Ondanks de vogelpest zijn de resultaten van Cehave Landbouwbelang in het eerste half jaar van 2003 verbeterd ten opzichte van dezelfde periode in 2002. De drastische herstructureringen van de onderneming hebben bijgedragen aan deze verbetering zo meldt het concern. De coöperatie heeft daarom besloten om een prijscorrectie aan haar leden uit te keren van € 2,50 per ton over de periode tot en met september. De omzet van Cehave Landbouwbelang daalde van 516 miljoen naar 398 miljoen euro. Dit verklaart het bedrijf vooral uit het afstoten van activiteiten en als een gevolg van de vogelpestuitbraak. De voeromzet daalde als gevolg van de krimp in de varkenssector en door het leegstaan van stallen vanwege de vogelpest. Vleeskuikenslachterij Astenhof slachtte aanzienlijk minder dieren. Het bedrijf concentreede zich op de afzet in het vers retail segment. Daarnaast bleef de Nederlandse vestiging gedurende enkele maanden gesloten vanwege de vogelpest.
Het bedrijfsresultaat, exclusief de kosten gemaakt tengevolge van de vogelpest, steeg van een verlies van 5,9 miljoen naar een winst van 3,0 miljoen euro. De kosten van de vogelpest in het eerste halfjaar van 2003 bedroegen circa 5,1 miljoen. Daardoor kwam het bedrijfsresultaat uit op een verlies van 2,1 miljoen euro. De financiële baten en lasten kenden een negatief saldo van 1,4 miljoen, hetgeen een verbetering is van 2,8 miljoen ten opzichte van 2002. Het netto resultaat van Cehave Landbouwbelang verbeterde zodoende van -10,1 miljoen in 2002 tot -3,5 miljoen euro in 2003.
De balans van het concern is in de periode versterkt door het gebruik van het werkkapitaal te optimaliseren en door het effect van het verkopen van niet-kernactiviteiten. In de afgesloten periode zijn onder andere de Boerenbond-activiteiten verkocht en is het belang in Dumeco in Best Agrifund ondergebracht. De solvabiliteit eind juni was 38,2%. Begin juli, nadat alle formaliteiten rondom de Boerenbond-activiteiten en de transactie met Best Agrifund waren afgerond, bedroeg de solvabiliteit 42%. De resultaten van de Nederlandse en buitenlandse voeractiviteiten en de positieve ontwikkeling van de balans zijn voor de coöperatie aanleiding om over de voeromzet tot en met september aan de leden een prijscorrectie uit te keren. Deze bedraagt € 2,50 per ton. Over 2002 werd € 2,00 per ton uitgekeerd.
Cehave Landbouwbelang ziet een verbetering van de marktomstandigheden voor de Nederlandse landbouw als gevolg van de warme zomer. De in het bedrijf aanwezige kennis om de wereldwijd beschikbare grondstoffen om te zetten in hoogwaardige diervoeders moet tot kostenvoordelen leiden ten opzichte van concurrenten die zijn aangewezen op lokaal aanwezige gewassen. De coöperatie verwacht prijsstijgingen van bepaalde grondstoffen goed op te kunnen vangen zonder dat dit tot soortgelijke prijsverhogingen in het mengvoer leidt. De verbetering van de resultaten, die als gevolg van het pakket aan herstructureringsmaatregelen is ingezet, lijkt zich in de tweede helft van het jaar door te zetten zo meldt het concern.
Debat: er moet intensieve veehouderij in Nederland blijven
Er moet intensieve veehouderij in Nederland blijven. Dat vond 77 procent van de meer dan tweehonderd deelnemers aan het eerste regionale debat over de intensieve veehouderij dat gisteravond in Deventer plaatsvond. De aanwezigen waren van diverse pluimage; voor het grootste deel veehouders, daarnaast consumenten, mensen uit de 'kolom', vertegenwoordigers van natuur-, milieu- en dierenbeschermingsorganisaties, LTO, etc. Minister Veerman van LNV leidde het debat in. Volgens hem heeft iedereen uiteindelijk hetzelfde doel: een veehouderij die past bij de maatschappelijke eisen en waar we trots op kunnen zijn. Veerman vroeg zich dan ook af wat het probleem eigenlijk is. Maar dat wilde hij juist van de aanwezigen horen. De minister zei niet helemaal blanco het debat in te gaan, een aantal dingen stonden voor hem vast: veehouders moeten met opgeheven hoofd hun bedrijf uit kunnen oefenen én consumenten moeten zich realiseren dat ze met hun koopgedrag veel meer beïnvloeden dan alleen hun eigen portemonnee.
De eerste stelling van de avond sloot hier direct op aan: De consument is de zwakste schakel in de duurzame ontwikkeling. Daarmee was 68 procent het eens en 28 procent oneens. Een van de aanwezigen vond dat de consument niet voldoende wordt voorgelicht en daarom niet de 'schuld' in de schoenen kan worden geschoven. Niet iedereen was het daarmee eens. De consument neemt altijd het goedkoopste, stelde een varkenshoudster. Toen in de zaal de vraag werd gesteld wie biologische producten koopt en slechts een klein aantal mensen hun hand opstaken, leek haar opmerking te worden bevestigd.
De tweede stelling luidde: Er moet intensieve veehouderij in Nederland blijven. Daarmee was 77 procent van de deelnemers het mee eens. Er moet zicht blijven hoe het voedsel wordt geproduceerd en dat kan niet als de producten uit bijvoorbeeld Brazilië komen, aldus een van de aanwezigen. Iemand anders opperde dat er voor de supermarkten een belangrijke taak is weggelegd; de Nederlandse veehouder moet een goede prijs voor de producten ontvangen om te kunnen concurreren met goedkope productielanden. Helaas was er niemand uit de retail aanweizg die hierop kon reageren.
Met de stelling 'Dieren binnen is beter dan buiten' was 46 procent het eens en 37 procent oneens. Reacties op de stelling waren onder andere dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen grondgebonden en intensieve veehouderij en dat de burger mee moet betalen ingeval van een uitbraak van dierziekten. Een aanwezige vroeg zich wat er in die 'geheimzinnige gebouwen' afspeelde als hij langs stallen fietst. Hij vond dat de burger zich geen beeld kan vormen over de intensieve veehouderij. Een veehouder zei dat onzin te vinden. Volgens hem zijn er voldoende open dagen voor de burger.
Minister Veerman sloot de avond af. De levendigheid en waardigheid tijdens de discussie waren hem opgevallen. Wel had het wat feller gemogen van Veerman. Volgens de minister was er aan het eind van het debat nog wel een tweedeling te zien, maar neigden de partijen wel meer naar elkaar. Het verlangen om tot een tot een oplossing te komen is er, aldus Veerman.
Aantal boerenbedrijven in Noordwest-Veluwe loopt sterk terug
In 2015 is het aantal agrarische bedrijven in de Noordwest-Veluwe aanzienlijk teruggelopen. Naar schatting zijn er van de ruim 2800 bedrijven in het gebied nog circa 1350 actief. Een onderzoek van de Gewestelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (GLTO) wijst dat uit. Tegelijkertijd neemt het aantal dieren in het gebied sterk af. De onderzoekers voorzien een daling van het aantal runderen met 35%. Het aantal varkens zal met 60% afnemen, het aantal kippen met 40% en het aantal vleeskalveren met 20%. De afname in het aantal bedrijven is vooral sterk langs de Randmeerkust tussen Wezep en Putten. Van de ruim 700 bedrijven in deze regio zouden er in 2015 nog slechts circa 300 over zijn. Verder doet zich een sterke daling voor in de agrarische enclave rond Garderen, Speuld, Staverden, Leuvenum, Elspeet en Uddel. Hier zou het aantal boerenbedrijven teruglopen van bijna 300 tot circa 130.
De GLTO, die het onderzoek uitvoerde in opdracht van de Veluwecommissie, stelt dat problemen met overbemesting in het gebied door deze ontwikkeling automatisch verdwijnen. De boerenorganisatie ziet voor de boeren in het gebied een belangrijke rol in het natuurbeheer en roept de overheid op om daarvoor de juiste voorwaarden te scheppen. Zo zou de overheid meer ruimte moeten laten voor bedrijfsverplaatsingen en soepeler moeten zijn bij het toestaan van technische maatregelen als verplaatsing niet mogelijk is. Verder wijst GLTO op de noodzaak van een betere verkaveling in het gebied langs de Veluwse randmeren. De organisatie ziet mogelijkheden om de waarde van de agrarische productie in het gebied op te voeren van 250 naar 330 miljoen euro zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de leefbaarheid in het gebied.