Nieuws
productschap PVE
Marktberichten
Veterinair
Culinair
Hier met die veer!
Kalkoenhistorie
Contact & Route
Adverteren?
 

Inloggen
Login aanvraag *
Wachtwoord
 vergeten

* Alleen voor
  Coolen BV klanten
 

Augustus 2010
Juli 2010
Juni 2010
Mei 2010
April 2010
Maart 2010
Februari 2010
Januari 2010
December 2009
November 2009
Oktober 2009
September 2009
Augustus 2009
Juli 2009
Juni 2009
Mei 2009
April 2009
Maart 2009
Februari 2009
Januari 2009
December 2008
November 2008
Oktober 2008
September 2008
Augustus 2008
Juli 2008
Juni 2008
Mei 2008
April 2008
Maart 2008
Februari 2008
Januari 2008
December 2007
November 2007
Oktober 2007
September 2007
Augustus 2007
Juli 2007
Juni 2007
Mei 2007
April 2007
Maart 2007
Februari 2007
Januari 2007
December 2006
November 2006
Oktober 2006
September 2006
Augustus 2006
Juli 2006
Juni 2006
Mei 2006
September 2010
April 2006
Maart 2006
Februari 2006
Januari 2006
December 2005
November 2005
Oktober 2005
September 2005
Augustus 2005
Juli 2005
Juni 2005
Mei 2005
April 2005
Maart 2005
Februari 2005
Januari 2005
December 2004
November 2004
Oktober 2004
September 2004
Augustus 2004
Juli 2004
Juni 2004
Mei 2004
April 2004
Maart 2004
Februari 2004
Januari 2004
December 2003
November 2003
Oktober 2003
September 2003
Augustus 2003
Juli 2003
Juni 2003
Mei 2003
April 2003
Maart 2003
Februari 2003
Januari 2003
December 2002
November 2002
Oktober 2002
September 2002
Augustus 2002
Juli 2002
Juni 2002
Mei 2002
April 2002
Maart 2002
Februari 2002
Januari 2002
December 2001
November 2001
Oktober 2001
September 2001
Augustus 2001
Juli 2001
Juni 2001
 

   Nieuws van September 2003

 Voorlopige samenvatting debat toekomst intensieve veehouderij
Dinsdag, 30 september 2003 door Henk Coolen
Het debat over de intensieve veehouderij is nu ongeveer een maand aan de gang. Op de zeven dilemma's komen honderden reacties binnen. 'Het doorberekenen van kosten op de consument' is één van de 'rode draden' in de reacties die tot nu toe zijn binnengekomen. U kunt nog tot 15 oktober 2003 uw mening geven over de dilemma's.
De zeven dilemma's zijn:

Het maatschappelijk belang of het bedrijfsbelang?

Wie betaalt de rekening: de samenleving of de bedrijven?

Dieren buiten of in de stal?

Overheidsingrijpen of vrije markt?

Nationale eisen stellen in een internationale markt?

Algemene grove regels of rekening houden met iedereen?

Vertrouwen is nodig, maar niet voldoende aanwezig
Zie voor een samenvatting van de reacties tot nu toe de site van LNV.

 Consument besteedt meer geld aan minder eieren
Maandag, 29 september 2003 door Henk Coolen
De eerste helft van dit jaar kochten de Nederlandse consumenten 3% minder eieren dan in dezelfde periode in 2001. Door de prijsstijging namen de bestedingen voor eieren wel fors toe. Dat blijkt uit gegevens die de PVE van het marktonderzoekbureau GfK hebben gekocht.
Door het krappe aanbod vanwege de vogelpest werden de eieren duurder. Ook omdat in plaats van een kooi-ei vaker een scharrelei werd gekocht ging de gemiddelde prijs van een ei omhoog. Verschillende supermarkten hebben de kooieieren uit het assortiment gehaald en bieden alleen nog scharreleieren en vrije uitloop-eieren aan.

Het aandeel van voorverpakte eieren is gestegen tot bijna 89%. Dat is een toename met 4,5% in vergelijking tot de eerste zes maanden van 2001. De grotere verpakkingseenheden deden het vanwege de gemiddeld lagere prijs per ei beter dan de kleinere.

De vogelpest verstoorde de normale verhouding tussen verhandelde witte en bruine eieren. Normaal gesproken bedraagt het aandeel van bruine eieren ongeveer 90%, 8% van de aankopen betreft witte eieren en 2% is gemengd. In het eerste halfjaar van 2003 was het aandeel van witte eieren verdubbeld tot bijna 16% en het aandeel van bruine eieren bedroeg 83%.

Van de huishoudelijke aankopen van eieren wordt inmiddels 83,4% in supermarkten gedaan. Dat is een toename met 5,5% ten opzichte van 2001. Van de in totaal aangekochte eieren gaat het in 48,7% om scharreleieren en is 47,7% afkomstig uit kooissystemen. De overige eieren betreffen vrije uitloop en EKO -eieren. Ten opzichte van 2001 is het aandeel eieren uit kooisystemen met 13% gedaald. In aantallen uitgedrukt steeg de omzet van scharreleieren met 9% maar in omzet was er sprake van een groei van 36%. Voor de vrije uitloop eieren groeide de stuksverkoop met 22% en nam de omzet in vergelijking tot 2001 met 54% toe.


 Nieuwe verdenking varkenspest in Denemarken
Maandag, 29 september 2003 door Henk Coolen
In Denemarken is sprake van een nieuwe verdenking van klassieke varkenspest. Het betreft een varken dat is aangevoerd op een slachterij van Danish Crown in Odense op het eiland Funen. De voorlopige resultaten van onderzoek naar de ziekte bij het dier zijn negatief.
Het varken dat vorige week op een slachterij in Blans in Jutland werd verdacht van varkenspest bleek de ziekte niet te hebben. Dat heeft de Danish Veterinary and Food Administration bekendgemaakt.


 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 26 september 2003 door Henk Coolen
Denk mee

In een folder die u aantreft in Pluimveehouderij van zaterdag wordt u als volgt uitgenodigd: 'Denk mee over een nieuw houderijsysteem voor leghennen'. Dr. Peter Groot Koerkamp, leider van het project Houden van Hennen zegt hierover:."We gaan bewust niet uit van bestaande houderijsystemen. We passen een voor de agrarische sector nieuwe aanpak toe: de zogenoemde methodische ontwerpaanpak. Deze methode is afkomstig uit de bouwwereld." Zaterdag leest u er meer over in de folder en in een artikel.

Vijf jaar later...

In de rubriek 'Vijf jaar later...' spreken we deze keer onder meer met bedrijfseconoom Peter van Horne van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI). Vijf jaar geleden zei hij dat de concurrentiepositie van de Nederlandse pluimveehouderij zou verslechteren, zeker ten opzichte van belangrijke producenten buiten Europa. Hij is een goede voorspeller gebleken. Onderscheidend zijn is volgens Van Horne de enige manier om er iets aan te doen. "Bij eieren lukt dat. Bij pluimveevlees ligt dit veel moeilijker."

Het belang van sectie

In de vogelpestperiode is duidelijk geworden hoe belangrijk sectie is. Juist omdat in die periode de pluimveepraktijken de sectiegegevens hebben moeten missen. Sectie laat dingen zien die in het veld niet zijn waar te nemen. "We moeten alles meten wat meetbaar (en belangrijk) is en zo veel mogelijk meetbaar maken wat nog niet meetbaar is. Alleen dan is het mogelijk om op een verantwoorde manier het maximale resultaat uit de pluimveebedrijven te halen", concludeert dierenarts Fried Bergs.

 diversen
Vrijdag, 26 september 2003 door Henk Coolen
Het ministerie van LNV moet op korte termijn de monitoring naar laagpathogene aviaire influenza (LPAI) operationeel maken. Daarnaast dient de overheid te gaan zorgen voor een goed functionerende controle op de uitvoering van de Regeling vaccinatie Newcastle Disease (NCD). Dat schrijft PPE-voorzitter Jos Ramekers in een brief aan landbouwminister Veerman. Het PPE wil over het AI-monitoringsprogramma graag met het ministerie overleggen.

Voor de vier regionale debatten over de toekomst van de intensieve veehouderij bestaat veel belangstelling. De verwachte honderd tot honderdvijftig aanmeldingen per regionaal debat worden gehaald of overtroffen. Vooral voor de debatten in het oosten (op 1 oktober in Deventer) en het zuiden (op 14 oktober in Asten) zijn veel aanmeldingen, namelijk meer dan tweehonderd. De inschrijftermijn voor de debatten is inmiddels gesloten.

Campylobacter wordt snel resistent tegen het antibioticum Baytril. Dit blijkt uit onderzoek van CIDC Lelystad. Over het onderzoek was op de site van Wageningen UR een bericht geplaatst, dat volgens senior-onderzoeker Dik Mevius van het CIDC ten onrechte alarmerend overkomt. De resistentie van Campylobacter tegen Baytril is volgens hem niet verontrustend.

 Zweden eten het liefst Zweeds vlees
Donderdag, 25 september 2003 door Henk Coolen
Zweedse consumenten eten het liefst Zweeds vlees, met name omdat het vrij van Salmonella zou zijn. Als tweede reden om voor binnenlands vlees te kiezen noemen de Zweden dierenwelzijn. Dat blijkt uit een onderzoek van het Lantbrukarnas Riksförbund (LRF), de overkoepelende landbouworganisatie in Zweden.

 Herkomstvermelding vlees laat vaak te wensen over
Woensdag, 24 september 2003 door Henk Coolen
De vermelding van de herkomst van rundvlees op de verpakking ontbreekt nog vaak. Dat blijkt uit steekproeven bij 40 supermarkten, uitgevoerd door Stichting Natuur en Milieu, consumentenvereniging Goede Waar & Co en Milieudefensie. Slechts in 9 van de 40 steekproeven was volledig aan de wettelijke eis voldaan. In alle andere gevallen ontbrak er informatie.
C1000 heeft volgens de milieu- en consumentenorganisaties haar zaakjes het beste op orde. In drie van de vijf C1000-steekproeven was de herkomst van rundvlees volledig vermeld. Bovendien vermeldde C1000, ook zonder wettelijke verplichting, drie van de tien keer de herkomst van kip en varkensvlees.

Bij Plusmarkt en Bas vd Heijden is de vermelding van het herkomstland van vlees niet in orde, stellen de organisaties. Zij behoren op dit punt tot de achterblijvers. Voor zover er bij Aldi en Lidl vlees verkrijgbaar was, ontbrak altijd (een deel van) de herkomstvermelding.

Opvallend is volgens de organisaties dat ook een kwaliteitssupermarkt als Albert Heijn, die zegt veel te doen aan traceerbaarheid, niet zo best scoort: in 3 van de 5 gevallen ontbrak wettelijk verplichte informatie over de herkomst van rundvlees. In geen van de 10 gevallen gaf Albert Heijn informatie over de herkomst van kip of varkensvlees. Hiervoor geldt overigens ook nog geen verplichting.


 PPE: hoog tijd voor monitoring AI en NCD
Woensdag, 24 september 2003 door Henk Coolen
Het Ministerie van Landbouw (LNV) moet op korte termijn de monitoring naar laag-pathogene Aviaire Influenza (LPAI) operationeel maken. Daarnaast dient de overheid te gaan zorgen voor een goed functionerende controle op de uitvoering van de Regeling vaccinatie Newcastle Disease (NCD). Dat schrijft PPE-voorzitter Jos Ramekers in een brief aan landbouwminister Veerman.
Het PPE wil over het monitoringsprogramma AI graag met LNV in overleg treden. In de laatste bestuursvergadering van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) is de evaluatie van de vogelpestcrisis aan de orde geweest. Daarbij is met zorg vastgesteld dat het monitoringsprogramma naar laag-pathogene Aviaire Influenza (LPAI) nog steeds niet van de grond is gekomen.

In maart 2003 bleek uit een landelijke screening dat in Nederland geen LPAI-virus circuleert. Om nieuwe uitbraken van AI te helpen voorkomen vindt het PPE het echter hoog tijd dat een continu monitoringsprogramma uitgevoerd wordt. Zeker nu veel ondernemers hun bedrijven herbevolken met uitgangsmateriaal uit diverse landen, is de kans op insleep niet geheel uit te sluiten. Zo heeft het bedrijfsleven zelf in de voorwaarden voor de kwaliteitsregelingen IKB Kip, IKB Kalkoen en IKB Ei opgenomen dat de importkoppels pluimvee in het land van oorsprong onderzocht moeten worden op LPAI. Er rust daarbij ook een grote eigen verantwoordelijkheid van de pluimveehouders, aldus het PPE.

Naast de gevaren voor aviaire influenza, is ook het gevaar voor een uitbraak van NCD nog altijd actueel. Op basis van de Regeling vaccinatie Newcastle Disease zijn pluimveehouders sinds 1 juli 2001 verplicht hun pluimvee te laten vaccineren tegen NCD. De controle op de naleving hiervan rust bij de RVV.
Ondanks verzoeken van het bedrijfsleven wordt die controletaak vooralsnog niet opgepakt. Dit brengt volgens het PPE-bestuur indirect de gehele pluimveesector in gevaar.

Het PPE wijst ook op andere veterinaire gevaren nu veel pluimvee en broedeieren ingevoerd worden. Voor enkele hiervan worden in IKB-verband voorwaarden gesteld, zoals Salmonella enteritidis (Se), Salmonella typhimurium (St) en Mycoplasma gallisepticum Mg). Verder is het PPE bezig om alle ingevoerde pluimvee en broedeieren in kaart te brengen. Komende weken wordt nader overlegd over een mogelijkheid om die koppels gericht te onderzoeken.


 Recontructie Limburg: 6 vestigingslocaties voor intensieve veehouderij
Woensdag, 24 september 2003 door Henk Coolen
Een van de doelen in het reconstructieplan van de provincie Limburg is het ontwikkelen van 6 projectvestigingslocaties waar ruime ontwikkelingsmogelijkheden worden geboden voor de intensieve veehouderij. In de komende vier jaar moet de eerste locatie worden ontwikkeld. Een ander punt in het recontructieplan is de verplaatsing van 50 bedrijven uit de extensiveringsgebieden.
Gedeputeerde Ger Driessen (CDA) van Limburg heeft 23 september het Limburgse (ontwerp) Reconstructieplan overhandigd aan Landbouwminister Cees Veerman. Het betreft een plan voor de ontwikkeling van het landelijk gebied van Noord- en Midden-Limburg voor de komende 12 jaar. Limburg is hiermee de eerste provincie in Nederland die het reconstructieplan in procedure brengt.

Voor de totale looptijd van de reconstructie (2004-2015) is ongeveer € 1 miljard nodig. Voor het eerste vierjarige uitvoeringsprogramma is zo'n € 300 miljoen gereserveerd. Rijk en provincie Limburg betalen het grootste deel. Daarnaast dragen waterschappen, gemeenten, de Europese Unie en private partijen hun deel bij.

Intensieve Veehouderij
In Limburg zitten de intensieve veehouderij en natuur (ammoniakuitstoot) en wonen (stankhinder) elkaar in de weg. Een van de doelen in het Reconstructieplan is dan ook het op termijn afbouwen van de de intensieve veehouderij rondom kwetsbare gebieden – natuurgebieden en dorpen - en de sector tegelijkertijd op duurzame locaties concentreren door in geschikte gebieden veel ontwikkelingsruimte te bieden.

Deze zogeheten 'afwaartse beweging' wordt ruimtelijk gestuurd met de wettelijk verplichte zonering van landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden. Hiermee wordt aangegeven waar de intensieve veehouderij veel of weinig toekomstperspectief heeft. Een stimuleringsbeleid is bedoeld om de afwaartse beweging verder te versterken:

met een te ontwikkelen verplaatsings-, beëindigings- en sloopregeling worden 50 bedrijven (16 in de eerste 4 jaar) verplaatst uit extensiveringsgebieden;
door ontwikkeling van 6 projectvestigingslocaties (één in de eerste 4 jaar) worden ruime ontwikkelingsmogelijkheden geboden voor de intensieve veehouderij;
de verspreid gelegen locaties van 70 bedrijven worden op de beste locatie geconcentreerd;
technische innovatie (emmissie-arme stalsystemen) wordt op 12 bedrijven gestimuleerd. De ervaringen worden gebruikt om een stimuleringsregeling voor technische innovatie op te stellen.
Overige landbouw
Voor de overige landbouwsectoren is het stimuleren van de vernieuwing en concurrentiekracht een van de doelen in het reconstructieplan. Daarbij wordt vooral gericht op vernieuwingen en ontwikkelingen die een bijdrage leveren aan het beheer van het landelijk gebied en de dynamiek in de landbouw op gang brengen.
De grondgebonden landbouw vervult een belangrijke rol in het beheer van het landelijk gebied. Daarom stimuleren worden multifunctionele vormen van grondgebruik, waarbij grond niet alleen gebruikt wordt voor landbouwdoeleinden, maar ook voor waterbeheer, natuur, landschap, etc. gestimuleerd:
Specifiek voor de extensieve melkveehouderij, een belangrijke economische drager voor het landschap, wil de provincie Limburg 2250 hectare vochtig en extensief grasland realiseren om de positie van de extensieve melkveehouderij te versterken;
Via herverkaveling van 30.000 hectare brengt Limburg de grondmobiliteit op gang en kunnen ook projecten gericht op natuur, landschap, water en recreatie worden gerealiseerd;
Door verplaatsing van 40 niet-grondgebonden bedrijven (met name glastuinbouw) uit kwetsbare gebieden (bijvoorbeeld het Maasdal) naar te ontwikkelen projectvestigingslocaties en te revitaliseren concentratiegebieden, krijgen deze bedrijven weer toekomstperspectief en ontstaat ruimte voor ontwikkeling van natuur- en waterdoelstellingen.
Tot slot wil de provincie Limburg naast de ruimtelijke herstructurering ook de kennisontwikkeling, innovaties en vernieuwende marktgerichte ontwikkelingen ondersteunen. Meer oog voor kwaliteit is daarin een sleutelbegrip.

Meer over het Reconstructieplan vindt u op de website van de provincie Limburg

 Tarieven van accountantskantoren variëren sterk
Woensdag, 24 september 2003 door Henk Coolen
Voor het opstellen van een jaarrekening voor een agrarisch bedrijf blijken de tarieven van accountantskantoren behoorlijk uiteen te lopen. Het weekblad Boerderij vroeg aan 9 gespecialiseerde agrarische accountantorganisaties om een prijsindicatie af te geven voor het opstellen van de jaarrekening en aangifte van de inkomstenbelasting van een fictief bedrijf. De prijs die werd geoffreerd varieerde van € 1945 tot € 2575 exclusief BTW.
In het onderzoek van Boerderij kwam WEA in Goes als goedkoopste kantoor uit de bus. De offerte van Countus accountants en adviseurs uit Zwolle was het hoogst. Drie kantoren verlaagden hun prijs varierend van € 400,- tot € 600,- nadat ze inzage hadden gehad in het artikel, meldt Boerderij. Het fictieve bedrijf betrof een melkveebedrijf met een man-vrouw maatschap zonder extra personeel en een quotum van 400.000 kilo, waarbij het bedrijf de gegevens foutloos digitaal aanlevert bij de accountant.

In een reactie op het onderzoek noemt Marco Korff, voorzitter van de vereniging van accountants- en adviesbureaus VLB de verschillen niet schokkend. Hij verklaart deze uit het verschil in werkmethodes die worden gehanteerd door de verschillende organisaties. Zo worden juridische en fiscale zaken door sommige kantoren tot de standaardwerkzaamheden gerekend en door andere niet. Ook de manier waarop gerapporteerd wordt zou per organisatie verschillen. Korff verwacht bij de niet in de agrarische sector gespecialiseerde kantoren nog veel grotere prijsverschillen.

Volgens Boerderij maken steeds meer boeren van te voren prijsafspraken met hun accountant. Er kan door een boer veel geld worden bespaard als hij zijn gegevens foutloos en digitaal aanlevert of zelf codeert in een eigen boekhoudprogramma. Vooral melkveehouders en varkenshouders bezuinigen momenteel op extra diensten van hun accountant bij het vragen van advies op bedrijfseconomisch en juridisch terrein.


 Vlaamse landbouw krimpt dit jaar met ruim 3 procent
Woensdag, 24 september 2003 door Henk Coolen
Brussel (24 sept 2003) - Vlaanderen telt nog 36.641 land- en tuinbouwbedrijven. Dat zijn er 1.254 minder dan vorig jaar, een daling van 3,4 procent.
Het aantal vol- en deeltijdse banen in de sector loopt eveneens terug met iets meer dan 3 procent. De veestapel blijft krimpen. Dat blijkt uit de voorlopige resultaten van de Belgische landbouwtelling 2003.
Het aantal varkens daalde in 2003 met 3,4 procent. Vlaanderen huisvest nu nog 6,1 miljoen varkens. Vijf jaar geleden waren er dat nog 7,3 miljoen. Het aantal Vlaamse runderen is teruggelopen tot 1,4 miljoen stuks, een inkrimping van 4,2 procent ten opzichte van vorig jaar.
De voornaamste slag werd de pluimveehouderij toegebracht. Door de vogelpestcrisis werden op 15 mei 20 procent minder kippen en 6,4 procent minder bedrijven geteld dan in 2002.
Het totale landbouwareaal houdt wel nagenoeg stand. Het bedraagt 632.670 ha, bijna 47 procent van de oppervlakte van Vlaanderen. Het totale areaal aan granen, voedergewassen en nijverheidsgewassen is stabiel gebleven.
Voor een aantal specifieke teelten valt wel een terugval te noteren: wintertarwe (-6,7 procent), suikerbieten (-6,3 procent), aardappelen (-7,3 procent) en groenten in open lucht (-5,1 procent). De zomergranen en een reeks kleinere teelten kende een opmerkelijke uitbreiding van het areaal. Dat is onder meer het geval voor cichorei, vlas en koolzaad. (Vilt)


 Aldi stopt verkoop batterijeieren ook in Duitsland
Dinsdag, 23 september 2003 door Henk Coolen
De Duitse discounter Aldi heeft aangekondigd de verkoop van batterij-eieren ook in Duitsland te gaan stoppen. Voor Nederland had het concern hier al eerder toe besloten in navolging van verschillende andere supermarktketens. Het 'batterij-ei' moet uiterlijk in februari 2006 uit de schappen van de discounter verdwenen zijn. Daarbij loopt men vooruit op het Duitse verbod van het huisvestingssysteem per 1 januari 2007. Aldi gaat ook geen eieren afkomstig uit 'verrijkte kooisystemen' verkopen.

 Mestfabriek in Beltrum wordt omgebouwd tot mestvergistingsinstallatie
Dinsdag, 23 september 2003 door Henk Coolen
Het Beltrumse bedrijf Groot Zevert Mestvergisting BV wil op de voormalige vuilstortplaats 't Bellegoor elektriciteit opwekken uit mest. Daarvoor wil het bedrijf de voormalige mestfabriek die momenteel op het terrein gevestigd is overnemen. De mestvergistingsinstallatie moet volgens plan vanaf april volgend jaar voor 600 huishoudens groene stroom gaan leveren. In 2006 moet de capaciteit van de installatie voorzien in het energieverbruik van 2000 huishoudens.
Het loon-, grondverzet- en transportbedrijf Groot Zevert gaat bij het realiseren van de mestvergisting nauw samen werken met het Utrechtse bedrijf Evelop, dat gespecialiseerd is in duurzame energiesystemen. Omwonenden van 't Bellegoor zijn inmiddels over de plannen geïnformeerd. De ondernemer is er van overtuigd dat overlast van stank en geluid bij mestvergisting aanmerkelijk minder zijn in vergelijking tot de mestverwerking die voorheen op het terrein plaatsvond.


 Uitnodiging voor de media: regionale debatten intensieve veehouderij
Maandag, 22 september 2003 door Henk Coolen
22 september 2003 - In vier regionale debatten zal de komende weken worden gediscussieerd over de toekomst van de intensieve veehouderij. De bijeenkomsten maken deel uit van het publieke debat (zie www.minlnv.nl/debat) dat door minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt georganiseerd. Een vertegenwoordiger van uw redactie is van harte welkom bij een van deze regionale debatten.
De debatten vinden telkens plaats van 19.30 - 22.30 uur.


 Vanwege vogelpest 30,7 miljoen dieren geruimd
Maandag, 22 september 2003 door Henk Coolen
Het totaal aantal dieren dat in 2003 vanwege klassieke vogelpest is geruimd bedraagt 30,7 miljoen. In totaal is op 255 locaties een besmetting met vogelpest vastgesteld. Hierbij gaat het in 22 gevallen om hobbypluimvee. Deze locaties zijn allemaal geruimd. Daarnaast zijn 1094 locaties preventief geruimd. In totaal gaat het dan om 1349 locaties van 1145 bedrijven.
Dat schrijft minister Veerman van LNV in een brief aan de Tweede Kamer over de laatste stand van zaken rond de afhandeling van de vogelpestcrisis.

In het gebied van de Gelderse Vallei en Beneden Leeuwen gaat het om 882 geruimde locaties, in het gebied Nederweert om 423 locaties en in de rest van Nederland om 44 locaties. In totaal zijn 109 bedrijven geruimd vanuit welzijnsoogpunt. Verder is bij broederijen schade ontstaan vanwege het stilzetten van broedmachines. Voorts is het pluimvee van 16.490 hobbyhouders geruimd.

Naast de bedrijven die vanwege de ruimingen direct zijn getroffen, hebben ook andere bedrijven de nadelige gevolgen van de crisis ondervonden. Exacte aantallen kan Veerman echter niet geven.


 Oude kalkoenrassen
Zaterdag, 20 september 2003 door Henk Coolen
Hallo,

Ik ben Carl Augustinus en kweek verschillende oude kalkoenrassen.

Zaterdag 27 september houden we onze tweede internationale kalkoenendag met de club te Hasselt

Programma:

België: De patrijskleurige Ronquièrekalkoen ( Belgisch ras )
Sneeuwwitte en witborstparelhoenders

Frankrijk: De Gers kalkoen.

Duitsland: De Duitse roodvleugelkalkoen.

Er is simultaanvertaling voorzien voor diegenen die de andere taal niet voldoende begrijpen.

Iedereen is van harte uitgenodigd.

Groeten, Carl Augustinus

 Laatste AI nieuws
Vrijdag, 19 september 2003 door Henk Coolen
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag


onderwerp
Stand van zaken afhandeling Aviaire Influenza
TRC 2003/5145 doorkiesnummer

Geachte Voorzitter,

In deze brief wil ik u informeren over de laatste stand van zaken inzake de afhandeling van de vogelpestcrisis. Dit in reactie op uw brief van 9 september jl. waarin u verzoekt op een aantal specifieke punten te worden geïnformeerd. Hieronder ga ik op deze punten nader in waarbij ik aansluit bij de nummering in uw brief.


datum
17-09-2003


1. Het aantal besmette, geruimde en overige gedupeerde bedrijven
In totaal is op 255 locaties een besmetting met Aviaire Influenza vastgesteld. Hierbij gaat het in 22 gevallen om niet-commerciële pluimveehouders. Deze locaties zijn zoals bekend allemaal geruimd. Daarnaast zijn 1094 locaties preventief geruimd. In totaal gaat het dan om 1349 locaties van 1145 bedrijven. In het gebied van de Gelderse Vallei en Beneden Leeuwen gaat het om 882 geruimde locaties, in het gebied Nederweert om 423 locaties en in de rest van Nederland om 44 locaties. In totaal zijn 109 bedrijven geruimd vanuit welzijnsoogpunt. Verder is bij broederijen schade ontstaan vanwege het stilzetten van broedmachines. Voorts is het pluimvee van 16.490 hobbyhouders geruimd.
Het totaal aantal vanwege Aviaire Influenza geruimde dieren bedraagt 30,7 miljoen.
Naast de bedrijven die vanwege de ruimingen direct zijn getroffen, hebben ook andere bedrijven de nadelige gevolgen van de crisis ondervonden. Exacte aantallen zijn mij echter niet bekend. Het noodfonds is in beginsel ook voor deze bedrijven opengesteld.

2. De financiële consequenties voor het Rijk, de bijdrage van de Europese Unie en de stand van zaken ten aanzien van de financiële afwikkeling
De kosten van de uitbraak van Aviaire Influenza worden gefinancierd door het bedrijfsleven, de nationale overheid en door de Europese Unie. De totale kosten bedragen circa EUR 270 miljoen. De bijdrage van het bedrijfsleven bedraagt zoals vastgelegd in het Diergezondheidsconvenant EUR 11,3 miljoen terwijl de EU 50% van de kosten van de schadeloosstellingen vergoedt en 50% van een deel van de uitvoeringskosten, namelijk de kosten van taxeren, ruimen, ontsmetten en destructie.
Op basis van de EU-regels moet de declaratie voor schadeloosstellingen van de geruimde dieren uiterlijk 22 oktober 2003 zijn ingediend en de declaratie voor de uitvoeringskosten uiterlijk 22 februari 2003. Met de EU zijn nog besprekingen gaande om de kosten van de schadeloosstellingen en de uitvoeringskosten in de buffergebieden ook voor vergoeding in aanmerking te laten komen.
Ten aanzien van de financiële afwikkeling geldt dat 1145 getroffen bedrijven een schadevergoeding voor dieren en producten hebben ontvangen. Daarnaast is aan 109 bedrijven een vergoeding verstrekt in het kader van de welzijnsopkoopregeling van dieren. Via het PVE hebben 11 bedrijven een vergoeding ontvangen voor broedeieren. Tenslotte is aan 16.490 houders van hobbydieren en vergoeding voor de geruimde dieren verstrekt.

3. Het aantal aanvragen uit het Noodfonds en het aantal gehonoreerde aanvragen inclusief bedragen
In het kader van het Noodfonds zijn (stand van zaken per 9 september 2003) 82 aanvragen ingediend. Hiervan zijn er 20 afgerond waarvan er 14 zijn gehonoreerd. Met het honoreren van deze 14 aanvragen is een bedrag gemoeid van EUR 1.023.000,-. Van de overige 6 afgeronde aanvragen zijn er 4 afgewezen en 2 ingetrokken. Van de 62 nog niet afgeronde aanvragen waren er op dat moment 17 in de acceptatiefase en 45 in de beoordelingsfase.
De aanvraagtermijn van het Noodfonds loopt tot augustus 2004. De reden hiervoor is dat de herbevolking van de stallen veel tijd vergt met name waar het gaat om leghennenbedrijven. De economische schade die hierdoor ontstaat kan vanwege de langere openstellingtermijn worden meegewogen in de beslissing over het eventuele beroep op het Noodfonds.
Naast de eerste storting van EUR 3 miljoen door de rijksoverheid is door derden een bedrag van EUR 155.000,- beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt conform eerdere toezegging verdubbeld waardoor thans EUR 3,3 miljoen euro beschikbaar is voor het fonds.
Hoeveel aanvragen er uiteindelijk binnen zullen komen, is moeilijk te voorspellen.
Alle aanvragen voor zover deze worden ingediend binnen de openstellingtermijn zullen, indien deze gehonoreerd worden, leiden tot uitbetaling aan getroffenen.
Ik zal u op de hoogte houden van nieuwe stortingen in het noodfonds en het beroep daarop.

4. De financiële steunverlening voor de vermeerderaars en door wie deze steunverlening wordt bekostigd
Het overleg met de Europese Commissie over het beschikbaar stellen van een schadevergoeding aan vermeerderaars is nog niet afgerond. Met de sector is op 3 juli jl. overeengekomen dat het PVE de benodigde nationale cofinanciering voor haar rekening neemt. Binnen de rijksbegroting ontbreken hiervoor de middelen. Bovendien zal het PVE zorg dragen voor de uitvoering van een schaderegeling.

5. De aantallen en stand van zaken ten aanzien van de strafrechtelijke vervolgingen en de beboeting van de verschillende overtreders tijdens de crisis
In totaal zijn 342 procesverbalen opgesteld. Deze hebben betrekking op overtredingen als het niet naleven van de ophokplicht en het verboden transport van eieren en dieren.
Voor een deel van de overtredingen geldt een 'lik-op-stukbeleid' waarbij direct een transactievoorstel wordt gedaan. De transactievoorstellen variëren van EUR 450 voor het niet afdekken van mest tot EUR 990 voor het niet voldoen aan de ophokplicht. Een deel hiervan is reeds geïnd.
De overige overtredingen volgen een normaal strafrechtelijk traject waarvan de afhandeling in handen van het Openbaar Ministerie is. Er zijn nog geen gerechtelijke uitspraken gedaan in het kader van de vogelpest. Binnenkort vinden de eerste zittingen plaats in Maastricht.

6. De stand van zaken bij de herbevolking
Op het moment dat alle in het vervoersbeperkingsgebied gelegen bedrijven waren vrijgegeven, zijn de vervoersbeperkingsmaatregelen in die gebieden vrijgegeven.
Vanaf dat moment kon gestart worden met de herbevolking. De laatste vrijgave betrof het gebied van de Gelderse Vallei op 22 augustus. Op dat moment zijn ook de laatste landelijk geldende beperkingen opgeheven. De overheid heeft geen bijzondere bemoeienis met de herbevolking.

De minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit,

dr. C.P. Veerman

 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 19 september 2003 door Henk Coolen
De rekening

De klassieke vogelpest heeft de Nederlandse pluimveesector in crisis gebracht. Het virus brak uit op 255 pluimveebedrijven, maar zo'n 1.300 pluimveebedrijven kregen er mee te maken. Ook bedrijven in de periferie werden de dupe van het virus. Voerleveranciers raakten afzet kwijt, broederijen en slachterijen kwamen stil te liggen. Sommigen gingen afgeslankt verder, een enkele startte niet meer op. De strijd tegen het H7N7-vogelpestvirus heeft veel geld gekost. Bijna alle bedrijven hebben er financiele schade door opgelopen. Enkele pluimveehouders maakten voor 'Pluimveehouderij' de rekening van de vogelpest op en vertelden hun 'vogelpestverhaal': over verplichte ruimingen, welzijnsopkoop, te lage vergoedingen, onrechtvaardige regels.

Legtoets

Veel eieren van goede kwaliteit, in een goede sor- tering. Daarop zal het vizier van menig pluimveehouder zijn gericht. De keuze van een merk leghen zal mede door deze productiekenmerken worden gemaakt.
Het Toetsbedrijf in Lelystad probeert bij de legtoets onderlinge verschillen in deze kenmerken tussen de merken bloot te leggen. Daarbij wordt ook gekeken naar kwaliteitsaspecten van de geproduceerde eieren. Daarvoor worden metingen verricht aan de schaal- deformatie (schaaldoorbuiging), de breuksterkte en schaalkleur beoordeeld.

Duurzame vleeskuikenhouderij

Om in Nederland op lange termijn vleeskuikens te kunnen blijven houden, zal de houderijsector onder druk van de samenleving en internationale handelsverhoudingen verschillende onderdelen moeten aanpassen. Om hier meer zicht op te krijgen, hebben het IMAG en de Animal Science Group Lelystad een zogenoemde duurzaamheidsanalyse uitgevoerd. In deze analyse is de huidige reguliere houderij vergeleken met de huidige biologische en duurzame houderij en met twee toekomstbeelden; een grootschalig en zeer milieuefficient toekomstbeeld en een zeer welzijnsvriendelijk toekomstbeeld

 diversen
Vrijdag, 19 september 2003 door Henk Coolen
Pingo Poultry gaat haar bedrijven in Nederland en Belgie reorganiseren. De reorganisatie is het directe gevolg van de vogelpest. De slachtactiviteiten in Belgie worden geconcentreerd op de locatie in Maasmechelen. De productielocatie Stevoort gaat dicht. Hierdoor verdwijnen 150 arbeidsplaatsen. De verdere bewerking van verse producten gaat naar het Nederlandse Mierlo. De reorganisatie van de Nederlandse vestigingen is nog in voorbereiding.

LNV gaat na 2004 met het bedrijfsleven nieuwe afspraken maken over de financiering van de dierziektenbestrijding. De bijdrage van de overheid aan de destructie zal worden beeindigd. Uitgebreide tekst en uitleg over het LNV-Beleidsprogramma 2004-2007 en de LNV-Begroting 2004 is te vinden op de regeringssite of op de LNV-site.

 PvdA stelt kamervragen over heffing op vleesproducten
Donderdag, 18 september 2003 door Henk Coolen
Het PvdA-Tweede Kamerlid Diederik Samson heeft vragen gesteld aan minister Veerman van LNV over diens uitspraken in het dagblad Trouw over het invoeren van een consumentenheffing op vleesproducten. Hij vraagt de minister om zijn uitspraken op korte termijn te concretiseren en de Kamer daarover te informeren.
Het Kamerlid wil graag weten of een heffing kan worden ingevoerd binnen de plannen voor een groener belastingstelsel zoals het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord is overeengekomen. Samson vraagt ook of een heffing zoals minister Veerman die voor staat, past binnen internationaal gemaakte handelsafspraken en of de minister bereid is om op Europees niveau afspraken te maken over de invoering.


 Begroting 2004 ministerie LNV: aandacht voor kwaliteit, meer natuur
Woensdag, 17 september 2003 door Henk Coolen
Nieuwe paden, vitale natuur
Versterking van de kwaliteit van natuur en landschap draagt bij aan de leefbaarheid en is van belang voor recreatie, de aantrekkelijkheid van de woon- en werkomgeving en voor versterking van het economische perspectief van het agrarische cultuurlandschap. In veel gebieden is er bestuurlijk te weinig aandacht voor de kwaliteit van het landschap. In zeer bijzondere gebieden, de Nationale Landschappen, blijft het rijk zelf verantwoordelijk voor het normeren van deze kwaliteiten, in de rest van het land wil het kabinet de normering aan provincies en gemeenten overlaten. Voorwaarde is daarbij dat de kwaliteit toeneemt. De ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een netwerk van aaneengesloten natuurgebieden door het hele land, krijgt deze regeerperiode een extra financiële impuls.

Ecologische Hoofdstructuur
In deze kabinetsperiode wordt voor de EHS ongeveer 16.000 ha grond verworven en 19.000 ha ingericht. Circa 21.000 ha komt in beheer. In 2018 moet de totale omvang van de EHS 728.500 ha zijn. Doelen ervan zijn:

het veiligstellen van soorten en ecosystemen;
productie van schoon water en CO2-vastlegging;
bescherming van landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden;
het voldoen aan recreatieve behoeften;
het creëren van een aantrekkelijk leefklimaat en vestigingsklimaat.
De EHS komt tot stand enerzijds door gronden aan te kopen, in te richten en dan over te dragen aan terreinbeherende organisaties, anderzijds door agrariërs en andere particulieren hun eigen binnen de EHS gelegen grond zo te laten beheren dat de natuurdoelen worden bereikt. Daarvoor is er het subsidie-instrument Programma Beheer. De komende jaren zal een geleidelijke verschuiving plaatsvinden van aankoop naar beheer. Van het nog resterende deel van de EHS wordt 60 % door grondaankopen en 40% door particulier en agrarisch natuurbeheer tot stand gebracht.
De samenhang binnen de EHS wordt vergroot door het aanleggen van 27.000 ha robuuste verbindingen in de periode tot 2018. Begonnen wordt met de realisatie van 13.500 ha.
Beschermde planten en dieren
Het soortenbeleid staat maatschappelijk steeds meer in de belangstelling, omdat soms economische ontwikkelingen worden beïnvloed door de aanwezigheid van beschermde soorten, er soms sprake is van forse schade aan de landbouw en soms omdat de ene soort schade kan opleveren voor de andere.
In 2003 is de taskforce soortenbeleid van start gegaan. Deze taskforce is samengesteld uit bestuurders en vertegenwoordigers van vele maatschappelijke organisaties en heeft als taak aanbevelingen te doen over knelpunten in het soortenbeleid. Aanbevelingen van onder meer deze taskforce zullen vanaf 2004 worden vertaald in beleid. In 2004 worden vijf soortenbeschermingsplannen opgesteld. Daarnaast worden veertien van zulke plannen uitgevoerd en drie geëvalueerd.
Kennis over o.a. de toepassing van regels met betrekking tot de natuur en over de verspreiding van beschermde plant- en diersoorten zal beter ontsloten worden voor overheden, bedrijfsleven en andere betrokkenen.

Waardevolle landschappen
Het rijk heeft bijzondere verantwoordelijkheid voor landschappen die internationaal gezien zeldzaam zijn, nationaal zeer kenmerkend zijn of onder grote stedelijke druk staan. Zulke gebieden vormen de Nationale Landschappen. In de interdepartementale 'Nota Ruimte' zullen deze gebieden worden vastgelegd. Er komt geld beschikbaar voor behoud en versterking van deze landschappen.
Het is van belang dat plannen voor natuur en landschap in samenhang worden ontwikkeld met zaken als woningbouw en infrastructuur. Deze gedachte wordt verder uitgewerkt in de 'Nota Ruimte'.

Groen in en om de stad
Voor inwoners van grote steden is het van belang dat er ook in de directe omgeving voldoende natuur aanwezig is. Daarmee wordt de kwaliteit van de stedelijke omgeving verbeterd. LNV investeert in 2004 ca. 37 miljoen euro in groen voor de stedelijke gebieden, met de programma's 'groen in de stad' en 'groen om de stad'. Er wordt onder andere gewerkt aan de herstructurering van 75 bestaande parken en de aanleg van 16 nieuwe groengebieden en 23 groene verbindingen.

 Begroting 2004 ministerie LNV: ruimte voor regionaal initiatief
Woensdag, 17 september 2003 door Henk Coolen
Vertrouwd platteland, verrassend perspectief
Het Europese beleid verandert langzaam maar zeker van landbouwbeleid in plattelandsbeleid. In 2004 start in Europa de discussie over de verdere invulling van het gemeenschappelijke plattelandsbeleid. Daarbij zal Nederland nadrukkelijk pleiten voor meer ruimte voor regionale initiatieven. Kern van het Nederlandse plattelandsbeleid is het streven naar een duurzaam evenwicht tussen landbouw, landschap, recreatie en waterbeheer. Vaak kunnen functies worden gecombineerd, maar vaak ook moeten keuzes worden gemaakt. Uitgangspunten zijn dan duurzaamheid en regionaal maatwerk, rekening houdend met de sociaal-culturele dimensies van een streek. Het rijk zal meer op hoofdlijnen gaan sturen en werken aan vereenvoudiging van de regels en meer samenhang in de geldstromen.

Duurzaam beheer
Als grootste grondgebruiker blijft de landbouw beeldbepalend voor het landschap. De boer levert zonder directe vergoeding een belangrijke, soms zelfs onmisbare bijdrage aan de kwaliteit van landschap en natuur. Het is tijd om dergelijke diensten van agrarische ondernemers aan de samenleving op waarde te schatten. Dat betreft niet alleen het agrarisch natuurbeheer, maar ook recreatie en waterbeheer. LNV wil de boeren gericht gaan ondersteunen:

als het agrarische bedrijf een landschappelijke functie heeft, maar door ongunstige productieomstandigheden niet kan concurreren;
als er sprake is van specifieke 'groene diensten'.
Het subsidie-instrument Programma Beheer is onlangs geëvalueerd. Op onderdelen zal het instrument worden verbeterd. Zo wordt gewerkt aan verlenging van de looptijd van contracten voor agrarisch en particulier natuurbeheer. LNV wil het Programma Beheer uitbouwen naar een model van 'Groene Diensten'. Dat is dan niet alleen bestemd voor agrarische ondernemers, maar voor elke economische actor die een extra bijdrage levert aan de kwaliteit van natuur en landschap, de recreatieve toegankelijkheid van het platteland en aan waterbeheer. LNV wil komen tot gebiedsgerichte samenwerking tussen terreinbeheerders en particulieren en tot een gebiedsgerichte uitvoering, met meer verantwoordelijkheden bij regio's en burgers.
Herinrichting zandgebieden
LNV werkt samen met VROM, provincies en gemeenten aan de herinrichting van de zandgebieden in Gelderland, Utrecht, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel (de zgn. Reconstructie Varkenshouderij). De totale oppervlakte van de gebieden waarvoor plannen zijn opgesteld, bedraagt ca. 1,1 miljoen hectare. Deze ingrijpende operatie heeft een aantal doelen: het maken van voorzieningen die tot lagere veeziekterisico's leiden, meer ruimte voor de melkveehouderij (extensivering), verbeteren van het milieu en, specifiek voor gebieden in en om de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), het aanpakken van verdroging, stikstof en fosfaat. Dit grote project loopt tot 2015. Vooruitlopend op de definitieve vaststelling en financiering van de provinciale plannen is gestart met een aantal deelprojecten: 16 intensieve veehouderijbedrijven worden verplaatst. LNV stelt hiervoor met VROM maximaal 8 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast is gestart met de uitvoering van projecten op het gebied van extensivering van de melkveehouderij. Er komt voor de kwaliteitsverbetering van de zandgebieden deze regeerperiode 700 miljoen euro extra beschikbaar.

Een uitnodigend platteland
Het platteland is naast een agrarische productieplaats ook steeds meer een buitenplaats voor burgers. De overheid wil de toegankelijkheid van het platteland voor rust- en recreatiezoekers vergroten. Overigens dient dit ook een economisch belang: de toeristisch-recreatieve sector groeit snel en is nu al goed voor 9% van het bruto nationaal product (BNP). Het beleid is erop gericht de bedrijven in deze branche de ruimte te geven, zonder dat dit ten koste gaat van natuur en landschap. Om dit te realiseren, krijgen de provincies de regie over de verdere invulling van het beleid. De huidige Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) komt niet tegemoet aan dit streven naar regionaal maatwerk, daarom wordt deze wet ingetrokken. Relevante onderdelen blijven uiteraard behouden, deze worden opgenomen in andere bestaande wettelijke kaders.
LNV investeert in 2004 ruim 8 miljoen euro in het verwerven en inrichten van grond ten behoeve van recreatieve voorzieningen, naast de jaarlijkse bijdrage aan Staatsbosbeheer voor het beheer van recreatieve voorzieningen in natuur- en bosgebieden (21 miljoen euro). De toegankelijkheid van het platteland wordt vergroot door onder andere gerichte investeringen in wandel- en fietspaden en vaarroutes (1,5 miljoen euro in 2004). LNV heeft daarvoor meerjarenafspraken met Stichting LAW (wandelpaden), LF (fietspaden) en SRN (vaarwegen). In 2008 moet er een totaalnetwerk van zo'n 11.000 km zijn dat aan de kwaliteitseisen voldoet: ruim 4.000 km wandelpaden, 3.400 km fietspaden en 3.450 km toervaartnet.

Ruimte voor water
De overheid gaat de komende jaren het watersysteem op orde brengen. Het nieuwe beleid is gericht op meer ruimte voor water. Die ruimte moet vooral in het landelijk gebied worden gevonden. Ook de kwaliteit van het water is nog niet op orde. In 2004 worden de ecologische streefwaarden bepaald voor het grond- en oppervlaktewater. Op basis daarvan worden in de komende jaren met alle andere betrokken overheidspartijen visies vastgesteld voor het beheer van de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems. LNV werkt met andere departementen aan meer samenhang tussen natuurbeleid (verdroging en natte natuur), landbouwbeleid (watervoorziening en groene diensten), mest- en gewasbeschermingsmiddelenbeleid (waterkwaliteit) en recreatiebeleid (schoon en toegankelijk water).

 Begroting 2004 ministerie LNV: consumenten kiezen keten
Woensdag, 17 september 2003 door Henk Coolen
Veilig voedsel, bewuste keus
Burgers verwachten dat de levensmiddelen die in Nederland worden verkocht veilig zijn en van een goede kwaliteit. De betrouwbaarheid van een product dat in de schappen ligt, is afhankelijk van het gehele productieproces: van de kwaliteit van het grondwater tot het hygiënisch verpakken van voorgesneden groenten. LNV gaat daarom uit van een ketenbenadering: een kwalitatief goed eindproduct is afhankelijk van de manier waarop er in de verschillende schakels in de keten wordt gewerkt. In internationaal verband werkt LNV mee aan het opstellen van eisen ten aanzien van productieprocessen (bijvoorbeeld het gebruik van groeibevorderaars) en aan normen die moeten gelden voor eindproducten.
De producenten en andere partijen in de keten zijn zelf verantwoordelijk voor het werken conform die eisen en normen. LNV ondersteunt dit door samen met het bedrijfsleven te werken aan de totstandkoming van zgn. 'transparante ketensystemen': per keten wordt vastgesteld waar het productieproces aan moet voldoen om te werken volgens alle wettelijke eisen op het gebied van monitoring, identificatie & registratie, traceerbaarheid en normstelling. In 2004 is een pilotproject operationeel dat voldoet aan alle eisen (pilot pluimvee). Consumenten(organisaties) zullen meer dan voorheen bij de inrichting van ketengarantiesystemen worden betrokken.

Consumentenbeleid
Consumenten kunnen door bewuste keuzes te maken invloed uitoefenen op de productieketen. Het beleid is erop gericht consumenten in staat te stellen zich te informeren over herkomst van producten, het productieproces en de kwaliteit van het eindproduct. Hierdoor wordt de druk op de keten vergroot om te werken volgens de door de overheid gestelde eisen. Zo wil LNV de resultaten van controles bij vlees-producenten openbaar maken. Momenteel loopt een project om te bezien hoe dit gerealiseerd kan worden.
Ook bij voedsel waarin genetisch gemodificeerde ingrediënten zijn verwerkt geldt het uitgangspunt van keuzevrijheid: burgers moeten in staat worden gesteld zelf een weloverwogen keuze te maken voor het al dan niet kopen van deze producten. LNV zal in nauwe samenwerking met andere ministeries en het Voedingscentrum gericht informatie verspreiden over het overheidsbeleid voor biotechnologie, de overwegingen achter de gemaakte keuzes en de feitelijke stand van zaken.
LNV betrekt consumenten bij de beleidsvorming rond voedselkwaliteit, onder andere door het Consumenten-platform. In 2004 worden weer 3 bijeenkomsten georganiseerd, de onderwerpen zijn 'risicoperceptie', 'van duurzame productie naar consumptie' en 'natuurlijkheid'. Aanbevelingen van het platform in 2003 zijn uitgewerkt tot projecten die in 2004 hun beslag krijgen, zoals onderzoek naar ziekmakende bacteriën in voorgesneden groenten. De consument houdt ook een eigen verantwoordelijkheid voor veilig omgaan met voedsel. De voorlichting hierover verloopt via het Voedingscentrum en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), LNV levert hieraan een financiële bijdrage.

Verminderen van risico's
Het beleid van LNV ten aanzien van risicobeheersing zal zich meer dan voorheen richten op de preventie van voedselcrises en het betrekken van het bedrijfsleven hierbij. Het accent ligt in 2004 op de aanpak bij de bron en het aanscherpen van het hygiënebeleid. Producenten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid; LNV spant zich in voor vereenvoudiging van de regels zodat het beleid goed uitvoerbaar is.
Het is verder van groot belang dat potentiële gezondheidsrisico's in de voedselketen tijdig worden gesignaleerd. In 2004 onderzoekt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) in opdracht van LNV of en hoe bestaande signaleringssystemen aan elkaar kunnen worden gekoppeld.
Binnen de risico-inventarisatie wordt prioriteit gegeven aan relatief nieuwe producten en productiemethoden, zoals viskweek, exotische voedingsmiddelen en nutriceuticals (producten waaraan de fabrikant een positieve invloed op de gezondheid toekent).
Naast de integratie van monitoringssystemen wordt gewerkt aan vereenvoudiging en integratie van systemen voor het traceren van producten in de keten (bijvoorbeeld nodig als er ergens een verontreiniging is opgetreden), en de systemen voor identificatie en registratie (I&R) van dieren.

Controle en toezicht
Het onafhankelijke toezicht op de controles in de voedselketen is ondergebracht bij de VWA. De onafhankelijkheid en bevoegdheden van de VWA worden wettelijk verankerd. In samenspraak met het ministerie van VWS wordt het integrale beleid ten aanzien van voedselveiligheid verder vormgegeven. Ook wordt bekeken of en hoe de regels op het terrein van voedselveiligheid en -kwaliteit kunnen worden omgebouwd tot een meer uniform geheel.
De feitelijke controle en keuringen worden onder verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven gebracht, vanuit de gedachte dat het bedrijfsleven zelf primair verantwoordelijk is voor het opzetten van adequate ketengarantiesystemen. In veel sectoren zullen in 2004 afspraken worden gemaakt tussen overheid en bedrijfsleven over inzet en verantwoordelijkheden inzake controle en keuringen. De overheid zal zich meer gaan richten op het toezicht op de controles door het bedrijfsleven (toezicht op toezicht, uit te voeren door de VWA). De overheid richt zich daarbij op die punten waar zich de grootste risico's voordoen. Zo vraagt de keuring van vlees en vleesproducten door de gewijzigde risico's om een nieuwe aanpak; LNV wil de vleeskeuring daarom integreren in de gehele productieketen.
Tenslotte blijft de problematiek van illegale groeihormonen de aandacht houden. In 2004 wordt het onderzoek gestimuleerd naar snelle opsporingsmethoden voor resten van groeibevorderaars, diergeneesmiddelen en verboden stoffen. De controle op groeihormonen is geïntensiveerd.


 Begroting 2004 ministerie LNV: ruimte voor ondernemerschap en innovatie
Woensdag, 17 september 2003 door Henk Coolen
Groen ondernemen, innovatieve kracht
Een vitale landbouw en visserij zijn van belang voor de Nederlandse samenleving. Met inbegrip van de hele keten (industrie, handel etc.) zijn ze goed voor zo'n 10% van de werkgelegenheid en voor bijna 20 miljard euro op de handelsbalans. De sector is producent van goede en veilige agroproducten en beheerder van het landelijk gebied. LNV wil de vooraanstaande positie van de agrosector verder versterken, door ruimte te bieden voor ondernemerschap, door een stimulerend klimaat voor innovatie en door goede concurrentieverhoudingen binnen en buiten de Europese Unie.

Er zijn ook problemen die moeten worden aangepakt: de negatieve effecten van landbouw en visserij op natuur en milieu, de bijdrage van de agrarische distributie aan de fileproblematiek, de kwetsbaarheid van Nederland voor uitbraken van dier- en plantenziekten. Ook internationale ontwikkelingen vragen om actie. Zo zal de financiële ondersteuning van de landbouw door 'Brussel' geleidelijk afnemen en de concurrentie toenemen.

Aanpassing Europees landbouwbeleid
Eind juni 2003 zijn de lidstaten van de Europese Unie het eens geworden over een ingrijpende aanpassing van het Europese landbouwbeleid. Kern daarvan is dat de EU niet langer meer financiële steun aan boeren geeft op basis van hoeveelheden gewassen of dieren. In plaats daarvan komt er vanaf 2005 (of uiterlijk in 2007) een bedrijfstoeslag die niet gekoppeld is aan de productie. De toeslag wordt gebaseerd op wat de boer kreeg in het verleden en wordt afhankelijk gemaakt van het naleven van regels op het gebied van milieu en natuur, dierenwelzijn en diergezondheid. Als de boer zich niet aan dergelijke regels houdt, wordt de toelage verlaagd.
De Europese besluiten worden in 2004 uitgewerkt in concrete nationale maatregelen en besluiten. Daarbij wordt erop gelet dat het beleid bijdraagt aan een meer duurzame landbouw, dat de uitvoeringslasten voor de ondernemers en voor de overheid beperkt blijven en dat er geen concurrentieverstoringen ontstaan.

Diergezondheid en dierenwelzijn
LNV is primair verantwoordelijk voor bestrijding van een aantal zeer besmettelijke dierziekten en voor de bestrijding van een aantal dierziekten die ook voor de mens een gevaar vormen (bijv. BSE). Dat betekent niet dat het bedrijfsleven zelf geen verantwoordelijkheid draagt. De economische gevolgen en de schade die andere sectoren ondervinden van een dierziekteuitbraak horen een zaak voor het bedrijfsleven te zijn. Voor de periode na 2004 zullen -vanuit dit uitgangspunt- met het bedrijfsleven nieuwe afspraken worden gemaakt over de financiering van de dierziektenbestrijding. LNV zal de sector stimuleren om te komen tot een verzekering tegen de financiële risico's van dierziekteuitbraken.
Voor de financiering van de destructie gaat onverkort het beginsel 'de vervuiler betaalt' gelden: in deze kabinetsperiode wordt de bijdrage van de overheid hieraan beëindigd. Op korte termijn wordt uitgewerkt hoe dit kan worden gerealiseerd tegen zo min mogelijk kosten voor de individuele ondernemer.
De recente uitbraken van dierziekten hebben veel effect gehad op het maatschappelijk denken over de methode van bestrijding. Vaccinatie is binnen het Europese bestrijdingsbeleid niet toegestaan. LNV blijft zich onverminderd inzetten voor afschaffing van het Europese non-vaccinatiebeleid.
Het beleid ten aanzien van dierenwelzijn is gericht op een hoog niveau van dierenwelzijn. Nederland zal in internationaal en Europees verband pleiten voor scherpe normen, maar daarop in principe niet zelf zal vooruitlopen.

Biologische landbouw
LNV voert een beleid om de biologische landbouw te laten ontwikkelen naar een op eigen kracht internationaal concurrerende sector. Het streven is daarbij dat in 2010 10% van het landbouwareaal biologisch is. In 2002 was dat nog maar 2,2%. Om deze doelen te helpen bereiken, draagt het ministerie bij aan het professionaliseren van de ketens, aan kennisontwikkeling en -verspreiding en aan stimulering van de productie. In 2004 wordt de Regeling Stimulering Biologische Productiemethoden nog eenmaal opengesteld. Deze regeling helpt ondernemers omschakelen van gangbare naar biologische landbouw. Het huidige beleid wordt in 2004 geëvalueerd.

Agrologistiek
Aangezien een op de drie vrachtwagens producten uit de agrarische sector vervoert, is de bijdrage van de agrarische distributie aan de fileproblematiek groot. Omdat het vaak om bederfelijke producten gaat, leidt de agrosector daar ook zelf schade door. Bij het transport van dieren kan het dierenwelzijn onder druk komen te staan. In de periode 2003-2006 worden negen proefprojecten uitgevoerd om tot een betere agrologistiek te komen. Ze moeten bijdragen aan transportbesparing, filebestrijding, dierenwelzijn, ruimtelijke kwaliteit en voedselveiligheid.

Mest
LNV wil in het mestbeleid zowel de administratieve lasten voor de boeren als de uitvoeringskosten voor de overheid met 40% verminderen. Door administratieve vereenvoudigingen zijn inmiddels al forse stappen gezet. De komende tijd wordt gekeken naar mogelijkheden om het stelsel ingrijpender aan te passen. Daarbij worden zowel het systeem van mestafzetovereenkomsten, het mineralenaangiftesysteem (Minas) als het stelsel van productierechten tegen het licht gehouden. Een en ander moet leiden tot een robuuster en goedkoper systeem: eenvoudiger regels, uitvoering en administratie. In het voorjaar van 2004 komt LNV met voorstellen voor deze aanpassing van de wetgeving. Van belang is daarbij tot welke afspraken het kabinet komt met de Europese Commissie over de Nederlandse aanpak. De milieunormen voor stikstof en fosfaat zullen verder worden aangescherpt.

Visserij
Op het terrein van de zee-, de kust- en de binnenvisserij moet veel gebeuren om tot duurzame visserij te komen. LNV zet in op één Europese lijn, ook als het gaat om inspecties. Een goede handhaving van de regels in de hele Europese Unie is nodig voor de bescherming van de visbestanden en voor het draagvlak voor het visserijbeleid. Daarom wordt gewerkt aan gelijkwaardige controleniveaus en aan de oprichting van een gemeenschappelijke inspectiestructuur, die er uiterlijk in 2005 moet zijn.
Een ander speerpunt is een nauwere betrokkenheid van belanghebbenden bij het beleid. Dat zijn dan zowel de visserijsector als de maatschappelijke organisaties. Op Europees niveau worden daarvoor regionale adviescomité's ingesteld. In 2004 komt er als eerste een regionaal adviescomité voor de Noordzee, bestaande uit belanghebbenden uit de Noordzeelanden. In de kustvisserij zullen verantwoordelijkheden voor het beheer worden overgedragen aan de sector. Voor de schelpdiervisserij wordt een nieuw beleidskader opgesteld, waarin een zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen het belang van de visserij en de natuurfunctie in de kustwateren (o.a. Waddenzee en Oosterschelde).
Met een aantal visbestanden gaat het niet goed. Daarom worden alternatieven gezocht in de viskweek ofwel de aquacultuur. Die sector heeft grote groeimogelijkheden, maar daaraan zijn wel maatschappelijke risico's verbonden, bijv. op het gebied van milieu en dierziekten. LNV wil de groei van de aquacultuur mogelijk maken door randvoorwaarden te stellen en onnodige belemmeringen weg te nemen. Hiervoor komen er een knelpuntenanalyse en een plan van aanpak.

 Begroting 2004 ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Woensdag, 17 september 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman: 'Doelgerichtheid, doelmatigheid en draagvlak'
16 september 2003 - De uitgaven van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor 2004 zullen 49 miljoen euro hoger liggen dan eerder voorzien. De ontvangsten zijn 43 miljoen euro hoger begroot. De hogere uitgaven zijn vooral een gevolg van het extra geld dat is gereserveerd voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en de reconstructie, in totaal 700 miljoen euro in de komende vier jaar. In 2004 wordt 60 miljoen daarvan uitgegeven oplopend naar 290 miljoen in 2007. Aan de ontvangstenkant is de te verwachten EU-vergoeding voor de uitgaven rond de vogelpest de belangrijkste wijziging. Dat blijkt uit de begroting 2004 van het ministerie, dat komend jaar bijna twee miljard euro verwacht uit te geven.

Het realiseren van een duurzame landbouw, een vitale natuur, een vertrouwd platteland en een hoogwaardig voedselaanbod moet op een samenhangende wijze worden gecombineerd met de wensen van burgers op het gebied van wonen, werken en vrije tijd, formuleert Veerman de kern van de beleidsopgave voor de komende jaren. Door een integrale benadering kunnen nieuwe verbindingen worden gelegd tussen landbouw, natuur en landschap. Duurzame ontwikkeling is voor het kabinet richtsnoer bij het te voeren beleid. Zowel bij de productie van voedsel als bij het beheer van de omgeving staan behoud van de natuurlijke hulpbronnen en van het sociaal en menselijk kapitaal centraal; respect en zorg zijn hierbij sleutelbegrippen. Europees beleid (met name het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) is hierbij in belangrijke mate voorwaardenscheppend en kaderstellend, aldus Veerman. Hij benadrukt dat hij de samenleving intensief en direct wil betrekken bij de beleidsontwikkeling rond platteland en voedselproductie. Een voorbeeld is de discussie over intensieve veehouderij, die pas van start is gegaan. 'Beleid staat en valt immers met draagvlak voor de aanpak bij de ondernemers en consumenten die het moeten vormgeven.' Het Rijk wil zoveel mogelijk ruimte bieden aan de samenleving om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de inrichting van hun leven en leefomgeving. Tegelijk ligt er voor bedrijven, burgers en hun verbanden de verplichting om verantwoordelijk met de geboden ruimte om te gaan. Bij de uitvoering van de ambities wil Veerman de nadruk leggen op doelgerichtheid en doelmatigheid. Dit moet tot lastenverlichting voor het bedrijfsleven leiden.

Financieel kader LNV-begroting 2004

Uitgaven
De begroting van de uitgaven voor 2004 is ten opzichte van de meerjarencijfers in de begroting 2003 bijgesteld met EUR 49 mln. Deze bijstellingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Bedragen x EUR 1 mln. 2003 2004 2005 2006 2007 2008
Stand begroting 2003 2 061 1 866 1 846 1 866 1 831 1 831
1 Ombuigingen Hoofdlijnenakkoord 2003 -22 -35 -63 -66 -71 -71
2 Intensivering Hoofdlijnenakkoord 2003 60 90 260 290 250
3 Overig 390 24 45 47 48 68
Stand begroting 2004 2 429 1 915 1 918 2 107 2 098 2 078


1. Ombuigingen Hoofdlijnenakkoord 2003
In het Hoofdlijnenakkoord 2003 is een beperking van de LNV-uitgaven opgenomen. Deze ombuiging bedraagt EUR 20 mln. in 2004 en EUR 40 mln. met ingang van 2005.
Daarnaast zijn in het Hoofdlijnenakkoord 2003 voor LNV ombuigingen afgesproken door vermindering van de incidentele loonontwikkeling bij het onderwijs, vermindering van de inhuur van externen en het verbeteren van de efficiency bij het Rijk en ZBO's. Deze ombuigingen lopen op van EUR 15,4 mln. in 2004 tot EUR 31,4 mln. In 2007.
2. Intensivering Hoofdlijnenakkoord 2003
Binnen het financieel kader 2004-2007 van het Hoofdlijnenakkoord is ruimte gemaakt voor enkele intensiveringen. Voor LNV betreft het extra uitgaven van EUR 700 mln. in deze periode bestemd voor reconstructie en voor het realiseren van de EHS, inclusief particulier en agrarisch natuurbeheer.
3. Overig
Dit betreft met name de loon- en prijsbijstellingstranche 2003 die aan de LNV-begroting is toegevoegd. De incidenteel hogere uitgaven in 2003 houden met name verband met de uitbraak van de klassieke vogelpest.

Ontvangsten
De begroting van de ontvangsten voor 2004 is ten opzichte van de meerjarencijfers in de begroting 2003 technisch bijgesteld met EUR 43 mln.

Bedragen x EUR 1 mln. 2003 2004 2005 2006 2007 2008
Stand begroting 2003 617 389 394 397 352 352
1 Vogelpest 10 41 41
2 Identificatie & registratie 10 10 10 10 10 10
3 Overig 34 -8 -2 -2 -1 -4
Stand begroting 2004 671 432 443 405 361 358


1. Vogelpest
Op basis van de totale kostenraming medio 2003 van de bestrijdingsmaatregelen van de Klassieke Vogelpest wordt een EU-bijdrage in de kosten verwacht van EUR 92,0 mln. Deze is door het Rijk voorgefinancierd. Verwachting is dat de EU-bijdrage in 3 tranches van EUR 10 mln., EUR 41 mln. en nogmaals EUR 41 mln. in de jaren 2003 t/m 2005 wordt ontvangen.
2. Identificatie & registratie
Met ingang van 1 januari 2002 zijn alle taken m.b.t. Identificatie en Registratie van dieren (I&R) door het Rijk overgenomen van de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren (GD) en de Productschappen (PVE). De hiermee gemoeide uitgaven worden gedekt uit bijdragen van het bedrijfsleven.


 Nutreco gaat pluimveeactiviteiten in de Benelux herstructureren
Dinsdag, 16 september 2003 door Henk Coolen
Pingo Poultry, de Nutreco-dochter voor pluimveeverwerking in de Benelux, gaat een herstructurering doorvoeren. Daarbij zal één van de Belgische vestigingen in Stevoort worden gesloten en komen in totaal circa 150 arbeidsplaatsen te vervallen. Daarnaast heeft het bedrijf maatregelen voor herstructurering bij de Nederlandse vestigingen in voorbereiding.
De reorganisatie is een direct gevolg van de uitbraak van vogelpest eerder dit jaar. Nutreco heeft bij de publicatie van de halfjaarcijfers op 5 augustus 2003 al een herstructurering van de pluimveeactiviteiten in de Benelux aangekondigd.

Zodra de productielocatie in Stevoort wordt gesloten, worden alle slachtactiviteiten in België geconcentreerd op de locatie in Maasmechelen. Het produceren vanaf één locatie in Maasmechelen leidt tot een vermindering van het totaal aantal arbeidsplaatsen van maximaal 150 fte's . Momeneteel bieden de vestigingen in Stevoort en Maasmechelen samen werk aan 670 fte's. Pingo Poultry is momenteel over de plannen in overleg met de ondernemingsraden en de vakbonden.

Pingo Poultry wil zich verder concentreren op productie en verwerking van verse kip-producten voor supermarktketens en voor het topsegment van de voedingsmiddelenindustrie en food servicebedrijven in Noordwest-Europa. De verdere bewerking tot verse kipproducten wordt volledig geconcentreerd binnen de vestiging in Mierlo. In Maasmechelen gaat men zich in tweeploegendienst toeleggen op de productie voor supermarktketens.


 Nutreco reorganiseert dochter Pingo Poultry
Maandag, 15 september 2003 door Henk Coolen
Nutreco gaat dochterbedrijf Pingo Poultry reorganiseren. In Belgie worden 150 banen geschrapt, In Nederland wordt een reorganisatie voorbereid.
Een en ander is een gevolg van de uitbraak van klassieke vogelpest in Nederland, Belgie en Duitsland eerder dit jaar.
Dat heeft Nutreco maandag meegedeeld. Nutreco, Europa's grootste veevoerfabrikant en 's werelds grootste zalmproducent, gaat als gevolg van de inkrimping in Belgie de vestiging in Stevoort sluiten.
Pingo Poultry produceert pluimveeproducten voor de markt in Noordwest-Europa. In de Benelux heeft ze een sterke marktpositie. Er werken bij de Nutrecodochter 1.340 mensen.


 LEI: tot 2015 nog genoeg pluimveemest voor pluimveemestcentrale DEP
Maandag, 15 september 2003 door Henk Coolen
In Nederland wordt zeker tot 2015 voldoende stapelbare pluimveemest geproduceerd om de centrale die de Stichting Duurzame Energieproductie Pluimveehouderij DEP in Moerdijk wil realiseren van voldoende brandstof te voorzien. Dit blijkt uit onderzoek van het LEI.
De energiecentrale wordt alleen gebouwd wanneer de projectfinanciers zekerheid hebben dat er gedurende 10 jaar minstens 300.000 ton pluimveemest aangevoerd zal gaan worden. De Stichting Duurzame Energieproductie Pluimveehouderij DEP, waarin 320 pluimveehouders vertegenwoordigd zijn had eind augustus 170.000 ton stapelbare pluimveemest gecontracteerd en is nu bezig in samenwerking met andere marktpartijen deze hoeveelheid via tienjarige contracten te verhogen naar minimaal 300.000 ton.

De studie van het LEI geeft volgens DEP aan dat de mesthoeveelheid afneemt, maar dat er zeker voldoende overblijft voor de DEP-centrale. In 2002 werd 1,3 miljoen ton stapelbare mest geproduceerd. In 2005 zal dat 1,2 miljoen ton zijn. Het LEI verwacht in 2015 1,05 miljoen ton.


 Veerman spreekt hypocriete burger aan op koopgedrag
Maandag, 15 september 2003 door Henk Coolen
Consumenten moeten inzien dat ook zij onderdeel zijn van de voedselketen. Als consumenten dan willen dat boeren hoog kwalitatief en veilig voedsel produceren, met hoge normen voor dierenwelzijn, dan moeten zij daar ook voor betalen. Om dan in de winkel toch te kiezen voor de goedkoopste kipfilet van onduidelijke oorsprong is hypocriet.
Dat zegt minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in een interview met het dagblad Trouw. Veerman heeft grote moeite met al die mensen die, daarnaar gevraagd, het politiek correcte antwoord geven dat dierenwelzijn, voedselveiligheid en het milieu hoog in hun vaandel staan, maar in de winkel alleen maar naar de prijs kijken.

Veerman ziet het als zijn taak om de consument aan te spreken op zijn koopgedrag. Hij wil de consument doen inzien dat deze ook een rol in de keten speelt en hem wijzen op zijn verantwoordelijkheid. De consument moet gaan inzien dat hij door zijn aankoopgedrag de (door hemzelf zo verfoeide) intensieve veehouderij in stand houdt. Als de consument meer aandacht voor dierenwelzijn wil dan zal hij ook bereid moeten zijn daar voor te betalen.

Veerman neemt in zijn kritiek niet alleen de consument op de korrel. Ook supermarkten en voedingsmiddelenindustrie moeten hun verantwoordeliojkheid nemen. Veerman acht het niet langer acceptabel dat supermarkten en voedingsmiddelenindustrie zich verschuilen achter de zin: 'De consument wil het niet'.

In juni kondigde de minister een fundamenteel debat aan over de intensieve veehouderij dat dit najaar zijn beslag krijgt. Veerman denkt dat de uitkomst zal leiden tot een fundamentele ommekeer in de agrofoodsector, die te vergelijken is met de omwentelingen in de scheepsbouw.
Hoewel de grote scheepsbouw voor Nederland verloren is gegaan floreert de specialistische scheepsbouw als nooit tevoren. Zo moet de veehouderij in Nederland zich ook gaan richten op de bovenkant van de markt. Niet meer met varkens slepen, maar het hier verwaarden, aldus Veerman.

Veerman verwacht niet dat de Nederlandse markt overspoeld gaat worden met dieronvriendelijke producten uit het buitenland. Hij vertrouwt erop dat de consument zijn verantwoordelijkheid zal nemen door deze producten niet te kopen. Als wij met z'n allen dat soort producten niet willen - en dat hebben we toch heel vaak aangegeven - dan komen ze er niet, denkt Veerman.


 Natuur- en milieuorganisaties: ammoniakbeleid kabinet rampzalig
Maandag, 15 september 2003 door Henk Coolen
Natuur- en milieuorganisaties vinden het onbegrijpelijk dat de overheid enerzijds miljoenen uitgeeft om beschadigde natuur te herstellen en aan de andere kant met het nieuwe beleid toelaat dat de soortenrijkdom blijft teruglopen door te veel aan ammoniak. Op deze manier blijft het dweilen met de kraan open, aldus de organisaties.
Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Stichting Natuur en Milieu, De Landschappen en de provinciale Milieufederaties reageren hiermee op een brief van minister Veerman (LNV) en staatssectaris Van Geel (VROM) aan de Tweede Kamer waarin zij aangeven hoe het kabinet de ammoniakuitstoot door de intensieve veehouderij zal gaan aanpakken.

De natuur- en milieuorganisaties stellen dat het Kabinet Balkenende II ervoor kiest om het ammoniakbeleid van eerdere regeringen enorm af te zwakken. Alleen de gebieden die onder de Europese Habitatrichtlijn vallen, en de zeer kwetsbare natuur worden nog beschermd. De rest van de natuur, waaronder alle naaldbossen, wordt niet meer beschermd tegen de verzurende en vermestende werking van ammoniak.
Hiermee wordt het bestaande beleid flink uitgekleed. Terwijl eerdere regeringen wilden dat in 2010 tachtig procent van de natuur beschermd zou zijn, wil Balkenende slechts twintig procent van alle natuur veiligstellen, aldus de organisaties.

De maatregelen om de uitstoot van ammoniak binnen de perken te houden, zijn bekend, zo schrijven de organisaties: moderne stallen, uitbreiding van veebedrijven alleen op ruime afstand van kwetsbare natuur, veevoer met minder stikstof erin (minder stikstof in voer betekent minder ammoniak in de lucht), en verkleining van de veestapel. Echter, in de plannen van de regering zijn deze maatregelen afgezwakt of op de lange baan geschoven.

Een hele reeks van wilde planten en dieren wordt hierdoor getroffen. Enkele voorbeelden: planten als welriekende nachtorchis, waterlobelia en klokjesgentiaan, vlinders als de zilveren maan en de parelmoervlinder, de sierlijke witsnuitlibel, de boomkikker, de gladde slang en uiteindelijk ook vogels als de groene specht en de nachtzwaluw. Bij een teveel aan ammoniak nemen braam en brandnetels de plaats in van bijzondere soorten. Maar ook heide is gevoelig: bij teveel aan stikstof en zure neerslag maakt de paarse struikheide plaats voor gras.

De organisaties vinden het onbegrijpelijk dat de overheid enerzijds miljoenen uitgeeft om beschadigde natuur te herstellen en aan de andere kant met het nieuwe beleid toelaat dat de soortenrijkdom blijft teruglopen door te veel aan ammoniak. Op deze manier blijft het dweilen met de kraan open.


 Vandaag in de Pluimveehouderij
Zaterdag, 13 september 2003 door Henk Coolen
Kalkoenen in Duitsland

Gut Stetten en Lethetal zijn sinds lang bekende slachterijnamen in de Duitse kalkoensector. Sinds 1 januari van dit jaar presenteren beide organisaties zich onder de naam Velisco. Kernactiviteit van Velisco is de slachting en vermarkting van kalkoenen. Het op 1 januari 2003 nieuw ontstane bedrijf komt voort uit Lethetal kalkoenspecialiteiten (mesters, broederij en voerindustrie) en de vleeswarenfabriek Nolke Gut Stetten Geflugel in Versmold. Nolke brengt de Mutzchen Truthahn GmbH in en Schloss Stetten GmbH & Co.KG. Er bestaat een samenwerkings- verband met broederij Moorgut Kartzfehn. In dit nummer aandacht voor de kalkoensector in Duitsland. Behalve een slachterij bezochten we ook een aantal mesters.

Dilemma's als leidraad

De overheid heeft de verantwoordelijkheid om de



samenleving en de intensieve veehouderijsectoren zicht te geven op de lange termijnperspectieven en om de dilemma's daarbij zichtbaar te maken, aldus Veerman. Daarom start hij een brede maatschap- pelijke discussie. Zeven dilemma's zijn hierbij leidraad. Dilemma's waar bedrijfsleven en overheid mee te maken hebben. Zie hiervoor ook de website van LNV.

Daglicht in vleeskuikenstallen

In een daglichtstal heerst meer variatie in lichtsterkte dan in een traditionele vleeskuikenstal. Dit leidt waarschijnlijk tot verbetering van het welzijn omdat er meer variatie in gedrag optreedt en het gedrag natuurlijker wordt. Of dit ook echt het geval is, en wat de invloed van daglicht op de technische resultaten en slachterijrendementen is, heeft het Praktijkcentrum 'Het Spelderholt' in Beekbergen onderzocht

 diversen
Zaterdag, 13 september 2003 door Henk Coolen
,,Roepen dat je voor dierenwelzijn bent en dan toch die goedkope kipfilet kopen. Dat kan dus niet,'' aldus minister Veerman in een interview in Trouw. Veerman zegt grote moeite te hebben met al die mensen die desgevraagd het politiek correcte antwoord geven dat dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieu hoog in hun vaandel staan, maar in de winkel toch weer kiezen voor de goedkoopste kipfilet van onduidelijke oorsprong. ,,Ik zal hen wijzen op hun verantwoordelijkheid. Trekken ze zich daar niets van aan, dan zal ik niet schromen ze keihard als hypocriet neer te zetten.'' Ook supermarkten en voedingsmiddelen- industrie moeten hun verantwoordelijkheid nemen, vindt Veerman.

Pluimveeslachterij Vleesch du Bois heeft besloten de vestiging in Dedemsvaart open te houden en de productiecapaciteit te vergroten. Daarvoor is een nieuwe milieuvergunning nodig. Tot die vergunning afkomt, gedoogt de gemeente Hardenberg de uitbreiding van de activiteiten. Het aantal arbeidsplaatsen stijgt door de uitbreiding met 40, bovenop de circa huidige 160.

De inzet van asielzoekers om stallen te ruimen tijdens de vogelpest was tegen de regels, maar blijft vooralsnog zonder gevolgen voor de betrokken bewindslieden. Minister De Geus (Sociale Zaken) en staatssecretaris Wijn (Financien) erkenden woensdag tijdens overleg in de Tweede Kamer ruiterlijk dat 'fout' is gehandeld. Beide bewindslieden beloofden er alles aan te doen om herhaling te voorkomen. Bovendien gaat een ambtelijke werkgroep adviseren over de inzet van mensen volgens de regels bij spoedeisende klussen van de overheid.

 Goede vooruitzichten mestverbrandingscentrale
Woensdag, 10 september 2003 door Henk Coolen
De mestverbrandingscentrale in Moerdijk (NBr), die in 2005 moet gaan draaien, kan tot 2015 rekenen op voldoende mest. Dit blijkt uit een analyse van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI).

De centrale is een initiatief van de stichting Duurzame Energieproductie Pluimveehouderij (DEP), waarbij zich sinds 1998 320 pluimveehouders hebben aangesloten. Zij hebben zich verplicht 10 jaar mest leveren voor de opwekking van duurzame energie voor 72.000 huishoudens. Het gaat om stapelbare mest drogestofgehalte van 55 procent.

Door een afname van de pluimveestapel, loopt de mestproductie terug van 1,3 miljoen ton naar 1,05 miljoen ton in 2015. Dat is nog altijd ruim voldoende voor de 380.000 ton die de centrale jaarlijks nodig heeft.

Stichting DEP heeft een aanvoer van 170.000 ton mest vastgelegd. Er worden nu gesprekken gevoerd met andere pluimveehouders. Projectmanager Cor Munsters van de stichting verwacht eind september garanties binnen te hebben voor 300.000 ton mest.

Pluimveemest wordt nu veelal geëxporteerd naar het buitenland. Op termijn moet afzet bij de centrale interessanter worden voor de pluimveehouders. Dit najaar wordt met de bouw begonnen.


 Europese Commissie voorziet aantrekken economie
Dinsdag, 9 september 2003 door Henk Coolen
De Europese Commissie voorspelt voor de eurolanden een economische groei van 0 tot 0,4 procent in het derde kwartaal van 2003. De groei zou daarmee voor het eerst sinds het tweede kwartaal 2002 hoger uitvallen dan het voorgaande kwartaal.
De Commissie, die deze uitkomst van een eigen rekenmodel dinsdag heeft bekendgemaakt, voorziet daarna een verdere verbetering. De economie zou in het vierde kwartaal 0,2 tot 0,6 procent kunnen groeien.
De versnelling in het vierde kwartaal komt vooral omdat de detailhandel meer vertrouwen heeft in de nabije toekomst, aldus de Commissie. Ook andere factoren spelen een rol, zoals de toename van de Amerikaanse inkoopmanagersindex voor productie.

 Broviand positief over botdetectie met röntgen bij vers kipvlees
Maandag, 8 september 2003 door Henk Coolen
In Amerika wordt gewerkt aan een machine om met röntgenstralen en laseropnamen de aanwezigheid van botjes in kipproducten op te sporen. In Nederland is echter de eerste botdetectiemachine met röntgenstralen al sinds april in gebruik, bij Broviand. Het apparaat van producent SFT (Spectral Fusion Technologies) is de eerste machine in Europa, welke wordt ingezet voor het detecteren van botjes in vers kipvlees.
Volgens Broviand is het de eerste, en op dit moment ook de enige machine, die na ca. 10 jaar van ontwikkeling echt werkt. Mechanisch ontbeende kipfilet (ongeacht welk systeem) bevat normaal ca. 1,5 tot 3% bot. Na 4 maanden testen blijkt dat de SFT-machine inderdaad 95 tot 98% van die botresten detecteert en verwijderd.

Pluimveevleesverwerker Broviand uit Someren fungeert op dit moment als "pilot plant" voor SFT, omdat het Amerikaanse bedrijf continu bezig is het systeem te verfijnen en uit te breiden. Zo wordt op dit moment ook het ontbeende pootvlees gedetecteerd (compleet andere structuur), met ook goede resultaten, aldus Broviand.


 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 5 september 2003 door Henk Coolen
Vijf jaar na dato

Voor onze serie 'vijf jaar na dato', zochten we Rien en Jo van den Berg in Deurne weer eens op. Zij bouwden in 1998 drie stallen, elk voor 30.000 vleeskuikens. Voor een mooi aanzicht en snelle bouw, kozen ze voor prefab-elementen met schoon metselwerk. Twee jaar geleden heeft het ondernemende echtpaar op een andere locatie nog eens twee vergelijkbare stallen neer gezet. Hun bedrijf telt nu drie lokaties met een totale opzetcapaciteit van ongeveer 300.000 vleeskuikens. Verder spraken we met Marianne Remy. Zij was in 1998 voorzitter van de NOP-kring Kalkoenenhouders en presenteerde in augustus de toekomstvisie voor de kalkoenenhouderij Natuurlijk Ondernemend. Anno 2003 heeft Marianne met kalkoenen niets meer van doen. Ze heeft een eigen computerbedrijf en samen met haar man houdt ze 24.000 scharrelkippen. De kalkoenen- sector volgt ze nog maar ternauwernood, zegt ze. ,,Ik voel me in ieder geval niet in staat om een uitgebalan- ceerde mening te geven. Wat ik zo hoor is dat het er de laatste jaren niet gemakkelijker op is geworden.''

VB-bedrijf in de knel

De vermeerderingssector heeft in 2002 financieel slecht geboerd. Er is daardoor weinig marge om tegenvallers op te vangen. Het LEI en ABAB zien dat vooral jonge ondernemers (met relatief grote en moderne bedrijven) met vreemd vermogen (bij de bank geleend geld) in de knel komen na de vogelpest.

Uitgestelde leg

Binnen de opfokorganisatie van De KuikenaeR zaten begin maart verschillende koppels ouderdieren over datum nog in opfok, omdat ze vanwege de vogelpest- crisis niet verplaatst konden worden naar de vermeerderingsbedrijven. Wat te doen: ruimen of de leg uitstellen? Ondanks de nadelen die welke beslissing dan ook met zich mee zou brengen, vallen bij de koppels waarvan de leg is uitgesteld toch wat positieve ontwikkelingen op. De betreffende koppels worden nauwlettend gevolgd. Na afloop van de productie- periode worden meer resultaten bekend gemaakt.

 diversen
Vrijdag, 5 september 2003 door Henk Coolen
Op een bedrijf in Limburg en een in de Gelderse Vallei is begin dit jaar een AI-virus aanwezig geweest. Dat is gebleken uit bloedonderzoek op deze bedrijven door het CIDC. Het gaat om een H5Nx-virus. Een andere dus dan die de epidemie heeft veroorzaakt. Nog niet duidelijk is of het bedoelde virus laag of hoog pathogeen is.

Herbevolken van de bedrijven in de voorheen pluimvee- dichte gebieden vormt een belangrijk risico voor de herintroductie van het AI-virus in pluimvee. Dit stellen onderzoekers van het CIDC in Lelystad in hun rapport Epidemiologische Consequenties van Vaccinatie. Ze pleiten voor de grootst mogelijke voorzichtigheid eventueel gecombineerd met additionele vaccinatie.

Het Praktijkonderzoek is gestopt met het onderzoek aan verrijkte kooien voor leghennen (project 1030). De financiering door pluimveehouders, PPE en Rabobank is stopgezet. Op de nieuwe onderzoekslocatie in Lelystad zal leghennenonderzoek gericht zijn op loslopende hennen, al dan niet met uitloop. In Lelystad is wel ruimte voor kooionderzoek gereserveerd, maar zolang er geen opdrachten voor zijn, zal die niet worden benut.

 Limburgse boeren mogen tot 15 september bemesten, maar niet overal
Vrijdag, 5 september 2003 door Henk Coolen
Gedeputeerde Staten van Limburg hebben, op verzoek van de LLTB, besloten de periode waarin dierlijke mest mag worden aangewend te verlengen tot 15 september 2003. De verlenging geldt echter niet voor een aantal grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten van Limburg aan de verlenging de voorwaarde verbonden dat het uitrijden van mest op bouwland wordt gecombineerd met het inzaaien van een groenbemester.
De verlenging komt nadat minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zich in de Tweede Kamer bereid heeft getoond het uitrijverbod, opgenomen in het 'Besluit gebruik meststoffen' (BGM), met 14 dagen uit te stellen wegens de uitzonderlijke droogte dit jaar.

De verlenging geldt alléén voor de niet-freatische grondwaterbeschermingsgebieden en het bodembeschermingsgebied Mergelland als aangewezen in de Provinciale Milieuverordening Limburg, met uitzondering van de in dit bodembeschermingsgebied gelegen freatische grondwaterbeschermingsgebieden (inclusief de bijbehorende waterwingebieden).

Concreet betekent dit dat voor de volgende grondwaterbeschermingsgebieden (inclusief de bijbehorende waterwingebieden) in Limburg het verbod blijft bestaan om vanaf 1 september dierlijke mest uit te rijden: Mookerheide, Bergen, Beegden, Waterproduktie Heel, Roosteren, Craubeek, Roodborn, IJzeren Kuilen, De Tombe, De Dommel, Heer-Vroendaal en Itteren-Borgharen.
Bij de afweging van dit besluit is zowel naar het belang van de boeren gekeken als ook naar het algemeen belang met het oog op de drinkwaterwinning.


 West-Brabantse veehouders willen uitspoeling fosfaat verminderen
Vrijdag, 5 september 2003 door Henk Coolen
Om de blauwalg in het oppervlaktewater zo veel mogelijk te voorkomen willen melkveehouders in West-Brabant de uitspoeling van fosfaat in vier jaar tijd met 80.000 kilogram verminderen. De provincie Noord-Brabant kent 140.000 eurpo subsidie toe aan het project 'Fosfaat bij de wortel aangepakt'. Het project is een initiatief van de Rundveestudieclub Heerle/Huijbergen.
Samen met het Hoogheemraadschap van West-Brabant, drinkwaterbedrijf Delta, Dienst Landbouwvoorlichting (DLV) en ZLTO-Woensdrecht hebben de melkveehouders een plan opgesteld. Zij willen het fosfaatoverschot op hun bedrijven uit dierlijke mest, in vier jaar tijd met 20.000 kilogram per jaar terug te dringen. Op deze manier willen ze een bijdrage leveren aan de terugdringing van de vervuiling van het oppervlaktewater in hun gebied.

Fosfaat is een belangrijke oorzaak voor overmatige groei van algen en waterplanten waardoor het natuurlijke evenwicht in het water wordt verstoord. Dit leidt tot problemen in sloten, beken, plassen, kanalen en rivieren, en in het Volkerak en het Zoommeer. De provincie wil milieuvervuiling bij de bron aanpakken en niet slechts de effecten van milieuvervuiling bestrijden.

Het project richt zich vooral op het verbeteren van de fosfaatbenutting in de bodem. Daardoor kan met minder bemesting worden volstaan, zonder dat dit ten koste gaat van de gewasgroei. Ook wordt gekeken of de melkveehouders krachtvoer kunnen besparen zonder dat de melkgift daaronder lijdt.

De projectpartners hebben, inclusief de subsidie, gezamenlijk ruim € 400.000 uitgetrokken voor dit project. De verwachting is dat de resultaten van het project ook waardevol zijn voor andere veehouders in Brabant.


 West-Brabantse veehouders willen uitspoeling fosfaat verminderen
Vrijdag, 5 september 2003 door Henk Coolen
Om de blauwalg in het oppervlaktewater zo veel mogelijk te voorkomen willen melkveehouders in West-Brabant de uitspoeling van fosfaat in vier jaar tijd met 80.000 kilogram verminderen. De provincie Noord-Brabant kent 140.000 eurpo subsidie toe aan het project 'Fosfaat bij de wortel aangepakt'. Het project is een initiatief van de Rundveestudieclub Heerle/Huijbergen.
Samen met het Hoogheemraadschap van West-Brabant, drinkwaterbedrijf Delta, Dienst Landbouwvoorlichting (DLV) en ZLTO-Woensdrecht hebben de melkveehouders een plan opgesteld. Zij willen het fosfaatoverschot op hun bedrijven uit dierlijke mest, in vier jaar tijd met 20.000 kilogram per jaar terug te dringen. Op deze manier willen ze een bijdrage leveren aan de terugdringing van de vervuiling van het oppervlaktewater in hun gebied.

Fosfaat is een belangrijke oorzaak voor overmatige groei van algen en waterplanten waardoor het natuurlijke evenwicht in het water wordt verstoord. Dit leidt tot problemen in sloten, beken, plassen, kanalen en rivieren, en in het Volkerak en het Zoommeer. De provincie wil milieuvervuiling bij de bron aanpakken en niet slechts de effecten van milieuvervuiling bestrijden.

Het project richt zich vooral op het verbeteren van de fosfaatbenutting in de bodem. Daardoor kan met minder bemesting worden volstaan, zonder dat dit ten koste gaat van de gewasgroei. Ook wordt gekeken of de melkveehouders krachtvoer kunnen besparen zonder dat de melkgift daaronder lijdt.

De projectpartners hebben, inclusief de subsidie, gezamenlijk ruim € 400.000 uitgetrokken voor dit project. De verwachting is dat de resultaten van het project ook waardevol zijn voor andere veehouders in Brabant.


 Veerman: Extra contoles AID op dierenwelzijn bij hitte ongewenst
Woensdag, 3 september 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van LNV wijst de suggestie van het SP-Kamerlid Van Velzen om de AID tijdens extreem warme weersomstandigheden extra controles te laten uitvoeren op het dierenwelzijn in de bio-industrie van de hand. Volgens de minister zijn de dieren op zo'n moment gebaat bij rust in de stal.
Controles maken de dieren onrustig, wat zorgt voor extra stress en warmteproductie, aldus Veerman. Wel maakt de AID werk van klachten over dieren die in de zon staan zonder water of zich te lang in warme veewagens bevinden.

Volgens Veerman is uit controles van de AID op de naleving van het Varkensbesluit gebleken dat dat het nalevingsniveau ten aanzien van de alarm- en noodvoorzieningen in de varkenshouderij is verbeterd. Uit een AID-rapport van 2001 bleek dat 37% van de varkenshouders geen deugdelijke alarminstallatie had voor het geval de ventilatie uit zou vallen. In het Varkensbesluit geldt dat als een verplichting.


 Rabo leent iets minder aan boer en tuinder
Woensdag, 3 september 2003 door Henk Coolen
Utrecht – De omvang van het krediet dat de Rabobank dit afgelopen half jaar had uitstaan in de land - en tuinbouw is iets gedaald. Uit gegevens die de bank gisteren naar buiten bracht blijkt dat het agro-krediet met 1,3 procent is geslonken.

 CIDC: risico voor nieuwe uitbraak vogelpest in Gelderse Vallei en Limburg
Dinsdag, 2 september 2003 door Henk Coolen
Herbevolken van de pluimveebedrijven in voorheen pluimveedichte gebieden vormt een belangrijk risico voor de herintroductie van het klassieke vogelpestvirus in pluimvee. In Italië hebben herbevolkingsprogramma's na een primaire uitbraak meermalen geleid tot nieuwe uitbraken. Mocht dit in Nederland gebeuren in pluimveedichte gebieden, dan kan dat leiden tot een kettingreactie aan nieuwe infecties.
Dat staat in het rapport 'Epidemiologische consequenties van vaccinatie' van het Centraal Instituut voor DierziekteControle (CIDC) te Lelystad. Minister Veerman van LNV heeft het rapport 29 augustus aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het CIDC stelt dat er twee risicogebieden in Nederland zijn voor vogelpest: de Gelderse Vallei en het gebied rond Weert in Limburg. Doordat de dichtheid van pluimveebedrijven in deze gebieden heel hoog is kan een kettingreactie van nieuwe infecties ontstaan na introductie van het virus.
De rest van Nederland lijkt geen epidemiologisch risicogebied. Een introductie van het virus zal waarschijnlijk tot weinig besmette bedrijven leiden als het virus tijdig wordt ontdekt en als snel effectieve maatregelen worden getroffen.

In het rapport wordt tevens geconcludeerd dat gezien de zeer snelle dynamiek van klassieke vogelpest in pluimveekoppels en gezien het feit dat het enkele weken (2 à 3 weken) duurt voordat een vaccinatieprogramma bescherming biedt, ringvaccinatie in een intensief pluimveegebied vanuit epidemiologisch oogpunt weinig zin heeft, tenzij de ring heel groot is (een straal van >50 km).

Bovendien zal in de praktijk nog een extra vertraging optreden omdat het enige tijd duurt voordat alle bedrijven in de ring zijn gevaccineerd, hetgeen de straal van het te vaccineren gebied en het aantal te vaccineren bedrijven alleen nog maar groter maakt.

Het volledige rapport van het CIDC is te downloaden vanaf de website van het ministerie van LNV.


 'Duits verbod op kooihuisvesting resulteert niet in gezondere kippen'
Dinsdag, 2 september 2003 door Henk Coolen
Het volledige verbod op kooihuisvestingsystemen voor leghennen in Duitsland zal niet leiden tot verbetering van de diergezondheid. Tot die conclusie komt Wilhelm Priesmeister, een afgestudeerd dierenarts die namens de SPD in het Duitse parlement zit. In Duitsland is in 2001 besloten tot een verbod van kooihuisvestingssystemen voor leghennen vanaf 1 januari 2007.
Priesmeister bezocht verschillende leghennenbedrijven en stelde vast dat in de scharrel- en vrije-uitloopsystemen dierziekten voorkomen die in Duitsland volgens hem al jaren uitgeroeid waren. De sterfte onder de hennen loopt soms op tot boven de 20%. Met name kannibalisme vormt een probleem. Om dit probleem te ondervangen wordt in veel gevallen de snavel van de hennen gekapt.

De parlementariër is bang dat de slechtere gezondheid van de dieren zal leiden tot een hoger gebruik van medicijnen, hetgeen met het oog op de bescherming van de consument een slechte ontwikkeling is. De verslechtering van de diergezondheid in de alternatieve huisvestingssystemen zou ook zijn vastgesteld in een onderzoek door de veterinaire hogeschool in Hannover

De SPD-parlementariër denkt dat de productie van eieren voor de Duitse consument door de leghennen-verordening zich naar het buitenland zal verplaatsen. Gegevens van internationale eier- en eiproductenmarkten illustreren dat al. Ook is het waarneembaar in de onwikkeling van bedrijven die de huisvestingssystemen voor de leghennen leveren. Hierdoor is er geen garantie dat het ei op het bord van de Duitse consument afkomstig is van een hen die onder betere omstandigheden leeft.

Priesmeister wil zich sterk maken voor een omschakeling in het politieke denken. Hij pleit niet voor een terugkeer naar de legbatterij, maar wil wel dat de overheid meer openstaat voor alternatieve huisvestingssystemen die zowel voor de kippen, de consumenten als de Duitse pluimveehouders meer perspectief hebben.


 'Landbouw verdwijnt niet uit Nederland'
Maandag, 1 september 2003 door Henk Coolen
Tal van ontwikkelingen zullen het landelijk gebied veranderen, maar het landbouwareaal is in 2010 ongeveer hetzelfde als in 2003. De productieomvang van de agrarische sector blijft minimaal constant. Dat stelt de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) bij monde van haar voorzitter Gerard Doornbos en Jan Heijkoop, voorzitter vakgroep LTO Verbrede land- en tuinbouw, in een opinieartikel in het weekblad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
In VNG-magazine 27/28 (4 juli) stellen de onderzoekers Vereijken en Agricola dat er geen economische basis is voor het voortbestaan van de boerenstand in Nederland. De toenemende liberalisering van de wereldhandel en de uitbreiding van de EU leiden volgens hen tot een exodus van de oorspronkelijke plattelandsbevolking. Ze bepleiten op het platteland meer ruimte vrij te maken voor andere economische activiteiten dan alleen agrarische.

Volop kansen
LTO Nederland ziet volop kansen voor de agrarische sector in Nederland. De productieomstandigheden zijn prima: water in overvloed, een gematigd klimaat, onomstreden kennis en vakmanschap, gunstige ligging ten opzichte van de afzetmarkt, hechte samenwerking en handelsgeest. Tel daarbij de logistieke prestaties en mogelijkheden, mede door Schiphol en de Rotterdamse haven, en de ijzersterke positie van de Nederlandse land- en tuinbouw is verklaard, aldus LTO.

Nederland is wereldwijd de grootste agrarisch exporteur, globaal driekwart van de productie gaat de grens over. De productieomvang ligt rond de veertig miljard euro (tien procent van het bruto nationaal product), met een overschot op de handelsbalans van zo’n 20 miljard euro. Dat is ongeveer driekwart van het totale Nederlandse handelsoverschot. Ziedaar het economisch belang van een der laatste productiesectoren van ons land (de petrochemie is de andere), zo stelt LTO.

Markt
De constante productieomvang toont volgens LTO aan dat agrariërs produceren wat de markt (lees: consument) vraagt. Dat leidt ertoe dat ruim tweederde van de productie tot stand komt zonder steun van (EU-)subsidies. In vergelijking met andere EU-lidstaten scoort Nederland hoog met de teelt van bomen, bloembollen, snijbloemen, fruit en groenten en de varkens- en pluimveehouderij. Prettige bijkomstigheid is de diversiteit aan gewassen. Het agrarisch cultuurlandschap van Nederland valt bovendien in de smaak van toeristen en recreanten.

Maar er is ook een keerzijde, stellen Doornbos en Heijkoop in hun artikel. De inkomens in de land- en tuinbouw staan fors onder druk. Stijgende kosten worden onvoldoende door inkomsten gecompenseerd. De forse investeringen in kwaliteitsverbetering, milieu en dierwelzijn hebben weliswaar effect, maar zijn niet vertaald in harde euro’s. Hoewel de consument in 2002 bijna vijf procent meer betaalde aan voedings- en genotmiddelen, daalde het boereninkomen aanzienlijk.

De grens is volgens LTO bereikt. Voor veel agrariërs is nu het een kwestie van overleven. Een algemene oplossing voor het probleem is niet te geven, ieder zoekt het antwoord dat hem past. Een deel van de agrariërs stopt. Niets nieuws onder de zon. Het grote aandeel oudere ondernemers zonder opvolger versnelt dat wel de komende jaren. Blijvers nemen de productiecapaciteit grotendeels over. Schaalvergroting is voor het merendeel van de ondernemers het antwoord op de afname van de (markt)bescherming van de sector en het gegeven dat Nederlandse consumenten vooral prijskopers zijn.
Andere ondernemers zoeken het in nevenactiviteiten. Hoewel nog niet valt aan te geven welk aandeel die van hun totale inkomen gaan uitmaken, levert het voor velen perspectief op. En daarmee zijn we terug bij het verhaal van de onderzoekers Vereijken en Agricola, aldus Doornbos en Heijkoop.

Vergunningen
De gemeentelijke bestemmingsplannen laten inderdaad vaak weinig ruimte voor nieuwe activiteiten op het platteland, stelt LTO. Bovendien laten veel gemeenten geen nevenactiviteiten toe. Om die reden heeft LTO Nederland onlangs met VNG en IPO afspraken gemaakt over een handleiding voor de beoordeling van vergunningaanvragen voor nevenactiviteiten. Dit draagt bij aan een landelijk eenduidige aanpak en verschaft duidelijkheid.

Voor LTO beperken de mogelijkheden zich niet tot de zogeheten blauwe functies (waterbeheer, wateropvang etc.) en groene functies (agrarisch natuurbeheer etc.). Ook rode functies moeten in beeld zijn. Agrarische gebouwen kunnen plaats bieden aan activiteiten die de economie van het bedrijf en de (directe) omgeving ondersteunen, zonder dat ze de aard van het gebied aantasten. Dat zorgt ervoor dat ons platteland niet verpaupert en leefbaar blijft.

LTO Nederland pleit voor planologisch beleid dat bijdraagt aan versterking van de agrarische structuur en de reconstructie van het platteland. Bijvoorbeeld verkorte (planologische) procedures en meer publiek-private samenwerking als stimulans voor ondernemers om flexibeler in te spelen op (nieuwe) markten. Dit komt de economische ontwikkeling van het platteland weer ten goede.
Onder de noemer land- en tuinbouw valt nu al een zeer breed scala aan bedrijven. De afgelopen jaren kozen vele ondernemers voor schaalvergroting, voor verdieping (zoals huisverkoop, verwerking van producten) en verbreding (recreatie, toerisme, zorgtaken). Deze diversificatie zet de komende jaren verder door. De landbouw verandert dus, maar verdwijnt niet uit ons land, is de overtuiging van LTO Nederland.


 

Kalkoenvoeders leveranciers
 



Dierenartsen
 praktijken

Broederijen
Equipement
Mest
Overheid &
 regelgeving

Kalkoenslachterijen
Toeleveranciers
Handig
Diversen
Kellybronze.nl
Coolenbv.nl
Crosskart.nl