De pluimveeproductie in Europa zal tot 2015 met 8% stijgen. En de consumptie van pluimveevlees groeit 9%. Dat voorspelden deskundigen op de Europese Pluimveeconferentie in de Franse plaats Tours.
Wereldwijd herstelt de vleesmarkt zich van de recessie, maar dat wordt bemoeilijkt door handelsbelemmeringen tussen landen, zoals de Russische boycot van import van vleeskuikens. Wereldwijd zal in 2010 de productie van pluimveevlees met 3% stijgen, denkt Nan-Dirk Mulder van Rabobank. Dat is meer dan de groei van varkensvlees. Hij voorspelt dat pluimveevlees het op termijn wint van varkensvlees en dat in 2030 pluimveevlees de belangrijkste bron van dierlijk eiwit is voor de mens.
Nog geen alternatieven voor snavelbehandeling kalkoenen
Tot op heden is niet duidelijk welke combinatie van factoren beschadigend pikgedrag door kalkoenen structureel kan verminderen. Dit is de conclusie uit een inventarisatie van Wageningen UR Livestock Research. Zolang er geen combinatie van factoren is om pikkerij structureel en betrouwbaar tegen te gaan, is er geen goed alternatief voor het behandelen van de snavel van kalkoenen.
De Minister van LNV heeft de pluimveesector vijf jaar uitstel op het verbod op ingrepen verleend (tot 1 september 2011), mits in de tussentijd inspanning wordt verricht om te komen tot een pluimveehouderij zonder ingrepen. Daarom heeft de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee (bestaande uit vertegenwoordigers van de sector, Dierenbescherming en het Ministerie van LNV) aan Wageningen UR Livestock Research gevraagd om een inventarisatie te maken van de huidige stand van zaken met betrekking tot snavelbehandeling bij kalkoenen, met speciale aandacht voor alternatieven via fokkerij en management.
Uit die inventarisatie kan worden geconcludeerd dat in de kalkoenhouderij pikkerij regelmatig voorkomt en de achtergrond van het ontstaan van pikkerij niet geheel duidelijk is. Het behandelen van de punt van de bovensnavel op de eerste levensdag is tot nu toe de enige oplossing om schade door verenpikken bij kalkoenen beperkt te houden. Snavelbehandelen met behulp van de infraroodtechniek is vanuit welzijnsoogpunt momenteel de beste methode. Deze methode wordt door de praktijk algemeen toegepast.
Mogelijke oplossingsrichtingen zijn fokkerij (het uitselecteren van verenpikkers) en omgevingsverrijking op jonge leeftijd, omdat juist op dat moment het verenpikken al ontstaat. Onderzoek zal moeten uitwijzen of deze aanpassingen in management of fokkerij mogelijk ervoor kunnen zorgen dat ingrepen in de toekomst niet meer nodig zijn.
Het onderzoeksrapport Snavelbehandeling in de kalkoenhouderij staat op de site van Wageningen UR Livestock Research.
Nog geen alternatieven voor snavelbehandeling kalkoenen
Tot op heden is niet duidelijk welke combinatie van factoren beschadigend pikgedrag door kalkoenen structureel kan verminderen. Dit is de conclusie uit de inventarisatie van Wageningen UR Livestock Research.
Zolang er geen combinatie van factoren is om pikkerij structureel en betrouwbaar tegen te gaan, is er geen goed alternatief voor het behandelen van de snavel van kalkoenen.
De Minister van LNV heeft de pluimveesector vijf jaar uitstel op het verbod op ingrepen verleend (tot 1 september 2011), mits in de tussentijd inspanning wordt verricht om te komen tot een pluimveehouderij zonder ingrepen. Daarom heeft de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee (bestaande uit vertegenwoordigers van de sector, Dierenbescherming en het Ministerie van LNV) aan Wageningen UR Livestock Research gevraagd om een inventarisatie te maken van de huidige stand van zaken met betrekking tot snavelbehandeling bij kalkoenen, met speciale aandacht voor alternatieven via fokkerij en management.
Uit die inventarisatie kan worden geconcludeerd dat in de kalkoenhouderij pikkerij regelmatig voorkomt en de achtergrond van het ontstaan van pikkerij niet geheel duidelijk is. Het behandelen van de punt van de bovensnavel op de eerste levensdag is tot nu toe de enige oplossing om schade door verenpikken bij kalkoenen beperkt te houden. Snavelbehandelen met behulp van de infraroodtechniek is vanuit welzijnsoogpunt momenteel de beste methode. Deze methode wordt door de praktijk algemeen toegepast. Mogelijke oplossingsrichtingen zijn fokkerij (het uitselecteren van verenpikkers) en omgevingsverrijking op jonge leeftijd, omdat juist op dat moment het verenpikken al ontstaat. Onderzoek zal moeten uitwijzen of deze aanpassingen in management of fokkerij mogelijk ervoor kunnen zorgen dat ingrepen in de toekomst niet meer nodig zijn.
Door het einde van de vakanteis neemt de vrasag naar scharreleieren toe bij supermarkten. Daardoor stijgt de NOP-richtprijs voor bruine scharreleieren van 62 tot 63 gram met 15 cent naar € 5,20 per 100 stuks. Dat is € 2,05 per 100 stuks lager dan een jaar geleden. Toen moesten Duitse leghennenhouders versneld omschakelen van traditionele kooisystemen naar alternatieve huisvestingsvormen voor hun dieren. De eierverwerkende industrie koopt ook behoorlijk wat eieren. De voorraden bij deze industrie zijn op, zodat zij weer aangevuld moeten. De NOP-richtprijs voor bruine kooi-eieren stijgt zodoende met 52 cent naar € 4,30 per 100 stuks. Dat is € 1,17 per 100 stuks minder dan een jaar geleden.
Toelichting op monsternameformulier Salmonella- en Campylobacteronderzoek
Vorige week zijn alle bedrijven in de pluimveesector geïnformeerd dat vanaf 1 oktober 2010 laboratoria de uitslagen van Salmonella- en Campylobacteronderzoek rechtstreeks aan het PPE gaan doorgeven. Uit de reacties die we ontvangen hebben blijkt dat er nog een aantal vragen zijn. Met deze nieuwsbrief willen we hierover meer duidelijkheid verschaffen.
Hoe gaat het nu? Wanneer u nu monsters naar het laboratorium stuurt voor onderzoek op Salmonella en/of Campylobacter, dan zit op de zak vaak een sticker waarop u nu in ieder geval het KIPnummer (afzender), stalnummer en datum monstername moet vermelden.
Wat verandert er WEL vanaf 1 oktober? Heel weinig. U dient nog steeds een aantal gegevens te noteren en mee te sturen met het monster dat naar het lab gaat. Het enige verschil is dat u vanaf 1 oktober wat extra gegevens moet noteren, namelijk ook: houderijsysteem, geboortedatum koppel, soort monster, soort onderzoek en monsternemer.
Wat verandert er NIET vanaf 1 oktober? In veel gevallen dienen de uitslagen ook naar uw afnemer of toeleverancier gestuurd te worden. Dat is nog niet geautomatiseerd, met andere woorden dat dient u nog steeds zelf te doen. Of u machtigt het lab hiervoor.
Het nieuwe monsternameformulier Dit monsternameformulier is door het PPE ontwikkeld als hulpmiddel. U bent dan ook niet verplicht dit formulier te gebruiken. U kunt ook een ander formulier/sticker gebruiken, als de juiste informatie maar bij het laboratorium terecht komt. Van het door het PPE ontwikkelde monsternameformulier is een PDF en Word versie beschikbaar. Door gebruik te maken van de Word versie kunt u een aantal antwoorden al standaard invullen.
Het monsternameformulier kunt u vinden op de website van de PVE
Wat gebeurt er met de gegevens? De automatisering van doorgifte aan het PPE heeft geen effect op de beoordeling of behandeling van de gegevens. De gegevens kunnen nooit aan derden beschikbaar worden gesteld, volgens de privacy wetgeving.
Landbouwminister Gerda Verburg begrijpt niets van de kritiek van voorzitter Gert-Jan Oplaat van pluimveehoudersvakbond NVP op het Vleeskuikenbesluit.
Weliswaar gaat Nederland bij de implementatie van de Europese richtlijn verder dan vereist, maar daar heeft Oplaat zelf mee ingestemd.
Aan de mogelijkheid een bezettingsgraad van 42 kilo per vierkante meter te hanteren, worden normen voor hakdermatitis en voetzoollaesies verbonden. Brussel schrijft dat niet voor. Nederland stelt dus strengere eisen dan Europese Commissie nodig acht, maar die zijn uitgebreid met de sector besproken én vastgelegd. ”De NVP heeft daar een handtekening onder gezet”, zegt een woordvoerder van Verburg.
Ook de kritiek dat ondernemers straks veel tijd kwijt zijn met de registratie van uitval vindt de minister onterecht. Vleeskuikenhouders doen dat nu ook al. Het enige verschil is dat de gegevens straks dagelijks digitaal moeten worden verstuurd. Oplaats bewering dat de boer na invoering van het besluit met een centimeter door de stal moet, wordt door Verburg eveneens naar het rijk der fabelen verwezen; LNV hanteert een vaste berekeningssystematiek voor de stalafmetingen.
Verburg wil het Vleeskuikenbesluit zo snel mogelijk invoeren. Zij hoopt dat dit voor 1 januari kan.
De wat positievere tendens op de markt van eieren die vanaf het begin van deze maand aarzelend werd ingezet krijgt deze week opnieuw een vervolg. De vraag naar eieren is vast en het beeld oogt redelijk vriendelijk.
Wat dat betreft beantwoordt de huidige markttendens aan het seizoenpatroon dat meestal na de vakantieperiode zichtbaar is. De vakantie in de regio zuid loopt weliswaar nog, maar is in de rest van Nederland na deze week weer voorbij. Dat is te merken aan de vraag naar eieren, want in de regio’s waar de vakantie ten einde loopt is de herbevoorrading in volle gang.
De vraag is dus goed en doordat men het gevoel heeft dat het aanbod van eieren zeker niet al te ruim van omvang is, heeft dat gevolgen voor de prijzen, want die lopen weer verder op. Het aanbod zou niet zo groot zijn vanwege de vele ruimingen, maar zeker ook door de omschakeling naar alternatieve vormen van leghennenhouderij, waar toch de nodige tijd in gaat zitten.
Opfok kooihennen die nu op legrijpe leeftijd in de traditionele kooisystemen geplaatst worden, zullen zeker nog 12 tot 14 maanden eieren leggen en daarna nadert de datum waarop het verbod op het houden van deze kooihennen ingaat, toch erg snel. Dat betekent dus dat het aantal kooibedrijven die nog moeten omschakelen, vanaf het laatste kwartaal van dit jaar wat sneller zal gaan oplopen.
Terug naar het huidige marktbeeld valt op dat ook de eiproducten industrie redelijke hoeveelheden eieren afneemt. De vraag vanuit derde landen is er ook nog, maar neemt vanwege de oplopende prijstendens nu toch wel wat af.
De prijzen van niet-contractgebonden vleeskuikens blijven volgende week onveranderd op 94 tot 96 cent per kilo. Het aanbod van vleeskuikens is groot, omdat de dieren goed groeien met het niet al te warme weer. Door acties van supermarkten (€ 3,99 voor een kilo kipfilet) gaat pluimveevlees qua hoeveelheden goed van de hand. De opbrengst van pluimveevlees bij de grootwinkelbedrijven valt tegen. Door stijgende voerprijzen zouden vleeskuikens meer geld op moeten brengen.
Vrijwel alle Nederlandse vleeskuikenhouders willen gebruikmaken van de mogelijkheid om 42 kilo vleeskuikens per vierkante meter te houden per 2011.
Dat is de maximale bezettingsgraad die dan geldt.
Dat heeft een woordvoerder van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) vandaag verklaard. Vleeskuikenhouders hadden tot half juni de tijd om aan te geven welke bezettingsgraad ze na dit jaar willen hanteren.
Per 1 juli is de Europese Vleeskuikenrichtlijn van kracht, die een bezettingsgraad van 33 kilo per vierkante meter voorschrijft. Als wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden mogen vleeskuikenhouders ook 39 kilo of zelfs 42 kilo per vierkante meter houden. Nederland telt ongeveer zevenhonderd vleeskuikenhouders, die samen circa 50 miljoen vleeskuikens houden.
Henk Hulsbergen van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) is niet verbaasd dat vrijwel alle pluimveehouders voor de maximale bezettingsgraad gaan. "De meesten zitten nu of op die norm of hoger", zegt de sectorcoördinator pluimvee.
LNV-minister Gerda Verburg antwoordde de Tweede Kamer deze week dat 36 procent van de bedrijven onder de 42 kilo-norm zou zitten, maar die gegevens dateren van 2005.
"Sinds 2005 is de roep om zwaardere kuikens groter en is het gemiddeld geslacht gewicht toegenomen", aldus Hulsbergen. De Tweede Kamer moet overigens het Vleeskuikenbesluit nog behandelen. Omdat het om een besluit gaat, kan zij wijzigingen niet afdwingen. Wel kan ze vragen het besluit alsnog te behandelen als wet – die wel amendeerbaar is. Minstens dertig leden moeten dat willen. De Kamer moet dit uiterlijk 28 september laten weten.
De Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) dreigt niet mee te werken aan het Vleeskuikenbesluit.
Dat zegt NVP-voorzitter Gert-Jan Oplaat. Jan Wolleswinkel van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) wil nog niet zo ver gaan.
Het Vleeskuikenbesluit moet per 1 januari 2011 ingaan. Volgens Oplaat gaat Nederland met het besluit verder dan de Europese richtlijn vraagt. "Ze zijn bij LNV volledig de weg kwijt." De bezwaren van de NVP richten zich met name op de registratie van de uitval en op de berekening van de oppervlakte.
"LNV vraagt vleeskuikenhouders om per dag en per stal de uitval op te nemen en deze door te geven aan Dienst Regelingen. Sorry, maar ondernemers hebben echt wel wat beters te doen."
Ook de oppervlakteberekening is volgens Oplaat "bij het absurde af". LNV zou daarbij niet gewoon uitgaan van de afmetingen van de stal, maar de voervoorzieningen erop in mindering willen brengen. "Ondernemers moeten haast met een centimeter door de stal gaan. De maat is echt vol." Als LNV bij zijn eisen blijft, wil Oplaat zijn leden vragen niet mee te werken aan de uitvoering van het besluit. Ook wil hij dan uit overleg met het ministerie stappen. Wolleswinkel van de NOP wil nog niet zo ver gaan, maar stelt dat het besluit wel enkele 'no-go-elementen' bevat.
Mogelijk boete voor te late invoering vleeskuikenbesluit
Het Europese Hof van Justitie kan Nederland veroordelen en een boete opleggen wegens het te laat invoeren van het vleeskuikenbesluit.
Dat schrijft landbouwminister Gerda Verburg in een brief aan de Tweede Kamer. Het Nederlandse vleeskuikenbesluit had volgens de Europese regels op 1 juli van dit jaar in werking moeten zijn om het welzijn van vleeskuikens te bevorderen. Verburg stuurde een concept over dat besluit op 11 juni naar de Tweede Kamer. Die buigt zich erover na het zomerreces op 7 september van dit jaar. Door die te late invoering is de Europese Commissie een ingebrekestellingsprocedure tegen Nederland gestart. Dat kan uitmonden in een veroordeling en een boete.
De Europese Commissie kiest waarschijnlijk voor een flexibele invulling van het nulcriterium voor salmonella in vers pluimveevlees.
Dat schrijft Arjan van Dijk, lobbyist voor het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) in Brussel. Het nulcriterium salmonella zou moeten ingaan op 1 januari 2011. Het betekent dat er geen salmonella mag voorkomen in 25 gram vlees. Volgens Van Dijk is het de commissie inmiddels wel duidelijk dat een absolute nulnorm niet realistisch is. Er zijn zeer veel soorten salmonella en het is onmogelijk die allemaal uit te bannen.
De Nederlandse pluimveesector is ver met de uitbanning van de belangrijkste soorten. Er geldt een regeling voor ruiming met daaraan gekoppeld vergoeding voor ruiming.
De grootste problemen zijn er de laatste tijd met Salmonella java. Onlangs is weer een vermeerderingsbedrijf besmet bevonden. De drie weken oude dieren zijn door de eigenaar op eigen kosten geruimd.
Het is onduidelijk wat er gebeurt na 1 januari als koppels vleeskuikens besmet blijken te zijn met salmonella. De kans bestaat dat dergelijke koppels al of niet op kosten van de pluimveehouder moeten worden geruimd en naar Rendac gaan. "Als het om bijna slachtrijpe koppels gaat kan dat het faillissement betekenen van de vleeskuikenhouder", stelt Henk Hulsbergen van het PPE.
NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. "We moeten er voor zorgen dat in de hele EU de zelfde regels gelden en worden nageleefd. Wij streven er naar dit soort ruimingen nu juist te voorkomen."
Analyseresultaten salmonella rechtstreeks naar PPE
De erkende laboratoria die salmonella- en campylobacter-analyses doen voor het Prodcutschap Pluimvee en Eieren gaan de uitslagen van hun analyses vanaf 1 oktober rechtstreeks doorsturen aan het productschap.
Dit heeft het productschap bekend gemaakt.
In het kader van het actieplan salmonella en campylobacter nemen alle schakels in de legsector, pluimveevleessector en kalkoensector periodiek monsters. Deze worden door erkende laboratoria geanalyseerd. Tot nog toe melden deze laboratoria de uitslagen alleen aan de bedrijven waar ze van afkomstig waren. De bedrijven zijn verplicht de uitslagen door te geven aan het PPE.
Het PPE wil nu de gegevensdoorgifte vereenvoudigen door de laboratoria de analyseresultaten naast de bedrijven ook rechtstreeks aan het PPE te laten melden. Het PPE stelt dat ook onder die nieuwe omstandigheid de vertrouwelijkheid van de gegevens blijft gewaarborgd.
Het productschap verzamelt deze informatie in het kader van het actieplan om als het nodig is maatregelen te kunnen nemen tegen de besmettingen met deze bacteriën. Het PPE rapporteert op basis van deze gegevens regelmatig over de voortgang met betrekking tot de salmonella en campylobactersituaite aan de Europese Unie. Ook subsidie-aanvragen bij de Europese Unie voor het bestrijdingsprogramma salmonella worden op deze gegevens gebaseerd
Het terugdringen van de bezetting in Nederlandse vleeskuikenstallen om te voldoen aan het vleeskuikenbesluit kost de gemiddelde vleeskuikenhouder € 5.367 per jaar.
Dat heeft het onderzoeksinstituut LEI berekend volgens het Productschap Pluimvee en Eieren.
Door het vleeskuikenbesluit moeten vleeskuikenhouders de bezetting in hun stallen terugbrengen naar maximaal 42 kilo per vierkante meter. Zij houden nu in de meeste gevallen veel meer dieren per vierkante meter. Het ministerie van landbouw wil voor het bruikbare staloppervlak uitgaan van de binnenafmetingen van de stal verminderd met een forfait van 1,7 procent voor de ruimte voor voedervoorzieningen.
Om 42 kilo vleeskuikens per vierkante meter te mogen houden, moeten vleeskuikenhouders elke dag het uitvalpercentage van hun dieren berekenen volgens EU-richtlijnen. Daarnaast moeten zij het aantal gevallen van hakdermatitis bijhouden tussen 1 januari 2011 en 31 december 2012. Bovendien moeten zij het optreden van voetzoollaesies registreren vanaf 1 juli 2012.
Wanneer het Nederlandse vleeskuikenbesluit ingaat, is nog niet bekend. Demissionair landbouwminister Verburg heeft dat op 11 juni van dit jaar aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft verzocht de behandeling van het vleeskuikenbesluit aan te houden tot na het zomerreces. De Tweede Kamer komt na dat reces op 7 september van dit jaar weer bijeen.
Vier van de dertig vleeskuikenbedrijven, die besmet waren met salmonella Java, zijn inmiddels vrij van deze besmetting.
Dat blijkt uit gegevens, die vleeskuikenhouders en pluimveeslachterijen tot 11 augustus van dit jaar aangeleverd hebben. Dat maakt het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) bekend.
Van de dertig met salmonella Java besmette vleeskuikenbedrijven zitten er achttien in het begeleidingsproject om de besmetting terug te dringen. Vier daarvan zijn inmiddels vrij van salmonella Java. Van de veertien nog besmette bedrijven hebben negen een grote schoonmaak gepland in juli tot en met september van dit jaar. Drie bedrijven hebben zich net aangemeld voor een intake gesprek. Twee bedrijven moeten nog een schoonmaak plannen. Het PPE gaat contact leggen met de twaalf besmette bedrijven, die nog niet in het begeleidingstraject zitten.
Bedrijven met een salmonella-besmetting kunnen zich tot 1 september van dit jaar opgeven voor begeleiding. Na deze datum geldt dit alleen voor bedrijven, die na 1 september van dit jaar voor het eerst besmet raken. Een opfokkoppel voor vleeskuikenouderdieren is in juli van dit jaar besmet geraakt met salmonella Java. Dat gebeurde in maart van dit jaar ook met één opfokkoppel. Het lijkt erop dat tussen deze twee besmettingen geen verbanden liggen. Het onderzoek daarnaar loopt nog. In de voorgaande jaren was er geen besmetting in de voorschakels van de vleeskuikenhouderij.
Aanpassing van de onderzoeksmethoden in slachthuizen kan de kans op besmetting van pluimveevlees met campylobacter aanzienlijk verkleinen.
Dat blijkt uit studie van de Europese voedselveiligheidsorganisatie Efsa in Noorwegen, Zwitserland en 26 EU-lidstaten.
Volgens Efsa is er een groter risico op besmetting als de karkassen van vleeskuikens later op de dag worden verwerkt, of in de maanden juli tot september. Een langere tijd tussen monsterneming en test verhoogt eveneens de kans op het aantreffen van de bacterie. Ook neemt het risico toe met de leeftijd van dieren.
Daarnaast wijst het onderzoek uit dat een karkas uit een partij vleeskuikens die met campylobacter is besmet een dertig keer grotere kans loopt de bacterie bij zich te dragen dan een karkas uit een niet-besmette partij. Dat wil niet zeggen campylobactervrije partijen geen besmette karkassen kunnen opleveren; besmetting in het slachthuis komt ook voor.
De onderzoekers raden de 27 lidstaten aan de gevoeligheid van de tests in de slachthuizen te onderzoeken en de tijd tussen monsterneming en test te standaardiseren. Ook de kwaliteit van de testmethoden moet worden gelijkgetrokken, aldus Efsa.
Een woordvoerster van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren zegt dat in Nederland al onderzoek naar de verschillende testmethoden wordt uitgevoerd.
Vleeskuikenshouders hebben in het tweede kwartaal 10.000 euro minder saldo gerealiseerd dan in het tweede kwartaal van 2009.
Dat blijkt uit berekeningen van het landbouweconomisch instituut LEI van Wageningen UR. Het saldo is onvoldoende om een positief inkomen te realiseren.
De belangrijkste oorzaak voor het lagere saldo zijn de lagere vleeskuikenprijzen. De lagere voerkosten konden de daling van de opbrengst niet compenseren.
In het tweede kwartaal van 2010 was het saldo op een gemiddeld vleeskuikenbedrijf met 80.000 dieren 41.000 euro, dat is vergelijkbaar met het saldo van het tweede kwartaal 2008. Het saldo is in het tweede kwartaal 6.000 euro hoger dan de 35.000 euro in het eerste kwartaal van 2010.
De afzetprijzen voor vleeskuikens liggen in 2010 ruim onder het niveau van 2009. De gemiddelde kuikenprijs was bijna 4 procent lager dan in het tweede kwartaal van 2009. Door toenemende vraag als gevolg van het zomerse weer en de lage Euro-koers nam de vraag naar kuikenvlees echter toe, wat resulteerde in stijgende prijzen in het tweede kwartaal. De invoer van pluimveevlees in de EU bedroeg in de eerste vijf maanden van dit jaar ruim 310.000 ton. Dat is bijna 14 procent minder dan vorig jaar. Van de invoer is ruim 70 procent afkomstig uit Brazilië. De Nederlandse consumptie van pluimveevlees is dit jaar in Nederland met 2 procent toegenomen.
Aan de kostenkant hadden vleeskuikenhouders te maken met hogere prijzen voor eendagskuikens, waardoor de kosten ongeveer 1.000 euro hoger waren per bedrijf. De voerkosten waren in het tweede kwartaal lager dan in 2009. Het niveau lag 1.300 euro lager dan in 2009 voor een gemiddeld bedrijf met 80.000 dieren.
Het saldo van gemiddeld 41.000 euro per bedrijf is volgens het LEI wel voldoende om de toegerekende kosten te betalen, maar niet voor de overige kosten. "Daardoor is het verwachte inkomen in het tweede kwartaal van 2010 negatief. Vorig jaar was dat nog positief", aldus de onderzoekers van het LEI.
Doorgifte uitslagen Salmonella & Campylobacter onderzoek wordt gedigitaliseerd
Het aanleveren van analyseresultaten van Salmonella & Campylobacter onderzoek aan het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) wordt eenvoudiger vanaf 1 oktober 2010.
Om het doorgeven van de resultaten naar het PPE beter te laten verlopen, gaan de PPE-erkende laboratoria vanaf 1 oktober de resultaten niet alleen digitaal aan het bedrijf doorgeven, maar ook rechtstreeks aan het PPE.
In het kader van het Actieplan Salmonella & Campylobacter nemen alle schakels in de legsector, pluimveevleessector en kalkoensector periodiek monsters (Campylobacter monsters worden alleen in de pluimveevleessector genomen). Deze monsters worden geanalyseerd door een PPE-erkend laboratorium. Volgens het Actieplan zijn bedrijven verplicht om alle resultaten (zowel de positieve als negatieve) door te geven aan het PPE. Om het doorgeven van analyse resultaten naar het PPE beter te laten verlopen, is besloten dat de PPE-erkende laboratoria vanaf 1 oktober a.s. de resultaten niet alleen aan het bedrijf doorgeven, maar ook rechtstreeks aan het PPE. Uiteraard blijft de vertrouwelijkheid van de gegevens ook in deze situatie gewaarborgd.
Waarom krijgt het PPE de informatie?
•Om bij een positieve uitslag te volgen of er tijdig de noodzakelijke maatregelen genomen worden (logistiek slachten, kanalisatie eieren, ruiming koppels, etc); •Om te kunnen controleren of bedrijven zich wel houden aan de verplichting tot monstername; •Om de ontwikkelingen rond het Actieplan goed te kunnen volgen en daarover te kunnen rapporteren aan de Nederlandse overheid en de EU; •Om over de juiste gegevens te beschikken omdat op basis hiervan subsidies worden toegekend door de EU. Subsidies die de sector gebruikt bij het Salmonellabeleid. Wat gaat er veranderen voor de bedrijven? In principe niet veel. Monsters moeten nog steeds geleverd worden aan een PPE-erkend laboratorium. Het laboratorium draagt er zorg voor dat doorgifte richting het Productschap plaatsvindt. Het enige wat bedrijven moeten doen is gebruik maken van een volledig ingevuld inzendformulier, bij het verzenden van de monsters. Het laboratorium gebruikt de gegevens op dit formulier om de juiste gegevens in de database te kunnen zetten. Het is dus belangrijk dat zij de juiste gegevens krijgen, anders worden de analyseresultaten niet aan het Productschap doorgegeven. Uiteraard mag ook een eigen inzendformulier gebruikt worden waarop minimaal dezelfde informatie vermeld staat.
Wat gebeurt er als de gegevens niet doorgegeven worden? Indien de gegevens niet door het laboratorium doorgegeven worden of als gegevens ontbreken, komt er bij het PPE een melding binnen dat er niet of niet voldoende Salmonella / Campylobacter monsternames uitgevoerd zijn. Het betreffende bedrijf wordt dan benaderd en kan dit dan nog herstellen.
Het beeld op de markt van kuikenvlees valt volgens slachterijen en handelaren op dit moment toch wel wat tegen. In juli was men over de vraag naar de diverse soorten nog redelijk te spreken, maar deze maand zou de tendens toch wat minder positief ogen.
In de maand augustus is het nog volop vakantie en dat heeft natuurlijk gevolgen voor de consumptie. Dat geldt natuurlijk niet enkel voor Nederland, maar speelt ook in Duitsland, een belangrijk afzetgebied voor Nederlands pluimveevlees, een belangrijke rol. Omdat naast vakantie vierende lokale consumenten ook veel Turkse en Marokkaanse werknemers de vakantie in eigen land doorbrengen, ligt de consumptie toch even op een lager peil.
Daarnaast heeft ook de start van de Ramadan een behoorlijke invloed. Kort voor dit islamitische feest trekt de vraag vaak wat aan, maar die neemt lopende deze periode al even snel weer af.
De vraag naar diepvries pluimveevlees vanuit Oost Europa ligt eveneens op een laag pitje. In deze regio is goed te merken dat de crisis nog altijd verstrekkende gevolgen heeft en dat veel consumenten toch nog steeds over beperkte middelen beschikken.
Tenslotte is ook het aanbod behoorlijk groot van omvang. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat de dieren zwaarder worden aangeboden vanwege de gematigde zomerse omstandigheden, maar ook de hogere opzetten van eind juni en begin juli binnen merkbaar te worden.
Er worden op dit moment dus behoorlijk grote hoeveelheden kuikens geslacht en het kan bijna niet anders, dat bij de huidige tegenvallende vraag de voorraden weer snel gaan oplopen.
Dit beeld is niet alleen op de Nederlandse markt merkbaar, maar in een aantal ons omringende landen speelt een gelijksoortige situatie. In Duitsland zijn er in juni van dit jaar 13% meer kuikens opgezet dan in juni 2009. Dit gold niet enkel voor die maand, want in 2010 zijn er bij onze oosterburen tot nu toe veel meer dieren opgezet dan in 2009. Deze ontwikkeling valt, weliswaar in iets mindere mate, eveneens voor de opzet in het Verenigd Koninkrijk waar te nemen.
Het is echter niet allemaal kommer en kwel, want de vraag naar kappen zou bijzonder goed zijn en er is ook veel interesse naar kuikenvleugels. Hoewel het huidige marktbeeld over het geheel bezien toch wat tegenvallend wordt beoordeeld, stabiliseren de prijzen van de “vrije” lichte en zware kuikens deze week op gemiddeld € 0,95/kg. De basiscontractprijs loopt met een halve eurocent op tot € 0,745/kg inclusief BTW.
De licht positieve tendens op de markt van eieren die een paar weken terug werd ingezet, lijkt deze week verder door te zetten. De vraag naar eieren is goed en de prijzen trekken weer wat verder aan.
De huidige ontwikkeling lijkt veroorzaakt te worden doordat enerzijds de vraag is aangetrokken en anderzijds, doordat het aanbod wat gematigd zou zijn. Dit laatste zal vooral het gevolg zijn, vanwege de vele ruimingen van de oude kippen die de laatste tijd zichtbaar was.
De vraag van de eiproducten industrie zou wat tegenvallen en dat is enerzijds vermoedelijk het gevolg van de oplopende prijstendens, maar wellicht ook doordat men zich in de afgelopen periode op lage prijsniveaus al behoorlijk heeft ingedekt.
De afzet derde landen loopt nog wel door, maar wordt langzaamaan wel wat minder groot in vergelijking met de afgelopen periode.
Al met al, toch wel een licht positieve tendens, met oplopende prijzen en een behoorlijk goede en vaste vraag naar eieren.
De basiscontractprijs voor vleeskuikens stijgt volgende week met 0,5 cent naar 74,5 cent per kilo. Niet alle pluimveevleesbedrijven zijn het eens met deze stijging. Het aanbod van vleeskuikens stijgt de komende weken, omdat de dieren goed groeien door het koudere weer. Bovendien zijn de reclame-acties van supermarkten met kipfilet binnenkort afgelopen. Deze aanbiedingen in de winkels houden de consumptie van pluimveevlees op een hoog niveau. Met een winkelprijs van € 3,99 per kilo voor kipfilet verdient de vleeskuikensector echter weinig geld. Het is de vraag hoe de consumptie van kipfilet zich ontwikkelt als de prijzen in supermarkten de komende weken weer op het normale niveau liggen.
De Oekraïense autoriteiten hebben de controle op de eigen pluimveesector flink verbeterd.
Op de meeste punten is deze nu in overeenstemming met Europese regels. Dat hebben inspecteurs van de Food and veterinary office (FVO), het veterinair controleorgaan van de Europese Commissie, vastgesteld bij een bezoek aan Oekraïne in mei dit jaar.
Aanbevelingen die het FVO had gedaan bij een eerdere inspectie in het land waren grotendeels opgevolgd. Alleen het dierenwelzijn in het slachthuis liet nog wel eens te wensen over; zo werden dieren niet altijd goed verdoofd.
De centrale veterinaire dienst van Oekraïne heeft nu een maand de tijd om met een actieplan te komen voor het verhelpen van de geconstateerde gebreken. Daarna wordt bezien of de EU haar grenzen opent voor pluimveeproducten uit het land.
Tot op heden importeert de EU geen pluimveevlees, eieren of andere pluimveeproducten uit het land. De EU exporteert deze wel; zo voerde Nederland vorig jaar 3.400 ton pluimveevlees uit naar de Oekraïne.
De Oekraïense pluimveesector zit in de lift. In een recent rapport van Companiesandmarkets.com wordt een groei voorspeld van 50 procent in de periode 2009-2013. Op 1 april telde de Oekraïne 175 miljoen stuks pluimvee, ruim 5 procent meer dan in 2009.
De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) kampt met technische problemen.
Hierdoor kan de organisatie sinds vrijdag 13 augustus geen onderzoeksuitslagen, bedrijfsstatussen en facturen versturen. De GD werkt aan een oplossing.
De organisatie heeft een speciaal telefoonnummer ingesteld waar veehouders informatie kunnen krijgen over hun onderzoeksresultaten: 0570-660 115. Het gaat dan vooral voor bepalingen die van belang zijn voor export, diagnostiek in opdracht van dierenartsen (bijvoorbeeld tumordiagnostiek) en secties.
"Het verwerken van laboratoriumuitslagen naar een bedrijfsstatus loopt gewoon door. Alleen het versturen van de papieren- en emailrapportage heeft enige vertraging", aldus de GD. De organisatie verwacht dat de problemen in ieder geval tot en met 17 augustus duren.
Tuchtgerecht PPE beboet drie biologische pluimveehouders
Het tuchtgerecht van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) heeft aan drie biologische legpluimveehouders geldboetes opgelegd.
Deze werden beboet vanwege overtreding van de verordening Monitoring Aviaire Influenza.
Een biologische pluimveehouder in Drenthe was naar eigen zeggen niet op de hoogte van de verplichting om per kwartaal bloedmonsters te laten onderzoeken op AI. De man heeft nu maatregelen genomen en laat zijn dieren in het vervolg onderzoeken.
De tuchtrechter is er vanuit gegaan dat de man niet kwaadwillig heeft gehandeld en heeft de pluimveehouder beboet met een geldboete van 500 euro, waarvan 350 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Een biologische pluimveehouder in de Gelderse Vallei verkeerde veronderstelling dat hij zijn dieren die hij binnen hield in verband met de coryza- en Salmonella gallinarumbesmettingen in het gebied, in dat geval niet hoefde te laten onderzoeken op AI.
De tuchtrechter stelt dat hij juist in dit geval zijn dieren had moeten laten onderzoeken. Ook binnen gehouden dieren kunnen besmet raken met AI. De rechter heeft een boete uitgeschreven van 1.000 euro waarvan 625 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Een andere biologische pluimveehouder in de Gelderse Vallei liet in verband met de Coryza en Sg-problemen helemaal niemand toe op zijn bedrijf. Ook de dierenarts mocht geen bloedmonsters nemen. De tuchtrechter stelt dat dit onterecht is. Met de juiste hygiëne- en andere voorzorgsmaatregelen is het verantwoord bloedmonsters te nemen.
De rechter heeft een boete uitgeschreven van 600 euro waarvan 375 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
PPE mailbericht 2010/30 opheffing ophokplicht Ede i.vm. Sg
Formeel is op 22 mei 2010 het Besluit van de voorzitter van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) ingegaan waarbij een gebied rondom een legpluimveebedrijf in Ede is aangewezen waarbinnen pluimvee, met uitzondering van biologisch gehouden pluimvee, moet worden afgeschermd van in het wild levende vogels. Omdat de ingestelde maatregelen maximaal 12 weken in stand mogen worden gehouden komen de maatregelen met ingang van 14 augustus 2010 te vervallen. Het opheffen van de genoemde maatregelen betekent niet dat het gevaar voor een Salmonella gallinarum besmetting is verdwenen. Recent zijn in Renswoude nog twee legpluimveebedrijven besmet verklaard met Salmonella gallinarum, waaruit blijkt dat de dreiging op uitbraken van Salmonella gallinarum in de Gelderse Vallei nog altijd aanwezig is. Om beide bedrijven is een gebied met een straal van 3 km aangewezen waarbinnen een afschermverplichting (m.uv. biologisch gehouden pluimvee) geldt Juridisch is het voor het PPE echter niet mogelijk om het “ophokgebod” rondom het bedrijf in Ede langer te handhaven. Voor bedrijven die geregistreerd staan als een bedrijf dat eieren met vrije uitloop produceert betekent het opheffen van het aangewezen gebied dat vanaf 14 augustusi 2010 het pluimvee weer in de gelegenheid moet worden gesteld om naar buiten te gaan. Als dat niet wordt gedaan mogen de geproduceerde eieren niet meer als “vrij uitloop ei” worden afgezet. De pluimveebedrijven die in het aangewezen gebied dat wordt opgeheven, liggen, worden daarover schriftelijk door het PPE geinformeerd. Met vriendelijke groet, Henk Hulsbergen
Groei productie pluimveevlees in Brazilië gaat door
De productie van pluimveevlees in Brazilië zal de komende tien jaar groeien tot zo’n 16,6 miljoen ton per jaar.
Dat is ruim 50 procent meer dan de 11,1 miljoen ton die het land dit jaar denkt te produceren. Dat meldt persbureau Agra Europe op basis van een rapport van het Braziliaanse ministerie van landbouw.
De Brazilianen verwachten dat de trend van de afgelopen twintig jaar zal doorzetten. Dat betekent dat het zwaartepunt van de productie van pluimveevlees zal blijven liggen in de zuidelijke deelstaten Parana, Santa Catarina en Rio Grande Do Sul. Deze regio is goed voor zo’n 55,3 procent van de totale Braziliaanse productie. De verwachting is dat de productie in deze regio’s zal groeien van 6,1 miljoen ton naar 9,3 miljoen ton. Dat komt neer op een groei van 53 procent.
In de centraal zuidelijke regio van Brazilië verwacht het ministerie een relatieve krimp van de productie. 23,5 procent wordt in deze regio gerealiseerd.
De prijsdaling van eieren is voorbij. Door het einde van de zomervakantie voor sommige Nederlandse en Duitse consumenten trekt de vraag naar eieren aan. Het aanbod daarvan is bovendien niet groot, omdat veel oude leghennen zijn geruimd door de lage eierprijzen van de afgelopen weken. De NOP-richtprijs voor bruine scharreleieren van 62 tot 63 gram stijgt deze week zodoende met 11 cent naar € 4,36 per 100 stuks. Daarmee is die prijs meer dan gehalveerd sinds het recordniveau van € 11,16 aan het eind van februari dit jaar. De NOP-richtprijs voor bruine kooi-eieren van 62 tot 63 gram stijgt deze week met 25 cent naar € 2,77 per 100 stuks. Sinds eind februari van dit jaar is de prijs voor kooi-eieren tot eenderde gedaald.
De markt van vers kuikenvlees staat volgens handelaren en slachterijen duidelijk in het teken van de vakantie periode. De vraag en afzet liepen ondanks de start van de vakantie tot en met eind juli, begin augustus nog redelijk goed door, maar men vreest echter wel dat deze situatie op de korte termijn kan wijzigen in een meer tegenvallend beeld. Dat geldt dan vooral voor de versvraag van Nederlandse en Duitse retailers.
Op zich is dat niet bijzonder, maar het is wel te hopen dat deze periode niet al te lang gaat duren. Het aanbod is weliswaar nog normaal van omvang, maar gezien de toch wel redelijk hoge opzet van juni, wordt wel verwacht dat het aanbod vanaf nu wat gaat oplopen.
Daar komt nog bij, dat de kuikens bij de huidige gematigde temperaturen toch weer wat sneller aan gewicht winnen, dan in de afgelopen warmere perioden. Dit draagt er uiteraard ook aan bij dat er weer meer kilogrammen kuikenvlees op de markt worden aangeboden.
Wat dat betreft zou het welkom zijn als de opzet van vleeskuikens de komende maanden wat getemperd wordt om in ieder geval te voorkomen dat de sector in zwaarder weer terecht gaat komen.
Er wordt op dit moment nog niet bijzonder veel extra product ingevroren, maar dat zal bij een oplopend aanbod snel kunnen veranderen. Punt is dat naast de versvraag, ook de afzet van diepgevroren product langzaam aan wat aan het afnemen is, zodat het hele marktbeeld toch iets minder positief oogt dan in de afgelopen periode zichtbaar was.
De prijzen lijken voor het merendeel nog wel te stabiliseren, maar men zou toch wel meer problemen ondervinden om het peil van de afgelopen periode te blijven vasthouden. Dit laatste zou vooral voor de prijzen van kuikenbouten gelden, want die staan, onder invloed van de wat tegenvallende vraag vanuit Oost Europese landen wel wat onder druk.
Naast de wat tegenvallende interesse en het dus mogelijk wat oplopende aanbod, staat ook de afzet naar derde landen wat onder druk. In het Verre Oosten geldt dat bijvoorbeeld in het bijzonder voor de afzet van vleugelpunten en ook de ontwikkeling van de koers van de Euro ten opzichte van de Dollar speelt exporteurs op dit moment bepaald niet in de kaart.
Al met al is men over het huidige marktbeeld op zich nog wel redelijk te spreken, maar men is er verre van gerust op, dat deze situatie op termijn zo zal blijven. Voor de kuikenmesters zal het bepaald niet als muziek in de oren klinken, dat ingewijden verwachten dat de voerprijzen op termijn ook weer gaan oplopen.
De “vrije” marktprijs voor lichte kuikens was vorige week met € 0,02/kg opgelopen, maar is deze week onder invloed van het huidige marktbeeld niet gewijzigd. De prijzen van de zware kuikens zijn naar beneden bijgesteld en noteren deze week € 0,93/kg. De basiscontractprijs voor levering komende stabiliseerde op € 0,73/kg.
De situatie op de markt van eieren lijkt deze week iets te verbeteren. De interesse en vraag naar eieren loopt volgens de meeste pakstations wat op. Daarnaast is het zeker als een lichtpuntje te kwalificeren, dat aan de prijsval van de afgelopen periode een einde lijkt te komen. De pakstations melden over het algemeen stabiele tot hier en daar licht oplopende prijzen.
De huidige omslag lijkt enerzijds veroorzaakt te worden doordat het aanbod wat minder ruim oogt en is het gevolg van het feit, dat er de laatste tijd vanwege de bijzonder lage eierprijzen, nogal wat oude kippen geruimd zijn.
Daarnaast is de vraag dus aan het verbeteren, doordat in enkele regio’s in Nederland en Duitsland de vakantie ten einde loopt. Daardoor is er vanuit de retail wat meer behoefte aan eieren in verband met de herbevoorrading van de winkels.
Positief is verder dat enerzijds de industrie wat actiever wordt en anderzijds ook de vraag vanuit derde landen nog redelijk op peil blijft.
Al met al, lijkt er nu dus voor het eerst sinds lange tijd een lichte kentering op de markt van eieren merkbaar te zijn.
De basiscontractprijs voor vleeskuikens blijft volgende week onveranderd op 73 cent per kilo. De afzet van pluimveevlees loopt moeizaam door de vakanties. Bovendien is het wat m inder warm, waardoor consumenten minder barbecuën. Vleeskuikens groeien bovendien goed met de lagere temperaturen. Zodoende is het aanbod van vleeskuikens groot bij de slachterijen. Zij schuiven daarom dieren naar achteren. De prijs van vrije zware vleeskuikens daalt daarom met 3 cent naar 92 tot 94 cent per kilo. De basiscontractprijs ligt deze week 1,5 cent per kilo lager dan een jaar geleden.
Zware niet-contractgebonden vleeskuikens noteerden vanavond 3 cent lager met 92 tot 94 cent per kilo op de pluimveebeurs in Barneveld. De prijs van lichte vrije vleeskuikens blijft onveranderd op 92 tot 94 cent per kilo. Daarmee komen de prijzen van zware en lichte vrije vleeskuikens weer op hetzelfde niveau. Met het wat minder warme weer groeien de kuikens goed. Bovendien valt de afzet van pluimveevlees wat tegen door de vakanties. Daardoor schuiven slachterijen vleeskuikens naar achteren. De basiscontractprijs blijft morgen bijna zeker onveranderd.
Kippenboeren beurden vorig jaar om deze tijd zo'n 2 euro per kilo eieren. Nu is dat gedaald naar vijftig eurocent.
Dat is te merken in de supermarkt. Vorig jaar lag een doosje met tien eieren voor ongeveer 1,70 euro in de schappen. Nu schommelt de prijs rond de 1,25 euro. Voor de eierboeren klinkt de daling dramatisch, maar over het hele jaar genomen vallen de inkomstengevolgen mee.
Volgens eigenaar Jappie Stuiver van eierleverancier Frisian Egg in Drachten klagen boeren niet. De hoge prijs hield vorig jaar een half jaar aan, dus er is wat reserve opgebouwd. De kostprijs zit op ongeveer negentig eurocent, dus moeten de kippenboeren nu veertig eurocent per kilo toeleggen. ,,Dat is de vrije markt'', zegt Stuiver. De meeste boeren verwachten dat de prijzen de komende maanden weer zullen aantrekken, aldus Stuiver.
Vorig jaar profiteerden de Nederlandse boeren van het verbod op kooi-eieren in Duitsland. Het tekort aan scharreleieren werd snel ingelopen. Bovendien hielden de Duitsers speciale acties om hun landgenoten aan te moedigen toch maar vooral eieren uit eigen land te kopen. ,,Daar zijn ze goed in'', aldus Stuiver.
In 2012 gaat het verbod op kooi-eieren in Nederland in, maar dat zal naar verwachting niet leiden tot een eiertekort. De meeste Nederlandse kippenboeren die nog leghennen in kooisystemen hebben zijn al bezig met de ombouw. Anders kan het zijn in landen als Polen en Spanje.
In Friesland zijn vorige week twee legpluimveebedrijven vrijwillig geruimd in verband met een besmetting met laagpathogene vogelgriep H6N1.
De besmetting met het griepvirus kwam aan het licht via de standaard monitoring op vogelgriep, die de Gezondheidsdienst voor Dieren uitvoert. De dieren vertoonden toen nog geen klinische verschijnselen. Nadat de eierproductie van de dieren begon te dalen heeft de betreffende pluimveehouder toch besloten de dieren vrijwillig te laten ruimen, om verspreiding van het virus tegen te gaan. Dit is op woensdag 28 juli gebeurd.
Bij controle van tien kilometer rondom het eerste bedrijf zijn zes andere pluimveebedrijven gecontroleerd. Hierbij bleek op een ander bedrijf ook H6N1 te zijn, de andere vijf bedrijven zijn vrij van het virus. Het tweede bedrijf is op vrijdag geruimd. Het gaat in beide gevallen om legpluimvee met vrije uitloop.
De ruimingen zijn nu pas bekend geworden. Het Productschap voor Pluimveevlees en Eieren (PPE) heeft het niet eerder gemeld omdat het geen meldingsplichtige ziekte is. Dat geldt alleen voor vogelgriep van de typen H5 en H7, omdat deze ook hoogpathogeen kunnen zijn. H6 vormt geen risico voor humane besmettingen. "Bovendien willen we de zaak niet opblazen, waardoor het in het buitenland gevolgen kan hebben voor de export van Nederlandse pluimveeproducten", zegt een woordvoerder van PPE. "De sector zelf wordt via de monitoring zelf op de hoogte gebracht. Het is bij de dieren een gewone griep."
Het gaat om twee scharrellegbedrijven, met 17.000 en 40.000 dieren.
Een twintigjarige vrouw is in Egypte overleden aan een besmetting met hoogpathogene vogelpest H5N1.
Dat meldt het Egyptische ministerie van volksgezondheid. De vrouw was vorige week opgenomen in het ziekenhuis. Ze is besmet door contact met pluimvee dat besmet was met vogelpest. Het is de 35e dode door vogelpest in Egypte.