Nobilon International, Akzo Nobels activiteit op het gebied van humane vaccins, is een samenwerkingsverband aangegaan met de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC). De overeenkomst, tevens ondertekend door Nobilons internationale partner, BioDiem, omvat de ontwikkeling van een levend, verzwakt en temperatuurgevoelig celkweekvaccin tegen de H5N1-variant van het vogelgriepvirus. In 2004 sloten de twee ondernemingen een licentieovereenkomst voor het temperatuurgevoelige intranasale griepvaccin van BioDiem. Deze technologie zal nu verder worden verfijnd door preklinische ontwikkeling in de streng beveiligde laboratoria van de CDC. Zo kan worden gewerkt aan de ontwikkeling van een vaccin dat bescherming biedt tegen zeer ernstig ziekteverwekkende vogelgriepvirussen die een pandemische bedreiging vormen.
Het gezamenlijke onderzoek gaat twee jaar duren en wordt uitgevoerd in zowel Boxmeer als in Atlanta (VS). Er worden daarbij in preklinische modellen levende, verzwakte, temperatuurgevoelige griepvaccinkandidaten tegen H5N1-virusen geproduceerd, gekarakteriseerd en geëvalueerd.
Voordelen levend vaccin Het gebruik van een levend verzwakt griepvaccin kent een aantal voordelen. Het kan bij kinderen een bredere immuunreactie opleveren dan geïnactiveerde griepvaccins . Bovendien is een enkele dosis en een kleinere hoeveelheid vaccin voldoende om een ruimere bescherming te bieden dan bij de nu beschikbare geïnactiveerde vaccins.
De Amerikaanse regering heeft onlangs ook aangegeven dat celkweekproductie van griepvaccins beter in de behoefte zou kunnen voorzien dan de traditionele vaccins op basis van geëmbryoneerde eieren. Dit komt doordat de productietijd kan worden verkort en de vaccinproductie minder oponthoud kent.
Akzo Nobel
Rusland overweegt importverbod vlees uit Nederland, Duitsland en België
Nadat Rusland al beperkingen had opgelegd voor de import van Nederlands pluimveevlees vanwege de laag pathogene vogelpestvariant die in Voorthuizen was gevonden, wil Rusland nu ook de markt sluiten voor overig vlees uit Nederland, België en Duitsland vanwege de uitbraak van de ziekte bluetongue. Landbouwminister Alexyenko laat nu onderzoekers studeren op documenten van de Europese Commissie.
Het supermarktbedrijf Laurus heeft zijn contract met de vleesleverancier Hendrix Meat Group (HMG) beëindigd. Dat kost de onderneming wel 8 miljoen euro, zo meldt Laurus.
Laurus wil de overeenkomst met HMG verbreken omdat door de verkoop van de Edah-winkels de vraag naar vlees sterk zal dalen. Het supermarktconcern gaat alleen verder met Super de Boer. Laurus en HMG hebben al enige tijd een conflict. Dat draaide onder meer om een overeenkomst tussen Laurus en HMG over de afname van vlees. Vijf jaar geleden heeft de toenmalige Laurus-directie met HMG daarover een afspraak gemaakt, maar volgens de vleesleverancier is Laurus die niet nagekomen.
Dit geschil is nog niet opgelost, aldus Laurus. Beide partijen hebben besloten tot arbitrage over te gaan. Voor het einde van het jaar moet een oordeel zijn geveld in de kwestie.
Ook over het moment en de voorwaarden van de terugkoop door Laurus van twee slagerijen bestond onenigheid. HMG heeft deze slagerijen in Someren en Beilen zo'n vijf jaar geleden van het supermarktconcern overgenomen. In de overeenkomst is toen de bepaling opgenomen dat Laurus de vestigingen moet terugkopen als de leveranties van vlees worden stopgezet. Laurus is nu met HMG overeengekomen de slagerij in Beilen over te nemen. Deze levert aan de winkels van Super de Boer. ANP
Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verlengt de uitrijdperiode van mest op zand- en lössgronden waar graan (-stro), bollen, pootaardappelen en grasland (hebben ge)staan tot 15 september. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.
De vrijstellingsregeling biedt ondernemers de mogelijkheid af te wijken van het Besluit gebruik meststoffen. Dit besluit bepaalt dat er een uitrijverbod voor dierlijke mest is in de periode van 1 september tot en met 31 januari op zand- en lössgronden.
Als gevolg van extreme droogte in juli en extreme regenval in augustus zijn veel percelen graan, pootaardappels en bollen nog niet geoogst en is op veel graspercelen het gras nog niet gemaaid. Deze percelen kunnen daarom niet worden bemest.
Bij bouwland staat Veerman de verlenging alleen toe als op deze percelen binnen acht dagen na bemesting een gewas wordt ingezaaid. Bij grasland geldt de verlenging alleen als op die percelen na 1 september geen kunstmest meer wordt gebruikt. Ook moeten de ondernemers de meststoffen op een verantwoorde wijze verdelen over het bedrijf. Dit om de nadelige gevolgen voor het milieu te beperken.
De verlenging van de uitrijdperiode biedt ook ruimte aan ondernemers die 's nachts herkauwers moeten opstallen als gevolg van de uitbraak van bluetongue. Vanwege de afstand tussen de percelen en de stal wordt jongvee vaak helemaal binnengehouden. Hierdoor komt meer mest in de opslag dan onder normale omstandigheden. Door het slechte weer kon deze mest niet uitgereden worden.
Grasland vernieuwen In de vrijstellingsregeling is ook geregeld dat grasland in de periode van 1 oktober tot en met 15 oktober mag worden vernietigd ('scheuren') met het oog op graslandvernieuwing. Op basis van het Besluit gebruik meststoffen mogen graszoden op zandgronden namelijk alleen vernietigd worden in de periode van 1 februari tot en met 10 mei. Als gevolg van de droogte in juli is in bepaalde gebieden het grasland bijna verdroogd. Ook komt het voor dat sommige graslanden door de droogte voornamelijk uit één bepaald soort onkruidgras ('kweek') bestaat (meer dan 30%). Alleen deze graslanden mogen - na aanmelding en een deskundigenrapport - worden vernietigd. Door deze vrijstelling kunnen ondernemers het grasland op droge zandgronden eerder vernieuwen.
SAN De verlenging van de uitrijdperiode geldt ook voor agrariërs die op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN) de toeslag ruige mest ontvangen, mits in de subsidieverlening is bepaald dat de ruige stalmest tot 1 september mag worden uitgereden en aan de overige voorwaarden wordt voldaan die de SAN daaraan verbindt.
Het saldo van vleeskuikenhouders daalde in het tweede kwartaal van dit jaar met ruim 30.000 euro naar 14.000 euro. Die forse daling is een gevolg van een lagere opbrengst van vleeskuikens als gevolg van de uitbraken van vogelpest. Dat blijkt uit berekeningen van het landbouweconomisch instituut LEI. Volgens het LEI begon 2006 voor de vleeskuikenhouders veel slechter dan 2005. De uitbraken van vogelpest gooiden vanaf september vorig jaar roet in het eten.
Consumenten atan vanaf die maand ineens veel minder pluimveevlees uit angst om een menselijke variant van het vogelpestvirus op te lopen.
In april van dit jaar leidde dat tot een historisch dieptepunt voor de vleeskuikenprijs. De basiscontractprijs voor deze dieren zakte toen naar 51 cent per kilo levend gewicht.
Landbouwsubsidies en andere marktverstorende maatregelen moeten wereldwijd worden afgeschaft, met als uitgangspunt een gelijk speelveld. Productie van duurzame energie door de land- en tuinbouwsector wordt gestimuleerd. Onderzoek in de agribusiness richt zich op duurzame productie. Dat staat in het conceptverkiezingsprogramma van de VVD. De VVD is trots op de Nederlandse landbouw. De Nederlandse agribusiness levert een belangrijke bijdrage aan onze welvaart. Zo wordt 60% van alle sierteeltproducten in de wereld verhandeld in Nederland en zijn we wereldwijd de derde exporteur van voedsel, bloemen en planten, zo stelt de partij.
Toekomstgerichte ondernemers moeten op deze vrije markt hun inkomen kunnen verdienen met een veilige en duurzame productie. Ze doen dat met zorg voor het welzijn van de dieren en voor de landschappelijke omgeving. De VVD ondersteunt die landschaps- en natuurzorg als een belangrijk onderdeel van het moderne agrarisch bestaan, dat waardering verdient.
Overige punten in het conceptverkiezingsprogramma van de VVD zijn onder andere:
een verlaging voor alle tariefschijven van de inkomstenbelasting met 3%;
gratis kinderopvang voor werkende en ondernemende ouders;
een vrijstelling van belasting op winst van drie jaar voor nieuwe ondernemingen;
een halvering van de belasting op erfenissen;
meer ruimte voor woningbouw, ook op het platteland;
een radicale vermindering van de bestuursdichtheid op alle niveaus.
Zie voor meer informatie het Conceptverkiezingsprogramma op de site van de VVD.
De voorzieningenrechter in Den Haag heeft op 28 augustus de in een kort geding gestelde eis van de Nederlandse Vakbond Varkenhouders (NVV) voor het buitenwerking stellen van de huidige Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, afgewezen. Centraal bij het kort geding stond de nauwkeurigheid van het bemonsteren van mest. NVV acht de nauwkeurigheid onvoldoende. De rechter baseert zijn afwijzing onder andere op het feit dat de Staat voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat nieuwe onderzoeken in de afgelopen jaren tot inhoudelijke aanpassingen van de regeling hebben geleid. Volgens de rechter kon niet worden aangetoond dat deze onderzoeken niet volledig voldeden aan de monsterprotocollen. Verder vond de rechter een verklaring van de Staat dat er vanwege een kopieerfout bepaalde vrachten uit het onderzoek ontbraken wel aannemelijk. Hij gaf verder aan dat de wetgever een grote mate van beleidsvrijheid en beoordelingsvrijheid heeft waardoor de rechter terughoudend moet zijn bij het buiten toepassing laten van algemene voorschriften.
De NVV is teleurgesteld in de uitspraak van de rechter, mede omdat deze in zijn vonnis niet ingaat op de consequenties voor een individuele mestproducent of afnemer van mest bij een dergelijk systeem. Het Gerechtshof in Den Bosch stelde de NVV hierover eerder dit jaar in een Minas-procedure wel in het gelijk. In februari heeft het Hof de Regeling hoeveelheidsbepalingen dierlijke en overige organische meststoffen onverbindend verklaard. De in de regeling opgenomen onnauwkeurigheidnorm van maximaal 15% voor de bemonstering van dierlijke mest is volgens het Hof met de voorgeschreven monstermethoden onhaalbaar. De voorzieningenrechter in Den Haag heeft die uitspraak dus niet overgenomen.
De Europese productie van pluimveevlees daalt dit jaar met 4 procent naar ruim 7,43 miljoen ton. De daling is een gevolg van de uitbraken van vogelpest in diverse Europese landen. Daardoor aten Europese consumenten de eerste maanden van dit jaar minder vlees. Dat meldt de Brazilian Meat Monitor.
In Zuid-Europese landen daalde de consumptie van pluimveevlees in het eerste kwartaal van dit jaar sterker dan in het Noordwesten. Vooral in Italië, Griekenland, Spanje en Frankrijk waren consumenten bang om een menselijke variant van het vogelpestvirus op te lopen. Volgend jaar stijgt de verwachte productie van pluimveevlees in Europa met 1 procent naar 7,53 miljoen ton.
Brazilië is sinds 2004 's werelds grootste exporteur van kuikenvlees. Vorig jaar kwam zo'n 42 procent van al het kuikenvlees dat op de wereldmarkt werd verhandeld, uit dit Zuid-Amerikaanse land. Het toch al grote Braziliaanse vleesbedrijf Perdigão wil snel verder expanderen. Het bedrijf conformeert zich daarbij aan Europese richtlijnen. „We hebben een total quality-filosofie. Daarbij moet alles goed zijn, ook de buitenkant."
Ei bij Nationaal Schoolontbijt.
Stichting 'Blij met een Ei' geeft namens de Nederlandse legpluimveehouderij aan consumenten voorlichting over onder meer de productiewijze van eieren. Onder leiding van de nieuwe voorzitter Jan Knoben gaat Blij met een Ei 'professionaliseren'. Een belangrijke activiteit dit najaar is de deelname aan 'Het Nationaal Schoolontbijt', want zegt Knoben, „bij een goed ontbijt hoort een ei."
Boerenkip
Deze week is het project 'Boerenkip' officieel van start gegaan. De traaggroeiende vleeskuikens bereiken in ten minste 56 dagen een gewicht van circa 2,4 kg. De dieren zitten in stallen met een overdekte buitenuitloop van ten minste 20 procent van het staloppervlak. Er worden ongeveer 18 kuikens per vierkante meter opgezet. De bezetting is maximaal 38 kg/m2 binnen en 31 kg/m2 (binnen+uitloop). In week 2 van 2007 zullen ‘Boerenkip'producten in de schappen liggen van de vier deelnemende supermarktketens: CoopCodis, Jumbo, Jan Linders en Albert Heijn. Initiatiefnemers van het project zijn Coppens diervoeding, de Dierenbescherming, Flandrex en de ZLTO
‘Vervoer consumptie-eieren moet mogelijk zijn in vogelpestgebied’
Het ministerie van landbouw is het eens met vertegenwoordigers uit de Nederlandse pluimveesector, dat het vervoer van consumptie-eieren na uitbraken van vogelpest mogelijk moet zijn naar bedrijven zonder pluimvee. Dat meldt het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) naar aanleiding van besprekingen over het aanpassen van het draaiboek voor vogelpest. Het ministerie van landbouw wil eerst alle opmerkingen over het draaiboek inventariseren, voordat het daarover mededelingen doet. De EU-bestrijdingsrichtlijn voor vogelpest verbiedt het vervoer van eieren in een vogelpestgebied. Volgens het ministerie van landbouw geldt dat verbod alleen voor het vervoer van eieren naar bedrijven met pluimvee. Het vervoer van eieren vanaf een pakstation zou wel mogen. Het ministerie van landbouw zal dit voorleggen aan de Europese Commissie.
De Nederlandse pluimveesector wil dat het ministerie het vervoer van consumptie- en broedeieren en eendagskuikens in een vogelpestperiode toestaat op plastic trays of broedladen. Nu mag dat alleen op kartonnen wegwerpverpakkingen. Daardoor moeten de producten omgepakt worden. Plastic verpakkingen kunnen goed gereinigd worden na het gebruik. Agrarisch Dagblad
Thailand wil minimaal 140.000 ton pluimveevlees exporteren naar EU
Thailand wil minimaal 140.000 ton pluimveevlees per jaar exporteren naar de Europese Unie. De Europese Unie wil echter maximaal 120.000 ton pluimveevlees aan import toelaten uit het Aziatische land. Tevens wil Thailand dat de EU de invoerheffingen voor pluimveevlees gaat beperken. De EU wil juist dat alle invoer die buiten het importquotum voor pluimveevlees valt wordt belast met een extra heffing bovenop de normale invoerrechten. In 2005 exporteerde Thailand 106.503 ton bewerkt pluimveevlees naar de EU. Deze export had een waarde van 266 miljoen euro. Vanwege de heersende vogelpest in het land mag er geen onbewerkt vleesuit Thailand worden ingevoerd in de EU. Dit importverbod geldt tot eind juli 2007.
Vanmorgen heeft het ministerie van LNV laten weten dat vandaag gepubliceerd zal worden dat vanavond om 24.00 uur de Tijdelijke regeling beperkingen in verband met laagpathogene Aviaire Influenza 2006 zal worden ingetrokken. Daarmee vervallen vannacht alle beperkende maatregelen die nog van kracht zijn in het beperkingsgebied Voorthuizen. Dat betekent dat het vervoer van opfokhennen en het vervoer van pluimveemest weer toegestaan zal zijn. Voorwaarde hierbij is wel dat het besluit eerst gepubliceerd moet worden. Daarvoor dient u de internetpagina van het ministerie van LNV (www.minlnv.nl) in de gaten te houden.
De Chief Veterinary Officer heeft afgelopen maandag een brief gezonden aan zijn Russische collega over het weer op gang brengen van de export van pluimvee, broedeieren en pluimveevlees naar Rusland. Nadat één en ander via de Landbouwraad in Moskou mondeling is gesondeerd, wordt aan de Russische overheid voorgesteld de export vanuit Nederland weer toe te staan met uitzondering van partijen die als origine een pluimveebedrijf in de gemeenten Barneveld, Nijkerk of Putten hebben. Ook wordt aangegeven dat LNV graag zal meewerken aan de mondeling door de Russen naar voren gebrachte wens dat een Russische veterinair zich in Nederland op de hoogte stelt van de voorgenomen gang van zaken.
Draaiboek Deze hele week vinden bij het ministerie van LNV diverse gesprekken plaats over het draaiboek AI. Op het concept-draaiboek is door diverse organisaties gereageerd en in de nu lopende gesprekken wordt daarop door LNV een antwoord gegeven en kunnen de organisaties hun standpunten nog een keer mondeling toelichten. Tot dusver heeft dat o.a. tot de volgende afspraken geleid:
LNV is het eens met onze stellingname dat daar waar in de AI-bestrijdingsrichtlijn wordt gesproken over het vervoeren van eieren of over een verbod daarop, alleen gedoeld wordt op het vervoer van eieren van of naar bedrijven met pluimvee. Het vervoer van eieren vanaf een pakstation (zonder pluimvee) naar een ander bedrijf zonder pluimvee zou in geen geval beperkt moeten worden. LNV zal deze interpretatie van de richtlijn voorleggen aan de Europese Commissie.
LNV heeft de PVE uitgenodigd om schriftelijk aan te geven waarom de richtlijn aangepast moet worden waar er gesproken wordt over het toestaan van het vervoer van consumptie-eieren, broedeieren en eendagskuikens mits deze verpakt zijn in wegwerpverpakkingen.
LNV heeft er nota van genomen dat het pluimveebedrijfsleven er voorstander van is om de nadere maatregelen die de Europese Commissie verplicht heeft gesteld bij een uitbraak van H5N1, ook van kracht te doen zijn bij een uitbraak van andere typen hoog pathogene AI. Met name gaat het hierbij om het instellen van een buffergebied rondom het beschermings- en toezichtgebied en het blijven toestaan van intracommunautair handelsverkeer vanuit de gebieden buiten het buffergebied. Een algemeen geldend exportverbod van pluimvee en pluimveeproducten mag daarbij, met uitzondering van tijdens een standstill-periode, niet aan de orde zijn.
LNV heeft de PVE uitgenodigd voor een mondeling overleg over het leveren van diervoeder aan pluimveebedrijven tijdens een standstill. De PVE hebben aangegeven dat graag te zullen doen maar daarbij ook het afvoeren van eendagskuikens vanaf een broederij tijdens een standstillperiode te willen bespreken.
Deze week zal er nog overleg gevoerd worden over het maatregelenpakket tijdens een bestrijding van AI en over de maatregelen ten aanzien van nertsen en ten aanzien van niet-gevoelige dieren.
Rusland heeft op 21 augustus de invoer van Nederlands pluimvee tijdelijk verboden. Het verbod hangt samen met de vondst van de laagpathogene variant van het vogelgriepvirus H7N7 in Voorthuizen eerder deze maand, zo liet het Russische ministerie van Landbouw weten. Uit voorzorg werd het bedrijf met 25.000 stuks pluimvee geruimd. Vorige week besloot Rusland ook al tot een verbod op de invoer van pluimvee uit de Amerikaanse staat Michigan. Daar werd bij twee zwanen een laagpathogeen vogelgriepvirus vastgesteld.
Het traaggroeiende vleeskuiken ofwel de boerenkip ligt begin volgend jaar in de schappen van vier supermakten (Albert Heijn, CoopCodis, Jan Linders en Jumbo). Daartoe hebben zij gisteren contracten ondertekend met vijf vleeskuikenhouders, pluimveeslachterij Flandrex Nederland, Coppens diervoeding, fokkerijorganisatie Hubbard en ZLTO. De vleeskuikenhouders leveren vanaf begin volgend jaar in de eerste instantie 10.000 vleeskuikens per week. Zij krijgen daarvoor een meerprijs van 15 tot 18 cent per kilo levend gewicht ten opzichte van gangbare vleeskuikens.
Deze meerprijs dekt de meerkosten volgens ZLTO-projectleider Hans de Haan. Zo moeten de vleeskuikenhouders een overdekte uitloop met een oppervlak van 20 procent van de stal voor hun dieren maken. Ook mogen zij minder dieren (38 kilo per vierkante meter) houden dan de ganbare bezetting van 44 tot 54 kilo.
Tenslotte moeten zij ook speciaal voer van Coppens diervoeding met veel granen en langzaamgroeiende eendagskuikens van Hubbard kopen. Dat voer en die kuikens zijn naar verwachting niet duurder dan gangbare producten.
Vanaf vrijdag 1 september zijn pluimveehouders verplicht hun pluimvee af te schermen. Tijdens de vogeltrek bestaat het risico dat wilde vogels het vogelgriepvirus verspreiden. Daarom is elke houder van pluimvee vanaf 1 september a.s. weer verplicht kippen, ganzen en ander pluimvee, ook watervogels, af te schermen. De zijkanten van het verblijf moeten minimaal afgeschermd zijn met gaas, de bovenkant met ondoorlatend materiaal. Vogels die volledig gevaccineerd zijn (dat wil zeggen vanaf 1 week na de tweede vaccinatie), hoeven niet afgeschermd te worden.
Pluimveehouders kunnen kiezen tussen ophokken óf het aanbrengen van een constructie die contact met wilde vogels onmogelijk maakt. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om beperkte uitloop te houden waardoor problemen op welzijnsgebied kunnen worden voorkomen.
De Algemene Inspectiedienst zal controleren of de afschermplicht wordt nageleefd. Als er niet gevaccineerd pluimvee wordt aangetroffen dat onafgeschermd rondloopt, wordt een dwangsom opgelegd. Daarmee krijgt de houder een waarschuwing. Zijn de vogels bij de volgende controle nog niet afgeschermd, dan volgt er een geldboete.
De Europese Autoriteit voor de Voedselveiligheid (EFSA) en het Permanente Comité voor de Voedselkwaliteit en de Diergezondheid van de Europese Commissie hebben aangegeven dat er een blijvende dreiging uitgaat van wilde vogels bij de verspreiding van het hoogpathogene vogelgriepvirus van het type H5N1. In diverse landen in de wereld is het desbetreffende vogelgriepvirus permanent aanwezig. Via de verschillende trekroutes van wilde vogels staat Europa en ook Nederland in verbinding met deze landen.
In veel lidstaten van de Europese Unie zijn wilde vogels gevonden die zijn besmet met het vogelgriepvirus van het type H5N1. In bepaalde Europese staten, zoals Frankrijk, Duitsland, Hongarije en Roemenië heeft de verspreiding van het virus door trekvogels geleid tot uitbraken bij pluimveebedrijven met uitloop en bij niet-bedrijfsmatig, in de buitenlucht gehouden pluimvee. Tot dusverre zijn er in Nederland nog geen wilde vogels gevonden die het bewuste vogelgriepvirus met zich dragen.
Geen onafgedekt voer en water meer in risicogebied vogelgriep
Minister Veerman van Landbouw houdt voorlopig vast aan het exportverbod voor levende runderen, schapen en geiten dat hij vanwege de ziekte blauwtong heeft ingesteld. Hij acht dat van belang om de goede reputatie vast te houden die Nederland heeft ten opzichte van afnemers van levend vee over de hele wereld. De minister zei dat in een gesprek met een verslaggever van het Radio 1 Journaal. Veerman vindt het van het grootste belang dat eerst vwordt vastgesteld waar de ziekte zich precies bevindt. "Mijn inzet is om de zaak zo snel mogelijk weer vrij te geven, maar wel onder de conditie dat we precies weten waar we het over hebben", aldus Veerman. Tot nu toe is alleen in Zuid-Limburg blauwtong gevonden.
Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat het mogelijk aanwezige vogelgriepvirus in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam zich heeft uitgebreid. Tijdens onderzoek van het ministerie van Landbouw en het Erasmus Medisch Centrum is het virus niet teruggevonden. Ook zijn geen antistoffen bij andere dieren aangetroffen. Dat zei viroloog Ab Osterhaus van het Erasmus MC in Rotterdam vandaag. "Alle sporen lopen dood'', liet Osterhaus weten. "Maar we moeten voorzichtig zijn. Er zijn geen aanwijzingen, maar het onderzoek van het ministerie loopt nog.'' Volgende week worden de definitieve resultaten van het onderzoek verwacht. ANP
Gisteren heeft het ministerie van LNV een brief verzonden aan de houders van hobbypluimvee, watervogels en kippen met vrije uitloop waarin wordt meegedeeld dat vanaf 1 september 2006 het pluimvee en de gehouden watervogels moeten worden afgeschermd van in het wild levende vogels. De betreffende brief treft u ter informatie hierbij aan.
Over het onderzoek naar de mogelijke AI-besmetting bij twee sperwer-uiltjes in Blijdorp zijn geen nieuwe ontwikkelingen te melden. Na de eerste positieve PCR-onderzoeken kennen alle uitgevoerde vervolgonderzoeken een negatief resultaat.
Zoals u uit de media heeft kunnen vernemen is in Limburg bij schapen de ziekte blauwtong (blue tongue) vastgesteld. Blue tongue is een virusziekte die niet rechtstreeks van dier op dier overdraagbaar is, maar die via een mug (van het geslacht Culicoides) van een besmet dier naar een ander dier wordt overgebracht. Alleen herkauwers zijn vatbaar voor de ziekte en vooral schapen vertonen bij een besmetting klinische verschijnselen. Het is echter aannemelijk dat ook diverse runderen in Nederland inmiddels besmet zijn. Voor mensen is de ziekte totaal ongevaarlijk. Vanmorgen heeft het ministerie van LNV in een basisoverleg nadere informatie gegeven over de ziekte en over de genomen maatregelen. Die maatregelen hebben uitsluitend betrekking op herkauwers. De uitbraak van blue tongue heeft voor pluimvee en pluimveeproducten geen enkele beperking tot gevolg. Ook voor pluimvee dat gehouden wordt op gemengde bedrijven waar ook herkauwers worden gehouden, gelden geen beperkingen.
Souvenir uit… Rusland - Wie als Nederlander door Rusland reist maakt allerlei ongebruikelijks mee. Zo heeft ook Patrick van Trijp van Cehave Landbouwbelang en Vitamex ondervonden. Zo speelt alcohol, ook op de werkvloer, een nogal grote rol: „Ik heb moeten leren om daarmee om te gaan. Als je tijdens de lunch te gast bent bij een klant is het lastig om een glas wodka af te slaan. Gelukkig is het alcoholgebruik in werktijd de afgelopen paar jaar wel fors afgenomen.” Maar van de gastvrijheid in Rusland kunnen Nederlanders veel leren: „Ook mensen die zelf bijna niets hebben, ontvangen je met open armen. Laatst was ik op een klein bedrijf bij mensen die het niet breed hadden, maar er kwam voor minstens een halve week eten op tafel.” Patrick van Trijp merkt bij zijn Russische reizen dat het verleden nog steeds veel invloed heeft op de manier waarop veel Russen, ook in de pluimveehouderij, werken.
Verrijkte kooi krijgt meer aandacht - Het aantal pluimveehouders in Nederland met verrijkte kooien is op de vingers van één hand te tellen, maar de belangstelling is in het afgelopen halfjaar duidelijk gegroeid. „Eerder liepen mensen op een beurs om je stand heen als je er een verrijkte kooi had staan, nu komen ze op een verrijkte kooi af.” Of de toegenomen belangstelling ook een duidelijke toename van stallen met verrijkte kooien teweegbrengt, hangt af van de markt. De concurrentie is zwaar, zeker buiten de EU.
Saldo per vierkante meter - Vleeskuikenhouder Toon van de Doelen dacht tot voorjaar vorig jaar wel met zijn bedrijf zoals het toen was voort te kunnen tot zijn pensioen. Maar toen kwam de brand. Een van de drie vleeskuikenstallen brandde af. Hij besloot nieuw te bouwen, maar niet puur traditioneel. Begin dit jaar nam Toon van de Doelen zijn nieuwe stal, met allerlei nieuwigheden, in gebruik. Zijn bedrijfsvoering heeft Toon van de Doelen scherp voor ogen: „Uiteindelijk is dat toch waar het om draait: zo veel mogelijk euro’s per vierkante meter stal verdienen.”
PPE: handelsverbod eieren met salmonella onuitvoerbaar
Het voorstel van de Europese Commissie om de im- en export van klasse A-eieren met Salmonella Enteritidis of Typhimurium (s.e. en s.t.) te verbieden, is onuitvoerbaar en levert veel extra lasten op. Dat stelt het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE). De Europese Commissie wil niet alleen een verbod op de handel in deze eieren tussen de EU-lidstaten, maar ook op de import ervan uit derde landen. Het voorstel is zo geformuleerd dat elke lidstaat een lijst moet aanleggen en bijhouden welke koppels leghennen vrij zijn van s.e. en s.t. Alleen van deze koppels mogen de eieren naar een andere lidstaat.
Voor de invoer van eieren uit derde landen moeten importeurs certificaten aanleveren, waarop een officiële autoriteit aangeeft dat de leghennen die de eieren hebben geproduceerd, vrij zij van s.e. en s.t.
Het PPE onderschrijft het idee om het transport van met s.e. en s.t.-besmette eieren aan banden te leggen. Agrarisch Dagblad
Bij twee zwanen in de Amerikaanse staat Michigan is een milde variant van de vogelpest gevonden. De gevonden variant van H5N1 is niet de gevaarlijke variant die in Azië aan vele tientallen mensen het leven heeft gekost, aldus een woordvoerder van het ministerie van landbouw. De zwanen werden getest als gevolg van een preventieprogramma tegen vogelpest van de Amerikaanse overheid.
Zoals u gisteren uit de media heeft kunnen horen en/of lezen heeft minister Veerman besloten dat het sinds gistermiddag 15 augustus 2006 vanaf 14.00 uur weer is toegestaan dat de bedrijven in het beperkingsgebied Voorthuizen opfokhennen, eendagskuikens of ander pluimvee ontvangen. Het vervoer van dat pluimvee dient rechtstreeks naar het bestemmingsadres plaats te vinden.
Het vervoer van opfokhennen en ander pluimvee van een bedrijf in het beperkingsgebied naar een ander pluimveebedrijf blijft nog verboden. Ook het vervoer van pluimveemest is in het gebied nog niet toegestaan. Als de komende dagen geen nieuwe verdenkingen van een besmetting in het gebied worden vastgesteld, mag verwacht worden dat omstreeks 24 augustus a.s. het beperkingsgebied zal worden opgeheven, waarmee ook de laatste vervoersverboden zullen komen te vervallen.
Het College van Deskundigen Aviaire Influenza heeft overwogen dat de infectie op het besmette bedrijf in Voorthuizen een recente infectie van het type H7N7 was en dat de AI-uitbraak in 2003 is veroorzaakt door een virus van hetzelfde type. Op grond daarvan is het College van Deskundigen van mening dat de nodige waakzaaamheid gewenst is om een situatie als in 2003 te voorkomen. Daarom heeft het de minister geadviseerd om de reguliere serologische AI-monitoring van de pluimveebedrijven die binnen een straal van 10 km rondom het besmette bedrijf in Voorthuizen liggen, naar voren te halen zodat binnen enkele maanden alle betrokken pluimveebedrijven nog een keer serologisch worden onderzocht op AI. De Chief Veterinary Officer heeft het Productschap gevraagd het initiatief te nemen om het advies van het College van Deskundigen uit te voeren.
Op grond van de PPE-verordening Monitoring Aviaire Influenza 2005 moeten alle pluimveebedrijven tenminste één keer per jaar serologisch onderzocht worden op AI, met dien verstande dat opfokbedrijven en kalkoenbedrijven elk koppel moeten laten onderzoeken en dat legbedrijven met een uitloop systeem elk kwartaal moeten worden onderzocht. Het Productschap heeft inmiddels aan de GD gevraagd een voorstel uit te werken voor die monitoring. Omdat legbedrijven met uitloop, opfokbedrijven en kalkoenbedrijven binnen enkele maanden regulier een serologisch onderzoek zullen moeten laten uitvoeren, zal de extra screening vooral betrekking hebben op vleeskuiken- en eendenbedrijven, reproductiebedrijven en legbedrijven zonder uitloop.
Ten aanzien van de hervatting van de export van pluimvee en pluimveeproducten naar Rusland kan worden meegedeeld dat LNV via de Landbouwraad in Moskou nagaat welke bereidheid er bij de Russen is om tot regionalisatie over te gaan en in hoeverre bij de export van pluimveevlees, broedeieren en eendagskuikens niet de betrokken slachterijen en broederijen als herkomstbedrijf worden gezien maar het primaire bedrijf dat de dieren, c.q. de eieren heeft geproduceerd.
Over de AI-verdenking in diergaarde Blijdorp kan weinig anders worden meegedeeld dan dat het onderzoek of er werkelijk sprake is van een besmetting nog loopt.
Het vervoer van opfokhennen, eendagskuiken en andere soorten pluimvee naar gebied Voorthuizen is vanaf vandaag toegestaan, voor de afvoer van dieren en mest blijven nog veel beperkingen gelden.
Dit heeft minister Cees Veerman (landbouw) besloten. Reden is dat de afgelopen week geen signalen meer zijn geweest dat het virus zich binnen het gebied verder verspreid heeft. Ook zijn er buiten het gebied geen aanwijzingen gevonden voor mogelijke besmetting met de laagpathogene vogelgriep H7N7.
Tegen deze achtergrond wordt het vervoersverbod versoepeld. Vanuit het gebied mogen wel slachtpluimvee en eendagskuikens worden afgevoerd, ander pluimvee niet. Ook het verbod om pluimvee en andere vogels in het gebied te verzamelen en de afvoer van mest blijft in stand. Deze maatregelen worden om veterinaire redenen nog steeds noodzakelijk geacht. ANP
De vondst van antistoffen tegen het hoogpathogene vogelpestvirus H5N1 bij uilen in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam heeft vooralsnog geen gevolgen voor de professionele pluimveesector.
Pas als blijkt dat de antistoffen van een levend virus van een wilde vogel afkomstig zijn, is er reden voor zorg. Jan Wolleswinkel, voorzitter van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders, is wel benieuwd waar de antistoffen vandaan komen. ”Als die van een wilde watervogel komen, is het een goede zaak dat we pluimvee vanaf 1 september van dit jaar gaan ophokken.”
Volgens het Productschap Pluimvee en Eieren moet de sector in het buitenland meer uitleggen, wil de bedrijfstak buiten Europa blijven exporteren. Die landen zijn de laagpathogene vogelpest in Voorthuizen nog niet vergeten.
Ad Kon, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, vindt dat Nederland de vondst in Diergaarde Blijdorp veel te snel heeft bekendgemaakt. ”We hadden eerst op de uitslag van de testen en het onderzoek moeten wachten voor de bekendmaking. Je zaait nu onnodig onrust”, stelt hij. Agrarisch Dagblad
Zoals dit weekend al bekend gemaakt is via de media zijn in diergaarde Blijdorp twee sperwer uiltjes verdacht van hoogpathogene H5. Bij deze dieren zijn afgelopen donderdag in het kader van een routine onderzoek door het Wild Life Health Centre (Erasmus Universiteit) aanwijzingen gevonden voor een besmetting met vogelgriep. Het gaat om jonge, nog niet gevaccineerde dieren. De monsters van deze dieren waren positief op H5 in een PCR. Donderdagmiddag is de verdenking officieel gemeld bij de VWA. Donderdagavond kon het laboratorium van de Erasmus Universiteit de besmetting via andere tests echter niet bevestigen.
De monsters zijn daarna onderzocht door het CIDC. Het CIDC vond vrijdag jl. ook aanwijzingen van besmetting maar kon deze op dat moment ook niet bevestigen. Het CIDC melde zaterdag in de loop van de dag dat bleek dat het toch om een hoogpathogene H5 zou gaan. Naar aanleiding daarvan zijn door LNV maatregelen genomen op basis van een ernstige verdenking.
De EU-bestrijdingsrichtlijn biedt bij een geconstateerde besmetting in een dierentuin de mogelijkheid af te wijken van de standaardmaatregelen. Zo hoeft bij een besmetting in een dierentuin geen gebied ingesteld te worden en hoeven niet alle gevoelige dieren in deze dierentuin geruimd te worden. LNV heeft ons gemeld dat ze van deze mogelijkheden zoveel mogelijk gebruik willen maken.
Daarnaast hebben de VWA en de GGD geconstateerd dat Blijdorp voldoende maatregelen kan nemen om verspreiding vanuit de dierentuin naar pluimvee (de dierentuin ligt midden in de stad en heeft geen contacten met reguliere pluimveehouders) en overdracht naar mensen op een andere manier te voorkomen. Daarbij is natuurlijk ook van belang dat Blijdorp een belangrijk deel van zijn vogels heeft gevaccineerd.
Zodra er meer informatie beschikbaar is zullen wij u daarvan zo snel mogelijk op de hoogte stellen.
Bij twee gestorven uiltjes uit Diergaarde Blijdorp in Rotterdam zijn in het kader van een routine onderzoek door het Wild Life Health Centre (Erasmus MC Rotterdam/Universiteit van Utrecht) aanwijzingen gevonden voor een besmetting met het vogelgriepvirus H5N1. Vervolgonderzoek van het laboratorium in Lelystad (CIDC) bevestigt deze verdenking. Nader onderzoek moet uitwijzen of het een daadwerkelijke besmetting met het vogelgriepvirus betreft. Het gaat om twee jonge, niet gevaccineerde dieren. Hoewel een groot deel van de vogels in Blijdorp is gevaccineerd moet de dierentuin uit voorzorg de vogels zoveel mogelijk ophokken of afschermen. De Voedsel en Waren Autoriteit zal de komende dagen aanvullende monsters nemen van vogels in Blijdorp.
Mensen kunnen alleen met H5N1 besmet raken door intensief contact met besmette vogels of hun uitwerpselen. Daarom kan volgens de gezondheidsautoriteiten de Diergaarde openblijven voor bezoekers en worden alleen voor de betrokken verzorgers maatregelen genomen. Toch moet de dierentuin voor alle zekerheid maatregelen nemen om contact tussen vogels en bezoekers te voorkomen.
Wie verre reizen doet... LEI-onderzoeker Peter van Horne gaat regelmatig naar het buitenland, om er de economische situatie in de pluimveesector te bestuderen, of om er een inleiding te verzorgen over economische aspecten van de pluimveehouderij. Zijn laatste buitenlandse reis, dit voorjaar, ging naar Iran. „Een heel ander land dan je in de media wordt voorgeschoteld"
Histomoniasis.
GD doet sinds enkele jaren onderzoek aan histomoniasis ('blackhead') en heeft recentelijk in het laboratorium met een door GD verbeterde kweek- methode onderzocht of bepaalde middelen werkzaam kunnen zijn tegen de veroorzaker van de ziekte.
slachterij enquête
Nederlandse pluimveeslachterijen voerden vorig jaar hun productie op met 4 procent tot 850.000 ton. Dit blijkt uit een enquête die de PVE jaarlijks bij de pluimveeslachterijen houden. De toename was mogelijk door een grotere binnenlandse productie van vleeskuikens (+ 2,6%) en grote invoer van levende kuikens (+ 9,2%). Van de geslachte kuikens werd 89% in de vorm van delen afgezet. Daarnaast wordt een steeds groter deel van de productie als vers vlees verkocht. Vorig jaar was dat 77 procent. Uit de enquête blijkt ook dat vleeskuikenshouders hun kuikens steeds zwaarder afleveren. In 2005 was het gemiddelde aflevergewicht 2.080 gram
Extra schoonmaakbeurt pluimveetransporten Duitsland niet nodig
Nederland heeft besloten om de verplichte dubbele reiniging en ontsmetting in te trekken na de ontdekking van vogelgriep (H5N1) bij een zwaan in een Duitse dierentuin. Een extra schoonmaakbeurt is dus niet nodig. Een uitbraak in een dierentuin vormt geen risico voor de insleep van virus in Nederland door pluimveetransporten.
De dubbele reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen die zijn gebruikt voor pluimveetransporten in een lidstaat waar een uitbraak is bevestigd en leeg Nederland binnenkomen, heeft in een dergelijk geval veterinair geen toegevoegde waarde. De regeling 'Tijdelijke regeling ter wering van Aviaire Influenza II' is gewijzigd en wordt vandaag in de Staatscourant gepubliceerd. Op de verplichting tot dubbele reiniging geldt voortaan een uitzondering bij uitbraken in een circus, een dierentuin, een vogelwinkel, een wildpark, een omheind terrein waar pluimvee wordt gehouden voor wetenschappelijke doeleinden of met het oog op de bescherming van zeldzame pluimveerassen. Deze uitzondering geldt uitdrukkelijk niet voor uitbraken bij niet-bedrijfsmatige houders van pluimvee in de lidstaten.
In het basisoverleg van vanmorgen heeft LNV meegedeeld dat het laag pathogene virus dat bij pluimvee op een bedrijf in Voorthuizen is gevonden van het type H7N7 is. Het CDIC in Lelystad onderzoekt nog welke verbanden er zijn met eerder gevonden virussen van hetzelfde type, b.v. met het virus dat in 2003 voor veel ellende heeft gezorgd.
Uit de beschikbare informatie kan opgemaakt worden dat de besmetting in Voorthuizen van een recente datum is. De screening van de bedrijven heeft alleen maar negatieve resultaten opgeleverd, maar omdat een screening een steekproef is, geven de negatieve resultaten geen absolute zekerheid dat er geen virus in het gebied meer aanwezig is. Het is dus belangrijk dat waakzaam wordt gebleven op klinische symptomen bij het pluimvee.
Indien in het beperkingsgebied geen nieuwe besmettingen worden vastgesteld, mag verwacht worden dat in de loop van volgende week het aanvoeren van eendagskuikens en opfokhennen op de bedrijven in het beperkingsgebied weer zal worden toegestaan. In week 34 zal het gebied dan kunnen worden opgeheven waarbij de laatste vervoersbeperkingen (vervoer van (opfok)pluimvee van het ene naar het andere pluimveebedrijf en vervoer van pluimveemest) weer mogelijk zullen worden.
LNV betreurt het dat één organisatie afgelopen dinsdag gegevens, waarop nog een embargo berustte, aan het ANP heeft doorgegeven, waardoor beslissingen van de minister al op de radio waren nog voordat het besluit was getekend.
De problemen met de export van pluimveemest naar Duitsland zijn, zoals al eerder is meegedeeld, opgelost. Export van pluimveemest naar België en Luxemburg is steeds mogelijk geweest.
Taiwan en Hongkong hebben de grens gesloten voor pluimvee en pluimveeproducten uit Nederland. Singapore en Roemenië staan pluimvee en pluimveeproducten uit Nederland toe voor zover het oorspronklijke primaire bedrijf niet in Gelderland ligt.
In het certificaat voor Rusland staat dat export alleen mogelijk is als Nederland gedurende 6 maanden (pluimveevlees) of 12 maanden (pluimvee en broedeieren) vrij is van AI. Omdat andere EU-lidstaten waar recent LPAI is vastgesteld, met Rusland een afspraak hebben gemaakt over regionalisatie, probeert Nederland in samenwerking met de Europese Commissie, een soortgelijke afspraak te maken. LNV heeft daarbij overwogen om aan de Russen aan te bieden de gemeente Barneveld als niet exportwaardig gebied aan te wijzen. In het basisoverleg is vanuit de sector meegedeeld dat de exporteurs van broedeieren en van pluimveevlees hebben aangegeven zich kunnen redden als de export weer mogelijk wordt met uitzondering export van dieren of producten die hun oorsprong hebben in de provincie Gelderland. Om tijdrovende discussies met de Russen te voorkomen of het uitzonderen van één gemeente wel voldoende is, heeft de Chief Veterinary Officer tijdens het basisoverleg toegezegd dat hij maandag in een brief aan de veterinaire autoriteiten van Rusland zal voorstellen export van Nederlands pluimvee en pluimveeproducten naar Rusland toe te staan voor zover het betrokken primaire herkomstbedrijf niet in Gelderland ligt. Vermoedelijk zal dat verzoek worden ondersteund door de Europese Commissie.
De Hardenbergse dierenarts R. Plantema is door de voorzieningenrechter veroordeeld tot het betalen van 1000 euro aan stichting Wakker Dier wegens het toebrengen van reputatieschade. Plantema laat vandaag in een reactie weten: 'Ik vind dat ik nu als belangrijke donateur ook wat van Stichting Wakker Dier mag eisen.' De dierenarts is van mening dat de stichting haar reputatie moet opvijzelen door ' voortaan uitsluitend wetenschappelijk onderbouwde uitlatingen te doen en de pluimveesector niet langer met leugens en verdachtmakingen te demoniseren.'
In eerdere berichten heb ik meegedeeld dat de export van pluimveemest naar Duitsland vanwege het met laag pathogeen aviair influenza besmette pluimveebedrijf in Voorthuizen stil is komen te liggen. De heer De Leeuw, Chief Veterinary Officer van Nederland, heeft daarover contact gehad met zijn Duitse collega en met een andere betrokken ambtenaar van de Duitse overheid in Bonn. In dat overleg is vastgesteld dat het bestaande bilaterale certificaat voor export van pluimveemest naar Duitsland alleen de export van pluimveemest beperkt uit het beperkingsgebied rondom Voorthuizen. Export van pluimveemest naar Duitsland uit de rest van Nederland is volgens de Duitse overheid "überhaupt kein Problem". De CVO heeft dit gistermiddag aan de VWA meegedeeld en op grond daarvan zal de VWA weer certificaten afgeven voor de export van pluimveemest naar Duitsland. Pluimveemest uit het beperkingsgebied Voorthuizen is daarvan uitgesloten, maar die mest mag momenteel toch nog niet worden vervoerd.
Rusland, de Filipijnen, Singapore, Taiwan en Hongkong hebben Nederlands pluimvee en pluimveeproducten geheel of gedeeltelijk in de ban gedaan.
Dit in verband met de milde variant van vogelgriep, die vorige week opdook in Voorthuizen. Dat meldde het ministerie van Landbouw woensdag. Diplomaten van de Nederlandse ambassades in de betreffende landen proberen inmiddels de plaatselijke autoriteiten duidelijk te maken dat er niets mis is met pluimveevlees en eieren uit Nederland.
Binnen de Europese Unie zijn er nog geen exportproblemen. Als binnen de EU een milde variant van de vogelgriep opduikt, mogen lidstaten geen handelsbeperkingen instellen. Deze afspraak geldt uiteraard niet voor landen die buiten de Europese Unie liggen. ANP
Van den Brink: 'varkensprijs Vion is schandalig laag'
Vion betaald de Nederlandse varkenshouders een te lage prijs en misbruikt zijn machtspositie op de markt, aldus varkenshouder en Tweede-Kamerlid Wien van den Brink van de LPF. De Vion-prijs ligt volgens hem 18 cent lager dan de prijs die in Duitsland wordt betaald. Daardoor is de prijs die Vion nu aan varkenshouders betaald in strijd met de gemaakte afspraken. Vanwege lagere bijkomende kosten in Nederland zou Vion een 10 cent lagere prijs per kilo kunnen hanteren, meent Van den Brink. De laatste 8 cent wordt naar zijn mening onterecht ingehouden. Bij de oprichting heeft Vion de toezegging gedaan om de Duitse varkensprijzen te volgen en geen verschillende prijzen te hanteren in Nederland en Duitsland. Deze afspraken worden door Vion geschonden, meent Van den Brink.
Agrarisch Dagblad
Vogelgriep in Indonesië breidt zich uit naar Papua
In Indonesië is voor het eerst het H5N1 vogelgriepvirus vastgesteld bij kippen in het uiterste oosten van het land. In een regio op Papua blijken tientallen kippen aan de ziekte overleden zo hebben laboratoriumtests uitgewezen. Vogelgriep deed zich tot nu toe alleen voor op de westelijke eilanden Java en Sumatra, waar inmiddels 44 mensen aan de ziekte zijn overleden.
Alle uitslagen van het screeningsonderzoek van de pluimveebedrijven in het beperkingsgebied rondom Voorthuizen zijn negatief voor LPAI. Deze uitkomst is aanleiding om een aantal versoepelingen in de vervoersbeperkingen door te voeren. Dat heeft het ministerie van LNV gisteren meegedeeld. In het beperkingsgebied zijn binnenkort weer diverse transporten toegestaan. Voor verschillende vervoersbewegingen gelden wel nadere voorwaarden. Zie daarvoor de tekst van de regeling. In de regeling staat ook wanneer de versoepelingen ingaan. De regeling is vandaag gepubliceerd op internet
export
Beperkte handelsbelemmeringen De ontdekking en van sporen van een laag pathogeen AI-virus op één bedrijf en de verplichte melding hiervan bij de OIE in Parijs hebben tot (beperkte) exportproblemen geleid. Hongkong laat geen pluimveevlees uit Gelderland toe en Taiwan bant pluimveevleesproducten uit heel Nederland. Verder zijn er problemen met afzet naar Rusland, Bulgarije en Roemenië vanwege onduidelijkheid rond exportcertificaten. De overheid doet er alles aan gedaan deze grenzen weer open te krijgen. Tevens overlegt LNV met de Duitse instanties om de export van pluimveemest naar dit land weer mogelijk te maken.
Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft vandaag besloten om de maatregelen voor het beperkingsgebied rond Voorthuizen te versoepelen. Binnen dat gebied van drie kilometer zijn alle bedrijven met commercieel pluimvee onderzocht, de zogenaamde screening. Uit de uitslagen blijkt dat er geen nieuwe gevallen van de milde variant van vogelgriep zijn.
Nu is gebleken dat het milde virus zich niet in de directe omgeving heeft verspreid worden de beperkende maatregelen in het 3-kilometergebied versoepeld. Het vervoer van slachtpluimvee, eendagskuikens en eieren vanuit het gebied is weer toegestaan. Daarmee wordt economische schade beperkt en worden eventuele welzijnsproblemen voorkomen. Ook mag er weer mest, anders dan pluimvee, in het gebied worden aangewend en is het vervoer van vee, zoals runderen en varkens weer toegestaan. Dat geldt ook voor de aanvoer van eieren van buiten het gebied naar het gebied.
Wel geldt nog altijd het verbod levend commercieel gehouden pluimvee, hobbypluimvee en overige levende vogels naar en vanuit het gebied te vervoeren. Ook blijft het verbod op het aanwenden van mest van pluimvee en eventuele andere vogelsoorten, gehandhaafd. Ditzelfde geldt voor het verbod tot het verzamelen van pluimvee en andere gehouden vogels in het kader van markten en tentoonstellingen en dergelijke. De situatie in het gebied zal over een week opnieuw worden bezien, ook om na te gaan of nog een verdere versoepeling kan worden toegestaan.
Het ministerie van LNV heeft ons laten weten dat alle uitslagen van het screeningsonderzoek van de pluimveebedrijven in het beperkingsgebied rondom Voorthuizen een negatief resulaat hebben gehad. Alle betrokken pluimveehouders zullen telefonisch worden geïnformeerd over het onderzoekresultaat van hun eigen bedrijf.
Voor LNV is het resultaat van de screening aanleiding om een aantal versoepelingen in de vervoersbeperkingen door te voeren. In het beperkingsgebied zijn binnenkort de volgende activiteiten weer toegestaan: - de afvoer van consumptie-eieren vanaf de pluimveebedrijven naar een pakstation in Nederland; - het vervoeren en afleveren van consumptie-eieren en broedeieren naar, c.q. aan bedrijven in het beperkingsgebied; - de afvoer van broedeieren vanaf de pluimveebedrijven naar een broederij in Nederland; - de afvoer van eendagskuikens naar een pluimveebedrijf in Nederland. Als de eendagskuikens geboren zijn uit broedeieren die geproduceerd zijn buiten het beperkingsgebied, mogen de eendagskuikens ook in andere EU-lidstaten worden afgezet. - de afvoer van pluimvee naar een pluimveeslachterij in Nederland; - de afvoer van zoogdieren vanaf gemengde bedrijven; - de afvoer en het uitrijden van mest van zoogdieren.
Voor verschillende van de hierboven genoemde vervoersbewegingen gelden nadere voorwaarden. Daarvoor wordt verwezen naar de tekst van de regeling. In de regeling staat ook wanneer de versoepelingen ingaan. Verwacht wordt dat de regeling vanavond gepubliceerd zal worden op internet (www.minlnv.nl).
Het blijft voorlopig nog tenminste een week verboden om pluimvee van buiten het gebied naar een bedrijf in het gebied te brengen en om pluimvee van een bedrijf in het gebied naar een ander pluimveebedrijf in of buiten het gebied te verplaatsen. Ook het vervoer van pluimveemest wordt nog niet toegestaan. Het beperkingsgebied kan op grond van de richtlijn 2004/94 niet eerder dan 24 augustus 2006 worden opgeheven.
LNV heeft voorts opnieuw toegezegd vandaag nog contact op te zullen nemen met de Duitse instanties om de export van pluimveemest weer mogelijk te maken. Voorts zal veel energie worden gestoken in het opheffen van exportproblemen die het gevolg zijn van het ene pluimveebedrijf met een laag pathogene AI-besmetting. De Chief Veterinary Officer heeft er op gewezen dat de OIE twee gradaties kent voor wat betreft AI. Een land kan vrij zijn van hoog pathogene AI (HPAI) of een land kan vrij zijn van aangifteplichtige AI (zowel HPAI als LPAI). Nederland is wel vrij van HPAI maar niet van aangifteplichtige AI. Volgens de regels van de OIE geldt bij een besmetting met alleen LPAI alleen een exportverbod voor dieren en producten die afkomstig zijn van een bedrijf dat besmet is met LPAI. He is echter de vraag of derde landen zich aan die regels houden of strengere regels hanteren. Van dat laatste is Rusland een voorbeeld. Export uit een EU-lidstaat naar Rusland is mogelijk als een land gedurende 12 maanden vrij is van AI van de types H5 of H7. Bekend is evenwel dat landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, waar minder dan 12 maanden geleden uitbraken met AI zijn vastgesteld, na overleg met de Russische autoriteiten, momenteel kunnen exporteren naar Rusland. LNV zal zijn best doen dat ook voor Nederland voor elkaar te krijgen. Omdat export naar Rusland plaatsvindt met een Europees certificaat moeten de onderhandelingen daarover via Brussel worden gevoerd.
Met vriendelijke groeten, Henk Hulsbergen
Onderzoek naar optimale temperatuur voor opvang eendagskuikens
Er moet onderzoek worden gedaan naar de optimale temparatuur in vleeskuikenstallen bij de opvang van eendagskuikens. Dat stelt het Klimaatplatform Pluimveehouderij. Studenten van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht kunnen dat onderzoek uitvoeren. Ze moeten in beeld brengen in hoeverre er een relatie bestaat tussen de vloer- en staltemperatuur bij aankomst van de eendagskuikens en de uitval gedurende de eerste levensweek. De studenten kunnen daarbij gebruik maken van gegevens van broederijen. Het Klimaatplatform Pluimveehouderij werd eind vorig jaar opgericht om onder meer knelpunten in de praktijk op gebied van klimaatbeheersing in pluimveestallen signaleren en inventariseren. Het platform kreeg tevens de opdracht normen voor het klimaatbeheer op te stellen. Daarnaast moet het als een aanspreekpunt voor de sector fungeren en onderzoeksideeën aandragen. In het Klimaatplatform zitten adviseurs, onderzoekers, veterinairen en leveranciers van apparatuur. De Animal Science Group van Wageningen UR neemt het voortouw bij de activiteiten van het platform.
De maatregelen rond Voorthuizen in verband met de ontdekking van laagpathogene aviaire influenza (LPAI) worden versoepeld. Dat heeft het ministerie van landbuw vanmiddag gemeld.
Op welke manier de maatregelen worden versoepeld wordt later bekend gemaakt. De versoepeling is mogelijk doordat uit de screening van de buurt- en contactbedrijven is gebleken dat in geen enkel geval sprake is van een besmetting.
Vorge week dinsdag werd bekend dat sporen van een laagpathogeen vogelpestvirus in Voorthuizen zijn aangetroffen. In verband daarmee is een bedrijf in Voorthuizen geruimd en zijn ongeveer 80 bedrijven in de directe omgeving gescreend op het virus.
Het aantal grenssluitingen van landen buiten Europa als gevolg van de vondst van laagpathogene vogelpest, blijft tot nu toe beperkt. Alleen Hongkong, Taiwan en Singapore hebben hun grenzen vorige week gesloten. Mogelijk leiden mededelingen van de internationale diergezondheidsorganisatie O.I.E. nog tot meerdere grenssluitingen. Agrarisch Dagblad
Nederlandse pluimveehouders die hun mest in Duitsland afzetten, kunnen door de uitbraak van laagpathogene vogelpest hun contracten niet nakomen.
De Voedsel en Warenautoriteit geeft geen exportvergunningen af voor de pluimveemest, ook al komt die van buiten het toezichtsgebied. Een woordvoerder van de VWA zegt dat de exportbeperking een gevolg is van de afspraak tussen Nederland en Duitsland over de export van pluimveemest. In het exportcertificaat staat dat in heel Nederland geen beperkingen mogen gelden in verband met ziekteuitbraken.
De VWA zegt nog naar mogelijkheden te zoeken om te zorgen dat de pluimveemest alsnog naar Duitsland kan worden uitgevoerd. Agrarisch Dagblad
Er zijn vandaag geen signalen ontvangen dat er uitslagen van het screeningsonderzoek van bedrijven in het beperkingsgebied Voorthuizen positief zouden zijn. Bij het ministerie van LNV wordt ervan uitgegaan dat in het crisisoverleg van morgen besloten kan worden over het doorvoeren van de nodige versoepelingen in de vervoersbeperkingen. Zodra daarvan sprake is en die versoepelingen bekend zijn, zullen wij u daarover informeren. Hoewel wij geen enkele indicatie van LNV hebben ontvangen om welke versoepelingen het zal gaan, gaan we ervan uit dat het vervoer van zoogdieren van gemengde bedrijven met pluimvee weer zal worden toegestaan, dat consumptie-eieren en broedeieren weer mogen worden opgehaald bij de pluimveebedrijven en dat afvoer van pluimvee naar een slachthuis weer mogelijk wordt. In dat verband hebben we aan LNV gevraagd ook te bezien of het plaatsen van eendagskuikens en opfokhennen op bedrijven in het beperkingsgebied kan worden toegestaan.
Ten aanzien van de problemen met de mestexport naar Duitsland heeft de CVO toegezegd dat hij morgen daarover contact op zal nemen met de Duitse overheid.
VWA heeft vandaag de mededeling in ons mailbericht van vrijdag bevestigd dat ten aanzien van het intracommunautaire verkeer de nieuwe bestrijdingsrichtlijn 2005/94 niet in overeenstemming is met de bestaande handelsrichtlijn 90/539 en dat de Europese Commissie heeft laten weten dat de richtlijn 2005/94 de handelsrichtlijn "overruled" indien aan alle bepalingen van richtlijn 2005/94 is voldaan. Voor zover wij weten is aan die eis voldaan. VWA zal voor de certificering een generiek te volgen lijn opstellen die door de verschillen VWA regio's kan worden toegepast. Daardoor zal voorkomen worden dat per afgegeven certificaat bezien moet worden of 2005/94 van toepassing is of 90/539.
De afgelopen maanden is overlegd tussen IKB Kip en het Duitse kwaliteitssysteem QS. Voor vleeskuikenbedrijven, slachterijen en uitsnijderijen zijn uitvoerige vergelijkingen tussen beide systemen gemaakt met veel overeenstemming, maar ook enkele verschillen: Zo stelt IKB Kip voorwaarden aan de voorschakels en gaat het met hygiene eisen veel verder. QS daarentegen heeft enkele strengere welzijnsnormen. Het ligt in de bedoeling in september op de Intermeat in Dusseldorf overleg tussen vertegenwoordigers uit Duitsland en Nederland te organiseren om oplossingen te vinden voor het overbruggen van de verschillen. Dit gebeurt dan ter voorbereiding op de vergadering van de QS Fachbeirat, die in oktober bijeen komt voor nadere besluitvorming. Uiteindelijk moet dit leiden tot uitwisselbaarheid van producten tussen IKB en QS en daarmee het voorkomen van dubbele controles en extra kosten.
De Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren (PVE) houden elk jaar bij de pluimveeslachterijen een enquête om inzicht te krijgen in de productie en afzet van kuikenvlees. De enquête had in 2005 een dekking had van 65% van de aanvoer bij pluimveeslachterijen. Naast de informatie van de slachterijen, zijn de geschetste ontwikkelingen ook gebaseerd op informatie van het CBS en van de PVE. De aanvoer bleek met ruim 850.000 ton levend gewicht 4% hoger dan in 2004. De Bruto Eigen Productie is in 2005 met bijna 3% toegenomen tot 746.000 ton levend gewicht. Uit de enquête blijkt dat in 2005 77% van de productie van kuikenvlees in verse vorm en 23% in diepgevroren vorm is aangeboden. Deze verdeling geldt voor hele dieren en voor delen. Het aandeel vers in de productie is in 2005 in vergelijking met 2004 met 3% toegenomen. Van de productie werd 89% verwerkt tot delen en 11% werd afgezet in de vorm van hele dieren. In de afzet is het aandeel 'delen' verder toegenomen. In de beginjaren negentig lag het aandeel van de afzet 'heel' nog op 40%.
Delenafzet Bij de afzet van delen naar soort zijn er in 2005 ten opzichte van 2004 nauwelijks verschuivingen waar te nemen. Enige belangrijke verschuiving was die van borsten met been naar filet. Er zijn in 2005 blijkbaar flink meer borsten uitgebeend dan in 2004.
Uit de enquete blijkt verder dat de vleeskuikens de laatste tien jaar steeds zwaarder worden afgeleverd. In 1996 lag het gemiddeld levend aanvoergewicht nog op bijna 1.900 gram. In 2005 werden de kuikens gemiddeld afgeleverd op 2.080 gram, een toename van 180 gram ofwel bijna 10%.
Het verbruik van kuikenvlees is in 2005 uitgekomen op 17,45 kilo per hoofd van de bevolking. Het totale verbruik van totaal pluimveevlees is in 2005 toegenomen tot ruim 22 kilogram per hoofd van de bevolking. Het gemiddeld verbruik lag 200 gram hoger dan in 2004.
Op grond van onderzoek van materiaal van het geruimde pluimveebedrijf in Voorthuizen is inmiddels vastgesteld dat het gaat om een zodanige besmetting van vogelpest (AI) dat het nodig is om daarvan melding te maken bij de werelddiergezondheidsorganisatie OIE. Dat zal inhouden dat Nederland gedurende drie maanden geen AI-vrije status heeft. Dat melden de Productschappen voor Vee Vlees en Eieren (PVE). Voor de export naar derde landen van pluimvee en pluimveeproducten die uit het beperkingsgebied afkomstig zijn kan het verlies van de AI-vrije status vervelende gevolgen hebben. De uitvoer van gepasteuriseerde eiproducten zal er geen hinder van ondervinden. In hoeverre de export wordt geraakt hangt af van de eisen die landen in het exportcertificaat stellen. Diverse derde landen hebben de eis opgenomen dat het exporterende land gedurende enige tijd vrij moet zijn van vogelpest.
Rusland en Roemenië Een concreet probleem doet zich voor met de export naar Rusland. Voor export naar dat land zijn in Europees verband afspraken gemaakt. Op 7 augustus zal LNV daarover overleg voeren met de Europese Commissie. Ook heeft LNV toegezegd nadere aandacht te zullen besteden aan de exportcertificering voor Roemenie.
Handel binnen de EU Voor het handelsverkeer binnen de Europese Unie doet zich het probleem voor dat bij de bestrijding gewerkt wordt met de nieuwe AI-richtlijn 2005/94 terwijl de exportcertificaten nog gebaseerd zijn op oudere regelgeving. De Europese Commissie heeft laten weten dat in het geval dat op basis van de nieuwe richtlijn intracommunautair verkeer wordt toegestaan, de op oude regelgeving gebaseerde tekst van het exportcertificaat ondergeschikt is en de export naar een andere lidstaat gewoon mogelijk is.
Export mest De VWA geeft momenteel geen exportcertificaten af voor de export van pluimveemest naar Duitsland. Zodra alle uitslagen van de screening bekend zijn zal LNV contact opnemen met Duitsland om te zien of de mestexport van Duitsland weer op gang kan worden gebracht. Ook is bekend dat een aanvraag voor een certificaat voor mestexport naar Belgie is afgewezen. Nagegaan zal worden in hoeverre dit strookt met het bilaterale verdrag dat met Belgie is afgesloten.
Het ministerie van landbouw moet de afvoer van eieren en pluimveevlees van buiten een vogelpestgebied beter gaan regelen bij de vondst van het vogelpestvirus. In het draaiboek voor vogelpest staan er geen duidelijke regels over die afvoer.
Dat stelt Ben Dellaert, sectordirecteur van het Productschap Pluimvee en Eieren naar aanleiding van de maatregelen als gevolg van de vondst van het laagpathogene vogelpestvirus in Voorthuizen. Dellaert vindt het jammer dat de twee eierpakstations in het gebied met een straal van 3 kilometer rond het besmette bedrijf in Voorthuizen nu twee dagen op slot hebben gezeten. ”Als de regels over de afvoer van eieren en pluimveevlees van buiten het besmette gebied duidelijker waren, zou de tijdelijke sluiting niet nodig zijn”, stelt hij.
Naast duidelijke regels over de afvoer van pluimveeproducten van buiten de vogelpestgebieden wil Dellaert betere afspraken met het ministerie van landbouw over de gebiedsbegrenzing bij een uitbraak van vogelpest. ”Nu is de straal in het noorden van het gebied rond Voorthuizen groter dan drie kilometer. Dat vergroot het probleem nog eens”, stelt hij. Agrarisch Dagblad
Eerste onderzoeksresultaten stemmen pluimveehouders tevreden
Sneller dan verwacht blijken alle pluimveebedrijven in de omgeving van de door een milde variant van vogelgriep getroffen onderneming te zijn onderzocht.
Het gaat om tientallen pluimveehouderijen in de buurt van Voorthuizen (Gelderland). De eerste resultaten van de onderzoeken hebben geen nieuwe verdachte gevallen aan het licht gebracht. Dat meldden landbouworganisatie LTO Nederland en het ministerie van Landbouw vrijdag. "Het gaat de goede kant op", aldus een woordvoerder van LTO. "De eerste onderzoeksresultaten zijn binnen van 80 procent van alle screenings en wij zijn nu vooral opgelucht. Als het meezit, hebben we alle definitieve resultaten dinsdag of woensdag. Wanneer er inderdaad geen nieuwe verdachte gevallen bijkomen, blijven de gevolgen voor de sector relatief beperkt."
Het onderzoek naar vogelgriep in de Gelderse Vallei verloopt sneller dan verwacht. Zo voorspelden de productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) donderdag nog dat de dierenartsen de screenings pas maandag of dinsdag zouden hebben afgerond. De onderzoeken zouden zo traag verlopen dat de artsen zelfs op zondag bij de boeren langs zouden moeten gaan. Daarvan blijkt nu dus geen sprake.
De sector hoopt dat de maatregelen die sinds dinsdag gelden in het gebied, waaronder een vervoersverbod van kippen, mest en dierproducten, volgende week kunnen worden opgeheven. ANP
Vanmorgen hebben het ministerie van LNV en de VWA nadere informatie gegeven over de gang van zaken rondom de uitbraak van laag pathogene aviaire influenza op een bedrijf in Voorthuizen. Daarbij is duidelijk geworden dat de opmerkingen in mijn mailbericht van gisteren over het trage verloop van de screening op achterhaalde informatie was gebaseerd. De werkelijkheid is dat de VWA vanmorgen nog vier bedrijven moest inspecteren waarna de screening is afgerond. De VWA heeft dan in twee en een halve dag alle 80 bedrijven in het gebied gecontroleerd. Als daarbij ook nog bedacht wordt dat de screening plotseling, met een voorbereidingstijd van één dag, moest worden uitgevoerd, moet worden vastgesteld dat de VWA snel werk heeft geleverd, waarvoor hulde. Tegelijkertijd zijn aan een broederij en enkele pakstations in totaal 7 individuele ontheffingen afgegeven voor bestaande vervoersverboden. Dat vergt een bedrijfsbezoek, een beleidsmatige afweging en afstemming of de vergunning kan worden verleend en de juridische afhandeling van de ontheffing. Voor de betreffende bedrijven duurt het afgeven van een ontheffing altijd veel te lang, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat met afhandeling van de vergunningen in maximaal twee dagen de VWA dat werk naar procedurele begrippen binnen een redelijke termijn heeft verricht.
Vanmorgen waren de uitslagen van 80% van de onderzochte pluimveebedrijven in het gebied bekend. Alle resultaten waren negatief. De betrokken pluimveehouders worden standaard over de uitslag van hun bedrijf geïnformeerd. Als de uitslagen van alle pluimveebedrijven in het gebied bekend zijn en alle resultaten blijven negatief, zal LNV overgaan tot generieke versoepelingen van de bestaande vervoersverboden. Verwacht wordt dat die versoepelingen medio volgende week van kracht zullen worden.
Op grond van onderzoek van materiaal van het geruimde pluimveebedrijf is inmiddels vastgesteld dat het gaat om een zodanige AI-besmetting dat melding bij de O.I.E. (werelddiergezondheidsorganisatie) noodzakelijk is. Dat zal inhouden dat Nederland gedurende drie maanden geen AI-vrije status heeft. Voor de export naar derde landen van pluimvee en pluimveeproducten die uit het beperkingsgebied afkomstig zijn, met uitzondering van gepasteuriseerde eiproducten, kan dat vervelende gevolgen hebben. Daarnaast is van belang welke eisen het desbetreffende derde land stelt in het exportcertificaat. Zo hebben diverse derde landen de eis opgenomen dat het exporterende land gedurende enige tijd vrij moet zijn van AI. Een concreet probleem doet zich voor met de export naar Rusland. Voor export naar dat land zijn in Europees verband afspraken gemaakt. Komende maandag zal LNV daarover overleg voeren met de Europese Commissie. Ook heeft LNV toegezegd nadere aandacht te zullen besteden aan de exportcertificering voor Roemenië.
Voor het intracommunautaire verkeer doet zich het probleem voor dat bij de bestrijding gewerkt wordt met de nieuwe AI-richtlijn 2005/94 terwijl de exportcertificaten nog gebaseerd zijn op oudere regelgeving. De Europese Commissie heeft laten weten dat in het geval dat op basis van de nieuwe richtlijn intracommunautair verkeer wordt toegestaan, de op oude regelgeving gebaseerde tekst van het exportcertificaat ondergeschikt is en de export naar een andere lidstaat mogelijk is.
Zoals in het mailbericht van gisteren al is meegedeeld geeft de VWA momenteel geen exportcertificaten af voor de export van pluimveemest naar Duitsland. Zodra alle uitslagen van de screening bekend zijn zal LNV contact opnemen met Duitsland om te zien of de mestexport van Duitsland weer op gang kan worden gebracht. Ook is bekend dat een aanvraag voor een certificaat voor mestexport naar België is afgewezen. Nagegaan zal worden in hoeverre dit strookt met het bilaterale verdrag dat met België is afgesloten.
Tenslotte is afgesproken dat na afloop van deze crises in klein verband de ervaringen met LNV en VWA besproken zullen worden om voor een eventuele volgende uitbraak van LPAI goede afspraken te maken en de uitvoering van de noodzakelijke bestrijding waar mogelijk te verbeteren.
Gezien de huidige situatie worden er in het weekeinde geen verdere ontwikkelingen verwacht. Dat houdt in dat u ons eerstvolgende bericht pas na het weekeinde kunt verwachten.
Vanochtend zijn de laatste bedrijven in het beperkingsgebied van Voorthuizen onderzocht op de milde variant van vogelgriep. De Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, heeft 71 bedrijven onderzocht.
Begin deze week bleek een bedrijf in Voorthuizen mogelijk besmet te zijn met de milde variant van vogelgriep. Minister Veerman van LNV heeft besloten om een beperkingsgebied van drie kilometer in te stellen. Binnen dat gebied worden alle bedrijven met commercieel pluimvee onderzocht. De zogenaamde screening. Er worden bloedmonster genomen en het pluimvee wordt door een dierenarts bekeken of er verschijnselen van vogelgriep zijn. Bij geen van de bedrijven zijn verschijnselen vastgesteld. Een groot deel van de uitslagen is inmiddels bekend; er is tot nu toe niets gevonden. Begin volgende week zal naar verwachting alle uitslagen bekend zijn.
Voor het gebied Voorthuizen gelden er na afloop van de screening voorlopig nog beperkingen. Na de eerste Reiniging en Ontsmetting van het geruimde bedrijf, zit het gebied nog 21 dagen vast aan de beperkingen. Op 2 augustus is het bedrijf gereinigd en ontsmet.
Op een bedrijf in Voorthuizen is dinsdag 1 augustus een verdenking van laagpathogene vogelgriep geconstateerd. Deze variant maakt vogels nauwelijks ziek en is niet gevaarlijk voor mensen. Het onderzoek op aanwezigheid van virus moet nog worden afgerond. Het gaat in ieder geval om een variant op H7, en niet de voor mensen gevaarlijke H5N1 die vooral in Azië heerst. Het bedrijf is voor de zekerheid geruimd. Uit de uitslagen van de drie contactbedrijven is gebleken dat er niets aan de hand is. Deze bedrijven worden weer vrijgegeven. LNV
AID deelt twee processen-verbaal uit bij Voorthuizen
De Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van LNV heeft in de nacht van 2 op 3 augustus twee processen-verbaal uitgedeeld aan personen die het vervoersverbod dat in en om Voorthuizen is ingesteld hebben genegeerd. Dat heeft de dienst op 3 augustus laten weten. De AID trad eenmaal op tegen een boer die binnen het gebied waar een vervoersverbod geldt bezig was met het verspreiden van mest op zijn land. Het tweede proces-verbaal betrof een transporteur die mest vervoerde op de snelweg A1. Een deel van deze snelweg loopt door het gebied waar het vervoersverbod van kracht is. Inmiddels is het vervoersverbod voor doorgaand verkeer op de autosnelwegen A1 en A30 weer opgeheven.
Telegraaf
Minder wrede dodingsmethode bij ruiming pluimveebedrijf
De 25.000 kippen die in Voorthuizen zijn geruimd vanwege een ernstige verdenking van een milde variant van vogelgriep zijn op een diervriendelijkere manier gedood dan in het verleden in dergelijke omstandigheden gebeurde. Er is nu gekozen voor een vergassingsmethode waarbij de stof zo gelijkmatig mogelijk wordt verspreid over de stal. Bovendien heeft de doding 's nachts plaatsgevonden. Hoewel de Dierenbescherming het uitermate schrijnend vindt dat de maatregel is getroffen is de organisatie blij dat er een minder wrede dodingsmethode is toegepast. In het verleden was het bij ruimingen van pluimveebedrijven gebruikelijk om het gas vanuit één plek van de stal in te spuiten. Het gevolg was dat de dieren op de vlucht gingen voor het gas en elkaar vertrapten en verstikten in een hoek van de stal. Dat leidde tot een zeer wrede dood van veel dieren. De Dierenbescherming heeft er daarom voor gepleit om op zijn minst gas in te spuiten vanuit verschillende hoeken van de stal om deze situatie te vermijden.
Daarnaast heeft de Dierenbescherming altijd gezegd dat het onverstandig is om massa's kippen te doden op klaarlichte dag. De dieren zijn dan zeer actief en maken een doodsgevecht door. Gedurende de nachtelijke uren zijn de dieren rustig en slapen relatief rustig in.
Wie verre reizen doet... Business directeur Paul van Boekholt reist voor Hubbard sinds 1995 vaak naar het buitenland. Hij reist vele dagen en bereist vele landen, maar de laatste twee jaar is Zimbabwe voor hem toch wel een zeer bijzondere reiservaring geworden. Een mooi land in de verloedering.
Politiek en vaccin. Het ziet er niet naar uit dat pluimveehouders de komende jaren massaal hun dieren zullen laten enten tegen vogelgriep. Dit komt vooral door weerstand in Duitsland tegen geënte producten. Een verandering van de politieke stemming in Duitsland en de komst van nieuwe vaccins kunnen AI-vaccinatie over de drempel helpen.
Exportproblemen derde landen De export van pluimveevlees naar verschillende derde landen is onmogelijk geworden omdat die landen in het gezondheidscertificaat de verklaring eisen dat Nederland vrij is van AI. Nederland kan die verklaring momenteel niet geven. Een werkgroep van LNV en VWA bestudeert alle bestaande exportcertificaten voor derde landen in hoeverre aan de eisen van die landen tegemoet kan worden gekomen. Hongkong heeft de grens gesloten voor pluimvee en pluimveeproducten uit Gelderland. Taiwan heeft de grens gesloten voor pluimvee en pluimveeproducten uit heel Nederland. Op grond van de bestrijdingsrichtlijn 2005/94 loopt de export van pluimveevlees naar EU-lidstaten geen gevaar.
De productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) zijn ontevreden over het tempo waarin de onderzoeken van pluimveehouderijen plaats hebben. Sinds de vondst van een milde variant van het vogelgriepvirus op een kippenhouderij in Voorthuizen zijn dierenartsen bezig om tientallen pluimveebedrijven in de directe omgeving te controleren op aanwezigheid van het vogelgriepvirus. 'De screening verloopt tot dusver traag', meent PVE. De onderzoeken zijn waarschijnlijk maandag of dinsdag afgerond en dan moet er vermoedelijk ook op zondag worden doorgewerkt. 'Daarbij zal echter eerst gevraagd worden of de betreffende pluimveehouder daar geen bezwaar tegen heeft. Als dat wel het geval is, zal het onderhavige bedrijf na zondag worden bezocht.'
De productschappen zijn bang dat de uitslagen van de onderzoeken pas eind volgende week beschikbaar zijn en dat een verdere versoepeling van de beperkende regels in het gebied daarna pas aan de orde komt. 'Gevreesd moet worden dat diverse bedrijven daardoor in de problemen komen met hun opslagcapaciteit voor eieren.' ANP
Vandaag heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloten om diverse maatregelen voor de milde variant van vogelgriep te versoepelen. Vanaf vandaag 17.00 uur is het vervoer van consumptie-eieren naar het gebied weer toegestaan. Het vervoer van consumptie-eieren van pluimveebedrijven binnen het gebied en het gebied uit blijven verboden.
Het vervoer van de dieren, producten en stoffen is verboden in het beperkingsgebied van Voorthuizen. De vervoersverboden gelden vanaf vandaag niet voor doorgaand verkeer op de autosnelwegen A1 en A30, en voor transport via de spoorlijn. Het blijft verboden binnen het gebied te stoppen of te lossen.
Ook wordt een uitzondering gemaakt voor mest van vee (zoogdieren) van bedrijven waar geen pluimvee wordt gehouden. Mest en drijfmest van deze dieren, en gebruikt strooisel bij deze dieren, mag wel vervoerd worden. Aanwending binnen het gebied blijft verboden.
Op een bedrijf in Voorthuizen is dinsdag 1 augustus een verdenking van laagpathogene vogelgriep geconstateerd. Deze variant maakt vogels nauwelijks ziek en is niet gevaarlijk voor mensen. Het onderzoek op aanwezigheid van virus moet nog worden afgerond. Het gaat in ieder geval om een variant op H7, en niet de voor mensen gevaarlijke H5N1 die vooral in Azië heerst. Het bedrijf is voor de zekerheid geruimd. Uit de uitslagen van de drie contactbedrijven is gebleken dat er niets aan de hand is. Deze bedrijven worden weer vrijgegeven. LNV
Vanmorgen is door de PVE over de knelpunten in de regelgeving overleg gevoerd met de plaatsvervangend Chief Veterinary Officer en aansluitend met de juristen die bij LNV verantwoordelijk zijn voor de AI-regelgeving. Daarnaast is er het nodige mailverkeer met VWA en LNV geweest over diverse problemen waar de sector mee wordt geconfronteerd.
De belangrijkste ontwikkelingen zijn de volgende:
Het onderzoek bij de drie contactbedrijven in Kootwijkerbroek en Lunteren heeft een negatief resultaat opgeleverd. De betreffende bedrijven zijn inmiddels weer vrijgegeven. Uitbreiding van het beperkingsgebied is daarmee ook niet meer aan de orde.
De bij een broederij in Putten uitgekomen ouderdieren kunnen worden verplaatst naar een lege stal in Nederland. De beoogde export naar derde landen kan evenwel niet doorgaan.
Voor twee broederijen buiten het beperkingsgebied, die eieren hebben ingelegd van het vermeerderingskoppel uit Voorthuizen dat serologisch positief is en die dientengevolge waren ingesloten, is eveneens naar tevredenheid van de betreffende kuikenbroederijen een oplossing gevonden.
Vandaag zal aan de pakstations die een vestiging hebben op het industriegebied Harselaar in Barneveld, ontheffing worden verleend van het vervoersverbod voor eieren. De bedrijven zullen dan weer eieren van legbedrijven buiten het beperkingsgebied mogen ophalen en eieren mogen afvoeren naar hun klanten.
Voorts hebben VWA en LNV toegezegd dat er een collectieve ontheffing zal komen voor pakstations die buiten het beperkingsgebied liggen om eieren af te leveren aan klanten die in het beperkingsgebied liggen. Vermoedelijk wordt daarvoor vandaag nog de bestaande tijdelijke regeling aangepast. Zodra die regeling is aangepast zal die gepubliceerd worden op de internetpaginga van LNV: www.minlnv.nl Door de PVE is aangegeven na afloop van deze crisis nader overleg te willen hebben over het veterinaire nut van het verbod dat pakstations eieren aan- en afvoeren, vanzelfsprekend uitgezonderd het ophalen van eieren bij bedrijven met pluimvee die in een beschermings-, c.q. beperkingsgebied liggen.
Bij de screening die wordt uitgevoerd op de bedrijven in het beperkingsgebied zijn tot dusver geen klinische problemen aangetroffen.
Tot zover de positieve berichten. De minder positieve ontwikkelingen zijn de volgende.
De screening verloopt tot dusver traag. Verwacht wordt dat de screening volgende week maandag of dinsdag zal zijn afgerond. Daarbij bestaat het plan dat ook zondag wordt doorgegaan met het bezoeken van bedrijven. Daarbij zal echter eerst gevraagd worden of de betreffende pluimveehouder daar geen bezwaar tegen heeft. Als dat wel het geval is zal het onderhavige bedrijf na zondag worden bezocht. Er rekening mee houdend dat monsters die op de laatste dag van de screening worden genomen eerst onderzocht moeten zijn voordat er sprake kan zijn van het geven van collectieve ontheffingen voor het afvoeren van eieren, pluimvee en zoogdieren van de bedrijven met pluimvee, kan een dergelijke versoepeling van de regelgeving vermoedelijk niet voor medio volgende week tegemoet worden gezien. Gevreesd moet worden dat diverse bedrijven daardoor in de problemen komen met hun opslagcapaciteit voor eieren. Voor gemengde bedrijven met pluimvee en zoogdieren, die zoogdieren willen afvoeren, betekenen de maatregelen een extra financieel nadeel. Het draagvlak voor de maatregelen vanwege AI wordt daardoor bij de bedrijven die in hoofdzaak zoogdieren houden en daarnaast een koppel pluimvee hebben, met de dag kleiner. De PVE hebben aangedrongen spoed te maken met de screening en zo snel als mogelijk en verantwoord is de vervoersbeperkingen te versoepelen.
De export van pluimveevlees naar verschillende derde landen is onmogelijk geworden omdat die landen in het gezondheidscertificaat de verklaring eisen dat Nederland vrij is van AI en Nederland die verklaring momenteel niet kan geven. Een werkgroep van LNV en VWA beziet alle bestaande exportcertificaten voor de diverse derde landen in hoeverre aan de eisen van die landen tegemoet kan worden gekomen. Overigens heeft Hongkong inmiddels de grens gesloten voor pluimvee en pluimveeproducten uit Gelderland en heeft Taiwan de grens gesloten voor pluimvee en pluimveeproducten uit heel Nederland. Op grond van de bestrijdingsrichtlijn 2005/94 loopt de export van pluimveevlees naar andere EU-lidstaten geen gevaar.
Tenslotte is de AI-problematiek er de oorzaak van dat de export van pluimveemest naar Duitsland momenteel geheel stil ligt. Export van pluimveemest vindt plaats op basis van een bilateraal verdrag tussen Duitsland en Nederland en in dat verdrag is onder andere opgenomen dat export van pluimveemest mogelijk is als het land van herkomst vrij is van AI. Inmiddels is hierover overleg gevoerd met LNV. Daarbij heeft LNV aangegeven van plan te zijn contact op te nemen met de Duitse overheid zodra de screening van het beperkingsgebied is afgerond en gebleken is dat het bij één positief laag pathogeen AI bedrijf is gebleven. Zoals hierboven is aangegeven zal dat op zijn vroegst eind volgende week zijn.
Van de verdere ontwikkelingen zullen wij u op de hoogte houden,
Juridische haarkloverij tussen het ministerie van landbouw en de Voedsel en waren Autoriteit zorgt ervoor dat twee eierpakstations in Barneveld nog steeds op slot zitten door de vondst van het laagpathogene vogelpestvirus.
Volgens de Brusselse regels hadden de pakstations hun activiteiten gewoon door kunnen zetten. Dat stelt Ton van Dijk, voorzitter van de Algemene Nederlandse Vereniging van Eierhandelaren. Van Dijk ergert zich enorm aan de starre opstelling van het ministerie van landbouw en de Voedsel en Waren Autoriteit. Zij hanteren volgens hem veel strengere regels dan de Europese Commissie in Brussel stelt ten aanzien van uitbraken van laagpathogene vogelpest.
"De schade voor de twee eierpakstations bedraagt vele tonnen. Dat zij geen eieren uit het beperkingsgebied rond Voorthuizen kunnen verhandelen is terecht. Maar zij moeten wel gewoon eieren van buiten dat gebied in Barneveld kunnnen verpakken en vervolgens weer kunnen afzetten aan al hun afnemers."
De vondst van het laagpathogene vogelpestvirus op een pluimveebedrijf in Voorthuizen benadeelt de afzet van Nederlandse pluimveeproducten nog niet.
Volgens Ton van Dijk, voorzitter van de Algemene Nederlandse Vereniging van Eierhandelaren (Anevei), is er geen sprake van onrust bij de afnemers van eieren. ”Misschien speelt de geringe media-aandacht voor de vondst van het laagpathogene vogelpestvirus daarbij een rol”, stelt hij. De Anevei-voorzitter hoopt dat niet-Europese landen ook Nederlandse eieren blijven bestellen. ”Het nieuws van de vondst dringt in die landen altijd wat later door, zodat pas later blijkt wat de gevolgen zijn”, legt hij uit.
Ook de Nederlandse pluimveeslachterijen merken nog niets van de vondst van het laagpatogene vogelpestvirus. Zij kunnen hun producten nog gewoon afzetten. AD
De kam, de sporen en de achterste tenen van kippen mogen nog tot 1 september 2011 verwijderd blijven worden. Dit heeft minister Cees Veerman vastgesteld in een wijziging van het Ingrepenbesluit. Ook mogen tot die tijd de onder- en bovensnavels van kippen en kalkoenen nog worden bekort. Reden voor het langer toestaan van deze ingrepen is dat er nog geen goed alternatief voor is. Eendensnavels mogen vanaf september dit jaar niet meer worden bekort. Ook mogen de neuslellen van kalkoenen niet meer worden verwijderd.
Na de schok van gisteren met het instellen van een beperkingsgebied is de sector vandaag op diverse fronten geconfronteerd met de beperkingen die de regelgeving geeft. Vervelend daarbij is dat het bedrijfsleven de regelgeving vooral uitlegt in de geest van de regelgeving terwijl diverse personen bij de overheid vooral naar de letter kijken. Dat is vooral tot uiting gekomen bij de vraag of het al dan niet is toegestaan dat pakstations in het gebied consumptie-eieren naar afnemers daarbuiten brengen en of pakstations buiten het beperkingsgebied consumptie-eieren van naar afnemers in het gebied mogen brengen. Albert Heijn mag de winkels in het beperkingsgebied wel bevoorraden, maar een pakstation in Zuid Holland mag geen eieren naar een groothandel in het gebied vervoeren.
Daarnaast is vandaag ook veel aandacht besteed aan de problemen rondom de afzet van eendagskuikens die een bestemming buiten de EU hadden maar door de huidige regelgeving niet geëxporteerd mogen worden. Om half zeven vanavond is in dit kader bericht ontvangen dat de kuikens verplaatst mogen worden naar een lege stal in Nederland. LNV heeft voorts toegezegd dat voor de broederijen individuele ontheffingen zullen worden verleend.
Morgen zullen het ministerie van LNV en de VWA samen bezien in hoeverre de mogelijkheden die de AI-richtlijn geeft voor de export van broedeieren, eendagskuikens en consumptie-eieren naar andere EU-lidstaten te combineren zijn met de zaken die op een gezondheidscertificaat moeten worden verklaard. Voor de consumptie-eieren zal dat niet moeilijk zijn omdat daarvoor geen gezondheidscertificaat
Er zullen geen exportcertificaten voor derde landen afgegeven worden voor broedeieren, eendagskuikens en ander levend pluimvee dat afkomstig is van bedrijven in het beperkingsgebied. Consumptie-eieren en pluimveevlees kunnen derhalve wel naar derde landen worden geëxporteerd.
Naast alle bovenstaande problemen kan gelukkig geconstateerd worden dat de ziektekundige situatie vandaag niet slechter is geworden. Vast is komen te staan dat het pluimvee van de bedrijven die minder dan één km van het besmette bedrijf liggen serologisch negatief zijn. Bovendien zijn de eerste resultaten van het onderzoek op de contactadressen in Kootwijkerbroek en Lunteren gunstig. Indien zich geen verdere verrassingen voordoen kunnen die bedrijven morgen mogelijk worden vrijgegeven.
Na de uitbraak van aviaire influenza in 2003 heeft de pluimveesector in overleg met het ministerie van LNV besloten om een monitoringsprogramma voor laag pathogene aviaire influenza (LPAI) uit te gaan voeren. Doel van die monitoring is om eventueel in het veld aanwezig laag pathogeen AI-virus op te sporen en om te voorkomen dat het laag pathogene virus gaat muteren naar een hoog pathogeen virus met alle gevolgen van dien. Later heeft ook de Europese Commissie ingezien dat laag pathogeen AI-virus bestreden moet worden. In de nieuwe AI-bestrijdingsrichtlijn 2005/94 zijn in dat verband aanwijzingen gegeven voor de aanpak van LPAI.
Op basis van een verordening van het Productschap Pluimvee en Eieren moet elk pluimveebedrijf jaarlijks één keer onderzocht worden op LPAI. Bedrijven die extra risisco lopen op een AI-besmetting, zoals bedrijven met buiten lopend pluimvee en kalkoenbedrijven moeten resopectievelijk vier of drie keer per jaar worden onderzocht.
Stand van zaken Op 27 juli j.l is uit onderzoek, dat in het kader van het monitoringsprogramma is uitgevoerd, gebleken dat een bedrijf met vleeskuikenouderdieren in Voorthuizen positief voor AI van het type H7 was. Het bedrijf bleek last te hebben van een licht verhoogde uitval en enkele hanen hadden een opgezette kop. Verondersteld werd dat het warme weer de oorzaak was. Een PCR onderzoek leverde echter een negatief resultaat op. Het bedrijf is ingesloten en zal binnenkort opnieuw worden onderzocht.
Conform de gemaakte afspraken zijn ook alle bedrijven die binnen een straal van 1 km liggen rondom het hierboven bedoelde vermeerderingsbedrijf onderzocht. Het betreft hier vijf bedrijven. Van deze vijf bedrijven had één bedrijf een negatieve serologie en een negatieve PCR. Drie bedrijven hadden een licht positieve serologie en een negatieve PCR en één bedrijf had een positieve PCR. Het resultaat van het serologisch onderzoek van het laatsgenoemde bedrijf is nog niet bekend. Dit laatstgenoemde bedrijf is een bedrijf met opfok vleeskuikenouderdieren. Het bedrijf heeft bedrijfsmatige contacten met het eerdergenoemde serologisch positieve vleeskuikenouderdierenbedrijf. Bovendien heeft het bedrijf contacten met twee bedrijven in Kootwijkerbroek en één bedrijf in Lunteren. Beide bedrijven in Kootwijkerbroek en het bedrijf in Lunteren zijn tijdelijk ingesloten totdat uit onderzoek is gebleken wat de AI-status van die bedrijven is. Het pluimvee van het bedrijf met de positieve PCR zal door middel van stalvergassing worden geruimd.
Formeel is er sprake van een ernstige verdenking van een uitbraak van LPAI. Van een formele uitbraak van LPAI is pas sprake indien via virusisolatie AI-virus is aangetoond. Het onderzoek daarvoor loopt, maar de uitslag kan nog geruime tijd op zich laten wachten.
Maatregelen Vanwege de positieve PCR heeft het ministerie van LNV besloten een aantal maatregelen te nemen. In het kort komt het erop neer dat in een gebied met een straal van 3 km rondom het positieve bedrijf alle vervoer van pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels, broed- en consumptie-eieren, gedomesticeerde zoogdieren, gebruikt strooisel, mest en drijfmest, verboden is. Bedrijven met gedomesticeerde zoogdieren zonder bedrijfsmatig gehouden pluimvee mogen echter wel dieren aan en afvoeren. Auto's die bestemd zijn voor het vervoer van pluimvee, vee, broed- en consumptie-eieren of strooisel mogen alleen onder nadere voorwaarden in het gebied worden verplaatst. In het gebied mogen bezoekers van de bedrijven met pluimvee niet in conatct komen met dat pluimvee. Uitzonderingen gelden voor politie, huisartsen en andere hulpverleners. Voor de juiste regelgeving verwijzen wij echter naar de tijdelijke regeling van de minister van LNV. De complete tijdelijke regeling en een kaart van het beperkingsgebied is via www.minlnv.nl beschikbaar. Omdat het er niet naar uitziet dat in het wild levende vogels een rol hebben gespeeld bij de uitbraak heeft LNV niet besloten om in het gebied een ophokgebod in te stellen.
In het gebied liggen 80 bedrijven met pluimvee, 2 broederijen (Reemst/de Beekhoek en Torsius) 3 pakstations (Kwetters, Brouwers en van Hamersveld, van Dijk) en één eiproductenproducent (Schaffelaarsbos). De 80 bedrijven met pluimvee zullen op AI worden onderzocht. Zodra de uitslagen daarvan bekend zijn, zal bezien worden of en in hoeverre de bestaande vervoersverboden kunnen worden ingetrokken of dat er ontheffingen nodig zijn. Voor de betrokken pakstations, broederijen en het eiproductenbedrijf zal op zeer korte termijn bezien worden of op basis van een hygiëneprotocol een individuele ontheffing kan worden gegeven. Het ministerie van LNV heeft toegezegd maatwerk te willen leveren voor zover dat veterinair verantwoord is.
Overige aangelegenheden Voorts heeft LNV toegezegd de landbouwraden in het buitenland volledig te zullen informeren over de situatie waardoor mogelijk kan worden voorkomen dat derde landen de grens sluiten voor Nederlands pluimvee en pluimveeproducten. Met het Voedingscentrum zal contact op worden genomen om goede voorlichting te geven over de risico's van AI voor de consument en LNV heeft toegezegd dat er een verklaring van de Chief Veterinary Officer beschikbaar zal komen die gebruikt kan worden voor handelscontacten met het buitenland.
LNV heeft voorts het bedrijfsleven opgeroepen om zich te houden aan de regelgeving. Eén van de contactbedrijven schijnt op dat gebied inmiddels de regels overtreden te hebben waardoor de AID heeft moeten optreden. Dat soort zaken kan alleen maar tot gevolg hebben dat LNV minder snel met een versoepeling van de regels zal komen hetgeen in het nadeel van de totale sector is. Eén van die regels is ook dat pluimveebedrijven een verhoogde uitval, productiedaling en een verminderde voer- en wateropname moeten melden. Het is van belang dat een eventuele AI-besmetting zo snel mogelijk wordt gelokaliseerd en wordt bestreden. Daarmee kan voorkomen worden dat de uitbraak een grootschalig karakter krijgt. Op korte termijn zijn de huidige maatregelen vervelend, maar in elk geval moet voorkomen worden dat de situatie uit 2003 zich gaat herhalen. Daar is niemand bij gebaat. Graag roepen wij daarom alle bedrijven in de sector op om de regels correct op te volgen.
Wij zullen u van de ontwikkelingen op de hoogte houden.
Op een bedrijf in Voorthuizen is een verdenking van laagpathogene vogelgriep geconstateerd. Deze variant maakt vogels nauwelijks ziek en is niet gevaarlijk voor mensen. Het onderzoek op aanwezigheid van virus moet nog worden afgerond. Het gaat in ieder geval om een variant op H7, en niet de voor mensen gevaarlijke H5N1 die vooral in Azië heerst. Het bedrijf wordt voor de zekerheid geruimd.
Om elk risico te vermijden is een gebied van circa drie kilometer rond het besmette bedrijf ingesteld, waarbinnen per direct maatregelen van kracht worden. Elk vervoer van pluimvee en levende vogels, broed- en consumptie-eieren, gebruikt strooisel en mest vanuit, naar en binnen het gebied is verboden.
Het vervoer van zoogdieren (waaronder runderen, varkens, schapen, geiten en paarden) is verboden voor zover deze dieren afkomstig zijn van bedrijven waar pluimvee aanwezig is. Het vervoer van vervoermiddelen voor het vervoer van bovengenoemde dieren, producten of mest is ook niet toegestaan.
Jaarbeurzen, markten, tentoonstellingen en andere evenementen waarbij pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels bijeengebracht worden zijn verboden in dat gebied. Pluimvee en levende vogels die bestemd zijn om in het wild te worden uitgezet, mogen niet worden vrijgelaten. Bij commerciële bedrijven wordt de bezoekersregeling van kracht.
Op een pluimbedrijf in Voorthuizen zijn sporen van de zogeheten laagpathogene variant van het vogelgriepvirus aangetroffen. Deze variant is veel minder ziekmakend dan de variant die in 2003 in Nederland is aangetroffen. Maar omdat hij kan overgaan (muteren) in de agressieve vorm, wordt ook de aanwezigheid van de laagpathogene variant permanent in de gaten gehouden.
Het pluimveevermeerderingsbedrijf is geblokkeerd en er zijn monsters voor onderzoek genomen om te kijken of er nog virus aanwezig was. Er kon geen virus worden aangetoond. Volgende week worden er nogmaals monsters voor onderzoek genomen. De vijf commerciële bedrijven in een kilometer rond het bedrijf zijn bezocht en bemonsterd. Op deze bedrijven zijn geen verschijnselen van vogelgriep vastgesteld. Wel is op basis van monsters bij een van de bedrijven een verdenking van de laagpathogene variant van vogelgriep aangetroffen.
De monsters zijn genomen in het kader van de reguliere monitoring. Deze monitoring bestaat uit onderzoek van alle bedrijfsmatig gehouden pluimvee in Nederland. Het doel is om over een langere periode trends en ontwikkelingen van het voorkomen van vogelgriep in kaart te brengen. Aan de hand van deze gegevens kan het beleid over vogelgriep aangepast worden. Pluimveebedrijven met buitenlopende dieren worden vier keer per jaar gecontroleerd. Zij zijn kwetsbaarder dan bedrijven zonder vrije uitloopbedrijven. Zonder vrije uitloop worden een keer per jaar gecontroleerd.
Een aantal pluimveebedrijven in Nederland is geblokkeerd op verdenking van aviaire influenza. Dat bevestigde het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vandaag tegenover het Agrarisch Dagblad.
De blokkade is gebaseerd op testresultaten bij de routinematige controle op bedrijven. De testresultaten lijken te duiden op een laagpathogeen aviair influenza-virus van het subtype H7. Volgens Jan Wolleswinkel van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders zou er sprake zijn van verhoogde uitval op een bedrijf.
Het ministerie meldt dat de blokkade niet te maken heeft met bedrijfsomstandigheden zoals sterfte of productieverlies op de bedrijven, maar voortvloeit uit de monitoring op bedrijven.
Nadere tests moeten uitwijzen of er inderdaad sprake is geweest van een besmetting. Tot de geblokkeerde bedrijven behoren het bedrijf waar het verdachte monster is genomen en de daarbij horende contactbedrijven. Agrarisch Dagblad
Zoektocht naar nieuwe middelen tegen histomonas veelbelovend
Histomoniasis, in de volksmond blackhead genoemd, komt zowel voor bij kalkoenen als bij kippen. Bij kalkoenen verloopt een uitbraak vaak dramatisch met uitval tot wel 80% van de dieren. Bij kippen zijn de ziekteverschijnselen in het algemeen duidelijk minder ernstig. GD testte diverse middelen op hun werkzaamheid tegen de ziekte. Sinds eind 2003 doet GD onderzoek naar histomoniasis. Het ontwikkelen van een betrouwbare kweekmethode van de kiem, maakte onderdeel uit van het onderzoek. Dankzij die kweekmethode kan de werking van nieuwe middelen in het laboratorium worden getest. GD testte onlangs de volgende middelen op hun werkzaamheid tegen histomoniasis:
Enteroguard van Orffa: een gevriesdroogd knoflook- en kaneelextract; Aromabiotic van Pricor/Vitamex: een mengsel van middellange ketenvetzuren; Protophyt van Photosynthèse: een extract uit kaneel-, knoflook-, citroen- en rozemarijnplanten. Verkrijgbaar zijn Protophyt SP als voeradditief en Protophyt B als drinkwateradditief. Ter controle werden twee stoffen met bekende werkzaamheid meegenomen in de proef in de vorm van dimetridazol en Histostat 50. Beide middelen mogen niet bij dieren worden gebruikt. Daarnaast werden ook negatieve controles meegenomen.
Van Protophyt B werd vastgesteld dat het werkzaamheid tegen H. meleagridis heeft. In latere experimenten zonder gebruik te maken van detergens, bleek ook Enteroguard activiteit te hebben. Met Aromabiotic en Protophyt SP kon daarentegen de groei van de parasieten niet worden geremd.
GD benadrukt dat een laboratorium-experiment geen zekerheid geeft over de werkzaamheid van de producten in de praktijk. Zo was Protophyt B als drinkwatertoevoeging wel werkzaam en Protophyt SP als voertoevoeging niet, terwijl beide producten dezelfde kruiden bevatten. De producten zouden dan ook onder praktijkomstandigheden moeten worden getest, om ze goed te kunnen beoordelen. Verder zullen de producten moeten worden getest op besmette dieren volgens de voorgeschreven dosering van de fabrikanten. Die experimenten zijn nu in voorbereiding.