Nieuws
productschap PVE
Marktberichten
Veterinair
Culinair
Hier met die veer!
Kalkoenhistorie
Contact & Route
Adverteren?
 

Inloggen
Login aanvraag *
Wachtwoord
 vergeten

* Alleen voor
  Coolen BV klanten
 

Augustus 2010
Juli 2010
Juni 2010
Mei 2010
April 2010
Maart 2010
Februari 2010
Januari 2010
December 2009
November 2009
Oktober 2009
September 2009
Augustus 2009
Juli 2009
Juni 2009
Mei 2009
April 2009
Maart 2009
Februari 2009
Januari 2009
December 2008
November 2008
Oktober 2008
September 2008
Augustus 2008
Juli 2008
Juni 2008
Mei 2008
April 2008
Maart 2008
Februari 2008
Januari 2008
December 2007
November 2007
Oktober 2007
September 2007
Augustus 2007
Juli 2007
Juni 2007
Mei 2007
April 2007
Maart 2007
Februari 2007
Januari 2007
December 2006
November 2006
Oktober 2006
September 2006
Augustus 2006
Juli 2006
Juni 2006
Mei 2006
September 2010
April 2006
Maart 2006
Februari 2006
Januari 2006
December 2005
November 2005
Oktober 2005
September 2005
Augustus 2005
Juli 2005
Juni 2005
Mei 2005
April 2005
Maart 2005
Februari 2005
Januari 2005
December 2004
November 2004
Oktober 2004
September 2004
Augustus 2004
Juli 2004
Juni 2004
Mei 2004
April 2004
Maart 2004
Februari 2004
Januari 2004
December 2003
November 2003
Oktober 2003
September 2003
Augustus 2003
Juli 2003
Juni 2003
Mei 2003
April 2003
Maart 2003
Februari 2003
Januari 2003
December 2002
November 2002
Oktober 2002
September 2002
Augustus 2002
Juli 2002
Juni 2002
Mei 2002
April 2002
Maart 2002
Februari 2002
Januari 2002
December 2001
November 2001
Oktober 2001
September 2001
Augustus 2001
Juli 2001
Juni 2001
 

   Nieuws van Juli 2008

 NOP en NVP niet onder indruk van Duitse supers
Woensdag, 30 juli 2008 door Henk Coolen
De pluimveeorganisaties NOP en de NVP zijn niet erg onder de indruk van de recente Duitse uitspraken over de Kleingruppenhaltung.

"De Duitse supermarkten hebben wel vaker wat geroepen waar niets van terecht kwam", aldus Jan Wolleswinkel, voorzitter van de NOP. "Ik moet eerst nog zien hoe de uitspraken van deze Duitse supermarkten nu zullen uitpakken in de praktijk", aldus Wolleswinkel. Ook wijst hij op de complexe Duitse staatsinrichting. De deelstaten hebben op veel terreinen hun eigen beleid. De NOP-voorzitter ziet de huidige Duitse ontwikkeling wel als een tegenslag voor de alternatieve kooisystemen.

Secretaris Jan Brok van de Nederlandse vakbond Pluimveehouders is ook niet meteen pessimistisch over de toekomst van de Kleingruppenhaltung. "De Duitsers moeten eerst zelf maar eens uitzoeken welke kant ze op willen met hun huisvestingssystemen."
Brok denkt dat er grote problemen gaan ontstaan als ook de Kleingruppenhaltung (na de verrijkte kooi) als alternatief voor de legbatterij zou worden afgeschaft. Brok: "Uit oogpunt van volksgezondheid en voedselveiligheid is kooihuisvesting het beste systeem. De kippen komen niet in aanraking met hun eigen mest en daardoor is de kans op allerlei besmettingen veel kleiner." Brok verwacht dat bij een eventueel verbod op de Kleingruppenhaltung, de Duitse pluimveesector een forse tik zal krijgen. "Veel bedrijven zullen geen kip meer houden, omdat de kostprijs te hoog is. Dat kan op korte termijn gunstig zijn voor de Nederlandse sector, maar op de lange termijn is niemand daar bij gebaat."

Ook de Nederlandse Dierenbescherming ziet niets in de Kleingruppenhaltung. "We zitten wat dat betreft op de zelfde lijn als de Duitse dierenbescherming. De kip schiet nauwelijks iets op met de Kleingruppenhaltung. Wij zijn voor scharrelsystemen met vrije uitloop", zegt een woordvoerder.

 Britse kalkoenproductie loopt weer op
Dinsdag, 29 juli 2008 door Henk Coolen
De kalkoenproductie in Groot-Brittannië loopt de laatste maanden weer op, na de flinke daling rond de jaarwisseling.

In de laatste drie maanden lag het aantal geslachte kalkoenen 7 tot 8 procent hoger dan een jaar geleden. In januari werden bijna 6 procent minder kalkoen geslacht dan in dezelfde maand in 2007. Een maand later lag de terugloop nog op 3 procent, maar sinds maart worden maandelijks meer kalkoenen geslacht dan vorig jaar.

In mei kwam de productie op zo’n 1 miljoen dieren, 8,6 procent meer dan een jaar eerder. Juni houdt die trend vast met een toename van 7,2 procent naar 1,05 miljoen. In het eerste halfjaar is nu in totaal 6,85 miljoen kalkoen naar de slachterij gegaan, vergeleken bij 6,74 miljoen vorig jaar.

Dat de kalkoenproductie weer aantrekt, heeft er mee te maken dat grote producenten als Berhard Matthews wat tijd nodig hebben om over te schakelen op uitsluitend Britse dieren.

 Een zondebok voor de voedselcrisis
Maandag, 28 juli 2008 door Henk Coolen
Klaas de Jong, voorzitter van de Stichting Schoner Transport, gaat in op de hetze die volgens hem is ontstaan ten aanzien van biobrandstoffen. "Probleem is dat we geen stapje terug willen doen in onze verspillende leefwijze."

In een niet aflatende stroom van nieuwsberichten wordt er op gehamerd, dat we moeten stoppen met biobrandstoffen. Dat is immers de oorzaak van honger in de Derde Wereld. Onlangs kreeg ik De rooie Drent toegestuurd. Daarin werd met kennelijke tevredenheid gememoreerd, dat vice-president Wouter Bos biobrandstoffen koppelde aan misdaden tegen de mensheid.

De Wageningse professor Rudy Rabbinge diepte de problematiek verder uit: landbouwgrond gebruiken om brandstof te telen, is schandelijk. Daar zit wat in, maar de hetze tegen biobrandstof is toch eigenaardig. Op De rooie Drent staat het logo van de partij van Rabbinge en Bos: een rode roos. Gek eigenlijk, dat we wel grond en zelfs aardgas mogen gebruiken voor de teelt van rozen. Niemand eet ze toch?

Dan is het logo van de SP beter: een rode tomaat! Maar wat te denken van onze nationale trots, de tulp. Het is lang geleden, dat we tulpenbollen aten, maar niemand maakt bezwaar tegen het groeiend aantal hectares tulpenvelden. We hebben ook geen moeite met de import van palmolie als die verwerkt wordt in allerlei schoonheidsmiddelen, maar wel als het een biobrandstof wordt. Heeft iemand als eens uitgerekend hoeveel voedsel we zouden kunnen verbouwen op het land, waar nu koffie- en theeplantages zitten? We kunnen toch ook gewoon water drinken?

Er is een heel simpele reden waarom deze vragen nooit aan de orde komen, maar alle aandacht wordt gericht op biobrandstoffen. We willen geen stapje terug in onze verspillende leefwijze. Een paar voorbeelden van onze westerse spilzucht: 30 procent van het brood, dat aan supermarkten wordt geleverd, komt onverkocht terug en wordt weggegooid. 30 procent van het voedsel dat restaurants inkopen, gaat de groene bak in en is helaas zelfs niet meer bruikbaar als veevoer. Als een etiket scheef zit op een potje van een kwaliteitsmerk of de tube heeft net niet de goede kleur, dan wordt de inhoud ongeschikt gemaakt voor consumptie.

We hebben een zondebok nodig, want een pilsje minder om de honger in de Derde Wereld te bestrijden, dat nooit! Van al die voedselresten die we weggooien, zouden we al heel wat duurzame energie kunnen maken. Enkele pioniers zijn al actief zoals Bewa Moerdijk, die grootkeukenafval omzet in biogas, maar er kan nog zoveel meer met een goed overheidsbeleid. Professor Bruggink (Wageningen) stelt: "Jaarlijks oogsten wij wereldbolbewoners 13 miljard ton planten voor voedsel. Daarvan eten we 5 miljard op. De energie-inhoud van de restanten komt overeen met het wereldenergieverbruik."

Klaas de Jong, voorzitter van de Stichting Schoner Transport

 Duitse pluimveemarkt in evenwicht
Donderdag, 24 juli 2008 door Henk Coolen
De Duitse pluimveevleesmarkt is alles bijeengenomen in evenwicht, de vraag naar kuikenvlees blijft goed ondanks vakanties en matig weer.

De afzet van pluimveevlees in Duitsland is regionaal wat getemperd door vakanties. En het regenweer temperde de afzet van pluimveevlees voor de barbecue. Toch bleven de groothandelsprijzen meestal stabiel, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP op woensdag 23 juli 2008.

Kuikenvlees
De vraag naar kuikenvlees loopt goed door. De kuikenvleesproductie valt goed af te zetten op de Duitse markt tegen stabiele groothandelsprijzen. De vraag naar kuikendijen was zelfs levendig dankzij de exportmogelijkheden. De onderhandelingen over de producentenprijzen leverden recentelijk hogere uitbetalingsprijzen op voor de vleeskuikenhouders.

Kalkoenenvlees
Op de markt voor kalkoenenvlees wordt het roodvlees goed gevraagd door de verwerkers. Het witvlees had last van het door regen geplaagde barbecueseizoen.

 Plan van aanpak voor reductie fijn stof emissie in de pluimveehouderij
Dinsdag, 22 juli 2008 door Henk Coolen
Minister Verburg van LNV heeft een rapport van de Animal Sciences Group naar de Tweede Kamer gezonden, waarin een onderzoeksprogramma wordt beschreven voor het terugdringen van de fijn stofuitstoot uit pluimveestallen. De reductie van de emissie van fijn stof is nodig om te kunnen voldoen aan de Europese norm voor fijn stofconcentraties in de buitenlucht. Het gebruik van een oliefilm en inzet van luchtwassers bieden op korte termijn het meeste perspectief om tot een hoge reductie van de uitstoot van fijn stof te komen.

Het ministerie van LNV had aan de ASG gevraagd om een plan van aanpak uit te werken voor het ontwikkelen van praktijkrijpe bedrijfsoplossingen voor het terugdringen van de fijn stof emissie uit de pluimveehouderij. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat er in 2009 zoveel mogelijk effectieve en praktijkrijpe maatregelen implementatierijp zijn.

Plan van aanpak op hoofdlijnen
De ASG-onderzoekers hebben een plan van aanpak op hoofdlijnen geschreven met een programma van eisen, een algehele opzet met onderscheid naar deelprojecten, de fasering, de organisatie en de betrokken partijen. Verder zijn de randvoorwaarden en kritische factoren voor het bereiken van de doelstellingen vastgesteld en afgebakend. Daarnaast is een concrete uitwerking per deelproject gemaakt. Het uitgewerkte onderzoeksprogramma bevat 10 deelprojecten waarin verschillende oplossingsrichtingen zijn uitgewerkt. De eerste 7 deelprojecten zijn zodanig gefaseerd dat zij oplossingen aanleveren die vanaf eind 2009 in de praktijk kunnen worden geïmplementeerd:


Invloed strooiseltype op fijn stofemissie uit vleeskuikenstallen

Invloed lichtschema op fijn stofemissie uit vleeskuikenstallen

Stofbinding aan oliefilm voor reductie fijn stofemissie uit pluimveestallen

Ionisatie voor reductie fijn stofemissie uit pluimveestallen

Gecombineerde luchtwassers voor reductie fijn stofemissie uit pluimveestallen

Waterwasser / water+, nevelgordijn voor reductie fijn stofemissie uit pluimveestallen

Droogtunnel met gebruik stallucht voor reductie fijn stofemissie uit pluimveestallen
Twee deelprojecten zijn gericht op oplossingen die in 2011 kunnen worden geïmplementeerd:


Stofbinding aan een waterfilm in de stal voor reductie fijn stofemissie uit pluimveestallen

Elektrostatisch filter en doekenfilter voor reductie fijn stofemissie uit pluimveestallen

In het tiende deelproject worden, door het bedrijfsleven buiten dit programma ontwikkelde, concepten beoordeeld op het verwacht werkingspotentieel en waar wenselijk nader onderzocht op basis van metingen.

Reductie tot 90% mogelijk
De stofreductie die gerealiseerd kan worden via de verschillende maatregelen varieert van 10 tot 90%. Met name in de stofbinding via het gebruik van een oliefilm en het zuiveren van ventilatielucht via een luchtwasser zien de onderzoekers op korte termijn vrij veel perspectief. Bij gebruik van een oliefilm bedraagt het verwachte reductiepotentieel voor fijn stof 50 tot 90%. De jaarkosten per dierplaats zijn, afhankelijk van de hoeveelheid te gebruiken olie ongeveer € 0,20 tot € 0,40 voor vleeskuikens en ongeveer € 0,15 tot € 0,30 voor leghennen. Het verwachte reductiepotentieel voor fijn stof van een luchtwasser is 70 tot 90%. De jaarkosten per dierplaats bedragen circa € 0,75 voor vleeskuikens en € 0,50 voor leghennen, waarbij er tevens ammoniak- en geurreductie wordt gerealiseerd.

Het rapport Plan van aanpak bedrijfsoplossingen voor fijn stofreductie in de pluimveehouderij is te vinden op de website van het ministerie van LNV.

 Biologische kip verbruikt meer energie
Dinsdag, 22 juli 2008 door Henk Coolen
Biologische kippen zijn actiever dan kippen in conventionele houderijsystemen. Door het buitenleven zijn ook temperatuurverschillen te overbruggen. Biologische kippen hebben dan ook een hogere energiebehoefte en een gelijke eiwitbehoefte. Een getalsmatige onderbouwing voor een hogere energie-eiwitverhouding in het rantsoen ontbreekt nog. Dat blijkt uit literatuuronderzoek van de Animal Sciences Group van Wageningen UR.

Nutriëntenbehoefte
Energie waardering van pluimvee wordt bepaald op basis van verteringsonderzoek. De formule voor de berekening van de energiebehoefte (OE) houdt rekening met: lichaamsgewicht, omgevingstemperatuur, groei en ei-productie. Er is dus geen correctie voor verhoogde activiteit. Ook het correct inschatten van de omgevingstemperatuur en de bijbehorende energiebehoefte is bij het biologische houderijsysteem een onzekere factor. Variatie in omgevingstemperatuur zorgt voor verschillen in warmteafgifte, warmteproductie en daarmee beïnvloedt het de behoefte aan (metaboliseerbare) energie en voeropname.

Voor een biologische kip zijn warmteproductie en daarmee energiebehoefte moeilijk exact te voorspellen. Omgevingstemperatuur heeft ook invloed op de voeropname; een lage omgevingstemperatuur bevordert de voeropname en daarmee mogelijke ook de overconsumptie van eiwit. Hoge temperaturen leiden tot minder voeropname en mogelijk daarmee tot een te lage eiwitopname.

Eiwitbronnen en –opname
Het samenstellen van een goed biologisch rantsoen is lastig omdat er beperkingen zijn wat betreft het gebruik van eiwitbronnen. Zo is er een verbod op toevoeging van synthetische aminozuren en chemisch geëxtraheerde grondstoffen (bijv. sojaschroot). Ook de concentratie aan anti-nutritionele factoren in bijvoorbeeld bonen en erwten beperken de mogelijkheden. Er geen aanwijzingen dat de eiwitbehoefte van biologische hennen verschilt ten opzichte van de reguliere houderij, maar de variatie in energiebehoefte in relatie tot voeropname kan wel leiden tot een te hoge of juist een te lage eiwitopname.

Zie voor meer informatie het rapport Energie- en eiwitbehoefte van biologisch gehouden pluimvee op de site van bioKennis.

 Pluimveeproducent Brazilië haalt China in
Vrijdag, 18 juli 2008 door Henk Coolen
Aan het eind van 2008 produceert Brazilië meer pluimveevlees dan China, zo verwacht de Braziliaanse pluimveevoorman Francisco Turra.

Daarmee zou Brazilië wereldwijd pluimveevleesproducent nummer 2 worden, na de Verenigde Staten. Voorzitter Francisco Turra van Abef, de Braziliaanse organisatie van pluimveeproducenten en pluimvee-exporteurs, wijst erop dat de pluimveevleesproductie in China is afgevlakt, terwijl de Braziliaanse pluimveevleesindustrie erin geslaagd is om de productie uit te breiden voor zowel de binnenlandse vraag naar pluimveevlees als de pluimveevleesexport.

De verwachting is dat China in 2008 zal uitkomen op een pluimveevleesproductie van 12 miljoen ton, terwijl de Abef-voorzitter verwacht dat Brazilië wel kan uitkomen op 12,5 miljoen ton pluimveevlees.

De Braziliaanse pluimveevleesindustrie verwacht in 2008 80.000 ton meer pluimveevlees te exporteren dan in 2007. Dit zou de Braziliaanse pluimveevleesexport op bijna 4 miljoen ton brengen.

Een belangrijke sleutel voor het Braziliaanse succes ziet Turra in de hoge concurrentiekracht van Brazilië in een tijd van hoge graanprijzen. Francisco Turra wijst erop dat Brazilië beschikt over een overschot aan mais.

 Fusie ASG en GD strandt op structuur organisatie
Vrijdag, 18 juli 2008 door Henk Coolen
De fusie tussen de Animal Sciences Group (ASG) en de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) is gestrand op onenigheden tussen beide organisaties over de aansturing, de zeggenschap en de afbakening van publieke en private taken van de nieuw te vormen organisatie.

Een fusie blijkt volgens de partijen té complex om tot een akkoord te komen. “We kunnen geen overeenstemming bereiken over de vraag wie welke onderdelen van het nieuwe bedrijf gaat aansturen en daarnaast waren er teveel verschillende inzichten over wat belangrijk is”, aldus een woordvoeder van de Wageningen UR, het moederbedrijf van ASG.

De verschillende organisatievormen van beide partijen speelde hierbij een belangrijke rol. Terwijl ASG slechts één aandeelhouder heeft, heeft de GD meerdere aandeelhouders. Ook over de afscheiding van de private en de publieke taken van de organisaties waren meningsverschillen.

De zorgen die het ministerie van landbouw uitte over de voorgenomen fusie, speelden volgens ASG en GD geen rol bij het mislukken van de fusie. LNV maakte zich zorgen over het voldoen van de nieuwe organisatie aan de Europese aanbestedingsregels en de waarborging van de bestrijding van besmettelijke dierziekten.

Beide partijen noemen het jammer dat de beoogde voordelen die via een fusie gerealiseerd konden worden nu niet gehaald worden.

Aandeelhouders LTO Nederland en de NOP reageren teleurgesteld op het afketsen van de fusie. “Zeker in een klein land als Nederland waar het aantal bedrijven afneemt moeten we er alles aan doen om een kenniscentrum als dit te behouden. Door de fusie zouden ze veel sterker staan”, reageert Jan Wolleswinkel. LTO Nederland ziet geen aanleiding om een bemiddelingspoging te doen.

“Bij een fusie als deze is het van groot belang dat de partijen er een goed gevoel over hebben. Als dat niet het geval is, heeft het geen zin”, aldus een woordvoerder van LTO Nederland.

 Wageningen Universiteit gaat patiosysteem voor vleeskuikens onderzoeken
Donderdag, 17 juli 2008 door Henk Coolen
Onderzoekers van departement Dierwetenschappen van Wageningen Universiteit doen onderzoek naar het patiosysteem voor vleeskuikens van Vencomatic. Het betreft een promotieonderzoek dat wordt uitgevoerd door ir. Lotte van de Ven onder supervisie van prof. Bas Kemp van de leerstoelgroep Adaptatiefysiologie en prof. Peter Groot Koerkamp van de leerstoelgroep Agrarische bedrijfstechnologie.

Het patiosysteem betreft een nieuw concept voor de huisvesting van vleeskuikens. In dit systeem worden eieren uitgebroed in de stal waar de kuikens ook gehuisvest worden. Hierdoor is verplaatsing niet nodig en hebben de kuikens nadat ze zijn uitgekomen direct toegang tot water en voedsel. Dit in tegenstelling tot reguliere ketens waar de kuikens na uitkomen verplaatst moeten worden naar de stal. De onderzoekers veronderstellen dat het direct beschikbaar hebben van water en voedsel de gezondheid van het kuiken vergroot.

Van de Ven onderzoekt de effecten van het patiosysteem op het welzijn en de gezondheid van het kuiken. Door de thermoregulatie en darmontwikkeling van het kuiken te monitoren worden de effecten van het systeem op het kuiken vanaf de geboorte tot aan de slacht bestudeerd. Voor dit onderzoek wordt er gebruik gemaakt van een onderzoeksfaciliteit in Vessem waar 30000 kuikens gehouden worden. In de tweede helft van dit jaar worden de eerste onderzoeksresultaten verwacht.

 Zwakkere vraag op Duitse pluimveemarkt
Donderdag, 17 juli 2008 door Henk Coolen
Op de Duitse pluimveevleesmarkt is de vraag naar pluimveevlees als gevolg van het vakantieseizoen iets zwakker.

Het aanbod pluimveevlees op de Duitse pluimveevleesmarkt is ruim voldoende, maar ondanks de wat zwakkere vraag leidt dit niet tot noemenswaardige overschotten, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP op woensdag 16 juli 2008.

Kuikenvlees
Op de kuikenvleesmarkt is de lopende kuikenvleesproductie zonder problemen af te zetten. Kuikendijen tenderen nog altijd wat vaster dan kuikenfilet, hetgeen ook op de goede exportmogelijkheden valt terug te voeren. De meest recente onderhandelingen over de producentenprijs leverden iets hogere uitbetalingsprijzen op voor levende aanvoer.

Kalkoenenvlees
De Duitse kalkoenenmarkt vertoont een wat wisselend beeld. Bij roodvlees vragen de verwerkers goed (deels konden de slachterijprijzen nog wat stijgen), het aanbod witvlees pakt echter rijkelijk uit (en de groothandelsprijzen stonden onder druk).

 5% kuikenhouders zonder AI-monsters
Woensdag, 16 juli 2008 door Henk Coolen
Het overgrote deel van de vleeskuikenhouders heeft voldaan aan de verplichting om jaarlijks bloedmonsters van 30 vleeskuikens bij de GD te laten onderzoeken op antistoffen tegen AI.

Echter: 5 procent van de vleeskuikenhouders heeft tussen 1 januari 2007 en 15 juni 2008 geen bloedmonsters op AI laten onderzoeken, zo meldt het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) in een persbericht van woensdag 16 juli 2008. De verplichting om jaarlijks bloedmonsters van 30 vleeskuikens bij de GD te laten onderzoeken op antistoffen tegen AI komt voort uit de PPE-verordening monitoring aviaire influenza.

Strafrechtelijke zaak: adressen naar AID
Omdat de handhaving van de PPE-verordening via strafrecht verloopt, heeft het PPE de namen en adressen van de vleeskuikenhouders die geen bloedmonsters bij de GD hebben laten onderzoeken op AI voor verdere afhandeling doorgegeven aan de Algemene Inspectie Dienst (AID).

Er was uitstel gegeven tot 15 juni 2008
Begin 2008 was het PPE al nagegaan of alle actieve vleeskuikenhouders in 2007 aan de verplichting van de jaarlijkse bloedcontrole voor de AI-monitoring hebben voldaan. De vleeskuikenhouders die dat toen, begin 2008, nog niet hadden gedaan zijn door het PPE per brief benaderd en kregen tot 15 juni 2008 de tijd om alsnog bloedmonsters voor AI-onderzoek aan de GD te zenden.

Eind juni 2008 is bekeken of die vleeskuikenhouders alsnog aan hun verplichting hadden voldaan. Daarbij is gebleken dat 5 procent van de actieve vleeskuikenhouders in de periode 1 januari 2007 tot 15 juni 2008 geen bloedmonsters op AI hebben laten onderzoeken.

PPE-verordening monitoring aviaire influenza
De PPE-verordening monitoring aviaire influenza verplicht vleeskuikenhouders om jaarlijks bloedmonsters van 30 vleeskuikens bij de GD te laten onderzoeken op antistoffen tegen AI. Deze maatregel is ingesteld na de uitbraak van AI in 2003. Toen heeft de pluimveesector maatregelen genomen om eventueel circulerend AI-virus zo snel als mogelijk op te sporen. Het gaat daarbij niet alleen om hoogpathogeen AI-virus, maar ook om laagpathogeen AI-virus. Laagpathogeen AI-virus (LPAI) kan immers muteren in een hoogpathogeen AI-virus (HPAI).

 PPE wil eind kipcampagne Wakker Dier
Dinsdag, 15 juli 2008 door Henk Coolen
De nieuwe campagne van de stichting Wakker Dier 'Kip! Het meest mishandelde stukje vlees!' is het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) in het verkeerde keelgat geschoten.

Het productschap heeft Wakker Dier dan ook vandaag per brief verzocht de campagne te beëindigen.

Mocht de actiegroep daar niet positief op reageren, dan sluit het productschap een gang naar de rechter niet uit. Dat heeft een woordvoerster gezegd. Het productschap denkt juridisch een vuist te kunnen maken omdat Wakker Dier in de campagne gebruik maakt van de melodie van de slogan van het productschap 'Kip. 't Meest veelzijdige stukje vlees'. ,,Wij hebben daar de rechten op.''

Verder stelt het productschap dat de actiegroep misbruik maakt van de inspanningen van de pluimveesector. ,,De slogan wordt door vrijwel iedere Nederlander positief herkend. Wakker Dier misbruikt deze slogan en de muzikale compositie om mensen foutief te informeren.'' De campagne loopt al sinds 1979, het muziekje is af en toe gemoderniseerd.

 Onderwijs pluimveehouderij in landelijk traject
Dinsdag, 15 juli 2008 door Henk Coolen
Leerlingen die onderwijs in de pluimveehouderij volgen op een AOC in Nederland kunnen vanaf september 2008 geza­menlijk onderwijs volgen. AOC Oost in Doetinchem is dit jaar een stimuleringsproject begonnen om het onderwijs te verbeteren omdat steeds minder leerlingen voor de richting pluimveehouderij kiezen. Andere betrokkenen bij het project zijn de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders en Wageningen UR.

 IKB Kip geaccepteerd als internationaal kwaliteitskeurmerk
Zaterdag, 12 juli 2008 door Henk Coolen
Vandaag heeft de Raad voor Accreditatie het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) laten weten dat de regeling IKB Kip geaccepteerd is voor de NEN-EN-45011 norm. Dit houdt in dat de regeling IKB Kip voldoet aan het internationale kwaliteitskeurmerk voor kwaliteitssystemen.

In april 2007 is gestart met de nieuwe IKB Kip regeling. Een van de doelstellingen was een erkenning van de regeling als een internationaal erkende NEN-EN-45011 kwaliteitsnorm. Het afgelopen jaar heeft de regeling IKB Kip een audit gehad van de Raad voor Accreditatie. Met de acceptatie van IKB Kip wordt een onafhankelijke en uniforme kwaliteitsregeling gewaarborgd. De nationale en internationale marktpositie van de Nederlandse pluimveevleessector wordt hierdoor verbeterd. Dit biedt mogelijkheden richting bijvoorbeeld de Duitse en Engelse markt, maar ook voor de gelijkschakeling met buitenlandse kwaliteitssystemen als het Engelse ACP en het Duitse Q&S.

Voor de acceptatie is de regeling IKB Kip op verschillende punten aangepast om te kunnen voldoen aan de normen die binnen NEN-EN-45011 gesteld worden. De structuur van de regeling is verhelderd en er zijn enkele wijzigingen in de voorschriften voor pluimveebedrijven aangebracht. Een aantal voorschriften is herschreven om ze dusdanig te formuleren dat ze eenduidig opgevat en gecontroleerd kunnen worden. Daarnaast zijn er voor IKB controleurs verplichtingen opgenomen om notities te maken tijdens een IKB controle, zodat de Certificerende Instantie zich, tijdens de beoordeling, in de situatie op het bedrijf kan inleven. De nieuwe voorschriften treden op 1 oktober 2008 in werking. De IKB Kip deelnemers worden de komende maanden geinformeerd over deze aanpassingen.

 Biologica: Dierenwelzijn mag niet ten koste van gering risico infectieziekten
Vrijdag, 11 juli 2008 door Henk Coolen
Maatregelen en risico’s met betrekking tot voedselveiligheid moeten in verhouding staan met andere aspecten, zoals bijvoorbeeld dierenwelzijn. Dierenwelzijn hoort niet ten koste te gaan van het uitsluiten van elk (theoretisch) risico op het gebied van voedselveiligheid. Dat stelt Biologica in reactie op het rapport "Staat van infectieziekten in Nederland, 2007" van het RIVM.

In het rapport gaat het vooral over 'hogere theoretische kans op' en 'potentiële risico's'. Het staat buiten kijf dat ook biologische producten veilig moeten zijn voor de consument. En als er serieuze, met feiten gestaafde bedreigingen ten aanzien van de voedselveiligheid zijn, dan neemt de biologische sector daarop passende maatregelen.

Riscio's in verhouding zien
Maar in de optiek van Biologica moeten maatregelen en risico’s met betrekking tot voedselveiligheid in verhouding staan met andere aspecten van het biologische systeem, in dit geval dierenwelzijn. Dierenwelzijn hoort niet ten koste te gaan van het uitsluiten van elk (theoretisch) risico op het gebied van voedselveiligheid. Zeker niet als door normale bereiding van vlees infecties bij de mens vrijwel uitgesloten zijn.

Buitenloop en antibiotica resistentie en buitenloop
In het rapport wordt met name de buitenloop, een belangrijk onderscheidend kenmerk van het biologische systeem, een mogelijk potentieel gevaar genoemd. Tegelijkertijd wordt de toenemende antibiotica resistentie als een van de hoofdproblemen in de huidige infectieziektebestrijding in Nederland getypeerd.

Meer weerstand
Biologica wijst erop dat de laatste jaren meer en meer aanwijzigen zijn dat juist het contact van dieren met ziektekiemen in de uitloop de weerstand van de dieren verhoogt. In combinatie met de 'totaalaanpak’ van het biologische systeem met specifieke eisen op het gebied van ruimere huisvesting, biologisch geteeld voer en het gebruik van plantaardige middelen die de weerstand bevorderen leidt dit tot weerbare dieren die minder antibiotica nodig hebben.

bron: Biologica, 10/07/08

 ASG onderzoekt strooiselmaterialen
Donderdag, 10 juli 2008 door Henk Coolen
ASG is een onderzoek gestart naar het effect van strooiselmateriaal en de hoeveelheid strooisel op voetzoollaesies bij vleeskuikens.

ASG is het onderzoek in week 27/2008 gestart op Praktijkcentrum Het Spelderholt in Lelystad.

In dit door het PPE gefinancierde onderzoek vergelijkt ASG houtvezel/houtkrullen, gehakseld tarwestro, koolzaadstro en snijmaïssilage met elkaar.

Behalve naar de invloed op voetzoollaesies kijkt ASG naar de effecten op technische resultaten, slachtrendementen, fijnstofemissie en ammoniakemissie.

Tevens onderzoekt ASG of het mogelijk is het aantal en de ernst van de voetzoollaesies terug te dringen door het aanbrengen van opvangschoteltjes onder de drinknippels en/of het verlagen van de waterdruk.

 Barbecue ondersteunt Duitse pluimveevleesmarkt
Donderdag, 10 juli 2008 door Henk Coolen
De Duitse pluimveevleesmarkt is ondanks de vakantietijd te kenschetsen als stabiel. Er is een goede vraag naar pluimveevleesproducten voor de barbacue.

De barbecue ondersteunt daarmee de Duitse pluimveevleesmarkt, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP op woensdag 9 juli 2008. Het aanbod dekt de vraag goed. De groothandelsprijzen tendeerden verschillend.

Kuikenvlees
Kuikenvlees mag zich momenteel in Duitsland verheugen in een grote populariteit. De vraag is stabiel en de lopende productie wordt probleemloos door de markt opgenomen. De slachterijprijzen bleven overwegend stabiel. Van de kant van de detailhandel zijn momenteel geen prijsstijgingen te verwachten.

Kalkoenenvlees
Het aanbod van kalkoenenvlees lijkt wat omvangrijker uit te vallen. Ook als gevolg van importen komt het blijkbaar tot overschotten. Her en der kwamen de slachterijprijzen onder druk te staan, toch overheersten de meldingen van stabiele prijzen.

 Zomerse rust op Duitse eiermarkt
Donderdag, 10 juli 2008 door Henk Coolen
Op de Duitse eiermarkt valt geen opleving van de vraag naar eieren te noteren. Er heerst nog altijd een zomers rustige stemming.

Anderzijds is het eieraanbod op de Duitse markt slecht ten dele dringend, zodat ondanks de slappe zomerse vraag de pakstationprijzen zich in de regel konden handhaven, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP op woensdag 9 juli 2008.

In de winkels is de vraag naar eieren ingetogen zoals ook past bij het seizoen. De eiproductenindustrie koopt sporadisch tegen stabiele prijzen. De eierexport heeft weinig invloed op de eiermarkt.

De lopende eierproductie valt niet erg omvangrijk uit, mede doordat oude hennen volop voor de slacht weggaan. Toch is de eiermarkt goed voorzien. Bij alternatieve eieren zijn er her en der zelfs wat overschotten.

 IKB Kip geaccepteerd als internationaal kwaliteitskeurmerk
Donderdag, 10 juli 2008 door Henk Coolen
Op 9 juli heeft de Raad voor Accreditatie het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) laten weten dat de regeling IKB Kip geaccepteerd is voor de NEN-EN-45011 norm. Dit houdt in dat de regeling IKB Kip voldoet aan het internationale kwaliteitskeurmerk voor kwaliteitssystemen.

In april 2007 is gestart met de nieuwe IKB Kip regeling. Een van de doelstellingen was een erkenning van de regeling als een internationaal erkende NEN-EN-45011 kwaliteitsnorm. Het afgelopen jaar heeft de regeling IKB Kip een audit gehad van de Raad voor Accreditatie. Met de acceptatie van IKB Kip wordt een onafhankelijke en uniforme kwaliteitsregeling gewaarborgd. De nationale en internationale marktpositie van de Nederlandse pluimveevleessector wordt hierdoor verbeterd. Dit biedt mogelijkheden richting bijvoorbeeld de Duitse en Engelse markt, maar ook voor de gelijkschakeling met buitenlandse kwaliteitssystemen als het Engelse ACP en het Duitse Q&S.

Voor de acceptatie is de regeling IKB Kip op verschillende punten aangepast om te kunnen voldoen aan de normen die binnen NEN-EN-45011 gesteld worden. De structuur van de regeling is verhelderd en er zijn enkele wijzigingen in de voorschriften voor pluimveebedrijven aangebracht. Een aantal voorschriften is herschreven om ze dusdanig te formuleren dat ze eenduidig opgevat en gecontroleerd kunnen worden. Daarnaast zijn er voor IKB controleurs verplichtingen opgenomen om notities te maken tijdens een IKB controle, zodat de Certificerende Instantie zich, tijdens de beoordeling, in de situatie op het bedrijf kan inleven. De nieuwe voorschriften treden op 1 oktober in werking. De IKB Kip deelnemers worden de komende maanden geinformeerd over deze aanpassingen.

Het logo van de regeling IKB Kip is aangepast; voortaan is de tekst 'NEN-EN-45011' onderdeel van het logo. Voor pluimveehouders worden nieuwe stalborden gemaakt, deze borden zijn via de Certificerende Instantie te bestellen.

 AI in Engeland
Woensdag, 9 juli 2008 door Henk Coolen
Het ministerie van Milieu, Voeding en Plattelands Aangelegenheden (DEFRA) van het Verenigd Koninkrijk heeft op dinsdag 8 juli 2008 het toezichtsgebied, dat was ingesteld in verband met een uiitbraak van AI op 3 juni 2008 in Shenington, opgeheven. Daarmee zijn alle ingestelde vervoersbeperkingen voor pluimvee en broedeieren in Engeland komen te vervallen.

Eén en ander impliceert dat de dubbele reiniging en ontsmetting die verplicht was voor auto's die in Nederland terugkeren na in het Verenigd Koninkrijk pluimvee of broedeieren te hebben vervoerd, is komen te vervallen.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 NVAF Persbericht
Dinsdag, 8 juli 2008 door Henk Coolen
De stichting Nieuwe Vrije Agrarische Federatie (NVAF) is verrast over het inzicht dat LTO heeft gekregen in de realiteit van dit moment. Deze realiteit komt bijna een op een overeen met wat de NVAF al sinds 2004 signaleert, namelijk dat de tijd van collectieve reclame en collectief onderzoek voorbij is. LTO constateert zelfs dat de voorsprong van de Nederlandse agrarische sector afneemt. Zij geeft daarvan het world wide web de schuld, maar de NVAF heeft al vanaf het begin van haar ontstaan gezegd dat de reden van de afname van de voorsprong is gelegen in het feit dat door de collectieve verkrijging van kennis, de bescherming daarvan door patentering onmogelijk wordt.

Wat opvalt is dat er een plan ontbreekt waarmee de bescherming en verbetering van de welvaart van Agrarisch Nederland moet worden verkregen. Daar waar innovatie en kennis de sleutel zijn van iedere economie die welvarend is, ontbreekt daarover een visie bij LTO. Dat is ook het grote verschil met de Cluster - visie die de NVAF in mei jl. heeft gepresenteerd. (voor downloaden NVAF clustermodel: http://www.agrarischmanifest.nl/ ) Deze visie is juist gebaseerd op een economische ontwikkeling binnen clusters, gebaseerd op voorsprong.

Echter de visie van LTO beslaat niet meer dan 3 pagina’s (de laatste 3 van dit document, zie hieronder) met wat losse steekwoorden. Maar de losse steekwoorden kunnen niet de angst van LTO verbergen voor de tucht van de markt. Zij wil toch de bescherming van de schappen handhaven en de mogelijkheid om via wettelijke maatregelen agrariërs gedwongen lid te laten blijven met het recht om hen heffingen te laten betalen. In plaats van door service leden aan zich te binden, blijft men hangen aan oude structuren. Het is bijvoorbeeld onduidelijk welke lading de kreet ‘publiek wat publiek moet’ dekt. Of wat ‘publiek uitvoeren van gezamenlijk belang private organisaties in een sector’ betekent. Dit lijkt erop te betekenen dat private organisaties als LTO door kunnen gaan onder het mom van algemeen belang grote sommen uit PT weg te halen. De voorbeelden van PT bestuurslid Greenery dat jaarlijks meer dan 30 miljoen van de GMO subsidies weghaalt of het Bloemenbureau dat tientallen miljoenen heffingen opslokt tonen dit gevaar aan. Bijzonder tegenstrijdig is de laatste pagina van het plan. Hoewel LTO in de analyse aangeeft dat de tijd van private initiatieven is aangebroken, grijpt men toch weer terug op het collectief. Kreten als ‘marktinformatie, marktonderzoek, sectorpromotie, productpromotie’ tonen aan dat de analyse gelijk is aan die van de NVAF maar dat de vertaling daarvan naar nieuw beleid afwezig is. Men grijpt toch weer terug naar de oude instrumenten. Ook bijzonder is het feit dat men enerzijds stelt dat de voorsprong afneemt door het web en anderzijds op de oude voet door wil gaan kennis te verkwanselen. De kreet ‘innovatie, onderzoek en kennis’ toont dit aan.

Wat met name ontbreekt in de visie van LTO is een oplossing voor de zeven zonden van de schappen:

1. Verplicht lidmaatschap
2. Geen inspraakrecht
3. Geen motierecht
4. Geen stemrecht
5. Een wetgevende macht door niet-gekozen maar benoemde bestuursleden
6. Geen onafhankelijke rechtbank. Bij een beroepszaak zijn schappen verdachte, rechter en beul.
7. Het ‘Dubbele Petten’ probleem

De NVAF concludeert derhalve dat LTO in zijn analyse goed te werk is gegaan maar terugschrikt voor de consequenties daarvan. Al met al blijft alles bij het oude. Waarschijnlijk is de wettelijke macht over collega agrariërs met andere visies en het freeriderschap om anderen voor plannetjes te laten betalen waar men zelf geen risico’s voor wil nemen, te verleidelijk om op te geven. Voor het weggeven en niet - beschermen van kennis wordt geen oplossing aangedragen. Tenslotte ontbreekt een totaalvisie op de uitdagingen van de 21ste eeuw en de oplossingen daarvoor. Ook ontbreekt in dit stuk –net als in de Toekomstvisies van de schappen- opnieuw het fenomeen van de globalisering en de antwoorden die agrariërs daarop klaar moeten hebben in de komende eeuw. Het ontkennen van deze uitdagingen wil niet zeggen dat zij ook niet bestaan. Het Clustermodel van de NVAF draagt een oplossing aan voor alle genoemde problemen en uitdagingen. Bovendien is zij gebaseerd op basis van vrijwilligheid hetgeen de activiteiten stimuleert. De kortgeleden opgerichte cluster NWP (http://www.nwp.nl/) , een van de inspiratiebronnen van de NVAF, heeft inmiddels 1400 actieve leden die ieder 1500 euro lidmaatschap betalen (http://www.nwp.nl/index.cfm/site/NWP/pageid/535A7925-9483-F005-2CAFCD6963CD3843/index.cfm/deelnemers) . Het Clustermodel is daarom veel aantrekkelijker dan het LTO model. De NVAF zet daarom haar juridische strijd tegen de niet-democratische schappen voort.

Clemens Fischer
Voorzitter Stichting NVAF

 VVD: streng toezicht op invoering kooiverbod
Dinsdag, 8 juli 2008 door Henk Coolen
De Europese Commissie moet er streng op toezien dat pluimveehouders hun leghennen na 2012 niet meer houden in legbatterijen.

Die oproep heeft VVD-Europarlementariër Jan Mulder gedaan in vragen aan de Commissie. Mulder heeft de vragen ingediend met collega-parlementariërs uit Zweden, Finland en Denemarken. Ze bepleiten ook maatregelen om te voorkomen dat na 2012 eieren of eiproducten uit legbatterijen buiten de EU worden geïmporteerd. Beide zaken zouden pluimveehouders die al wel hebben geïnvesteerd in nieuwe huisvestingsvormen benadelen.

Momenteel houdt nog bijna 70 procent van de pluimveehouders hun kippen in traditionele kooien, aldus Mulder. Zij moeten nog omschakelen naar alternatieve huisvesting.

Minister Gerda Verburg heeft op aandringen van de Kamer besloten tot een verbod van de verrijkte kooi per 2009. Verburg ziet de zogeheten Kleingruppenhaltung als een wenselijker systeem.

 Verburg verwacht geen toelating van decontaminatiemiddelen voor pluimveevlees
Dinsdag, 8 juli 2008 door Henk Coolen
Op 15 juli vindt in Brussel een vergadering plaats van de Raad van Ministers voor Landbouw en Visserij van de Europese Unie. Daar zal ook worden gesproken over een voorstel van de Europese Commissie om vier decontaminatiemiddelen voor pluimveevlees toe te laten in de EU. De Franse landbouwminister zal als voorzitter mogelijk voorstellen om het plan voor toelating van de Europese Commissie af te wijzen. Minister Verburg van LNV zal dat dan steunen. Ze verwacht ook niet dat het voorstel van de Europese Commissie steun krijgt. Eerder bleek dat 26 van de 27 lidstaten tegen het idee van toelating zijn. Dat schrijft de minister op 7 juli aan de Tweede Kamer.

Verburg meent dat het gebruik van decontaminatiemiddelen om pluimveevlees te behandelen in principe aan kan sluiten bij de geest van de Europese hygiënewetgeving. Veiligheid voor mens, dier en milieu moeten voorop staan en door de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA en door middel van een Europese toelatingsprocedure zijn geborgd. Op dit moment zijn er volgens Verburg vanwege kennislacunes nog belangrijke onduidelijkheden met betrekking tot decontaminatie en de veiligheid voor het milieu en resistentieontwikkeling. Daarom wijst Verburg het toestaan van decontaminatie op dit moment af.

 'Twintigjarige opmaat naar verrijkte kooi'
Dinsdag, 8 juli 2008 door Henk Coolen
De Nederlandse Organisatie Pluimveehouders (NOP) gaat bij het ministerie van landbouw pleiten voor een twintigjarige overgangstermijn voor de verrijkte kooi.

De termijn moet in 2012 ingaan. Sector en ministerie zijn in overleg over een adequate overgangstermijn voor het verbod op de verrijkte kooi. Voor de pluimveesector is voldoende afschrijvingstijd altijd een vereiste geweest. "Het ministerie gaat uit van een politieke beslissing, maar je moet naar de investeerder kijken. Twintig jaar is een algemeen geaccepteerde afschrijvingstermijn", vindt NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel.

Ook de Nederlandse Vakbond voor Pluimveehouders (NVP) pleit voor voldoende tijd, maar laat niet zich niet uit over de periode. "Er moet rekening gehouden worden met de afschrijvingstermijn. Hoe lang die periode is, daar moet een accountant zich over buigen", zegt voorlopig voorzitter Gert-Jan Oplaat.

Het ministerie van landbouw verwacht begin augustus te kunnen zeggen hoe lang de termijn zal zijn. LNV gaat bij het bepalen van de overgangstermijn uit van de datum van bekendmaking van het verbod, april 2008, omdat investering in de verrijkte kooi vanaf die dag zinloos was.

De NOP hanteert als uitgangspunt echter de ingangsdatum van het kooiverbod in 2012. "Een aantal ondernemers heeft geïnvesteerd in kooien, die vanaf 2012 verrijkt worden. Dan gaat ook pas hun afschrijvingsperiode in."

 LTO maakt scherp onderscheid
Donderdag, 3 juli 2008 door Henk Coolen
’Publiek wat publiek moet, privaat wat privaat kan’

De huidige activiteiten van de zeven agrarische productschappen worden in drie delen opgesplitst en het productschap krijgt als publiekrechtelijke organisatie vooral een faciliterende functie. Dit is de kern van de visie die LTO Nederland heeft ontwikkeld op de toekomstige activiteiten van productschappen en vanmiddag in Den Haag heeft gepresenteerd. Private organisaties en bedrijven zullen zelf meer aan het roer gaan zitten in de aansturing en profilering van de werkzaamheden van de productschappen.

Volgens de LTO-visie behoren belangrijke activiteiten als belangenbehartiging en de externe beleidsadvisering niet meer bij de schappen, maar bij de private organisaties. Ook de lobby-activiteiten in Nederland en internationaal worden een zaak van de private organisaties, alsook bijvoorbeeld merkpromotie. De visie is een eerste stap naar veranderingen bij de productschappen, waarover LTO binnenkort gaat praten met andere ketenpartijen die zitting hebben in de productschappen.

‘Publiek wat publiek moet, privaat wat privaat kan’. Dat is een notendop de visie van LTO op de toekomstige activiteiten van de productschappen. Hun werkzaamheden zullen voor een belangrijk deel bestaan uit basisactiviteiten, die een algeheel sectorbelang én het algemeen maatschappelijk belang dienen.
Naast de basisactiviteiten onderscheidt LTO Nederland aanvullende activiteiten, waarbij keuzes, invulling en regie bij het bedrijfsleven liggen. Verder zijn er nog activiteiten buiten het publieke domein, die volledig (financiering, uitvoering en aansturing) door het bedrijfsleven worden opgepakt.

Tot de basisactiviteiten van schappen behoren bijvoorbeeld voedselveiligheid, dier- en plantgezondheid, arbeidsmarktbeleid en de gezondheid en veiligheid van alle werkenden in een sector. Bij onderzoek en innovatie ligt het accent op voedselveiligheid, gezondheid en duurzame ontwikkeling. Bij de aanvullende activiteiten ligt de nadruk op marktinformatie en -onderzoek, dierenwelzijn, product- en sectorpromotie en medebewind. De functie van productschappen wordt die van een facilitair bedrijf, dat vooral ondersteunend werkt en bijvoorbeeld heffingen int.

Dynamiek en ingrijpende veranderingen kenmerken de huidige land- en tuinbouw, aldus LTO Noord-directeur Ton van Vuren, die de projectgroep heeft geleid bij het ontwikkelen van de LTO-visie. De publieke en politieke discussies over de activiteiten en positie van de productschappen duren voort. De verdergaande schaalvergroting en toenemende samenwerking in ketens zijn voor LTO ook drijfveren voor veranderingen bij de schappen, zo lichtte hij toe. In het maatschappelijk bestel is een verschuiving gaande van collectieve naar private verantwoordelijkheid en privaat initiatief. Aan de kant van de verwerking en afzet van producten zijn grote fusies doorgevoerd in bijvoorbeeld sierteelt-, suiker- en zuivelsector. Bovendien is een wetswijziging van de PBO in de maak, waar LTO nu deels op voorsorteert.
Voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland zei vanmiddag dat het er niet om gaat om drastisch te snoeien in de activiteiten van de schappen, maar veel meer om wie er aan het stuur zit. ,,We zien weldegelijk de toegevoegde waarde van de productschappen, mits hun activiteiten naadloos aansluiten bij die van de private organisaties.” Voor LTO is volgens hem leidend dat de zaken efficiënt worden aangepakt, de sectorale herkenbaarheid wordt geborgd en een blijvende koppeling tussen algemeen en gemeenschappelijk belang.


 Stabiele prijzen op de Duitse pluimveemarkt
Donderdag, 3 juli 2008 door Henk Coolen
Zo levendig als de vraag naar pluimveevlees in Duitsland in mei was, is ze nu niet meer.

Ondanks de wat minder levendige vraag overwegen in week 27/2008 stabiele prijzen op de Duitse pluimveevleesmarkt, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP op 2 juli 2008.

Kuikenvlees
Op de vleeskuikenmarkt bleven de prijzen onveranderd voor zowel vers kuikenproduct als ingevroren kuikenproduct. Kuikendijen hielden hun prijs goed vast; ze laten zich in Oost-Europa goed afzetten. De Duitse binnenlandse productie wordt aangevuld door een dringende import. Dat geeft enige prijsdruk op de Duitse binnenlandse kalkoenenmarkt.

Kalkoenenvlees
De afzet van kalkoenenvlees loopt gestadig. De vraag van de consument en van de pluimveevleesverwerkers kon echter niet verder aangezwengeld worden.

 Noordoostpolder: Geen erfuitbreiding voor pluimveehouderij
Donderdag, 3 juli 2008 door Henk Coolen
Het college van B&W van de gemeente Noordoostpolder is niet bereid mee te werken aan de bouw van een extra bedrijfsgebouw voor een pluimveehouder aan de Weg van Ongenade. Het gebouw zou zich uitstrekken tot buiten het bebouwingsvlak van het erf. De gemeente wil geen erfuitbreidingen van intensieve veehouderijen binnen de gemeentegrenzen.

De pluimveehouder had om een principebesluit gevraagd van het college van B&W. Dit betekent dat de boodschap aan de aanvrager nu van informerende aard is. De pluimveehouder kan alsnog aan het college vragen het voorstel aan de gemeenteraad voor te leggen. Want uiteindelijk is het een bevoegdheid van de raad.

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2004 heeft de raad een paar jaar geleden besloten dat intensieve veehouderijen niet langer mogen uitbreiden buiten het bestaande erf. Als de bouwmogelijkheden binnen het erf zijn benut mag het erf niet meer worden uitgebreid. Melkveehouderijen en akkerbouwbedrijven kunnen hun erf wel uitbreiden. De gemeente volgt met dit beleid voor intensieve veehouderij het rijk en de provincie.

 Brazilië: sterke stijging pluimvee-export
Woensdag, 2 juli 2008 door Henk Coolen
De Braziliaanse productie en export van pluimveevlees en eieren is in het eerste kwartaal van 2008 sterk gestegen.

Uit cijfers van IBGE, het Braziliaanse instituut voor Geografie en Statistiek, blijkt dat 1,184 miljard stuks pluimvee zijn geslacht, zo meldt brazzilmag.com op 1 juli 2008. Dat betekent een productiestijging van 12,2 procent vergeleken met het eerste kwartaal van 2007.

De omvang van de Brazilaanse pluimveevleesexport steeg met 12,6 procent in het eerste kwartaal van 2008. De waarde van de Braziliaanse pluimveevleesexport steeg nog sterker, omdat de prijs per ton steeg van $1,192 in het eerste kwartaal van 2007 naar $1,233 in het eerste kwartaal van 2008.

De Braziliaanse eierproductie was in het eerste kwartaal 8,2 procent groter dan een jaar eerder en kwam uit op 570.500 dozijn eieren.

Bij de rundveeproductie was er juist een sterke productiedaling (-10,1%) en een nog sterkere exportdaling (-27,6%). De hogere prijzen maakten deze verliezen wel goed.

 Driekwart hennen in EU in legbatterij
Woensdag, 2 juli 2008 door Henk Coolen
In de EU wordt nog driekwart van de leghennen in kooien gehuisvest.

Het aandeel van de alternatieve huisvestingsystemen is in een jaar gestegen van 22,5 procent naar 24,9 procent.

Dat blijkt uit een overzicht van het Duitse marktbureau ZMP, dat zich baseert op cijfers van de Europese Commissie over 2007. In de EU van 25 lidstaten (zonder Roemenië en Bulgarije) loopt 15 procent van de leghennen in scharrelstallen. De Freilandhaltung herbergt 8 procent van de leghennen. De biologische houderij houdt 2 procent van de hennen. Totaal is dat 24,9 procent. In 2006 liep 22,9 procent van de hennen in een alternatieve huisvesting.

Tussen de landen zit een groot verschil. Oostenrijk is het verst in de omschakeling van kooi- naar alternatieve huisvesting. Daar zit nog maar 30,1 procent van de hennen in kooien. In Litouwen ligt het aandeel alternatieve huisvesting nog maar op 2,0 procent. In Nederland lopen meer hennen in een alternatieve huisvestingsvorm dan in kooien. De legbatterijen hebben in Nederland nog een aandeel van 45,9 procent.

 Subsidieregeling Salmonella 2008 voor de pluimveesector goedgekeurd
Dinsdag, 1 juli 2008 door Henk Coolen
Het ministerie van LNV heeft op 30 juni bekendgemaakt de Subsidieregeling Salmonella 2008 binnenkort goed te keuren. Dit is het resultaat van intensief overleg tussen het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) en het ministerie. De goedkeuring door het ministerie betekent dat nu een begin kan worden gemaakt met de uitvoering van de regeling.

In de regeling zijn de voorwaarden vastgelegd waaronder in 2008 subsidie kan worden toegekend voor enkele activiteiten van het Actieplan Salmonella in de Pluimveevleessector. Deze subsidieregeling geldt voor fok- en vermeerderingsbedrijven. Er kan subsidie worden aangevraagd voor het ruimen van fok- of vermeerderingskoppels die besmet zijn met SE, ST of Salmonella Hadar, Virchow of Infantis.

De verordening gaat gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008. De betrokken bedrijven krijgen binnenkort een circulaire van het PPE toegezonden met nadere informatie over de regeling en de wijze waarop subsidie aangevraagd kan worden.

 

Kalkoenvoeders leveranciers
 



Dierenartsen
 praktijken

Broederijen
Equipement
Mest
Overheid &
 regelgeving

Kalkoenslachterijen
Toeleveranciers
Handig
Diversen
Kellybronze.nl
Coolenbv.nl
Crosskart.nl