Het kabinet trekt extra geld uit voor luchtwassers in de pluimveehouderij.
De maatregel maakt deel uit van een groter pakket aan initiatieven voor de verbetering van de luchtkwaliteit. In totaal gaat het om twee miljard euro. Daarvan worden ook pompstations waar aardgas en biodiesel getankt kan worden aangelegd.
Dat is een van de afspraken die het ministerie van VWS en de pluimveesector (Nepluvi) maken in een convenant, dat dit najaar wordt gesloten. Dat meldden Peter Vesseur van de Nepluvi en beleidsmedewerker Inge Stoelhorst van het ministerie vandaag tijdens een campylobacter-symposium. In het convenant spreken overheid en sector af dat de komende twee jaar continu gewerkt wordt aan een verlaging van de campylobacterdruk in de slachterijen. Daarvoor wordt continu gekeken naar de besmettingsgraad.
Daarnaast zal onderzoek gedaan worden naar andere bronnen van campylobacter, die relevant zijn voor besmettingen bij de mens. Daarbij wordt ondermeer gebruik gemaakt van nieuwe technieken om het erfelijk materiaal van de campylobacter te analyseren. Uit de jongste gegevens van de Voedsel en Waren Autoriteit blijkt dat het aantal besmettingen op vers vlees in de supermarkten terug loopt. Het is niet duidelijk waardoor die afname wordt veroorzaakt.
Het plan om koppels vleeskuikens met een hoge campylobacterbesmetting apart te verwerken is van de baan.
De zogenoemde kanalisatie strandt op de onvoorspelbaarheid van de testuitkomst bij de kuikens voor de slacht op de besmettingsgraad van het vlees na de slacht. Doel van de kanalisatie is de besmetting van vers vlees te verlagen. Vooral door besmet vers kipvlees kunnen consumenten besmet raken met de campylobacter.
Onderzoeker Maarten Nauta van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne presenteerde vandaag de onderzoeksresultaten op een campylobactersymposium bij het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad. Nauta analyseerde gegevens van 62 vleeskuikenkoppels, die op verschillende momenten werden bemonsterd. Nauta kon in de gegevens nauwelijks een lijn ontdekken. In elk geval kon de veronderstelling niet bevestigd worden, dat een hoge besmetting in de mest van de kip leidt tot een hoge besmetting van het vlees na de slacht.
Nauta tast in het duister over de oorzaak daarvan. Het zou kunnen dat de testgegevens niet betrouwbaar zijn, maar er kunnen ook andere factoren een rol spelen, die invloed hebben op de besmettingsgraad. Het plan was om met een eenvoudige snelle test voor de slacht de besmettingsgraad te bepalen. De door het Centraal Veterinair ontwikkelde snelle test werkt wel, maar is nog niet heel erg betrouwbaar. Doordat de mestmonsters bewerkt moeten worden, blijkt een aantal uitslagen te duiden op de aanwezigheid van campylobacter, terwijl die er niet is. Bij een lage besmettingsgraad, is de test negatief. Dat laatste zou niet zo erg zijn, omdat een lage besmettingsgraad bij de kip ook leidt tot minder besmettingen bij de mens.
Nu de kanalisatie vooralsnog van de baan is, zetten de Nepluvi en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in op een convenant, dat ondermeer gericht is op de verbetering van de situatie bij de pluimveeslachterijen. Alle vleeskuikenslachterijen in Nederland zullen aan het convenant meedoen en wekelijks bemonsterd worden op de aanwezigheid van campylobacter in het vlees.
Op de Duitse pluimveevleesmarkt is er een vlotte vraag. Vooral barbecueproducten zijn geliefd.
Echter, nu de vakanties op het punt staan te beginnen kan er een kentering komen in de vraag op de Duitse pluimveevleesmarkt, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP op 25 juni 2008.
Vleeskuikens Op de markt van kuikenvlees is er een goede vraag naar zowel hele kuikens als kuikendelen. Vooral de vraag naar verse kuikenvleugeltjes en kuikendijen voor de barbecue is omvangrijk. De kuikenprijzen zijn stabiel tot vast. Voor de producenten zijn geen verdere prijsverbeteringen bekend.
Kalkoenen De afzet op de Duitse kalkoenenmarkt is bestendig, maar niet meer zo hectisch als enige weken terug. Al met al is het kalkoenenvlees moeiteloos af te zetten. Er zijn geen overschotten in het aanbod. De prijzen gingen licht omhoog.
De fusie tussen de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), Algemene Inspectiedienst (AID) en Plantenziektenkundige Dienst (PD) kan voorlopig niet doorgaan.
Een meerderheid van de Tweede Kamer is voor uit- of afstel, zo bleek vanochtend tijdens een debat met landbouwminister Gerda Verburg.
Vrijdag publiceerde de commissie-Vanthemsche haar rapport over de VWA. Daaruit blijkt dat er bij de dienst organisatorisch van alles misgaat. Verburg hoopt die problemen het hoofd te bieden met de al eerder voorgenomen fusie met de AID en PD, die in 2012 moet zijn afgerond. Het is volgens haar onpraktisch eerst de VWA te reorganiseren. De medewerkers zouden dan twee maal vlak achter elkaar met grote wijzigingen te maken krijgen, wat demotiverend kan werken.
De Tweede Kamer ziet dat anders. PvdA en VVD vinden het noodzakelijk dat voor de fusie kan plaatshebben de VWA op orde wordt gebracht. ”We moeten pas op de plaats maken”, zei Janneke Snijder (VVD). Zij vindt dat Verburg binnen een jaar de interne organisatie van de VWA moet hebben hersteld. SP, Groenlinks en Partij voor de Dieren vinden dat de fusie helemaal van de baan moet.
De opstelling van de PvdA verschilt van die van de twee andere regeringspartijen. CDA en CU willen het samengaan van de drie diensten juist versnellen. ”Gaat u nu maar aan de slag met de fusie”, aldus CDA’er Joop Atsma. Ook PVV en SGP zijn voorstander van het in elkaar schuiven van de organisaties. Zowel CDA als SGP wijzen er op dat de kosten hiervan zo min mogelijk bij de sector mogen worden neergelegd.
Het debat over de VWA wordt volgende week voortgezet.
Tuchtgerecht PPE beboet vleeskuikenhouders vanwege NCD-regelgeving
De Kamer Primaire Sector van het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren heeft onlangs voor het eerst zaken behandeld die verband houden met overtredingen van de Verordening vaccinatie Newcastle Disease (PPE) 2006. De zaken hadden betrekking op een proefbedrijf en drie vleeskuikenbedrijven. Het proefbedrijf kreeg een berisping en de vleeskuikenbedrijven werden veroordeeld tot een boete van 300 tot 500 euro waarvan de helft voorwaardelijk.
Een proefbedrijf, dat onderzoek doet bij vleeskuikens, heeft verschillende koppels niet gevaccineerd tegen NCD en van die koppels ook geen bloedmonsters voor titeronderzoek ingezonden. Volgens het bedrijf zou het vaccineren van de kuikens de onderzoekresultaten beinvloeden. Omdat de kuikens na de proeven niet voor humane consumptie worden afgezet heeft het bedrijf een aantal jaren geleden van het PPE een ontheffing gekregen voor de verplichting om de koppels op salmonella te onderzoeken. Gemeend werd dat die ontheffing ook voor de NCD-regelgeving geldt, maar dat is niet het geval. Omdat het bedrijf wel in aanmerking komt voor een ontheffing van de NCD-verplichtingen heeft het tuchtgerecht volstaan met een berisping.
Drie vleeskuikenhouders werden veroordeeld omdat ze van twee koppels vleeskuikens vergeten hadden bloedmonsters naar de GD te zenden voor titeronderzoek. Twee van deze drie bedrijven hebben een omvang van ongeveer 50.000 kuikens. Zij kregen een boete opgelegd gekregen van 500 euro. De derde pluimveehouder heeft een bedrijf met 17.000 dieren en heeft een boete gekregen van 300 euro. Omdat de betrokken vleeskuikenhouders nog niet eerder door het tuchtgerecht zijn veroordeeld is de helft van de boetes voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
Verburg gedoogt hogere gasvormige verliezen per 2006
Varkens- en pluimveehouders mogen al vanaf 1 januari 2006 rekenen met hogere normen voor gasvormige stikstofverliezen.
Met die toezegging kwam minister Gerda Verburg vanmiddag tegemoet aan de wens van CDA, VVD en SGP.
Eerder deze week stelde Verburg nog de hogere forfaits met terugwerkende kracht te laten ingaan op 1 januari 2008. De wettelijke regeling past zij aan in deze zin, zei ze vanmiddag, maar in de praktijk zal worden gewerkt met 2006. Dat betekent dat varkens- en pluimveehouders vanaf 2006 minder boete hoeven te betalen.
De Kamer wilde een en ander wel zwart op wit, met het oog op eventuele juridische geschillen. Verburg zegde een briefje toe.
Ruim 31% van de pluimveehouders wil het bedrijf uitbreiden
Van de de pluimveehouders met minimaal 20 nge heeft meer dan 31% plannen om het bedrijf dit jaar uit te breiden. Die conclusie trekt het marktonderzoeksbureau AgriDirect op basis van een telemarketingactie onder bedrijven met minimaal 10.000 leghennen, 15.000 vleeskuikens of 5.000 stuks overig pluimvee. Van de vleeskuikenhouders heeft meer dan 35% plannen om het bedrijf te laten groeien. Onder legpluimveehouders geldt dat voor ruim 28%. De uitbreidingsplannen gaan in veel gevallen gepaard met renovatie van een stal of nieuwbouw.
Bijna 4% van de leghennenhouders heeft plannen om het bedrijf te beëindigen of af te bouwen. Onder vleeskuikenhouders ligt dat percentage op 5%.
CDA verwacht geen Europese toelating voor gechloreerd pluimveevlees
Binnen de Raad van ministers van de Europese Unie bestaat weinig steun voor het toelaten van de invoer van gechloreerd pluimveevlees uit de Verenigde Staten. Dat meldt CDA-Europarlementariër Esther de Lange. Zij vindt zelf dat wanneer de Amerikanen in Europa pluimveevlees willen verkopen ze moeten voldoen aan dezelfde productie-eisen als de Europese producenten.
"De Nederlandse pluimveesector investeert jaarlijks op basis van Europese regels meer dan 10 miljoen euro in een geavanceerde bestrijding van salmonella en andere ziektekiemen in de hele productieketen", aldus de europarlementariër. "Het toelaten van producten die niet aan deze eisen voldoen bedreigt de eerlijke concurrentie, die juist een hoeksteen zou moeten zijn van ons handelsbeleid."
Op de Duitse pluimveevleesmarkt loopt de afzet nog altijd overwegend goed. Voor vers pluimveeproduct tenderen de groothandelsprijzen opwaarts.
De meest recente prijsonderhandelingen leverden voor de producenten voor een deel opnieuw hogere uitbetalingsprijzen op voor kuikens en kalkoenen, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP op woensdag 18 juni 2008.
Kuikenvlees Hele kuikens worden bestendig gevraagd. Het zwaartepunt van de vraag ligt echter bij de kuikendelen. Als gevolg van het barbecueseizoen is met name de vraag naar verse kuikendelen als kuikenvleugels en kuikendijen goed.
Het Chinese landbouwministerie heeft dinsdag 17 juni 2008 een uitbraak van vogelgriep van het hoogpathogene type H5N1 bevestigd.
De uitbraak van H5N1 heeft zich voorgedaan in Yashan in de Zuid-Chinese provincie Kanton (Guangdong). Yashan ligt in de buurt van Hongkong. In Hongkong werd recentelijk H5N1 gevonden bij pluimvee op een pluimveemarkt.
Bij de H5N1-uitbraak in de provincie Kanton stierven ruim 3.800 eenden, 17.100 dieren zijn geruimd.
Sinds begin 2008 heeft China zeven vogelgriepuitbraken gemeld.
Vion verschaft zich met de aankoop van Grampian een belangrijke positie op de Britse markt.
Grampian is een van de grootste vleesbedrijven van het Verenigd Koninkrijk. Het Britse bedrijf verkeerde de laatste jaren in een moeilijke positie, als gevolg van een verkeerd uitgepakt expansiebeleid. De overname moet nog wel worden goedgekeurd door de Europese mededingingsautoriteit.
"Wij beschouwen de Britse markt als zeer aantrekkelijk. Op het gebied van gemaksvoeding zijn ze verder in ontwikkeling dan in Nederland. Wij als Vion willen juist in die markten toegevoegde waarde ontwikkelen", aldus directeur communicatie Marc van der Lee van Vion. Van der Lee verwacht niet dat veehouders in Nederland direct veel zullen merken van de aankoop. "Wij redeneren vanuit de markt. De zelfvoorzieningsgraad voor varkensvlees in Engeland is onvoldoende. Dat schept mogelijkheden."
Vion wil Grampian integreren met de andere Britse activiteiten in een nieuwe Vion-divisie Vion UK. De nieuwe divisie zal rechtstreeks bestuurd worden vanuit het Verenigd Koninkrijk en komt onder leiding van Ton Christiaanse. Peter Barr, voormalig voorzitter van de Britse Meat and Livestock Commission wordt bestuursvoorzitter van Vion UK. Vion heeft nu vier bedrijfsactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk, waaronder baconfabrikant Key Country Foods .
Hogere normen voor gasvormige verliezen veehouderij
Varkens- en pluimveehouders mogen met terugwerkende kracht (vanaf 1 januari 2008) rekenen met hogere normen (forfaits) voor gasvormige stikstofverliezen.
Dat meldt landbouwminister Gerda Verburg in een brief aan de Kamer. Tegelijk worden de normen voor kalveren, nertsen en konijnen verlaagd. Dat moet als het aan Verburg ligt gebeuren per 1 januari 2009. De minister baseert zich op een rapport van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM).
Verburg had de commissie om advies gevraagd na aanhoudende klachten uit de sector (met name de varkens- en pluimveehouderij) dat de regels uitgingen van te lage gasvormige verliezen.
De minister schrijft te willen blijven werken met vaste forfaits. Veehouders, die dat willen, mogen de gasvormige stikstofverliezen ook berekenen als percentage van de mestuitstoot.
Het besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren om Jos Ramekers te verzoeken aan te blijven als voorzitter van het Productschap Pluimvee en Eieren is slecht gevallen bij de vice voorzitter van het Productschap Vee en Vlees, de FNV'er John Klijn.
Volgens Klijn hadden de vakbonden FNV en CNV afgesproken dat ze zouden vasthouden aan één voorzitter voor beide productschappen. Klijn: "Dat had ik besproken met Bart Bruggeman van het CNV." De mededeling dat het PPE bestuur Ramekers wil behouden als voorzitter doorkruist dat idee. Ramekers heeft vandaag in de bestuursvergadering aangegeven dat hij terugkomt op het besluit om ook op te stappen als voorzitter van het PPE.
Bij de CNV vertegenwoordigers die de bestuursvergadering van het PPE hebben bijgewoond en hebben ingestemd met het genomen besluit, Willem Nijhof en Gerrit Mastenbroek is niets bekend over zo’n gemeenschappelijk standpunt. De FNV-vertegenwoordiger in het PPE bestuur J. Hendriks was gisteren niet aanwezig in de vergadering.
Vice-voorzitter Jan Wolleswinkel van het PPE stelt dat het bestuur een besluit heeft willen nemen. "We hadden het anders weer uit moeten stellen tot eind van deze maand en dan zijn andere bestuurders er weer niet. Het PPE heeft nooit een probleem gehad met Ramekers." De positie van de vakbonden FNV en CNV is van belang omdat zij in beide schappen beschikken over 50 procent van het stemrecht.
De pluimveemestcentrale BMC Moerdijk kampt nog met kinderziektes.
De biomassacentrale draait momenteel op 75 procent van de capaciteit, meldt projectmanager Freddy Meesters. De problemen in de centrale worden veroorzaakt door de verbrandingsketel die nog niet optimaal werkt. Dat heeft gevolgen voor de aanvoer van pluimveemest.
Orgafert, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de mestaanvoer, noemt de situatie 'even lastig.' "We kunnen nu minder mest plaatsen bij de fabriek maar de pluimveehouders die mest leveren, merken er niets van. De mest die niet naar de fabriek kan, wordt in de akkerbouw in binnen- en buitenland afgezet. Dit bezorgt ons wel extra kosten, maar uiteraard houd je daar bij het opstarten van het project rekening mee", zegt een woordvoerder.
De pluimveehouders betalen gewoon de normale contractprijs. Doordat het zomer is, kan de mest op dit moment gewoon bij de akkerbouwers worden geplaatst. Omdat een groot deel van de 8.000 ton mest die Orgafert wekelijks via pluimveemestcoöperatie DEP ophaalt gewoon naar BMC Moerdijk gaat, is er voldoende vraag naar pluimveemest.
Volgens planning zou deverbrandingscentrale eind mei worden opgeleverd als de centrale volledig zou werken. "De oplevering is voorlopig uitgesteld tot juli", aldus projectmanager Meesters.
Over de nog niet optimaal draaiende ketel zegt hij nog: "Een verbrandingsketel is een uniek exemplaar, waardoor je veel moet stellen om de verbranding te optimaliseren. Omdat we nooit eerder op deze schaal een pluimveemestverbrandingsketel hebben gebouwd, kost dit extra tijd." Door het afstellen moet het proces herhaaldelijk worden stilgelegd.
Sinds april is bij BMC Moerdijk 25.000 ton pluimveemest verbrand. Op jaarbasis moet bij de centrale 400.000 ton pluimveemest verbrand gaan worden. Meesters verwacht dat de ontstane achterstand deels is in te halen.
Het Britse kip- en kalkoenbedrijf Bernard Matthews gaat alle kalkoenen voortaan bij Britse fokkers halen.
Matthews werd vorig jaar getroffen door een uitbraak van vogelgriep waarbij een verband werd vermoed met een soortgelijke uitbraak in de buurt van haar eigen fokkerij in Hongarije.
Bernard Matthews, de grootste leverancier van kip- en kalkoenproducten op de Britse markt, wil beter tegemoet komen 'aan de veranderde houding van de consument'. In dat kader wordt op alle producten voortaan het land van herkomst duidelijk vermeld. Een betere traceerbaarheid maakt deel uit van het herstelplan na de problemen rond de vogelgriep die het bedrijf een groot bedrag aan omzet heeft gekost.
Bij een brand in het Limburgse Castenray zijn woensdagmrogen 60.000 kippen omgekomen.
De brand bij het bedrijf werd rond 7.45 uur ontdekt. De brandweer had de grote uitslaande brand om 9 uur onder controle. Er zijn geen mensen gewond geraakt bij de brand. De stal van 100 bij 25 meter is gecontroleerd uitgebrand. De oorzaak van de brand is niet bekend.
Agrosector gaat energie besparen én energie leveren
Convenant 'Schone en Zuinige Agrosectoren' ondertekend
Gisteren hebben de ministers Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Cramer van Ruimte en Milieu het convenant 'Schone en Zuinige Agrosectoren' met vele partijen in de agrosector ondertekend. In dit convenant maken de verschillende partijen afspraken over energiebesparing, gebruik en productie van duurzame energie en broeikasgasreductie. Het gaat om één van de sectorakkoorden die in de nota "Nieuwe energie voor het klimaat" - het uitgangspunt voor het klimaatbeleid in deze kabinetsperiode - was aangekondigd.
Op basis van het kabinetsprogramma Schoon en Zuinig moeten de agrosectoren meedoen aan de 2 procent energiebesparing per jaar, 30 procent broeikasgasreductie en 20 procent duurzame energie in 2020. In het convenant is uitgewerkt hoe men dat wil bereiken. De agrosectoren zien in het bijzonder kansen als het gaat om de productie van duurzame energie. Van de kabinetsdoelstelling van 20 procent duurzame energie in 2020 gaan de agrosectoren circa 40 procent leveren (ruim 200 PetaJoule). Die duurzame energie komt onder andere uit de co-vergisting van mest, vergisting van reststromen uit de voedings- en genotmiddelenindustrie, verbranding van snoeihout en restproducten uit de houtindustrie en uit windenergie. Daarmee komt groene stroom beschikbaar maar ook duurzame warmte en groengas. De agrosector is in Nederland goed voor zo'n 10 procent van het Bruto Nationaal Product en 10 procent van de werkgelegenheid.
De volgende partijen hebben het akkoord ondertekend: LTO-Nederland, LTO-glaskracht, Productschap Tuinbouw, Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI), Platform Agrologistiek, Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur, de Vereniging Platform Hout Nederland en het Bosschap. De minister van Economische Zaken (EZ) en de staatssecretaris van Financiën hebben het convenant ook ondertekend.
De mogelijkheden zijn groot, evenals de uitdaging om energie en economie te combineren. Andere energiebronnen en besparingen op CO2 uitstoot worden benut: van de vervanging van fossiele grondstoffen door groene grondstoffen, maar ook het programma 'Kas als Energiebron'.
De vervoerders in de agrologistiek gaan tot 2010 het aantal gereden kilometers met zo'n 14 miljoen beperken. De Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie gaat deelnemen aan de nieuwe opzet MeerjarenAfspraken Energie (MJA-3) en gaat zich inspannen om tot 2020 een energie-efficiency van 2 procent per jaar te bereiken. Reststromen uit de levensmiddelenindustrie worden beter benut door bij het splitsen van plantdelen voor de meeste hoogwaardige toepassingen te kiezen. Hierdoor kan een deel van de biomassa verwerkt worden tot duurzame energie. Dat kan tussen de 75 en 125 PJ opleveren.
De glastuinbouw gaat verder met vernieuwende ideeën voor energiebesparing én energiewinning. In 2020 moet zo'n 25 procent van de kassen 'semi-gesloten' zijn, dat wil zeggen: weinig gebruikmaken van aardgas, maar wel gebruikmaken van zonne-energie. In 2020 worden nieuwe kassen 'klimaatneutraal' gebouwd en is de sector energie- en warmteleverancier. De glastuinbouw streeft naar een aandeel duurzame energie van 20 procent in 2020. De glastuinbouwbedrijven, de Rijksoverheid en het Productschap Tuinbouw dragen bij aan de kosten van deze ontwikkelingen. In totaal gaat het tot 2012 om zo'n 1,3 miljard euro.
De akkerbouw, tuinbouw open teelt en de veehouderij gaan jaarlijks 2 procent energie besparen door zuinigere apparatuur, zuiniger machinepark en efficiencyverhoging. Bestaande energiesubsidieregelingen worden daarvoor ingezet. Deze sector streeft naar een verdubbeling van het aantal windmolens op land, rekening houdend met het landschap. In 2020 moet dat (door nieuwbouw en vervanging van oude windmolens) zo'n 12 PJ opleveren.
De verschillende sectoren in de veehouderij gaan de uitstoot van broeikasgassen verminderen, ze gaan mest scheiden ter vervanging van kunstmest en de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Ook komen er onderzoeksprogramma's voor precisie-bemesting.
Ook de bloembollen-, de bolbloemensector en de paddenstoelensector dragen hun steentje bij. Bij de MeerjarenAfspraken Energie gaan zij voor energiebesparing en energielevering van enkele procenten.
De bos- en houtsector draagt bij door restproducten van hout en snoeiafval, bermgras etc. te verwerken tot warmte en elektriciteit. Dat kan in 2020 zo'n 32 PJ opleveren. De sector draagt in totaal zo'n 600 miljoen euro bij aan het realiseren van de doelen.
NB. 1 PetaJoule (PJ) komt overeen met ongeveer het energieverbruik van 12.500 woningen.
Bij de Nederlandse vleeskuikenslachterijen gaat onder leiding van de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie (Nepluvi) in 2008 en 2009 monitoring van campylobacter plaatsvinden.
Het doel is om na te gaan of het besmettingsniveau gevaar voor de volksgezondheid oplevert. Naast het bestuur van de Nepluvi maakt ook het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) deel uit van de verantwoordelijke stuurgroep. Projectleider is Peter Vesseur, secretaris van de Nepluvi. De analyse en de verwerking van de gegevens kosten naar verwachting € 526.200, waarvoor de Nepluvi het PPE om subsidie vraagt. Per slachterij worden wekelijks van drie koppels drie karkassen bemonsterd.
Het onderzoek komt voort uit een convenant tussen de Nepluvi en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Die kondigde in 2006 een wettelijke norm voor campylobacter op vers pluimveevlees aan naar aanleiding van het aantal besmettingen bij mensen. Omdat de sector daarop besloot zelf onderzoek te doen naar de rol van pluimvee hierin speelt zagen de partijen voorlopig van de norm af.
Vorig jaar voerde de sector een pilot uit. "De pilot was vooral bedoeld om de meetmethode te ontwikkelen. Hoe de aanpak van campylobacter verder gaat hangt van de resultaten van de monitoring af", legt Vesseur uit. De monitoring moet aantonen of het niveau dat uit de pilot bleek representatief is voor alle slachtlocaties en gedurende het hele jaar.
Het is nog onduidelijk wanneer de monitoring begint. "We willen eerst de afspraken en de financiering rond hebben. Ik denk dat we na de zomer wel van start kunnen."
In Hong Kong is vogelpest aangetroffen van het type H5N1.
Het virus is gevonden in pluimveemest die bij drie verkoopkramen van kippen op een markt zijn verzameld. Waarschijnlijk is de mest afkomstig van kuikens die gekocht zijn in het binnenland van Hong Kong. De invoer van deze kuikens is inmiddels tijdelijk verboden. Lokale pluimveebedrijven mogen drie weken lang geen pluimvee verkopen. Het ministerie van voedsel heeft alle pluimveekramen op de markt geblokkeerd. De 2700 stuks pluimvee worden geruimd.
Het ministerie heeft op 64 andere markten geen vogelpest aangetroffen. In Hong Kong werd in 1997 de allereerste menselijke besmetting met H5N1 vastgesteld. In december vorig jaar werd ook H5N1 vastgesteld bij wilde vogels.
Dit heeft de vereniging Eipro bekend gemaakt. Te weinig pluimveehouders leveren nog eierprijzen aan voor een betrouwbare notering. Het bestuur van de vereniging heeft vandaag de nog resterende deelnemers van het besluit op de hoogte gesteld.
De Eipro-notering werd in 1995 opgericht, tegelijk met het ontstaan van de NOP Anevei eiernotering op het moment dat de Barneveldse eiernotering ophield te bestaan.
De Eipro-notering kwam tot stand op basis van de eierprijzen die deelnemende pluimveehouders in de voorgaande week ontvingen. De notering diende als controlemiddel of de eierhandel zich aan de NOP-richtprijzen hield en om op die manier ook meer inzicht te krijgen in de marges in de eierkolom.
In 1995 begon de vereniging met vijftig pluimveehouders, vorige maand waren er nog ruim twintig deelnemers. De laatste notering was die van week 15, in april.
Initiatiefnemer en voorziiter van de vereniging in de afgelopen 13 jaar is Helmus Torsius, legpluimveehouder in Putten. Hij betreurt het verdwijnen van de vereniging en de notering. "Er zat niets anders op. De laatste tijd waren er gewoon te weinig deelnemers om een goede notering op te kunnen maken. Dan moet je er mee stoppen."
Torsius wijst naar de zeer slechte gang van zaken in de legsector als belangrijke oorzaak voor het ter ziele gaan van Eipro. "De strijdlust is er helemaal uit onder de legpluimveehouders. er wordt veel van de bedrijven gevraagd. ze moeten veel investeren en er worden veel eisen aan ze gesteld waar op zich niets tegenover staat. veel pluimveehouders zijn dat moe, zo moe dat hun de strijdlust volledig is vergaan." Torsius denkt dat er de komende tijd een enorme sanering op gang komt in de legsector en dat er slechts enkele honderden bedrijven over zullen blijven. Het totale aantal leghennen in de sector zal niet terug lopen, zo verwacht hij.
Het Productschap Akkerbouw, het Productschap Zuivel, het Productschap Vee en Vlees, het Productschap Pluimvee en Eieren en het Productschap Tuinbouw willen nauw gaan samenwerken. Vanaf 2010 of 2011 moeten de schappen in één gebouw zijn gehuisvest. Het totaal aantal medewerkers gaat terug van 750 mensen nu naar 250 in 2015. Dat heeft voorzitter Theo Meijer van het Productschap Akkerbouw bekend gemaakt op de bestuursvergadering in Den Haag.
Uit Engeland is inmiddels bericht gekomen dat het hoogpathogene AI-virus dat op een legbedrijf in Shenington is aangetroffen, van het type H7N7 is.
De Engelse bestrijdingsmaatregelen beperken zich tot dusver tot maatregelen in een beschermings- en toezichtsgebied met een straal van respectievelijk 3 en 10 km rondom het besmette bedrijf. Op grond van artikel 16, vierde lid van richtlijn 2005/94 (bestrijdingsrichtlijn) kan de bevoegde autoriteit ook een buffergebied instellen. De Engelse autoriteiten hebben dat vooralsnog niet noodzakelijk gevonden. In dat verband heeft het ministerie van LNV met de Voedsel en Waren Autoriteit afgesproken dat ter bescherming van de Nederlandse pluimveestapel alle zendingen pluimvee die uit Engeland naar ons land komen en waarvan het herkomstadres minder dan 100 km van het besmette bedrijf ligt, op het bestemmingsadres in Nederland gecontroleerd zullen worden.
Volgens het KIP-systeem zijn in 2008 in totaal 37 zendingen eendagskuikens uit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland gekomen. Het betreft twee zendingen kalkoenouderdieren, drie zendingen eendenouderdieren, één zending vleeseenden, acht zendingen vleeskuikengrootouderdieren en 23 zendingen vleeskuikenouderdieren. Buiten deze zendingen eendagskuikens is is 2008 geen ander bedrijfsmatig gehouden pluimvee uit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland gekomen.
Hoewel het risico om AI-virus te verslepen bij vervoer van eendagskuikens beperkt is, worden betrokken bedrijven opgeroepen om in de huidige situatie extra alert te zijn op het naleven van goede hygienemaatregelen bij het importeren van pluimvee uit Engeland.
De eendagskuikens die geïmporteerd zijn uit de omgeving van het bedrijf waar vogelpest is vastgesteld in Engeland zijn verspreid over elf bedrijven in Nederland.
Dat meldt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Van een broederij op 20 kilometer afstand van het bedrijf in Shenington waar hoogpathogeen vogelpest van het type H7 is vastgesteld zijn in totaal elf vrachten eendagskuikens geëxporteerd naar Nederland. Deze kuikens zijn naar elf pluimveebedrijven in Nederland getransporteerd. "De bedrijven liggen verspreid over heel Nederland", aldus de VWA. Verdere details van de risicobedrijven wil de VWA niet geven.
De bedrijven worden vandaag en morgen bezocht door de VWA, waarbij de transportdocumenten worden gecontroleerd. Ook zullen de kuikens klinisch gecontroleerd worden. "Daarnaast zal er de komende weken nauw contact blijven met de veehouders", aldus de VWA.
De kans dat de kuikens het virus meegenomen hebben naar Nederland is volgens het ministerie van landbouw klein. "In het ei kunnen de kuikens niet besmet raken en zodra ze uitgekomen zijn, zijn de kuikens op transport gegaan", aldus LNV.
Vanmiddag is bekend geworden dat de AI-besmetting van een koppel leghennen in Shenington (Oxfordshire) veroorzaakt wordt door een hoog pathogeen virus van het type H7. Door welke N(euramidase) het virus gekarakteriseerd wordt is nog in onderzoek. Vanwege het bewijs dat het om een hoog pathogeen virus gaat zijn de maatregelen in het beschermingsgebied (3 klm) verscherpt.
De CVO van het Verenigd Koninkrijk heeft voorts laten weten dat het virus vooralsnog niet bij andere (buurt- of contact) bedrijven is aangetroffen.
Omdat nu duidelijk is dat het om een hoog pathogeen virus gaat heeft het Ministerie van LNV vanmiddag via een persbericht bekend gemaakt dat vrachtauto's die terug komen uit het Verenigd Koninkrijk en daar pluimvee of broedeieren hebben vervoerd, binnen 24 uur na terugkomst in Nederland op een geregistreerde wasplaats gereinigd en ontsmet moeten worden. De vervoerder moet binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland een BEWIJS VAN REINIGING EN ONTSMETTING (formulier nr. 407137) overleggen aan het Bureau Veetransport p/a VWA regio Noord. Daarop moeten de datum en het tijdstip van de reiniging en ontsmetting vermeld zijn en het kenteken van het vervoermiddel. Het bewijsstuk moet vervolgens in het vervoermiddel bewaard worden.
Bovendien is besloten dat de VWA zeer binnenkort de pluimveebedrijven zal bezoeken waar de elf recent uit Engeland geïmporteerde koppels eendagskuikens zijn geplaatst.
Op basis van de huidige situatie in Engeland is het volgens LNV vooralsnog niet noodzakelijk om een afscherm-, c.q. ophokplicht in Nederland in te stellen.
Met vriendelijke groeten, Henk Hulsbergen
Wetenschappers brengen genetische codering van 150 vogelgriepsoorten in kaart
Wetenschappers verbonden aan de onderzoeksinstelling van het Amerikaanse ministerie van landbouw hebben de complete genetische codering in kaart gebracht van 150 verschillende soorten vogelgriep. Door de codering in kaart te brengen hopen de wetenschappers meer inzicht te krijgen in de ontwikkeling van het virus dat vooral voor vogels, maar ook voor mensen schadelijk kan zijn.
In aansluiting op het mailbericht van vanmorgen heeft het ministerie van LNV meegedeeld dat het besmette bedrijf in Shenington (VK) een legbedrijf is met een uitloopsysteem.
Opvallend is het dat het in dit geval om het virustype H7 gaat, terwijl de laatste uitbraken in Engeland (kalkoenen in Norwich en zwanen in Dorset) steeds om het type H5 ging. Een ander opvallend feit is dat het opnieuw om pluimvee gaat dat buiten liep.
VWA heeft inmiddels uitgezocht welke pluimveetransporten de laatste tijd uit de omgeving van het besmette bedrijf naar Nederland zijn gekomen. Het blijken 11 transporten met eendagskuikens te zijn die als herkomstadres een broederij in Stratford upon Avon hebben. De afstand tussen Shenington en Stratford upon Avon bedraagt 27 km. Omdat het eendagskuikens betreft die rechtstreeks vanaf een broederij zijn vervoerd naar Nederland mag aangenomen worden dat het verslepingsricico van deze transporten vrijwel nihil is. Het blijft echter van belang dat bij toekomstige pluimveetransporten rekening wordt gehouden met de vervoersberperkingen in Engeland en dat zodanige hygiënemaatregelen worden genomen dat de kans dat AI-virus wordt meegenomen naar Nederland vrijwel is uitgesloten. Datzelfde geldt overigens ook voor menselijke contacten met de Engelse pluimveesector.
Gisteren, 3 juni 2008, heeft het Engelse ministerie voor Milieu, Voeding en Plattelandsaangelegenheden (DEFRA) bekend gemaakt dat op een bedrijf (Eastwood Farm) met 25.000 stuks pluimvee in Shenington (Oxfordshire) AI van het type H7 is vastgesteld. Shenington ligt 5 km ten wensten van Banbury en ongeveer 25 km ten noorden van Oxford. Defra heeft, conform de EU-bestrijdingsrichtlijn een beschermingsgebied (straal 3 km) en een toezichtsgebied (straal 10 km) ingesteld. Voor de gebieden gelden diverse beperkende maatregelen. Zo is vervoer van pluimvee en eieren alleen met toestemming mogelijk en in het totale 10 km gebied geldt een ophok-, c.q.afschermgebod bvoor pluimvee.
Zodra meer gegevens bekend zijn over de uitbraak en over eventuele risico's die de Nederlandse pluimveesector loopt door contacten die in het recente verlesden hebben plaatsgevonden, zal ik u informeren.
In tegenstelling tot eerdere informatie over het voornemen van de Europese Commissie om decontaminatie van pluimveevlees toe te staan, hebben alle lidstaten zich maandagavond tegen het voorstel uitgesproken. Het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) is heel tevreden over deze uitspraak. De Commissie beraadt zich nu over verdere actie; het PPE zou het vreemd vinden als het uiteindelijke besluit nog anders uit zal pakken.
Het voorstel, met betrekking tot toelating van 4 ontsmettingsmiddelen, stuitte op veel tegenstand in de vergadering van het Permanent Veterinair Comite (tegenwoordig SCOFCAH) in Brussel. Vrijwel iedere lidstaat die aanwezig was, heeft haar zorgen geuit over het voorstel. Volgens de lidstaten doet het voorstel de inspanningen van de Europese sector tekort. Vervolgens is er te weinig tijd om een gedegen oordeel te vellen en op het gebied van gezondheid en milieu moet het voorzorgsbeginsel worden toegepast. Nederland heeft naar voren gebracht dat de wetenschappelijke rapportages nog veel openingen laten en dat de veiligheid van mens, dier en milieu voorop moet staan.
Uiteindelijk is in de vergadering van het SCOFCAH gestemd over het voorstel waarbij alle aanwezige lidstaten tegen hebben gestemd (met uitzondering van Groot-Brittannie dat zich heeft onthouden van stemming).
Volgende week dinsdag 10 juni heeft het PPE een overleg met de verantwoordelijke Europese Commissie ambtenaar om te horen welke eventuele vervolgstappen de Commissie voornemens is te nemen