Na een onderzoek naar vogelpest in Vietnam heeft een team van de wereld gezondheidsorganisatie WHO een kleine verandering ontdekt in het virus H5N1. Duidelijk uit het onderzoek werd wel dat het virus nog niet effectiever wordt overgebracht van pluimvee naar de mens. De verandering in het virus zorgt er echter wel voor dat het minder snel ontdekt wordt bij pluimvee. De experts melden dat er een strenge controle moet blijven, omdat het virus vrij snel kan veranderen.
People's Daily Online
Consumptie kip en kalkoen nam in eerste kwartaal flink toe
De Nederlandse huishoudens hebben in het eerste kwartaal van 2005 veel meer pluimveevlees gekocht dan in hetzelfde kwartaal van vorig jaar. De aankopen van kip namen met bijna 7% toe; die van kalkoen met ruim 20%. Dit ging ten koste van de aankoopvolume van roodvlees. Dit viel sterk terug, mede doordat de prijzen over de gehele linie stegen. De prijzen van kip en kalkoen daalden daarentegen, wat een toename van het aankoopvolume van deze soorten tot gevolg had. Dat schrijven de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren in een uitgave van Sectorinfo Pluimvee en Eieren Bij kalkoen speelde overigens het feit dat de Paasaankopen dit jaar wel en vorig jaar niet in het eerste kwartaal vielen een belangrijke rol. Daardoor bleef ook de verkoop van producten als rollade, biefstuk en gourmetpakketten op peil. Bij kip was het vooral kipfilet dat voor de volumestijging verantwoordelijk was. Dit product werd veelvuldig als actieproduct ingezet door de supermarkten. Dit verklaart ook dat het aandeel van naturel tegen de trend in toenam in het eerste kwartaal van dit jaar.
Het marktaandeel van de supermarkten in de huishoudelijke markt van pluimveevlees nam met twee procentpunten toe tot bijna 85%. De speciaalzaken proberen het verlies aan marktaandeel in de verkoop van vlees te compenseren door bijvoorbeeld verbreding van het assortiment of het aanboren van nieuwe afzetkanalen, zoals de partycatering.
Inmiddels wordt bijna 88% van het pluimveevlees voorverpakt verkocht. Een jaar geleden was dit nog circa 86%. De markt van kant-en-klaar-maaltijden kende een opvallende daling in het eerste kwartaal. Tegen de trend van de laatste jaren in viel het aankoopvolume met maar liefst 6% terug. De categorie 'houdbare maaltijden' liep de grootste klappen op. Ook vleessnacks met brood kenden tegen de trend in een sterke daling van het aankoopvolume.
Geen enkele pluimveeslachterij in de wereld kan pluimveevlees leveren dat vrij is van campylobacter en salmonella. Niemand weet hoe vlees vrijgemaakt kan worden van deze bacteriën. Dat stelt Jan Odink, voorzitter van de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie ( Nepluvi). Het kabinet houdt vast het verkoopverbod van vlees met van campylobacter en salmonella per 1 januari 2007, meldden de ministers Veerman ( landbouw) en Hoogervorst ( volksgezondheid).
Hoewel de marktsituatie voor vleeskuikenhouders en slachterijen dit jaar is verbeterd, maakt de Nederlandse pluimveevleessector zich grote zorgen over haar toekomst. De uitspraak van het WTO-panel over gezouten kipfilet en de ontwikkelingen in de WTO-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel kunnen op relatief korte termijn leiden tot de invoer van grote hoeveelheden kipfilet uit derde landen tegen zeer lage prijzen. De Nederlandse sector wil daarom dat een aantal acties versneld genomen worden. De zorgen over de toekomst zijn geuit in de vergadering van de Task Force invoer in de pluimveevleessector van het Productschap Pluimvee en Eieren. De Task Force heeft besloten op korte termijn een internationaal overleg te organiseren met diverse nationale organisaties uit andere lidstaten en de Europese private organisaties (AVEC en COPA). (Bron: PVE)
DEN HAAG (ANP) - Minister Hoogervorst(Volksgezondheid) en zijn collega Veerman (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) gaan door met hun plannen om de verkoop van vlees met salmonella of campylobacter per 1 januari 2007 te verbieden. De bacterie salmonella is samen met de campylobacter de belangrijkste veroorzaker van voedselinfecties bij mensen. Dat schreven zij donderdag in een brief aan de Tweede kamer. Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat de campylobacter jaarlijks bij 80.000 mensen een infectie veroorzaakt. Ongeveer zestig patiënten krijgen verlammingsverschijnselen. De jaarlijkse kosten door onder meer ziekteverzuim bedragen volgens het RIVM zo’n 21 miljoen euro. Uit het onderzoek blijkt ook dat contact met dieren veel vaker de besmetting veroorzaakt dan verwacht. Dit is in grofweg 60 procent van de besmettingen het geval en geldt vooral voor contact met jonge dieren. Het gaat dan om onder meer honden, katten, landbouwdieren en dieren op kinderboerderijen. In 20 tot 40 procent is besmet kippenvlees de boosdoener. In circa 16 procent van de gevallen heeft de patiënt de bacterie meegenomen van een trip naar het buitenland. Hoogervorst wil de Nederlanders echter niet verbieden met dieren om te gaan of naar het buitenland af te reizen. Hij vindt dat de mensen uit risicogroepen (kinderen, zwangere vrouwen en ouderen) goed voorgelicht moeten worden over de risico’s. Het is daarna aan hen of aan hun ouders om een verantwoorde beslissing te nemen. Over het verbod op de verkoop van met salmonella of campylobacter besmet vlees aan consumenten schrijven de ministers dat zij wel eerst meer willen weten over de technische mogelijkheden voor de sector om het vlees van deze bacteriën te vrijwaren. Of hoe het verbod moet worden gehandhaafd. Ze zoeken ook uit hoe voorkomen kan worden dat in Nederland verboden vlees alsnog verkocht wordt in het buitenland. De ministers houden echter wel degelijk vast aan het uitgangspunt dat er vanaf 1 januari 2007 geen besmet rauw vlees meer in de schappen van de winkels mag liggen. Daarvoor moeten ze het verbod voor 31 december 2005 in Brussel aankondigen. Dat aankondigen is een ingewikkeld proces, waarmee ze deze maand nog beginnen. Dan kan het kabinet altijd nog in een later stadium besluiten of een verbod wel nodig is.
Ondanks moeilijke tijden blijft de pluimveehouderij innovatief en toekomstgericht, zeker op gebied van huisvesting. Mogelijkheden om de dieren goed onderdak te bieden zijn er volop en de ontwikkelingen gaan telkens verder. In Pluimveehouderij een bescheiden greep. Twee bedrijfsadviseurs, Marco van Veldhuisen (JPE) en Bert Janssen (Pingo Poultry) schetsen hoe hun ideale leghennen-, resp. vleeskuikenstal er uit ziet als ze de vrije hand zouden hebben. Verder zijn er in bouw en exploitatie duurdere en goedkopere oplossingen. Boogstallen bijvoorbeeld zijn relatief goedkoop in bouw, maar zijn ze dat ook in exploitatie? En er zijn pluimveehouders die op twee paarden wedden. Zo richtte een legvermeerderaar zijn stal in met grote kooien, maar zet deze kooien open zodat deze inrichting ook als volièresysteem kan worden gebruikt. Een uiterste in techniek en investering in de vleeskuiken- houderij is het VBS-systeem; tegendraads en toekomstgericht tegelijk. Is er perspectief voor dit huisvestingssysteem, mede gezien de te verwachten ontwikkelingen op het gebied van milieu en welzijn op nationaal en internationaal (EU) niveau? En dan is er nog de ScanFeeder, een mobiel voer- en drinkwatersysteem voor kalkoenen, vleeskuikens en eenden. Ondanks de vele voordelen is het vrij stil rond dit systeem. Hoe komt dat?
Als de CDU/CSU dit najaar in Duitsland de parlements- verkiezingen wint en in de regering komt, wordt de overgangstermijn waarbinnen leghennenhouders moeten omschakelen van kooihuisvesting op een alternatief systeem, verlengd tot 2013. Nu loopt die termijn nog tot 2007.
,,Nog steeds zien we koppels vleeskuikens met geringe luchtwegverschijnselen, die na verloop van tijd een ernstig E.Coli of OR beeld ontwikkelen,’’ aldus Richard Rietema, pluimveedierenarts GPN. Zie ook de internetsite van GPN. Vaak zijn deze koppels lastig te behandelen. Rietema dringt er op aan een ogenschijnlijk gering probleem in een koppel serieus te benaderen. ,,De eerste schade is vaak de kleinste schade.’’
Oproep van de Pluimveehouderij
Bij het blad Pluimveehouderij van vorige week vond u een enquêteformulier. Velen hebben inmiddels het formulier ingevuld en in de retourenveloppe teruggestuurd. Maar zoals bij elke enquête: de respons kan niet hoog genoeg zijn. Hebt u het formulier nog niet ingevuld en opgestuurd, dan is ons verzoek dat alsnog te doen. Als 't even kan voor 1 juli. Bij voorbaat dank, want uw mening over Pluimveehouderij en wat daarmee samenhangt wordt zeer op prijs gesteld.
Consumenten weten weinig van dierenwelzijn, hebben een laag vertrouwen in de veehouderij, geven ten aanzien van een verbetering van het dierenwelzijn de voorrang aan meer ruimte voor het dier, voelen zichzelf deels verantwoordelijkheid voor het verbeteren van dierenwelzijn, maar laten zich toch ook door de prijs leiden. Dit blijkt uit een consumentenonderzoek dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft laten houden. Het onderzoek diende als basis voor de elfde bijeenkomst van het LNV Consumentenplatform over het welzijn van koeien, varkens en kippen. Het ministerie van LNV wilde van het Consumentenplatform horen wat consumenten vinden over dierenwelzijn, wat zij daar zelf aan willen bijdragen en wie verantwoordelijk is voor de verbetering van dierenwelzijn. Het ministerie van LNV zal de aanbevelingen van het platform en de bevindingen uit het onderzoek waar mogelijk meenemen in de beleidsontwikkeling. Het Consumentenplatform beveelt aan om het vertrouwen van de consument in de veehouderij te herstellen. Volgens het Consumentenplatform kunnen boeren hierbij de sleutel vormen door hun deuren te openen voor geïnteresseerden. Uit het onderzoek bleek overigens dat de consumenten de veehouderij als totaliteit wantrouwden, maar niet de individuele boer. Het Consumentenplatform stelde daarnaast dat de overheid de verantwoordelijkheid voor het verbeteren van dierenwelzijn niet alleen bij de consument kan neerleggen: het gaat volgens het platform om een publieke zaak. Ook het bedrijfsleven en de overheid zelf hebben hun verantwoordelijkheid. Het Consumentenplatform vindt daarnaast het prijsverschil tussen reguliere en biologische producten te groot, waardoor consumenten zich toch door de prijs laten leiden. De overheid zou daarom innovaties moeten stimuleren en faciliteren om een middensegment te creëren: wel diervriendelijk, maar niet biologisch. Wel is het zo dat de markt de consument moet verleiden om te kiezen voor welzijnsvriendelijk vlees en niet andersom. Het Consumentenplatform beval tenslotte aan om de voornaamste exportlanden, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, nauwer te betrekken bij het Nederlandse dierenwelzijnsbeleid.
In het onderzoek konden de ondervraagden aangeven welke partijen ze verantwoordelijk achten voor de verbetering van dierenwelzijn (meerdere antwoorden mogelijk): 21% van de ondervraagden acht zichzelf verantwoordelijk, 64% vindt dat overheid verantwoordelijk is en 47% de boer. Consumenten blijken meer informatie te willen hebben over de achtergrond van hun vlees. 74% van de ondervraagden wil weten of het vlees diervriendelijk is geproduceerd, maar 24% ook niet. Als redenen om het niet te willen weten wordt geantwoord dat men denkt dat het wel goed geregeld is met het dierenwelzijn in Nederland of dat men dan vreest geen vlees meer te willen eten: 'Als je niet vegetarisch bent, wil je toch helemaal niet weten hoe je vlees wordt geproduceerd.' Consumenten weten nu niet goed hoe ze kunnen zien of vlees diervriendelijk is geproduceerd. Sommigen vragen het aan de slager, anderen denken dat het op het etiket staat en sommigen maakt het niet uit. Als het op het etiket zou staan, zou 71% vaker diervriendelijk vlees kopen. Een aantal mensen denkt dat diervriendelijk geproduceerd vlees lekkerder is.
De Nederlandse rundersector bestond in 2004 uit ruim 38.000 bedrijven en bijna 3.8 miljoen runderen. Rundvlees heeft een aandeel van 21% van het totale vleesverbruik in Nederland. Varkensvlees is het meest verkochte vlees in Nederland: in 2004 at de Nederlander gemiddeld 42.3 kg varkensvlees per persoon. In 2004 waren er 11.2 miljoen varkens. Het aantal vleeskuikens was in 2004 44.3 miljoen en er waren 27 miljoen leghennen. De Nederlander at in 2004 22 kg kip per persoon.
De resultaten van het consumentenonderzoek zijn te vinden op www.minlnv.nl/consumentenplatform. Het Consumentenplatform, ingesteld door de minister van LNV, is voor het eerst bijeengekomen in 2002. Het doel is de wensen en zorgen van consumenten in kaart te brengen over de onderwerpen waarmee het ministerie van LNV zich bezighoudt. Het ministerie gebruikt indien mogelijk deze wensen en zorgen om bestaand beleid aan te passen en/of bij het opzetten van nieuw beleid.
Kalkoenhouders willen niet meebetalen aan welzijnsonderzoek
De kalkoenhouders willen niet meebetalen aan een literatuurstudie naar ingrepen bij pluimvee. Dit onderzoek, uit te voeren door Praktijkonderzoek door de Animal Sciences Group van Wageningen UR in Lelystad, moet duidelijk maken welk binnen- en buitenlands onderzoek er is gedaan naar de gevolgen van ingrepen bij leghennen, kalkoenen, vleeskuikenouderdieren en legouderdieren op onder meer gedrag en welzijn, en naar mogelijkheden om dieren zonder ingrepen te houden. De kosten van dit onderzoek zijn begroot op € 29.000, te verdelen over de sectoren leghennen, kalkoenen en ouderdieren. De kalkoenhouders willen niet meebetalen omdat het bestuur van deze NOP-kring onlangs heeft besloten alleen nog geld te steken in rendementsonderzoek. ,,Bovendien is er al veel over ingrepen bij kalkoenen bekend’’, zei kringvoorzitter Henk Jenniskens vorige week woensdag tijdens de landelijke NOP-vergadering. ,,Ik heb allerlei informatie hierover op de plank liggen. Die kunnen ze zo krijgen.’’
PEKING (ANP) - China heeft een nieuwe uitbraak van de vogelgriep in het land gemeld. Daardoor zijn in de noordwestelijke regio Xinjiang inmiddels 128 ganzen en eenden geïnfecteerd, waarvan er 63 zijn gestorven. Dat maakte de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) dinsdag bekend. Het is de derde uitbraak van vogelgriep in drie maanden.
Nultolerantie Campylobacter technisch en economisch niet haalbaar
Een absolute nultolerantie voor Campylobacter is in Nederland technisch en economisch niet haalbaar. Het aantal mogelijke besmettingsroutes is daarvoor eenvoudig te groot. Omdat de meeste besmettingen via de consumptie van kippenvlees verlopen kan de aandacht het beste hierop gericht worden. Vooral een combinatie van decontaminatie met bijvoorbeeld melkzuur en technische maatregelen om verspreiding van mest tijdens het slachten tegen te gaan lijken een gunstige kosten/baten verhouding te hebben. Bacteriën van het geslacht Campylobacter vormen een belangrijk volksgezondheidsprobleem in Nederland. Zij veroorzaken jaarlijks ruim 100.000 gevallen van gastroenteritis, 6.000 gevallen van reactieve artritis, 60 gevallen van het Guillain-Barré syndroom en enkele tientallen sterfgevallen. De maatschappelijke kosten worden op circa 21 miljoen euro geschat.
Omdat inzicht in de effectiviteit en kosten van maatregelen ter bestrijding van Campylobacter ontbrak heeft het Rijksinstituut voor Volkegezondheid en Milieu (RIVM) in 2001 het grootschalige, ruim vier jaar durende, project CARMA opgezet. Daaruit blijkt dat de meeste ziektegevallen (20 tot 40%) terug te voeren zijn op de consumptie van kippenvlees.
Maatregelen op de boerderijen Reductie van de besmetting op de boerderij zou in theorie zeer effectief kunen zijn, ware het niet dat de besmettingsroutes op de boerderij nog onduidelijk zijn. Daardoor zouden de kosten van nieuwe hygiëne maatregelen erg hoog kunnen zijn. Het implementeren van al bestaande standaarden voor hygiënevoorzieningen en vooral het bevorderen van een consistent gebruik ervan zou al een goede stap zijn.
Maatregelen in de slachterijen Doostraling zou erg effectief zijn, maar is veel te duur en stuit mogelijk op bezwaren van de consument. Ook aanvriezen, invriezen of hittebehandelingen zijn duurder en/of minder effectief dan decontaminatie (ontsmetting) van besmette kioppels met bijvoorbeeld melkzuur. Daarnaast blijkt een reductie van de mestlekkage het meest effectief.
Overige maatregelen Zowel vanuit het oogpunt van volksgezondheid als ten aanzien van de concurrentiepositie van de Nederlandse pluimveesector is het van belang om de bovengenoemde maatregelen in Europees niveau te implementeren. Omdat de lusten (consumenten, werkgevers en verzekeraars) en de lasten (pluimveeketen) niet eerlijk verdeeld zijn zou er een compensatieregeling overwogen kunnen worden.
In Vietnam zijn op een pluimveebedrijf in Ben Tre 6.000 kippen besmet met het vogelpestvirus. Meer dan 4.000 kippen zijn gestorven vanwege het H5N1-virus. Het is de eerste uitbraak van vogelpest in Vietnam in drie maanden. De laatste tijd zijn er in Vietnam wel mensen besmet geraakt met het virus. De autoriteiten meenden de ziekte op pluimveebedrijven onder controle te hebben door grootschalige vaccinaties. Op het getroffen bedrijf zijn alle kippen gedood.
LUXEMBURG - De EU-landen moeten harder optreden tegen vogelpest. Voortaan moeten de landen ook laagbesmettelijke varianten bestrijden, zo heeft de Europese Commissie maandag voorgesteld. De laagbesmettelijke variant kan zich namelijk ontwikkelen tot de hoogbesmettelijke virus. Dat bleek onder meer bij de laatste uitbraak in Nederland, waarbij eenderde van de Nederlandse kippen moest worden afgemaakt. Minister Veerman (Landbouw) is "uitermate tevreden" over het voorstel van Europees Commissaris Kyprianou (Dierenwelzijn), dat mede op de Nederlandse ervaringen is gebaseerd. Hij is bovendien tevreden dat het voorstel uitzonderingen maakt voor bepaalde hobbydieren van particulieren.
Europese Commissie komt met nieuw voorstel inzake vogelpest
Vandaag komt de Europese Commissie met een nieuw voorstel voor een betere bestrijding en voorkoming van vogelpest. Het voorstel moet tevens de risico’s voor de volkgezondheid verminderen. In verband daarmee zijn er regels opgesteld door de Commissie. De regels moeten zorgen voor een zo goed mogelijke bestrijding van hoog patogene Aviaire influenza. De regels die op dit moment gelden voor de vogelpestbestrijding dateren uit 1992. Tijdens verschillende uitbraken van de ziekte na 1992 bleken de regels ernstig tekort te schieten. Vooral op het gebied van de bestrijding van laag pathogene AI en op het gebied van vaccinatie, volksgezondheid en hobbydieren ontstonden problemen.
Nederlanders voelen zich deels verantwoordelijk voor dierenwelzijn
Nederlandse consumenten weten weinig over dierenwelzijn, hebben weinig vertrouwen in de veehouderij en vinden meer ruimte voor het dier belangrijk bij de verbetering van het dierenwelzijn. Verder voelen consumenten zichzelf deels verantwoordelijk voor verbetering van dierenwelzijn, maar laten zij zich ook door de prijs leiden. Dat zijn enkel conclusies van het Consumentenplatform van het ministerie van LNV. Het Consumentenplatform is in juni 2005 voor de elfde keer bijeen geweest. Deze keer om te spreken over dierenwelzijn onder het motto 'Dierwelzijn, willen we dat weten?' Het ging in de discussie over het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren op de boerderij. Transport en slacht zijn buiten beschouwing gelaten.
Consumenten zelf verantwoordelijk voor dierenwelzijn Uit het consumentenonderzoek blijkt dat consumenten vinden dat ze ook zelf verantwoordelijk zijn voor het welzijn van koeien, varkens, schapen en kippen. Maar ze weten niet goed hoe ze die verantwoordelijkheid vorm moeten geven. Ze hebben het gevoel dat ze niets kunnen doen. De overheid en supermarkten spelen echter ook een rol bij het verbeteren van dierenwelzijn. Supermarkten zouden meer diervriendelijke producten moeten verkopen en aanprijzen. Consumenten realiseren zich wel dat maatregelen om het dierwelzijn te vergroten geld kosten en dat het vlees daardoor duurder wordt.
Weinig kennis Consumenten hebben over het algemeen weinig kennis over de veehouderij en het welzijn van landbouwhuisdieren. Uit het onderzoek blijkt dat veel consumenten denken dat koeien er wat welzijn betreft beter aan toe zijn dan kippen en varkens, omdat koeien 's zomers lekker in de wei staan. Opvallend was dat er binnen het panel weinig behoefte was aan meer informatie over het dierenwelzijn, omdat ze dan helemaal geen vlees meer zouden eten. Consumenten willen er op kunnen vertrouwen dat alles in orde is.
Diervriendelijk vlees Een van de vragen in het onderzoek was, hoe kun je zien of het vlees diervriendelijk is: 29% van de respondenten gaf als antwoord op het etiket, 25% had geen idee en 17% dacht dat het niet te zien was. De overigen dachten aan informatie van de slager of een keurmerk. Wanneer het duidelijker op het etiket zou staan, zou 71% vaker diervriendelijk geproduceerd vlees kopen, 24% maakt het niet uit. Een zelfde aantal mensen hoeft niet te weten of het vlees diervriendelijk geproduceerd is omdat deze groep onder meer denkt dat het wel goed geregeld is in Nederland. Bijna driekwart van de respondenten wil het wel weten.
Dierenwelzijn in Nederland Op de vraag hoe staat het met het dierenwelzijn in Nederland denkt 54% van de respondenten dat het redelijk tot goed gaat, 36% dat het er niet goed of zelfs slecht mee gesteld is. Stedelingen hebben vaker een negatief beeld dan mensen van het platteland. Permanent de beschikking hebben over voldoende drinkwater (74%), de mogelijkheid om buiten te kunnen lopen (64%) en de kwaliteit van de voeding (57%) blijken voor de respondenten belangrijke voorwaarden voor dierenwelzijn.
Verantwoordelijkheid Een ruime meerderheid van de respondenten (64%) houdt de overheid verantwoordelijk voor het verbeteren van het dierenwelzijn, de helft houdt de boer verantwoordelijk en slechts 29% zich zelf. Bijna driekwart meent dat het dierenwelzijn kan worden verbeterd door het eten van biologisch vlees, minder of geen vlees eten of op een andere manier boodschappen doen. 15% heeft geen idee hoe het dierenwelzijn kan worden verbeterd.
Aanbevelingen van het Consumentenplatform Het Consumentenplatform vond dat het prijsverschil tussen reguliere en biologische producten nu te groot is. De overheid zou daarom volgens het platform innovaties moeten stimuleren en faciliteren om een middensegment te creëren: wel diervriendelijk, maar niet biologisch. Daarmee gaf het Consumentenplatform aan dat consumenten en de overheid een belangrijke verantwoordelijkheid hebben in het verbeteren van dierenwelzijn, maar dat ook bijvoorbeeld supermarkten nog meer verantwoordelijkheid moeten nemen.
Ook beval het Consumentenplatform aan om de voornaamste exportlanden, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, nauwer te betrekken bij het dierenwelzijnsbeleid. Als ook de Duitse en Engelse consument meer eisen aan dierenwelzijn gaat stellen, zal de Nederlandse markt daar vanzelf op inspringen. Als alleen de Nederlandse consument dat eist zal er wel iets veranderen, maar niet genoeg.
Zeker 26 mensen in Duitsland zijn besmet geraakt met papegaaienziekte. Het betreft hier een vorm van longontsteking, die vooral voorkomt bij kooivogels. De besmetting van de mens gebeurt door inademing van geïnfecteerde stofdeeltjes afkomstig van de vogels. De mensen die zijn getroffen zijn alle houders van pluimvee. De ziekte is terecht gekomen in de deelstaten Thüringen en Saksen Anhalt door illegale handel. Vorige week werd de ziekte voor het eerst ontdekt bij een handelaar met zo’n 1.000 siervogels.
Veel weerstand tegen omschakelen Veel pluimveehouders hebben al afscheid genomen van de traditionele kooihuisvesting, maar er zijn ook veel pluimveehouders die een omschakeling helemaal niet zien zitten. Agro Management Tools deed onderzoek naar de zaken die de pluimveehouders beïnvloeden bij het nemen van besluiten over omschakelen.
Opfrisbeurt kostprijsberekening kuikenvleessector De kostprijsberekening van de kuikenvleessector was aan aanpassing toe. Vier werkgroepen uit de sector hebben in overleg met medewerkers van het LEI en het Praktijkonderzoek voor een actualisatie zorg gedragen. In alle vier schakels is de kostprijs ietsje gedaald.
Totaalbestrijding vogelmijt Chemische middelen zijn een doodlopende weg in de strijd tegen de vogelmijt (ofwel bloedluis). Het Praktijkonderzoek denkt dat het anders kan. Met een viersporenplan valt de vogelmijt te bestrijden. Heel belangrijk daarbij is dat al in een vroeg stadium wordt ingegrepen.
Voorzitter Ad Kon heeft van de eerste algemene ledenvergadering van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, maandag in Heteren, gebruikgemaakt om zich in diverse richtingen kritisch te uiten. Zo meent Kon dat de eierhandel mede schuld draagt aan de lage eierprijs. Ook roept hij het PPE op tot het stoppen van de DGF-heffing.
De NVP voldoet aan de criteria voor een zetel in het PPE-bestuur. De vakbond heeft hierover maandag een brief ontvangen van de Sociaal Economische Raad (SER). De NVP is voldoende representatief, zo luidt het oordeel.
Een totale blokkade bij AI-verdenking is onverstandig, vindt de LLTB-vakgroep Pluimveehouderij. ‘Dan meldt niemand verhoogde uitval of verminderde voeropname’, aldus bestuurder Theo Coumans. Hij acht quarantaine met gecontroleerde afvoer beter.
Pluimveehouders hebben antibiotica nodig om salmonella te bestrijden. Met een verbod verliezen de kippenhouders het laatste redmiddel om de bacterie te lijf te gaan, meent voorzitter J. Wolleswinkel van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP). De Europese Commissie zint op een verbod op of een drastische beperking van het gebruik van antibiotica in de pluimveehouderij. De maatregel is nodig om te voorkomen dat de bacterie resistent wordt voor het middel en zo ook niet meer te gebruiken als mensen het nodig hebben. Minister Veerman van Landbouw heeft de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvB) advies gevraagd over de Brusselse plannen, liet hij de Tweede Kamer donderdag weten. (anp)
Bij een medewerker van een pluimveebedrijf op het Indonesische eiland Sulawesi is het vogelperstvirus H5N1 aangetroffen. Indonesië is het vierde land waar het virus van pluimvee op de mens is overgesprongen. In Vietnam, Thailand en Cambodja zijn sinds 2003 in totaal 54 aan het vogelpestvirus gestorven.
Fleischforum,
Nieuwe snelle test onderscheidt 15 varianten van vogelpestvirus
Australische wetenschappers verbonden aan Department of Primary Industries (DPI) van de provincie Victoria hebben een nieuwe test ontwikkeld die binnen 24 uitsluitsel geeft over een infectie met het vogelpestvirus. Tot nu toe kost een dergelijk onderzoek drie weken. De test is gebaseerd op de zogenaamde PCR-techniek (polymerase chain reaction) en maakt onderscheid tussen 15 verschillende virusvarianten. De test wordt de komende dagen officcieel gepresenteerd tijdens BIO 2005 in Philadelphia
Vorig jaar is via dielijke mest voor 13,1 miljoen kilo fosfaat geëxporteerd. Dat blijkt uit cijfers van Dienst Regelingen. Er was voor 2004 een export van 15,5 miljoen kilo voorzien, maar de mest bleek via mestafzetovereenkomsten goed in eigen land te plaatsen. Mest die wordt uitgevoerd is voor 90% afkomstig van pluimveebedrijven. In 2003 werd via mest 10,2 miljoen kilo fosfaat geëxporteerd. In dat jaar lag de export voor een lange tijd stil vanwege de uitbraak van vogelpest.
Nutreco meldt op 15 juni dat het de verkoop van het 50% belang in de joint venture Hendrix Poultry Breeders aan Bovans Beheer heeft afgerond. De transactie levert het concern ongeveer 8 miljoen euro op. Het voornemen om het belang in het fokkerijbedrijf voor leghennen te verkopen was al op 19 april aangekondigd.
De varkenssector in de Europese Unie hoeft op dit moment op eigen bodem nog niet met de Braziliaanse varkenssector te concureren. Brazilië heeft nog geen goedkeuring voor de export van varkensvlees naar de EU en nog geen erkende bedrijven. Maar dat zal niet lang meer duren. Met de snelle verovering van de Russische varkensmarkt ten koste van de EU als voorbeeld en de grote importen van Braziliaans pluimveevlees in gedachten vrezen de Europeanen voor het ergste. Pas in 1998 kwam Brazilië met een levering van 42 ton varkensvlees op de Russische markt. Al in 2002 werd ruim 375.000 ton afgezet. Doordat de Russische autoriteiten daarna exportquota en een exportstop instelden liep de export terug tot een kleine 300.000 ton in 2004. Die groei ging ten koste van de Europese varkensindustrie. De export van Nederlands varkensvlees bijvoorbeeld viel terug van 32.000 ton in 1999 naar minder dan 10.000 ton in 2004.
Ten opzichte van de varkensvleesindustrie in de Europese Unie en de Verenigde Staten heeft Brazilië vooral het voordeel dat het veel goedkoper kan produceren. Door de lagere loon- en voerkosten ligt de kostprijs ongeveer 40% lager.
De Europese varkenssector vreest dezelfde situatie als destijds in de pluimveesector - een ernstige overcapaciteit op de binnenlandse markt - wanneer de markt voor Brazliaans varkensvlees opengaat. Door het eigen vlees als 'vers' te definiëren en Braziliaans vlees als 'diepvriesvers' hoopt de Europese varkensvleesindustrie de overhand te houden. Een truc die bij de Nederlandse supermarktketens lijkt te zullen werken. Zij geven aan alleen vers vlees te willen verkopen, diepgevroren vlees past niet in het kwaliteitsbeeld.
Voor de industriële verwerkers van vlees ligt dat anders, zij kopen hun vlees nu al over de hele wereld in. Veel vleesverwerkers halen nu ook al pluimveevlees uit Brazlië.
Meat&MealManagament
NVAF: Vertegenwoordiging van sector in productschappen deugt niet
De Nieuwe Vrije Agrarische Federatie (NVAF), de organisatie die zich sterk maakt voor afschaffing van de productschappen, heeft een brief gestuurd naar voorzitter Herman Wijffels van de Sociaal Economische Raad (SER). Daarin vraagt de NVAF in hoeverre de organisaties die in de productschappen zijn vertegenwoordigd wel de benodigde representativiteit kennen. Volgens de NVAF zit er verschil in het aantal melkveehouderijen dat LTO Nederland vertegenwoordigd binnen het Productschap voor Vee en Vlees en binnen het Productschap Zuivel. Bovendien vraagt de federatie zich af of LTO Nederland sinds het vertrek van de ZLTO en de reactie daarop van LTO Noord nog wel als vertegenwoordiger van agrarisch Nederland kan optreden.
In 2004 lagen de prijzen voor landbouwproducten in de 25 landen van de Europese Unie gemiddeld 2,5% lager dan in 2003. Deze daling is vooral een gevolg van de slechte prijsvorming bij de akker- en tuinbouwproducten (-5,2%) door de overvloedige oogsten in 2004. Met name in Hongarije (-11,4%), Portugal (-9,5%), Malta (-9,3%), Nederland (-6,2%), Griekenland (-5,5%), Slovenië (-4,6%) en Italië (-4,3%) lagen de prijzen voor landbouwproducten flink lager. De prijzen voor landbouwdieren en dierlijke producten bleven vrijwel constant (+0.5%). De prijsstijging voor de dieren werd vrijwel geheel gecompenseerd door een prijsdaling voor de dierlijke producten. Biggen werden 8,6% duurder en rundvee 1,9%. Melk bracht 1,6% minder op.
Tegelijkertijd betaalden de Europese boeren 1,6% meer voor hun grondstoffen en hulpgoederen vergeleken met 2003. Energie, kunstmest en veevoer werden allemaal meer dan 3% duurder. Gewasbeschermingsmiddelen vormden met 1,6% de belangrijkste prijsdaler.
Eurostat
Nederlandse vleesindustrie heeft vertrouwen consument beschaamd
In de Nederlandse vleesindustrie zijn de bergippen innovatie en toegevoegde waarde weer helemaal in, net als 15 jaar geleden. Het aantal geslaagde productinnovaties in de vleessector in de 15 jaar is echter op de vingers van één hand te tellen. Volgens innovatiespecialist Gert-Jan van Kesteren van Condor Consultancy, heeft de vleesindustrie de consument de afgelopen jaren om de tuin geleid met presentaties die niet waarmaken wat ze beloven. In Frankrijk en in het Verenigd Koninkrijk kunnen vleesinnovaties in aantrekkelijke, luxe, ondoorzichtige verpakkingen wel verkocht worden, terwijl in Nederland vlees verkocht schijnt te moeten worden in een schaaltjes met een transparante folie.
Volgens Van Kesteren komt dat doordat de Fransen en Britten erop kunnen vertrouwen dat de afbeelding op de verpakking overeenkomt met wat er werkelijk in zit en dat de eigenschappen die geclaimd worden ook werkelijk waargemaakt worden. In Nederland daarentegen probeert de vleesindustrie de onaantrekkelijke 'vetlellen' weg te moffelen en moet de consument op zoek naar een stuk vlees dat wel aan zijn eisen voldoet, aldus Van Kesteren.
Door de vleesindustrie wordt vaak als verdediging aangevoerd dat de Nederlandse consument een pure prijskoper is die niet bereid is voor wat extra's te betalen. Maar volgens van Kesteren krijgt de consument van de vleesindustrie ook geen kans om het tegendeel te bewijzen. Dit terwijl bijvoorbeeld in de tomatensector met de Tasty Tom bewezen is dat de Nederlander wel degelijk wil betalen voor een smakelijk versproduct.
Het is dus aan de vleesector om bij Nederlandse consumentensegmenten in te spelen op die aspecten die voor de consumenten werkelijk waarde toevoegen. Daarbij zou het accent echter niet moeten liggen op collectief onderzoek, zoals de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) dat stimuleren, maar op het organiseren van de reeds aanwezige kennis en kunde, adviseert Van Kesteren.
Het koninkrijk Brunei in Zuidoost-Azië heeft de eerste uitbraak gemeld van het H5N1 vogelpestvirus. Circa 100 dieren zijn besmet. De besmetting kwam aan het licht bij een routinecontrole. De autoriteiten hebben het pluimveebedrijf afgesloten en een quarantainezone ingesteld. Tevens wordt het personeel onderzocht op een mogelijke besmetting. Het koninkrijk Brunei grenst aan Indonesië en Maleisië. In beide landen is het virus eerder vastgesteld. Vietnam heeft deze week 3 nieuwe H5N1- besmettingen bij mensen gemeld. In totaal zijn in Vietnam sinds midden december vorig jaar 52 gevallen bekend. Van deze mensen zijn er 18 overleden.
In totaal zijn in Zuidoost-Azië 100 gevallen van besmetting met het H5N1-virus bekend met 54 doden. Vietnam is in 2 provincies een proefproject gestart om pluimvee te vaccineren. De vaccins komen onder andere uit Nederland.
Agrarisch Dagblad
Brazilië exporteert meer varkens- en pluimveevlees
Brazilië exporteerde in de eerste 5 maanden van dit jaar veel meer pluimvee- en varkensvlees dan in dezelfde periode vorig jaar. Met 230.000 ton werd bijna 28 procent meer varkensvlees dan vorig jaar uitgevoerd. Voor pluimveevlees lag dat groeipercentage op 32,2. Er werd 1,1 miljoen ton kipvlees uitgevoerd tegen een waarde van 1,2 miljar dollar. Rusland importeerde in deze periode 17 procent meer Braziliaans varkensvlees met 138.000 ton en blijft de belangrijkste afnemer.
Nauwgezet met hygiëne Legvermeerderaars Henk en Maurice Schoenmakers nemen het zeer nauw met de hygiëne op hun bedrijf in het Limburgse Merselo. Niet alleen laten ze geen bezoekers toe in de stallen, ook zelf bezoeken ze weinig andere pluimveestallen. En zo zijn er nog wel meer maatregelen op het bedrijf waaruit blijkt dat vader en zoon zeer stipt handelen.
Plastic pluimveeproducten Karton is op zijn retour als het om eiertrays gaat. En daar speelt Leo Wulms creatief op in. Hij heeft twee Duitse machines die kunststof trays kunnen maken in een veelheid van kleuren. En zijn creativiteit met kunststof reikt verder: met een andere machine maakt hij flessen in verschillende maten die uiterst geschikt zijn voor eiproducten.
Ook in Polen lage eierprijs Gouden Ei Farm, een Nederlands legbedrijf in Polen, heeft altijd goed winst kunnen maken, maar kampt na de toetreding van Polen tot de EU met lage eierprijzen. De Nederlandse bedrijfsleider Cees Lepoeter laat de moed niet zakken: ‘Er zullen wel weer betere tijden komen.’
Krachtenbundeling vereist De Nederlandse vleeskuikenhouderij heeft stevige klappen gehad van de vogelpest en de invoer uit Brazilië en Thailand. Wim Thus, afdelingsdirecteur Landbouw van Rabobank Nederland ziet een weg voorwaarts: ‘De sector moet over de korte termijn heen naar de lange termijn kijken en de krachten bundelen. Dan kan ze de concurrentie aan.’
Nu er zo veel beroering is rond LTO Nederland heeft de NOP woensdag het principebesluit genomen om verder te gaan als zelfstandige sectorale organisatie. ‘De NOP is een goed merk. Dat moeten we koesteren. We moeten gaan voor de belangen van de Nederlandse pluimveehouders’, aldus de NOP-bestuurders.
Het NOP-bestuur is het woensdag nog niet eens kunnen worden over de verdeling van de DGF-heffing over de verschillende pluimveesectoren, maar er ligt nu wel een voorstel waarover op korte termijn verder overlegd gaat worden. Hierbij zou de heffing gebaseerd worden op een nog vast te stellen verhouding tussen de waarde van de pluimveestapel en de Nederlandse grootte-eenheden per deelsector.
Op het bedrijf van LLTB-voorzitter en legpluimveehouder Noud Janssen in Meerselo waren deze week boerenleiders uit Brazilië op bezoek. ‘Ze vonden onze samenwerking met de agribusiness vreemd, omdat zij die in hun land als bedreigend zien.’
Het bestuur van de NOP-kring Kalkoenenhouders vindt dat de kalkoenhouders te veel betalen voor het veterinair onderzoek en pleit voor een andere verdeling van de kosten. Die verdeling zou gebaseerd moeten zijn op het jaar 2005 en niet op de periode 2001 t/m 2005.
LTO wordt afgeslankt tot sociaal-economisch beleid
De activiteiten van LTO Nederland in Den Haag zullen in de loop van dit jaar worden beperkt tot het (inter)nationale sociaal-economische beleid. Dit betekent dat de overige werkzaamheden uitgevoerd zullen worden door de samenwerkende regionale land- en tuinbouworganisaties. Dit heeft het Algemeen Bestuur van LTO Nederland vanmiddag besloten in Den Haag.
Er is afgesproken om een nieuwe samenwerkingsvorm te zoeken tussen de regionale en de sectorale belangenbehartiging en de vaktechnische organisaties voor boeren en tuinders. De eerder gevormde regiegroep zal hiervoor binnen enkele weken voorstellen doen aan het bestuur van LTO Nederland. Gerard Doornbos, die vandaag zijn vertrek aankondigde, zal geen deel meer uitmaken van deze groep.
De regiegroep bestaat nu uit de voorzitters van beide regionale land- en tuinbouworganisaties (J. Heijkoop van LTO Noord en A. Janssen van LLTB) en de voorzitters van de dierlijke (S. Schenk) en plantaardige sectoren (F. Hoogervorst) in LTO-verband. In de bestuursvergadering werd benadrukt dat er volstrekte helderheid moet komen over positie van de sectoren in de nieuwe samenwerkingsvorm.
Het bestuur van LTO Nederland hecht eraan dat de huidige LTO-actviteiten ten behoeve van agrarische ondernemers normaal worden voorgezet. Er komen zowel in Den Haag als in Brussel binnenkort tal van onderwerpen aan de orde die direct van belang zijn voor de bedrijven van de aangesloten leden. Het gaat hierbij onder meer om ketenafspraken voor zuivel en vlees, CO2-beleid voor de glastuinbouw, het vervolg van het mestbeleid, de liberalisering van de wereldhandel (WTO), de EU-grondwaterrichtlijn, de hervoming van het EU-suikerbeleid en de discussie rond de zogenoemde greenports.
De mysterieuze ziekte onder kippen in het Braziliaanse Jaraguari is toe te schrijven aan Newcastle Disease ( NCD), ofwel pseudovogelpest. Dat melden de Braziliaanse autoriteiten. Aanvankelijk werd gevreesd voor vogelpest, reden waarom 17.000 kippen werden geruimd en 107 bedrijven werden geblokkeerd. De blokkades, ontsmettingsmaatregelen en vervoersverboden blijven voorlopig van kracht in het gebied.
De NVP heeft op het concept-voorstel in een eerder stadium gereageerd met haar mening naar de minister van LNV. Diverse partijen hebben in Brussel gelobbyd voor een praktischer werkbaar geheel, wat recht doet aan de vleeskuikenhouder in Nederland voor zijn inspanningen op het terrein van welzijn. Niettemin is het concept-stuk nagenoeg ongewijzigd door de Europese Commissie gepubliceerd. Dat betekent dat de landbouwministers van de lidstaten hierin het laatste woord hebben. De NVP roept alle schakels in de vleespluimveesector op om gezamenlijk richting ministerie een eensluidende mening te geven om recht te doen aan de inspanningen van de vleeskuikenhouders in Nederland, die door middel van investeringen het welzijn hebben verbeterd.
Import gezouten filet
De WTO heeft geoordeeld dat licht gezouten filet onder het lage douanetarief moet worden toegelaten in de EU. Hiertegen wordt beroep ingesteld maar het zal zeer moeilijk worden het op korte termijn te keren. Naar de mening van de NVP zijn er mogelijkheden om het in de EU geproduceerde vlees beter te kunnen onderscheiden. Daar moet de EU voor zorgen: ·Daar is voor nodig dat er een EU stempel komt voor in de EU geproduceerd pluimveevlees; .Importeren van pluimveevlees van buiten de EU, bevroren of vers , zou na bewerking nooit hetzelfde EU stempel moeten kunnen krijgen; ·Er voor te zorgen dat als vlees bevroren of bewerkt is geweest, dit op de verpakking dient te worden vermeld, samen met het land van herkomst.
Discussie over diergezondheidsfonds met risicoheffing?
De NOP heeft een brief gestuurd naar het PPE dat zij bij de vaststelling PPE heffing 2006 een risicocomponent wil inbouwen voor bedrijven die kippen buiten laten lopen, omdat zij een groter risico vormen voor een uitbraak van AI. Op zich is de NVP het met de stelling eens dat kippen die buiten lopen een groter risico zijn, maar het heeft geen zin om deze bedrijven een hogere heffing te laten betalen. Als 5% van de legkippen buiten loopt en je zou een 50% hogere heffing opleggen, is dit nog maar een fractie van de schade die door AI ontstaat. De NVP heeft steeds gepleit voor een ophokplicht, waarmee je het risico verkleint op een uitbraak van AI. Om maar niet te spreken van de risico’s van watervogels e.d. Het enige wat zou helpen, is een totaalverbod om pluimvee buiten te houden, maar dat is geen realiteit. LNV heeft 0,25 miljoen Euro uitgetrokken om landen in Azië te adviseren bij de AI uitbraak en het eerste wat ze zeggen, is: “pluimvee binnen houden” maar dat geldt kennelijk niet voor Nederland. Ook zullen ze een monitoring adviseren of dat AI uitbraak voorkomt. Laten we nuchter blijven en geen gedifferentieerde heffing naar risico invoeren, maar laten we tegen LNV blijven zeggen: verklein de risico’s en zorg voor een goed draaiboek bij een uitbraak van AI voor bestrijding (en niet voor verbreiding). Zorg dat pluimveehouders niet onevenredig zwaar worden getroffen door wat een deel van de samenleving van ons vraagt. Voorkom dat vermeerderaars het gelag moeten betalen en breng de broedeieren onder in het DGF of in het draaiboek AI als onderdeel van het bestrijdingsprogramma waardoor vergoeding van vernietigde eieren normaal is. De overheid moet zorgen voor een goed draaiboek AI waarin een praktijkgerichte aanpak zit. De mogelijkheid van een ringenting moet goed worden onderzocht en er moet van buiten naar binnen worden geruimd. Normaal is, dat een verzekerde premie betaalt naar risicogedrag, maar als de verzekering (overheid en samenleving) meebepaalt dat we verplicht grotere risico’s moeten lopen, behoort dat extra risico ook daar te liggen. De NVP zal in een enquête de vraag voorleggen aan haar leden of een risicoheffing rechtvaardig is.
Meeste Europeanen willen betalen voor dierenwelzijn
Brussel - Van de Europese consumenten zegt 57 procent bereid te zijn om meer te betalen voor voedingsmiddelen die beter zijn voor het welzijn van dieren. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie, zo heeft Europees commissaris Kyprianou (Dierenwelzijn) woensdag bekendgemaakt. Van de ondervraagden zeggen velen wel dat de producten die beter zijn voor de dieren zo moeilijk te herkennen zijn in de winkel.
Peking (9 juni 2005) - De Chinese autoriteiten hebben donderdag bevestigd dat in de noordwestelijke regio Xinjiang vogelgriep is uitgebroken. Zeker duizend ganzen raakten besmet met het vogelpestvirus H5N1. Daarvan is bijna de helft doodgegaan. Het ministerie van Landbouw liet via het staatspersbureau Xinhua weten dat de situatie onder controle is. In het getroffen gebied zijn 13.400 pluimveedieren uit voorzorg geruimd.
Gerard Doornbos legt in september zijn functie neer als voorzitter van LTO Nederland. Hij kondigde zijn vertrek vanmorgen aan tijdens een vergadering van het Algemeen Bestuur van LTO Nederland in Den Haag. Doornbos is sinds de start van LTO Nederland in 1995 voorzitter van deze agrarische ondernemersorganisatie.
Doornbos (57) is bezig aan zijn derde termijn als voorzitter van de Land- en Tuinbouw Organisatie, nadat hij in november 2002 unaniem door de Algemene Vergadering was herbenoemd. Hij heeft toen al aangegeven er niet aan te hechten om deze termijn vol te maken.
Doornbos is onder meer lid van het dagelijks bestuur van de Sociaal-Economische Raad (SER), bestuurslid van de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties (RCO) en bestuurslid van de Stichting van de Arbeid. Van de sociale partners zullen in relatief korte tijd vier voorzitters zijn vertrokken: van de werknemersorganisaties zijn dat De Waal (FNV) en Terpstra (CNV) en van de ondernemersorganisaties Schraven (VNO-NCW) en Doornbos namens LTO Nederland.
Onlangs nog werd Doornbos gekozen tot een van de vice-presidenten van de Europese boerenorganisatie COPA (Comité des Organisations Professionelles Agricoles), waar hij portefeuille milieu voor zijn rekening neemt. In de periode 1998 - 2002 was hij tevens voorzitter van de IFAP, de mondiale landbouworganisatie.
Thans is Doornbos voorzitter van Agricord, een internationale organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, en van Agriterra, het samenwerkingsverband van landbouworganisaties en -coöperaties in Nederland en in ontwikkelingslanden. Verder is hij lid van de Bankraad, lid van de Raad van Advies van ABN/AMRO en lid van de MKB-Adviesraad van de ING Bank.
In het LTO-bestuur zei Doornbos vanmorgen er trots op te zijn wat er de afgelopen tien jaar door de agrarische sector is gepresteerd. Er is ingespeeld op maatschappelijke wensen, ondernemers zijn keten- en consumentgericht en staan bij marktpartijen en overheid nadrukkelijk op de kaart. ‘Ik ben blij dat ik daar mijn steentje aan heb mogen bijdragen’. Aan de andere kant is het agrarisch complex volgens hem nog volop in beweging. Hij wees op ontwikkelingen binnen de LTO-organisaties, discussies rond het voortbestaan van de productschappen en het ministerie van LNV. Ook in ketenverband doen zich nog allerlei veranderingen voor. Doornbos: ‘Kennelijk is het tijd voor nieuwe coalities en daar horen nieuwe gezichten bij.’
Gerard Doornbos treedt af als voorzitter van LTO Nederland. Hij legt zijn functie in september neer, zei hij vanochtend in een bestuursvergadering van LTO. Doornbos (57) heeft de organisatie sinds de oprichting in 1995 geleid. Hij was bezig aan zijn derde termijn. Doornbos stelt dat het "kennelijk tijd is voor nieuwe coalities en daar horen nieuwe gezichten bij". De al jaren aanhoudende strijd tussen sectoren en regio's leidde eerder deze maand tot het vertrek van de ZLTO uit de federatie. LTO Noord gaf vorige week te kennen geen heil te zien in LTO Nederland in de huidige vorm.
Voor landbouwbedrijven met minimaal 70 procent grasland is een hogere gebruiksnorm voor dierlijke mest aangevraagd dan volgens de Europese Nitraatrichtlijn is toegestaan. Door de hogere gebruiksvorm toe te passen op de mestproductie van 2004 stijgt het percentage bedrijven zonder stikstofoverschot van 56 tot 68. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
LTO Noord vindt dat LTO Nederland op de schop moet en dat er een nieuwe vorm van landelijke samenwerking moet komen. LTO Nederland is hier in de huidige vorm niet toe uitgerust, meldt de noordelijke belangenorganisatie. Het moment waarop LTO Noord naar buiten komt met dit bericht is uiterst opmerkelijk: volgende week presenteert de regiegroep van LTO Nederland haar plan over hoe het verder moet nu ZLTO uit LTO Nederland is gestapt.
De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van de Meststoffenwet op 2 juni slechts over een deel daarvan gestemd. Het parlement ging akkoord met de vereenvoudiging voor de handel in varkens- en pluimveerechten. Over de gebruiksnormen in de nieuwe wet wordt op 7 juni gestemd. Dat niet over de gehele wet werd gestemd hing samen met een amendement van Gert-Jan Oplaat van de VVD dat pas kort voor de behandeling werd ingediend. Oplaat wil wil terreinen van natuurorganisaties met de functie natuur buiten de meststoffenwet houden. Volgens het ministerie van LNV is aanpassing van de wet niet nodig. Ook CDA en LPF zagen weinig in het voorstel van het VVD-Kamerlid.
Ger Koopmans van het CDA trok zijn voorstel, om het onderscheid tussen concentratie- en niet-concentratiegebieden per 2006 op te heffen, in. Hij kon leven met de toezegging die minister Veerman deed om dit per 2008 te doen. De LPF kreeg geen steun voor het idee om in de nieuwe wet met een stelsel van mineralenquota te gaan werken.
Alle grote partijen gingen akkoord met het voorstel van CDA en VVD om systemen van alternatieve mestverwerking vrij te stellen van de verplichting om de mest te wegen, bemonsteren en registreren. Ook ging de Kamer akkoord met het amendement van Wien van den Brink van de LPF om schapen die buiten het groeiseizoen worden geweid en niet worden bijgevoerd buiten de Meststoffenwet te houden. Ook het scheurverbod voor bollengrond wordt geschrapt, op aandringen van Van den Brink.
Agrarisch Dagblad \ Nieuwe Oogst,
WTO: EU moet gezouten kipfilets onder laag douanetarief toelaten
De Europese Europa moet gezouten kipfilets uit Thailand en Brazilië weer laten vallen onder het lage douanetarief. Extra eisen aan het zoutgehalte zijn concurrentievervalsend, zo luidt het oordeel van het WTO-panel naar aanleiding van klachten van de beide landen. Thailand en Brazilië maakten tot 2002 gebruik van een gat in de regelgeving, waardoor zij door toevoeging van zout kipfilets tegen een lager tarief naar de EU konden exporteren. Dat leidde tot een enorme stijging van de import van pluimveevlees en tot grote problemen in de Europese vleeskuikensector.
De EU loste het probleem in 2002 op door te stellen dat kipfilet met 1,2 tot 1,9% niet langer als gewoon pluimveevlees te beschouwen is. Hiervoor geldt een tarief dat 3 keer hoger is dan voor gezouten filet. Nu de WTO deze praktijk veroordeeld heeft krijgt de EU 30 dagen om gevolg te geven aan de uitspraak. Eurocommissaris Fischer Boel heeft donderdag al gezegd in beroep te zullen gaan tegen de beslissing van het WTO-panel.
Op een pluimveebedrijf in Jaraguari in de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso do Sul zijn 6.000 kippen gedood door een nog onbekend virus. Onderzoek moet uitwijzen om welk virus het gaat. Overheidsdeskundigen sluiten vogelpest uit als ziekte. Jamil Gomes, diergezondheidscoördinator van de overheid, meldt dat het mogelijk gaat om de ziekte Exotic Newcastle Disease. Hoewel het niet om vogelpest gaat, zijn de resterende 17.000 kippen van het bedrijf uit voorzorg geruimd. Toevoerwegen zijn afgesloten en 107 pluimveebedrijven in de nabije omgeving zijn geblokkeerd. Tevens vindt uitgebreide desinfectie plaats van de bedrijven en de gebruikte transportmiddelen.
De vermeerderingssector heeft een moeilijke periode achter de rug. Zeker ook vanwege de vogelpest, toen broedeieren afleveren door de standstill onmogelijk was. Naast de directe schade destijds is er blijvende schade door het goeddeels wegvallen van export van broedeieren. Voor de AI bedroeg die zo’n 40 procent van de productie. De sector klimt nu weer uit het dal, zij het kleiner van omvang. We spraken met Ruud Gijsbers, voorzitter van de NOP-kring Vermeerderaars en Opfokkers, over ontwikkelingen in deze sector. Ondermeer over het Ingrepenbesluit. Gijsbers: ,,Voor de ingrepen bij pluimvee geldt een overgangstermijn van tien jaar. Per l september 2006 zijn a11e overgangstermijnen voorbij. Je mag dan geen enkele ingreep meer doen.’’ Het verbod op het knippen of branden van de tenen en de sporen bij hanen levert nog wel problemen op. Er loopt nu onderzoek op praktijkbedrijven naar agressiviteit van de hanen. Later dit jaar weten we daar meer van. Mocht uit beide onderzoeken blijken dat de ingrepen toch nodig zijn, dan gaan we voor uitstel of afstel.’’
Slecht voorbereid op AI
‘Een vrijdagavond in maart 2005. Onverwacht gaat m’n mobiele telefoon. Of ik zo snel mogelijk met het specialistenteam van de VWA naar een leghennenbedrijf wil gaan. Het bedrijf wordt verdacht van Aviaire Influenza, en moet snel worden gescreend. Met bonzend hart rijd ik naar de onheilsplek. Allerlei doem scenario’s spelen door mijn hoofd.’ Zo begint praktizerend dierenarts Marcel Boereboom zijn verhaal over preventie en aanpak van AI. Hij vindt de vraag of zich zoiets vandaag of morgen weer kan voordoen, reëler dan u denkt. Recente nieuwe brandhaarden in Azië en sluimerende infecties in Italië blijven een grote bedreiging voor pluimvee(houders) in de hele wereld. Zijn wij goed voorbereid op een nieuwe uitbraak? Boereboom vindt van niet. ,,Na een recent symposium in Lissabon en een OIE/FAO-bijeenkomst in Parijs is het voor mij duidelijk. Zonder aanvullende maatregelen op ons huidige beleid is een nieuwe uitbraak een kwestie van tijd. Zo’n uitbraak zal met de huidige bestrijdingsmogelijkheden catastrofaal uitpakken voor de gehele pluimveesector in Europa.’’
De EU moet gezouten kipfilets weer onder het lage douanetarief van 15,4 procent ad valorem laten vallen, oordeelt het panel van de WTO in Genève naar aanleiding van klachten van Brazilië en Thailand. Volgens het panel mag de EU geen extra eisen stellen aan het zoutgehalte. De Europese Commissie gaat in beroep tegen de uitspraak van de WTO. Dit zei Europees landbouwcommissaris Mariann Fischer Boel gisteren tijdens een bezoek aan Nederland. Het rapport van de WTO is te vinden op de website van deze organisatie.
In de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso do Sul is een pluimveebedrijf geruimd, nadat 6000 dieren waren gestorven. De sterfte wordt toegeschreven aan een luchtwegziekte. Een woordvoerder van het ministerie van Landbouw heeft gezegd dat er geen sprake is van vogelpest. Wel zijn in het betrokken gebied strenge maatregelen genomen; toevoerwegen zijn afgesloten en 107 andere pluimveebedrijven in de omgeving geblokkeerd. Verder worden bedrijven en vervoermiddelen op grote schaal gedesinfecteerd.
De Dienst Regelingen heeft de Minas-aangifte via internet verbeterd. Vorig jaar bleek dat het downloaden van het aangifteprogramma veel tijd in beslag nam. Dit was een drempel om aangifte te doen via internet. Meer informatie over de aangifte en het aangifteprogramma zelf zijn te vinden op de website van LNV.
De Europese Commissie gaat in beroep tegen de uitspraak van de WTO dat Europa snel weer licht gezouten kipfilets moet toelaten. Dit zei Europees landbouwcommissaris Mariann Fischer Boel donderdag tijdens een bezoek aan Nederland. Europa besloot in 2002 om een halt toe te roepen aan de massale import van licht gezouten kipfilet uit Brazilië en Thailand om de eigen pluimveehouderij te beschermen. De WTO heeft bepaald dat de EU de importheffing weer moet laten vallen en het licht gezouten kipfilet weer onder het lage douanetarief van 15,4 procent moet laten vallen. Dit oordeelde het WTO-panel van de wereldhandelsorganisatie WTO naar aanleiding van klachten van Thailand en Brazilië. De EU heeft geen recht extra eisen te stellen aan het zoutgehalte en benadeelt hiermee Brazilië en Thailand, aldus het panel. (AgD)
Europa wordt binnenkort weer overvoerd met goedkope licht gezouten kipfilets uit Brazilië en Thailand. De EU moet die namelijk weer laten vallen onder het lage douanetarief van 15,4 procent ad valorem.
Kabinet wijst mineralenquotum in Meststoffenwet af
Minister Veerman van LNV en staatssecretaris van Geel van Milieu hebben in het kader van de wijziging van de Meststoffenwet drie amendementen van de Tweede Kamer ontvangen. Het voorstel van Wien van den Brink van de LPF, om een mineralenquotum in te gaan stellen waarbij het maximum aantal te houden dieren aan de werkelijke mineralenproductie wordt gekoppeld, wordt door de bewindslieden ontraden. Dat schrijven de beide bewindslieden in een brief aan de Tweede Kamer. Op 2 juni wordt in de Tweede Kamer opnieuw over de Meststoffenwet gesproken. Veerman en Van Geel kunnen wel leven met het hanteren van een fosfaat vrije voet voor compost, zoals Harm Jan Waalkens van de PvdA voorstelt. Ook het ammendement van Bas van der Vlies van de SGP krijgt de instemming van de bewindslieden. In dat voorstel krijgen boeren de ruimte om de norm voor fosfaat in een jaar met maximaal 20 kilogram per hectare te overschreiden, onder voorwaarde dat zij dat in het volgende jaar in de fosfaatgift in mindering brengen.
Een mineralenquotum wijzen Veerman en Van Geel af omdat ze een duidelijk onderscheid willen houdenen tussen het systeem van gebruiksnormen en de productierechten. De bewindslieden zijn bang dat wanneer productierechten komen te vervallen de doelen van de nitraatrichtlijn mogelijk niet gehaald zullen worden. Ze achten een duidelijk plafond ten aanzien van het aantal te houden varkens en pluimvee daarvoor noodzakelijk. Wanneer er in de wet ruimte wordt geboden voor uitbreiding van de veestapel gaat daarvan een slecht signaal uit richting de Europese Commissie, die nog over het Nederlandse derogatieverzoek moet beslissen. aldus de bewindslieden.
De volledige brief die minister Veerman en staatsecretaris Van Geel in reactie op de ammendementen naar de Tweede Kamer hebben gestuurd is te vinden op de website van het ministerie van LNV.
Volgens Johan van Bergen van de Brabantse Milieufederatie (BMF) stapt deze organisatie naar de rechter om de ammoniakafspraken aan te vechten. Deze afspraken zijn op 31 mei ondertekend door het ministerie van VROM, de provincies, gemeenten, LTO en ZLTO. De stichting Natuur en Milieu (SNM) was bij de gesprekken aanwezig maar heeft niet getekend voor de afspraken. Van Bergen meldt twee nadelen. Als eerste is er de mogelijkheid dat er meer varkens- en pluimveerechten naar Noord-Brabant verhuizen. Niet alles kan volgens hem met ruimtelijke middelen worden opgelost. Het tweede nadeel is dat er weer meer beschermde gebieden zijn afgevallen vanwege het akkoord. Tevens vraagt de BMF zich af of de individuele toets voor gebieden en bedrijven houdbaar is. Dit wordt voor de rechter gebracht voor een uitspraak.
Agrarisch Dagblad, 02/06/05
GroenLinks: 43.000 handtekeningen tegen lange diertransporten
GroenLinks heeft tot nu toe ruim 43.000 handtekeningen opgehaald tegen lange diertransporten. Met dit burgerinitiatief wil de partij een einde maken aan lange veetransporten in Europa, waarbij het welzijn van de dieren flink in het gedrang komt. De Groene partijen in het Europees parlement willen geen diertransporten van meer dan 8 uur of 400 kilometer meer toestaan. Ze dringen daarnaast aan op een adequate controle op de naleving van de regels voor de bescherming van dieren tijdens veetransporten.
Met de handtekeningenactie willen de partijen gebruik maken van de mogelijkheid die de Europese Grondwet biedt om via het verzamelen van 1 miljoen handtekeningen een wetsvoorstel op de Europese agenda te krijgen. Met het huidige aantal van 43.000 zijn in Nederland ruim 4% van de benodigde handtekeningen verzameld. Nederland telt slechts 3% van de inwoners van de Europese Unie. Omdat de campagne pas enkele weken draait, verwacht GroenLinks met de collega-partijen in Europa het vereiste aantal handtekeningen te kunnen halen.
In 2004 daalde de omzet van bioproducten in België met 7,8% naar 197 miljoen euro. Het aandeel van bioproducten in het gezinsbudget daalde van 2,2% in 2002 tot 1,5 % vorig jaar. Daarbij valt op dat vooral de speciaalzaken minder verkopen. De verkoop van biologische producten kende een onnatuurlijk forse stijging in de piekperiode 2001 en 2002. De consument was zijn vertrouwen in de traditionele producten verloren en greep gretig naar de bioproducten. Sinds 2003 is de verkoop van verse bioproducten gekelderd. Toen kochten de Belgen een kwart minder biologisch geteelde voedingswaren.
Volgens een onderzoek van GfK Benelux in opdracht van de overheidsdienst VLAM werden 56% van bioproducten in warenhuizen gekocht, 6% meer dan in 2003. De speciaalzaken zagen hun aandeel dalen van 30 naar 23%. Biologische producten slaan blijkbaar beter aan als ze tot het algemene aanbod van een warenhuis behoren, zegt Marianne Vergeyle van koepelorganisatie Bioforum Vlaanderen.
Geneviève Bruynseels van supermarktketen Carrefour constateert dat niet iedereen gemiddeld 15% meer wil betalen voor bioproducten. Daarnaast deden de traditionele eetwaren ook inspanningen op het vlak van de traceerbaarheid van de voedselproductie. Het risico voor de klant is beperkt. de consument ziet dan ook het voordeel niet van de duurdere bioproducten. Carrefour is dan ook niet van plan het aanbod uit te breiden, aldus Bruynseels.
De matige interesse van de consument heeft ook zijn weerslag op de productie. Het aantal biologische landbouwbedrijvenin België is voor de derde keer op rij gedaald. Vergeleken met 2002 is de oppervlakte met bijna 20% gekrompen. Toch zijn er lichtpunten. Zo wordt meer biofruit geteeld en is er ook een stijging van gewassen als maïs, klaver en tarwe. Deze toename kon echter de daling van de biologische groenten niet compenseren. Er is ook minder biologisch grasland.