Nieuws
productschap PVE
Marktberichten
Veterinair
Culinair
Hier met die veer!
Kalkoenhistorie
Contact & Route
Adverteren?
 

Inloggen
Login aanvraag *
Wachtwoord
 vergeten

* Alleen voor
  Coolen BV klanten
 

Augustus 2010
Juli 2010
Juni 2010
Mei 2010
April 2010
Maart 2010
Februari 2010
Januari 2010
December 2009
November 2009
Oktober 2009
September 2009
Augustus 2009
Juli 2009
Juni 2009
Mei 2009
April 2009
Maart 2009
Februari 2009
Januari 2009
December 2008
November 2008
Oktober 2008
September 2008
Augustus 2008
Juli 2008
Juni 2008
Mei 2008
April 2008
Maart 2008
Februari 2008
Januari 2008
December 2007
November 2007
Oktober 2007
September 2007
Augustus 2007
Juli 2007
Juni 2007
Mei 2007
April 2007
Maart 2007
Februari 2007
Januari 2007
December 2006
November 2006
Oktober 2006
September 2006
Augustus 2006
Juli 2006
Juni 2006
Mei 2006
September 2010
April 2006
Maart 2006
Februari 2006
Januari 2006
December 2005
November 2005
Oktober 2005
September 2005
Augustus 2005
Juli 2005
Juni 2005
Mei 2005
April 2005
Maart 2005
Februari 2005
Januari 2005
December 2004
November 2004
Oktober 2004
September 2004
Augustus 2004
Juli 2004
Juni 2004
Mei 2004
April 2004
Maart 2004
Februari 2004
Januari 2004
December 2003
November 2003
Oktober 2003
September 2003
Augustus 2003
Juli 2003
Juni 2003
Mei 2003
April 2003
Maart 2003
Februari 2003
Januari 2003
December 2002
November 2002
Oktober 2002
September 2002
Augustus 2002
Juli 2002
Juni 2002
Mei 2002
April 2002
Maart 2002
Februari 2002
Januari 2002
December 2001
November 2001
Oktober 2001
September 2001
Augustus 2001
Juli 2001
Juni 2001
 

   Nieuws van Juni 2003

 Laatste AI Nieuws
Maandag, 30 juni 2003 door Henk Coolen
Aan de hand van het aantal telefoontjes dat vandaag bij ons is binnengekomen maken wij op dat de versoepelingen van de AI-regelingen, die vrijdag j.l. zijn gepubliceerd, voor vrijwel iedereen duidelijk zijn.

Enig misverstand blijkt er nog te zijn over het gebruik van stickers in de compartimenten A (Gelderse Vallei) en B (Beneden Leeuwen) en over het vervoer van mest in de vervoersbeperkingsgebieden.

Volgens de regelgeving is het toegestaan om met een auto met een sticker voor compartiment A in compartiment B te rijden en om met een auto met een sticker B in compartiment A te rijden. Het is echter niet toegestaan om met een auto met een sticker A op een bedrijf met pluimvee in compartiment B te komen en omgekeerd mag ook niet met een auto met een B-sticker een pluimveebedrijf in compartiment A worden bezocht. Voor het bezoeken van bedrijven zonder AI-gevoelig pluimvee in A of B maakt het niet uit of de auto een A of een B-sticker heeft.

Sinds vrijdagmiddag 27 juni is het ook weer toegestaan dat binnen de vervoersbeperkingsgebieden Nederweert (noord, zuid en Echt) en Zundert pluimveemest wordt vervoerd. De mest mag echter niet buiten het betreffende vervoersbeperkingsgebied gebracht worden en het voertuig moet volgens protocol gereinigd en ontsmet worden.
Binnen het vervoersbeperkingsgebioed Gelderse Vallei-Beneden Leeuwen is het vervoer van pluimveemest nog niet toegestaan.

Voorts hebben we vandaag verschillende vragen gekregen over de mogelijkheden om ruikoppels te verplaatsen. Op dit moment is het overplaatsen van ruikoppels alleen mogelijk indien het koppel thans op een bedrijf in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Noord- of Zuid Holland of Zeeland wordt gehouden en overgeplaatst wordt naar een bedrijf dat eveneens in één van deze provincies ligt.
Zodra het afleverende en/of het ontvangen bedrijf in Gelderland, Flevoland, Utrecht, Noord Btabant of Limburg ligt is het overplaatsen van ruikoppels niet mogelijk. Eén en ander wordt veroorzaakt door de tekst van de EU-beschikking, waarin het overplaatsen van pluimvee alleen wordt toegestaan aan opfokdieren. Geprobeerd wordt om de tekst van de beschikking in Brussel gewijzigd te krijgen.

Het overplaatsen van opfokpluimvee van bedrijven in de toezichtsgebieden is mogelijk naar pluimveebedrijven in de provincies Gelderland, Flevoland, Utrecht, Noord Brabant of Limburg mits het ontvangende pluimveebedrijf niet in een toezichts- of beschermingsgebied ligt. Voorwaarde voor de verplaatsing is dat de verplaatsing op de voorafgaande werkdag 's middags voor 4 uur bij de PVE wordt gemeld. Vandaag hebben wij in dat verband geen meldingen ontvangen zodat wij ervan uitgaan dat er morgen geen koppels opfokhennen uit de toezichtsgebieden zullen worden verplaatst.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 LNV stelt dwarsliggers Gelderse Vallei ultimatum
Maandag, 30 juni 2003 door Henk Coolen
Zestien pluimveehouders op bedrijven in de Gelderse Vallei die in verband met de vogelpest geruimd zijn vertragen de herbevolking doordat zij weigeren de mest af te voeren of hun bedrijven schoon te maken. Het ministerie van Landbouw heeft deze boeren nu tot dinsdag de tijd gegeven. Daarna zal het ministerie de schoonmaak zelf uitvoeren.
Pluimveehouders in de Gelderse Vallei mogen hun bedrijven niet herbevolken zolang de bedrijven in de naaste omgeving niet 'onbesmet' zijn verklaard. Het is niet duidelijk hoeveel pluimveehouders door de weigerachtige houding van hun collega's getroffen zijn. Volgens de Nederlandse Organisatie voor Pluimveehouders (NOP) gaat het om honderden.

De onwil om mee te werken heeft voor een deel te maken met de afhandeling van de mond- en klauwzeercrisis. De pluimveehouders vinden dat zij door het ministerie niet voldoende zijn gecompenseerd en willen oude rekeningen op deze manier vereffenen. Een aantal pluimveehouders kampt met ernstige psychische problemen.

LNV heeft de pluimveehouders nu tot dinsdag de tijd gegeven om zelf de mest van het bedrijf te verwijderen en de stallen te ontsmetten. Daarna zal het bedrijf op last van het ministerie schoongemaakt worden, hoewel een woordvoerder toegaf dat dat nog een ingewikkelde juridische kwestie is.


 Kip levert hoogst efficiënt eiwitten voor humane medicijnen
Maandag, 30 juni 2003 door Henk Coolen
Dr. Richard Cooper, als onderzoeker verbonden aan het LSU AgCenter in Louisina in de Verenigde Staten, zegt een techniek te hebben ontwikkeld waarmee via eieren proinsuline en ander waardevolle eiwitten en peptiden geproduceerd kunnen worden. De onderzoeker is in staat via genetische modificatie kippen te produceren die de gewenste eiwitten in hun eieren opslaan. Met de techniek kunnen de productiekosten van veel farmaceutische producten sterk worden gereduceerd.
De LSU-onderzoekers pasten dezelfde techniek voor genetische modificatie eerder succesvol toe bij kwartels. De kippen geven de eigenschap ook aan volgende generaties door. Met de inzet van kippen kunnen veel eiwitten voor medicijnen in de humane sector tegen zeer lage kosten worden geproduceerd.
Tot nu werden deze geproduceerd via bacteriële fermentatie of via celcultures van zoogdieren. Vanwege de hoge productiekosten blijft de productie echter sterk bij de vraag. Voor 2006 werd tot nu toe een tekort van meer dan 1000 kg verwacht.

De methode is inmiddels gepantenteerd door Cooper en het LSU Agcenter. Inmiddels heeft men een licentie verleend aan het bedrijf TransGenRes LLC. Het bedrijf gaat zich toeleggen op de extractie van de eiwitten uit de eieren en de verkoop aan de farmaceutische industrie.


 Dierenbescherming: EU-landbouwbeleid biedt perpectief voor beter dierenwelzijn
Maandag, 30 juni 2003 door Henk Coolen
De Dierenbescherming is verheugd over de mogelijkheden die de 26 juni 2003 overeengekomen hervorming van het Europees landbouwbeleid biedt om het welzijn van dieren in de veehouderij te verbeteren. Wel maakt zij zich zorgen dat gebruik van die mogelijkheden vaak niet verplicht is gesteld, maar aan de lidstaten wordt overgelaten.
In het door minister Veerman voor het najaar aangekondigde debat over de toekomst van de intensieve veehouderij zal de Dierenbescherming zich dan ook inzetten voor het in Nederland ten volle benutten van het nieuwe Europese landbouwbeleid voor de omschakeling naar een diervriendelijkere veehouderij.

Het Europese landbouwbeleid heeft zich jarenlang gericht op verhoging van de productie. Zo vormden dierpremies een stimulans tot het houden van meer dieren per hectare en verhoging van de productie per dier, wat bijgedragen heeft tot intensivering en dieronvriendelijke veehouderijsystemen, stelt de Dierenbescherming. Die dierpremies worden niet langer gekoppeld aan het aantal dieren. In plaats daarvan worden alle dierlijke en plantaardige premies samengevoegd tot één vaste premie per boerderij.

Het nieuwe premiestelsel is volgens de Dierenbescherming een stimulans voor extensievere veehouderij waarin meer ruimte per dier is en beter tegemoet kan worden gekomen aan de natuurlijke behoeften van de dieren. Wel krijgen de lidstaten in het nieuwe premiestelsel de mogelijkheid de oude koppeling tussen premie en aantal dieren gedeeltelijk te herstellen. De Nederlandse minister van Landbouw heeft al laten doorschemeren dat hij de premies volledig wil ontkoppelen. De Dierenbescherming zal hem daarin steunen.

De Dierenbescherming is buitengewoon verheugd dat verbeteren van dierenwelzijn nu een zelfstandig doel wordt in het plattelandsbeleid. Hierdoor komen er nieuwe mogelijkheden om veehouders te helpen bij het voldoen aan de wettelijke minimum dierenwelzijnseisen, te stimuleren mee te doen aan kwaliteitsprogramma's met een hoger dierenwelzijn zoals scharrel en biologisch, en gebruik te maken van een boerderij-adviessysteem.

De Dierenbescherming vindt het jammer dat de Europese lidstaten niet verplicht worden om van deze nieuwe mogelijkheden gebruik te maken, zodat dit van land tot land sterk kan gaan verschillen. En ook valt de omvang van de overdracht van gelden uit het budget voor landbouwpremies naar het budget voor plattelandsbeleid de Dierenbescherming tegen. Maar het blijft een principiële doorbraak die de weg naar verbetering van het dierenwelzijn in de veehouderij helpt te vergemakkelijken, aldus de Dierenbescherming.


 Maandag 30 juni, 13.00 uur
Maandag, 30 juni 2003 door Henk Coolen
VERSOEPELINGEN SINDS VRIJDAG - Minister Veerman heeft vrijdag de regels voor de bestrijding van de vogelpest opnieuw versoepeld. De versoepingen, die gelden van 27 juni 13.00 uur, werden kort daarna op Internet bekend gemaakt, maar pas aan het eind van de middag in persberichten openbaar gemaakt.

OPHEFFING BESCHERMINGSGEBIEDEN - De beschermingsgebieden (B-gebieden) Beneden-Leeuwen, Kapel Avezaath, Ravenstein, Heeswijk Dinther, Deurne, Nederweert, Budel, Echt en Zundert zijn opgeheven. Voor deze gebieden geldt nu het regime van de toezichtsgebieden (T-gebieden; vervoersbeperkingsgebieden). Alleen het B-gebied Gelderse Vallei blijft nog in stand, aangezien in dit gebied nog niet alle mest van de besmette bedrijven is afgevoerd. Wanneer dat is gebeurd -het streven is in de loop van deze week- zal dit B-gebied ook de status van T-gebied krijgen. Tot zo lang blijven in dit gebeid de maatregelen onverkort van kracht.

VERSOEPELINGEN IN T-GEBIEDEN (ALGEMEEN) - In het regime van de T-gebieden, met uitzonderingen van de daarin gelegen B-gebieden, zijn versoepelingen doorgevoerd. Doorvoer wordt mogelijk van AI-gevoelige dieren, broed- en consumptie-eieren, gebruikt stooisel en mest afkomstig van AI-gevoelige dieren door de T- en B-gebieden en door de provincies waar deze gebieden in liggen (Flevoland, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg). Dit staat in een van de persberichten van het ministerie. De Regeling compartimente-ring AI-gevoelige dieren 2003 en de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I zijn aan deze wijzigingen aangepast.

INLEG BROEDEIEREN - De broederijen in de T-gebieden mogen weer broedeieren inleggen. Voor eigen rekening en risico, omdat niet te garanderen dat tijdens de verklikkerfase alle dieren negatief blijken te zijn. Mocht er een positieve verklikkerkip worden aangetroffen, dan wordt dit als een nieuw AI-geval aangemerkt, met bijbehorende maatregelen. De broederijen in de T-gebieden mogen broedeieren uit het eigen T-gebied inleggen alsook eieren van buiten B/T-gebieden. Alle eendagskuikens die hieruit worden geboren moet worden geplaatst buiten de T-gebieden in de 5 niet-vrije provincies (voor zover die tweedeling van het land op dat moment nog bestaat). De aanvoer van broedeieren naar broederijen in een T-gebied moet vergezeld gaan van een door het CPE afgegeven geleidebiljet. Voor broederijen in het B-gebied Gelderse Vallei geldt boven-staande (nog) niet. Broedeieren geproduceerd in de T-gebieden mogen worden ingelegd bij broederijen in hetzelfde T-gebied of bij broederijen in de 5 niet-vrije provincies (Flevoland, Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Utrecht).

AFVOER EENDAGSKUIKENS - Eendagskuikens afkomstig uit een T-gebied (niet uit B-gebieden) moeten rechtstreeks uit een gebied worden vervoerd naar een bedrijf gelegen binnen die vijf niet-vrije provincies. De eendagkuikens mogen niet naar een ander T-gebied worden vervoerd.

OVERPLAATSEN OPFOKDIEREN - Opfokdieren uit een T-gebied mogen overgeplaatst worden naar lege bedrijven (lege stallen) buiten een T-gebied in de 5 niet-vrije provincies. De dieren moeten vergezeld gaan van een gezondheidsverklaring die maximaal 12 uur voor vertrek door een dierenarts is opgesteld. Deze verklaring moet op het bedrijf van bestemming worden bewaard. De eerdere procedure met bloedmonsters en trachea-swabs is vervallen. Wel dienen deze verplaatsingen vooraf (voor 16.00 uur op de werkdag voor overplaatsing) bij de PVE gemeld te worden. Tevens gelden de bekende R en O-bepalingen voor vervoermiddelen en kratten, kooien etc. Tussen 10 en 15 dagen na overplaatsing moet een klinische inspectie door een dierenarts plaatsvinden. Ook deze verklaring moet op het bedrijf bewaard worden.

RUIKOPPELS NIET OVERPLAATSEN - De EU-beschikking biedt geen ruimte om ruikoppels over te plaatsen. Het bedrijfsleven had in het basisoverleg van vorige week woensdag het ministerie gevraagd dit mogelijk te maken. Veterinair is hier namelijk een gelijke situatie aan de orde als bij opfokdieren. Hoewel LNV deze mening deelt, blijft overplaatsten dus vooralsnog niet toegestaan.

AFVOER UITGELEGDE DIEREN - Uitgelegde dieren mogen voor de slacht worden afgevoerd uit een T-gebied naar slachterij Klaasen in Baarle Nassau en Remkes in Epe. Voor vermeerderingsdieren is dat een passende oplossing. Voor uitgelegde kippen biedt dit nog geen soulaas.

AFVOER PLUIMVEEMEST - Afvoer van pluimveemest uit de T-gebieden naar buiten die gebieden wordt nog niet toegestaan (dit in tegenstelling tot een persbericht waarin het ministerie meldt dat doorvoer van gebruikt strooisel en mest afkomstig van AI-gevoelige dieren door de T- en B-gebieden en door de provincies waar deze gebieden in liggen (Flevoland, Utrecht, Gelderland, Noord- Brabant en Limburg) is toegestaan en dat mest van AI-gevoelige dieren, al of niet gemengd, ook van of naar een T-gebied mag als daar geen B-gebied meer in ligt).

AANVOER SLACHTERIJEN - Slachterijen die door deze versoepelingen niet meer in een B- maar in een T-gebied komen te liggen, mogen weer dieren aanvoeren van buiten de B/T-gebieden via een corridor. Dit is (nog) niet van toepassing is voor de Gelderse Vallei. Concreet betekent dit dat de slachterijen Van der Linden in Beringe en Verwielen in Hunsel weer dieren van buiten de T-gebieden mogen aanvoeren.

AANVOER PAKSTATIONS - De pakstations die niet meer in een B- maar in een T-gebied komen te liggen, mogen eieren van buiten B/T-gebieden rechtstreeks aanvoeren. Eieren afkomstig uit de T-gebieden dienen via de aangewezen overslagplaatsen verhandeld te worden. Dat geldt ook voor de eieren die nu beschikbaar komen van bedrijven die in de voormalige B-gebieden liggen. Ook dit geldt (nog) niet in het B-gebied Gelderse Vallei. Deze eieren kunnen nog steeds slechts naar de eiproductenindustrie totdat in een later stadium ook dit gebied de status van een T-gebied krijgt.

VOER EN MELK GEMENGDE BEDRIJVEN - Voor de T-gebieden blijft de 1 op 1- en de R en O- verplichting voor het afleveren van voer en het ophalen van melk bij bedrijven met pluimvee bestaan en de bezoekers-regeling voor contacten tussen bedrijven met AI-gevoelige dieren.

VERKLIKKERDIEREN - In de regeling is een mogelijkheid geschapen om verklikkerdieren op voormalig besmette bedrijven te brengen. Hiermee is vrijdag gestart op bedrijven in Opheusden, Deurne en Koningsbosch. Deze week zal het uitzetten van verklikkerkippen doorgaan.

ONGESTICKERD - Doorvoer door B/T-gebieden met ongestickerde wagens wordt toegestaan voor zover het vervoer zich beperkt tot de autosnelwegen. Daarmee is ook het probleem van de afzondering van het zuidelijk deel van Limburg, ten zuiden van het T-gebied (voorheen compartiment F) van de baan.

 Herbevolking plan van aanpak
Maandag, 30 juni 2003 door H Coolen
herbevolking plan van aanpak

Download dit word-document (grootte 123 Kb)


 Aanpassing forfaitaire MINAS-gehaltes door Tweede Kamer
Zaterdag, 28 juni 2003 door Henk Coolen
27 juni 2003 - De Tweede Kamer heeft op 26 juni ingestemd met een amendement op de Meststoffenwet dat het voor meer veehouders aantrekkelijk maakt te kiezen voor het forfaitaire spoor in het mineralenaangiftesysteem (MINAS). Bij het forfaitaire spoor werken boeren in de aangifte met in de wet vastgelegde gehalten en normen voor stikstof en fosfaat. Op dit moment is voor de meerderheid van de veehouders nog het verfijnde spoor het meest aantrekkelijk. Daarbij wordt zoveel mogelijk gewerkt met werkelijke gehalten en moet bijvoorbeeld mest worden bemonsterd en gewogen. Het wetsvoorstel waarin deze wijziging is opgenomen moet nog door de Eerste Kamer behandeld worden. Wanneer deze ook instemt met het wetsvoorstel, gelden de voor veehouders gunstiger forfaits met terugwerkende kracht voor de MINAS-aangifte over 2003.
Gevolgen
Bedrijven die kiezen voor een forfaitaire aangifte hoeven de mest die zij aan- of afvoeren niet te bemonsteren en hebben te maken met een eenvoudiger administratie. Dat kan tot een aanzienlijke lastenverlichting leiden. Bedrijven die de afgelopen jaren verfijnd aangifte hebben gedaan, moeten wel bedacht zijn op de gevolgen van een eventuele keuze voor een forfaitaire aangifte. Zo vervallen in het verleden opgebouwde saldi en kunnen deze niet meer gebruikt worden om eventuele toekomstige heffingen mee te compenseren. Daarnaast zijn er diverse regelingen waar bedrijven die forfaitair aangifte doen geen gebruik van kunnen maken, omdat zij alleen van belang zijn bij een verfijnde aangifte.

Bedrijven die vooruitlopend op de uitkomst van de behandeling in de Eerste Kamer van deze wetswijziging zouden willen stoppen met het bemonsteren van mest moeten er rekening mee houden dat daarmee de keuze voor een forfaitaire aangifte over 2003 definitief is. Indien een bedrijf één of meerdere vrachten niet bemonsterde mest aan- of afvoert is het niet mogelijk om later alsnog te kiezen voor een verfijnde aangifte.

Indien een bedrijf dat forfaitair aangifte doet mest aanvoert van een bedrijf dat wel verfijnd aangifte doet, moet deze mest toch bemonsterd worden. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van het monster dat de leverancier bij het laden heeft laten nemen. Ook de afnemer moet het analyseresultaat voor zijn aangifte gebruiken.

De praktische consequenties van de wijziging die op initiatief van de Tweede Kamer in het wetsvoorstel is opgenomen, zijn nog niet allemaal duidelijk. Mogelijk moet een aantal uitvoeringsregelingen aan de wijziging worden aangepast. Ook kan bij nader inzien blijken dat een enkele norm aanpassing behoeft. Meer informatie kan worden verkregen bij Het LNV-loket (0800 2233322, www.hetlnvloket.nl).

Achtergrond
Met de voorgenomen wetswijziging worden de (forfaitaire) gehaltes en productienormen gewijzigd die een veehouder moet hanteren als hij een forfaitaire aangifte wil doen. Het gaat daarbij zowel om de normen voor de excretie per dier als om de normen voor gehalten in de mest. De nieuwe getallen zijn gebaseerd op de gemiddelde waarden die nu in de praktijk worden gerealiseerd. Deze zijn in de meeste gevallen gunstiger dan de nu in de wet opgenomen getallen, die relatief ongunstig waren vastgesteld om te bevorderen dat zo veel mogelijk boeren verfijnd aangifte doen. Daarmee wordt een forfaitaire aangifte voor meer bedrijven een reële optie.
Het wetsvoorstel waarin de wijziging van de forfaitaire cijfers is opgenomen bevat verder een aantal maatregelen die moeten leiden tot administratieve lastenverlichting. Onder andere worden belemmeringen voor samenvoeging van bedrijven weggenomen. Verder worden de forfaits voor de mineralengehalten van varkens geactualiseerd, waardoor onbedoelde heffingen worden voorkomen.

 Eerste verklikkerkippen in Opheusden
Zaterdag, 28 juni 2003 door Henk Coolen
Opheusden (27 juni 2003) - Op een scharrelbedrijf in Opheusden in de Betuwe zijn vrijdagmiddag de eerste verklikkippen uitgezet. Als deze kippen na drie weken nog gezond zijn, kan het bedrijf een begin maken met herbevolken.
Volgens topambtenaar Renee Bergkamp die minister Veerman van Landbouw verving, is dit nog niet het einde van de vogelpestcrisis. ,,Maar het is wel het begin van het einde. Het zijn de laatste meters voor de streep.''
Door de epidemie, die vier maanden geleden uitbrak, zijn dertig miljoen dieren gedood. Pluimveehouder Piet van Dam, wiens bedrijf op 27 maart werd geruimd, was ingenomen met de 388 kippen in de stal waar ooit 30.000 kippen waren gehuisvest. ,,Eindelijk weer leven in de stal. De eerste eieren zijn al gelegd. Die eet ik dus vanavond.''
De laatste besmetting van vogelpest is vastgesteld op 23 mei. De mest op de meeste besmette bedrijven is weggehaald en de laatste ontsmettingen zijn bijna klaar. De laatste fase in de crisis is nu het uitzetten van de verklikkippen ofwel sentinelkippen. (ANP)

 LNV: doorvoer door vervoersbeperkingsgebieden mogelijk
Zaterdag, 28 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van LNV acht het veterinair verantwoord om opnieuwe enkele versoepelingen aan te brengen in de regels rond vogelpest. Zo wordt het mogelijk om vanuit de zeven provincies van waaruit export toegestaan is, producten binnen de vervoersbeperkingsgebieden te brengen ten behoeve van doorvoer.
Er is slechts sprake van doorvoer wanneer een vervoermiddel het gebied binnengaat en over een autosnelweg rechtstreeks naar een bestemming rijdt gelegen buiten het vervoersbeperkingsgebied. Het is dus niet toegestaan om in het vervoersbeperkingsgebied de autosnelweg te verlaten.


 LNV: meeste beschermingsgebieden opgeheven
Zaterdag, 28 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van LNV vindt het veterinair verantwoord om de meeste beschermingsgebieden op te heffen, waardoor deze gebieden deel uitmaken van het omliggende vervoersbeperkingsgebied. Daarnaast wordt een aantal versoepelingen doorgevoerd in het regime van de vervoersbeperkingsgebieden, met uitzondering van de daarin gelegen beschermingsgebieden die nog wel gehandhaafd blijven.
Het ruimen van AI-gevoelige dieren, reiniging en ontsmetting en de afvoer van mest van besmette bedrijven hebben tot gevolg dat er geen verschil meer bestaat in het risico op een nieuwe uitbraak in een beschermingsgebied en het daaromheen liggende vervoersbeperkingsgebied. Het is dus niet langer noodzakelijk om, na reiniging en ontsmetting en afvoer van de besmette mest, een onderscheid te maken in het regime van de beschermings- en vervoersbeperkingsgebieden.

In de beschermingsgebieden Beneden Leeuwen, Kapel Avezaath, Ravenstein, Heeswijk Dinther, Deurne, Nederweert, Budel, Echt en Zundert heeft op de besmette bedrijven reiniging en ontsmetting plaatsgevonden en is de mest afgevoerd. Instandhouding van deze beschermingsgebieden is niet meer noodzakelijk. Deze gebieden kunnen dus worden opgeheven, hetgeen betekent dat het regime van het betreffende vervoersbeperkingsgebied van toepassing is.

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat het beschermingsgebied Gelderse Vallei nog in stand blijft, aangezien nog niet alle mest op de besmette bedrijven is afgevoerd. De maatregelen in dit gebied zijn onverkort van kracht.

Versoepelingen regime vervoersbeperkingsgebieden
Vanaf heden is de doorvoer mogelijk van AI-gevoelige dieren, broed- en consumptie-eieren, gebruikt strooisel en mest afkomstig van AI-gevoelige dieren door de vervoersbeperkings-en beschermingsgebieden.
Onder doorvoer wordt verstaan grensoverschrijdende vervoersbewegingen over autosnelwegen door een gebied rechtstreeks naar een bestemming gelegen buiten het gebied. Dat betekent dus, dat geen stop gemaakt mag worden in een dergelijk gebied, behoudens bij een aan de autosnelweg grenzende parkeerplaats, tankstation of bushalteplaats.


 Minister Veerman versoepelt maatregelen vogelpest
Zaterdag, 28 juni 2003 door Henk Coolen
27 juni 2003 - Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft vandaag de regels over de vogelpest opnieuw versoepeld. Vanaf 27 juni om 13.00 uur gelden de volgende versoepelingen.
Beschermingsgebieden
Nu de mest van de meeste besmette bedrijven is afgevoerd zijn volgende beschermingsgebieden opgeheven: Beneden Leeuwen, Kapel Avezaath, Ravenstein, Heeswijk Dinther, Deurne, Nederweert, Budel, Echt en Zundert. Voor deze gebieden geldt nu het regime van de vervoersbeperkingsgebieden.
Alleen het beschermingsgebied Gelderse Vallei blijft nog in stand, aangezien in dit gebied nog niet alle mest van de besmette bedrijven is afgevoerd. De maatregelen in dit gebied blijven onverkort van kracht.

Versoepelingen vervoersbeperkingsgebieden
Daarnaast is een aantal versoepelingen doorgevoerd in het regime van de vervoersbeperkingsgebieden, met uitzondering van de daarin gelegen beschermingsgebieden.
Doorvoer wordt mogelijk van AI- gevoelige dieren, broed- en consumptie-eieren, gebruikt stooisel en mest afkomstig van AI-gevoelige dieren door de vervoersbeperkings- en beschermingsgebieden en door de provincies waar deze gebieden in liggen (Flevoland, Utrecht, Gelderland, Noord- Brabant en Limburg)
Mest van AI-gevoelige dieren, al of niet gemengd, mag ook van of naar een vervoersbeperkingsgebied, maar alleen als daar geen beschermingsgebied meer in ligt.
Het is ook toegestaan opfokdieren, afkomstig uit de vervoersbeperkingsgebieden (niet uit de beschermingsgebieden), te vervoeren naar een leeg bedrijf of een lege stal van een bedrijf buiten een vervoersbeperkingsgebied in de provincies Flevoland, Gelderland, Limburg, Noord-Brabant of Utrecht.
Eendagskuikens, afkomstig uit een vervoersbeperkingsgebied (niet uit de beschermingsgebieden), moeten onmiddellijk uit een gebied worden vervoerd, naar een bedrijf gelegen binnen de provincies Flevoland, Gelderland, Limburg, Noord-Brabant of Utrecht. De eendagkuikens mogen niet naar een ander vervoersbeperkingsgebied worden vervoerd.
Broedeieren afkomstig uit een voervoersbeperkingsgebied (niet uit de beschermingsgebieden) mogen weer vervoerd worden naar een broederij binnen datzelfde vervoersbeperkingsgebied.
Het is ook toegestaan om broedeieren van buiten een vervoersbeperkingsgebied naar een broederij te vervoeren binnen een vervoersbeperkingsgebied (niet naar een beschermingsgebied).

Daarnaast wordt vervoer van verklikkerdieren naar besmette bedrijven mogelijk gemaakt.

De Regeling compartimentering AI-gevoelige dieren 2003 en de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I zijn aan deze wijzigingen aangepast.

 
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
Zojuist is de nieuwe regelgeving voor de vervoersbeperkingsgebieden op
internet verschenen. Deze is om 13:00 uur in werking getreden.

Alleen het beschermingsgebied (B) Gelderse Vallei blijft nog bestaan.
Daarbinnen blijft het beleid ongewijzigd totdat de mest van alle besmette bedrijven in dat gebied is afgevoerd. De beschermingsgebieden
Beneden-Leeuwen, Kapel-Avezaath, Ravenstein, Heeswijk Dinther, Deurne,
Nederweert, Budel, Echt en Zundert hebben vanaf nu de status van een
toezichtsgebied (T). Als de mest van alle besmette bedrijven in de Gelderse Vallei is afgevoerd zal dat B-gebied ook in een T-gebied worden omgezet (hopelijk in de loop van volgende week).

De broederijen in de T-gebieden mogen met de nieuwe regelgeving weer
broedeieren inleggen. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat dit voor eigen rekening en risico plaatsvindt. Er is nl. niet te garanderen dat tijdens de verklikkerfase alle dieren negatief blijken te zijn. Mocht er zich een positieve verklikkerkip voordoen dan wordt dit als een nieuw AI-geval aangemerkt, met bijbehorende maatregelen. De broederijen in de T-gebieden mogen zowel broedeieren uit het eigen T-gebied inleggen als ook eieren van buiten B/T. De plaatsing van alle eendagskuikens die hieruit voort komen moet plaatsvinden buiten de toezichtsgebieden in de 5 niet-vrije provincies (voor zover die tweedeling van het land op dat moment nog bestaat). De aanvoer van broedeieren naar broederijen in een toezichtsgebied moet gaan
via een door het CPE afgegeven geleidebiljet.

Voor broederijen in het beschermingsgebied Gelderse Vallei geldt
bovenstaande dus (nog) niet.

Broedeieren geproduceerd in de toezichtsgebieden mogen worden ingelegd bij broederijen in hetzelfde toezichtsgebied of bij broederijen in de 5 niet-vrije provincies (Flevoland, Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Utrecht). Het transport gaat via geleidebiljetten.

Opfokdieren uit een T-gebied mogen overgeplaatst worden naar lege stallen in de 5 niet-vrije provincies. De dieren moeten vergezeld gaan van een gezondheidsverklaring die maximaal 12 uur voor vertrek door een dierenarts is opgesteld. Deze verklaring moet met het transport mee naar het bedrijf van bestemming en daar worden bewaard. De eerdere procedure met bloedmonsters en tracheaswabs is komen te vervallen. Wel dienen deze de verplaatsingen vooraf (voor 16:00 de werkdag voor overplaatsing) bij de PVE gemeld te worden.

Tevens gelden de bekende R&O bepalingen voor vervoermiddelen en kratten, kooien etc. Tussen 10 en 15 dagen na overplaatsing moet een klinische inspectie door een dierenarts plaatsvinden. De verklaring moet op het bedrijf bewaard worden.

Afgelopen woensdag hebben we in het basisoverleg verzocht om ook het
overplaatsen van ruikoppels mogelijk te maken. Veterinair is hier namelijk een gelijke situatie aan de orde als bij opfokdieren. Ondanks dat LNV die mening met ons deelt biedt de EU-beschikking de ruimte helaas niet om ruikoppels over te plaatsen. Dit kan dus vooralsnog niet toegestaan worden.

Uitgelegde dieren mogen voor de slacht afgevoerd worden uit een
toezichtsgebied naar slachterij Klaasen in Baarle Nassau en Remkes in Epe.
Voor vermeerderingsdieren is dat een passende oplossing. Voor uitgelegde kippen biedt dat nog geen oplossing.

Afvoer van pluimveemest uit de toezichtsgebieden naar buiten die gebieden wordt nog niet toegestaan.

Slachterijen die met deze versoepeling niet meer in een B- maar in een
T-gebied komen te liggen mogen weer dieren aanvoeren van buiten de
B/T-gebieden via een corridor. Ook voor de slachterijen geldt dat dit dus nog niet van toepassing is voor de Gelderse Vallei. Per saldo betekent dit dat de slachterijen Van der Linden in Beringe en Verwielen in Hunsel weer dieren van buiten de toezichtsgebieden mogen aanvoeren.

De pakstations die niet langer in een B- maar in een T-gebied komen te
liggen mogen eieren van buiten B/T-gebieden rechtstreeks aanvoeren. Eieren afkomstig uit de T-gebieden dienen via de aangewezen overslagplaatsen verhandeld te worden. Dat geldt ook voor de eieren die nu beschikbaar komen van bedrijven die in de voormalige beschermingsgebieden liggen. Ook hier is dit weer niet van toepassing op de bedrijven in het beschermingsgebied Gelderse Vallei. Deze eieren kunnen nog altijd slechts naar de eiproductenindustrie totdat in een later stadium ook het B-gebied Gelderse Vallei de status van een T-gebied krijgt.

Voor de toezichtsgebieden blijft de 1 op 1- en R&O verplichting voor
afleveren voer en ophalen melk bij bedrijven met pluimvee bestaan en de bezoekersregeling voor contacten tussen bedrijven met AI-gevoelige dieren.

In de regeling is een mogelijkheid geschapen om verklikkerdieren op
voormalig besmette bedrijven te brengen.

Doorvoer door B/T-gebieden met ongestickerde wagens wordt toegestaan voor zover het vervoer zich beperkt tot de autosnelwegen. Daarmee is ook het probleem van de afzondering van het zuidelijk deel van Limburg, ten zuiden van het toezichtsgebied (voorheen compartiment F) van de baan.


Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert


 Vrijdag 27 juni, 14.00 uur
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
WAARSCHIJNLIJK VANDAAG VERSOEPELINGEN - Het pakket versoepelingen dat gisteren is vermeld in de Pluimveehouderij nieuwsbrief zal hoogstwaarschijnlijk vandaag in de loop van vandaag in werking treden. Dit meldde de PVE gister aan 't eind van de middag. 'Pluimveehouderij' probeert u hierover zo spoedig mogelijk te informeren, maar dat zal waarschijnlijk pas op z'n vroegst maandagmorgen zijn. Het is gebruikelijk dat de veranderingen op de internetsite van het ministerie van LNV zullen verschijnen.

OVERPLAATSEN OPFOKDIEREN - Met de nieuwe versoepelingen zal het worden toegestaan opfokdieren uit de toezichtsgebieden over te plaatsen naar buiten deze gebieden voor zover plaatsing in de 5 niet-vrije provincies plaatsvindt.

INLEG BROEDEIEREN - Met de nieuwe versoepelingen mogen broedeieren uit de toezichtsgebieden worden ingelegd bij broederijen in het betreffende toezichtsgebied, als ook bij broederijen in de 5 niet-vrije provincies.

B-GEBIEDEN WORDEN T-GEBIEDEN - Alle beschermingsgebieden, met uitzondering van de Gelderse Vallei, zullen de status van toezichtsgebied krijgen. De uitzondering voor de Gelderse Vallei is gemaakt omdat daar de mest nog niet van alle besmette bedrijven is afgevoerd.

VERKLIKKERKIPPEN - Vanmiddag om 15.15 uur zal minister Veerman (of diens plaatsvervanger) officieel de eerste verklikkerdieren plaatsen op een scharrelbedrijf met vrije uitloop in Opheusden. 'Pluimveehouderij' zal daarbij aanwezig zijn en het vanaf de openbare weg aanschouwen ('Pluimveehouderij' behoort niet tot de enkele geselecteerde journalisten die met de minister de stal in mogen om de verklikkerkippen los te laten). Ook op de voormalig besmette bedrijven in Deurne en Koningsbosch zullen vandaag verklikkerdieren geplaatst worden. De bedoeling is dat volgende week verklikkerdieren geplaatst worden op besmette bedrijven in gebied Nederweert en Gelderse Vallei Noord. Overigens meldde de eigenaar van het kalkoenbedrijf in Koningsbosch woensdag aan 'Pluimveehouderij' dat hij geen verklikkerkippen wilde ontvangen vanwege het risico op Blackhead.


 Supermarkten werken al aan veiliger stukje kip
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
De Nederlandse supermarkten werken al aan verdere verbetering van de gezondheid en het welzijn van kippen. De supermarkten willen dit bereiken door via EurepGAP eisen te stellen aan de inkoop van pluimveeproducten.
Dat schrijft het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) in reactie op de uitkomsten van het onderzoek van de Consumentenbond 'Naar een veilig stukje kip', dat op 26 juni 2003 in Den Haag gepresenteerd werd. Uit het onderzoek komt naar voren dat kippenvlees in de winkels nog te vaak Campylobacter en Salmonella bevat.

Samen met andere Europese supermarkten stelt de Nederlandse retail al eisen aan de productie van aardappelen, groenten en fruitproducten door het EurepGAP-certificaat. Momenteel wordt gewerkt aan geharmoniseerde eisen voor dierlijke producten via EurepGAP, inclusief pluimveevlees en eieren. De EurepGAP-inkoopvoorwaarden gelden voor alle leveranciers, ook de buitenlandse.

Supermarkten constateren ook dat de belangstelling bij de consument toeneemt voor de wijze waarop dieren worden gehouden. Het CBL nodigt de Consumentenbond uit om in gesprek te komen welke extra informatie op welke wijze aan de consument kan worden gepresenteerd. Hierbij zullen keuzes moeten worden gemaakt. Niet alle informatie kan op het etiket, aldus het CBL.


 Vleessector krijgt Salmonella steeds beter onder controle
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
De Nederlandse vleessector is succesvol in het bestrijden van Salmonella. Dat concludeert PVE uit cijfers die zijn aangereikt door het RIVM. Voor 2003 zijn 7% minder gevallen van Salmonellose bij de mens gemeld dan over dezelfde periode van 2002. In 2002 lag het aantal besmettingen al 29% lager dan in 2001. Volgens PVE is dit het resultaat van het optimaliseren van de hygiëne in de sector.
De hygieneprogramma's maken onderdeel uit van het kwaliteitszorgsysteem IKB. De Nederlandse vleessector werkt aan het nog verder terugdringen van het Salmonellagevaar. Zo heeft de varkenssector zich verplicht om op slachterijen en varkensbedrijven met een relatief hoge Salmonellabelasting extra maatregelen te nemen. Hiervoor is onlangs het Salmonella Controle Programma Varkenssector 2003 van kracht geworden.


 PVE: Markt moet sturende factor voor dierenwelzijn zijn
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
Niet de overheid maar de consument moet door zijn koopgedrag de mate van dierenwelzijn bepalen. Voorwaarde voor een koploperpositie in dierenwelzijn is dat een bedrijfstak economisch voldoende sterk is om zo'n positie aan te kunnen.
PVE voorzitter Ramekers zei dit tijdens het congres dat de Dierenbescherming deze week organiseerde rond het thema '10 jaar Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren'. Volgens Ramekers is dierenwelzijn meer gebaat bij Europese regels, dan bij nationale. Hij wees op het gevaar dat door strenge nationale regels productie zich verplaatst naar elders. Het resultaat is dat het welzijn van de dieren niet verbetert maar dat alleen het het probleem wordt verplaatst.

Ramekers plaatste kanttekeningen bij argument dat welzijnsvriendelijkere productie de kostprijs slechts met enkele procenten zou verhogen in vergelijking tot de traditionele systemen. Volgens hem wordt daarbij te gemakkelijk voorbij gegaan aan de smalle marges in de veehouderij.

Als voorbeeld van een sector die er wel in is geslaagd om welzijnsmaatregelen door te voeren zonder dat dit in extra vraag of een hogere prijs werd terugverdiend noemt Ramekers de kalversector. Vanaf 1990 is een omschakeling doorgevoerd naar groepshuisvesting voortvloeiend uit afspraken tussen de sector, het ministerie van LNV en de Dierenbescherming. Per 1 januari 2004 wordt groepshuisvesting voor kalveren verplicht in Europees verband. De omschakeling is volgens de PVE-voorzitter slechts gelukt vanwege de sterke internationale positie, het kostprijsleiderschap en de hoge mate van integratie binen de sector.

De PVE voorman erkent dat gevolgde procedures in voorstellen om tot verbetering van het dierenwelzijn te komen traag werken met name door de adviesfunctie van Raad voor Dieraangelegenheden (RDA). Hij ziet echter een groot voordeel in het gegeven dat een advies vanuit het RDA door alle betrokken organisaties gedragen wordt. Ramekers pleit voor meer verantwoordelijkheid voor de sector en de ondernemers in dierziektebestrijding en preventie en op het gebied van dierenwelzijn.


 Betere etikettering vleesproducten vanaf juli 2003
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
Op 1 januari 2003 is een Europese richtlijn van kracht geworden waarin voor de etikettering van vleesproducten een strakkere definitie van het begrip 'vlees' is gegeven. De consument denkt bij 'vlees' vooral aan spiervlees. Vanaf 1 juli zal de consumenten duidelijk kunnen zien of hij spiervlees, vet dan wel slachtafval koopt.
De richtlijn is van toepassing op producten die vlees als ingrediënt bevatten, en dus niet op vlees dat geen verdere verwerking heeft ondergaan. Het gaat met andere woorden om producten als sauzen, paté, gekookt of gebakken vlees, kant-en-klaarmaaltijden en vlees in blik.

De definitie van vlees wordt beperkt tot de skeletspieren. Dit is een belangrijke ontwikkeling. Andere delen van dieren die voor menselijke consumptie zijn bestemd, zoals slachtafvallen (waaronder hart, ingewanden en lever) of vet, moeten nu als dusdanig worden geëtiketteerd en niet langer als 'vlees'.
Er is evenwel ook bepaald dat een deel van het vetgehalte als vlees mag worden behandeld. Het moet dan wel gaan om vet dat aan de spieren is vastgehecht en het betrokken percentage mag niet hoger zijn dan de in de definitie bepaalde maxima.
Voorts is in de richtlijn bepaald dat de diersoort waarvan het vlees afkomstig is, systematisch moet worden vermeld, zodat bijv. 'rundvlees" wordt onderscheiden van 'varkensvlees'.
Tenslotte is bepaald dat separatorvlees niet onder de definitie valt. In de rundvleessector is separatorvlees volledig verboden als gevolg van BSE. Voor de andere diersoorten zal separatorvlees afzonderlijk moeten worden geëtiketteerd en behoort het niet langer tot het vleesgehalte van de producten waarin het voorkomt.

Rechtshandhaving en mogelijke sancties bij inbreuken tegen de EU-regelgeving inzake de etikettering van levensmiddelen behoren tot de bevoegdheid van de lidstaten.


 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
Snelle Salmonella-test

Animal Sciences Group, het voormalige ID Lelystad, ontwikkelt een snelle Salmonella-test voor pluimvee-slachterijen. De uitslag van de test is binnen een uur bekend, dus voordat het vlees de slachterij verlaat. Bij de nieuwe test wordt gebruik gemaakt van een chip met een gouden oppervlak. Aan dat oppervlak worden antigenen van een specifiek stukje van de salmonella bacterie gebonden. Wanneer bloedserum met anti-lichamen tegen salmonella in contact komt met het gouden oppervlak, worden de antilichamen in het serum gebonden aan de antigenen op het chipopper-vlak. Of dat zo is, is te met een met een lichtstraal.

Vaccineren tegen AI

Sinds de uitbraak van vogelpest in Nederland wordt er gediscussieerd over vaccinatie als ondersteunende bestrijdingsmaatregel. Vaccinatie tegen AI is in principe mogelijk en wordt in verschillende landen toegepast. In Europa wordt echter de voorkeur gegeven aan bestrijden zonder de toepassing van vaccinatie. 'Pluimveehouderij' sprak met dierenarts Joep Bolwerk en accountmanager Marien Jansen van Intervet Nederland over de ervaringen met vaccinatie tegen AI als aanvullend instrument om de verspreiding van het virus tijdens een uitbraak te beperken.

Vijf jaar na dato

Wat stond er in juni 1998 in 'Pluimveehouderij' en kunnen we lijnen trekken naar de actualiteit van nu. 'Pluimveehouderij' bezocht legvermeerderaars Jan Berndsen en zijn vrouw Els, die vijf jaar geleden hun varkensbedrijf in Zevenaar moesten verlaten wegens de aanleg van de Betuwelijn. Ze stapten over op kippen door in Didam een bestaand bedrijf over te nemen en te renoveren. Hoe verging het hen de afgelopen vijf jaar? In juni 1998 presenteerde de pluimveesector het rapport 'Iedereen kiplekker'. Deze toekomstvisie heeft duidelijke parallellen met de actuele situatie. Oud-NOP-voozitter Karel Boonen gaat in op de impact van het rapport en op het aspect van de dierziektebestrijding.

Hongergevoel

Het welzijn van vleeskuikenouderdieren is nauwelijks gebaat bij de combinatie van spinfeeder en laag energetisch voer tijdens de opfok. Dit ontdekten Ingrid de Jong en Lotte Meijerink, onderzoekers dieren-welzijn bij ID-Lelystad. Hun onderzoek heeft tot doel een oplossing te vinden voor het 'hongergevoel' bij vleeskuikenouderdieren, wat wordt genoemd als 1 van de belangrijkste knelpunten met betrekking tot welzijn bij vleeskuikenouderdieren

 Diversen
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman wil een breed maatschappelijke debat over pluimveesector. Dit debat moet eind dit jaar uit-monden in een visie, maatregelen en afspraken met betrokkenen in en rond de pluimveesector. De brief waarin Veerman een aanzet geeft tot dit debat, is door de Kamer goed ontvangen. Oppositiepartijen hadden liever een offensieve voortrekkersrol van de minister gezien, maar coalitiepartijen vinden het juist goed dat de minister eerst het bedrijfsleven de kans geeft met een visie te komen.

Het bestrijden van vogelpest door te vaccineren in eerste instantie misschien wel goedkoper dan ruimen, maar de economische gevolgen voor de Nederlandse pluimvee-stapel zullen zeer groot zijn. Daarnaast zijn er ook epidemiologische argumenten om vaccineren af te raden. Dit concludeert het CIDC in Lelystad dat de inzet van vaccinatie bij de bestrijding van vogelpest op verzoek van minister Veerman in kaart heeft gebracht.

PPE en NOP hebben de schade die de vermeerderings-sector door de vogelpest heeft opgelopen, deze week opnieuw onder de aandacht van de minister gebracht. Ook de Tweede Kamer heeft maandagavond tijdens het laatste vogelpestdebat een uiterste poging gedaan de minister te bewegen de vermeerderaars geldelijke hulp te verlenen. Veerman zegt niets voor deze sector te kunnen doen en dat nu anderen aan zet zijn.

Meer informatie over de vogelpestbestrijding vindt u in de extra nieuwsbrief die later deze dag verschijnt.

 Laatste AI Nieuws (Donderdag)
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
Vandaag (Donderdag) is er niet veel nieuws te melden. Het versoepelingenpakket zoals vermeld in het bericht van gisteren zal hoogstwaarschijnlijk morgen in de loop van de dag in werking treden.

Ter aanvulling op de berichtgeving van gisteren is ons inmiddels bekend dat met de nieuwe versoepelingen opfokdieren uit de toezichtsgebieden overgeplaatst mogen worden naar buiten deze gebieden voor zover plaatsing in de 5 niet-vrije provincies plaatsvindt.

Ook was gisteren nog niet geheel duidelijk welke bestemming broedeieren uit de toezichtsgebieden mogen hebben. Wij kregen de mededeling dat deze ingelegd kunnen worden bij broederijen in het desbetreffende toezichtsgebied én bij broederijen in de 5 niet-vrije provincies.

Alle beschermingssgebieden behalve de Gelderse Vallei zullen de status van toezichtsgebied krijgen. In de Gelderse Vallei is nl. de mest nog niet van alle besmette bedrijven afgevoerd.

Verder zullen we de regelgeving morgen af moeten wachten voor nadere
details. Zoals gebruikelijk zal deze op de internetsite van LNV verschijnen.

Morgenmiddag om 15:15 uur zal minister Veerman de eerste verklikkerdieren plaatsen op een vrije uitloop bedrijf in Opheusden. Ook op de voormalig besmette bedrijven in Deurne en Koningsbosch zullen morgen verklikkerdieren geplaatst worden. De bedoeling is dat volgende week verklikkerdieren geplaatst worden op besmette bedrijven in gebied Nederweert en Gelderse Vallei Noord.

Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert


 Ai Nieuws Woensdag
Vrijdag, 27 juni 2003 door Henk Coolen
Woensdag heeft weer een basisoverleg plaatsgevonden. De belangstelling
daarvoor neemt duidelijk af: het aantal aanwezigen is nog maar een fractie van de brede maatschappelijke vertegenwoordiging dat het ooit geweest is. In het basisoverleg is het aanstaande versoepelingenpakket aangekondigd.
Opvallend is dat zeer voorzichtige formuleringen gebruikt worden voor het tijdstip waarop dit in werking zal treden: er wordt getracht het hele pakket nog deze week rond te krijgen. Wij zullen u de komende dagen hierover op dehoogte houden.

De huidige beschermingsgebieden (3 km rond besmetting) krijgen de status van een toezichtsgebied indien in het desbetreffende gebied de mest van de besmette bedrijven is afgevoerd. Dat zou waarschijnlijk eind deze week voor alle B-gebieden gelden behalve voor de Gelderse Vallei. In de Gelderse Vallei zijn de inspanningen er op gericht de mest uiterlijk 4 juli te hebben afgevoerd. Dat is de deadline om het PCVD te laten besluiten om per 11 juli de opdeling in vrije en niet-vrije provincies op te heffen. Dan zou er vanaf dat moment dus ook weer levend pluimvee en broedeieren vanuit de niet-vrije
provincies geëxporteerd mogen worden (behoudens toezichtsgebieden).

De broederijen in de toezichtsgebieden mogen met de nieuwe regelgeving weer broedeieren inleggen. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat dit voor eigen rekening en risico plaatsvindt. Er is nl. niet te garanderen dat tijdens de verklikkerfase alle dieren negatief blijken te zijn. Mocht er zich een positieve verklikkerkip voordoen dan wordt dit als een nieuw AI-geval aangemerkt, met bijbehorende maatregelen. De broederijen in de T-gebieden mogen zowel broedeieren uit het T-gebied inleggen als ook eieren van buiten B/T. De plaatsing van alle eendagskuikens die hieruit voort komen moet plaatsvinden buiten de toezichtsgebieden in de 5 niet-vrije provincies (voor
zover die tweedeling van het land op dat moment nog bestaat).

Als B-gebieden de status van T-gebied krijgen (naar verwachting dus alle B-gebieden exclusief de Gelderse Vallei) mogen ook de broederijen die nu nog in die B-gebieden liggen onder dezelfde voorwaarden weer inleggen.

Er is verzocht de broedeieren uit de T minus B-gebieden ook bij broederijen buiten de toezichtsgebieden te mogen inleggen. Tot nu waren daar slechts 4 broederijen voor aangewezen. LNV beziet nog of inleg toegestaan wordt bij alleen de broederijen in de 5 niet-vrije provincies of dat ook inleg bij broederijen in de 7 andere provincies toegestaan kan worden.

Waarschijnlijk mogen opfokdieren het T-gebied in het nieuwe regime
gereguleerd verlaten en kunnen overplaatsingen naar de 5 niet-vrije
provincies toegestaan worden. Volledige duidelijkheid kon LNV daar nog niet over geven, omdat dit punt morgen nog verder besproken wordt.

Afvoer van uitgelegde dieren uit een toezichtsgebied naar de slacht buiten het gebied wordt toegestaan naar aangewezen slachterijen in de 5 niet-vrije provincies. Voor vermeerderingsdieren is daarmee een oplossing in beeld met slachten in Baarle Nassau. Voor uitgelegde kippen biedt dat nog geen oplossing. Mogelijk kan dit pas na 11 juli zodra de tweedeling van het land wordt opgeheven.

Afvoer van pluimveemest uit de toezichtsgebieden naar buiten die gebieden wordt (nog) niet toegestaan.

Slachterijen die met deze versoepeling niet meer in een B- maar in een
T-gebied komen te liggen mogen vanaf dat moment dieren aanvoeren van buiten de B/T-gebieden via een corridor. Ook voor de slachterijen geldt dat dit dus waarschijnlijk nog niet zal gelden voor de Gelderse Vallei. Er is op dit punt nog verzocht om de mogelijkheden te bezien om ook in een resterend B-gebied aanvoer naar de slachterijen mogelijk te maken. Dat zou van belang kunnen zijn als de mest in de Gelderse Vallei minder spoedig van de bedrijven wordt afgevoerd dan nu gehoopt.

Gevraagd is om voor de slacht van dieren uit niet-vrije provincies ook de kleinere slachterijen aan te wijzen. Dit zal bekeken worden.

De pakstations die nu in een B-gebied liggen mogen straks eieren van buiten B/T-gebieden rechtstreeks aanvoeren, overeenkomstig de regels die nu ook al gelden voor de pakstations in de huidige T-gebieden.

Voor de toezichtsgebieden blijft de 1 op 1 verplichting bestaan en de
bezoekersregeling voor contacten tussen bedrijven met AI-gevoelige dieren.

Doorvoer door B/T-gebieden met ongestickerde wagens wordt toegestaan voor zover het vervoer zich beperkt tot de snelwegen. Daarmee is ook het probleem van de afzondering van het zuidelijk deel van Limburg, ten zuiden van het toezichtsgebied (voorheen compartiment F) van de baan.

De bilaterale afspraken met lidstaten voor de import van levend pluimvee naar niet-vrije provincies waren tot nu toe geregeld met België en Duitsland. Inmiddels is ook met Denemarken en het Verenigd Koninkrijk afgesproken dat import mag plaatsvinden. Daarbij geldt de gebruikelijke certificering en voorts de regels die ook voor binnenlands transport van toepassing zijn. Met Frankrijk is de afspraak nog niet rond, aangezien de Fransen nog aanvullende garanties willen omtrent R&O van de kratten. Hierover zullen nog nadere afspraken gemaakt worden.

Verder is gemeld dat aanstaande vrijdag de eerste verklikkerdieren worden geplaatst in Deurne, Koningsbosch en het zuidelijk deel van Beneden Leeuwen (Betuwe en Land van Maas en Waal). Na de drie weken durende verklikkerfase kan een gebied vrijgegeven worden. Ondanks dat de Gelderse Vallei in meerdere clusters is opgedeeld zal de vrijgave pas kunnen plaatsvinden als alle clusters die tot dat gebied behoren de verklikkerfase hebben afgerond.
Voormalig besmette bedrijven krijgen vier weken de tijd om verklikkerdieren te laten plaatsen. Zij ontvangen hierover een brief waarna de pluimveehuder kenbaar maakt dat hij wil gaan herbevolken en dus verklikkerdieren wil ontvangen. Bedrijven die niet willen of kunnen meewerken aan deze procedure omdat er nog geen schoonverklaring verkregen is krijgen daarna pas weer na 4 maanden gelegenheid om verklikkerdieren (dan op eigen kosten) te ontvangen. Dergelijke bedrijven worden dus in eerste instantie beschouwd als
"niet-starter". Wel moet de mest zijn afgevoerd en de R&O procedure op die niet-startende bedrijven helemaal zijn doorlopen alvorens een gebied kan worden vrijgegeven.

Al weken wordt gevraagd naar verkleining van het toezichtsgebied aan de westkant van G (regio Bergeijk). LNV heeft daarbij aangegeven dat de omschrijving van het toezichtsgebied vastligt in EU-regelgeving, maar dat men wel bereid is te bekijken om een deel van het toezichtsgebied af te pellen vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde besmette bedrijf.

Gevraagd is in hoeverre bij de overplaatsingen van niet-vrije naar vrije provincies ook ruikoppels overgeplaatst mogen worden. De CVO zal dit nog nagaan, maar ziet hier op voorhand geen probleem. LNV zal er nog op terugkomen.

TV Gelderland maakte vandaag melding van enkele hobbykippen die nog aanwezig zouden zijn op een besmet bedrijf in Lunteren. Deze zijn bij de ruiming destijds achtergebleven. LNV kon daar nog geen nadere mededelingen over doen. Informeel vernamen wij dat de resterende dieren alsnog geruimd zouden zijn.

Er is geen nieuwe datum vastgesteld voor een eerstvolgend basisoverleg. Afhankelijk van de ontwikkelingen wordt een overleg t.z.t. gepland.

Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 Akkoord over hervorming Europees landbouwbeleid
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
Een fundamenteel akkoord dat het landbouwbeleid groener, marktgerichter en minder handelsverstorend maakt, zo vat Minister Veerman het akkoord samen dat de Europese Ministers van Landbouw vanochtend vroeg na lange en moeizame onderhandelingen bereikten.
Volgens Veerman is het de meest vergaande hervorming uit de geschiedenis van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. ,, Het nieuwe beleid brengt de landbouw dichter bij de markt en reduceert de invloed van Brussel op de landbouwproductie. Daar komt bij dat de hervormingen -in tegenstelling tot andere aanpassingen- binnen een strikt budgetkader hebben plaats gevonden''.
De Ministers hebben in drie soms moeizame sessies het akkoord bereikt. ,,Het was vaak moeizaam, soms emotioneel, maar op het eind is een zeer brede overeenstemming bereikt. Dat is een belangrijk winstpunt en bewijst dat Europa zijn verantwoordelijkheid neemt, als er veranderingen nodig zijn,'' zo stelde Veerman.

Kern van het akkoord is het principe om inkomenstoeslagen die boeren ontvangen los te koppelen van de productie. Vanaf 2005 (of uiterlijk in 2007) worden deze bedragen uitgekeerd in de vorm van een bedrijfstoeslag. Deze toeslag is gebaseerd op wat de boer kreeg in het verleden. Deze bedrijfstoeslag is niet gebonden aan de teelt van een bepaald gewas of aan het houden van dieren. Het systeem van bedrijfstoeslagen haalt daarmee de prikkel tot produktieverhoging uit het GLB.
De inkomenssteun wordt afhankelijk gemaakt van het voldoen aan een groot aantal Europese richtlijnen op het gebied van milieu en natuur, dierenwelzijn en diergezondheid. Indien een boer deze richtlijnen niet naleeft, zal de inkomenssteun worden verlaagd.

Om leegloop van het platteland te voorkomen, kunnen lidstaten besluiten een deel van de inkomenssteun gekoppeld te houden aan het telen van bepaalde akkerbouwgewassen of het houden van dieren.

Door verschuiving binnen het landbouwbudget krijgt het plattelandsbeleid een extra impuls. Boeren worden aangemoedigd meer aan het beheer van natuur en landschap te doen of zich te richten op andere activiteiten. De extra financiële middelen hiervoor worden gevonden door kortingen op de bestaande inkomenstoeslagen.

Een ander belangrijk element van de hervorming betreft de introductie van een systeem om het landbouwbudget te beheersen door de toetreding van 10 nieuwe lidstaten. In oktober 2002 hebben de Europese regeringsleiders afspraken gemaakt over een plafond voor de landbouwuitgaven tot 2013. De nieuwe lidstaten krijgen vanaf het moment van toetreding recht op een deel van de inkomenssteun. Het bedrag dat de toetreders krijgen wordt geleidelijk verhoogd, totdat alle lidstaten op hetzelfde niveau zitten. Dit zogenoemde infaseren van de directe inkomenssteun alsmede het financieren van verdere hervormingen van het GLB (inclusief modulatie) kunnen niet betaald worden uit het huidige budget. Dus moet er geld worden vrijgemaakt door de bestaande inkomenstoeslagen te verlagen. De Ministers van landbouw zullen jaarlijks een besluit moeten nemen over welk percentage vermindering nodig is om binnen het afgesproken budget te blijven, waarbij een veiligheidsmarge van 300 miljoen Euro geldt.

De oorspronkelijke voorstellen van de Europese Commissie bevatten een aantal punten die voor Nederland negatieve gevolgen zouden hebben. Minister Veerman is erin geslaagd om enkele belangrijke wijzigingen geaccepteerd te krijgen. De ontkoppeling van de inkomenssteun voor de aardappelzetmeelsector zal slechts gedeeltelijk plaatsvinden en ook de minimumprijs wordt voorlopig gehandhaafd. Zo krijgt de sector -die belangrijk is voor de werkgelegenheid in Noord Oost Nederland- de gelegenheid zich te reorganiseren en in te spelen op een nieuwe situatie.
Ook het systeem van vaste braaklegging is van de baan. Er is nu een systeem afgesproken waarbij akkerbouwers een vast percentage van hun grond uit productie moeten halen, maar dat kan jaarlijks een ander stuk zijn. Verder kunnen stroken langs waterlopen braak gelegd worden, hetgeen een belangrijk milieuvoordeel kan opleveren.
Daarnaast deelde Minister Veerman de vrees van een aantal van zijn collega's dat telers van de traditionele marktordeningsgewassen massaal zouden overstappen op de teelt van vrije producten. Mede daarom zijn er nu bepalingen opgenomen waarin die mogelijkheid wordt beperkt. Er mogen namelijk geen groenten, fruit of consumptieaardappelen worden geteeld op grond die voor inkomensondersteuning in aanmerking komt.

Verder hebben de landbouwministers besloten tot een nieuwe stap in de hervorming van de zuivelsector. De zogenoemde interventieprijs voor boter (als de marktprijs lager is dan dit bedrag dan koopt de overheid de boter) zal in vier jaar met 25 procent dalen, 10 procent meer dan eerder in het kader van Agenda 2000 was afgesproken. Na voltooiing van de zuivelhervorming zal een evaluatie van de zuivelmarkt worden gemaakt om te bezien of het wenselijk is een extra verruiming van het quotum in te voeren bovenop de 1,5 procent die reeds in tijdens de hervormingen van Agenda 2000 is overeengekomen.

 Uitnodiging voor de media: minister Veerman zet eerste verklikkerkippen uit
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
26 juni 2003 - Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zet op vrijdag 27 juni om 15.15 uur de eerste verklikkerkippen uit op een scharrelbedrijf in Opheusden. Als de kippen na drie weken nog gezond zijn, kan het bedrijf een begin maken met herbevolken.

Met het uitzetten van de eerste verklikkerkippen markeert Veerman de start van de laatste fase van de Vogelpestcrisis. De laatste besmetting werd vastgesteld op 23 mei. De mest op de meeste besmette bedrijven is weggehaald en de laatste reinigingen en ontsmettingen zijn bijna klaar. De laatste fase in de crisis is nu het uitzetten van de verklikkerkippen ofwel sentinelkippen.

 Diversen AI berichten
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
Donderdag 26 juni,

VERSOEPELINGEN EIND DEZE WEEK - In het basisoverleg van woensdagmiddag is het aanstaande versoepelingspakket aangekondigd. Getracht wordt het hele pakket nog deze week rond te krijgen.

B-GEBIEDEN WORDEN T-GEBIEDEN - De huidige beschermingsgebieden (B-gebieden; 3 km rond besmetting) krijgen de status van een toezichtsgebied (T-gebied) indien uit zo'n gebied alle mest van alle besmette bedrijven is afgevoerd. Dat zou waarschijnlijk eind deze week voor alle B-gebieden gelden, met uitzondering van de Gelderse Vallei. Daar zijn de inspanningen erop gericht de mest uiterlijk 4 juli te hebben afgevoerd. Die datum is de deadline voor het Permanent Comite Voedselveiligheid en Diergezondheid (PCVD) te besluiten om per 11 juli de opdeling in vrije en niet-vrije provincies op te heffen. Dan zou er vanaf die datum ook weer levend pluimvee en broedeieren vanuit de niet-vrije provincies uitgevoerd mogen worden (behoudens uit de T-gebieden).

INLEG BROEDEIEREN IN T-GEBIEDEN - De broederijen in de T-gebieden mogen onder de nieuwe (aanstaande) regelgeving weer broedeieren inleggen. Voor eigen rekening en risico, want het is namelijk niet te garanderen dat tijdens de verklikkerfase alle dieren negatief (blijken te) zijn. Een positieve verklikkerkip wordt als een nieuw AI-geval aangemerkt, met bijbehorende maatregelen. De broederijen in de T-gebieden mogen broedeieren uit het T-gebied en van buiten B/T inleggen. Alle eendagskuikens die hieruit voortkomen moeten worden geplaatst buiten de T-gebieden in de vijf niet-vrije provincies (voorzover die tweedeling dan nog bestaat). Als B-gebieden de status van T-gebied krijgen mogen ook de broederijen die nu nog in die B-gebieden liggen onder dezelfde voorwaarden weer inleggen. Er is verzocht de broedeieren uit de T- minus B-gebieden ook bij broederijen buiten de T-gebieden te mogen inleggen. Tot nu waren daar slechts 4 broederijen voor aangewezen. Het ministerie beziet nog of inleg toegestaan wordt bij alleen de broederijen in de 5 niet-vrije provincies of dat ook inleg bij broederijen in de 7 andere provincies toegestaan kan worden.

VERPLAATSEN OPFOKDIEREN - Waarschijnlijk mogen opfokdieren het T-gebied onder het nieuwe regime 'gereguleerd' verlaten en kunnen overplaatsingen naar de 5 niet-vrije provincies worden toegestaan. Volledige duidelijkheid kon LNV daar nog niet over geven, omdat dit punt vandaag nog verder besproken wordt. Gevraagd is of bij de overplaatsingen van niet-vrije naar vrije provincies ook ruikoppels overgeplaatst mogen worden. De CVO zal dit nog nagaan, maar ziet hier op voorhand geen probleem. LNV zal er nog op terug-komen. Woensdag is voor 1 overplaatsing in T-gebieden toestemming verleend. Het betrof opfokgrootouder-dieren. Het is de laatste van de overplaatsingen die in deze periode van drie dagen hebben plaatsgevonden.

AFVOER UITGELEGDE KIPPEN - Afvoer van uitgelegde dieren uit een T-gebied naar de slacht buiten dat gebied wordt toegestaan naar aangewezen slachterijen in de 5 niet-vrije provincies. Voor vermeerderingsdieren is daarmee een oplossing in beeld met slachten in Baarle Nassau. Voor uitgelegde kippen biedt dit nog geen oplossing. Mogelijk kan dit pas na 11 juli zodra de tweedeling van het land wordt opgeheven.

AFVOER PLUIMVEEMEST - Afvoer van pluimveemest uit de T-gebieden naar buiten die gebieden wordt (nog) niet toegestaan.

AANVOER SLACHTDIEREN - Slachterijen die met deze versoepeling niet meer in een B- maar in een T-gebied komen te liggen mogen vanaf dat moment dieren aanvoeren van buiten de B/T-gebieden via een corridor. Ook voor de slachterijen geldt dat dit waarschijnlijk nog niet zal gelden voor de Gelderse Vallei. Er is verzocht om ook in een resterend B-gebied aanvoer naar de slachterijen mogelijk te maken. Dat kan van belang zijn als de afvoer van de mest in de Gelderse Vallei minder spoedig verloopt dan wordt gehoopt. Gevraagd is om voor de slacht van dieren uit niet-vrije provincies ook de kleinere slachterijen aan te wijzen.

AANVOER CONSUMPTIE-EIEREN - De pakstations die nu in een B-gebied liggen mogen straks eieren van buiten B/T-gebieden rechtstreeks aanvoeren, overeenkomstig de regels die nu ook al gelden voor de pakstations in de huidige T-gebieden.

BEZOEKERSREGELING - Voor de T-gebieden blijft de 1 op 1 verplichting bestaan en de bezoekersregeling voor contacten tussen bedrijven met AI-gevoelige dieren.

STICKERING - Doorvoer door B/T-gebieden met ongestickerde wagens wordt toegestaan voor zover het vervoer zich beperkt tot de snelwegen. Daarmee is ook het probleem van de afzondering van het zuidelijk deel van Limburg, ten zuiden van het T-gebied (voorheen compartiment F) van de baan. Broedeieren uit dit gebied mogen dan via het B/T-gebied met een ongestickerde wagen worden vervoerd naar andere delen van het land (tot nu toe was het niet toegestaan om met broedeieren door een B/T-gebied te rijden, dus kon er in het geheel niets meer mee).

IMPORT - Nadat eerdere met Belgie en Duitsland afspraken waren gemaakt voor de import van levend pluimvee naar niet-vrije provincies, is nu ook met Denemarken en het Verenigd Koninkrijk afgesproken dat import mag plaatsvinden. Daarbij geldt de gebruikelijke certificering en de regels die ook voor binnenlands transport van toepassing zijn. Met Frankrijk is de afspraak nog niet rond. De Fransen willen nog aanvullende garanties omtrent R en O van de kratten. Voor de duidelijkheid: het betreft hier alleen de import van levend pluimvee. Import van broedeieren kan in de huidige regelgeving zonder meer plaatsvinden.

TOEZICHTSGEBIED G -Al weken wordt gevraagd om verkleining van het T-gebied aan de westkant van G (regio Bergeijk). LNV heeft daarbij aangegeven dat de omschrijving van het T-gebied vastligt in EU-regelgeving, maar dat men bereid is te bekijken om een deel van dit gebied 'af te pellen' vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde besmette bedrijf.

RESTPROBLEEM - Eerder meldden de PVE een 'restprobleem' in de versoepelingen van vorige week, namelijk dat eendagskuikens afkomstig van broederijen in niet-vrije provincies 10 tot 15 dagen na plaatsing een klinische inspectie zouden moeten ondergaan. Inmiddels heeft LNV laten weten dat dit NIET van toepassing is (het staat nog steeds in de regeling, maar het desbetreffende protocol vermeldt er niets over).

NIEUW BASISOVERLEG - Er is geen nieuwe datum vastgesteld voor een eerstvolgend basisoverleg. Afhankelijk van de ontwikkelingen wordt een overleg t.z.t. gepland. Overigens neemt de belangstelling voor het basisoverleg af: woensdag was het aantal aanwezigen nog maar een fractie van de brede maatschappelijke vertegenwoordiging dat het ooit geweest is.


Verklikkerkippen geplaatst

Morgen (vrijdag) worden de eerste verklikkerdieren geplaatst in Deurne (N-B), Koningsbosch (L) en in het zuidelijk deel van gebied Beneden-Leeuwen (Betuwe en Land van Maas en Waal). Na de drie weken durende verklikkerfase kan een gebied worden vrijgegeven. Ondanks dat de Gelderse Vallei in meerdere clusters is opgedeeld zal de vrijgave pas kunnen plaatsvinden als in al die clusters de verklikkerfase is afgerond. Voormalig besmette bedrijven krijgen vier weken de tijd om verklikkerdieren te laten plaatsen. Pluimveehouders ontvangen hierover een brief waarna zij kenbaar kunnen maken of zij willen gaan herbevolken en dus verklikkerdieren willen ontvangen. Pluimveehouders die niet willen of kunnen meewerken aan deze procedure omdat ze nog geen schoonverklaring hebben, krijgen pas weer na vier maanden gelegenheid om verklikkerdieren te ontvangen. Op eigen kosten!. Dergelijke bedrijven worden in eerste instantie beschouwd als 'niet-starter'. Wel moet de mest zijn afgevoerd en de R en O procedure op die niet-startende bedrijven helemaal zijn doorlopen alvorens een gebied kan worden vrijgegeven.

PVE dringen aan op vergoedingsregeling VB

In het algemeen kameroverleg inzake vogelpest, maandagavond van 22.00 tot 24.00 uur (!), was een belangrijk punt de notitie die de sector had ingediend over de schade bij de vermeerderaars en het verzoek aan de minister om voor deze groep een regeling te treffen. De woordvoerders van CDA, VVD, LPF en SGP hebben de minister dringend verzocht om tot een schadevergoeding te komen. De minister blijkt daar weinig voor te voelen en zegt daarvoor geen geld beschikbaar te hebben op zijn begroting. Dinsdag hebben de PVE met de diverse fracties intensief contact onderhouden over eventuele vervolgstappen. Het is nog niet helemaal duidelijk of een aantal fracties hier nog op terug wil komen bij de minister. De PVE proberen de genoemde fracties te bewegen tot verdere actie en daarbij uit te gaan van een vergoedingsregeling die tijdens de varkenspestcrisis van toepassing was bij het fokverbod voor zeugen.



 Veerman: meest vergaande hervorming ooit
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
Luxemburg (26 juni 2003) - Er bestaat de nodige verwarring over het akkoord dat landbouwministers van de Europese Unie hebben bereikt in Luxemburg. Na de marathonvergadering van 17 uur circuleerden uiteenlopende varianten van het bereikte akkoord. Desondanks spreekt de Nederlandse minister van landbouw van de meest vergaande hervorming van het Europese landbouwbeleid ooit.
Het is volgens Veerman een fundamenteel akkoord dat het landbouwbeleid groener, marktgerichter en minder handelsverstorend maakt. Volgens de bewindsman is de ontkoppeling van de steun aan de productie volledig overeind gebleven. Dat zou betekenen dat de gedeeltelijke ontkoppeling, het compromis waar landbouwcommissaris Franz Fischler eerder toe bereid bleek, weer van tafel is. In de visie van Veerman heeft Frankrijk, de felste tegenstander van Fischlers plannen, ruime concessies gedaan.
De kern van het akkoord, om inkomenstoeslagen los koppelen van de productie, wordt vanaf 2005 (of uiterlijk in 2007) ingevoerd. Deze bedragen worden uitgekeerd in de vorm van een bedrijfstoeslag. Deze toeslag is gebaseerd op wat de boer kreeg in het verleden. Uit eerdere berichten zou 2001-2003 als referentieperiode gelden.
Deze bedrijfstoeslag is niet gebonden aan de teelt van een bepaald gewas of aan het houden van dieren, aldus de verklaring van Veerman. Het systeem van bedrijfstoeslagen haalt daarmee de prikkel tot produktieverhoging uit het GLB, legt hij uit.
De inkomenssteun wordt, aldus Veerman, afhankelijk gemaakt van het voldoen aan een groot aantal Europese richtlijnen op het gebied van milieu en natuur, dierenwelzijn en diergezondheid. Indien een boer deze richtlijnen niet naleeft, zal de inkomenssteun worden verlaagd.
De nieuwe lidstaten krijgen vanaf het moment van toetreding recht op een deel van de inkomenssteun. Het bedrag dat de toetreders krijgen wordt geleidelijk verhoogd, totdat alle lidstaten op hetzelfde niveau zitten.
Dit zogenoemde infaseren van de directe inkomenssteun alsmede het financieren van verdere hervormingen van het landbouwbeleid kunnen niet betaald worden uit het huidige budget. Dus moet er geld worden vrijgemaakt door de bestaande inkomenstoeslagen te verlagen. De Ministers van landbouw zullen jaarlijks een besluit moeten nemen over welk percentage vermindering nodig is om binnen het afgesproken budget te blijven, waarbij een veiligheidsmarge van 300 miljoen Euro geldt.



 Kamer tevreden over landbouwakkoord
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
Den Haag (26 juni 2003) - Tweede-Kamerfracties reageren redelijk tevreden op het landbouwakkoord dat donderdagmorgen in Luxemburg is bereikt. ,,Het hart van de voorstellen blijft tenminste overeind'', zei CDA-Kamerlid Atsma.
De Europese Commissie had het oorspronkelijke voorstel afgezwakt om Frankrijk over de streep te trekken. Daartoe zag de commissie onder meer af van prijsverlagingen voor graan en melk. ,,De aanpassing van de zuivelprijs betekent dat de klap voor Nederland minder groot is. Dat is iets wat we als Tweede Kamer sterk hebben bepleit'', aldus Atsma, die het akkoord alleszins acceptabel vindt.
PvdA-Kamerlid Waalkens is teleurgesteld dat Frankrijk over de streep getrokken moest worden door toezeggingen. Volgens hem was het akkoord om het landbouwbeleid radicaal te hervormen. ,,De vraag is of we hier als Europa iets mee opschieten'', vindt Waalkens. ,,Het is een teken aan de wand dat de nationale belangen van Frankrijk voorgaan

 Consumentenbond: kip nog steeds ziekmakend stuk vlees
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
Kippenvlees in de winkels bevat nog te vaak Campylobacter en Salmonella, zo blijkt uit een grootschalig onderzoek van de Consumentenbond. De Consumentenbond eist van de overheid nu écht strenge maatregelen om te komen tot kippenvlees in de winkels zonder ziekmakende bacteriën.
De Consumentenbond heeft 1.500 monsters kipfilet en kippenpoten onderzocht op de aanwezigheid van ziekmakende bacteriën, residuen van diergeneesmiddelen en dioxines en pcb's. Ook is gekeken naar de versheid en naar de water/eiwit-verhouding. Daarnaast is onderzoek gedaan naar maatschappelijk verantwoord ondernemen; gebleken is dat in wel 22% van de gevallen niet te achterhalen is waar de kip vandaan komt. De resultaten worden morgen in de nieuwe Consumentengids gepubliceerd.

In zowel biologisch als regulier gehouden kip komt Campylobacter nog veel te vaak voor, in 46% van de onderzochte stukjes kip. De besmettingskans met Salmonella is gedaald ten opzichte van eerder onderzoek, maar nog steeds aanwezig in wel 6,5%.
Voor beide bacteriën is overigens geen significant verschil tussen biologische en reguliere kip. Wel verschil is er in antibiotica, dat alleen is aangetroffen in reguliere kip (9%).

De Consumentenbond heeft minister Veerman van Landbouw opgeroepen alleen nog onbesmet kippenvlees in winkels toe te staan. Dat betekent dat alle kippen getest moeten worden op zowel Salmonella als Campylobacter voordat ze worden geslacht, en dat besmet vlees niet vers wordt verkocht. Hiertoe is nieuwe wetgeving nodig en toezicht op de naleving ervan.

Bovendien wil de Consumentenbond dat de overheid veelvuldig gebruik van antibiotica bij kippen aan moet banden leggen, om te voorkomen dat ziekmakende bacteriën resistent worden. Het gevaar is dat antibiotica bij mensen dan niet helpen als zij besmet raken met Salmonella of Campylobacter

 Veerman wil afschaffen dierproductierechten uitstellen
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van LNV heeft deze week de Tweede Kamer medegedeeld dat hij de afschaffing van de dierproductierechten per 1 januari 2005 met één à twee jaar wil uitstellen. Veerman zegt extra tijd nodig te hebben voor het oordeel van het Europese Hof over de Nederlandse mestwetgeving, dat mogelijk negatief uitpakt, en de evaluatie van de Meststoffenwet in 2004. Het voornemen van Veerman wordt nog in het kabinet besproken.
De Nederlandse Vakbond Varkenshouderij (NVV) is tegen het uitstellen van afschaffing van de dierrechten. Voorzitter Willie Gemert vindt dat de afspraken hierover met de vorige landbouwminister Brinkhorst, afschaffing per 1 januari 2005, moeten worden nagekomen. Volgens Van Gemert is het niet nodig om het systeem aan te houden naast de mestafzetcontracten.

LTO heeft nog geen standpunt ingenomen over het voorstel van Veerman. Chris van Gisbergen van LTO Varkenshouderij verwacht dat het uitstel gevolgen zal hebben voor bedrijven en wil de consequenties onderzoeken.
Ook de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) heeft nog geen standpunt ingenomen. Er zijn voor- en tegenstanders binnen de organisatie, aldus voorzitter Jan Wolleswinkel. Zelf is hij voor het afschaffen van het stelsel van dierrechten, omdat deze op termijn de concurrentiepositie van de sector zal benadelen.


 laaste nieuws
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
Vanmiddag heeft weer een basisoverleg plaatsgevonden. De belang stelling daarvoor neemt duidelijk af: het aantal aanwezigen is nog maar een fractie van de brede maatschappelijke vertegenwoordiging dat het ooit geweest is. In het basisoverleg is het aanstaande ver-soepelingen pakket aangekondigd. Opvallend is dat zeer voorzichtige formuleringen gebruikt worden voor het tijdstip waarop dit in werking zal treden: er wordt getracht het hele pakket nog deze week rond te krijgen. Wij zullen u de komende dagen hierover op de hoogte houden.

De huidige beschermingsgebieden (3 km rond besmetting) krijgen de status van een toezichtsgebied indien in het desbetreffende gebied de mest van de besmette bedrijven is afgevoerd. Dat zou waarschijnlijk eind deze week voor alle B-gebieden gelden behalve voor de Gelderse Vallei. In de Gelderse Vallei zijn de inspanningen er op gericht de mest uiterlijk 4 juli te hebben afgevoerd. Dat is de deadline om het PCVD te laten besluiten om per 11 juli de opdeling in vrije en niet-vrije provincies op te heffen. Dan zou er vanaf dat moment dus ook weer levend pluimvee en broedeieren vanuit de niet-vrije provincies geëxporteerd mogen worden (behoudens toezichtsgebieden).

De broederijen in de toezichtsgebieden mogen met de nieuwe regelgeving weer broedeieren inleggen. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat dit voor eigen rekening en risico plaatsvindt. Er is nl. niet te garanderen dat tijdens de verklikkerfase alle dieren negatief blijken te zijn. Mocht er zich een positieve verklikkerkip voordoen dan wordt dit als een nieuw AI-geval aangemerkt, met bijbehorende maatregelen. De broederijen in de T-gebieden mogen zowel broedeieren uit het T-gebied inleggen als ook eieren van buiten B/T. De plaatsing van alle eendagskuikens die hieruit voort komen moet plaatsvinden buiten de toezichtsgebieden in de 5 niet-vrije provincies (voor
zover die tweedeling van het land op dat moment nog bestaat).

Als B-gebieden de status van T-gebied krijgen (naar verwachting dus alle B-gebieden exclusief de Gelderse Vallei) mogen ook de broederijen die nu nog in die B-gebieden liggen onder dezelfde voorwaarden weer inleggen.

Er is verzocht de broedeieren uit de T minus B-gebieden ook bij broederijen buiten de toezichtsgebieden te mogen inleggen. Tot nu waren daar slechts 4 broederijen voor aangewezen. LNV beziet nog of inleg toegestaan wordt bij alleen de broederijen in de 5 niet-vrije provincies of dat ook inleg bij broederijen in de 7 andere provincies toegestaan kan worden.

Waarschijnlijk mogen opfokdieren het T-gebied in het nieuwe regime
gereguleerd verlaten en kunnen overplaatsingen naar de 5 niet-vrije
provincies toegestaan worden. Volledige duidelijkheid kon LNV daar nog niet over geven, omdat dit punt morgen nog verder besproken wordt.

Afvoer van uitgelegde dieren uit een toezichtsgebied naar de slacht buiten het gebied wordt toegestaan naar aangewezen slachterijen in de 5 niet-vrije provincies. Voor vermeerderingsdieren is daarmee een oplossing in beeld met slachten in Baarle Nassau. Voor uitgelegde kippen biedt dat nog geen oplossing. Mogelijk kan dit pas na 11 juli zodra de tweedeling van het land wordt opgeheven.

Afvoer van pluimveemest uit de toezichtsgebieden naar buiten die gebieden wordt (nog) niet toegestaan.

Slachterijen die met deze versoepeling niet meer in een B- maar in een
T-gebied komen te liggen mogen vanaf dat moment dieren aanvoeren van buiten de B/T-gebieden via een corridor. Ook voor de slachterijen geldt dat dit dus waarschijnlijk nog niet zal gelden voor de Gelderse Vallei. Er is op dit punt nog verzocht om de mogelijkheden te bezien om ook in een resterend B-gebied aanvoer naar de slachterijen mogelijk te maken. Dat zou van belang kunnen zijn als de mest in de Gelderse Vallei minder spoedig van de bedrijven wordt afgevoerd dan nu gehoopt.

Gevraagd is om voor de slacht van dieren uit niet-vrije provincies ook de kleinere slachterijen aan te wijzen. Dit zal bekeken worden.

De pakstations die nu in een B-gebied liggen mogen straks eieren van buiten B/T-gebieden rechtstreeks aanvoeren, overeenkomstig de regels die nu ook al gelden voor de pakstations in de huidige T-gebieden.

Voor de toezichtsgebieden blijft de 1 op 1 verplichting bestaan en de
bezoekersregeling voor contacten tussen bedrijven met AI-gevoelige dieren.

Doorvoer door B/T-gebieden met ongestickerde wagens wordt toegestaan voor zover het vervoer zich beperkt tot de snelwegen. Daarmee is ook het probleem van de afzondering van het zuidelijk deel van Limburg, ten zuiden van het toezichtsgebied (voorheen compartiment F) van de baan.

De bilaterale afspraken met lidstaten voor de import van levend pluimvee naar niet-vrije provincies waren tot nu toe geregeld met België en Duitsland. Inmiddels is ook met Denemarken en het Verenigd Koninkrijk afgesproken dat import mag plaatsvinden. Daarbij geldt de gebruikelijke certificering en voorts de regels die ook voor binnenlands transport van toepassing zijn. Met Frankrijk is de afspraak nog niet rond, aangezien de Fransen nog aanvullende garanties willen omtrent R&O van de kratten.Hierover zullen nog nadere afspraken gemaakt worden.

Verder is gemeld dat aanstaande vrijdag de eerste verklikkerdieren worden geplaatst in Deurne, Koningsbosch en het zuidelijk deel van Beneden Leeuwen (Betuwe en Land van Maas en Waal). Na de drie weken durende verklikkerfase kan een gebied vrijgegeven worden. Ondanks dat de Gelderse Vallei in meerdere clusters is opgedeeld zal de vrijgave pas kunnen plaatsvinden als alle clusters die tot dat gebied behoren de verklikkerfase hebben afgerond. Voormalig besmette bedrijven krijgen vier weken de tijd om verklikkerdieren te laten plaatsen. Zij ontvangen hierover een brief waarna de pluimveehuder
kenbaar maakt dat hij wil gaan herbevolken en dus verklikkerdieren wil
ontvangen. Bedrijven die niet willen of kunnen meewerken aan deze procedure omdat er nog geen schoonverklaring verkregen is krijgen daarna pas weer na 4 maanden gelegenheid om verklikkerdieren (dan op eigen kosten) te ontvangen. Dergelijke bedrijven worden dus in eerste instantie beschouwd als "niet-starter". Wel moet de mest zijn afgevoerd en de R&O procedure op die niet-startende bedrijven helemaal zijn doorlopen alvorens een gebied kan worden vrijgegeven.

Al weken wordt gevraagd naar verkleining van het toezichtsgebied aan de westkant van G (regio Bergeijk). LNV heeft daarbij aangegeven dat de omschrijving van het toezichtsgebied vastligt in EU-regelgeving, maar dat men wel bereid is te bekijken om een deel van het toezichtsgebied af te pellen vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde besmette bedrijf.

Gevraagd is in hoeverre bij de overplaatsingen van niet-vrije naar vrije provincies ook ruikoppels overgeplaatst mogen worden. De CVO zal dit nog nagaan, maar ziet hier op voorhand geen probleem. LNV zal er nog op terugkomen.

TV Gelderland maakte vandaag melding van enkele hobbykippen die nog aanwezig zouden zijn op een besmet bedrijf in Lunteren. Deze zijn bij de ruiming destijds achtergebleven. LNV kon daar nog geen nadere mededelingen over doen. Informeel vernamen wij dat de resterende dieren alsnog geruimd zouden zijn.

Er is geen nieuwe datum vastgesteld voor een eerstvolgend basisoverleg. Afhankelijk van de ontwikkelingen wordt een overleg t.z.t. gepland.

Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert


 LNV: EU-ministers bereiken akkoord over hervorming landbouw
Donderdag, 26 juni 2003 door Henk Coolen
"Een fundamenteel akkoord dat het landbouwbeleid groener, marktgerichter en minder handelsverstorend maakt", zo vat minister Veerman het akkoord samen dat de Europese ministers van Landbouw vanochtend vroeg na lange en moeizame onderhandelingen bereikten.
Kern van het akkoord is het principe om inkomenstoeslagen die boeren ontvangen los te koppelen van de productie. Vanaf 2005 (of uiterlijk in 2007) worden deze bedragen uitgekeerd in de vorm van een bedrijfstoeslag.
Om leegloop van het platteland te voorkomen, kunnen lidstaten besluiten een deel van de inkomenssteun gekoppeld te houden aan het telen van bepaalde akkerbouwgewassen of het houden van dieren.

Door verschuiving binnen het landbouwbudget krijgt het plattelandsbeleid een extra impuls. Boeren worden aangemoedigd meer aan het beheer van natuur en landschap te doen of zich te richten op andere activiteiten. De extra financiële middelen hiervoor worden gevonden door kortingen op de bestaande inkomenstoeslagen.

De oorspronkelijke voorstellen van de Europese Commissie bevatten een aantal punten die voor Nederland negatieve gevolgen zouden hebben. Minister Veerman is erin geslaagd om enkele belangrijke wijzigingen geaccepteerd te krijgen.

De ontkoppeling van de inkomenssteun voor de aardappelzetmeelsector zal slechts gedeeltelijk plaatsvinden en ook de minimumprijs wordt voorlopig gehandhaafd.

Ook het systeem van vaste braaklegging is van de baan. Er is nu een systeem afgesproken waarbij akkerbouwers een vast percentage van hun grond uit productie moeten halen, maar dat kan jaarlijks een ander stuk zijn. Verder kunnen stroken langs waterlopen braak gelegd worden, hetgeen een belangrijk milieuvoordeel kan opleveren.

Er mogen geen groenten, fruit of consumptieaardappelen worden geteeld op grond die voor inkomensondersteuning in aanmerking komt. Dit om te voorkomen dat telers van de traditionele marktordeningsgewassen massaal overstappen op de teelt van vrije producten.
Verder hebben de landbouwministers besloten tot een nieuwe stap in de hervorming van de zuivelsector. De zogenoemde interventieprijs voor boter (als de marktprijs lager is dan dit bedrag dan koopt de overheid de boter) zal in vier jaar met 25 procent dalen, 10 procent meer dan eerder in het kader van Agenda 2000 was afgesproken.
Na voltooiing van de zuivelhervorming zal een evaluatie van de zuivelmarkt worden gemaakt om te bezien of het wenselijk is een extra verruiming van het quotum in te voeren bovenop de 1,5 procent die reeds in tijdens de hervormingen van Agenda 2000 is overeengekomen.

Een ander belangrijk element van de hervorming betreft de introductie van een systeem om het landbouwbudget te beheersen door de toetreding van 10 nieuwe lidstaten. In oktober 2002 hebben de Europese regeringsleiders afspraken gemaakt over een plafond voor de landbouwuitgaven tot 2013.
De nieuwe lidstaten krijgen vanaf het moment van toetreding recht op een deel van de inkomenssteun. Het bedrag dat de toetreders krijgen wordt geleidelijk verhoogd, totdat alle lidstaten op hetzelfde niveau zitten.
Dit zogenoemde infaseren van de directe inkomenssteun alsmede het financieren van verdere hervormingen van het GLB (inclusief modulatie) kunnen niet betaald worden uit het huidige budget. Dus moet er geld worden vrijgemaakt door de bestaande inkomenstoeslagen te verlagen.
De Ministers van landbouw zullen jaarlijks een besluit moeten nemen over welk percentage vermindering nodig is om binnen het afgesproken budget te blijven, waarbij een veiligheidsmarge van 300 miljoen Euro geldt

 Vlees onder huismerk; trend in Europa, tweede keus in Brazilië
Woensdag, 25 juni 2003 door Henk Coolen
Een huismerk voor vlees kan in Europa een goed imago hebben. In Brazilië staat het kopen van een huismerk juist voor grote armoede. De waarde van een producentenmerk in vergelijking tot een huismerk hangt samen met marktmacht van de retail, maar ook met cultuurverschillen tussen consumenten. Tijdens de conferentie Agri Vision in Noordwijk werd hierover gediscussieerd door prof. Dr. Thomas Roeb, van de Duitse Universiteit FH-Bonn-Rhein-Sieg en Luiz Gonzaga Murat Jr van de Braziliaanse vleesproducent Sadia.
De verhouding tussen huismerken, merkloos en producentenmerk verschilt sterk, ook binnen de Europese Unie. In het Verenigd Koninkrijk ligt het marktaandeel van vlees met een huismerk van de supermarkt op 41%. In Italië wordt maar 13% van het vlees onder een huismerk verkocht. Prof dr. Roeb stelde in Europa wel een trend vast van retailers die zichzelf een identiteit aan willen meten en dit vertalen in een sterk huismerk. Door zo'n sterk winkelmerk kan de retailer zijn assortiment beperken. Dat levert een besparing in de kosten voor promotie. Ook kan een supermarkt bij de inkoop geld besparen doordat men gemakkelijker van leverancier kan veranderen. De retailer kan ook de logistiek en de administratie efficiënter organiseren door met een huismerk te gaan werken.

Het vleesconcern Sadia is marktleider op de Braziliaanse thuismarkt als leverancier van pluimveevlees, varkensvlees en vleesproducten. Daarnaast exporteert het bedrijf naar 65 landen, in Zuid-Amerika, Azië en Europa. Alle producten worden onder de merknaam Sadia verkocht en zelfstandig gedistribueerd. Sadia ziet in het eigen merk een belangrijke mogelijkheid om zich met het product te onder­scheiden van de concurrent. Algemene problemen die zich in een product­groep voordoen, slaan volgens Sadia-woordvoerder Murat niet direct terug op vlees dat onder een eigen merknaam in de winkel ligt. Ook beschouwt hij het als een voordeel dat de consument direct naar een merkleverancier direct feedback kan leveren.


 Ramekers: Pluimveesector moet juist nu deelnemen aan de VIV
Woensdag, 25 juni 2003 door Henk Coolen
De Vakbeurs Intensieve Veehouderij (VIV) biedt de pluimveesector juist een goede gelegenheid om te laten zien dat men de zaken veterinair op orde heeft. Dat zegt PVE-voorzitter Ramekers in een reactie op het verzoek van pluimveefokkers om de VIV 2003 als gevolg van de vogelpestcrisis uit te stellen.

 Europese vleesproductie heeft toekomst bij eerlijke spelregels
Woensdag, 25 juni 2003 door Henk Coolen
Europese boeren kunnen ook in de toekomst succesvol vlees blijven produceren. Ook wanneer de concurrentie door de liberalisering van de wereldhandel gaat toenemen. Het is daarbij wel van belang dat de overheden aan alle producten vergelijkbare eisen stellen. Europese producenten moeten de vrijheid krijgen om dezelfde technieken te gebruiken als elders in de wereld. Dat zei Noël Devisch voorzitter van de Belgische boerenorganisatie Boerenbond tijdens de conferentie Agri Vision in Noordwijk vorige week.
Door het liberaliseren van de wereldhandel kunnen producenten in landen met lage productiekosten vlees verkopen in regio's met hogere kostenniveaus. Tot nu toe werd de levering van verse producten beperkt door afstanden en de tijd die nodig is voor transport. Door nieuw technieken, zoals het verpakken onder extreem hoge druk, is het mogelijk de houdbaarheid van vers vlees over langere tijd te garanderen. Hierdoor zal de concurrentie vanuit derde landen normaal gesproken toenemen.

Boerenvakbondsman Devisch ziet in een meer open Europese markt geen bezwaar. Voorwaarde is wel dat de Europese overheid aan producenten binnen en buiten Europa dezelfde eisen stelt. Ook moet de Europese producent dezelfde technologie kunnen gebruiken als zijn collega buiten de Europese Unie. Als voorbeeld noemde Devisch het gebruik van groeibevorderende middelen bij vleesproductie en het gebruik van genetisch gemodificeerd voer. Aan de basisvoorwaarden voor voedselveiligheid mag echter niet worden getornd. De boerenvoorman hield ook een pleidooi voor een goede etikettering. In zijn visie moet op verse producten altijd vermeld staan hoe en waar het is geproduceerd. Vervolgens is het aan de consument om te beslissen voor welk product men kiest.


 Veerman: Uitzetten sentineldieren kan deze week van start
Woensdag, 25 juni 2003 door Henk Coolen
In enkele beschermings- en toezichtsgebieden (B/T) is de mest al van alle pluimveebedrijven afgevoerd en kan deze week begonnen worden met het uitzetten van sentineldieren, oftewel verklikkerdieren. De herstart van bedrijven in de B/T-gebieden is pas aan de orde nadat het betreffende gebied is vrijgegeven. Dat schrijft minister Veerman van LNV aan de Tweede Kamer.
Omdat de herstart van alle lege bedrijven in een gebied afhankelijk is van de positieve afloop van de sentinelprocedure, concentreert minister Veerman zich in eerste instantie op de bedrijven in de gebieden die het snelst vrij te geven zijn. Dat zijn de gebieden waar maar één of enkele uitbraken zijn geconstateerd. Op die manier kan in die gebieden eerder worden begonnen met herbevolking en vrijgave van het betreffende B/T-gebied, zodat bedrijven daar hun normale bedrijfsvoering weer op kunnen pakken.

Europese Commissie
De Europese Commissie heeft een aparte schikking vastgesteld over herbevolking en vrijgave van de B/T-gebieden. Op basis van deze beschikking zal een controle op de besmette bedrijven worden uitgevoerd met sentineldieren. Deze controle met voor het AI-virus gevoelige dieren dient om eventueel aanwezig virus nog op te sporen, schrijft Veerman.

Het inzetten van sentinels is mogelijk, nadat de mest op een bedrijf is afgevoerd en de definitieve reiniging en ontsmetting is afgerond. De sentineldieren worden vooraf onderzocht op het ontbreken van het vogelpestvirus en na plaatsing zullen deze dieren wekelijks een klinische controle ondergaan door de eigen dierenarts. De dieren zullen 21 dagen na opleg worden getest, om na te gaan of eventueel een herbesmetting met vogelpest is opgetreden. Bij dieren die dood gaan tijdens de sentinelperiode zal sectie uit moeten wijzen of van vogelpest wel of geen sprake is.


 CIDC: gevolgen groot van vaccineren tijdens uitbraak vogelpest
Woensdag, 25 juni 2003 door Henk Coolen
Bestrijden van vogelpest met behulp van vaccineren lijkt in eerste instantie misschien wel goedkoper dan ruimen, maar de economische gevolgen van vaccineren voor de Nederlandse pluimveestapel zullen zeer groot zijn. Daarnaast zijn er ook epidemiologische argumenten op basis waarvan vaccineren afgeraden moet worden. Zo heeft vaccinatie pas effect als een groot gebied wordt geënt en kan vaccinatie een vals gevoel van zekerheid geven, waardoor eventuele herinfecties pas laat als zodanig worden herkend.
Dat is de conclusie van het Centraal Instituut voor DierziekteControle (CIDC) in Lelystad, dat de inzet van vaccinatie bij de bestrijding van klassieke vogelpest op verzoek van minister Veerman van LNV in kaart heeft gebracht.

Wat betreft de economische gevolgen is het een feit dat er nog geen onderscheidende test beschikbaar is die aan derde landen garanties kan bieden of een dier waarvan het product afkomstig is daadwerkelijk besmet is geweest of gevaccineerd. Dit in tegenstelling met het Italiaanse laagpathogene virus waar wel een onderscheidende test ten opzichte van het vaccin beschikbaar is.

De conclusie dat vaccinatie niet zonder meer effectief is, sluit aan bij die van het Office International des Epizooties (OIE), dat daarbij ook aangeeft dat er bij vogelpest, in tegenstelling tot bijvoorbeeld mond- en klauwzeer, mogelijk een risico is voor de volksgezondheid. Dit komt omdat het virus kan rondwaren onder de gevaccineerde dieren zonder dat deze er ziek van worden.


 Vogelpest: 26.000 controles, 548 overtredingen
Woensdag, 25 juni 2003 door Henk Coolen
Sinds de aanvang van de vogelpestcrisis zijn in samenwerking met de douane, politie, Inspectie Verkeer en Waterstaat en de AID in totaal ruim 26.000 controles uitgevoerd. Daarbij zijn in totaal 548 overtredingen vastgesteld. Dat schrijft minister Veerman van LNV aan de Tweede Kamer.
Geconstateerd kan worden dat het aantal overtredingen afneemt, aldus Veerman. De ontwikkelingen in het kader van de crisis maken het mogelijk dat de inzet van de externe handhavers geleidelijk aan kan worden afgebouwd.

Meer hierover vindt u in het overzicht Handhaving van het ministerie van LNV.


 Kamer ergert zich aan 'amnestie' voor verborgen hobbypluimvee
Woensdag, 25 juni 2003 door Henk Coolen
De Tweede Kamer ergert zich aan het signaal dat minister Veerman van Landbouw afgeeft met zijn besluit om verborgen hobbypluimvee in het vogelpestgebied niet langer actief op te sporen. De circa 17.000 hobbypluimveehouders die zich wel aan de wet gehouden hebben zullen zich bij een volgende uitbraak wel twee keer bedenken voordat zij hun dieren aangeven, aldus de Kamer.
Hoewel het besluit om hobbypluimvee te ruimen van meet af aan omstreden was, heeft de Kamer de minister niet gedwongen zijn besluit te herzien. Nu de vogelpest-epidemie bezworen lijkt ziet Veerman geen reden meer om het hobbypluimvee alsnog op te sporen en te doden.

Een wrange situatie, aldus PvdA, CDA, VVD, GroenLinks en SGP. Mensen die willens en wetens het risico namen de ziekte te verspreiden worden voor hun gedrag beloond. Daarnaast heeft de maatregel tot gevolg dat bij een volgende epidemie niemand zijn kip nog aan zal melden. Ook vraagt de Kamer zich af of Veerman ook zo soepel zou zijn geweest als een professionele pluimveehouder zich aan de ruiming had onttrokken.

De Kamer zal het besluit van Veerman niet terugdraaien. Het heeft geen zin om tot de laatste hobbykip door te gaan, aldus de Kamer.


 Laatste AI Nieuws
Dinsdag, 24 juni 2003 door Henk Coolen
Gisteren meldde ik u al het een en ander over de voorbereidingen die LNV nu doet voor versoepelingen voor deze week. Het pakket moet donderdag of vrijdag in werking treden.

Belangrijkste onderdeel is dat de huidige beschermingsgebieden de status van een toezichtsgebied krijgen indien in het desbetreffende gebied de mest van de besmette bedrijven is afgevoerd. Dat zou waarschijnlijk eind deze week voor alle B-gebieden gelden behalve voor de Gelderse Vallei. In de Gelderse Vallei wordt er voorlopig van uit gegaan dat de mest daar op zijn vroegst is afgevoerd rond 4 juli.

De broederijen in de toezichtsgebieden mogen met de nieuwe regelgeving weer broedeieren inleggen. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat dit voor eigen rekening en risico plaatsvindt. Er is nl. niet te garanderen dat tijdens de verklikkerfase alle dieren negatief blijken te zijn. Mocht er zich een positieve verklikkerkip voordoen dan wordt dit als een nieuw AI-geval aangemerkt, met bijbehorende maatregelen. Op dit moment is nog niet besloten of de broederijen in de T-gebieden alleen broedeieren uit het T-gebied mogen
inleggen of dat er ook eieren van buiten B/T naar de broederijen gebracht mogen worden. Hierover hoop ik morgen meer te kunnen melden. Ook is er nog discussie over de plaatsing van de eendagskuikens die hieruit voort komen.
Het zou kunnen zijn dat deze alleen in de niet-vrije provincies geplaatst kunnen worden. Dit zou van belang zijn om de regels omtrent de export uit vrije provincies te kunnen borgen. Overigens lijkt ons dat een non-discussie omdat alles erop gericht is om de mest uit alle gebieden uiterlijk 4 juli weg te hebben, zodat het PCVD verzocht kan worden om vanaf 11 juli de export uit alle provincies weer toe te staan. Dat is dus al eerder dan de eerste uitkomst bij broederijen die nu in T-gebieden liggen.

Als B-gebieden de status van T-gebied krijgen (naar verwachting dus alle B-gebieden exclusief de Gelderse Vallei) mogen ook de broederijen die nu nog in die B-gebieden liggen onder dezelfde voorwaarden weer inleggen.

Slachterijen die daarmee in een T-gebied komen te liggen mogen vanaf dat moment dieren aanvoeren van buiten de B/T-gebieden via een corridor. Ook voor de slachterijen geldt dat dit dus waarschijnlijk nog niet zal gelden voor de Gelderse Vallei.

Eieren van legpluimveebedrijven in B-gebieden die de T-status krijgen komen daarmee ook weer beschikbaar, waarschijnlijk via een overslag. Nog niet duidelijk is of de pakstations die nu in een B-gebied liggen straks eieren van buiten B/T rechtstreeks mogen aanvoeren.

In hetzelfde pakket voor eind deze week moet geregeld worden dat broedeieren uit het zuidelijk deel van Limburg, ten zuiden van het toezichtsgebied (voorheen compartiment F) via het B/T-gebied met een ongestickerde wagen getransporteerd mogen worden naar andere delen van het land. Tot nu toe was het nl. niet toegestaan om met broedeieren door een B/T-gebied te rijden, dus kon er in het geheel niets meer mee.

Voor alle bovengenoemde onderwerpen geldt dat LNV er op dit moment nog aan werkt en dat dit bericht gebaseerd is op mondelinge mededelingen. Er kunnen in de uiteindelijke regeling dus nog wijzigingen optreden!

Voor de import van pluimvee naar niet-vrije provincies zijn eerder afspraken gemaakt met België en Duitsland. Op dit moment heeft de CVO contact met Denemarken en Frankrijk om de voorwaarden voor import uit die landen te bespreken. Nog een keer voor de duidelijkheid: het gaat hier alleen om import van levend pluimvee. Import van broedeieren kan in de huidige regelgeving zonder meer plaatsvinden.

Eerder maakten we melding van een resterend probleem dat in de
versoepelingen van vorige week zat. Eendagskuikens die afkomstig zijn van broederijen in niet-vrije provincies zouden 10 tot 15 dagen na plaatsing een klinische inspectie moeten ondergaan. Inmiddels hebben we van LNV vernomen dat dit NIET van toepassing is (hoewel dat nog steeds in de regeling staat, maar het desbetreffende protocol vermeldt er niets over). Daarmee is die onduidelijkheid uit de lucht.

Voor morgen is voor één overplaatsing in T-gebieden toestemming verleend. Het betreft een koppel opfokgrootouderdieren. Dat betreft dan de laatste van de overplaatsingen die in deze periode van 3 dagen hebben plaatsgevonden.

Het wijzigen van het toezichtsgebied G-west wil op LNV nog steeds niet
vlotten, dus daar zal zeker in het basisoverleg van morgen wederom aandacht voor gevraagd worden.

Gisterenavond heeft van 22:00 tot 24:00 uur (!) een algemeen overleg inzake AI plaatsgevonden in de Tweede Kamer. Belangrijk punt daarbij was de notitie die vanuit de sector was ingediend over de schade bij de vermeerderaars en het verzoek aan de Minister om een regeling daarvoor te treffen. De woordvoerders van CDA, VVD, LPF en SGP hebben de Minister dringend verzocht om tot een schadevergoeding te komen. Uit de reactie van de Minister valt op te maken dat hij daar weinig voor voelt en tevens geen geld beschikbaar heeft op zijn begroting. Vandaag hebben wij met de verschillende fracties intensief contact onderhouden over eventuele vervolgstappen. Op het moment van schrijven is nog niet helemaal duidelijk of een aantal fracties hier nog op terug wil komen bij de Minister. Wij proberen de genoemde fracties te bewegen tot verdere actie, daarbij uit te gaan van een vergoedingsregeling die destijds ook van toepassing was bij het fokverbod voor zeugen tijdens de varkenspestcrisis. Hierover later meer.

Het basisoverleg op LNV vangt morgen aan om 15:30 uur. Een vooroverleg zal bij de PVE in Zoetermeer plaatsvinden om 14:00 uur.

Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 De nieuwe "hier met de veer" is geschreven door Ton Stassen van ABAB accounts
Dinsdag, 24 juni 2003 door Henk Coolen

 Diversen AI berichten
Dinsdag, 24 juni 2003 door Henk Coolen
Virus is weg

,,Het virus is weg''. Met deze historische woorden luidde minister Veerman in de Tweede Kamer een nieuwe fase in van de vogelpestepidemie: de herbevolkingsfase. ,,Ik heb er nu veel vertrouwen in'', zei hij gisteravond in het laatste vogelpestdebat. Voorafgaand aan de herbevolking moet alle mest zijn verwijderd en de stallen zijn gereinigd en ontsmet. In het zuiden verloopt dat zeer voorspoedig, in de Gelderse Vallei wat minder. Veerman wil dat 4 juli alle mest weg is. Hij doet een beroep op ieders medewerking om herbevolking snel mogelijk te maken. Tegenwerkende pluimveehouders zal hij met bestuursdwang aanpakken.

Ruimen hobbykippen gestaakt

Over de noodzaak hobbykippen te ruimen heeft Minister Veerman de Kamer niet verkeerd ingelicht. Bijna alle Kamerfracties nemen genoegen met de toelichting van de minister op de afstemming met de Europese Commissie. Alleen GroenLinks blijft van mening dat de minister een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. Begin mei motiveerde Veerman het zeer omstreden ruimen van hobbykippen door te verwijzen naar een verplichting die de EU hem had opgelegd. Later ontstond de indruk dat Brussel die verplichting op verzoek van Veerman had opgelegd. Het leek alsof Brussel achteraf ,,opdracht'' gaf voor een ruimingsactie waaraan Nederland al op eigen initiatief was begonnen. Maar volgens Veerman ging het niet op een verplichting die achteraf was opgelegd, maar om een ,,verduidelijking'' van de uitleg die aan de Europese voorschriften gegeven moet worden. De Tweede Kamer is blij dat Veerman het ruimen van hobbykippen heeft gestaakt, maar ziet wel rechtsongelijkheid tussen mensen die hun kippen netjes hebben afgeleverd, en die ze hebben verstopt en nu vrijuit gaan. ,,Illegaliteit wordt beloond'', zo stelde de Kamer maandagavond zuur vast.

Veerman doet niets voor vermeerderaars

De Tweede Kamer heeft gisteravond een uiterste poging gedaan LNV-minister Veerman te bewegen de vermeerderaars geldelijke hulp te verlenen. Een grote Kamermeerderheid ziet hen als de groep die het meest door de vogelpest is getroffen. Het mocht echter niet baten; Veerman ziet geen mogelijkheden iets voor hen te doen. ,,Anderen zijn nu aan zet''. Het is voor de Kamer erg onbevredigend dat de overheid op een gegeven moment wel 4 miljoen euro ter beschikking had voor ondersteuning, maar dat het geld niet beschikbaar is gekomen omdat de sector geen kans zag er 4 miljoen euro naast te leggen. Nu is het geld van de begroting afgevoerd. ,,Het getij is verlopen'', aldus Veerman. De CDA-bewindsman toonde zich bijzonder teleurgesteld dat provincies, banken of andere belanghebbenden geen geld in het noodfonds voor slachtoffers van de vogelpestcrisis hebben gestort. ,,Niemand trekt de portemonnee. Waarom moet ik dat nou steeds doen?'', vroeg hij zich vertwijfeld af.

'Toekomstbrief' goed ontvangen

De brief aan de Tweede Kamer waarin minister Veerman de noodzaak beschrijft voor een discussie over de toekomst van de intensieve veehouderij is door alle fracties goed ontvangen. Zij vinden dat de minister de goede thema's aanroert die bij die discussie moeten worden betrokken. Over Veermans eigen visie in die brief wordt uiteenlopend geoordeeld. De oppositiefracties PvdA en GroenLinks hebben er kritiek op dat Veerman zich op de vlakte houdt. Zij verwachten van hem een offensieve voortrekkersrol. De regeringspartijen CDA en VVD vinden het juist goed dat de minister in deze fase niet zijn eigen opvattingen op de voorgrond plaatst en het bedrijfsleven nu eerst de kans geeft om tot een visie te komen. Komend najaar moet de toekomstvisie klaar zijn.

 Dinsdag 24 juni, 13.30 uur
Dinsdag, 24 juni 2003 door Henk Coolen
VERSOEPELINGEN - Het eerstvolgende pakket versoepelingen is waarschijnlijk niet eerder dan aan het einde van de week te verwachten. Die versoepelingen moeten betrekking hebben op de B/T-gebieden. Onder meer op vrijgave van consumptie eieren uit de B-gebieden via een overslag. Ook wordt er aan gedacht om de broederijen in de T-gebieden weer broedeieren te laten inleggen, bijvoorbeeld uit de T-gebieden. Er wordt nog gekeken naar het verzoek van het productschap om ook de broedeieren uit de B-gebieden weer te mogen inleggen. Dat zal afhankelijk zijn van de (on)mogelijkheden van de afzet van de daaruit geboren eendagskuikens.

T-REGIEM - Voor de B-gebieden kan het regime van de T-gebieden van toepassing verklaard worden als de mest uit het betreffende gebied is afgevoerd.

SLACHTEN VERMEERDERINGSDIEREN - LNV beziet om voor het slachten van oude vermeerderingsdieren uit de toezichtsgebieden 1 of meerdere slachterijen aan te wijzen. Dit hangt af van de medewerking van de betreffende slachterijen om met rondstempel te slachten, dus met de verplichting van binnenlandse afzet. Voorlopig lijkt het er op dat er voor het slachten van oude leghennen uit de toezichtsgebieden nog geen oplossing voorhanden is.

MONDELINGE MEDEDELINGEN - Bovenstaande is slechts gebaseerd op mondelinge mededelingen, mede naar aanleiding van verzoeken die de PVE vorige week hebben ingediend voor versoepelingen voor de B/T-gebieden. De LNV-crisisstaf moest zich vanmorgen (dinsdag) nog over buigen. Dit geldt ook voor het verzoek om G-west (Bergeijk en omstreken) buiten het toezichtsgebied te plaatsen.

IMPORT AI-GEVOELIGE DIEREN - Voor de import van AI-gevoelige zijn de afspraken met Belgie en Duitsland gepubliceerd op de internetsite van LNV (zie hiervoor de toelichting wat mag en niet mag uit niet-vrije provincies). Zowel voor Belgie als voor Duitsland geldt dat een regulier exportcertificaat door het land van herkomst moet zijn afgegeven. Verder gelden alle voorwaarden die van toepassing zijn voor vervoer en aanvoer in de vijf niet-vrij provincies, met uitzondering van het bijhouden van een logboek door de chauffeur bij import naar de eerste plaats van bestemming. Import van broedeieren is ook voor de vijf niet-vrije provincies niet gebonden aan specifieke afspraken met herkomstlanden, dus dat kan zonder meer plaatsvinden.

VERKLIKKERKIPPEN - In tegenstelling tot eerdere berichten zullen de eerste verklikkerkippen niet vandaag (dindag), maar pas vrijdag kunnen worden geplaatst. Deze vertraging heeft te maken met een positief testresultaat op E. coli bij de controle op R en O. Waarschijnlijk komt dit vanwege de langere tijd die inmiddels is verstreken sinds de laatste ontsmetting. In Belgie is de procedure met verklikkerdieren bijna twee weken geleden gestart. Op 11 en 12 juni zijn in Belgisch Limburg 1.152 verklikkerkippen op 5 bedrijven geplaatst. Op drie bedrijven in de provincie Antwerpen zijn op 19 juni 580 dieren geplaatst.

VERPLAATSING OPFOKKOPPELS - Voor vandaag (dinsdag) zijn toestemmingen verleend voor vijf overplaatsingen van opfokkoppels in toezichtsgebieden: drie koppels opfokleg en twee koppels opfokouderdieren.

 Laatste AI Nieuws
Maandag, 23 juni 2003 door Henk Coolen
Uit contacten met LNV valt op te maken dat het eerstvolgende pakket
versoepelingen niet eerder dan aan het einde van de week te verwachten is.
Die versoepelingen moeten betrekking hebben op de B/T-gebieden. Onder meer zou dit betrekking hebben op vrijgave van consumptie eieren uit de B-gebieden via een overslag. Ook wordt er aan gedacht om de broederijen in het T-gebied weer eieren te laten inleggen, bijvoorbeeld broedeieren uit de T-gebieden. Er wordt nog gekeken naar ons verzoek om ook de broedeieren uit de B-gebieden weer in te kunnen leggen. Dat zal afhankelijk zijn van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de afzet van de daaruit ontstane eendagskuikens.

Voor de B-gebieden kan het regime van de T-gebieden van toepassing verklaard worden als de mest uit het betreffende gebied is afgevoerd.

LNV beziet voorts om voor het slachten van oude vermeerderingsdieren uit de toezichtsgebieden één of meerdere slachterijen aan te wijzen. Dit hangt af van de medewerking van de betreffende slachterijen om met rond stempel te slachten, dus met de verplichting van binnenlandse afzet. Voorlopig lijkt het er op dat er voor het slachten van oude leghennen uit de toezichtsgebieden nog geen oplossing voorhanden is.

Bovenstaande is mede naar aanleiding van de verzoeken die de PVE vorige week hebben ingediend omtrent versoepelingen voor de B/T-gebieden. Ik moet hierbij benadrukken dat dit slechts gebaseerd is op mondelinge mededelingen.
Morgenochtend zal de LNV-crisisstaf zich hier nog over buigen.
Vanzelfsprekend kan dat nog leiden tot aanpassingen. Hopelijk morgen meer concrete informatie hierover.

Over het verzoek om G-west (Bergeijk en omstreken) buiten het
toezichtsgebied te plaatsen zal ook nog morgen in de crisisstaf gesproken worden.

Voor de import van AI-gevoelige zijn de afspraken met België en Duitsland gepubliceerd op de internetsite van LNV (zie hiervoor de toelichting wat mag en niet mag uit niet-vrije provincies). Zowel voor België als voor Duitsland geldt dat een regulier exportcertificaat door het land van herkomst moet zijn afgegeven. Verder gelden alle voorwaarden die van toepassing zijn voor
vervoer en aanvoer in de 5 niet-vrij provincies, met uitzondering van het bijhouden van een logboek door de chauffeur bij import naar de eerste plaats van bestemming.

Import van broedeieren is ook voor de 5 niet-vrije provincies niet gebonden aan specifieke afspraken met herkomstlanden, dus dat kan zonder meer plaatsvinden.

Vrijdag meldden wij dat de eerste verklikkerdieren waarschijnlijk dinsdag (morgen dus) geplaatst zouden kunnen worden. Nu blijkt dit allemaal minder snel te verlopen dan gehoopt. Dat heeft te maken met een positief testresultaat op E. coli bij de controle op R&O. Waarschijnlijk komt dit vanwege de langere tijd die inmiddels is verstreken sinds de laatste ontsmetting. Nu wordt er voorlopig van uit gegaan dat vrijdag de eerste verklikkerdieren geplaatst worden.

In België is de procedure met verklikkerdieren bijna twee weken geleden gestart. Op 11 en 12 juni zijn in Belgisch Limburg 1152 verklikkerkippen op 5 bedrijven geplaatst. In de provincie Antwerpen gaat het om 3 bedrijven die op 19 juni 580 dieren hebben ontvangen. België heeft destijds alle commerciële pluimveebedrijven in een straal van 3 km geruimd en hobbybedrijven in een straal van 1 km. Bij hobbybedrijven tussen de 1 en 3 km rond een besmet bedrijf is steekproefsgewijs serologisch onderzoek en een klinische inspectie verricht. De steekproef omvatte 305 hobbybedrijven. 1 uitslag was serologisch positief. Op dat bedrijf waren 4 dieren aanwezig.
Hoewel de dieren nog nooit tekenen van AI hadden vertoond werden ze uit voorzorg geruimd en onderzocht. De PCR van alle 4 de dieren was negatief. Virusisolatie moet verder uitsluitsel geven.

Voor morgen zijn toestemmingen verleend voor 5 overplaatsingen van
opfokkoppels in toezichtsgebieden: 3 koppels opfokleg en 2 koppels
opfokouderdieren.

Vanavond zal van 22:00 tot 24:00 weer een Algemeen Overleg AI in de Tweede Kamer plaatsvinden. U begrijpt dat wij benieuwd zijn of het late tijdstip de kwaliteit van het debat ten goede komt. Daarover zullen we u morgen berichten.


Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 Landbouw staakt ruimen hobbypluimvee
Maandag, 23 juni 2003 door Henk Coolen
Omdat de verspreiding van vogelpest tot staan gebracht is staakt het ministerie van LNV de ruiming van hobbypluimvee. Volgens minister Veerman zullen mensen die hun hobbykippen hebben laten onderduiken niet vervolgd worden. De Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders (NBH) heeft daar echter nog geen vertrouwen in.
Volgens een woordvoerder van LNV hebben het traceren van verborgen dieren en de vervolging van hobbydierhouders die pluimvee verborgen hebben geen prioriteit meer. Hoewel er nog steeds een vervoersverbod geldt komen er geen gerichte controles om te zien of iemand zijn hobbykip van elders weer terughaalt.

De NBH adviseert hobbypluimveehouders die hun pluimvee hebben laten onderduiken voorzichtig te zijn met het tevoorschijn halen van de kippen. De hobbypluimveehouders hebben naar eigen zeggen heel rare dingen met Veerman en de AIVD meegemaakt en vertrouwen de zaak vooralsnog voor geen cent.


 KNELPUNTEN B/T GEBIEDEN
Maandag, 23 juni 2003 door Henk Coolen
Algemeen

 Belangrijk punt bij de afbouw van maatregelen voor de B/T-gebieden is het weer laten functioneren van broederijen, slachterijen en pakstations in B-gebieden. Voor de broederijen geldt dat ook de opstart in T-gebieden nog niet is gerealiseerd. Versoepelingen zijn verantwoord gezien de periode die inmiddels verstreken is sinds de laatste besmetting. Een mogelijkheid die de Brusselse regelgeving biedt is om voor het B-gebied het T-regime van toepassing te verklaren. Binnen het T-regime zou dan de mogelijkheid geboden moeten worden om broederijen op te starten.
Bij de versoepelingen voor de pakstations is van belang dat de Brusselse regelgeving geen bepalingen bevat die van toepassing zijn op de pakstations en consumptie eieren. Dit betreft slechts een nationaal besluit.

 Pakstations in B/T die nu eieren aanvoeren van buiten B/T moeten dit doen via een overslag. Inmiddels is hier geen veterinaire noodzaak meer toe. Dit kan komen te vervallen, d.w.z. protocol actieve pakstations afschaffen en rechtstreekse aanvoer mogelijk maken.

T-gebieden

 Broedeieren uit de T-gebieden kunnen thans worden ingelegd bij 4 aangewezen broederijen (overigens zit dit sinds vandaag vast op een knelpunt met de stickering). Reeds eerder is vanwege de te beperkte capaciteit verzocht om hier meerdere broederijen buiten de B/T-gebieden voor aan te wijzen. Daarnaast zouden hiervoor ook de broederijen in de T-gebieden voor kunnen worden aangewezen. Deze uitbreiding is van groot belang aangezien de totale broedcapaciteit in het gehele land te gering is. Ter illustratie: zo lang broederijen in B-gebieden op slot zitten ontbreekt daarmee een broedcapaciteit voor circa 5 miljoen eendagskuikens per week. Eendagskuikens zouden buiten B/T geplaatst kunnen worden.

 Voor de opfokdieren uit T-gebieden zijn twee tranches overplaatsingen vastgesteld. Verplaatsingen naar buiten de T-gebieden zouden binnenkort onder voorwaarden mogelijk moeten worden. Hier kan gedacht worden aan de voorwaarden die nu gelden bij overplaatsing binnen T-gebieden.

 In de bufferzones zijn alle bedrijven verdacht verklaard. Bij het overplaatsen van opfokdieren is het thans niet toegestaan over te plaatsen naar bedrijven die verdacht verklaard zijn. Verzocht wordt in de bufferzones het overplaatsen van dieren toe te staan. Dit zouden dan overplaatsingen binnen het T-gebied zijn.

 Uitgelegde hennen en vermeerderingsdieren uit de T-gebieden kunnen nergens geslacht worden. Voor vermeerderingsdieren zou de slachterij in Baarle Nassau mogelijkheden bieden (indien na koken van het product dit niet onder rond merk afgezet hoeft te worden).

B-gebieden

 Toestaan van slachten bij slachterijen in B-gebieden, waarbij aangevoerd wordt van buiten B/T-gebieden. Kortheidshalve kan verwezen worden naar de argumentatie van Nepluvi.

 Als de mest uit het B-gebied is afgevoerd zouden broederijen in B-gebieden kunnen opstarten.

 Broedeieren uit beschermingsgebieden kunnen tot nu toe slechts worden afgevoerd naar de eiproductenindustrie. Als deze niet ingelegd mogen worden bij broederijen in B- of T-gebieden zou in ieder geval de mogelijkheid moeten bestaan om deze in broederijen in de rest van Nederland in te kunnen leggen. Daarop volgt de 21 dagen quarantaine periode tijdens broeden. Transport toestaan via geleidebiljetten.

 Eieren uit beschermingsgebieden mogen tot nu toe slechts naar de eiproductenindustrie. Deze kunnen weer voor het normale handelsverkeer beschikbaar komen, zodat de niet geruimde pluimveehouders in B-gebieden weer een reguliere opbrengstprijs kunnen ontvangen. Eventueel kan vrijgave via een overslag plaatsvinden. Nogmaals zij opgemerkt dat de EU-regelgeving geen beperkingen oplegt aan consumptie eieren.



 Laatste AI Nieuws
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Vandaag hebben wij veel energie gestoken in pogingen tot reparatiewerk van de afgelopen woensdagavond gewijzigde regelgeving. Ten eerste betreft dit de eis dat bij plaatsing van eendagskuikens afkomstig van broederijen in niet-vrije provincies na 10 tot 15 dagen een gezondheidsverklaring door de dierenarts moet worden opgesteld. Hier is sprake van een strenger beleid dan eerder aan de orde is geweest. Tot nu toe werd altijd aangehouden dat de 21 dagen quarantaine tijdens het broedproces voldoende garantie geeft. Helaas is nog niet duidelijk hoe de uitkomst van de discussie zal zijn. Overigens is dit op dit moment nog niet aan de orde, omdat gesproken worden over ten minste 10 dagen plaatsing van de kuikens, ingaande afgelopen woensdagavond. Ongetwijfeld zal hier maandag verder over gesproken worden.

Broedeieren uit de T minus B-gebieden mogen ingelegd worden bij 4 aangewezen broederijen. Met de nieuwe regeling is dit van toepassing geworden op alle toezichtsgebieden. Probleem is echter dat de compartimenteringsregeling verbiedt om met gestickerde wagens buiten de B/T-gebieden te rijden, dus transport naar die 4 broederijen is niet mogelijk. Zojuist ontvingen wij bericht dat toegestaan wordt dat vanuit de toezichtsgebieden broedeieren naar de aangewezen broederijen gebracht worden met naar het compartiment van herkomst gestickerde auto's. Het geleidebiljet vormt de toestemming voor dit
transport. Daarnaast hebben we verzocht om meerdere broederijen aangewezen te krijgen voor deze broedeieren, omdat de capaciteit bij de 4 aangewezen broederijen te gering is. Dit zal nu niet meer gewijzigd worden, maar wordt meegenomen met de wijzigingen die voor volgende week voorbereid worden.

Afgelopen woensdag was in het basisoverleg toegezegd dat pakstations in de toezichtsgebieden eieren van buiten B/T rechtstreeks mogen aanvoeren. De daarna gepubliceerde regelgeving spreekt dit echter tegen. Inmiddels hebben we van LNV (inclusief AID!) bevestiging van de uitleg van woensdag. Overslag van eieren van buiten de B/T-gebieden mag dus zonder overslag.

Er is navraag gedaan of slachterijen in de toezichtsgebieden ook
importkuikens mogen slachten. LNV heeft daarop geantwoord dat dit mag indien er een bilaterale overeenkomst is met het herkomstland. Dan kan dit plaatsvinden onder dezelfde voorwaarden die gelden voor het vervoer van niet-geïmporteerde kuikens naar de slacht. Mondeling is ons gemeld dat er overeenstemming zou zijn met de Belgische en Duitse over import naar niet-vrije provincies. Daarbij is afgesproken dat transport plaatsvindt onder gelijke voorwaarden als die gesteld worden aan de binnenlandse transporten. Indien rechtstreekse levering aan de slachterij plaatsvindt gelden er voor het transport echter geen verplichtingen ten aanzien van het logboek. De afspraken met herkomstlanden zouden op de internetsite van LNV verschijnen. Tot op heden hebben we die nog niet mogen aantreffen. Vandaar nog enige slagen om de arm omtrent de exacte afspraken met België en Duitsland.

In het voormalige compartiment F (Limburg ten zuiden van de B/T-gebieden) is met het nieuwe regime een probleem ontstaan bij de afvoer van broedeieren.
Transport naar een broederij moet door G lopen en mag dus niet, terwijl afvoer naar de eiprodcutenindustrie in G ook niet meer is toegestaan. Hier hopen we maandag meer duidelijkheid over te hebben.

Om praktische redenen is vandaag voor de aanlevering van kuikens naar
slachterij Astenhof een tweede corridor voorgesteld. Op dit moment is dat nog niet geheel rond, maar de verwachting is dat een en ander spoedig gereed is.

Vanuit diverse kanten is de vraag gesteld of het is toegestaan om met lege, gereinigde en gedesinfecteerde wagens door de vervoersbeperkingsgebieden te rijden (bijvoorbeeld na aflevering van kuikens bij slachterijen in toezichtsgebieden). Volgens LNV is dat mogelijk.

Ook bleek er onduidelijkheid in hoeverre bij export uit vrije provincies transport via niet-vrije provincies mag plaatsvinden. Ook hier heeft LNV aangegeven dat de regelgeving niet belemmerd.

Vanaf a.s. maandag tot en met woensdag mogen opfokdieren in de T minus B gebieden weer overgeplaatst worden. Er zijn in totaal 8 overplaatsing aangevraagd (3 opfokleg, 4 opfokouderdieren en 1 opfokgrootouderdieren).
Vanuit de sector zijn diverse vragen gekomen over het overplaatsen van
ruikoppels. Tot nu toe biedt de regeling daar echter geen ruimte voor.
Slecht opfokleghennen en opfok(groot)ouderdieren kunnen overgeplaatst
worden. LNV wil hier vooralsnog geen ruimere interpretatie aan geven.

Volgende week verwachten we een aantal versoepelingen voor de B/T-gebieden. Conform afspraak in het basisoverleg heeft de PVE daarvoor een concreet voorstel gedaan. Zie hiervoor de bijlage bij dit bericht.

Door NOP, ZLTO, LEI, ABAB, Rabobank en PVE is de financiële problematiek van de vermeerderaars in kaart gebracht. Een notitie met een verzoek om te komen tot een schadevergoedingsregeling is vandaag door de voorzitters van NOP en PVE aan de Minister van LNV toegestuurd. Tevens hebben wij de Vaste Kamercommissie voor Landbouw deze informatie doen toekomen met het oog op het eerstvolgende overleg tussen Kamer en Minister.

De voorbereiding voor het plaatsen van de verklikkerdieren gaan onverminderd voort. Mogelijk dat dinsdag het eerste koppel geplaatst kan worden (eerder dachten we nog aan maandag). De EU-beschikking schrijft voor dat alle besmette bedrijven verklikkerdieren moeten ontvangen voordat sprake kan zijn van vrijgave van een gebied. Voordat dieren kunnen worden geplaatst moet de R&O volledig afgerond zijn. Op dit moment zijn er een 60-tal voormalig besmette bedrijven die nog geen zogenaamde schoonmelding hebben. Het RCC in Stroe heeft deze bedrijven afgelopen dagen gebeld om de situatie te inventariseren. Een terugkoppeling daarvan hebben we nog niet mogen
ontvangen. Ook GLTO resp. ZLTO onderhouden intensief contact met deze
bedrijven. Voor alle duidelijkheid: de natte schoonmaak is voorwaarde voor een schoonverklaring.

Later vandaag zou de nieuwsbrief klaar zijn die zo snel mogelijk naar alle voormalig besmette bedrijven gestuurd wordt. Hierbij zit een instructiemapje over hoe te handelen met de verklikkerdieren. Het aanvankelijke idee om instructiebijeenkomsten te houden vindt men in Stroe niet nodig.

Verklikkerkippen kunnen geplaatst worden vanaf 5 dagen na de
schoonverklaring van de bedrijven in een gebied. Per besmet bedrijf wordt 1% van de normale bezetting geplaatst met een minimum van 90 kippen bij grondhuisvesting en 180 kippen in kooihuisvesting (verspreid over de stal).
De verklikkerkippen zijn geïdentificeerd via een uniek genummerd bandje om de poot. Er wordt gewerkt met afgeënte opgefokte hennen (serologisch getest op AI). Eenden-, kalkoenen- en opfokbedrijven krijgen jongere hennen die nog niet in productie zijn en ook tijdens de 3 weken niet in productie komen. De aflevering gebeurt aan de openbare weg. Tijdens de verklikkerfase moeten de dieren in de eerste en tweede week na plaatsing door de eigen dierenarts klinisch worden onderzocht. In de derde week gebeurt dit door het eindcontroleteam van het crisiscentrum. Dit team neemt tevens bloedmonsters en tracheaswabs om te onderzoeken op AI. Verhoogde uitval moet gemeld worden aan de dierenarts, die beoordeelt of melding aan RVV/AID nodig is. Op alle gestorven dieren wordt sectie op verricht bij de GD. Bij vermoeden van AI worden de dieren niet door de GD maar door CIDC onderzocht.
Na afloop van de verklikkerfase is het aan de sector om eventuele afvoer te regelen. Indien sprake is van legbedrijven kunnen de dieren op het bedrijf blijven. Voor de overige bedrijven zal de afvoer gecoördineerd verlopen via de broederijen.

Wij ontvingen de volgende informatie over de opgekochte dieren in de
welzijnsopkoop (per 19/6):
vleeskuikens 77 aanvragen, 4.167.796 stuks
eenden 24 aanvragen, 193.591 stuks
kalkoenen 1 aanvraag, 8.275 stuks
parelhoenders 2 aanvragen, 25.892 stuks
opfokleghennen 3 aanvragen, 27.625 stuks
opfokvleeskuikenouderdieren 3 aanvragen, 54.247 stuks
Een viertal aanvragen voor opfokleghennen zijn afgewezen omdat inmiddels overplaatsingen vanaf 12 juni waren toegestaan.

Voor een ieder die nog niet genoeg gelezen heeft: de Minister heeft vandaag een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de toekomst van de intensieve veehouderij in ons land. U kunt deze vinden op de internetsite van LNV. Het is de bedoeling dat dit najaar een brede maatschappelijke discussie hierover gevoerd gaat worden. Niet alleen met de sector, maar ook met de rest van de samenleving. Dat moet aan het eind van het jaar leiden tot een door de Minister uit te brengen visie.

Met vriendelijke groeten en een prettig weekend,
Ben Dellaert

 Veerman: fundamentele discussie intensieve veehouderij nodig
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Een fundamentele discussie over de toekomst van de intensieve veehouderij is noodzakelijk. Dat schrijft minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in een brief aan de Tweede Kamer. Met deze brief geeft hij de aanzet voor een breed maatschappelijk debat over de toekomst van deze sector in Nederland, na de recente uitbraak van vogelpest en mond- en klauwzeer en varkenspest. Dat debat moet eind dit jaar uitmonden in een visie, maatregelen en afspraken met betrokkenen in en rond deze sector.
Om constructief te kunnen spreken over oplossingen voor de tekortkomingen van de sector op het vlak van economische, ecologische en sociale duurzaamheid en ook de rol van de overheid is het nodig de aard en de omvang van de problemen te herkennen en te erkennen, stelt Veerman.

De intensieve veehouderij heeft zich de afgelopen decennia spectaculair ontwikkeld op basis van een aantal concurrentievoordelen. Van die ontwikkeling profiteerde iedereen, ondernemers, de consument, de regio's en de overheid, constateert de minister. De maatschappelijke omgeving wijzigde echter en ook de concurrentievoordelen zijn deels vervaagd.

Veerman wil actief bijdragen aan een gezamenlijke analyse van de ontstane problemen, als basis voor mogelijke oplossingen. Hij meent echter dat vooral het bedrijfsleven zelf moet worden uitgedaagd om over zijn eigen toekomst na te denken. De overheid dient de sector en de samenleving zicht te geven op de lange termijn perspectieven en de dilemma's daarbij zichtbaar te maken. De brief aan de Kamer is bedoeld als een eerste stap.

Veerman geeft onder meer aan dat nu sprake is van een groot aantal regels voor de intensieve veehouderij en een kostbaar apparaat om dat allemaal uit voeren. Het maatschappelijk resultaat van die grote inzet is echter als het gaat over mest, dierziekten en dierenwelzijn mager. De overheid streeft naar minder regels en minder administratieve lasten. De sector zal meer op eigen benen moeten staan.

De pluimveehouderijbedrijven, de slachterijen, de supermarkten, zij allen moeten zich de maatschappelijke kritiek aantrekken en zich niet verschuilen achter de achterblijvende consumentenvraag, stelt Veerman. Hoe langer bedrijven doorgaan met niet-duurzame productiewijzen, hoe verleidelijker het voor consumenten is daar in mee te gaan. De maatschappelijke kosten van de sector moeten niet worden afgewenteld op milieu en dieren, uiteindelijk zullen die kosten tot uitdrukking gebracht moeten worden in de consumentenprijs.

Breed debat
Veerman schetst in zijn brief echter ook een aantal lastige dilemma's voor bedrijfsleven en overheid bij de discussie over de toekomst van de intensieve veehouderij.
Deze dilemma's kunnen aan de orde komen in een breed maatschappelijk debat dat Veerman dit najaar organiseert. Het ministerie organiseert onder meer een viertal regionale discussiebijeenkomsten met partijen uit de pluimveehouderijketen, maatschappelijke organisaties en andere overheden.

Op basis van de uitkomsten van dit debat stuurt de minister eind 2003 de Tweede Kamer een brief met daarin zijn visie, de maatregelen die hij voorstelt en de inzet die van andere partijen wordt verwacht.


 Voedselveiligheid is een non-item
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Voedselveiligheid is eigenlijk een non-item ten opzichte van voedingsproblemen. Voedinggerelateerde ziekten als overgewicht, hart- en vaatziekten en kanker zijn in een maatschappelijk opzicht veel belangrijker dan de betrekkelijk ongevaarlijke voedingsincidenten.
Dat kwam naar voren tijdens een discussiebijeenkomst over voedselveiligheid gisteren in Den Haag. Onder de titel '100% veiligvoedsel: zin of onzin?' waren een kleine 200 voedselveiligheidsdeskundigen bijeen om te discussieren over de balans tussen ratio en emotie.

Zo meende 90% van de aanwezigen dat ons voedsel nog nooit zo veilig is geweest. Doordat we steeds betere detectiemethoden hebben zijn verontreinigingen steeds beter te meten. Tegenstanders vroegen zich af hoe het dan toch mogelijk was dat zij in goede gezondheid al zo oud geworden waren. Anderen meenden dat de voedselveiligheid over zijn top heen is omdat voedingsmiddelen steeds verder van ons weg geproduceerd worden en we er dus minder toezicht op kunnen hebben.

De aanwezigen waren sterk verdeeld over de vraag of concurrentie op voedselveiligheid tot veiliger voedsel zou kunnen leiden. Voorstanders meenden dat de markt een veel krachtiger drukmiddel is dan instanties als de Voedsel en Warenautoriteit. Volgens tegenstanders is dat een illusie omdat voedselveiligheid voor de consument geen item is. De consument gaat er van uit dat de overheid en de winkelier dat wel geregeld zullen hebben en kijkt vervolgens naar de prijs.

Duidelijk werd ook dat vragen rond voedselveiligheid pas opgeworpen worden zodra stoffen ontdekt worden. Dan moet er ook pas een norm voor ontwikkeld worden. Reden voor de aanwezigheden om het in overgrote meerderheid oneens te zijn met de stelling 'biologische voedsel is veiliger dan ander voedsel'. Omdat iets zonder chemische bestrijdingsmiddelen geproduceerd is wil dat nog niet per definitie zeggen dat het gezonder is. Er kunnen zo schimmeltoxinen achterblijven die weliswaar natuurlijk zijn maar mogelijk niet gezond.


 Milieuorganisaties: mestakkoord is nog niet af
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Het principeakkoord dat staatssecretaris van Geel in Brussel heeft gesloten over de uitvoering van de EU-nitraatrichtlijn door Nederland prikkelt boeren onvoldoende om de overbemesting terug te dringen. Dat schrijven de Stichting Natuur en Milieu en de Stichting Reinwater in een gezamenlijk persbericht. De staatssecretaris kwam voor vier jaar een 'stand-still' overeen ten aanzien van de derogatie.
De milieuorganisaties hadden gehoopt dat het overleg zou resulteren in een maximale mestgift van maximaal 230 kg dierlijke stikstof per hectare. De uitkomst van de derogatie van maximaal 250 kilo noemen zij teleurstellend. Over de aanscherping van de verliesnormen van meststoffen heeft van Geel nog geen afspraken kunnen maken.
De milieuorganisaties pleiten voor een aanscherping van deze normen. Die aanscherping acht men nodig om te kunnen voldoen aan de eisen van de nitraatrichtlijn. Ze zien in een geleidelijke aanscherping een nuttige prikkel voor omschakeling naar een duurzame landbouw.

Het feit dat de Europese Commissie de nadruk legt op fosfaat zien de milieugroeperingen als een positief punt in het principeakkoord. Derogatie mag volgens hen niet leiden tot nog meer ophoping van fosfaat. Ze wijzen daarbij op het gevaar van algengroei in zoet water gedurende de zomermaanden als gevolg van fosfaat uit mest.
Ook de voorwaarde stelt die Commissie stelt voor de derogatie dat het teveel aan nitraat in grondwater op droge zandgronden moet verdwijnen beoordelen de groeperinge positief. Men tekent daarbij aan dat de stikstofverliesnormen in Nederland omlaag moeten en het areaal droge zandgronden fors omhoog.


 Milieudefensie: controlesystemen in de veevoersector moeten verbeteren
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Controlesystemen in de veevoedersector moeten verbeteren. Daarnaast moet de handel in veevoer vergaand vereenvoudigd worden en moet het verboden worden om afvalstoffen uit de chemische en farmaceutische industrie als veevoer te gebruiken. Supermarkten moeten stoppen met kiloknallers.
Dat zijn enkele van de aanbevelingen die Milieudefensie doet in het rapport 'De Menukaart van het Varken, De gezondheids- en milieueffecten van de ondoorzichtige veevoersector'. Miliedefensie belicht in dit rapport de productie- en procesgevoeligheid van veevoeder en voederproductie van varkensvoer.

Milieudefensie komt tot de conclusie dat de huidige controlesystemen in de veevoedersector onvoldoende werken en dat de controlesystemen verbeterd moeten worden. Omdat structurele meetprogramma's voor alle chemische stoffen die mogelijkerwijs in het veevoer terecht zouden kunnen komen logistiek en financieel onhaalbaar zijn moet het verboden worden om afvalstoffen uit de chemische en farmaceutische industrie als veevoer te gebruiken.

Milieudefensie pleit voor een positieve lijst van stoffen die wèl in het veevoer mogen zitten in plaats van de huidige negatieve lijst van stoffen die er niet in voor mogen komen.
Boeren zouden aangemoedigd moeten worden om niet breed antibiotica toe te dienen als slechts enkele varkens in de stal ziek zijn.

Supermarkten moeten niet meer stunten met vlees onder de kostprijs aangezien dat de rest van de keten dwingt om nog goedkoper te produceren, met alle risico's van dien. Supermarkten zouden zelf ook met een positieve lijst van veevoeringrediëenten kunnen komen.

 Vrijdag, 20 juni, 10.00 uur
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
De gewijzigde regelgeving gaf aanleiding tot veel vragen. Het PPE meldt inmiddels op een aantal punten helderheid te hebben gekregen en op enkel andere nog niet.

Met het nieuwe regime kennen we in ons land drie regimes: de B/T-gebieden, provincies met AI-uitbraken (Flevoland, Gelderland, Limburg, N-Brabant en Utrecht) en provincies zonder AI-uitbraken (Drenthe, Friesland, Groningen, Noord- en Zuid Holland, Zeeland). Uit deze laatste provincies is export van levend pluimvee, broedeieren en pluimveemest toegestaan.

De compartimenteringsregeling is alleen nog van kracht voor de B/T-gebieden: A Gelderse Vallei, B Beneden Leeuwen, G Nederweert en H Zundert. Alleen in deze gebieden blijft de stickering bestaan. Voor de B/T-gebieden is het beleid nagenoeg ongewijzigd. Wel is de ophokplicht beperkt tot de B-gebieden.

In de nieuwe regeling is verder opgenomen dat van 23 tot en met 25 juni weer opfokdieren overgeplaatst kunnen worden in de toezichtsgebieden. De daarbij geldende voorwaarden zijn gelijk aan die van de eerdere reeks overplaatsingen.

In het oude compartiment A was het B/T-regime van toepassing op het gehele compartiment. Dat is intussen beperkt tot wat aanvankelijk als toezichtsgebied is omschreven. Dat betekent dat zowel aan de west- als aan de oostkant van het oude compartiment A een aantal bedrijven nu buiten A zijn komen te liggen en dus niet langer onder het B/T-regime vallen (dus ook wagens zonder sticker).

Alle overige beperkingen voor de B/T-gebieden blijven onverminderd van Kracht; bijvoorbeeld het verbod op afvoer van (broed)eieren anders dan naar de eiproductenindustrie.

Nog niet duidelijk is of consumptie-eieren van buiten de B/T-gebieden mogen worden aangevoerd op pakstations in de toezichtsgebieden. Vooralsnog geldt dus de verplichting van een overslag.

LNV is van plan volgende week versoepelingen voor de B/T-gebieden toe te passen.

De R en O-verplichtingen en eisen aan verpakkingsmateriaal voor eieren (eenmalig gebruik of na gebruik R en O) blijven onverminderd van kracht voor het gehele land.

Ook blijft de bezoekersregeling van toepassing, met 24 uur wachttijd na bezoek van een van de B/T-gebieden.

Het 1 op 1 transport buiten de B/T-gebieden is niet langer van verplicht.

De export van mest, levend pluimvee en broedeieren vanuit vrije provincies is toegestaan. Wel moet daarbij worden gegarandeerd dat de dieren/broedeieren daadwerkelijk uit die vrije provincies afkomstig zijn. Dit is van belang omdat ook wordt toegestaan levende dieren en broedeieren van niet-vrije provincies naar vrije provincies te transporteren. Deze mogen echter niet voor export in aanmerking komen.

Bij export van opfokdieren moet dit aangetoond worden via het KIP-formulier.

Voor export van broedeieren wordt gekeken naar de plaats van productie (dus niet naar de herkomst van de reproductiedieren), bij export van eendagskuikens is de locatie van de broederij leidend (dus niet de herkomst van de broedeieren).

Voor de mest geldt dat transport van niet-vrije naar vrije provincies volgens de EU-beschikking niet is toegestaan. Het overplaatsen van opfokdieren buiten de B/T-gebieden is weer toegestaan.

Voor opfokdieren afkomstig uit niet-vrije provincies (buiten B/T) gelden een aantal voorwaarden. De dieren moeten in lege stallen geplaatst worden en tussen 10 en 15 dagen na aankomst aan een klinische inspectie door de dierenarts worden onderworpen. De dierenartsverklaring moet op het bedrijf worden bewaard.

Voor opfokdieren die afkomstig zijn uit de vrije provincies zijn deze voorwaarden niet van toepassing. Wel is daar de landelijke R en O regeling van kracht.

LNV is gevraagd ook het overplaatsen van ruikoppels mogelijk te maken binnen de huidige regeling. Daarover is nu nog geen uitsluitsel.

Het plaatsen van eendagskuikens in vrije provincies afkomstig van broederijen in niet-vrije provincies is eveneens toegestaan. Volgens de regeling moet ook hier 10 tot 15 dagen na plaatsing een klinische inspectie plaatsvinden. Dit is volgens LNV echter niet volgens de geest van de regeling. Daarom is nog een correctie op dit punt te verwachten.

Broedeieren uit niet-vrije provincies mogen ook in vrije provincies worden ingelegd. Voor broedeieren uit de toezichtsgebieden is inleg toegestaan bij een van de vier broederijen in het voormalige vrije deel van compartiment E.

De EU-beschikking schrijft voor dat het verplaatsen van slachtpluimvee en uitgelegde hennen van niet-vrije naar vrije provincies is toegestaan indien ze direct worden geslacht in aangewezen slachterijen. In de nieuwe regelgeving zijn alle geregistreerde slachterijen daarvoor aangewezen, voor zover het vervoer niet plaatsvindt in een vervoersbeperkingsgebied.

Tegelijk met de export is ook import van levend pluimvee en broedeieren naar de vrije provincies mogelijk geworden. Import naar niet-vrije provincies (buiten B/T) kan worden toegestaan indien het land van herkomst daarmee instemt. De CVO zal daartoe contact zoeken met de relevante herkomstlanden. Mededelingen daarover worden op de internetsite van LNV geplubliceerd. Zover ons bekend zouden Belgie en Duitsland ermee instemmen dat import plaatsvindt onder dezelfde voorwaarden als die gelden bij binnenlands transport van vrije naar niet-vrije provincies.

 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Somber

Pluimveehouders willen hun stallen weer zo snel mogelijk vol hebben en bedrijven in de keten willen de productie weer hervatten. De vraag die zich daarbij voordoet is of de productie weer op hetzelfde niveau moet komen als voor de vogelpest. Volgens een studie van Peter van Horne van het LEI is dat oude productieniveau op termijn niet haalbaar. Van Horne heeft op verzoek van het ministerie van LNV een analyse gemaakt van de Nederlandse pluimveehouderij in internationaal perspectief. De uitkomsten van zijn analyse zijn somber.

Early Warning systeem

Andre Steentjes, dierenarts bij het Veterinair Centrum Someren en secretaris van de Groep Pluimvee- wetenschappen van de KNMvD vindt dat een systeem van Early Warning moet worden uitgebreid naar alle categorieen bedrijfspluimvee. Een dergelijk systeem



waarbij acute problemen door dierenartsen worden gesignaleerd, gemeld en teruggekoppeld naar dieren- artspraktijken draait al voor vleeskuikens. ,,Als alle bij de eerste AI-uitbraken betrokken pluimveehouders en dierenartsen de verontrustende symptomen centraal hadden kunnen melden, dan was de AI-uitbraak wellicht minder omvangrijk geworden", zegt hij.

Uitloopdiscussie

Onderdeel van de discussie over hoe de structuur van de bedrijfsmatige pluimveehouderij er na de vogelpest moet uitzien, is de buitenuitloop voor leghennen in het Freilandsysteem. Moeten de hennen nog wel buiten lopen of is een systeem met scharrelstal en overdekte uitloop, de binnenuitloop ofwel de zogenaamde 'Wintergarten' een beter systeem om tegemoet te komen aan enerzijds de behoefte aan welzijn en anderzijds de behoefte aan een voedselveilig product?

 Diversen AI berichten
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Sinds de gewijzigde regelgeving kennen we in ons land drie regimes: de B/T-gebieden, de provincies zonder AI-uitbraken (Drenthe, Friesland, Groningen, Noord- en Zuid Holland, Zeeland) en provincies met AI-uitbraken (Flevoland, Gelderland, Limburg, N-Brabant en Utrecht). Export van levend pluimvee, broedeieren en pluimvee- mest is toegestaan uit vrije provincies.

De compartimenteringsregeling is alleen nog van kracht voor de B/T-gebieden: A = Gelderse Vallei, B = Beneden Leeuwen, G = Nederweert en H = Zundert. Alleen in deze gebieden blijft de stickering bestaan.

Voor de B/T-gebieden is het beleid nagenoeg ongewijzigd. Wel is de ophokplicht beperkt tot de B-gebieden. LNV is voornemens volgende week versoepelingen voor de B/T-gebieden toe te passen.

Meer informatie over de regelgeving vindt u in de extra nieuwsbrief die om 10.00 uur verschijnt.

 
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Herbevolking
Er zijn veel vragen over de wijze van herbevolking. Hoewel de laatste hand wordt gelegd aan het definitieve plan, worden onderstaand enkele
hoofdlijnen weergegeven. Naar verwachting denkt men eind deze week een
begin te kunnen maken met de planning van volgorde gebieden.

LTO/NOP is nauw betrokken bij de concretisering van de herbevolking. Men verwacht dat de mest per 4 juli a.s. zal zijn weggewerkt. Voor de drijfmest wordt maatwerk toegepast. De oppompbare mest zal na aanzuring zoveel mogelijk worden uitgereden binnen de T-gebieden of worden weggereden naar een opslagplaats in de Noordoostpolder. Afhankelijk van de situatie wordt een oplossing gezocht voor het achterblijvende grit (aanzuren).

Daarnaast is bekend dat ca. 60 bedrijven niet in de pas lopen met de
reiniging en ontsmetting. Ook dit is een punt wat moet zijn opgelost
alvorens met het plaatsen van sentineldieren in een gebied kan worden
begonnen. Bij de LTO-regio's zijn deze bedrijven bekend en wordt met
LNV/RCC gewerkt aan het overtuigen van deze mensen.

Vrijgave van gebied Zundert is afhankelijk van de snelheid waarmee het
Belgische besmette bedrijf kan worden vrijgegeven. Aan Nederlandse kant is bekend dat het besmette hobbybedrijf niet meer zal opstarten en dus ook geen sentineldieren wil gebruiken. LNV werkt eraan om dit te formaliseren, de veehouder zal dit schriftelijk moeten bevestigen.

Organisatie van de opzet van sentineldieren
· De EU heeft in haar beschikking aangegeven dat geen eendagskuikens kunnen worden opgezet. Er wordt dus met oudere dieren gewerkt.
· In tegenstelling tot eerdere plannen worden in alle gebieden
sentineldieren voor een periode van eenmalig 21 dagen opgezet
· Op eenden-, kalkoenen- en opfokbedrijven worden om praktische redenen geen leggende dieren opgezet.
· Bij de opzet worden minimaal 90 dieren opgezet per scharrelbedrijf en 180 dieren bij kooihuisvesting. Daarnaast wordt een minimum van 1% van de normale bezetting opgezet met sentineldieren. Bij kooihuisvesting worden de
dieren verspreidt over de stal in de kooi opgezet. Naar verwachting moeten in totaal ca. 90.000 dieren worden opgezet. Alle sentineldieren worden gelabeld met een kenmerk aan de poot.
· Distributie van de sentineldieren zal verlopen via afleveren aan de openbare weg in kratten. De veehouder is verantwoordelijk voor een correcte opzet en verdeling over de stal. Ook is de veehouder verantwoordelijk voor het reinigen en ontsmetten van de kratten en deze weer aan de weg te zetten voor het ophalen ervan.
· Na afloop van de sentinelperiode worden de dieren niet afgevoerd naar Rendac. De dieren kunnen in ieder geval op de legbedrijven aanwezig blijven om de legperiode af te maken. Er zal hierbij soepel worden opgetreden bij de beoordeling van de iKB-voorwaarden. De kuikenbroederijsector beraadt zich nog over een gecoördineerde afvoer van de overige dieren.

Over de communicatie van de gehele operatie sentineldieren is
onduidelijkheid ontstaan. Was eerst sprake van een aantal
voorlichtingsbijeenkomsten, de RVV is van mening dat zij de informatie ook schriftelijk kunnen uitleggen. Ook het belteam van RCC Stroe dient volledig op de hoogte te zijn. Laat de veehouders dit checken.

Basisoverleg
In het basisoverleg d.d. 18-6 zijn de maatregelen die deze dag zijn
ingegaan besproken. De wijzigingen zijn te lezen in de afgekondigde
maatregel. Omdat de EU is overgeschakeld naar provinciegrenzen, zijn in bepaalde gebieden minder versoepelingen doorgevoerd dan gehoopt;
bijvoorbeeld de Achterhoek en compartiment E.

Door LTO/NOP is aangegeven dat snel duidelijkheid moet komen over de aanpak van drijfmest. Dit wordt per bedrijf bekeken en zal niet hoeven te leiden tot vertraging van vrijgave gebieden. Ook is met klem gevraagd om toezichtsgebied G-west op te heffen, omdat deze naar onze mening niet in de EU-richtlijn wordt genoemd. Tevens is gevraagd naar de status van geruimde bedrijven in de buffergebieden (o.a. Betuwe, Land van Maas en Waal, omgeving Ermelo etc). Deze bedrijven hebben nog de status van verdacht bedrijf, maar er is geen virus in deze gebieden gevonden. Hierop komt LNV nog terug.
Gevraagd is naar de mogelijkheid om ouderdieren voor de slacht uit
B-gebieden te kunnen slachten. LNV heeft toegezegd een corridor te regelen indien de slachterijsector bereid is te slachten. Dit wordt nader uitgewerkt.

Aangegeven is dat gemengde bedrijven met varkens na de laatste R
&O-handelingen meer ruimte krijgen voor aan- en afvoer van dieren.

De NZO heeft geconstateerd dat de discipline voor het blijven uitvoeren van de R&O-maatregelen voor RMO's en andere bezoekers snel afneemt omdat veel veehouders het niet meer zo nodig vinden. Zolang de opzet en monitoring van sentineldieren niet is afgerond, is het risico van virusverspreiding aanwezig!


Met vriendelijke groeten,

Alex Spieker

 Minister Veerman versoepelt maatregelen vogelpest
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft de regels in verband met vogelpest opnieuw drastisch versoepeld. Sinds 18 juni om 18.00 uur gelden de volgende versoepelingen.
Regelingen
De verplichting tot het binnenhouden, oftewel het ophokken van vogelpestgevoelige dieren is niet meer nodig. Alleen dieren in de zogenoemde beschermingsgebieden moeten nog binnengehouden worden.

Het is weer toegestaan vogelpestgevoelige dieren, broedeieren, gebruikt strooisel en onverwerkte of ongepasteuriseerde mest te exporteren, voor zover deze producten afkomstig zijn uit gebieden waar zich geen uitbraken van vogelpest hebben voorgedaan.

In de gebieden waar zich uitbraken hebben voorgedaan, kunnen Vogelpestgevoelige dieren, broedeieren, gebruikt strooisel en mest onder voorwaarden worden vervoerd. Deze producten mogen nog niet geëxporteerd worden.

Verder wordt het van 23 tot en met 25 juni 2003 voor de tweede maal onder voorwaarden toegestaan opfokdieren naar een gereinigde en ontsmette stal gelegen binnen de vervoersbeperkingsgebieden te vervoeren. Het voor de tweede maal toestaan van deze verplaatsing is noodzakelijk omdat in de eerste periode niet alle welzijnsproblemen waren opgelost.

Personen die vanwege hun beroep een bedrijfsgebouw moeten betreden waarvoor vogelpest gevoelige dieren worden gehouden, moeten nu 24 uur wachten voordat zij naar een ander bedrijf gaan. Voorheen was dat 72 uur.

Zie de regelingen op de website van het ministerie van LNV.

Compartimenten
Voorheen was Nederland verdeeld in 8 compartimenten. Het aantal compartimenten beperkt zich nu tot vier en wel Compartiment A (Gelderse Vallei), Compartiment B (Beneden Leeuwen), Compartiment G (Nederweert) en Compartiment H (Zundert). De grenzen van deze compartimenten zijn ten opzichte van de oude situatie aangepast, waarbij is aangesloten bij de grenzen van de vervoersbeperkingsgebieden, zoals die gelden voor de Gelderse Vallei, Beneden Leeuwen, Nederweert en Zundert. Deze Compartimenten vallen in de provincies Flevoland, Gelderland, Brabant, Limburg en Utrecht. In deze provincies gelden dus beperkende maatregelen.

De rest van Nederland kent geen beperkende maatregelen behoudens het reinigen en ontsmetten en het bijhouden van een registratie. Het houden van evenementen mag dus weer in de provincies waar geen vogelpest is geconstateerd.

Algemeen
Op 4 maart 2003 werd het eerste geval van vogelpest vastgesteld in Scherpenzeel. In totaal zijn 255 bedrijven definitief besmet verklaard. In 22 gevallen ging het om hobbydieren. Meer dan 30 miljoen kippen en kalkoenen werden geruimd. Sinds 23 mei jl. zijn er geen besmettingen meer van vogelpest vastgesteld.


 PVE: zeker 2000 ontslagen door vogelpest
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
In de pluimveesector zullen zeker 2000 werknemers als gevolg van de uitbraak van vogelpest ontslagen worden. Omdat de sector zelf amper geld heeft voor sociale plannen vraagt het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVE) de overheid om steun bij uitplaatsing.
Een inventarisatie van het PVE maakt duidelijk dat er in de hele pluimveeketen drastisch in het personeelsbestand gesneden zal moeten worden. Van de 6700 arbeidsplaatsen in de pluimveeverwerkende industrie zullen er naar verwachting 1000 tot 1500 verloren gaan. Bij de eierpakstations zal 30 à 40 procent van de 1200 werknemers weg moeten.

In de primaire sector zullen naast de broederijen vooral de legbedrijven, vleeskuikenbedrijven en dienstverleners failliet gaan of meedoen aan een opkoopregeling. Daarmee zal een kwart van de 900 werknemers af moeten vloeien.


 Niet gereinigde pluimveestallen brengen herbevolking in gevaar
Vrijdag, 20 juni 2003 door Henk Coolen
Een handjevol boeren in de Gelderse Vallei heeft zijn pluimveestallen na de ruiming nog steeds niet ontsmet. Daarmee brengen zij de herbevolking in gevaar. De GLTO roept de betreffende ondernemers op hun verantwoording te nemen.
Volgens Jaap van de Heg, voorzitter van GLTO Barneveld, heeft bij een aantal pluimveehouders de moedeloosheid toegeslagen. Ze denken dat er toch geen kippen meer in komen en verzuimen derhalve hun zaakjes op orde te brengen. Een aantal pluimveehouders hikt ook tegen de kosten aan; het schoonmaken van een gemiddelde stal voor 30.000 kippen kost al gauw een slordige 10.000 euro aan manuren.

De pluimveesector is er alles aan gelegen om op 8 september, wanneer de Europese Commissie vergaderd, toestemming te krijgen om de Gelderse Vallei weer vrij te geven. De niet gereingde stallen kunnen deze toestemming in gevaar brengen. De GLTO roept deze pluimveehouders dan ook op hun verantwoording te nemen en de toekomst van de keten niet verder op het spel te zetten.


 Diervoer geruimde bedrijven wordt op verzoek pluimveehouder teruggehaald
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
Het restant aan veevoer dat zich nog op wegens de vogelpest geruimde bedrijven bevindt, wordt op verzoek van de individuele pluimveehouder door de eigen leverancier teruggehaald. De kosten van het terughalen komen voor rekening van de leverancier van het mengvoer. De waarde van het opgehaalde voer wordt niet aan de pluimveehouders vergoed.

Deze afspraken zijn gemaakt tussen de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi) en de vakgroep LTO Pluimveehouderij. De ‘terughaalactie’ ging begin deze week van start en loopt tot en met vrijdag 4 juli a.s. Het initiatief om het voer weg te laten halen, ligt bij de pluimveehouder; hij dient zelf contact op te nemen met zijn eigen mengvoerleverancier.

Over de risico’s van resterend pluimveevoer wordt algemeen aangenomen, dat deze na ontsmetting nihil zijn. LNV heeft verklaard dat - indien er dertig dagen zijn verstreken na de eerste reiniging en ontsmetting van het pluimveebedrijf – het veevoer later veilig is te gebruiken. Een deel van de pluimveehouders voelt er niks voor om het veevoer later alsnog aan de dieren te voeren. Ook als het voer een bewerking ondergaat of wordt gemengd met andere voeders, willen zij dat het hoe dan ook van het bedrijf wordt afgevoerd.

De afgelopen maanden zijn bij 1275 pluimveebedrijven de dieren gedood en vernietigd. Dat gebeurde na constatering van een besmetting van het AI-virus of verdenking ervan. Uiteindelijk zijn 255 bedrijven besmet verklaard. Verreweg de meeste dieren zijn preventief van bedrijven geruimd om te voorkomen dat de vogelpest zich verder zou verspreiden. Nu er sinds 23 mei jl. geen besmettingen meer zijn vastgesteld, worden de beperkende maatregelen stap voor stap opgeheven.

Volgens de afspraken tussen de voederindustrie en LTO mag het af te voeren veevoer niet meer als diervoeder worden gebruikt. Na tussenopslag in Wageningen en Born zal het worden verbrand. De afgevoerde hoeveelheden worden geregistreerd, zodat de pluimveehouders later de nodige informatie krijgen voor correctie van de Minas-cijfers van hun bedrijf.

Noot voor de redactie
Dit is een gezamenlijk persbericht van Nevedi en LTO Nederland.

 verklikker kippen en de risico's
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
Het plan om verklikkerkippen op kalkoenbedrijven te gaan plaatsten verdient extra aandacht i.v.m. risico op blackhead:
Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat ongeveer 60% van de koppels volwassen moederdieren en legkippen, drager was van Histomonas, de verwekker van blackhead. Deze dieren waren dus besmet met Heterakis (kleine spoelworm) die met Histomonas waren besmet. Bij die kippen was klinisch geen blackhead waargenomen. Het is aan te nemen dat in Nederland veel kippenbedrijven met grondhuisvesting besmet zijn met wormen. In Nederland is nooit onderzocht in welke mate dan ook Heterakis aanwezig is en in welke mate Heterakis besmet is met Histomonas. Maar op grond van bovenstaand onderzoek mag men aannemen dat Heterakis in Nederland op veel kippenbedrijven voorkomt.
Omdat de consequenties van kippen, die blackhead introduceren op een kalkoenbedrijf, dramatisch zullen zijn, wil ik U dringend onderstaande adviseren

ADVIES:
Voordat (verklikker)kippen op een kalkoenbedrijf worden geplaatst dienen ze uitermate goed ontwormd te zijn (met Flubenol) en wel zo kort mogelijk voordat ze verplaatst worden naar de kalkoenbedrijven. Het is aan te bevelen dat deze verklikkerdieren van een schriftelijke verklaring worden voorzien, waaruit blijkt wanneer, door wie en met welk middel de verklikkerkippen zijn behandeld tegen Heterakis. In verband met eventuele claims die hieruit kunnen voortkomen dienen alle betrokken partijen (inclusief overheid, RVV etc) vooraf te worden gewezen op het risico op blackhead dat deze verklikkerdieren voor kalkoenbedrijven kunnen vormen.
Nadat de verklikkerdieren zijn weggehaald dienen de kalkoenhokken zeer grondig te worden gereinigd met gebruik van veel water. Voor zover mij bekend zijn er geen effectieve ontsmettingsmiddelen tegen wormeieren.

Met vriendelijke groet

Peter van Beek,
DVM, Reg. Specialist Pluimveegezondheid
Poultry Consulting International
Oude Baan 28
4825 BL Breda
tel/fax: 076-5718350

 Laatste AI Nieuws
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
Wij hebben tot op dit moment nog geen helderheid kunnen krijgen over de resterende vragen die in het eerdere bericht van vandaag waren opgenomen m.b.t. de nieuwe regelgeving. Zodra wij meer weten zullen wij een bericht daarover en eventuele overige nieuwtjes (waarschijnlijk morgenochtend) verzenden.

PVE


 Laatste AI Nieuws
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
Zoals gisteren gemeld gaf de gewijzigde regelgeving aanleiding tot een
aanzienlijke hoeveelheid vragen. Inmiddels hebben wij enige helderheid
kunnen krijgen op een aantal punten. Ook zijn er enkele onduidelijkheden nog niet opgehelderd. Hier hopen we later vandaag nog een terugkoppeling van LNV over te ontvangen.
Onderstaand een uitgebreide toelichting op de regelgeving zoals die vanaf gisteren 18 juni 18:00 uur van kracht is.

Met het nieuwe regime kennen we in ons land drie regimes: de B/T-gebieden, de provincies zonder AI-uitbraken (Drenthe, Friesland, Groningen, Noord- en Zuid Holland, Zeeland) en provincies met AI-uitbraken (Flevoland, Gelderland, Limburg, N-Brabant en Utrecht). Export van levend pluimvee, broedeieren en pluimveemest is toegestaan uit vrije provincies.

De compartimenteringsregeling is alleen nog van kracht voor de B/T-gebieden: A Gelderse Vallei, B Beneden Leeuwen, G Nederweert en H Zundert. Alleen in deze gebieden blijft de stickering bestaan. Nog even ter herinnering: de grens tussen A en B mag overschreden worden, met andere woorden met een sticker A mag in B gereden worden en andersom. Omstickeren kan 24 uur na R&O. Er is een eenmalige voorziening opgenomen om wagens met sticker naar het juiste compartiment te rijden, danwel de sticker te verwijderen. Dit zal
zeker voor wagens met sticker H van belang zijn, maar ook voor wagens met sticker E die gebruikt worden in de oude toezichtsgebieden in E (omstickeren E naar G of E naar B). De stickers op voertuigen die gebruikt worden buiten de B/T-gebieden (de oude compartimenten C, D, E en F) dienen binnen 24 uur te worden verwijderd en aan het uitgiftepunt te worden geretourneerd.

Voor de B/T-gebieden is het beleid nagenoeg ongewijzigd. Wel is de
ophokplicht beperkt tot de B-gebieden. In de nieuwe regeling is verder
opgenomen dat van 23 tot en met 25 juni weer opfokdieren overgeplaatst
kunnen worden in de toezichtsgebieden. De daarbij geldende voorwaarden zijn gelijk aan die van de eerdere reeks overplaatsingen.
In het oude compartiment A was het B/T-regime van toepassing op het gehele compartiment. Nu is dat beperkt tot wat aanvankelijk als toezichtsgebied is omschreven. Dat betekent dat zowel aan de west- als aan de oostkant van het oude compartiment A een aantal bedrijven nu buiten A zijn komen te liggen en dus niet langer onder het B/T-regime vallen (dus ook wagens zonder sticker).

Alle overige beperkingen voor de B/T-gebieden blijven onverminderd van
kracht (zoals bijvoorbeeld verbod op afvoer (broed)eieren anders dan naar de eiproductenindustrie.

De eerder gemelde wijziging van het overslagpunt voor eieren uit gebied Nederweert Zuid in Eersel is sinds gisteren van kracht.

De vraag is aan de orde geweest of consumptie-eieren van buiten de
B/T-gebieden op pakstations in de toezichtsgebieden in het vervolg
aangevoerd mogen worden zonder overslag. Ondanks dat dat gisteren in het basisoverleg gemeld werd, hebben wij dat deze ochtend niet bevestigd gekregen, ook niet van de AID. Vooralsnog is dus nog altijd de verplichting van een overslag aan de orde.

LNV is voornemens volgende week (exactere aanduiding is nog niet te geven) versoepelingen voor de B/T-gebieden toe te passen. Afgesproken is vanuit de PVE een aantal concrete voorstellen zullen worden ingediend. Dit zullen wij vandaag afhandelen.

De R&O-verplichtingen en eisen aan verpakkingsmateriaal voor eieren
(eenmalig gebruik of na gebruik R&O) blijven onverminderd van kracht voor het gehele land. Tevens blijft de bezoekersregeling van toepassing. Wel is deze zodanig aangepast dat het bezoek aan een bedrijf met pluimvee niet is toegestaan indien in de voorafgaande 24 uur een pluimveebedrijf bezocht is in één van de B/T-gebieden.

Het 1 op 1 transport buiten de B/T-gebieden is niet langer van verplicht.

Het verzamel- en evenementenverbod van AI-gevoelige dieren wordt beperkt tot de niet-vrije provincies. In de B/T-gebieden blijft dit verbod voor alle vogels van kracht.

De export van mest, levend pluimvee en broedeieren wordt toegestaan
uitsluitend vanuit vrije provincies. Wel zal daarbij gegarandeerd moeten worden dat de dieren/broedeieren daadwerkelijk uit die vrije provincies afkomstig zijn. Dit is des te meer van belang omdat ook toegestaan zal worden dat levende dieren en broedeieren van niet-vrije provincies naar vrije provincies getransporteerd mogen worden. Deze mogen echter niet voor export in aanmerking komen. Bij export van opfokdieren zal dit aangetoond moeten worden via het KIP-formulier.

Voor export van broedeieren geldt daarbij dat gekeken wordt naar de plaats van productie (dus niet de herkomst van de reproductiedieren), bij export van eendagskuikens is de locatie van de broederij leidend (dus niet de herkomst van de broedeieren).
Voor de mest geldt dat transport van niet-vrije naar vrije provincies
volgens de EU-beschikking niet is toegestaan.

Het overplaatsen van opfokdieren buiten de B/T-gebieden zal is weer
toegestaan. Voor opfokdieren afkomstig uit niet-vrije provincies (buiten B/T) gelden een aantal voorwaarden. De dieren moeten in lege stallen geplaatst worden en tussen 10 en 15 dagen na aankomst aan een klinische inspectie door de dierenarts onderworpen worden. De dierenartsverklaring moet op het bedrijf bewaard worden.
Gisteren in het basisoverleg was nog sprake van een vooraankondiging van overplaatstingen uit niet-vrije gebieden bij de PVE. Inmiddels is met de RVV afgesproken dat de borging bij export van opfokdieren uit vrije provincies zal gebeuren via het KIP-formulier dat op het bedrijf aanwezig moet zijn. Op deze wijze moet aangetoond worden dat de dieren afkomstig zijn uit vrije provincies.

Voor opfokdieren die afkomstig zijn uit de vrije provincies zijn deze
voorwaarden niet van toepassing. Wel is daar de landelijke R&O regeling van kracht.

Wij hebben LNV verzocht om het overplaatsen van ruikoppels ook mogelijk te maken binnen de huidige regeling. Daarover is nu nog geen uitsluitsel te geven.

Het plaatsen van eendagskuikens in vrije provincies afkomstig van
broederijen in niet-vrije provincies is eveneens toegestaan. Volgens de regeling moet ook hier 10 tot 15 dagen na plaatsing een klinische inspectie plaatsvinden. Dit zou volgens LNV echter niet volgens de geest van de regeling zijn, dus wij verwachten nog een correctie op dit punt.

Broedeieren uit niet-vrije provincies mogen ook in vrije provincies worden ingelegd. Voor broedeieren uit de toezichtsgebieden is inleg toegestaan bij één van de 4 broederijen in het voormalige vrije deel van compartiment E. Gisteren in het basisoverleg is reeds gevraagd om hier meer broederijen voor aan te wijzen. Hopeijk vernemen wij hier spoedig iets van.

De EU-beschikking schrijft voor dat het verplaatsen van slachtpluimvee en uitgelegde hennen van niet-vrije naar vrije provincies is toegestaan indien directe slacht in aangewezen slachterijen plaatsvindt. In de nieuwe regelgeving zijn alle geregistreerde slachterijen daarvoor aangewezen, voor zover het vervoer niet plaatsvindt in een vervoersbeperkingsgebied.

De import van levend pluimvee en broedeieren naar de vrije provincies wordt tegelijk met de export mogelijk. Import naar niet-vrije provincies (buiten B/T) kan worden toegestaan indien het land van herkomst daarmee instemt. De CVO zal daartoe contact zoeken met de relevante herkomstlanden. Mededelingen daarover worden op de internetsite van LNV geplubliceerd. Zover ons bekend zouden België en Duitsland ermee instemmen dat import plaatsvindt onder dezelfde voorwaarden als die gelden bij binnenlands transport van vrije naar
niet-vrije provincies.

Zodra wij duidelijkheid hebben over de nog openstaande vragen zullen wij u hierover informeren.

Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 Donderdag 19 juni, 8.30 uur
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
VERSOEPELINGEN - Vanaf gisteren 18.00 uur gelden de volgende versoepelingen.

- De verplichting tot het binnenhouden (ophokken) van AI gevoelige dieren is vervallen. Alleen dieren in de beschermingsgebieden moeten nog binnengehouden worden.

- Het is weer toegestaan AI gevoelige dieren, broedeieren, gebruikt strooisel en onverwerkte mest te exporteren, voor zover deze producten afkomstig zijn uit gebieden waar zich geen uitbraken van vogelpest hebben voorgedaan.

- In de gebieden waar zich uitbraken hebben voorgedaan, kunnen AI gevoelige dieren, broedeieren, gebruikt strooisel en mest onder voorwaarden worden vervoerd. Deze producten mogen nog niet worden geexporteerd.

- Verder wordt het van 23 tot en met 25 juni 2003 voor de tweede maal toegestaan binnen de vervoersbeperkingsgebieden onder voorwaarden opfokdieren te vervoeren naar een gereinigde en ontsmette stal.

- Personen die vanwege hun beroep een stal in moeten waarin AI gevoelige dieren worden gehouden, hoeven nu nog maar 24 uur te wachten voordat zij naar een ander bedrijf gaan. Voorheen was dat 72 uur.

VIER COMPARTIMENTEN - Het aantal compartimenten is teruggebracht van acht naar vier. Dit zijn: compartiment A (Gelderse Vallei), compartiment B (Beneden Leeuwen), compartiment G (Nederweert) en compartiment H (Zundert).

De grenzen van deze compartimenten zijn ten opzichte van de oude situatie aangepast. Hierbij is aangesloten bij de grenzen van de vervoersbeperkingsgebieden, zoals die gelden voor de Gelderse Vallei, Beneden Leeuwen, Nederweert en Zundert. Zie hiervoor de kaarten op de intersite van LNV.

De compartimenten vallen in de provincies Flevoland, Gelderland, Brabant, Limburg en Utrecht. In deze provincies gelden hierdoor beperkende maatregelen. De rest van Nederland kent geen beperkende maatregelen meer behalve het reinigen en ontsmetten en het bijhouden van een registratie. Het houden van evenementen is weer toegestaan in de provincies waar geen vogelpest is geconstateerd.

Het PPE constateert een aantal onduidelijkheden in de gepubliceerde regelgeving.

Deze betreffen onder andere de voorwaarden voor overplaatsen van pluimvee van niet-vrije naar vrije provincies. Hierbij zullen bij eventuele export van dieren uit vrije provincies garanties gegeven moeten worden dat dieren niet afkomstig zijn uit niet-vrije provincies. Derhalve zal er een vooraankondiging van een overplaatsing naar een niet-vrije provincie gedaan moeten worden bij de PVE. De praktiserend dierenarts dient na 7 dagen een klinische inspectie uit te voeren en een verklaring op het bedrijf achter te laten. In het basisoverleg is de indruk gewekt dat dit betrekking heeft op opfokdieren. Onduidelijk is of dit ook zou moeten gelden voor eendagskuikens. Die indruk wordt nu wel gewekt.

 Laatste AI Nieuws (Woensdag)
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen


Waarschijnlijk wordt eind van deze dag een nieuw regime van kracht. Naar verwachting heeft deze de volgende hoofdlijnen:



gebieden

De compartimentering wordt opgeheven. Daarvoor in de plaats komen 3 gebiedsindelingen: B/T-gebieden, 7 vrije en 5 niet vrije provincies.



B/T-gebieden,

Alleen in deze gebieden blijft de stickering bestaan. Ophokplicht blijft alleen in B-gebieden van kracht.

B/T-gebied Zundert blijft H. Voor zover er nog vleeskuikens in deze gebieden zitten, is aangekondigd dat het uitlaadverbod wordt versoepeld. Voor de B/T-gebieden is voor volgende week verlichting in het regime aangekondigd.



7 vrije provincies

De export van mest, levend pluimvee en broedeieren wordt toegestaan uitsluitend vanuit vrije provincies. Voor export van broedeieren geldt daarbij dat gekeken wordt naar de plaats van productie
(dus niet de herkomst van de reproductiedieren), bij export van eendagskuikens is de locatie van de broederij leidend (dus niet de herkomst van de broedeieren).
Ook de import van levend pluimvee en broedeieren naar vrije provincies wordt tegelijk met de export mogelijk (zou ook voor mest gelden).




5 niet-vrije provincies (delen buiten B/T).

Levende dieren en broedeieren van niet-vrije provincies mogen naar vrije provincies getransporteerd
worden. Deze mogen echter niet voor export in aanmerking komen. Mest mag niet van niet-vrije naar vrije provincies.

Import naar niet-vrije provincies (buiten B/T) kan worden toegestaan indien het land van
herkomst daarmee instemt.

De EU-beschikking schrijft voor dat het verplaatsen van slachtpluimvee en uitgelegde hennen van niet-vrije naar vrije provincies is toegestaan indien directe slacht in aangewezen slachterijen plaatsvindt. LNV is voornemens om alle geregistreerde slachterijen in de vrije provincies daarvoor aan te wijzen.



De aanduidingen voor Gelderse Vallei/Beneden Leeuwen en Nederweert/Echt zijn op dit moment nog nietbekend.




De R&O-verplichtingen en eisen aan verpakkingsmateriaal voor eieren (eenmalig gebruik of na gebruik R&O) blijven onverminderd van kracht. Tevens blijft de bezoekersregeling van toepassing, waarbij de tussenliggende termijn voor inzet in andere gebieden verkort wordt tot 24 uur.

Opfokdieren
Het overplaatsen van opfokdieren buiten de B/T-gebieden zal ook weer worden toegestaan. De voorwaarden die daaraan gesteld worden zullen zeer beperkt van omvang zijn. Voor opfokdieren afkomstig uit niet-vrije provincies (buiten B/T) zal de bepaling van kracht blijven dat dieren in lege stallen geplaatst worden. Voor opfokdieren die afkomstig zijn uit de vrije provincies is deze voorwaarde niet van toepassing. Van 23 tot en met 26 juni is er opnieuw een periode om opfokdieren in de toezichtsgebieden te verplaatsen.

Herbevolking

Zoals het er nu naar uitziet zouden de eerste verklikkerdieren maandag geplaatst kunnen worden in de gebieden Deurne en Koningsbosch. Voor de afvoer van mest uit de Gelderse Vallei komt een tweede opslagplaats in Nunspeet.

Vanmiddag vindt weer een basisoverleg plaats. Na afloop zal ik u daarover informeren.

Met vriendelijke groet,

Alex Spieker

 Laatste AI Nieuws (Woensdag)
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
Zoals gisteren reeds aangekondigd wordt vandaag de regelgeving aanzienlijk aangepast. De publicatie daarvan is zojuist op internet verschenen. De mededelingen die in het basisoverleg daarover zijn gedaan stemmen overeen met ons bericht van gisteren. Omdat wij nu bij lezing van de regelgeving een aanzienlijke hoeveelheid onduidelijkheden en discrepanties ten opzichte van eerdere mededelingen constateren zullen wij niet eerder dan morgenochtend hierover via de mail berichten. Daaraan voorafgaand zullen wij trachten met LNV en eventueel de RVV een aantal zaken op te helderen.

Onder andere betreft dit de voorwaarden voor overplaatsen van pluimvee van niet-vrije naar vrije provincies. Hierbij zullen bij eventuele export van dieren uit vrije provincies garanties gegeven moeten worden dat dieren niet afkomstig zijn uit niet-vrije provincies. Derhalve zal er een vooraankondiging van een overplaatsing naar een niet-vrije provincie gedaan moeten worden bij de PVE. De praktiserend dierenarts dient voorts na 7 dagen een klinische inspectie uit te voeren en een verklaring op het bedrijf achter te laten. In het basisoverleg is de indruk gewekt dat dit betrekking heeft op opfokdieren. Onduidelijk is of dit ook zou moeten gelden voor eendagskuikens. Die indruk wordt nu wel gewekt door de regelgeving.

Morgenochtend hopen wij u de exacte uitleg van de nieuwe regels te kunnen melden.

Volgend op de wijzigingen van vandaag zal in de loop van volgende week een pakket met versoepelingen voor de B/T-gebieden doorgevoerd worden. Dat zou onder andere betrekking moeten hebben op onderwerpen als (broed)eieren uit B-gebieden, broederijen/pakstations/slachterijen in B-gebieden, broederijen/pakstations in T-gebieden. Ook het evenementenverbod in de
B-gebieden zal daarbij aan de orde komen. Afgesproken is de gedachten vanuit de sector (vanmiddag besproken in het vooroverleg van het basisoverleg) morgen nader te bespreken met LNV.

Vanuit de sector is in het basisoverleg weer verzocht het toezichtsgebied bij gebied G-west (rond Bergeijk) te verkleinen. Tot nu toe gaf LNV daarbij aan dat Brussel daar de ruimte niet voor bood. Mogelijkerwijs staat dit gebied echter niet omschreven in de Brusselse beschikking. LNV zoekt dit nog uit en zal hier nog op terugkomen.

Vanaf 30 juni a.s. wordt de monitoring in het kader van de actieplannen Salmonella/Campylobacter weer opgestart. Omdat mesttransport van niet-vrije naar vrije provincies niet mogelijk is volgens is de nieuwe regelgeving is aan LNV hier een voorziening voor te treffen. Dit zal worden opgepakt.

Een volgend basisoverleg zal volgende week plaatsvinden. De exacte datum hangt af van de voorbereiding voor het pakket voor de B/T-gebieden, omdat dat dan daar besproken worden. Deelnemers aan het basisoverleg zullen per mail op de hoogte gesteld worden.

Wij beperken ons nu tot een kort bericht. Morgenochtend volgt nadere en meer concrete informatie over het nieuwe beleid.

Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 Minister Veerman versoepelt maatregelen vogelpest
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft de regels in verband met vogelpest opnieuw drastisch versoepeld. Sinds 18 juni om 18.00 uur gelden de volgende versoepelingen.
Regelingen
De verplichting tot het binnenhouden, oftewel het ophokken van vogelpestgevoelige dieren is niet meer nodig. Alleen dieren in de zogenoemde beschermingsgebieden moeten nog binnengehouden worden.

Het is weer toegestaan vogelpestgevoelige dieren, broedeieren, gebruikt strooisel en onverwerkte of ongepasteuriseerde mest te exporteren, voor zover deze producten afkomstig zijn uit gebieden waar zich geen uitbraken van vogelpest hebben voorgedaan.

In de gebieden waar zich uitbraken hebben voorgedaan, kunnen Vogelpestgevoelige dieren, broedeieren, gebruikt strooisel en mest onder voorwaarden worden vervoerd. Deze producten mogen nog niet geëxporteerd worden.

Verder wordt het van 23 tot en met 25 juni 2003 voor de tweede maal onder voorwaarden toegestaan opfokdieren naar een gereinigde en ontsmette stal gelegen binnen de vervoersbeperkingsgebieden te vervoeren. Het voor de tweede maal toestaan van deze verplaatsing is noodzakelijk omdat in de eerste periode niet alle welzijnsproblemen waren opgelost.

Personen die vanwege hun beroep een bedrijfsgebouw moeten betreden waarvoor vogelpest gevoelige dieren worden gehouden, moeten nu 24 uur wachten voordat zij naar een ander bedrijf gaan. Voorheen was dat 72 uur.

Zie de regelingen op de website van het ministerie van LNV.

Compartimenten
Voorheen was Nederland verdeeld in 8 compartimenten. Het aantal compartimenten beperkt zich nu tot vier en wel Compartiment A (Gelderse Vallei), Compartiment B (Beneden Leeuwen), Compartiment G (Nederweert) en Compartiment H (Zundert). De grenzen van deze compartimenten zijn ten opzichte van de oude situatie aangepast, waarbij is aangesloten bij de grenzen van de vervoersbeperkingsgebieden, zoals die gelden voor de Gelderse Vallei, Beneden Leeuwen, Nederweert en Zundert. Deze Compartimenten vallen in de provincies Flevoland, Gelderland, Brabant, Limburg en Utrecht. In deze provincies gelden dus beperkende maatregelen.

De rest van Nederland kent geen beperkende maatregelen behoudens het reinigen en ontsmetten en het bijhouden van een registratie. Het houden van evenementen mag dus weer in de provincies waar geen vogelpest is geconstateerd.

Algemeen
Op 4 maart 2003 werd het eerste geval van vogelpest vastgesteld in Scherpenzeel. In totaal zijn 255 bedrijven definitief besmet verklaard. In 22 gevallen ging het om hobbydieren. Meer dan 30 miljoen kippen en kalkoenen werden geruimd. Sinds 23 mei jl. zijn er geen besmettingen meer van vogelpest vastgesteld.


 Veerman: Ruimingsmaatregel hobbykippen is geen EU-verplichting
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
De beslissing om ook hobbymatig gehouden pluimvee te ruimen in de bestrijding van vogelpest is door minister Veerman zelf genomen. Het is geen verplichting die voortvloeit uit Europese regelgeving. De minister heeft de maatregelen die hij nam wel afgestemd met de Europese Commissie. Minister Veerman schrijft dit in een reactie op vragen van de vaste commissie Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de Tweede Kamer.
In Europese wetgeving is slechts bepaald welke maatregelen er minimaal moeten worden genomen wanneer er in een land vogelpest uitbreekt. Lidstaten mogen zelfstandig strengere maatregelen nemen als zij dat noodzakelijk achten. Landen hebben wel een algemene verplichting om met het oog op de interne markt veewetziektes uit te bannen. De lidstaten zijn verplicht om de maatregelen die men neemt te melden aan de Europese Commissie.

De minister zag in het vaccineren van hobbydieren geen alternatief voor een succesvolle bestrijding van vogelpest.


 Begeleiding pluimveehouders door SEP Veehouderij ook in Brabant en Limburg
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
Het Sociaal Economisch Plan Veehouderij (SEP Veehouderij) verzorgt begeleiding om pluimveehouders en hun gezinnen door deze moeilijke tijd te helpen. De regeling gold in eerste instantie alleen voor de Gelderse Vallei/Beneden-Leeuwen maar is nu uitgebreid naar Noord-Brabant en Limburg. SEP Veehouderij was in deze regio al betrokken bij begeleiding van pluimveehouders via het HulpAdviesteam Vogelpest. In samenwerking met LLTB en ZLTO starten binnenkort gratis groepsbijeenkomsten in deze regio.
Pluimveehouders van wie het bedrijf in verband met de vogelpest is geruimd zitten in grote onzekerheid over de toekomst. Veel ondernemers zitten met vragen als: Wat zijn de gevolgen voor mij en mijn gezin? Wanneer kan ik weer opstarten? Hoe moet ik het uitblijven van inkomsten opvangen? En hoe ga ik hierna verder?

Getroffen pluimveehouders kunnen tijdens groepsbijeenkomsten hun ervaringen en gevoelens van onzekerheid delen. Dat veel ondernemers dit op prijs stellen bleek wel tijdens de goed bezochte gelijksoortige gespreksbijeenkomsten in de Gelderse Vallei/Beneden-Leeuwen. Veel pluimveehouders namen ook hun partner mee. Binnenkort ontvangen de ondernemers in de getroffen Brabantse en Limburgse gebieden een uitnodiging.

Financiële ondersteuning of bemiddeling behoort niet tot de taken van SEP Veehouderij. Sociaal-emotionele begeleiding is soms gewenst, omdat ruimingen grote spanningen veroorzaken in de gezinnen. Voor de meest actuele informatie en voor een afspraak kunnen pluimveehouders bellen met de gratis SEP-infolijn: (0800) 023 15 31 of kijken op de site van SEP Veehouderij.


 Woensdag 18 juni, 8.30 uur
Donderdag, 19 juni 2003 door Henk Coolen
INGRIJPENDE WIJZIGINGEN - De regelgeving wordt vandaag ingrijpend aangepast. Het is LNV gisteren niet gelukt alles gereed te hebben zodat de wijzigingen afgelopen nacht al konden ingaan. De verwachting is nu dat de nieuwe regelgeving uiterlijk vandaag om 16:00 uur van kracht wordt.

- De compartimenteringsregeling komt te vervallen. In de nieuwe aanpak wordt Nederland in drieen opgedeeld, te weten in: 1) B/T-gebieden, 2) zeven vrije provincies en 3) vijf niet-vrije provincies (delen buiten B/T). De stickering blijft alleen in de B/T-gebieden bestaan.

- De ophokplicht wordt beperkt tot de B-gebieden. De R en O verplichtingen en eisen aan verpakkingsmateriaal voor eieren (eenmalig gebruik of na gebruik R en O) blijven onverminderd van kracht. Datzelfde geldt voor de bezoekersregeling, waarbij de tussenliggende termijn voor inzet in andere gebieden verkort wordt tot 24 uur.

- De export van mest, levend pluimvee en broedeieren wordt uitsluitend toegestaan vanuit vrije provincies. Via een inzichtelijke registratie moet gegarandeerd worden dat de dieren/broedeieren daadwerkelijk afkomstig zijn uit die vrije provincies. Dit is van belang omdat ook toegestaan wordt levende dieren en broedeieren te transporteren van niet-vrije provincies naar vrije provincies. Deze mogen niet voor export in aanmerking komen.

- Ook de import van levend pluimvee en broedeieren naar vrije provincies wordt mogelijk. Import naar niet-vrije provincies (buiten B/T) kan worden toegestaan indien het land van herkomst daarmee instemt.

- Het overplaatsen van opfokdieren buiten de B/T-gebieden wordt weer mogelijk. De voorwaarden die daaraan gesteld worden zullen beperkt zijn. Voor opfokdieren afkomstig uit niet-vrije provincies (buiten B/T) zal de bepaling van kracht blijven dat dieren in lege stallen geplaatst worden. Voor opfokdieren die afkomstig zijn uit de vrije provincies is deze voorwaarde niet van toepassing.

- De EU-beschikking schrijft voor dat het verplaatsen van slachtpluimvee en uitgelegde hennen van niet-vrije naar vrije provincies is toegestaan indien ze direct worden geslacht in aangewezen slachterijen. LNV is van plan om alle geregistreerde slachterijen in de vrije provincies daarvoor aan te wijzen. In niet-vrije provincies kunnen deze dieren ook worden geslacht.

- Het regime voor de B- en T-gebieden blijft ongewijzigd van kracht. Wel is LNV voornemens om volgende week versoepelingen voor die gebieden door te voeren.

Dit alles onder voorbehoud. De officiele regelgeving wordt in de loop van de dag op de intenetsite van LNV gepubliceerd.

VERKLIKKERKIPPEN - De voorbereiding voor het plaatsen van verklikkerdieren op voormalig besmette bedrijven is in volle gang. Het laat zich aanzien dat de eerste verklikkerdieren maandag al kunnen worden geplaatst in de gebieden Deurne en Koningsbosch.

MESTOPSLAG VALLEI - Voor de afvoer van mest uit de Gelderse Vallei komt een tweede opslagplaats beschikbaar; een kazerne in Nunspeet.

OVERPLAATSING OPFOKDIEREN- Op verzoek van het PPE heeft LNV besloten dat van 23 tot en met 26 juni a.s. het weer mogelijk zal zijn om opfokdieren over te plaatsen in toezichtsgebieden, conform de eerdere eisen.

 Inkomens in land- en tuinbouw in 2002 onder grote druk
Dinsdag, 17 juni 2003 door Henk Coolen
Inzet bedrijfsleven en overheid richten op versterking concurrentiepositie bedrijven


Nederland scoort op de internationale agrarische markt nog steeds hoog en weet zich over het algemeen te handhaven. Maar de inkomens van veel agrarische ondernemers in de primaire sector staan door de groeiende concurrentie onder grote druk, vooral in de veehouderij en akkerbouw. Investeringen in kwaliteit leveren vaak niet het gewenste voordeel op. Versterking van de concurrentiepositie, meer slagkracht en onderscheid op (internationale) afzetmarkten en nieuwe stimulansen voor innovatie en vernieuwing zijn de belangrijkste thema’s voor zowel het bedrijfsleven zelf als de overheid om het tij te keren.

Dit zegt LTO Nederland in een reactie op het Landbouw-Economisch Bericht, dat vanmorgen in Den Haag door het LEI is gepresenteerd. Het aandeel van het agrocomplex in toegevoegde waarde en werkgelegenheid ligt in ons land rond tien procent. Dankzij groeiende exportcijfers liep het saldo op de agrarische handelsbalans vorig jaar op tot bijna 20 miljard euro. Het belang van land- en tuinbouw voor de haperende nationale economie is onverminderd groot. Boeren en tuinders hebben echter te maken met fluctuerende prijzen en opbrengsten, mede door de invloed van weer en ziektes.

Het jaar 2002 kenmerkte zich enerzijds door negatieve ontwikkelingen op EU-markten en als gevolg hiervan dalende prijzen, en anderzijds door oplopende kosten. De sterk internationaal georiënteerde land- en tuinbouw ondervindt nadelen van de dure euro en een teruggang van export, zoals bijvoorbeeld die van varkensvlees, zuivel en bloembollen. Om een groter deel van de opbrengst van producten in de boerenportemonnee te krijgen zal het bedrijfsleven sterker moeten inzetten op krachtenbundeling van producenten en merkenbeleid.

De inkomens in de agrarische sector zijn in vergelijking met voorgaande jaren zo sterk verminderd, dat voor het eerst sinds 1980 op het gemiddeld agrarische bedrijf de besparingen negatief uitvallen. Om de druk op de inkomens te verlichten, dient de overheid volgens LTO af te zien van maatregelen die de concurrentiepositie aantasten. Het gaat hierbij onder meer om extra kosten als gevolg van milieubeleid (verhoging reguliere energiebelasting in het kader van vergroening belastingstelsel) en bezuinigingen op faciliteiten die met name duurzame productie stimuleren.

Op milieugebied is over de hele linie grote vooruitgang geboekt. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is meer dan gehalveerd, terwijl de uitstoot van broeikasgassen en mineralen fors is verminderd. Nederland heeft lange tijd vooropgelopen met milieubeleid, wat heeft geleid tot extra kosten. Aansluiting bij EU-normen, ook op het gebied van dierenwelzijn, is voor de toekomst van land- en tuinbouwbedrijven van essentieel belang, zoals in het regeerakkoord is opgenomen. Dit weegt des te zwaarder nu de concurrentie in Europa en ook op de wereldmarkt heftiger wordt.

Er staat meer op het spel dan alleen het puur economisch belang van de agrarische sector, zo stelt LTO. Het behoud van het landelijk gebied en de rol die boeren en tuinders kunnen vervullen voor natuur en landschap worden algemeen erkend. Het is de hoogste tijd om aantoonbare prestaties op het gebied van groene diensten (beheer van natuur, landschap, water) daadwerkelijk te belonen. Voor duizenden ondernemers is de financiële tegenprestatie slechts een fractie van hun inkomen.



 Laatste AI Nieuws
Dinsdag, 17 juni 2003 door Henk Coolen
De EU-beschikking naar aanleiding van het PCVD van afgelopen vrijdag zal leiden tot een aanzienlijke aanpassing van de regelgeving. LNV gaat er vanuit dat de nieuwe regelgeving uiterlijk morgen 18/6 om 16:00 uur van kracht wordt. Vannacht hoeft dus niets op dit gebied verwacht te worden. Wij ontvingen de volgende mondelinge mededelingen over de te verwachten wijzigingen. Overigens moet afgewacht worden of deze ook daadwerkelijk ongewijzigd in regelgeving worden opgenomen. Daarvoor kan uitsluitend verwezen worden naar de regelgeving die morgen in de loop van de dag op de internetsite van LNV gepubliceerd zal worden.

Op hoofdlijnen betekent de nieuwe aanpak dat Nederland in drieën opgedeeld wordt: B/T-gebieden, 7 vrije provincies en 5 niet-vrije provincies (delen buiten B/T). De compartimenteringsregeling komt te vervallen. Slechts in de B/T-gebieden blijft de stickering bestaan. De aanduidingen voor Gelderse Vallei/Beneden Leeuwen en Nederweert/Echt zijn op dit moment nog niet bekend. Wel is bekend dat B/T-gebied Zundert aangeduid zal blijven als H.

De ophokplicht wordt nog slechts beperkt tot de B-gebieden. De
R&O-verplichtingen en eisen aan verpakkingsmateriaal voor eieren (eenmalig gebruik of na gebruik R&O) blijven onverminderd van kracht. Tevens blijft de bezoekersregeling van toepassing, waarbij de tussenliggende termijn voor inzet in andere gebieden verkort wordt tot 24 uur.

De export van mest, levend pluimvee en broedeieren wordt toegestaan
uitsluitend vanuit vrije provincies. Wel zal daarbij via een inzichtelijke registratie gegarandeerd moeten worden dat de dieren/broedeieren daadwerkelijk uit die vrije provincies afkomstig zijn. Dit is des te meer van belang omdat ook toegestaan zal worden dat levende dieren en broedeieren van niet-vrije provincies naar vrije provincies getransporteerd mogen worden. Deze mogen echter niet voor export in aanmerking komen. Voor export van broedeieren geldt daarbij dat gekeken wordt naar de plaats van productie (dus niet de herkomst van de reproductiedieren), bij export van eendagskuikens is de locatie van de broederij leidend (dus niet de herkomst van de broedeieren).
Voor de mest geldt dat transport van niet-vrije naar vrije provincies
volgens de EU-beschikking niet is toegestaan.

Ook de import van levend pluimvee en broedeieren naar vrije provincies wordt tegelijk met de export mogelijk (zou ook voor mest gelden). Import naar niet-vrije provincies (buiten B/T) kan worden toegestaan indien het land van herkomst daarmee instemt. De CVO zal daartoe contact zoeken met de relevante herkomstlanden.

Het overplaatsen van opfokdieren buiten de B/T-gebieden zal ook weer worden toegestaan. De voorwaarden die daaraan gesteld worden zullen zeer beperkt van omvang zijn. Voor opfokdieren afkomstig uit niet-vrije provincies (buiten B/T) zal de bepaling van kracht blijven dat dieren in lege stallen geplaatst worden. Voor opfokdieren die afkomstig zijn uit de vrije provincies is deze voorwaarde niet van toepassing.

De EU-beschikking schrijft voor dat het verplaatsen van slachtpluimvee en uitgelegde hennen van niet-vrije naar vrije provincies is toegestaan indien directe slacht in aangewezen slachterijen plaatsvindt. LNV is voornemens om alle geregistreerde slachterijen in de vrije provincies daarvoor aan te wijzen. In niet-vrije provincies kunnen deze dieren natuurlijk ook geslacht worden. De verplichting voor de T minus B gebieden dat binnen 72 uur alle
dieren weggeladen moeten zijn wordt versoepeld. Of hieromtrent nog iets in de regeling overeind blijft is op dit moment nog niet duidelijk. Overigens is dit weinig relevant omdat er voor zover ons bekend geen vleeskuikens meer in de T minus B aanwezig zijn.

Het regime voor de B- en T-gebieden blijft ongewijzigd van kracht. Wel is LNV voornemens om volgende week versoepelingen voor die gebieden door te voeren.

De voorbereiding voor het plaatsen van verklikkerdieren op voormalig
besmette bedrijven is in volle gang. Zoals het er nu naar uitziet zouden de eerste verklikkerdieren maandag geplaatst kunnen worden in de gebieden Deurne en Koningsbosch. In principe zou dit ook gelden voor het besmette bedrijf in Wernhout, maar zover bekend zou deze hobbypluimveehouder stoppen met het houden van pluimvee. Hoe daar nu exact met opheffing van het B/T-gebied omgegaan moet worden zal later deze week duidelijk moeten worden.
Mogelijk dat daar spoedig het B-gebied de status van T-gebied kan krijgen. Volgens de EU-regels zou dan 9 dagen daarna het gebied opgeheven kunnen worden.

Voor de afvoer van mest uit de Gelderse Vallei komt een tweede opslagplaats beschikbaar. Dit zal op een kazerne in Nunspeet plaatsvinden. Omdat deze opslagplaats buiten het B/T-gebied ligt heeft LNV toestemming gevraagd van Brussel. Deze is inmiddels ontvangen.

Verder is ons gemeld dat voor een kalkoenhouder in Speuld een ontheffing gegeven zal worden om zijn dieren voor de slacht af te voeren naar Boxmeer.

Door de PVE is diverse keren verzocht om binnen de toezichtsgebieden nog enkele koppels opfokdieren over te plaatsen. Deze konden in de reeks van vorige week niet plaatsvinden omdat daarbij grenzen van compartimenten overschreden moesten worden, waar de regeling geen ruimte voor bood. Op ons verzoek heeft LNV vandaag besloten dat van 23 tot en met 26 juni a.s. het weer mogelijk zal zijn om over te plaatsen in toezichtsgebieden, conform de eerdere eisen die in het protocol en regelgeving gesteld waren m.b.t. monioring etc. Morgen zullen wij hier nader contact over zoeken met de broederijen/integraties.

Wij ontvingen zojuist nog bericht dat de gewijzigde regelgeving van morgen ook de aanwijzing van de nieuwe overslagplaats voor eieren in
toezichtsgebied Nederweert zal bevatten. Het adres daarvan blijkt gisteren niet geheel juist te zijn vermeld. Het betreft: H. Bauhaus
Boevenheuvel 10A EERSEL

Morgen zal om 15:00 uur een basisoverleg op LNV gehouden worden. Om 13:30 uur vindt een voorbespreking plaats op het kantoor van de PVE in Zoetermeer.

PVE

 Groene Weg komt met Bio+ merk voor biologisch vlees
Dinsdag, 17 juni 2003 door Henk Coolen
Groene Weg (Dumeco) heeft een biologische vleesmerk geïntroduceerd onder de naam Bio+. Als eerste in Nederland wordt gestart met een compleet assortiment van bijna 30 biologische vleesproducten, met rund-, kip, varkensvlees en snelklaarproducten

 LEI: vraag biologisch blijft achter bij aanbod
Dinsdag, 17 juni 2003 door Henk Coolen
De groei van de biologische landbouw vertraagde in 2002 ten opzichte van 2001. De resultaten van biologische melkveehouderij- en akkerbouwbedrijven zijn beter dan van gangbare bedrijven, maar de ontwikkeling wordt geremd door een achterblijvende vraag.
Dat meldt het LEI in het Landbouw-Economisch Bericht, het jaarlijkse overzicht van de ontwikkelingen in land- en tuinbouw. Nederland telt nu ongeveer 1.560 bedrijven met biologische teelt, waarvan er 327 nog in het omschakelingsproces zitten. Dit komt neer op 1,7% van alle landbouwbedrijven. De biologische teelt beslaat met ruim 42.000 ha 2,2% van het areaal cultuurgrond.



 Dinsdag 17 juni, 9.00 uur
Dinsdag, 17 juni 2003 door Henk Coolen
COMPARTIMENTEN OPHEFFEN - De EU-beschikking van afgelopen vrijdag staat export toe van levend pluimvee, broedeieren en mest uit de vrije provincies (Overijssel, Drenthe, Groningen, Friesland, Noord en Zuid-Holland en Zeeland) vanaf de vannacht 0:00 uur. Vanwege de compartimenteringsregeling zouden de vrije delen van de niet-vrije provincies (Gelderland, Utrecht, Flevoland, Noord Brabant en Limburg) met beperkingen blijven zitten. LNV beraadt zich op hoe hier op in te spelen met het maatregelenpakket. De eerste berichten hierover duiden er op dat de compartimenteringsregeling zal komen te vervallen. Er voor in de plaats komt een indeling naar B/T-gebieden enerzijds en de rest van het land anderzijds. Behalve voor de B/T-gebieden zouden verplaatsingen van dieren dan weer mogelijk moeten worden. Vandaag worden de details verder ingevuld zodat de regelgeving vannacht kan ingaan.

OVERPLAATSING OPFOK - Tot en met afgelopen zaterdag konden opfokdieren in de toezichtsgebieden worden overgeplaatst. Enkele overplaatsingen konden niet doorgaan omdat deze binnen hetzelfde toezichtsgebied over compartimentsgrenzen heen gingen. Het PPE heeft vernomen dat vandaag in de LNV-crisisstaf een voorstel aan de orde komt om deze verplaatsingen alsnog toe te staan; waarschijnlijk volgende week maandag tot en met woensdag.

Gisteren zijn bij het PPE de laatste veterinaire verklaringen binnengekomen van koppels opfokdieren die in mei zijn overgeplaatst. Het schap heeft vervolgens LNV gerapporteerd dat de overplaatsingen conform het vastgestelde protocol hebben plaatsgevonden en dat alle bloedmonsters en veterinaire verklaringen negatieve uitslagen laten zien.

KOMENDE VERANDERINGEN - Vanaf volgende week zullen ook versoepelingen van maatregelen in de B- en T-gebieden van kracht kunnen worden.

Het bedrijfsleven heeft er bij LNV op aangedrongen vermeerderingsdieren en oude legkippen uit de toezichtsgebieden te mogen slachten bij een aangewezen slachterij. Het ziet er naar uit dat dit binnenkort zal worden toegestaan, aldus het PPE. Dat zal echter waarschijnlijk nog niet deze week zijn.

In het toezichtsgebied Nederweert zal vanaf volgende week een andere overslagplaats voor consumptie-eieren worden aangewezen. De huidige overslag in Bergeijk wordt gesloopt. De nieuwe locatie wordt: H. Bauhaus in Eersel.

VERKLIKKERDIEREN - Stroe werkt aan de voorbereidingen voor het plaatsen van verklikkerdieren op de voormalig besmette bedrijven. Het ziet er naar uit dat in de toezichtsgebieden voldoende dieren beschikbaar zijn om als verklikkerdier ingezet te worden op de 252 voormalig besmette bedrijven.

Het PPE is van plan om per 1 juli de monitoring en controles in het kader van de actieplannen Salmonella/Campylobacter en IKB in de vrije gebieden weer op te pakken.

 Laatste AI Nieuws
Maandag, 16 juni 2003 door Henk Coolen
Naar aanleiding van de EU-beschikking van afgelopen vrijdag m.b.t. de
exportmogelijkheden heeft LNV vandaag het huidige maatregelenpakket onder de loep genomen. In die beschikking is vermeld dat export van levend pluimvee, broedeieren en mest uit de vrije provincies wordt toegestaan vanaf de nacht van 17 op 18 juni 0:00 uur. De beschikking geeft voorts aan dat vanuit de niet-vrije provincies van buiten de B/T-gebieden slachtpluimvee voor directe slacht bij aangewezen slachterijen (inclusief uitgelegde hennen), eendagskuikens, opfokdieren en broedeieren naar vrije provincies verplaatst mogen worden. De voorwaarde die aan deze verplaatsingen gesteld wordt is dat
deze dieren en broedeieren uitsluitend binnen Nederland blijven. Over het totaal van voorwaarden die gaan gelden vindt bij LNV nog nader overleg plaats.

Uit de eerste berichten die we daarover mochten ontvangen kan opgemaakt worden dat het de bedoeling is dat de compartimenteringsregeling komt te vervallen en dat een indeling ontstaat tussen B/T-gebieden enerzijds en de rest van het land anderzijds. Behalve voor de B/T-gebieden zouden verplaatsingen van dieren dan weer mogelijk moeten worden.
Morgen moeten alle details verder ingevuld worden om zodoende de regelgeving vanaf de nacht van dinsdag op woensdag aan te passen.

De afbouw van maatregelen in de B- en T-gebieden zal volgen op bovenstaand pakket, waarbij gedacht moet worden aan versoepelingen die vanaf volgende week van kracht kunnen worden.

Tot en met afgelopen zaterdag konden opfokdieren in de toezichtsgebieden overgeplaatst worden. Enkele overplaatsingen konden niet doorgaan omdat deze over compartimentsgrenzen heen gingen (binnen hetzelfde toezichtsgebied).
Zover wij weten zal er morgen in de LNV-crisisstaf een voorstel aan de orde komen om deze overplaatsingen binnenkort alsnog toe te staan (gedurende een periode van 3 dagen; waarschijnlijk volgende week maandag tot en met woensdag).

Diverse keren is vandaag met LNV contact geweest over de mogelijkheid om vermeerderingsdieren en oude legkippen uit de toezichtsgebieden te kunnen slachten bij een aangewezen slachterij. Uit die contacten mag opgemaakt worden dat hier binnenkort iets van verwacht mag worden, hoewel dat waarschijnlijk nog niet deze week zal zijn. Wij hopen dat ook dit in ieder geval vanaf volgende week aan de orde is.

Vandaag zijn de laatste veterinaire verklaringen ontvangen van de in mei overgeplaatste koppels opfokdieren. Aan LNV is vandaag gerapporteerd dat het geheel conform het vastgestelde protocol heeft plaatsgevonden en dat alle bloedmonsters en veterinaire verklaringen negatieve uitslagen hebben laten zien.

In het toezichtsgebied Nederweert zal vanaf volgende week een andere
overslagplaats voor consumptie-eieren worden aangewezen. De huidige overslag in Bergeijk wordt nl. gesloopt. De nieuwe locatie is inmiddels door het CPE accoord bevonden. De aanwijzing van deze nieuwe locatie zal gaan via een wijziging van de regelgeving in de loop van volgende week. Op dit moment is nog niet geheel duidelijk per wanneer dat ingaat. T.z.t. zullen wij u hierover nader informeren. De nieuwe locatie wordt dan: H. Bauhaus Bovenheuvel 10A EERSEL.

In Stroe is vandaag gewerkt aan de verdere voorbereidingen voor het plaatsen van verklikkerdieren op de voormalig besmette bedrijven. Het ziet er naar uit dat in de toezichtsgebieden voldoende dieren beschikbaar zijn om als verklikkerdier ingezet te worden op de 252 voormalig besmette bedrijven. Woensdagochtend is er nader overleg tussen RCC en PVE over de aanpak.

Met de huidige situatie waarbij uitbraken al weer enige tijd achter ons liggen is het de bedoeling dat de monitoring en controles in het kader van de actieplannen Salmonella/Campylobacter en IKB in de vrije gebieden weer aanvangen per 1/7 a.s. Morgen versturen wij brieven aan de bedrijven en de controle-instanties om een ieder daarover te informeren.

HET BASISOVERLEG IS VERPLAATST NAAR WOENSDAG 18/6 15:00 UUR!! OM 13:30 ZAL EEN VOORBESPREKING PLAATSVINDEN BIJ DE PVE TE ZOETERMEER.

Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 Vogelpest: Europese Commissie versoepelt exportmaatregelen
Maandag, 16 juni 2003 door Henk Coolen
Het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid heeft er 13 juni mee ingestemd dat levend pluimvee en broedeieren uit bepaalde delen van Nederland vanaf 18 juni weer mogen worden uitgevoerd, mits zich geen nieuwe uitbraken of verdenkingen voordoen. De beperkende maatregelen blijven van kracht in de vijf provincies met toezichtsgebieden. Voor België en Duitsland werden geen nieuwe besluiten genomen.

Nederland
Sinds het uitbreken van de vogelpestepidemie in Nederland op 28 februari 2003 mogen levend pluimvee, broedeieren en verse, onbewerkte mest en strooisel niet meer naar andere lidstaten of derde landen worden uitgevoerd en op een paar uitzonderingen na mogen levend pluimvee en broedeieren ook niet binnen Nederland worden vervoerd. De uitzonderingen gelden voor eendagskuikens, legrijpe jonge hennen en pluimvee voor onmiddellijke slachting.

Aangezien er sinds begin mei in Nederland geen uitbraken meer geconstateerd zijn, heeft het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid vandaag unaniem ingestemd met een voorstel van de Europese Commissie om die maatregelen met ingang van 18 juni te beperken tot een aantal Nederlandse provincies, namelijk Flevoland, Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Utrecht.

België en Duitsland
Zoals het comité op 28 mei had besloten, zijn de beperkingen die nog golden voor de Belgische provincies Antwerpen en Limburg op 11 juni afgelopen. Zij gelden nu alleen nog in de toezichtsgebieden (10 km-zones rond de uitbraken). In Duitsland blijven de beperkende maatregelen in het deel van Noordrijn-Westfalen ten westen van de Rijn tot en met 24 juni van kracht. Vanaf 25 juni gelden zij alleen nog in het toezichtsgebied rond de enige uitbraak die in Duitsland is geconstateerd.


 Gezond eten: slechts weinigen voegen daden bij woorden
Maandag, 16 juni 2003 door Henk Coolen
Hoewel de Nederlandse consument beweert dat hij gezond eten erg belangrijk vindt verdiept slechts een minderheid zich in ingrediënten en houdt zich aan een gezond voedingspatroon. Zo eet nauwelijks de helft van de Nederlanders elke dag verse groente en eet 35 procent elke dag vers fruit.
Dat blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van onderzoeksbureau NetPanel en het blad voor consumententrends Eye. Uit het onderzoek komt naar voren dat het met het voedingspatroon van de gemiddelde Nederlander maar matig gesteld is en met zijn kennis van voeding nog slechter.
Eenderde van de ondervraagden interesseert het niet wat hij eet of heeft zich er nog nooit in verdiept en 36 procent zegt heel weinig verstand te hebben van voedsel.

Het verbaast onderzoekster F. Hallema dan ook niet dat schandalen als varkenspest, dolle koeien, salmonella en hormonen in vlees de Nederlandse vleesconsumptie nauwelijks beïnvloedt heeft. De Nederlander vertrouwt er blindelings op dat wat fabrikanten en supermarkten aanbieden goed is.


 Groot-Brittannië wil vergunning verbinden aan dierhouderij
Maandag, 16 juni 2003 door Henk Coolen
De Britse regering gaat het plan om aan het houden van dieren een vergunning te koppelen nieuw leven in blazen. Het systeem dient met name om dieren eenvoudiger te kunnen opsporen bij het uitbreken van een ziekte. Het Department for Environment, Food and Rural Affairs (DEFRA) zal daarvoor in de komende maand een voorstel doen. In maart 2004 moet er een definitieve versie voor het vergunningensysteem liggen.
Het bestaande registratiesysteem van het ministerie kent gebreken. Zo heeft DEFRA geen gegevens van mensen die voor hun hobby enkele dieren houden. Ook heeft men behoefte aan accurate gegevens over de exacte locatie waar dieren worden gehouden. Van de bedrijven die subsidie ontvangen verwacht het ministerie betrouwbare gegevens te hebben.
In de sectoren waar geen steun wordt verleend ligt dat anders. Britse bedrijven beschikken over een uniek bedrijfsnummer, maar er zijn veel ondernemers die over meer dan één nummer beschikken.

Organisaties die zich inzetten voor dierenwelzijn ondersteunen het idee van een vergunning voor het houden van dieren. Volgens een woordvoerder van het ministerie hangen de kosten voor een vergunningensysteem sterk af van de wijze waarop het is opgezet. "Als iedereen er de noodzaak van inziet, kan gekozen worden voor een eenvoudig systeem en kan het tegen lage kosten worden gerealiseerd".


 Veerman: Toevoegen eiwitten aan vlees niet per definitie onaanvaardbaar
Maandag, 16 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van LNV noemt het toevoegen van runder- of varkenseiwitten aan kippenvlees "niet per definitie onaanvaardbaar". Er is geen sprake van een gevaar voor de volksgezondheid. Wel vindt de minister het essentieel dat de toevoegingen op het etiket vermeld worden.
Dit schrijft Veerman in een brief aan de Tweede Kamer waarin hij ingaat op vragen vanuit de Tweede Kamer over het toevoegen van water en afvalproducten van varkens en koeien aan kipproducten, met het doel om deze zwaarder te maken.

Veerman schrijft dat de toevoeging van eiwitten en water aan kipproducten niet verboden is. Op het etiket dient dit echter duidelijk tot uiting te komen in de productnaam ('vleesbereiding') en bij de vermelding van de ingrediënten (waterpercentage, soort en herkomst eiwit). Voor een groep consumenten met voedselallergieën of -intoleranties is juiste informatie op het etiket wel van groot belang, aldus Veerman.

Volgens Veerman is de controle op vleesproducten door de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) streng genoeg. Het valt echter niet volledig te voorkomen dat bepaalde bedrijven de etiketteringsregels overtreden. Aan het niet juist etiketteren van kipproducten met toegevoegd eiwit en water wordt door de VWA momenteel extra aandacht besteed, zo schrijft Veerman.


 Veevervoerders voorzichtig positief over Europese plannen
Maandag, 16 juni 2003 door Henk Coolen
De Samenwerkende Veetransporteurs (SAVEETRA) zijn voorzichtig positief over de aanscherping van de Europese regels voor diertransporten. Volgens SAVEETRA duiden de plannen er in iedeer geval op dat de Europese Commissie het lange-afstandsvervoer van dieren onder strenge voorwaarden willen blijven toestaan.
Dit komt overeen met het standpunt van de Nederlandse veevervoeders. Zij vinden dat lange-afstandsvervoer op een verantwoorde en diervriendelijke manier kan plaatsvinden, mits hieraan strenge eisen worden gesteld en er strikt wordt gecontroleerd. Hiervoor pleitte SAVEETRA vorig jaar al in een brief aan Eurocommissaris Byrne.

Wel zet SAVEETRA vraagtekens bij enkele punten uit de voorstellen:

Het is nog niet duidelijk welke maximumduur de Europese Commissie voorstelt voor een rit. In de plannen wordt melding gemaakt van 9 uur rijden, gevolgd door 11 uur rusten. Hoe lang daarna nog mag worden gereden is niet bekend. Mogelijk is dat 9 uur. SAVEETRA meent dat een rustpauze van 11 uur de flexibileit van het vervoer ernstig belemmert. De rustpauze duurt langer dan het rijden. Stel, dat een rit 10 uur duurt. Dan moet de chauffeur na 9 uur rijden eerst 11 uur rusten. Is dat werkbaar en bedrijfseconomisch haalbaar?

De Commissie stelt voor om te controleren aan de hand van de tachograaf. Dit is de schijf achter het dashbord, die de rij- en rusttijden registreert. Echter, het controleren van de tachograaf vereist veel kennis van zaken. Ook heeft SAVEETRA twijfels over de controle via een logboek. Daarom pleit SAVEETRA voor strenge controle met behulp van GPS (global positioning system, een systeem voor positiebepaling via satelliet) in combinatie met een boordcomputer. De nieuwe regelgeving werkt alleen, als ook de controle waterdicht is, aldus de veevervoerders.

SAVEETRA kan zich vinden in de condities waaronder de Commissie het transport wil laten plaatsvinden. De voorstellen voor een forse vermindering van de beladingsgraad, en drink- en ventilatievoorziening sluiten goed aan bij de eigen voorstellen voor verbetering van het dierenvervoer.
SAVEETRA ziet in de plannen een goede basis om verder te praten met alle betrokken partijen in een diervervoer, zoals dierenbeschermingsorganisaties, de Europese Commissie, politieke partijen en de European Livestock Transporters (ELT).

 Zaterdag 14 juni, 10.00 uur
Zaterdag, 14 juni 2003 door Henk Coolen
NIEUWE AANPASSINGEN - Sinds gisteren 14.00 uur zijn nieuwe aanpassingen in de regelgeving van kracht. Het betreft:

- het toestaan van het vervoeren van melk en voer binnen compartiment E zonder beperkingen

- het toestaan van het vervoeren van mest binnen E zonder beperkingen

- het schrappen van de voorwaarde van rechtstreeks vervoer van broedeieren buiten de vervoersbeperkingsgebieden

- het vervoeren van mestmonsters (alleen MINAS-monsters) van buiten T naar T minus B-gebieden

- het slachten van kuikens afkomstig buiten T-gebieden in T minus B gebieden (aanvoer via corridor); dit betreft de slachterijen Astenhof, Bevers, VSE en Tomassen

- de verkorting van de termijn voor omstickering van wagens van 72 uur naar 24 uur

- het toestaan van afvoer van mest uit D zonder voorwaarden naar een mestverwerker.

Zie voor de officiele teksten van de aanpassingen de intenetpagina van het ministerie van LNV.

PROVINCIEGRENZEN - Verschillende aangekondigde versoepelingen zijn vooralsnog niet doorgegaan vanwege de discussie in Brussel over het toepassen van provinciegrenzen bij de afbouw van maatregelen. Gisteren heeft het PCVD vergaderd en heeft Brussel besloten dat het import- en exportverbod van broedeieren, levend pluimvee en onbewerkte mest vanaf 18 juni 17:00 uur alleen nog geldt voor de provincies Flevoland, Gelderland, Utrecht, Noord Brabant en Limburg. Zoals werd verwacht, gaat Brussel werken met provincies en niet met compartimenten.

HERBEVOLKING - Gisteren zijn nadere afspraken gemaakt over de uitvoering van de herbevolkingsnotitie en het werken met verklikkerdieren op besmette bedrijven. De verwachting is dat omstreeks het begin van week 26 gestart kan worden met het plaatsen van verklikkerdieren in die gebieden waar de laatste R en O heeft plaatsgevonden; in ieder geval in de gebieden Deurne en Koningsbosch.

THERMOKILL - Brussel heeft overigens laten weten dat het de Thermokill methode niet erkent als R en O methode. In het aanvankelijke plan van aanpak herbevolking was deze methode genoemd als optie voor de laatste R en O.

 PROCEDURE REGELING RETOURHALEN RESTANTVOER PLUIMVEEBEDRIJVEN
Zaterdag, 14 juni 2003 door Henk Coolen
Voor de regeling Retourhalen restantvoer van pluimveebedrijven is onderscheid gemaakt tussen:
1. Restantvoer dat niet teruggaat naar de mengvoerlocaties, maar via een tussenopslag naar een verbrandingscentrale wordt gebracht.

2. Restantvoer dat volgens de normale GMP+ procedure retour kan worden gehaald naar de mengvoerbedrijven.

Ad 1:
Het betreft hier het restantvoer dat op de volgende pluimveebedrijven aanwezig is:
 Vrijgegeven geruimde pluimveebedrijven in en buiten de toezichtgebieden, waarvan de veehouder in het bezit is van een verklaring van de RVV waarin gemeld wordt dat de AI-verdachtstatus is opgeheven.
 Pluimveebedrijven in de toezichtgebieden, die de dieren ten tijde van de crisis via normale afvoerkanalen of via opkoop hebben afgezet en i.v.m. AI-regelingen nog niet zijn herbevolkt.
 Pluimveebedrijven in de toezichtgebieden, die de dieren via de normale kanalen hebben afgezet voordat de crisis uitbrak en nog niet zijn herbevolkt.

Voor de duidelijkheid: De Regeling retourhalen restantvoer is alleen van toepassing op de onder ad. 1 beschreven pluimveebedrijven

De toezichtgebieden zijn Gelderse Vallei/Beneden Leeuwen, Echt, Nederweert en Zundert, zie voor gebiedsbeschrijvingen: www.minlnv.nl

Het restantvoer zal door de mengvoerbedrijven worden opgehaald bij haar eigen pluimveehouders en wordt gebracht naar twee tussenopslagplaatsen, binnenvaartschepen in de havens van Wageningen en Born.
Dit kan voor de periode van maandag 16 juni tot en met vrijdag 4 juli.


Werkwijze:
1. De betreffende mengvoerfabrikant meldt de retourvrachten minimaal 24 uur van tevoren aan bij de betreffende tussenopslag-locatie
Op beide tussenopslag-locaties kan het restantvoer in het binnenvaartschip worden geblazen, in Wageningen kan er daarnaast ook worden gestort of gelost via een transportband. Op beide locaties is een weegbrug aanwezig.

2. De mengvoerfabrikant haalt zelf het restantvoer op bij de pluimveehouders en brengt het naar de tussenopslag. Voor het transport van de veehouder naar de tussenopslag geldt:
 Het transport van bedrijven, waarvan door de RVV via een brief is gemeld dat de AI-verdachtstatus is opgeheven, hoeft niet 1 op 1 plaats te vinden. Voor deze transporten gelden vanzelfsprekend wel de gebruikelijke hygiënemaatregelen: De kritische onderdelen van de transport (zuig)wagen (banden, wielkasten, treeplank en slang) worden gereinigd en ontsmet kort voordat het erf van een veehouderij-bedrijf wordt verlaten. Deze reiniging en ontsmetting vindt ook plaats kort voordat het veehouderijbedrijf wordt betreden.
 Transport vanaf niet-vrijgegeven (=AI-gevoelig) bedrijven wordt vanaf vrijdag 13 juni naar alle waarschijnlijkheid mogelijk gemaakt in een wijziging van de AI-regelgeving door het Ministerie van LNV. Voor transporten van de niet-vrijgegeven bedrijven blijft de 1 op 1 eis van kracht. Na elke retourvracht dient het transportmiddel een volledige R&O te ondergaan in een daartoe ingerichte wasgelegenheid.
 Op de tussenopslagplaats dient een administratie te worden bijgehouden van de aangevoerde hoeveelheden restantvoer per mengvoerfabrikant.
 De mengvoerfabrikant dient ook zelf een sluitende administratie bij te houden van de hoeveelheden retourgehaald restantvoer. In verband met de Minas-correctie zal het gewicht aan retourvoer per pluimveebedrijf bekend moeten zijn.
 Indien mogelijk wordt het restantvoer van de besmet verklaarde bedrijven die inmiddels vrijgegeven zijn als eerste retour gehaald.

De firma Jongeneel Energie B.V. zorgt voor de doorvoer vanuit de tussenopslagplaatsen naar de energiecentrale.

Afspraken:
 Alle Nevedi-leden zijn verplicht om de afvoer van het restantvoer van de bovenbeschreven pluimveebedrijven via dit kanaal te doen.
 De betreffende pluimveehouders krijgen het restantvoer niet gecrediteerd conform afspraak Nevedi en NOP/LTO. De mengvoerfabrikant zal de pluimveehouder wel de benodigde informatie verschaffen i.v.m. Minas-correctie.
 De transportmiddelen die ingezet worden voor het retourhalen van het restant voer dienen gedurende deze campagne niet te worden ingezet voor overige werkzaamheden. Na afloop van de campagne van het retourhalen van het restantvoer dienen de transportmiddelen zowel inwendig als uitwendig volledig gereinigd en ontsmet te worden.
 De transportkosten voor de aanvoer naar de tussenopslag-locaties zijn voor rekening van de mengvoerlocaties zelf.
 De overige kosten en eventuele baten zullen naar rato van de aangevoerde tonnen per mengvoerfabrikant worden gedeeld. De eindafrekening zal worden opgemaakt onder toezicht van Nevedi.
 De betreffende pluimveehouders zijn niet verplicht om van deze mogelijkheid gebruik te maken.

 Vogelpest en mest: effecten, knelpunten en oplossingen
Zaterdag, 14 juni 2003 door Henk Coolen
Vooraf

De gevolgen van de Vogelpest-maatregelen voor MINAS en MAO verschillen van bedrijf tot bedrijf en van regio tot regio. Om deze gevolgen - en mogelijke oplossingen – te kunnen inventariseren, moeten de volgende categorieën worden onderscheiden:
 daadwerkelijk besmette en geruimde bedrijven (ca. 250 bedrijven);
 uit voorzorg geruimde bedrijven (ca. 1250 bedrijven);
 bedrijven die gedurende bepaalde tijd de status ”verdacht” hebben gehad ;
 bedrijven gelegen in (voormalige) beschermings- en/of toezichtsgebieden;
 bedrijven buiten de (voormalige) beschermings- en/of toezichtsgebieden die met beperkingen in de bedrijfsvoering te maken hebben gehad.

De mate waarin de Vogelpest-maatregelen gevolgen hebben of zullen krijgen voor MINAS en MAO hangt in hoofdzaak af van de volgende drie factoren:
 de aard van de beperkingen waarmee een ondernemer feitelijk te maken heeft gehad;
 de duur van de periode waarin deze beperkende maatregelen golden;
 de specifieke bedrijfsomstandigheden.

Op grond hiervan kan op voorhand worden aangegeven dat de gevolgen voor bedrijven in de geruimde gebieden en in voormalige beschermings- en toezichtsgebieden groter zijn dan voor bedrijven buiten deze gebieden.
Overigens zijn de nadelige gevolgen in beginsel voor alle bedrijven dezelfde. Het gaat immers in alle gevallen om de vraag of de Vogelpest-maatregelen zullen leiden tot (extra) overschrijding van verliesnormen en dus tot het (extra) betalen van heffingen.
De mate waarin de normen worden overschreden en dus ook de hoogte van de te betalen heffingen, verschillen natuurlijk wel van bedrijf tot bedrijf en van categorie tot categorie. Zo kunnen met name de ontvangers van dierlijke mest (plantaardige sectoren) met zeer hoge, onterechte, heffingen geconfronteerd worden.

Effecten

Als gevolg van de vele vervoersbeperkende maatregelen hebben ondernemers minder mest kunnen aanwenden en afvoeren en hebben ze dieren langer op het bedrijf moeten houden (en voeren). Het gaat dus in eerste aanleg om de MINAS-posten “mest”, “dieren”, “voer” en “kunstmest”. Maar er is meer.
De MINAS-boekhouding 2003 is op veel bedrijven in meer of mindere mate “verstoord” door één of meer van de volgende gebeurtenissen.

Pluimveehouderij

 Zowel de geruimde bedrijven als de bedrijven die een periode van leegstand hebben gekend kunnen te maken krijgen met een onbruikbare voervoorraad. Ofwel het overgebleven voer is niet geschikt als startvoer bij herbevolking, ofwel de houdbaarheidsdatum van het overgebleven voer is verstreken.

 Een aantal ondernemers heeft de dieren langer aangehouden dan onder normale omstandigheden. Hierdoor is meer voer aangevoerd en meer mest geproduceerd dan bij een normale bedrijfsvoering zou zijn gebeurd. Ook is de extra voeraanvoer in deze situatie niet in verhouding met het extra gewicht van de afgevoerde dieren door het gebruik van welzijnsvoer.

 In een aantal gevallen heeft de pluimveemest veel langer dan gebruikelijk in de stallen gelegen. Er kan dan ‘compostering’ plaatsvinden met als gevolg dat de mineralengehaltes in de mest lager zijn dan wanneer de mest meteen was afgevoerd.

 Pluimvee dat is afgevoerd is niet gewogen.

 Op geruimde bedrijven is ca. 250 kg. mengvoer per bedrijf overgenomen, hiervoor is echter geen Minas-verklaring opgesteld, dit leidt dus tot een te lage afvoer van mineralen.

 Bij besmette bedrijven wordt de mest afgevoerd op basis van forfaitaire normen. Deze normen zijn echter zodanig vastgesteld dat deze voor minimaal 75% van de bedrijven ongunstig zijn.

 Pluimveebedrijven met grond kunnen mogelijk onder de 2,5 gve/ha uitkomen. Dit heeft tot gevolg dat zij geen fosfaatsaldo kunnen opbouwen.

 Veel bedrijven hebben tijdelijk geen of minder dieren gehouden. Zodra de herbevolking van start kan gaan wil de opfoklegsector dubbel gaan opzetten en zodra de dieren 10 weken zijn deze (versneld) afzetten naar de legpluimveehouders. Op deze wijze is de keten sneller weer aan het produceren. In het kader van de MAO’s loopt men echter aan tegen het dagplafond voor het aantal te houden dieren.

Akkerbouw/overige plantaardige teelten

 Door de diverse vervoersverboden hebben een aantal akker- en tuinbouwers (of gemengde bedrijven met een plantaardige tak) geen gebruik kunnen maken van de pluimveemest die reeds voor de instelling van de verboden op het bedrijf aanwezig was. Zij hebben dus andere mestsoorten aan moeten voeren (kunstmest, varkensmest).

 Akker- en tuinbouwondernemers met een Mestafzet Overeenkomst kennen een ontvangstplicht. Door diverse vervoersverboden hebben een aantal ondernemers dit voorjaar geen pluimveemest ontvangen. Zij kunnen nu in het najaar verplicht worden mest te ontvangen die niet meer past binnen hun bemestingsplan.

Varkenshouderij

 Onduidelijk is of de dieren op de bedrijven met seropositieve varkens, die vervroegd zijn afgevoerd en geslacht allemaal zijn gewogen.

 De herbevolking van geruimde bedrijven verloopt niet in alle gevallen “mineraal-neutraal”.

 Bedrijven waaravn de dieren vervroegd geslacht zijn, zijn met een hoeveelheid onbruikbaar geworden krachtvoer blijven zitten.. In sommige gevallen is de voorraad niet bruikbaar omdat de nieuwe dieren ander voer nodig hebben (vleesvarkensbedrijven hebben na de herbevolking startvoer nodig in plaats van afmestvoer).

 Ondernemers hebben dieren (langer) moeten aanhouden dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn geweest. Op de bedrijven is meer voer aangevoerd en meer mest geproduceerd dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn geweest.

 Op veel bedrijven is minder mest uitgereden/afgevoerd dan normaal het geval zou zijn geweest. Het is twijfelachtig of deze “mestprop” (gecombineerd effect van extra mestproductie en geringere afzet) later dit jaar, dus na het groeiseizoen, alsnog weggewerkt kan worden. Uitrijden van deze extra voorraad mest op eigen grond of bij een akkerbouwer is geen optie. Immers: de aanwezige stikstof zal grotendeels uitspoelen en niet beschikbaar komen voor het eerstvolgende gewas. Bovendien komt de mestmarkt, als gevolg van de invoering van het stelsel van mestafzetovereenkomsten, in combinatie met de voorgenomen aanscherping van de normen en de gedifferentieerde normstelling voor droge zandgronden, dit najaar extra onder druk te staan.

 Vanwege de “mestprop” kunnen komend winterseizoen problemen ontstaan met de opslagcapaciteit.

 Omdat het transport en het gebruik van mest sterk gereguleerd was hebben bepaalde ondernemers extra kunstmest moeten aanvoeren ter vervanging van dierlijke mest.

 Veel dieren zijn zwaarder afgeleverd. Dit geldt met name voor vleesvarkens en biggen en kalveren van de gemengde bedrijven.

 Vanwege het transportverbod voor dieren hebben veel veehouders noodhuisvesting voor hun dieren moeten realiseren. Meestal is daarbij stro gebruikt. Bekend is dat de bemonstering van de vaste mest die bij noodhuisvesting ontstaat, gemakkelijk leidt tot onbetrouwbare uitkomsten.

 Noodhuisvesting gaat gepaard met extra verlies van mineralen. MINAS voorziet hier niet in. Voorbeelden: ontbreken van vloeistofdichte vloer, extra ammoniakemissie bij huisvesting bij natuurlijke ventilatie.

 Vanwege het vervoersverbod voor dieren hebben veel veehouders tijdelijk meer dieren moeten houden dan op grond van hun productierechten feitelijk is toegestaan. Om overtreding van de Meststoffenwet te voorkomen moeten veehouders deze tijdelijke overbezetting later in het jaar compenseren met een tijdelijke en even grote onderbezetting. Dit stuit bij alle betrokkenen, vanwege de extra, negatieve inkomens-gevolgen, op de grootst mogelijke bezwaren.

Biologische landbouw

 Biologische pluimveehouders kunnen die hun mest afzetten ontvangen hiervoor gemiddeld een vergoeding van 7 euro per ton. De besmette en geruimde biologische pluimveebedrijven zijn nu echter verplicht geweest 19,50 euro per ton te betalen voor de afvoer van hun mest.

Rundveehouderij

 Door de vervoersverboden hebben een aantal rundveehouders de op hun bedrijf geproduceerde rundveemest niet aan kunnen wenden in het voorjaar. Zij hebben daarom voor hun (gras)land bemesting gebruik moeten maken van kunstmest. Daarom kunnen zij dit jaar met een overschot een rundveedrijfmest worden geconfronteerd.

 Gemengde bedrijven met pluimvee en melkvee hebben melk van enkele dagen moeten laten weglopen (ca. 250 bedrijven).


Knelpunten en oplossingen

Een aantal van de hiervoor genoemde gebeurtenissen heeft een substantiële invloed op de mineralenhuishouding van de bedrijven. Andere veel minder of nauwelijks meetbaar.
De belangrijkste knelpunten die naar het oordeel van LTO Nederland in ieder geval moeten worden opgelost zijn:
 de overbezetting als gevolg van het vervoersverbod voor dieren;
 de nadelige gevolgen voor bedrijven in de voormalige toezichts- en beschermingsgebieden en in de gemengde bedrijven daarbuiten die langdurig aan beperking onderhevig waren.
 het wegwerken van de “mestprop” die op de bedrijven is blijven zitten.
 de nadelige gevolgen voor de bedrijven waarvan de dieren vervroegd geslacht zijn;


Oplossingen voor deze knelpunten zijn:
 voor alle geruimde bedrijven: overschrijding van de verliesnormen tot … % niet belasten met een heffing. Hoogte van het percentage: onderwerp van nader overleg tussen LNV en LTO Nederland.
Toelichting: de mineralenhuishouding op de geruimde bedrijven is sterk “verstoord”. Het is praktisch ondoenlijk en waarschijnlijk ook feitelijk niet goed mogelijk om (achteraf) alle mineralenstromen volledig te reconstrueren en een betrouwbaar beeld te krijgen van de feitelijke situatie. Dit kan worden ondervangen door alle geruimde bedrijven in 2003 volledig vrij te stellen van het betalen van eventuele heffingen. Echter, in dat geval kan misbruik of ongewenst anticiperen niet worden uitgesloten. Vandaar een pleidooi voor een “gedeeltelijke vrijwaring” voor alle geruimde bedrijven;
 voor geruimde bedrijven, voor bedrijven in de voormalige toezichts- en beschermingsgebieden en voor bedrijven daarbuiten die langdurig beperkingen hebben gehad hebben gehad: eventuele “oude” heffingen wel opleggen maar niet innen en ondernemers in de gelegenheid stellen deze heffingen binnen de bestaande vereveningssystematiek te compenseren;
 voor alle bedrijven: tijdelijke overbezetting als gevolg van het vervoersverbod niet “afstraffen”;
 voor alle bedrijven: eventuele heffing 2002 en voorafgaand wel opleggen maar niet tot inning overgaan en ondernemers de gelegenheid geven de heffing binnen de bestaande vereveningssystematiek te compenseren;
 voor alle bedrijven: maatwerk, indien de specifieke bedrijfssituatie daartoe (aanwijsbaar) aanleiding geeft.

 Diversen AI berichten
Zaterdag, 14 juni 2003 door Henk Coolen
Mest

De afgelopen dagen is veel te doen geweest over de mest. Na veel gesteggel zijn de vergunningen verleend om de mest op de centrale locaties op te slaan. De gehele operatie heeft hierdoor wel enige dagen vertraging opgelopen. Op basis van de afspraken tussen LTO/NOP en de overheid hebben deze aanloopproblemen geen financiële gevolgen voor de veehouders. Wel voor de overheid. Haast is ondertussen wel geboden omdat de laatste PCVD-vergadering voor het zomerreces in Brussel op 8 juli plaatsvindt. Als voor deze datum niet alle mest van de besmette bedrijven is afgevoerd, kan de fase van verklikkerdieren niet worden ingezet en kunnen gebieden niet worden vrijgegeven. Gewacht moet dan worden op de eerstvolgende vergadering. Deze vindt medio augustus plaats. LTO/NOP doet een beroep op de veehouders alles in het werk te stellen de mest zo snel mogelijk afgevoerd te krijgen. De afdelingsbesturen van LTO/NOP spelen een belangrijke rol in het oplossen van de sociaal-psychische gevallen waar veehouders weigeren medewerking te verlenen.

Ten aanzien van de afvoer van drijfmest is tot op heden nog geen duidelijkheid.

LTO heeft een opsomming gemaakt van alle knelpunten m.b.t. MINAS en mestafzetovereenkomsten als gevolg van de vogelpest. Deze punten worden met het Ministerie LNV besproken. Uitgangspunt is dat de afvoer van besmette mest MINAS-neutraal dient te gebeuren. Voor overige knelpunten worden passende oplossingen gezocht, gelijk aan de maatregelen a.g.v. de MKZ-crisis. De concept-notitie is ter informatie bijgevoegd.

CAO

Op basis van een bericht van LTO collega Roberto de Bock (specialist arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid) onderstaand bericht. De CAO Dierhouderij. Er is een oriënterend overleg geweest, maar daar zijn partijen niet uitgekomen. Het dilemma,respectievelijk van de vogelpest gecombineerd met de matige tot slechte (verwachte) resultaten in de sector is voor werkgeverszijde aanleiding om nog sterker in ter zetten van loonmatiging (nullijn?). Niet duidelijk is wanneer het CAO-overleg daadwerkelijk van start zal gaan. Pluimveehouderij en vogelpest. Op dit moment wordt gewerkt aan een sociale begeleidingsplan en een projectplan en aanbesteding voor de begeleiding van werknemers naar werk. Er zal in het sociaal plan waarschijnlijk geen financiële vergoedingsregeling (zoiets als een kantonrechterformule) worden opgenomen. Een andere doelstelling is om de sector zoveel mogelijk te redden. De bedoeling is dat de aanbesteding in juni is afgerond. Zo gauw er meer bekend is zullen hierover mededelingen gedaan worden.

Versoepelingen

Vandaag heeft LNV versoepelingen afgekondigd. Belangrijke verbetering voor gemengde bedrijven is dat op verdachte, maar niet besmette bedrijven weer een- en evenhoevigen kunnen worden aangevoerd. Besmette bedrijven kunnen pas weer aanvoeren nadat de laatste R&O-handelingen zijn uitgevoerd. Hiervoor dient eerst de mest te zijn afgevoerd.
Ook het vervoer van broedeieren is vereenvoudigd, omdat buiten de vervoersbeperkingsgebieden niet meer 1:1 hoeft te worden gereden. In compartiment E zijn de voorwaarden voor het vervoer van mest, melk en voer versoepeld.


Ook is geregeld dat vanaf maandag 16 juni het veevoeder kan worden afgevoerd. Het protocol wat de NEVEDI hiervoor heeft opgesteld, is bijgevoegd.

Herbevolking

In het PPE bestuur is het plan voor herbevolking besproken. De exacte uitwerking van het plan vindt thans plaats. De totale kosten worden geraamd op ca. € 1,7 mln. Het bedrijfsleven heeft voorgesteld 3 elementen voor eigen rekening te nemen: het voer van de sentineldieren, de verzorging en benodigde arbeid en de afvoer van de dieren. Er vinden binnenkort informatiebijeenkomsten plaats voor de geruimde bedrijven over de inhoud van het plan.

Brussel

Vandaag vindt weer een vergadering van het PCVD plaats. De inzet van LNV is de in- en uitvoer van levend pluimvee en broedeieren weer op gang te krijgen voor de vrije compartimenten C,D,F en H. Complicatie hierbij is dat de commissie eerder deze week nog op de toer zat dergelijke versoepelingen per vrije provincie te regelen. Dit is zelfs in de MKZ-crisis niet toegepast, maar op basis van compartimentsgrenzen gebeurd. Zodra bericht uit Brussel is ontvangen, zal nog een extra nieuwsbrief verzonden worden. Ter informatie is een document bijgevoegd met alle chronologische besluiten van de Europese Commissie in de vogelpestsituatie.

Met vriendelijke groeten,

Alex Spieker

 AI Nieuws
Zaterdag, 14 juni 2003 door Henk Coolen
Vandaag is het Permanent Comité voor de voedselketen en diergezondheid bijeengekomen in Brussel. Het onderwerp "Aviaire Influenza" stond wederom op
de agenda. Deze keer is er niet over gediscussieerd, maar direct gestemd over het nieuwe Commissiebesluit.
De huidige maatregelen zullen met ingang van 18 juni 17.00 worden beperkt tot de 5 provincies waar een gedeelte van de toezichtsgebieden liggen: Flevoland, Gelderland, Utrecht, Noord Brabant en Limburg.
Op 10 juli zal het Commissiebesluit wederom worden besproken in het Permanent Comité voor de Diergezondheid en mogelijk zullen de maatregelen dan verder worden versoepeld.

Het persbericht van de Commissie luidt als volgt:

Avian influenza: First easing of restrictions in the Netherlands

The Standing Committee on the Food Chain and Animal Health today agreed to re-authorise as of 18 June the export of live poultry and hatching eggs from certain parts of the Netherlands, provided no further outbreaks or suspicions are recorded. Restrictions remain in place for the 5 provinces with surveillance zones. No further decisions were taken for Belgium and Germany.

The Netherlands

Since the start of the avian influenza epidemic in the Netherlands on 28 February 2003, no live poultry, hatching eggs and fresh, unprocessed poultry manure or litter may be exported to other Member States or third countries and, with some derogations, no live poultry and hatching eggs may be transported within the Netherlands. The derogations apply to day-old chicks, pullets and poultry for immediate slaughter.

As no new outbreaks have been confirmed in the Netherlands since early May, the Standing Committee on the Food Chain and Animal Health voted today unanimously in favour of a European Commission proposal to limit these restrictions to certain provinces of the Netherlands as of 18 June: Flevoland, Gelderland, Limburg, Noord-Brabant and Utrecht.

Belgium and Germany

As agreed in the Committee meeting of 28 May, the restrictions still applicable in the provinces of Antwerp and Limburg have expired on 11 June. They now only apply in the surveillance zones (10 km zones around the outbreaks). In Germany the restrictive measures will continue to apply in the part of North Rhine-Westphalia west of the Rhine until 24 June. From 25 June onwards they will only apply in the surveillance zone established around the single outbreak that had been recorded in Germany.

met vriendelijke groeten,

Geert Harm Boerhave

Bureau Brussel
Productschappen Vee Vlees en Eieren

 Laatste AI Nieuws
Vrijdag, 13 juni 2003 door Henk Coolen
Vanmiddag zijn verschillende aanpassingen in de regelgeving gepubliceerd, die vanaf 14:00 uur van kracht zijn geworden. Hierin staan de volgende zaken:
- het toestaan van het vervoeren van melk en voer binnen compartiment E zonder beperkingen
- het toestaan van het vervoeren van mest binnen E zonder beperkingen
- het schrappen van de voorwaarde van rechtstreeks vervoer van broedeieren buiten de vervoersbeperkingsgebieden
- het vervoeren van mestmonsters (alleen MINAS-monsters) van buiten T naar T minus B-gebieden
- slachten van kuikens afkomstig buiten T-gebieden in T minus B gebieden (aanvoer via corridor); dit betreft de slachterijen Astenhof, Bevers, VSE en Tomassen
- de termijn voor omstickering van wagens is verkort van 72 uur naar 24 uur
- het toestaan van afvoer van mest uit D zonder voorwaarden naar een
mestverwerker.

Zoals eerder gemeld zijn andere versoepelingen vooralsnog niet doorgegaan vanwege de discussie in Brussel over het toepassen van provinciegrenzen bij de afbouw van maatregelen. Vandaag heeft het PCVD vergaderd. Zojuist hebben we vanuit Brussel hebben vernomen dat het import- en exportverbod van broedeieren, levend pluimvee en onbewerkte mest vanaf 18 juni 17:00 uur beperkt zal worden tot de provincies Flevoland, Gelderland, Utrecht, Noord Brabant en Limburg. Zoals we al verwacht hadden wordt dus gewerkt met provincies en niet met compartimenten.
De definitieve tekst van de beschikking is op dit moment nog niet
voorhanden, maar deze informtie is gebaseerd op een persbericht van de
Europese Commissie. Nadere details volgen zodra de beschikking voorhanden is.
Op 10 juli zal het PCVD weer bijeen komen.

Deze ochtend zijn op het crisiscentrum in Stroe nadere afspraken gemaakt over de uitvoering van de herbevolkingsnotitie en het werken met verklikkerdieren op besmette bedrijven. De aansturing van de activiteiten zal vanuit Stroe plaatsvinden. Toegezegd is vanuit de sector menskracht en sectorkennis te leveren voor het rondzetten van deze operatie, zowel qua voorbereiding als logistieke operatie. In de huidige visie zal omstreeks het begin van week 26 gestart kunnen worden met het plaatsen van verklikkerdieren in die gebieden waar de laatste R&O heeft plaatsgevonden (in ieder geval Deurne en Koningsbosch). Overigens zijn nog enkele wijzigingen in het aanvankelijke plan opgenomen. Belangrijkste daarvan is dat de Thermokill methode niet door Brussel erkend wordt als R&O methode. De
gedachte was dit als optie voor de laatste R&O toe te staan, maar dat is nu niet langer aan de orde.
Vanaf maandag zullen de verdere voorbereidingen voor de verklikkerfase
worden opgepakt.

Vandaag is toestemming gegeven voor 2 morgen te verrichten overplaatsingen van opfokdieren in de toezichtsgebieden. Dat zijn de laatste overplaatsingen die gedurende de periode van 3 dagen plaatsvinden. A.s. dinsdag zal in de LNV-crisisstaf het verzoek aan de orde komen om enkele overplaatsingen die nu niet konden plaatsvinden alsnog toe te staan. Het betreft overplaatsingen
binnen een toezichtsgebied maar over compartimentsgrenzen heen.

Vandaag zijn ook de laatste 2 toestemmingen afgegeven voor afvoer van
vleeskuikens uit de toezichtsgebieden naar de slacht bij Hencu. Deze staan voor a.s. maandag gepland.

Tot slot ontvingen we de volgende informatie over aantallen dieren in
welzijnsopkoopregelingen per heden:

vleeskuikens 77 aanvragen 4.167.796 stuks
eenden 24 aanvragen 193.591 stuks
kalkoenen 1 aanvraag 8.275 stuks
parelhoenders 2 aanvragen 25.892 stuks
opfok leghennen 2 aanvragen 13.618 stuks
opfok vleeskuikenouderdieren 3 aanvragen 54.247 stuks
Er zit voor begin volgende week nog 1 opkoop in de planning: een koppel opfokleghennen van 14.155 stuks.

Het eerstvolgende basisoverleg is op dinsdag 17 juni om 15:00 uur op LNV. Om 13:30 houden we een voorbespreking bij de PVE te Zoetermeer.


Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 Wijzigingen regelingen vogelpest
Vrijdag, 13 juni 2003 door Henk Coolen
13 juni 2003 - Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft besloten vanaf vrijdag 13 juni 14.00 uur opnieuw enkele regels rond vogelpest aan te passen. Zo is het weer mogelijk om buiten de vervoersbeperkingsgebieden evenementen te houden met vogels die niet gevoelig zijn voor vogelpest.
De beperkingen ten aanzien van het vervoer van een- en evenhoevigen (koeien, paarden, varkens, schapen etc.) worden opgeheven. Wel blijft het in de beschermingsgebieden verboden evenementen met deze dieren te organiseren en moeten verdacht verklaarde en besmette bedrijven nog steeds aan bepaalde voorwaarden voldoen voor zij deze dieren mogen vervoeren. Verder zijn de regels voor vervoer van mest, voer en melk in compartiment E versoepeld. Bedrijven met AI-gevoelige dieren uit de compartimenten C, D en H kunnen deze nu ook laten slachten bij vier aangewezen slachterijen in de toezichtsgebieden via een corridor. Eendagskuikens in de compartimenten C, D en H, respectievelijk F mogen voorlopig alleen naar een bedrijf of stal waar geen andere AI-gevoelige dieren aanwezig zijn in diezelfde compartimenten. Daarnaast zijn er onder meer aanpassingen met betrekking tot de afvoer van diervoer van verdachte bedrijven en voor het vervoer van mestmonsters van buiten de vervoersbeperkingsgebieden naar laboratoria in de vervoerbeperkingsgebieden.

 Vrijdag 13 juni, 10.00 uur
Vrijdag, 13 juni 2003 door Henk Coolen
KLEINER PAKKET - Het pakket versoepelingen dat voor vandaag om 12.00 uur van kracht zou worden, valt aanmerkelijk kleiner uit dan aanvankelijk voorzien, zo meldde het PPE gisteravond.

OORZAAK - LNV probeert in Brussel toestemming te krijgen voor de in- en uitvoer van levend pluimvee en broedeieren voor de vrije compartimenten C, D, F en H. Probleem is echter dat de Europese Commissie de compartimenten niet erkend als officiele gebiedsgrenzen. De EC houdt vast aan provincies. Dit zou voortkomen uit een jaren geleden gedane melding jaren van LNV aan Brussel dat bij dierziektebestrijdings- programma's gebruik wordt gemaakt van de provinciale indeling. Dit betekent dat geen toestemming is te verwachten voor in- en uitvoer voor vrije compartimenten, maar voor provincies zonder uitbraken. De garanties die hiervoor op termijn afgegeven moeten worden staan op gespannen voet met het versoepelen van het beleid tussen vrije compartimenten, waarbij immers over provinciegrenzen heen gewerkt zou kunnen worden. Over de nadere detaillering wordt overlegd in Brussel.

WAT NIET - In afwachting van die detaillering gaat een aantal geplande versoepelingen niet door. Dat zijn:

- het semi-permeabel maken van de grenzen van compartimenten C, D, F, H en vrij E,

- het vervallen van de verplichtingen omtrent 1 op 1 transport,

- het verplaatsen van opfokdieren in de vrije compartimenten zonder voorwaarden,

- het vervoer van broedeieren zonder geleidebiljetten in de vrije compartimenten.

WAT WEL - Het kleinere pakket dat om 12:00 uur in zal gaan, bestaat volgens informatie van het PPE uit de volgende versoepelingen.

- De slachterijen in de toezichtsgebieden wordt toegestaan op te starten voor het slachten van aanvoer van buiten de toezichtsgebieden (aanvoer via een corridor naar aangewezen slachterijen),

- De regeling voor het omstickeren van auto's wordt zodanig gewijzigd dat in het vervolg binnen 24 uur omgestickerd wordt, onder voorwaarde van een dubbele R en O.

- De verplichting tot rechtstreeks vervoer van broedeieren wordt buiten de vervoersbeperkingsgebieden geschrapt.

- De beperkingen voor het ophalen van melk en leveren van voer worden in het vrije deel van E opgeheven.

- Het verzamel- en evenementenverbod buiten de vervoersbeperkingsgebieden wordt opgeheven.

Het PPE wijst er op dat dit is gebaseerd op mondelinge mededelingen van LNV. De exacte regelingen zullen in de loop van de ochtend verschijnen op de intenetpagina van het ministerie van LNV.

 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 13 juni 2003 door Henk Coolen
Jan Wolleswinkel blikt voor- en achteruit.

Als er zich voor Pinksteren geen nieuwe AI-uitbraken zouden voordoen, zou bij NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel de vlag uitgaan. Hij is blij dat de laatste AI-uitbraak inmiddels een maand achter ons ligt. En dat hij nu kan meedenken en meewerken aan het herstel van de sector. Een goed moment om terug te kijken en voor uit te blikken met de belangenbehartiger die ondermeer vertelt het even moeilijk te hebben gehad op het moment dat het virus de sprong maakte naar Limburg.

Bouwstenen voor beleid

Er zijn veranderingen nodig wil de pluimveehouderij in Nederland nog toekomst hebben. Dit is een gezamenlijke taak van het bedrijfsleven, de overheid,



kennisinstellingen en maatschappelijke groeperingen. Ons monitoring systeem is onvoldoende geweest om een grote AI-uitbraak te voorkomen. Dit staat in het rapport Bouwstenen van Beleid van de Werkgroep Toekomst Pluimveehouderij van Wageningen UR. Het rapport werd vorige week in Den Haag gepresenteerd.

PV onderzoek verrijkte kooien

Dit jaar lopen de laatste proeven op het proefbedrijf in Beekbergen. Dit betekent dat het onderzoek aan verrijkte kooien er ten einde loopt. Eind vorig jaar liep een proef met twee verrijkte-kooisystemen af. Een van de onderzochte systemen is de Avipluskooi. De resultaten van de tweede proef waren niet beter dan in de vorige proef. Met name de eikwaliteit moet beter.

 Diversen
Vrijdag, 13 juni 2003 door Henk Coolen
Het pakket versoepelingen dat vandaag om 12.00 uur van kracht zou worden, valt aanmerkelijk kleiner uit dan aanvankelijk voorzien, zo meldde het PPE gisteravond. Zie voor meer informatie de extra nieuwsbrief Pluimveehouderij die om 10.00 uur verschijnt.

Gisteren heeft het PPE-bestuur het plan van aanpak voor herbevolking van geruimde bedrijven vastgesteld. Waarschijnlijk vandaag nog buigen enkele vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven zich over de de uitvoering. De regie komt voor een belangrijk deel bij het RCC te liggen, de organisatie van de plaatsing van de dieren gebeurt door het bedrijfsleven. A.s. maandag zullen zowel het ministerie als het productschap over dit plan naar buiten treden.

De Nederlandse hobbydieren die vanweg de vogelpest zijn geruimd, mochten worden geent tegen AI en hadden dan niet gedood hoeven te worden. Dit blijkt uit een antwoord dat de Europese Commissie heeft gegeven op vragen van GL Europarlementarier Alexander de Roo.

Minister Veerman heeft deze week het Legkippenbesluit 2003 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het besluit komt inhoudelijk overeen met het Legkippenbesluit van november 2001 met als aanpassing de mogelijkheid legkippen te huisvesten in verrijkte kooien. Daarmee sluit het aan bij de EU-richtlijn op dit gebied.


 Laatste AI Nieuws
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
Eerder deze week maakten wij melding van de gedachte om de frequentie van de berichtgeving iets te verlagen, tenzij de actualiteit aanleiding geeft tot een dagelijks bericht. Tot nu moet ik constateren dat we toch dagelijks belangrijk nieuws hebben dat een bericht rechtvaardigt. Vandaag betreft het vooral de noodzaak van communicatie over versoepelingen die aanvankelijk voor morgen waren aangekondigd, maar toch niet plaatsvinden.

Zoals eerder al gemeld wordt door LNV met het oog op het PCVD van morgen in Brussel getracht toestemming te krijgen voor de in- en uitvoer van levend pluimvee en broedeieren voor de vrije compartimenten C, D, F en H. Eerder meldden we al dat daarbij een groot probleem is gerezen aangezien de Europese Commissie de compartimenten niet erkend als officiële gebiedsgrenzen, maar vasthoudt aan provincies. Dit zou voortkomen uit een melding die LNV jaren geleden gedaan zou hebben richting Brussel dat bij dierziektebestrijdingsprogramma's gebruik gemaakt wordt van de provinciale indeling. Bij bijvoorbeeld MKZ waar ook met compartimenten is gewerkt heeft dit nooit een probleem opgeleverd, maar nu blijkt men in Brussel hier strak aan vast te willen houden. Dit betekent dat geen toestemming te verwachten is voor in- en uitvoer voor vrije compartimenten, maar voor provincies zonder uitbraken.

De garanties die hiervoor op termijn afgegeven moeten worden staan op
gespannen voet met het versoepelen van het beleid tussen vrije
compartimenten, waarbij immers over provinciegrenzen heen gewerkt zou kunnen worden. Over de nadere detaillering vindt vandaag overleg plaats in Brussel.
Zojuist hebben wij vernomen dat in afwachting daarvan de volgende
versoepelingen die aanvankelijk voor morgen gepland stonden NIET doorgaan:

semi-permeabel maken van de grenzen van compartimenten C, D, F, H en vrij E vervallen van de verplichtingen omtrent 1 op 1 transport het verplaasten van opfokdieren in de vrije compartimenten zonder
voorwaarden vervoer van broedeieren zonder geleidebiljetten in de vrije compartimenten

Dat zou betekenen dat het pakket versoepelingen dat 13 juni om 12:00 uur in zal gaan aanzienlijk kleiner uitpakt. Volgens onze informatie wordt het vanaf morgen toegestaan de slachterijen in de toezichtsgebieden op te starten voor het slachten van aanvoer van buiten de toezichtsgebieden (aanvoer via een corridor naar aangewezen slachterijen).
De regeling voor het omstickeren van auto's wordt zodanig gewijzigd dat in het vervolg binnen 24 uur omgestickerd wordt, onder voorwaarde van een dubbele R&O.
De verplichting tot rechtstreeks vervoer van broedeieren wordt buiten de vervoersbeperkingsgebieden geschrapt.
De beperkingen voor het ophalen van melk en leveren van voer worden in het vrije deel van E opgeheven.
Het verzamel- en evenementenverbod buiten de vervoersbeperkingsgebieden wordt opgeheven.
Bovenstaande is gebaseerd op mondelinge mededelingen van LNV. De exacte regelingen zullen morgen in de loop van de ochtend verschijnen.

Vanochtend heeft het PPE-bestuur het plan van aanpak voor herbevolking van geruimde bedrijven vastgesteld. Gesproken is daarbij over de problemen die er blijken te zijn bij de mestafvoer in de Gelderse Vallei. Deze ligt stil vanwege problemen met vergunningen. Innmiddels hebben wij bericht ontvangen dat die problemen verholpen zijn en dat aanvullend getracht wordt een tweede opslagplaats voor de mest aan te wijzen. Deze ligt weliswaar net buiten het T-gebied dus daar wordt eerst toestemming in Brussel voor gevraagd.
Door het bestuur is besloten dat het voer, de verzorging en de afvoer van de dieren voor rekening van de sector komt.
Op zo kort mogelijke termijn (waarschijnlijk morgen) zullen enkele
vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven zich buigen over de
concretisering en organisatie van de uitvoering (leveranciers
verklikkerdieren, plaatsing van deze dieren, leveringen voer etc.). De regie zal voor een belangrijk deel bij het RCC komen te liggen, de organisatie van de plaatsing van de dieren zal bij het bedrijfsleven komen te liggen.
Het is de bedoeling dat a.s. maandag zowel LNV als PVE over dit plan naar buiten treden.

Verder is vandaag weer volop aandacht uitgegaan naar de mogelijkheid om overplaatsingen van opfokdieren over compartimentsgrenzen heen binnen een toezichtsgebied, zoals bijvoorbeeld van compartiment B naar E. LNV zoekt nog naar mogelijkheden om hier een praktische oplossing voor te vinden. Hopelijk kan dit alsnog in de huidige overplaatsingsperiode meelopen; zo niet, dan is het van belang dat volgende week die mogelijkheid alsnog geboden wordt om zodoende welzijnsproblemen te voorkomen. Op het moment van schrijven is er
nog geen oplossing voorhanden.
Voor 6 overplaatsingen die morgen plaatsvinden is vandaag toestemming
gegeven. In totaal betreft dit 80.000 stuks opfokleghennen.


Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert

 Afzet gevaccineerd vlees bij uitbraak MKZ mogelijk
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
12 juni 2003 - De Europese landbouwministers zijn akkoord gegaan met een nieuwe richtlijn voor de bestrijding van mond- en klauwzeer. Ze hebben besloten om voortaan noodvaccinatie toe te staan bij een uitbraak van mond- en klauwzeer (MKZ). De gevaccineerde dieren mogen blijven leven tot het moment dat ze normaal gesproken worden afgevoerd naar de slacht. Het vlees van deze dieren kan onder voorwaarden op de Europese markt worden afgezet. Door deze nieuwe richtlijn is het niet langer nodig om gezonde gevaccineerde dieren te ruimen zoals bij de vorige MKZ-crisis nog het geval was.
Gevaccineerde dieren mogen niet meer levend naar een andere lidstaat worden vervoerd. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor gevaccineerde dieren in dierentuinen die deelnemen aan een programma voor natuurbehoud. Deze uitzondering geldt ook voor gevaccineerde dieren die in aangewezen fokcentra worden gehouden en die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van een ras.
De voorwaarden voor de afzet van het vlees zullen tijdens een uitbraak in Europees overleg worden bepaald.
De nieuwe MKZ-richtlijn komt in belangrijke mate tegemoet aan de Nederlandse wensen. Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft zich na de laatste MKZ-crisis sterk gemaakt voor een bestrijdingsbeleid waarbij niet langer gezonde dieren gedood hoeven te worden. Noodvaccinatie is tijdens de vorige MKZ-crisis ook toegepast maar de gevaccineerde dieren moesten toen alsnog worden geruimd.

De mogelijkheden om vlees van gevaccineerde dieren zijn aan bepaalde voorwaarden gebonden. Veerman is desondanks blij met dit resultaat. Het is volgens Veerman een belangrijke stap. Hij zal onverminderd aandacht blijven vragen bij zijn collega's voor de noodzaak van verdergaande mogelijkheden voor vaccinatie.

 velaat AI bericht 11-06
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
Aangezien vanaf morgen opfokdieren binnen de T-gebieden verplaatst mogen worden, zijn vandaag geleidebiljetten afgegeven voor 5 overplaatsingen (3 opfokleg en 2 koppels opfokouderdieren). Knelpunt blijkt te zijn dat geen overplaatsingen zijn toegestaan binnen het T-gebied van compartiment B naar E, waardoor enkele overplaatsingen de komende dagen niet kunnen plaatsvinden. Dit is vandaag aangekaart bij LNV; er zal bezien worden in hoeverre in een later stadium dergelijke verplaatsingen alsnog toegestaan kunnen worden.

LNV bespreekt op dit moment nog aanvulllingen op het eerder al door ons gemelde pakket van versoepelingen voor a.s. vrijdag. Dat betreft de gedachte om de grenzen van compartiment E (vrije gedeelte) ook semi-permeabel te maken, vergelijkbaar met het beleid dat voor de compartimenten C, D, F, en H gaat gelden. Overigens zou dat betekenen dat eendagskuikens voortkomend uit broedeieren die nu ingelegd worden in compartiment E straks ook naar andere vrije compartimenten kunnen worden verplaatst. Op dit moment is nog niet bekend of deze versoepeling ook daadwerkelijk zal gaan plaatsvinden.

Ook wordt op dit moment nog door LNV bezien of in het versoepelingenpakket van a.s. vrijdag ook de mogelijkheid geboden kan worden om de slachterijen in de T-gebieden weer te laten slachten. Overigens heeft Nepluvi verzocht om dit ook van toepassing te verklaren op de slachterijen in de B-gebieden.

Wij hadden gehoopt vandaag alle dierenartsverklaringen en bloeduitslagen van de in mei overgeplaatste opfokdieren te hebben ontvangen, zodat een totale rapportage daarvan aan LNV beschikbaar gesteld kan worden. Deze rapportage moet aanleiding geven tot het verder versoepelen van overplaatsingen in de vrije gebieden. Helaas ontbreken op dit moment nog steeds dierenartsverklaringen. Indien wij niet over alle informatie beschikken kan dit leiden tot onnodige vertraging bij versoepeling van het beleid. Dus net als gisteren nog eens een dringend beroep aan een ieder die het aangaat om deze verklaringen per omgaande naar ons te faxen (fax 079 - 3634345). Een
rapportage naar aanleiding van de bij ons aanwezige informatie wordt later vandaag toegezonden aan LNV.

Voor een pakket verdere versoepelingen na deze week is alvast aandacht
gevraagd voor enkele zaken. Dat betreft het (herhaalde) verzoek om oude hennen (leg en vermeerdering) uit de 3 - 10 km zone te mogen slachten in Baarle Nassau, broedeieren uit de B-gebieden af te mogen zetten bij meerdere eiproductenfabrikanten en vrijgave van de pakstations in de T- en mogelijk ook in de B-gebieden, inclusief vrijgave van consumptie-eieren in de B-gebieden..

Via een aantal pakstations was ons gemeld dat niet in alle gevallen bij ruimingen de vernietigde trays zijn vergoed. Dat is vandaag aangekaart bij LNV. Laser is verzocht hier naar te kijken, zodat één en ander gecorrigeerd kan worden. Mocht dit betekenen dat individuele bezwaarschriften noodzakelijk zijn, dan vernemen we dat nog en zal dat via deze berichtgeving bekend gemaakt worden.


Met vriendelijke groeten,
Ben Dellaert


 velaat AI bericht 10-06
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
Naar wij aannemen zal het niet vanwege de vakantie van Henk Hulsbergen zijn, maar vandaag is er relatief weinig nieuws te melden. Langzaam maar zeker begint de stroom (nieuwe) informatie toch wat af te nemen. Als dat zo blijft zullen ook wij de frequentie van berichtgeving wat verminderen en ontvangt u alleen op maandag, woensdag en vrijdag een bericht van ons over de actuele AI-ontwikkelingen. Vanzelfsprekend zullen wij u direct op de hoogte brengen als er op andere dagen belangrijk nieuws te melden is.

Vandaag is de planning van de overplaatsing van opfokdieren voor komende donderdag, vrijdag en zaterdag afgerond. De eerste PCR-tests zijn vandaag door de Gezondheidsdienst voor Dieren voor onderzoek ingezet. In totaal zijn ca. 350.000 dieren aangemeld. Aangezien de capaciteit voor de plaatsing binnen de gebieden waarschijnlijk niet voldoende is heeft de sector verzocht om plaatsing mogelijk te maken naar buiten de T-gebieden. Het ministerie staat hier niet erg positief tegenover aangezien dit niet strookt met de intentie in het PVC te bepleiten om bepaalde gebieden vrij te geven voor import en export.

Tevens is verder gewerkt aan de rapportage van de overplaatsingen die in mei hebben plaatsgevonden. De resultaten van het bloedonderzoek dat bij de overgeplaatste dieren tussen 9 en 12 dagen gedaan is, ontvangt de PVE van de GD. De veterinaire verklaringen moet de PVE ontvangen van de pluimveehouders die de dieren destijds hebben ontvangen. Van veel bestemmingsadressen zijn echter nog geen veterinaire verklaringen ontvangen. Het ministerie van LNV zal komende donderdag/vrijdag verdere versoepelingen bespreken aan de hand van die rapportage. Mocht deze niet compleet zijn dan kan dit de nodige vertraging opleveren ten aanzien besluiten aangaande versoepelingen. Met de kuikenbroeders die destijds de overplaatsingen hebben aangevraagd, is of wordt door ons contact opgenomen. Hierbij dus een dringend verzoek om de veterinaire verklaringen zeer spoedig bij de PVE aan te leveren(fax 079 - 3634345).

Het PPE-bestuur bespreekt a.s. donderdag het plan van aanpak voor de
herbevolking van geruimde pluimveebedrijven. Dit rapport is opgesteld door een werkgroep met vertegenwoordigers van GD, LNV en PPE. Dit plan van aanpak moet de basis vormen voor de herbevolking van de door AI getroffen gebieden.

Door de PVE is bij het ministerie van LNV gepleit om vanaf 1 juli toe te staan dat eendagskuikens uit compartiment E wordt geplaatst in de
compartimenten C, D, F en H. Ook is verzocht om een vleeskuiken broederij aan te wijzen net buiten compartiment E om inlegcapaciteit in dit compartiment te creëren. Over beide verzoeken zal het ministerie zich buigen.

Vandaag heeft het ministerie nogmaals herhaald dat zij hun uiterste best doen om a.s. vrijdag 13 juni een aantal versoepelingen te publiceren. Dit betreft dan het volledig vrij geven van de compartimenten C, D, F en H (met uitzondering van het toezichtsgebied Zundert) met doorlaatbare corridorgrenzen. Ook wordt gedacht aan versoepelingen in deze compartimenten m.b.t. de protocollen voor het transport van broedeieren. Later deze week zullen we u berichten over de voortgang van deze versoepelingen.

Met vriendelijke groet,
Secretariaat Sectorafdeling Pluimvee(vlees) en Eieren (SPE)


 Ministeries onschuldig aan dood dierenarts
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
Het overlijden van dierenarts Bosch op 17 april is een gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De dierenarts hield zich aan de voorschriften en ook de regelgeving van de ministeries van LNV en VWS was toereikend. Dit concludeert de commissie-Bot. Vrijdag werd het rapport overhandigd. In opdracht van het ministerie van VWS onderzochten oud-diplomaat Ben Bot en emeritus hoogleraar geneeskunde Bert Thijs de dood van de Brabantse dierenarts.

Pas achteraf werd het vogelpestvirus als doodsoorzaak aangewezen. In tegenstelling tot andere besmetten was er bij de dierenarts geen sprake van een zichtbare oogontsteking. Bosch onderzocht op 2 april een verdacht, en later besmet verklaard, pluimveebedrijf in Teefelen (NBr). Hij slikte toen geen antivirale middelen. Dat was ook niet nodig omdat de boerderij toen buiten het ingesloten gebied lag.


 Verklikkerkippen ingezet.
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
Bij het overgrote deel van de bedrijven in de Gelderse Vallei is het kippenmest afgevoerd en zijn de stallen ontsmet. De volgende stap in de gefaseerde herbevolking van de pluimveegebieden is het inzetten van verkikkerkippen. Vandaag zullen daarom de eerste verklikkerkippen worden ingezet.

De inzet van verklikkippen doet het ministerie na de ervaringen die in Italië zijn opgedaan met de vogelpest. Daar bleek dat de vogelpest steeds in dezelfde kippenschuren weer uitbrak. Als na drie weken niet opnieuw een uitbraak van de vogelpest is en de kippen blijven leven, kan rustig worden begonnen met het herbevolken van de kippenschuren. Het ministerie verwacht dat dat ongeveer over twee maanden gebeurt.


 Biologische vleeskuikens raken keurmerk kwijt door GM-voer
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
Een Britse biologische vleeskuikenhouder moet ruim 1200 vleeskuikens voor een veel lagere prijs op de reguliere markt afzetten. Dit is een gevolg van het feit dat zijn dieren voer kregen dat genetisch gemodificeerd soja bevatte. De sojabonen waren afkomstig uit Italië. In biologische productie is het gebruik van genetisch gemodificeerde grondstoffen verboden.
Voedselveiligheidinstanties menen dat er meer voer met genetisch gemodificeerde grondstoffen in omloop is. Bij een routinecontrole van een voerleverancier in Devon werd eind vorig jaar een 'besmette' partij aangetroffen. The Soil Association, de certificeringsorganisatie voor biologische productie in het Verenigd Koninkrijk, heeft in een reactie op de vondst een onderzoek ingesteld. Dat concentreerde zich op biologische veehouders die voer van het betreffend veevoerbedrijf afnamen.

Men wist twee koppels vleeskuikens te traceren die met genetisch gemodificeerd soja waren gevoerd. De kuikens waren nog niet afgeleverd. Het besmette bedrijf raakte zijn certificaat als biologisch producent kwijt en zal de dieren op de reguliere markt moeten afzetten.

De Britse overheid probeert in een nationaal debat de scepsis van het publiek tegen genetische modificatie weg te nemen. De Food Standard Agency (FSA) en Minister Beckett van Milieu weigeren de eisen aan te scherpen voor gegarandeerd 'ggo-vrije' productie. In de Europese Unie zijn voorstellen gedaan dat 'ggo-vrije' -producten hooguit voor 0,5% uit 'niet ggo-vrije' grondstoffen mogen bestaan.


 QS-keurmerk wordt bekender in Duitsland
Donderdag, 12 juni 2003 door Henk Coolen
20% van de Duitse consumenten kent het blauwe label van het keurmerk QS (Qualität und Sicherheit). In de 9 maanden na marktintroductie is dat een verdubbeling, waarmee de Duitse marketingorganisatie CMA tevreden is. Vanaf 1 augustus 2003 gaan ook de slagerijen van het Fleischerhandwerks vlees verkopen met het QS-keurmerk. In veel Duitse supermarkten worden inmiddels producten met het keurmerk verkocht.

 Woensdag 11 juni, 10.30 uur
Woensdag, 11 juni 2003 door Henk Coolen
MESTAFVOER - De afvoer van de mest van besmette bedrijven gaat langer duren dan de oorspronkelijk voorziene twee weken. Er blijkt vaak meer mest op de bedrijven aanwezig dan begroot. Verder is de medewerking van pluimveehouders niet altijd optimaal en maken omwonenden van opslagplaatsen bezwaar. Hierdoor moet het ophaalschema voortdurend worden aangepast. Wil de herbevolking geen vertraging oplopen dan moet de mest voor 8 juli van de bedrijven verwijderd zijn. Op 8 juli is namelijk de laatste vergadering van het het Permanent Comite voor de Voedselketen en de Diergezondheid (PCVD) voor het zomerreces. De eerstvolgende vergadering is dan weer in september. De PCVD moet toestemming geven voor de diverse stappen naar normalisatie van de toestand.

VERSOEPELINGEN - Het ministerie heeft aangegeven zijn uiterste best te zullen doen om a.s. vrijdag 13 juni een aantal versoepelingen te publiceren. Dit betreft dan het volledig vrij geven van de compartimenten C, D, F en H (met uitzondering van het toezichtsgebied Zundert) met doorlaatbare corridorgrenzen. Ook wordt gedacht aan versoepelingen in deze compartimenten m.b.t. de protocollen voor het transport van broedeieren.

VERTRAGING - LNV zal verdere versoepelingen bespreken aan de hand van de PVE-rapportage van de overplaatsingen van opfokhennen die in mei hebben plaatsgevonden. Resultaten van uitgevoerd bloedonderzoek en veterinaire verklaringen maken deel uit van deze rapportage. De resultaten van het bloedonderzoek dat bij de overgeplaatste dieren is gedaan ontvangen de PVE van de GD. De veterinaire verklaringen moet de PVE ontvangen van de pluimveehouders die de dieren destijds hebben gekregen. Nog lang niet alle betrokken pluimveehouders hebben deze veterinaire verklaring opgestuurd. Mocht de genoemde rapportage niet compleet zijn, dan kan dit vertraging opleveren ten aanzien besluiten aangaande versoepelingen.

VERPLAATSING OPFOKDIEREN - Gisteren is de planning van de overplaatsing van opfokdieren voor komende donderdag, vrijdag en zaterdag afgerond, meldt het PPE. De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft gisteren de eerste PCR-tests voor onderzoek ingezet. In totaal zijn ca. 350.000 dieren aangemeld.

De plaatsingscapaciteit binnen de gebieden is waarschijnlijk niet voldoende. Daarom heeft de sector het ministerie gevraagd om plaatsing mogelijk te maken buiten de T-gebieden. LNV staat hier niet erg positief tegenover. Dit strookt namelijk niet met het voornemen van de overheid in het Permanent Comite voor de Voedselketen en de Diergezondheid (PCVD) te bepleiten om bepaalde gebieden vrij te geven voor import en export.

HERBEVOLKING - Het PPE-bestuur bespreekt morgen het plan van aanpak voor de herbevolking van geruimde pluimveebedrijven. Dit rapport is opgesteld door een werkgroep met vertegenwoordigers van GD, LNV en PPE. Dit plan van aanpak moet de basis vormen voor de herbevolking van de door AI getroffen gebieden.

COMPARTIMENT E - De PVE hebben bij het ministerie gepleit om vanaf 1 juli toe te staan dat eendagskuikens uit compartiment E worden geplaatst in de compartimenten C, D, F en H. Ook is verzocht om een vleeskuikenbroederij aan te wijzen net buiten compartiment E om inlegcapaciteit in dit compartiment te creeren. Over beide verzoeken zal het ministerie zich buigen.

SAMENLOOP - Een 'ongelukkige samenloop van omstandigheden' is de oorzaak dat dierenarts J. Bosch medio april overleed aan de gevolgen van een besmetting met vogelpest. De man heeft zichzelf aan de regels gehouden en de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid valt ook niets te verwijten. Dat concluderen de commissie-Bot die in opdracht van de bewindslieden van de betrokken departementen de dood van de dierarts onderzochten. Bosch had geen virusremmers geslikt, omdat het verdachte bedrijf in Teeffelen dat hij onderzocht niet in het zogenaamde toezichtsgebied lag. Volgens de commissie is het 'wijsheid achteraf' om te constateren dat de medicamenten eerder aan andere betrokkenen hadden moeten worden gegeven


 Trend naar verpakt vlees roept om recyclebare verpakking
Dinsdag, 10 juni 2003 door Henk Coolen
Van al het vlees dat in Nederland wordt verkocht gaat inmiddels 75% voorverpakt over de toonbank. Voor vleeswaren is dit zelfs 80%. Het aandeel is daarmee in 10 jaar bijna verdubbeld. Eén en ander is het gevolg van een verschuiving van de vleesverkoop van de slager naar de supermarkt. Tweeverdieners kiezen voor on-stop-shopping en gemaksproducten. Gevolg is dat veel meer verpakkingsmateriaal wordt gebruikt. In het cluster PVE vleesindustrie van SVM*PACT wordt geprobeerd het gebruik van verpakkingsmateriaal terug te dringen.
Om de groeiende hoeveelheid verpakkingsmateriaal in te dammen heeft de overheid met het bedrijfsleven eind 2002 het Convenant III afgesloten. De uitvoeringsorganisatie voor dit convenant is SVM*PACT, een organisatie die in 1997 werd opgericht door VNO-NCW, MKB-Nederland en de Stichting Verpakking en Milieu. In het Convenant III dat loopt tot 2006 werd over sectoren heen de volgende doelstellingen vastgesteld:



De hoeveelheid te verbranden verpakkingsafval moet worden teruggebracht naar 850 Kton in 2005.

De totale hoeveelheid verpakkingen mag in het jaar 2005 niet meer gestegen zijn dan 2/3 van de procentuele stijging van het Bruto Binnenlands Product in 2005 ten opzichte van 1999.

Van de totale hoeveelheid op de Nederlandse markt gebrachte verpakkingen moet in het jaar 2005 ten minste 70 gewichtsprocent als materiaal worden hergebruikt

3% van oorspronkelijk nuttig hergebruikt materiaal moet worden aangewend ter vervanging fossiele brandstoffen

Het Cluster Vleesindustrie betaalt een vaste bijdrage aan SVM*PACT op basis van de omzet om reguliere uitvoeringskosten en onderzoeken te betalen. Op dit moment wordt voor dit cluster een contributie van € 43.000 exl. BTW door SVM*PACT in rekening gebracht, gebaseerd op een omzet op de binnenlandse markt van max. € 2,27 miljard.

 AI Nieuws
Zondag, 8 juni 2003 door Henk Coolen
MEMO
Aan : De heren Ramekers, Jongerius, Den Hoed, Dellaert, Huls-bergen, Klaver, mevrouw Walters, Platformoverleg PA

Van : Riëtte Veldman

Betreft : AO vogelpest, d.d. 5 juni 2002

Datum : 8 juni 2003


Aanwezig:
Dhr. Atsma (CDA), dhr.Van den Brink (LPF), dhr. Duyvedak (GL), dhr. Oplaat (VVD), dhr. Veer-man (Min. LNV), dhr. Van der Vlies (SGP), dhr. Waalkens (PvdA)

Hobbydieren
 De KNMvD heeft een persbericht uitgedaan waarin ze zegt dat het ruimen van hobbydieren gestopt kan worden. De minister constateert dat dit persbericht vrijwel samenvalt met het gegeven dat de laatste “veegacties” ten aanzien van hobbydieren volgende week zullen zijn afgerond.

Herbevolking
 De minister stuurt nog voor het reces een notitie naar de Kamer over de toekomst van de sector. Over dit onderwerp zal hij op 26 juni 203 spreken met verschillende mensen.
 De LPF vraagt zich af waarom er in België al veel meer mag. Volgens de minister komt dit doordat het AI-gebied in België beperkt is tot Brabant en Limburg, de rest van België is vrij.
 Dieren vanuit het toezichtsgebied slachten is mogelijk onder de voorwaarde dat er een rood stempel op het vlees wordt geplaatst. De EU heeft deze maatregel goedgekeurd, dit betekend overigens wel dat het vlees is bestemd voor nationale consumptie.

Vermeerderaars
 De Minister heeft zich bij de heer Fishler sterk gemaakt voor het vrijmaken van geld voor AI. Dit is tot op heden niet gelukt. In het begin van de crisis is een voorstel gedaan aan het be-drijfsleven 25% LNV, 25% financiën en 50% voor de sector. De sector heeft hier niet mee in-gestemd. Volgens Groen Links is dit een gebrek aan solidariteit van de sector en moet de sector zelf maar opdraaien voor de kosten. De maatschappij hoeft er niet voor te betalen. Veerman wijst op het gegeven dat de consument dit zelf zo heeft gewild want “wat niet wordt gevraagd wordt niet gemaakt”.
 Het Koninklijkbesluit Dioxine wat in België is uitgegaan ten tijde van de Dioxine-crisis is geen staatssteun want de Dioxine-crisis was een onvoorziene marktverstorende crisis. Dit is an-ders in het geval van vogelpest want met mogelijke uitbraken van dierziekten moet je altijd rekening houden.

Welzijn
 De welzijnspronlemen die worden aangedragen door de commissie Wensing worden in de regel zo spoedig mogelijk opgelost.
 Het welzijnsprobleem dat er was bij gemende bedrijven met varkens is opgelost. Alle bedrij-ven hebben ingestemd met de voorwaarden. Het gaat hier nadrukkelijk niet om destructie maar vroegtijdige slacht.

Divers
 Het bedrijf in Wamel is 4 maal bezocht, het is nadrukkelijk geen “brandhaard” want er is nog nooit AI geïsoleerd. Wel zijn er in het laboratorium diverse andere infecties gevonden.
 De taxaties van dieren zijn op schema. Hertaxaties die moeten worden gedaan zullen zo effi-ciënt mogelijk worden aangepakt. Dit houdt in dat soortgelijke bedrijven zullen worden ge-clusterd en dat een van die bedrijven als voorbeeld dient voor het gehele cluster. Dit gebeurt vanzelfsprekend in overleg met betrokkenen.
 Tijdens de ministerraad van vrijdag 6 juni zal de minister van LNV overleggen met de minis-ter van VROM of het mogelijk is pluimveehouders ontheffing te geven van OZB en water-schapslasten e.d..


 Diversen AI berichten
Zondag, 8 juni 2003 door Henk Coolen
Tweede Kamer

Gisteren heeft een AO plaatsgevonden over vogelpest. Een groep vermeerderaars was aanwezig om eieren uit te delen aan passanten om duidelijk te maken dat de VB-sector geen uitweg ziet door de grote financiële schade die deze bedrijven leiden. Alle kamerfracties (behalve Groen Links) hebben aandacht gevraagd voor deze sector. De Minister ziet geen mogelijkheden de voorwaarden voor het Noodfonds op te rekken. Aan specifieke steun voor de vermeerderingssector kleeft het risico van precedentwerking naar andere sectoren volgens de Minister. Voorts werd nogal benadrukt dat de Minister middelen had aangeboden als het bedrijfsleven dit zou aanvullen. Maar dat de sector er niet is was geslaagd om dit rond te zetten. Het debat verliep derhalve teleurstellend voor de vermeerderaars. In het debat is aangekondigd dat op 26 juni een conferentie wordt gehouden met regionale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties over de toekomst van de pluimveesector. Een uitgebreid verslag is bijgevoegd.



Vermeerderingssector
Vanmorgen heeft een gesprek plaatsgevonden met de NOP en de belangengroep Vermeerderaars. Er zijn afspraken gemaakt over nauwere samenwerking. Onder regie van het NOP/LTO secretariaat zal een notitie worden gemaakt waaruit duidelijk wordt dat de VB-sector een cruciale rol vervult in de totale pluimveekolom en vanuit deze optiek steun verdient. De Rabobank, het LEI en ABAB zullen worden benaderd voor financiële onderbouwing hiervan.



Herbevolking

Vanmorgen heeft het bedrijfsleven overleg gevoerd met LNV over het plan herbevolking. Voorzitter Wolleswinkel was namens LTO/NOP aanwezig. Nadat de mest van alle besmette bedrijven is afgevoerd, zullen verklikkerdieren (sentinel dieren) gedurende 21 dagen worden opgezet. De opzet van deze dieren vallen nog onder het bestrijdingsregime en niet onder het herbevolkingsregime. In de komende dagen zal een tijdsbalk worden per gebied worden opgesteld om de knelpunten inzichtelijk te maken. Om zo snel mogelijk gebieden vrij te kunnen geven, zal de hele procedure worden begonnen in de gebieden met weinig besmette bedrijven. Discussiepunt is nog de financiering van deze opschoonactie. De kosten worden geraamd op ca. € 1,7mln. LNV heeft verzocht aan het bedrijfsleven mee te financieren. De uitgezette verklikkerdieren hoeven bij goed resultaat niet naar de destructie. Dat geldt dan ook voor uitgezette dieren op hobbylocaties.

Volgende week wordt nader overlegd over de invoering en uitwerking van dit plan.



(Her)taxaties

In de Tweede Kamer heeft Minister Veerman medegedeeld dat bekeken wordt het aantal aangevraagde hertaxaties (400) snel af te kunnen handelen door deze te clusteren. Na onderzoek blijkt dat LNV er niet in slaagt een bruikbare clustering op te stellen. Indien geen versnelling wordt aangebracht, zouden de eerste hertaxaties pas na 3 maand zijn afgerond en rond december door het CBB (College voor Beroep Bedrijfsleven) kunnen worden behandeld. In overleg met LTO/NOP is afgesproken dat op basis van ons bekende knelsituaties een groepering zal worden gemaakt en dat een groep bijbehorende praktijkbedrijven wordt aangeleverd om de hertaxatieprocedure te kunnen versnellen. Ondanks eerdere toezeggingen is er nog geen duidelijkheid over het wel of niet vergoeden van de injectie-entingen bij legdieren. Hierover vindt nog nader overleg plaats.



Basisoverleg

In het basisoverleg is een doorkijk gegeven voor komende versoepelingen. Deze zijn gepland op 13 juni. Dat betreft dan het volledig vrij geven van de compartimenten C, D, F en H (met uitzondering van het toezichtsgebied Zundert) met doorlaatbare corridorgrenzen. Ook bestaat het voornemen om dan compartiment E buiten de toezichtsgebieden vrij te geven, waarbij de grens van compartiment E echter gesloten zal blijven. Tenslotte wil men toestaan dat slachterijen in toezichtsgebieden weer gaan slachten.

De inzet is voorts dat vanaf 24 juni eendagskuikens uit compartiment E mogen worden geplaatst op bedrijven buiten E. Andere versoepelingen in toezichtsgebieden zijn mogelijk nadat alle mest weg is.

De grenzen van de toezichtsgebieden zullen vooralsnog niet worden aangepast omdat de Europese Commissie daar niet aan wil meewerken.



Eieren uit B-gebieden kunnen nu slechts naar 1 aangewezen verwerker. Dit leidt tot een niet wenselijke monopolipositie. LNV wil serieus kijken naar alternatieve eiproductenverwerkers.



LNV overweegt een corridor in te stellen voor uitgelegde vermeerderingsdieren uit toezichtsgebieden in een slachterij in Baarle Nassau.



Door LTO/NOP is gevraagd om duidelijkheid voor MINAS en de MAO-contracten naar de veehouders waar besmette mest wordt opgehaald. Eerder was door LNV toegezegd dat het mestophalen MINAS-neutraal zou verlopen. Er was ten tijde van het basisoverleg nog geen duidelijkheid over de precieze werkwijze bij pluimveedrijfmest.



Ten aanzien van de varkens is duidelijkheid gevraagd naar het kunnen herbevolken van gemengde bedrijven en het kunnen exporteren vanaf bedrijven in de toezichtsgebieden. LNV heeft toegezegd volgende week een totaaloverzicht te geven welke maatregelen zullen worden opgeheven of van kracht blijven.



Een goed pinksterweekend gewenst,



groeten, Alex Spieker

 Diversen
Zondag, 8 juni 2003 door Henk Coolen
LAAT - Gisteren meldde de internetsite van LNV een besmet bedrijf in Kelpen. Dit is gelukkig geen nieuw geval. Het bedrijf is eind april al geruimd wegens een positieve PCR-test. Het heeft echter lang geduurd voordat de virusisolatie was afgerond. Dat is pas op 23 mei gebeurd. In hoeverre het hierdoor langer zal duren voordat Nederland weer AI-vrij verklaard zal worden door de werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) is nog niet bekend.

HERBEVOLKING - Gisteren heeft een bestuurlijke delegatie van het PPE overlegt met directeur-generaal Bergkamp van LNV en enkele van haar medewerkers over de gezamenlijke notitie over de herbevolking van besmette bedrijven. Hierbij is overeenstemming bereikt over de definitieve notitie. Deze wordt donderdag a.s. voorgelegd aan het PPE-bestuur.

Kern van de herbevolkingsnotitie is dat de mest van alle besmette bedrijven zal worden afgevoerd en dat daarna in alle stallen van de besmette bedrijven gedurende 21 dagen verklikkerdieren worden geplaatst. Daarna kan een bedrijf worden vrijgegeven. Dat betekent nog niet dat het bedrijf ook kan beginnen met het opzetten van pluimvee, daarvoor moet ook het gebied worden vrijgegeven.

Een gebied wordt pas vrijgegeven nadat alle bedrijven uit dat gebied zijn vrijgegeven. De herstart van bedrijven in gebieden met veel besmette bedrijven (Gelderse Vallei, Nederweert) is daarom niet alleen afhankelijk van de snelheid waarmee een bedrijf de reiniging en ontsmetting heeft uitgevoerd maar vooral ook van de snelheid van de reiniging en ontsmetting op de besmette bedrijven die op minder dan 10 km afstand liggen. Om zo snel mogelijk gebieden te kunnen vrijgeven, wordt met de mestafvoer begonnen in de gebieden waar maar weinig besmette bedrijven aanwezig zijn. Daar kan dan ook het eerst met verklikkerdieren worden gestart.

FINANCIERING - Het ministerie heeft het PPE verzocht om een deel van de kosten van de totale operatie te financieren. Die kosten worden geraamd op 1,7 miljoen euro. In de PPE-bestuursvergadering van komende donderdag zal dat aan de orde komen. In die vergadering ligt verder het voorstel op tafel om in de IKB-voorwaarden op te nemen dat broedeieren alleen mogen worden geimporteerd indien het koppel dat de eieren heeft geproduceerd, serologisch vrij is van laag-pathogene aviaire influenza (LPAI) en dat levend pluimvee alleen mag worden geimporteerd indien de dieren serologisch vrij zijn van LPAI.

BASISOVERLEG - In het basisoverleg dat gisteren is gehouden, heeft de RVV meegedeeld dat er nu 241 besmette bedrijven en 14 serologisch positieve bedrijven zijn. Er zijn geen verdachte bedrijven meer. In totaal zijn 1275 bedrijven geruimd en moeten 1736 bedrijven worden vrijgegeven. Van de 1736 vrij te geven bedrijven hebben inmiddels 850 bedrijven dat vrijgavebericht ontvangen.

In de ruimingsgebieden hebben zich ongeveer 17.000 hobbydierhouders gemeld. Van ongeveer 800 hobbydierhouders moeten de dieren nog worden geruimd. De verwachting is dat dit de komende week klaar komt.

KOMENDE VERSOEPELINGEN - LNV heeft in het basisoverleg ook de plannen voor de komende weken bekend gemaakt. Gepland is om volgende week vrijdag (13 juni) weer een pakket versoepelingen te publiceren. Dat betreft dan het volledig vrij geven van de compartimenten C, D, F en H (met uitzondering van het toezichtsgebied Zundert) met doorlaatbare corridorgrenzen. Ook bestaat het voornemen om dan compartiment E buiten de toezichtsgebieden vrij te geven, waarbij de grens van compartiment E echter gesloten zal blijven.

LNV wil verder slachterijen in toezichtsgebieden weer toestaan te gaan slachten. Daarnaast is er de inzet dat vanaf 24 juni eendagskuikens uit compartiment E mogen worden geplaatst op bedrijven buiten E. En zodra de mest van de besmette bedrijven is afgevoerd, zullen er meer activiteiten in de toezichtsgebieden worden toegestaan. Gedacht moet dan worden aan het opstarten van broederijen en het onbeperkt functioneren van pakstations.

EXPORT - Bij de Europese Commissie wordt geprobeerd om toestemming te krijgen om weer te mogen exporteren vanuit de compartimenten C, D, F en H. Uit contacten met Brussel is echter gebleken dat de Commissie niet voelt voor compartimenten, maar provincies aan wil houden. In dat geval zou export mogelijk worden uit Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Noord- en Zuid Holland en Zeeland. De grenzen van de toezichtsgebieden zullen vooralsnog niet worden aangepast omdat de Europese Commissie daar niet aan wil meewerken.

OVERIGE WETENSWAARDIGHEDEN - LNV heeft toegezegd serieus aandacht te zullen besteden aan het slachten (rondmerk) van ouderdieren uit de toezichtsgebieden bij slachterij Klaasen in Baarle-Nassau.

Tevens zal het ministerie bezien of toegestaan kan worden dat broedeieren uit de toezichts- en beschermingsgebieden worden afgevoerd naar andere eiproductenbedrijven dan de thans aangewezen eiproductenbedrijven. De indruk bestaat dat de aangewezen eiproductenbedrijven gebruik maken van hun monopoliepositie ten koste van de vermeerderaars.

Ten aanzien van de slachterijen in de beschermingsgebieden heeft LNV bevestigd dat die slachterijen pas meer mogen beginnen met slachten nadat het betreffende beschermingsgebied is opgeheven.

LNV is gevraagd pluimveehouders met een besmet bedrijf goede informatie te geven over de gevolgen van het ophalen van de mest voor Minas en de mestafzetovereenkomsten.

De politie heeft gisteravond in Nuenen drie mannen gearresteerd op verdenking van het overtreden van het vervoersverbod voor pluimvee in het vogelpestgebied van Brabant en Limburg. Ze werden volgens de Maastrichtse persofficier van justitie A. Rogier op heterdaad betrapt bij het illegaal vervoeren van pluimvee. Een van hen is de woordvoerder van De Ark, een netwerk dat pluimvee van hobbyboeren in vogelpestgebieden in veiligheid probeert te brengen om de dieren zo van de dood te redden.

Advocaat B. van der Goen dient een klacht in bij het ministerie van LNV. Hij stelde vrijdag ruimers bij een hobbyboer in Nederweert aansprakelijk voor dood door schuld, als de boer na de ruiming zou komen te overlijden. De bejaarde man kwam vrijdag net terug uit het ziekenhuis. Hij had daar volgens Van der Goen een bypassoperatie ondergaan en behandeling gekregen na een herseninfarct. Hij lag ziek in bed toen de ruimploeg van het ministerie van Landbouw binnenviel.

De openingstijden van Het LNV-Loket (0800-2233322) worden met ingang van dinsdag 10 juni gewijzigd. Vanaf dan is het Loket alleen nog telefonisch bereikbaar op werkdagen, tussen 8.30 en 16.30 uur. Vandaag is het Loket nog wel geopend, de beide Pinksterdagen niet.

 Ministerie van LNV heeft nieuwe naam
Zaterdag, 7 juni 2003 door Henk Coolen
De ministerraad heeft er op voorstel van minister Veerman mee ingestemd om de naam van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te wijzigen in ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De naamswijziging vloeit voort uit de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) naar het ministerie van LNV.
Het ministerie van LNV houdt zich bezig met de voedselproductieketen van grond tot mond, voor een belangrijk deel ook het werkterrein van de VWA. De overdracht van de VWA naar het ministerie van LNV maakt voor consument en producent beter zichtbaar dat de minister van LNV verantwoordelijk is voor de gehele voedselproductie, -keten en -kolom, mede vanuit consumentenbelang gezien. Een en ander laat de huidige beleidsverantwoordelijkheid op basis van de bestaande wetgeving van de ministeries van LNV en VWS onverkort. De naamswijziging brengt dat mede tot uitdrukking.

De vorige naamswijziging van het ministerie vond plaats in 1989 toen natuurbeheer aan het toenmalige ministerie van Landbouw en Visserij werd toegevoegd.


 Dood dierenarts 'ongelukkige samenloop van omstandigheden'
Zaterdag, 7 juni 2003 door Henk Coolen
De dierenarts die op 17 april 2003 overleed aan de gevolgen van het vogelpestvirus was het slachtoffer van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Dat concludeert de onafhankelijke onderzoekscommissie Bot vandaag in haar rapport.
De dierenarts heeft zich strikt gehouden aan de toen voor hem geldende regels. De regelgeving vanuit VWS en LNV was, vanaf het uitbreken van de vogelpestcrisis tot aan het overlijden van de dierenarts, adequaat volgens de inzichten van dat moment.

De commissie Bot tekent wel aan dat de adviezen van VWS vaak mondeling aan de uitvoerende dienst, de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees, werden overgedragen. In de toekomst moeten dergelijke adviezen structureel schriftelijk worden doorgegeven.

Teeffelen, de plaats waar de dierenarts voor zijn overlijden werkzaam was, lag buiten het crisisgebied zoals dat toen door het ministerie van LNV was vastgesteld. De preventieve maatregelen zijn daarna uitgebreid.


 Veerman versoepelt vogelpestregels in vervoersgebieden
Zaterdag, 7 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft besloten om vanaf vrijdag 6 juni 12.00 uur weer enkele versoepelingen aan te brengen in de regels rond vogelpest. Zo is het van 12 tot en met 14 juni 2003 onder zeer strikte voorwaarden toegestaan om opfokdieren naar een lege stal te verplaatsen.
Deze tijdelijke maatregel is veterinair verantwoord en noodzakelijk, omdat er hygiëneproblemen en ruimtegebrek zijn ontstaan op verschillende bedrijven. Het verplaatsen van de opfokdieren is alleen toegestaan indien aan alle voorwaarden uit deze regeling is voldaan en mits de protocollen zijn nageleefd.

De voorwaarden in de regeling hebben betrekking op het doen van onderzoek naar Aviaire Influenza en Newcastle Disease, het invullen van een gezondheidsverklaring, reiniging en ontsmetting van de stallen en de vervoermiddelen en preventieve maatregelen op het bedrijf van bestemming.

Daarnaast is het in de toezichtsgebieden, met uitzondering van het beschermingsgebieden, toegestaan om broedeieren, onder voorwaarden, met een vervoermiddel te vervoeren naar een aangewezen broederij en gelegen buiten het toezichtsgebied, mits in hetzelfde compartiment.
De voorwaarden voor het vervoer hebben onder meer betrekking op het aanvragen van een geleidebiljet, desinfectie, reiniging en ontsmetting en verpakkingseisen.



 Destructietarieven SRM-afval tweede, derde en vierde kwartaal 2003
Zaterdag, 7 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman heeft de Tweede Kamer de tariefstelling voor het in rekening brengen van kosten voor destructie van SRM-afval en -bloed in het tweede, derde en vierde kwartaal van 2003 gestuurd. De tarieven zoals die door Rendac zijn voorgesteld zijn gedaald ten opzichte van 2002.
Per 1 mei 2003 is de nieuwe EU-verordening (EG 1774/2002)rechtstreeks van toepassing geworden in de lidstaten. De verordening kent een categorie-indeling van dierlijke bijproducten in categorie 1, 2 en 3, die grotendeels parallel loopt met de huidige indeling in SRM, HRM en LRM.

Om de tariefstelling bij de indeling in de verordening te doen aansluiten, worden voor categorie 1- en 2-slachtafval aparte tarieven voorgesteld. Dit omdat categorie 2-slachtafval goedkoper kan worden verwerkt dan categorie 1-slachtafval.
Voorts geldt de tariefstelling niet voor materiaal dat onder de verordening is aangewezen als categorie 3-materiaal daar dit vergelijkbaar is met LRM, dat buiten de tariefstelling valt.

Zie voor meer informatie en een overzicht van de tarieven de site van LNV.

Een overzicht van de nieuwe categorie-indeling destructiemateriaal vindt u op de site van Rendac.


 Veerman: Herbevolking pluimveestallen over twee maanden
Zaterdag, 7 juni 2003 door Henk Coolen
Minister Veerman van LNV verwacht dat de lege pluimveestallen in de vogelpestgebieden over twee maanden weer herbevolkt kunnen worden. Voor die tijd moeten het voer en de mest van de besmette bedrijven zijn verwijderd en de geruimde bedrijven zijn gereinigd en ontsmet. Daarna moet met behulp van zogenaamde verklikkerdieren zijn aangetoond dat een stal daadwerkelijk virusvrij is. Veerman zei dat 5 juni in het debat met de Tweede Kamer over vogelpest.

 Laatste nieuws 19:00 uur
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
Vanmorgen zijn we opgeschrikt met vragen uit het buitenland over een nieuwe AI-uitbraak in Kelpen die gepubliceerd zou zijn op de internetpagina van LNV. De publicatie op zich klopt, maar het is gelukkig geen nieuw besmet bedrijf. Het bedrijf is eind april al geruimd wegens een positieve PCR-test, maar het heeft lang geduurd voordat de virusisolatie was afgerond. Dat is pas op 23 mei gebeurd. In hoeverre het hierdoor langer zal duren voordat Nederland weer AI-vrij verklaard zal worden door de werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) is nog niet bekend.

Vanmorgen is er ook overleg gevoerd tussen directeur-generaal Bergkamp van LNV en enkele van haar medewerkers met een bestuurlijke delegatie van het PPE over de gezamenlijke notitie over de herbevolking van besmette bedrijven. In het overleg is overeenstemming bereikt over de definitieve notitie. De notitie zal donderdag a.s. worden voorgelegd aan het PPE-bestuur. Kern van de notitie is dat de mest van alle besmette bedrijven zal worden afgevoerd en dat daarna in alle stallen van de besmette bedrijven gedurende 21 dagen verklikkerdieren worden geplaatst. Daarna kan een bedrijf worden vrijgegeven. Dat betekent dan nog niet dat een dergelijk bedrijf kan beginnen met het opzetten van pluimvee want daar moet ook het gebied voor worden vrijgegeven. Een gebied wordt pas vrijgegeven nadat alle bedrijven uit dat gebied zijn vrijgegeven. De herstart van bedrijven in gebieden met veel besmette bedrijven (Gelderse Vallei, Nederweert) is derhalve niet alleen afhankelijk van de snelheid waarmee een bedrijf de reiniging en ontsmetting heeft uitgevoerd maar vooral ook van de snelheid van de reiniging en ontsmetting op de besmette bedrijven die op minder dan 10 km afstand liggen.
Om zo snel mogelijk gebieden vrij te kunnen geven, zal met de mestafvoer begonnen worden in de gebieden waar maar weinig besmette bedrijven aanwezig zijn. Daar kan dan ook het eerst met verklikkerdieren worden gestart.
LNV heeft aan het PPE verzocht om een deel van de kosten van de totale operatie te financieren. Die kosten worden geraamd op € 1,7 miljoen. In de PPE-bestuursvergadering van komende donderdag zal dat aan de orde komen.
In die vergadering zal ook het voorstel aan de orde komen om in de IKB-voorwaarden op te nemen dat broedeieren alleen mogen worden geïmporteerd indien het koppel dat de eieren heeft geproduceerd, serologisch vrij is van laag-pathogene aviaire influenza (LPAI) en dat levend pluimvee alleen mag worden geïmporteerd indien de dieren serologisch vrij zijn van LPAI.

Om 12 uur is de regeling gepubliceerd dat broedeieren uit het toezichtsgebied in compartiment E naar vier aangewezen broederijen mogen worden afgevoerd en daar mogen worden ingelegd. In de andere compartimenten met toezichtsgebieden was dat niet mogelijk omdat daar in hetzelfde compartiment geen broederijen zijn die buiten het toezichtsgebied liggen.
Ook is de mogelijkheid voor het op 12, 13 en 14 juni overplaatsen van opfokpluimvee in de toezichtsgebieden gepubliceerd.

In het vanmiddag gehouden basisoverleg heeft de RVV meegedeeld dat er nu 241 besmette bedrijven en 14 serologisch positieve bedrijven zijn. Er zijn geen verdachte bedrijven meer. In totaal zijn 1275 bedrijven geruimd en moeten 1736 bedrijven worden vrijgegeven. Van de 1736 vrij te geven bedrijven hebben inmiddels 850 bedrijven dat bericht van vrijgave ontvangen.

Er hebben zich in de ruimingsgebieden ongeveer 17.000 hobbydierhouders gemeld. Van ongeveer 800 hobbydierhouders moeten de dieren nog worden geruimd. Verwacht wordt daar de komende week mee klaar te komen.

LNV heeft uitgelegd welke plannen het voor de komende weken heeft gemaakt. Gepland is om op 13 juni een verder pakket versoepelingen te publiceren. Dat betreft dan het volledig vrij geven van de compartimenten C, D, F en H (met uitzondering van het toezichtsgebied Zundert) met doorlaatbare corridorgrenzen. Ook bestaat het voornemen om dan compartiment E buiten de toezichtsgebieden vrij te geven, waarbij de grens van compartiment E echter gesloten zal blijven. Tenslotte wil men toestaan dat slachterijen in toezichtsgebieden weer gaan slachten.
De inzet is voorts dat vanaf 24 juni eendagskuikens uit compartiment E mogen worden geplaatst op bedrijven buiten E.
Zodra de mest van de besmette bedrijven is afgevoerd zullen er meer activiteiten in de toezichtsgebieden worden toegestaan. Gedacht moet dan worden aan het opstarten van broederijen en het onbeperkt functioneren van pakstations.

Bij de Europese Commissie wordt geprobeerd om toestemming te krijgen dat vanuit de compartimenten C, D, F en H weer mag worden geëxporteerd. Uit contacten met Brussel is echter gebleken dat de Commissie niet voelt voor compartimenten, maar provincies aan wil houden. In dat geval zou export mogelijk worden uit Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Noord- en Zuid Holland en Zeeland.

De grenzen van de toezichtsgebieden zullen vooralsnog niet worden aangepast omdat de Europese Commissie daar niet aan wil meewerken.

LNV heeft toegezegd serieus aandacht te zullen besteden aan het slachten (rondmerk) van ouderdieren uit de toezichtsgebieden bij slachterij Klaasen in Baarle-Nassau.

Bezien zal worden of toegestaan kan worden dat broedeieren uit de toezichts- en beschermingsgebieden worden afgevoerd naar andere eiproductenbedrijven dan de thans aangewezen eiproductenbedrijven omdat de indruk bestaat dat de aangewezen eiproductenbedrijven ten koste van de vermeerderaars gebruik maken van hun monopoliepositie.

Ten aanzien van de slachterijen in de beschermingsgebieden heeft LNV bevestigd dat die slachterijen pas meer mogen beginnen met slachten nadat het betreffende beschermingsgebied is opgeheven.

Aan LNV is gevraagd om aan de pluimveehouders met een besmet bedrijf goede informatie te geven over de gevolgen van het ophalen van de mest voor Minas en de mestafzetovereenkomsten.

Een volgend basisoverleg zal worden gehouden op dinsdag 17 juni om 15.00 uur

Dit mailbericht is voorlopig mijn laatste bijdrage om u te informeren over het verloop van de AI-problematiek.
Vanaf komende week zal ik drie weken afwezig zijn wegens vakantie. In die tijd zullen mijn collega's de dagelijks berichtgeving overnemen en u ongetwijfeld zeer accuraat op de hoogte houden

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 Wetsvoorstel aanpassing verliesnormen naar Tweede Kamer
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
6 juni 2003 - De ministerraad heeft op voorstel van minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en staatssecretaris Van Geel van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ingestemd met wijziging van de Meststoffenwet. De wijziging vloeit voort uit de Evaluatie Meststoffenwet 2002. De uitkomsten van deze evaluatie zijn in april vorig jaar naar de Tweede Kamer gezonden. Het kabinet heeft daarop in oktober 2002 aangekondigd de aanscherping van enkele verliesnormen in het mineralen- aangiftesysteem (Minas) voor 2003 te willen temporiseren. De betrokken boeren zijn eind vorig jaar van dat beleidsvoornemen op de hoogte gebracht.
Het kabinet vindt de reeds voor 2003 in de wet opgenomen verliesnormen in beginsel noodzakelijk om aan de internationale verplichtingen te voldoen. Maar gelet op de uitkomsten van de evaluatie zijn de nu voorgestelde aanpassingen als tussenstap verantwoord en noodzakelijk.
De Raad van State heeft geadviseerd dit wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen onder meer omdat nog onduidelijk is wat de uitkomst is van de nog lopende verdragsinbreukprocedure over het Nederlandse mestbeleid bij het Europese Hof van Justitie. Ook de uitkomst van de onderhandelingen met de Europese Commissie over een Nederlandse derogatie op de nitraatrichtlijn staat nog niet vast. Het kabinet acht indiening van het wetsvoorstel toch wenselijk, omdat deze lopende procedures alleen gevolgen zullen hebben voor toekomstige normen en het wetsvoorstel duidelijkheid wil geven over de normen voor dit en volgend jaar. Zodra de uitspraak van het Hof en de uitkomst van het derogatieoverleg bekend zijn, zal worden bezien òf en welke consequenties dat voor de toekomstige normen heeft.

Verliesnormen
De Minas-verliesnormen bepalen welk verlies naar het milieu van stikstof en fosfaat acceptabel is. Bij grotere verliezen (per hectare) betaalt de boer een heffing. De in de wet vastgelegde aanscherping in 2003 van de stikstofnormen voor klei, veen en nat zand (categorie overige gronden) gaat gewoon door. Deze normen zullen ook gaan gelden voor de matig droge zandgronden (grondwatertrap VI). Deze gronden worden niet langer bij de droge zandgronden gerekend, omdat voor een deel van die gronden de scherpere normen voor de droge zandgronden niet nodig zijn om de doelstellingen voor de kwaliteit van het grondwater te realiseren. Voor de overblijvende gronden (140.000 ha) - in de wet aangeduid als droge uitspoelingsgevoelige gronden - wordt in 2003 een tussenstap ingevoerd, waarna zij in 2004 op de eerder vastgestelde norm uitkomen. Met die tussenstap wordt voorkomen dat bedrijven op deze gronden zonder enige milieuwinst worden gedwongen tot het betalen van Minasheffing terwijl ze zich technisch gezien onmogelijk sneller aan de scherpere normen kunnen aanpassen. Een belangrijke uitkomst van de evaluatie is namelijk dat, voor bedrijven op de uitspoelingsgevoelige gronden, aanscherpingen van meer dan 40 kilogram stikstof per hectare per jaar niet haalbaar zijn.

Voor de komende twee jaar wordt de fosfaatverliesnorm voor bouwland aangescherpt van 30 naar 25 kilo per hectare. De oorspronkelijk voorziene aanscherping tot 20 kilo per hectare beperkt de mestplaatsingsruimte voor met name de intensieve veehouderij dusdanig dat het leidt tot fors hogere mestafzetkosten. Dit terwijl de milieueffecten op korte termijn gering zijn. De aanpassing van de normen heeft als neveneffect dat het voor 2003 geschatte mestoverschot geheel verdwijnt en er evenwicht ontstaat op de mestmarkt.

 
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
6 juni 2003 - De ministerraad heeft er op voorstel van minister Veerman mee ingestemd om de naam van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te wijzigen in ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De naamswijziging vloeit voort uit de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) naar het ministerie van LNV.
Het ministerie van LNV houdt zich bezig met de voedselproductieketen van grond tot mond, voor een belangrijk deel ook het werkterrein van de VWA. De overdracht van de VWA naar het ministerie van LNV maakt voor consument en producent beter zichtbaar dat de minister van LNV verantwoordelijk is voor de gehele voedselproductie, -keten en -kolom, mede vanuit consumentenbelang gezien. Een en ander laat de huidige beleidsverantwoordelijkheid op basis van de bestaande wetgeving van de ministeries van LNV en VWS onverkort. De naamswijziging brengt dat mede tot uitdrukking.

De vorige naamswijziging van het ministerie vond plaats in 1989 toen natuurbeheer aan het toenmalige ministerie van Landbouw en Visserij werd toegevoegd.

 Veerman versoepelt vogelpestregels in vervoersgebieden
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
6 juni 2003 - Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft besloten om vanaf vrijdag 6 juni 12.00 uur weer enkele versoepelingen aan te brengen in de regels rond Vogelpest. Het is dan toegestaan om buiten de vervoersbeperkingsgebieden wedvluchten met duiven te organiseren. De duiven die deelnemen aan deze wedvluchten, mogen niet afkomstig zijn van een bedrijf gelegen in een beschermingsgebied waar AI-gevoelige dieren aanwezig zijn. Verder is het van 12 tot en met 14 juni 2003 onder zeer strikte voorwaarden toegestaan om opfokdieren naar een lege stal te verplaatsen.
In compartiment E is het onder voorwaarden toegestaan om broedeieren te vervoeren vanuit de toezichtsgebieden Beneden-Leeuwen en Nederweert, voor zover deze zijn gelegen in compartiment E, naar een aangewezen broederij in hetzelfde compartiment en buiten genoemde toezichtsgebieden.

 Wijziging regelingen
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
dd. 06-06-2003 12:00 uur
Toelichting voor de Staatscourant
Nu er al enige tijd geen nieuwe uitbraken van Aviaire Influenza (verder: AI) zijn geconstateerd, wordt het veterinair verantwoord geacht de maatregelen die zijn getroffen ter bestrijding van AI te wijzigen. Met onderhavige wijzigingsregeling worden de Regeling vervoersbeperkings-gebieden pluimvee 2003, de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I, de Regeling compartimentering AI-gevoelige dieren 2003 en de Regeling verzamelverbod pluimvee 2003 gewijzigd. De wijzigingen in de verschillende regelingen worden hieronder nader toegelicht.

Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003
In de vervoersbeperkingsgebieden, met uitzondering van het beschermingsgebieden, is het van 12 tot en met 14 juni 2003 toegestaan opfokdieren naar een leegstaande stal te vervoeren. Deze tijdelijke maatregel is veterinair verantwoord en noodzakelijk, omdat er hygiëneproblemen en ruimtegebrek zijn ontstaan op verschillende bedrijven. Het verplaatsen van de opfokdieren is alleen toegestaan indien aan alle voorwaarden uit deze regeling is voldaan en mits de protocollen zijn nageleefd. De voorwaarden in de regeling hebben betrekking op het doen van onderzoek naar Aviaire Influenza en Newcastle Disease, het invullen van een gezondheidsverklaring, reiniging en ontsmetting van de stallen en de vervoermiddelen en preventieve maatregelen op het bedrijf van bestemming (artikel 9, tweede lid, van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003).

Daarnaast is het in de toezichtsgebieden, met uitzondering van het beschermingsgebieden, toegestaan om broedeieren, onder voorwaarden, met een vervoermiddel te vervoeren naar een aangewezen broederij en gelegen buiten het toezichtsgebied, mits in hetzelfde compartiment. Deze broederijen zijn in bijlage X van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003 opgenomen. De voorwaarden voor het vervoer hebben onder meer betrekking op het aanvragen van een geleidebiljet, desinfectie, reiniging en ontsmetting en verpakkingseisen (artikel 10, tweede lid, van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003).

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een grammaticale wijziging aan te brengen in artikel 3a, zevende lid, van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003.

Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I
Op grond van artikel 2, derde lid, van de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I is het thans tevens mogelijk Duitse vleeskuikens afkomstig uit het deel van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen ten oosten van de Rijn in Nederland te importeren ten behoeve van de slacht via een corridor.

Artikel 8 van de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I is overeenkomstig de wijziging van artikel 10 van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003 aangepast.

Tevens zijn enkele grammaticale correcties aangebracht in artikel 1, onderdeel d, en in artikel 6, vijfde lid, van de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I.

Regeling compartimentering AI-gevoelige dieren 2003
In artikel 2 is de redactie van het eerste en het tweede lid gewijzigd ten behoeve van de leesbaarheid en duidelijkheid van deze leden en is het vervoeren van opfokdieren van compartiment G naar E en van compartiment E naar B in de periode van 12 tot en met 14 juni 2003 onder voorwaarden toegestaan, overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003. Tevens zijn een aantal verwijzingen aangepast.

Regeling verzamelverbod pluimvee 2003
Het organiseren van wedvluchten met duiven is in de vervoersbeperkingsgebieden niet toegestaan. Duiven die worden ingezet bij wedvluchten mogen niet afkomstig zijn van een bedrijf waar AI-gevoelige dieren aanwezig zijn gelegen in een beschermingsgebied. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat behoudens de wedvluchten met duiven het verzamelen van vogels en het organiseren van evenementen met vogels in het hele land verboden blijft.


 Bouwstenen voor beleid
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
U kunt het bestand hier downloaden.

U heeft Adobe Acrobat Reader nodig om dit bestand te bekijken.
Adobe Acrobat Reader is gratis en bij www.adobe.nl te vinden.

 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
Negatieve resultaten in 2002

ABAB heeft becijferd dat de financiele resultaten van de gespecialiseerde leghennen-, vleeskuiken- en vermeerderingsbedrijven in 2002 negatief uitvielen. In al deze sectoren eindigden de bedrijven gemiddeld in het rood. Voor de leghennen waren de verliezen het grootst en dat voor het tweede opeenvolgende jaar.

Ruien

In de periode na de vogelpest zal het voor leghennen- houders tijdelijk moeilijk zijn om aan jonge hennen te komen. Te overwegen valt het zittend koppel langer aan te houden en eventueel te laten ruien. De tra-

ditionele methode om de kippen te laten ruien bestaat uit het onthouden van voer en water voor enkele dagen in combinatie met het verkorten van de daglengte en het terugbrengen van de hoeveelheid licht. Na de rui komen de kippen weer aan de leg voor ongeveer een halve legperiode.

Fiscus coulant

Pluimveehouders kunnen in het kader van de crisissituatie als gevolg van de Klassieke Vogelpest, gebruik maken van een aantal fiscale tegemoet- komingen. Deze tegemoetkomingen zijn vooral bedoeld voor ondernemers die direct zijn getroffen door de gevolgen van de klassieke vogelpest.

 Diversen AI berichten
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
Gisteren heeft een werkgroep van Wageningen UR een rapport gepresenteerd over pluimveehouderij en besmettelijke dierziekten onder de titel 'Bouwstenen voor beleid'. NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel spreekt in een eerste reactie van een waardevol rapport dat een positieve bijdrage kan leveren voor een discussie over de toekomst van de pluimveehouderij. Terughoudender reageert hij op de suggestie van een particuliere verzekering tegen dierziekten omdat de bestrijding van besmettelijke ziektes wordt aangepakt op basis van overwegend Brusselse overheidsregels.

LNV spant zich om de Europese Commissie te bewegen export vanuit de compartimenten C, D en H op korte termijn weer toe te staan. Tegelijkertijd zal dan ook de import weer mogelijk worden. Waarschijnlijk zal het Permanent Comite voor de Voedselketen en de Diergezondheid daarover op 13 juni een beslissing nemen. Het PPE zegt echter niet te verwachten dat de export al voor 1 juli zal worden toegestaan.

LNV heeft laten weten van plan te zijn om vanaf 24 juni a.s. toe te staan dat eendagskuikens uit compartiment E mogen worden geplaatst op bedrijven in andere compartimenten. Een garantie daarvoor kan echter niet worden gegeven omdat een en ander ook verband houdt met de voorwaarden die de Europese Commissie op 13 juni zal stellen.

Minder positieve geluiden zijn er over het verkleinen van de toezichtsgebieden en voor het wijzigen van de regelgeving voor bepaalde gebieden. Vooral voor het westelijk deel van G, waarbij het toezichtsgebied zich meer dan 20 km uitstrekt vanaf het dichtsbijzijnde besmette bedrijf, en het gebied in compartiment A buiten het toezichtsgebied Gelderse Vallei-Beneden Leeuwen. LNV wil de huidige regels voor die gebieden vooralsnog niet wijzigen. Vandaag zal het bedrijfsleven die problematiek opnieuw bij LNV aankaarten in het dan te houden basisoverleg en/of in een gesprek met directeur-generaal Bergkamp over de herbevolking.


 Bouwstenen voor beleid
Vrijdag, 6 juni 2003 door Henk Coolen
Onder deze titel heeft een werkgroep van Wageningen UR een inventarisatie gepubliceerd over de pluimveehouderij en besmettelijke dierziekten. Het volledige rapport is bijgevoegd. In een eerste reactie spreekt NOP-voorzitter Wolleswinkel over een waardevol rapport dat een positieve bijdrage kan leveren voor een discussie over de toekomst van de pluimveehouderij. Enigszins terughoudend wordt reageert op de suggestie van een particuliere verzekering, omdat de bestrijding van een besmettelijke ziekte wordt aangepakt op basis van – overwegend Brusselse - overheidsregels. Bovendien kan wetgeving tussentijds leiden tot veranderingen.

Diversen AI

Mest

LNV heeft medegedeeld dat de afvoer van mest van besmette bedrijven wellicht wat langer gaat duren dan de aangekondigde 2 weken. Dit omdat op de bedrijven meer mest wordt aangetroffen dan ingeschat. Er vindt nog nader overleg plaats hoe pluimveedrijfmest wordt afgevoerd van besmette bedrijven. Eind deze week zal hierover helderheid zijn. Het betreft slechts enkele bedrijven die drijfmest hebben. Er is enige ongerustheid onder veehouders ontstaan in hoeverre dit tot vertraging van de totale vrijgave kan leiden. Hierover kan gemeld worden dat overheid en bedrijfsleven zijn overeengekomen dat de mest van besmette bedrijven zo spoedig mogelijk wordt afgevoerd. Door de grote hoeveelheid droge mest zal het vervoeren van deze mest een grotere aanslag op de tijdsfactor zijn, dan de afvoer van pluimveedrijfmest.



Versoepelingen

Mogelijk zal LNV vrijdag nieuwe versoepelingen afkondigen. Deze hebben betrekking op het overplaatsen van opfokpluimvee binnen de toezichtsgebieden en op het vervoeren en inleggen van broedeieren afkomstig van bedrijven binnen de toezichtsgebieden. Deze versoepelingen houden in:



vervoer opfokhennen

De mogelijkheden van verplaatsing zijn beperkt. Binnen de toezichtsgebieden wordt deze alleen toegestaan op 12, 13 en 14 juni volgens hetzelfde protocol in de periode van 15 t/m 28 mei. Overplaatsing zal alleen mogelijk zijn als de overplaatsing wordt uitgevoerd binnen één en hetzelfde toezichtsgebied en binnen één compartiment. Omdat er dan slechts weinig mogelijkheden zullen zijn voor overplaatsing heeft LNV erin toegestemd dat binnen het toezichtsgebied Gelderse Vallei-Beneden Leeuwen ook mag worden overgeplaatst van compartiment E naar compartiment B. Binnen het toezichtsgebied Nederweert (Nederweert Noord en Nederweert Zuid worden gezamenlijk als één toezichtsgebied beschouwd) zal het overplaatsen van compartiment G naar compartiment E ook worden toegestaan. Aanvoer van dieren op preventief geruimde bedrijven is nog niet toegestaan.

Het overplaatsen van opfokpluimvee van compartiment D naar compartiment C zal pas mogelijk worden nadat duidelijk is dat bij de overplaatsingen in de periode 15 t/m 28 mei geen virus is versleept. Hiertoe wordt momenteel een monitoring uitgevoerd door het PPE en GD.



vervoer en inleg broedeieren

Het vervoeren en inleggen van broedeieren van vermeerderingsbedrijven in de toezichtsgebieden in compartiment E zal worden toegestaan naar enkele aangewezen broederijen die in het vrije deel van compartiment E liggen. Het betreft de broederijen Van de Broek-Afferden, Kuipers-Oeffelt, Janssen Hatchery Service-Elzendorp en Van Erp/Butijn-St.Oedenrode. Het vervoer van de broedeieren zal volgens een protocol moeten plaatsvinden. De aangewezen broederijen mogen naast de eieren uit het toezichtsgebied binnen compartiment E ook eieren broeden uit het vrije deel van compartiment E. De inleg van broedeieren zal op eigen risico plaatsvinden. LNV wil op dit moment geen enkele garantie geven dat over drie weken de kuikens die geboren worden in compartiment E, buiten E geplaatst mogen worden.

De afvoer van broedeieren uit een beschermingsgebied naar andere dan de thans aangewezen eiproductenbedrijven is vooralsnog niet aan de orde.



Met vriendelijke groet,
Alex Spieker

 laatste nieuws
Donderdag, 5 juni 2003 door Henk Coolen
Vandaag zijn de voorbereidingen begonnen voor het overplaatsen van opfokpluimvee in de toezichtsgebieden, dat van 12 t/m 15 juni mogelijk zal worden. Aan de betrokken kuikenbroeders, integraties en opfokkers is gevraagd op te geven welke koppels overgeplaatst zullen worden op. Wij wijzen erop dat er slechts drie dagen zijn waarop de overplaatsing kan worden uitgevoerd. Dat geeft nauwelijks mogelijkheden om de planning die gemaakt zal worden, nadien nog te wijzigen en verzoeken daarom om bij de opgave zeer zorgvuldug te werk te gaan.

Ook is het Productschap begonnen met het opstellen van de rapportage over het overplaatsen van opfokpluimvee in de compartimenten C, D, H en F.

Uit de contacten die er vandaag met LNV zijn geweest is duidelijk geworden dat LNV zich inspant om bij de Europese Commissie instemming te krijgen dat de export uit de compartimenten C, D en H op korte termijn weer mogelijk wordt. Tegelijkertijd zal de import dan ook weer mogelijk worden. Waarschijnlijk zal het Permanent Comitê voor de Voedselketen en de Diergezondheid daarover op 13 juni een beslissing nemen. Wij verwachten echter niet dat de export al voor 1 juli zal worden toegestaan.

LNV heeft voorts laten weten het plan te hebben om vanaf 24 juni a.s. toe te staan dat eendagskuikens uit compartiment E mogen worden geplaatst op bedrijven in andere compartimenten. Een garantie daarvoor kan echter niet worden gegeven omdat één en ander ook verband houdt met de voorwaarden die de Europese Commissie op 13 juni zal stellen.

Minder positieve geluiden hebben wij ontvangen over het verkleinen van de toezichtsgebieden, c.q. voor het wijzigen van de regelgeving voor bepaalde gebieden. Vooral voor het westelijk deel van G, waarbij het toezichtsgebied zich meer dan 20 km uitstrekt vanaf het dichtsbijzijnde besmette bedrijf, en het gebied in compartiment A buiten het toezichtsgebied Gelderse Vallei-Beneden Leeuwen. LNV heeft echter laten weten dat de huidige regels voor die gebieden vooralsnog niet zullen worden gewijzigd.
Morgen zal het bedrijfsleven die problematiek opnieuw bij LNV aankaarten in het dan te houden basisoverleg en/of in een gesprek met directeur-generaal Bergkamp over de herbevolking.

Zoals ik gisteren al heb meegedeeld zal de voorbespreking voor het basisoverleg om 13.30 uur bij de PVE in Zoetermeer worden gehouden.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 Donderdag 5 juni, 9.00 uur
Donderdag, 5 juni 2003 door Henk Coolen
Morgen (vrijdag) zal LNV weer een aantal versoepelingen publiceren. Deze hebben betrekking op het overplaatsen van opfokpluimvee binnen de toezichtsgebieden en op het vervoeren en inleggen van broedeieren afkomstig van bedrijven binnen de toezichtsgebieden. Aan beide versoepelingen zitten echter veel 'mitsen en maren'.

OPFOKPLUIMVEE - Voor zover bekend bij het PPE zal het overplaatsen van opfokpluimvee binnen de toezichtsgebieden alleen worden toegestaan op 12, 13 en 14 juni. Hierbij geldt hetzelfde protocol dat ook van toepassing was bij het overplaatsen in de periode van 15 t/m 28 mei. Overplaatsing zal alleen mogelijk zijn als de overplaatsing wordt uitgevoerd binnen hetzelfde toezichtsgebied en binnen een compartiment.

Omdat er dan slechts weinig mogelijkheden zullen zijn voor overplaatsing, heeft LNV erin toegestemd dat binnen het toezichtsgebied Gelderse Vallei-Beneden Leeuwen ook mag worden overgeplaatst van compartiment E naar compartiment B. Binnen het toezichtsgebied Nederweert (Nederweert Noord en Nederweert Zuid worden gezamenlijk als een toezichtsgebied beschouwd) zal het overplaatsen van compartiment G naar compartiment E worden toegestaan. Niet toegestaan is het om koppels over te plaatsen naar bedrijven die preventief zijn geruimd (wegens een besmetting in de buurt of wegens het vormen van een buffer). Het Productschap neemt vandaag contact op met de eigenaren van opfokpluimvee om een planning voor de overplaatsing te maken.

BROEDEIEREN - Het vervoeren en inleggen van broedeieren van reproductiebedrijven in de toezichtsgebieden in compartiment E zal worden toegestaan naar enkele aangewezen broederijen die in het vrije deel van compartiment E liggen. Het vervoer van de broedeieren moet volgens een protocol plaatsvinden. De aangewezen broederijen mogen naast de eieren uit het toezichtsgebied binnen compartiment E ook eieren broeden uit het vrije deel van compartiment E. De inleg van broedeieren vindt zoals gebruikelijk op eigen risico plaats. Het PPE meldt dat LNV op dit moment geen garantie wil geven dat over drie weken de kuikens die worden geboren in compartiment E, buiten E mogen worden geplaatst.

Zie voor exacte informatie en regels m.b.t. deze versoepelingen morgen het Dossier Vogelpest de intenetpagina's van het ministerie van LNV.

OVERIGE WETENSWAARDIGHEDEN - Afvoer van broedeieren uit een beschermingsgebied naar andere dan de thans aangewezen eiproductenbedrijven is vooralsnog niet aan de orde.

Het overplaatsen van opfokpluimvee van compartiment D naar compartiment C zal pas mogelijk worden nadat duidelijk is dat bij de overplaatsingen in mei geen virus is versleept.

De pluimveeslachterijen in de beschermingsgebieden zullen pas weer kunnen opstarten nadat het gebied is opgeheven. Dat zal nog enkele maanden duren.

Het afvoeren van de mest van de besmette bedrijven zal zeer waarschijnlijk langer duren dat de eerder ingeschatte twee weken omdat blijkt dat op de bedrijven meer mest aanwezig is dan eerder is ingeschat.

Het rapport van de gezamenlijke LNV/PPE-werkgroep over de herbevolking wordt mogen besproken door directeur-generaal Bergkamp van LNV en een bestuurlijke delegatie van het PPE.

 Chinese wetenschappers vinden bij toeval medicijn voor vogelpest
Donderdag, 5 juni 2003 door Henk Coolen
Een stof die ruim 10 jaar geleden werd ontwikkeld om plantengroei te stimuleren, blijkt volgens Chinese wetenschappers een effectief medicijn bij klassieke vogelpest. Chinese boeren bleken in 2002 het middel succesvol te gebruiken om hun met vogelpest besmette pluivee te behandelen. Vervolgens werd het middel wetenschappelijk onderzocht door het Guangdong Foshan Science and Technology College.
Het middel dat is gebaseerd op fermentatie van enkele locale plantensoorten werd ontwikkeld door het Yunnan Provincial Ecology Agriculture Institute. Hier werd het ingezet voor een bijzondere biologische genentechniek waarmee de fotosynthese en stofwisseling van verschillende planten wordt verbeterd. Vervolgens vond het middel een toepassing bij de behandeling van verschillende ziekten in onder meer fruit, aardappelen en katoen.

Het onderzoek naar het effect op vogelpest werd uitgevoerd met enkele honderden kuikens in een leeftijd van 18 tot 25 dagen. Deze werden in 8 verschillende groepen verdeeld en via injectie of via een oogdruppelmethode met het virus besmet. Wanneer de dieren behandeld werden met een dosering van 0,2 miligram op 4 mililiter van het middel bleken alle geïnfecteerde dieren de ziekte te overleven.

 Vogelpest: plan opgesteld voor herbevolking stallen
Donderdag, 5 juni 2003 door Henk Coolen
Het ministerie van LNV heeft in samenwerking met de pluimveesector een plan opgesteld voor de herbevolking van de pluimveebedrijven die in verband met vogelpest zijn geruimd. De herbevolking zal onder strikte voorwaarden en gefaseerd plaatsvinden. Voor het bedrijfsleven is dit een uitgelezen mogelijkheid om met kwalitatief goed materiaal op te starten. Dat schrijft minister Veerman van LNV in een brief aan de Tweede Kamer.
De herbevolking kan pas plaatsvinden nadat:

het voer en de mest van de besmette bedrijven zijn verwijderd en
alle geruimde bedrijven gereinigd en ontsmet zijn en
bij wijze van proef op de besmette bedrijven die een doorstart willen maken, zogenaamde sentinel-dieren zijn gehouden. Dit zijn verklikkerdieren die daadwerkelijk aantonen of een stal al dan niet virusvrij is. De sentinel-dieren (circa 1% van de normale stalpopulatie) worden gemonitord en na drie weken onderzocht op de aanwezigheid van het virus en antistoffen.
Over de wijze waarop de herbevolking zal plaatsvinden is overeenstemming met de Europese Commissie. In Belgie en Duitsland vindt de herbevolking op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden plaats.

Het zal nog geruime tijd duren voordat het pluimvee-bedrijfsleven op enigszins normale wijze haar bedrijfsvoering kan uitvoeren, aldus Veerman.

 385 aanvraagformulieren noodfonds vogelpest verstuurd
Donderdag, 5 juni 2003 door Henk Coolen
De Stichting Fonds MKZ-AI heeft sinds 15 mei 385 aanvraagformulieren verstuurd. Hiervan zijn er 11 geretourneerd waarvan 7 voldeden aan de administratieve vereisten en in behandeling konden worden genomen. Dat schrijft minister Veerman van LNV aan de Tweede Kamer.
Hoe groot de groep zal zijn voor wie het faillissement zal dreigen is volgens Veerman moeilijk te voorspellen: de omvang is afhankelijk van de financiële weerstand van de bedrijven, de schade per dag en de lengte van de periode gedurende welke de bedrijfsvoering is verstoord.

De aanvraagmogelijkheid staat tot 31 december 2003 open voor zowel geruimde als niet-geruimde pluimveebedrijven (bijvoorbeeld vermeerderingsbedrijven) en ook voor niet-pluimveebedrijven. Door de rijksoverheid is een eerste storting van € 3 miljoen in het fonds gedaan.


 Mulder (VVD) pleit voor Europees fonds dierziekten
Donderdag, 5 juni 2003 door Henk Coolen
Er moet een EU-verzekeringsfonds voor dierziekten komen om te voorkomen dat Europa niet meer kan bijspringen in landbouwcrises zoals bijvoorbeeld uitbraken van mond- en klauwzeer en varkenspest. Daarvoor pleit VVD-europarlementariër Mulder.
Per geslacht dier dient een veehouder een vaste bijdrage te betalen in alle EU-lidstaten. Daarmee zou er ook sprake zijn van eerlijke concurrentie in heel Europa. Mulder vreest dat de aanstaande hervorming van het Europese landbouwbeleid zorgt voor lagere reserves op de begroting.

De Europese Commissie draagt als dagelijks bestuur van de EU nu vaak 30 tot 50 procent bij van de ruimingskosten na grote uitbraken van ziekten als vogel- of varkenpest. De EU is daartoe ook verplicht. Als de reserves echter dalen, zou de compensatie van getroffen veehouders volgens Mulder wel eens ten koste kunnen gaan van andere landbouwsectoren, zoals de graanteelt. Via een EU-verzekeringfonds hoopt hij dat te voorkomen.

Het resterende deel van de ruimingskosten komt voor rekening van de EU-lidstaten zelf. Nederland, België en Duitsland vragen daarvoor nu ook al een bijdrage per slachtrijp dier. Spanje wil daartoe overgaan. De andere lidstaten betalen die bijdrage uit hun nationale begroting. Mulder ziet het liefst dat alle lidstaten ook voor die nationale bijdrage een fonds oprichten.

De VVD-europarlementariër wil zijn plan volgend jaar doorvoeren, als hij als rapporteur mede de verantwoordelijkheid krijgt voor de EU-landbouwbegroting.


 België: bloedonderzoek naar vogelpest bij hobbypluimvee
Donderdag, 5 juni 2003 door Henk Coolen
Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) in België zal binnenkort, zowel in de provincie Limburg als in de provincie Antwerpen, steekproefsgewijs bloedonderzoek uitvoeren op pluimvee aanwezig bij een aantal particulieren die zich bevinden in de vroegere beschermingsgebieden. Hiermee wil men de waarschijnlijkheid van circulatie van het vogelpestvirus uitsluiten voordat begonnen wordt aan de herbevolking van professionele bedrijven.
De beschermingsgebieden zijn de gebieden met een straal van ongeveer 3 km rond een (vroegere) vogelpesthaard. Binnen deze straal werden alle pluimveebedrijven geruimd. Bij de particulieren werd binnen een straal van 1 km eveneens het pluimvee geruimd. Dit heeft tot gevolg dat er zich in de zones tussen de 1 km en de 3km rond de haarden enkel nog pluimvee bevindt bij particulieren.

Van de in het totaal 2.063 geregistreerde particulieren in de provincies Limburg en Antwerpen werd een statistisch verantwoorde selectie gemaakt. Dit resulteerde in een 300-tal hobby-pluimveehouders. Deze personen zullen een brief krijgen met een uitvoerige uitleg van het hoe en waarom van deze actie.


 Laatste nieuws 19:00 uur
Woensdag, 4 juni 2003 door Henk Coolen
In de periode van 15 t/m 28 mei was het mogelijk om in de compartimenten C,D, H en F koppels opfokpluimvee over te plaatsen.
Volgens het protocol dat op die overplaatsingen van toepassing was, moeten de overgeplaatste koppels tussen 9 en 12 dagen na de overplaatsing klinisch geïnspecteerd worden door een dierenarts en moeten van het koppel 60 bloedmonsters per hok worden genomen. De bloedmonsters moeten op AI worden onderzocht door de GD.
Het Productschap moet een rapportage uitbrengen van het verloop van de overplaatsingen en daarbij de opgemaakte gezondheidsverklaringen van de klinische inspecties overleggen alsmede een overzicht van alle uitslagen van het bloedonderzoek.
Op basis van dat rapport zal LNV beslissen of er verdere versoepelingen kunnen worden doorgevoerd in de regelgeving.
Wij doen met het oog hierop een dringend beroep op alle betrokkenen om ervoor te zorgen dat de klinische inspecties en het voorgeschreven bloedonjderzoek tijdig worden uitgevoerd. De gezondheidsverklaringen dienen aan het Productschap te worden gezonden en de GD zal zorgen voor doorgave van de uitslagen van het bloedonderzoek.

Vrijdag zal LNV een nieuw pakket(je) versoepelingen publiceren. De versoepelingen hebben betrekking op het overplaatsen van opfokpluimvee binnen de toezichtsgebieden en op het vervoeren en inleggen van broedeieren afkomstig van bedrijven binnen de toezichtsgebieden. Aan beide versoepelingen zitten echter vele "mitsen" en "maren" vast.

Voor zover wij nu weten zal het overplaatsen van opfokpluimvee binnen de toezichtsgebieden alleen worden toegestaan op 12, 13 en 14 juni volgens hetzelfde protocol dat ook van toepassing was bij het overplaatsen van pluimvee in de periode van 15 t/m 28 mei. Overplaatsing zal alleen mogelijk zijn als de overplaatsing wordt uitgevoerd binnen één en hetzelfde toezichtsgebied en binnen één compartiment. Omdat er dan slechts weinig mogelijkheden zullen zijn voor overplaatsing heeft LNV erin toegestemd dat binnen het toezichtsgebied Gelderse Vallei-Beneden Leeuwen ook mag worden overgeplaatst van compartiment E naar compartiment B. Binnen het toezichtsgebied Nederweert (Nederweert Noord en Nederweert Zuid worden gezamenlijk als één toezichtsgebied beschouwd) zal het overplaatsen van compartiment G naar compartiment E ook worden toegestaan.
Bovendien zal het niet zijn toegestaan om koppels over te plaatsen naar bedrijven die preventief zijn geruimd (wegens een besmetting in de buurt of wegens het vormen van een buffer).
Het Productschap zal morgen contact opnemen met de eigenaren van opfokpluimvee om een planning voor de overplaatsing te maken.

Het vervoeren en inleggen van broedeieren van reproductiebedrijven in de toezichtsgebieden in compartiment E zal worden toegestaan naar enkele aangewezen broederijen die in het vrije deel van compartiment E liggen. Het betreft de broederijen Van de Broek-Afferden, Kuipers-Oeffelt, Janssen Hatchery Service-Elzendorp en Van Erp/Butijn-St.Oedenrode. Het vervoer van de broedeieren zal volgens een protocol moeten plaatsvinden.
De aangewezen broederijen mogen naast de eieren uit het toezichtsgebied binnen compartiment E ook eieren broeden uit het vrije deel van compartiment E. De inleg van broedeieren zal op eigen risico plaatsvinden.
Wij vestigen er daarbij de aandacht op dat LNV op dit moment geen enkele garantie kan en wil geven dat over drie weken de kuikens die geboren worden in compartiment E, buiten E geplaatst mogen worden.

In het overleg met LNV zijn nog enkele andere punten aan de orde geweest.

Op een kalkoenbedrijf in Speuld zitten slachtrijpe dieren die geslacht kunnen worden met rondmerk. Markttechnisch is daar geen belangstelling voor, maar het ministerie van LNV ziet dat als een probleem voor het bedrijfsleven. Minister Veerman heeft dat ook zo in zijn brief van 3 juni aan de Tweede Kamer meegedeeld.

LNV bestudeert de mogelijkheden om iets te doen aan de status van het gebied in compartiment A ten westen van het toezichtsgebied en aan het gebied in het westen van compartiment G. Na Pinksteren zal daar meer duidelijkheid over komen.

Afvoer van broedeieren uit een beschermingsgebied naar andere dan de thans aangewezen eiproductenbedrijven is vooralsnog niet aan de orde.

De serologisch positieve pluimveebedrijven in Dinteloord en Steenbergen worden behandeld als besmette bedrijven. Dat betekent dat de mest van de bedrijven zal worden opgehaald en dat op de bedrijven verklikkerdieren zullen worden geplaatst.

Het overplaatsen van opfokpluimvee van compartiment D naar compartiment C zal pas mogelijk worden nadat duidelijk is dat bij de overplaatsingen in mei geen virus is versleept.

De pluimveeslachterijen in de beschermingsgebieden zullen pas weer kunnen opstarten nadat het gebied is opgeheven. Dat zal nog enkele maanden duren.

Het afvoeren van de mest van de besmette bedrijven zal zeer waarschijnlijk langer duren dat de eerder ingeschatte twee weken omdat blijkt dat op de bedrijven meer mest aanwezig is dan eerder is ingeschat.

Aan de RVV zijn enkele wijzigingen van protocollen voorgelegd en die wijzigingen zijn door de RVV inmiddels geaccepteerd.
Op grond van die wijzigingen wordt het mogelijk dat pallets die bij de eiproductenbedrijven staan en niet mogen worden afgevoerd na een stoombehandeling in een hotroom wel mogen worden afgevoerd.
Bovendien zal toegestaan worden dat broedeieren die bij een broederij op voorraad staan worden afgevoerd naar een eiproductenbedrijf dat eiproduct voor de humane consumptie produceert. Tot dusver mochten die broedeieren alleen tot technisch eiproduct worden verwerkt.

Het rapport van de gezamenlijke LNV/PPE-werkgroep over de herbevolking zal vrijdag aanstaande worden besproken door directeur-generaal Bergkamp van LNV en een bestuurlijke delegatie van het PPE.
Vrijdagmiddag is er vervolgens weer een basisoverleg. Het gebruikelijke vooroverleg begint om 13.30 uur bij de PVE in Zoetermeer.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 Vogelpest: compromis over eigen bijdrage mestafvoer
Woensdag, 4 juni 2003 door Henk Coolen
Het ministerie van LNV heeft met de pluimveehouders een compromis bereikt over de eigen bijdrage voor de afvoer van pluimveemest van 250 met vogelpest besmette bedrijven. De pluimveehouders betalen €19,50 voor de afvoer van droge mest en €15 voor de afvoer van drijfmest.

 Geen subsidie meer voor energie uit diermeel vanaf 2004
Woensdag, 4 juni 2003 door Henk Coolen
Op aanvragen in 2004 en 2005 voor het gebruik van diermeel binnen de categorie grootschalige inzet van zuivere biomassa in kolen- of gasgestookte installaties zal geen subsidie meer verleend worden. Dat schrijf minister Brinkhorst van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer.
De minister had de kamer in december 2002 tijdens overleg over de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (wetsvoorstel MEP) toegezegd onderzoek te zullen doen naar de mogelijkheden voor differentiatie van biomassa binnen de categorie 'grootschalige inzet van zuivere biomassa in kolen- of gasgestookte installaties'.

Uitgangspunt van het wetsvoorstel MEP is het vergoeden van de
onrendabele top (het verschil tussen de kostprijs van groen stroom en die van grijze stroom) bij de productie van elektriciteit. NOVEM en KEMA hebben de onrendabele top van de verschillende biomassastromen nader onderzocht om zo een afgewogen oordeel te kunnen geven over de verhouding tussen de meerkosten en de hoogte van de subsidie.

NOVEM en KEMA komen in hun onderzoek tot de conclusie dat bij diermeel de onrendabele top substantieel lager is dan de onrendabele top die basis vormt voor de hoogte van de MEP-subsidie van 4,8 €ct/kWh. Bij diermeel is de onrendabele top niet hoger dan het verlaagde REB-tarief voor groene stroom.

Voor wat betreft vetten (hoofdzakelijk afvalproducten afkomstig uit de voedingsmiddelen en genotindustrie) bestaat een minder eenduidig beeld: ook hier laat 2002 een substantieel lagere onrendabele top zien dan de MEP subsidie, maar begin 2003 zijn de prijzen van vetten sterk gestegen,
waardoor het subsidiebedrag van 4,8 €ct/kWh op dit moment wel overeenkomt met de onrendabele top.

Op basis van het gedane onderzoek stelt Brinkhorst voor om over te gaan tot een beperkte differentiatie binnen de categorie 'grootschalige inzet van zuivere biomassa in kolen- of gasgestookte installaties'. Deze differentiatie houdt in dat diermeel niet meer voor subsidie in aanmerking komt voor aanvragen vanaf 1 januari 2004.


 Duitsland: meeste vogelpestmaatregelen opgeheven
Woensdag, 4 juni 2003 door Henk Coolen
In de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen zijn op 3 juni de meeste handelsbeperkingen voor pluimvee opgeheven. Vanuit bedrijven in de gebieden aan de linkerkant van de Rijn mogen met goedkeuring van de autoriteiten ook slachtpluimvee, eendagskuikens, jonge hennen en opfokpluimvee vervoerd worden, wanneer op de ontvangende bedrijven reeds pluimvee wordt gehouden. In de gebieden aan de rechterkant van Rijn zijn de handelsbeperkingen al sinds de vorige week opgeheven

 Laatste AI Nieuws
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Misschien dat het aan het drukkende weer lag, maar mijn collega's en ik zijn vandaag "plat gebeld" met allerhande vragen. Meestal betrof het vragen over het tijdstip waarop verdere versoepelingen van de regelgeving in zullen gaan, wanneer export weer mogelijk zal zijn, wanneer broedeieren uit de toezichtsgebieden mogen worden ingelegd, etc. Goede antwoorden zijn daarop nog niet te geven. Onderstaand maken wij wel een inschatting van de ontwikkelingen, maar met klem wijzen wij erop dat het om inschattingen gaat en niet om toezeggingen van de overheid. Bovendien kan één onverhoopte nieuwe uitbraak alle verwachtingen in één klap teniet doen.

Het Productschap moet op 12 of 13 juni bij LNV een rapport in dienen over het overplaatsen van opfokpluimvee in de afgelopen paar weken. Indien uit dat rapport blijkt dat er geen AI-virus is versleept en zodra de mest van de besmette bedrijven is afgevoerd, mag verwacht worden dat het pakket maatregelen zodanig zal worden aangepast dat alleen nog de EU-verplichtingen en de compartimenteringsregeling zullen worden gehandhaafd. Ingeschat wordt dat de regelgeving daarvoor in week 25 zal worden gepubliceerd. Wij verwachten ook dat de EU de export van buiten de toezichtsgebieden vanaf de eerste of tweede week van juli zal worden toegestaan. Tegelijk met het toestaan van de export zal dan ook het importeren van pluimvee en broedeieren weer worden toegestaan.

Vanmiddag om 12 uur is een aantal versoepelingen van de regelgeving van kracht geworden.

In de gewijzigde regelgeving zijn de grenzen tussen de compartimenten C, D en H semi-permeabel geworden. Voorts is het nu mogelijk dat in de compartimenten C, D en H eendagskuikens worden afgeleverd op bedrijven/in stallen waar AI-gevoelige dieren worden gehouden. Ook is het in C, D en H toegestaan dat bij het vervoer van consumptie-eieren naar het pakstation op één rit meerdere legbedrijven worden aangedaan.
Bij de aflevering van vleeskuikens van bedrijven in C, D en H is de bepaling dat binnen 72 uur alle vleeskuikens moeten worden afgevoerd komen te vervallen. Dat betekent dat in die compartimenten het uitladen weer is toegestaan. Ook is het in C, D en H niet meer nodig dat voor het afleveren van vleeskuikens een gezondheidsverklaring wordt opgemaakt.
In compartiment E mogen de broedeieren weer worden vervoerd en worden ingelegd. In compartiment E is het vervoer van consumptie-eieren nog wel verplicht 'rechtstreeks vervoer van legbedrijf naar pakstation (n op één transport)
Het volgende pakket versoepelingen zal naar verwachting komendee vrijdag worden gepubliceerd. Wij zullen proberen morgen een overzicht te geven van de inhoud van dat pakket.

Bij Hencu zijn vandaag de eerste vleeskuikens uit de toezichtsgebieden geslacht. In verband met de prijs die Hencu betaalt, is de animo om vleeskuikens voor de slacht aan te bieden niet groot. Hencu heeft vandag overleg gevoerd met de betreffende vleeskuikenhouders.

Naast de AI-problemen heeft de sector ook nog steeds te maken met salmonella-besmettingen. Gisteren is een koppel van 5500 grootouderdieren van 48 weken oud besmet verklaard. Het betreffende koppel zit op een bedrijf in een toezichtsgebied en zal donderdag op het bedrijf worden gedood en worden afgevoerd naar de destructor.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 Veerman versoepelt regime Vogelpest
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
3 juni 2003 - Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij versoepelt het Vogelpestregime. De versoepelingen gelden vanaf dinsdag 3 juni om 12.00 uur. Veerman vindt versoepelingen verantwoord nu er al enige tijd geen nieuwe uitbraken van Vogelpest zijn vastgesteld. De versoepelingen gelden voor de compartimenten C, D, E, F en H.
Voor compartiment E vervalt de ophokplicht en mogen evenementen, tentoonstellingen, keuringen of andere evenementen voor één- en evenhoevigen, weer worden georganiseerd. Eén- en evenhoevigen zoals paarden, schapen, varkens en koeien, afkomstig van compartiment E mogen dus weer deelnemen aan evenementen zowel in compartiment E als in andere compartimenten.
Verder is het vanaf dinsdag 3 juni toegestaan éénhoevigen, die afkomstig zijn van een bedrijf waar bedrijfsmatig Vogelpestgevoelige dieren worden gehouden, te verplaatsen zonder vervoermiddel. Zo is het dus weer mogelijk om te paardrijden. Ook mogen broedeieren onder voorwaarden rechtstreeks worden vervoerd naar een broederij in compartiment E. Bovendien is het toegestaan om onder voorwaarden mest van Vogelpestgevoelige dieren te gebruiken. Gebruikt strooisel en mest mogen worden vervoerd naar een plaats waar het wordt verwerkt tot een AI-vrij product. Al deze versoepelingen gelden niet voor de vervoersbeperkingsgebieden in compartiment E, de zogenoemde 10 km-zone.

Voor de compartimenten C, D, F en H is het onder voorwaarden toegestaan Vogelpestgevoelige dieren rechtstreeks te vervoeren van een broederij naar een bedrijf waar Vogelpestgevoelige dieren worden gehouden. Voor het vervoer van industrie-eieren, consumptie-eieren, melk, diervoeder, mest en gebruikt strooisel gelden in de compartimenten C, D, F en H geen beperkingen meer. De reinigings- en ontsmettingseisen en verpakkingseisen blijven van kracht.

 Toelichting voor de Staatscourant
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Wijziging regelingen
dd. 03-06-2003 12:00 uur

Nu er al enige tijd geen nieuwe uitbraken van Aviaire Influenza (verder: AI) zijn geconstateerd, wordt het veterinair verantwoord geacht de maatregelen die zijn getroffen ter bestrijding van AI te wijzigen. Gelet daarop worden de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I, de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003 en de Regeling compartimentering AI-gevoelige dieren 2003 aangepast. De wijzigingen in de verschillende regelingen worden hieronder nader toegelicht.

Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I
De wijzigingen in de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I zien op de compartimenten C, D, E, F en H. De compartimenten C, D, F en H komen onder een zelfde regime te vallen. In het compartiment E, dat deels bestaat uit een vervoersbeperkingsgebied, blijft een afzonderlijk regime gelden. Ten algemene zij vermeld dat de verpakkingseisen voor vervoer van industrie-, broed- en consumptie-eieren en de reinigings- en ontsmettingsvoorschriften in de compartimenten C, D, E, F en H onverkort van toepassing blijven. De wijze van reiniging en ontsmetting is opgenomen in een door de directeur van de RVV goedgekeurd protocol.

Compartimenten C, D, F en H
Ten aanzien van de compartimenten C, D, F en H worden de volgende wijzigingen doorgevoerd. Ten eerste zijn een aantal voorwaarden vervallen waaraan het rechtstreekse vervoer naar de slacht van AI- gevoelige dieren moest voldoen (all in-all out principe en gezondheidsverklaring). Vervolgens wordt het onder woorwaarden mogelijk AI-gevoelige dieren rechtstreeks te vervoeren van een broederij naar een bedrijf waar bedrijfsmatig AI-gevoelige dieren worden gehouden. Ten aanzien van vervoer van industrie-eieren, consumptie-eieren, melk, diervoeders en mest en gebruikt strooisel gelden in de compartimenten C, D, F en H niet langer beperkingen, met dien verstande dat de bovengenoemde reinigings- en ontsmettingseisen en voor zover van toepassing, de verpakkingseisen, van kracht blijven.

Compartiment E
In compartiment E wordt, voor zover het niet betreft de vervoersbeperkingsgebieden bedoeld in de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003, het volgende toegestaan. Ten eerste vervalt de ophokplicht. Ten tweede wordt onder voorwaarden het rechtstreekse vervoer van broedeieren naar een broederij toegestaan. De inleg van deze eieren geschiedt op eigen risico van de betreffende ondernemer. Ten aanzien van mest is het toegestaan om onder voorwaarden mest van AI-gevoelige dieren aan te wenden en gebruikt strooisel en mest van AI-gevoelige dieren te vervoeren naar een locatie waar de mest wordt verwerkt tot AI-vrij product. Ook wordt het toegestaan monsters te vervoeren als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen Meststoffenwet, naar laboratoria ten behoeve van analyse als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van eerdergenoemde regeling. Het wordt voorts in compartiment E toegestaan éénhoevigen, die afkomstig zijn van een bedrijf waar bedrijfsmatig AI-gevoelige dieren worden gehouden, te verplaatsen zonder vervoermiddel. Tevens wordt het verbod opgeheven om met één- en evenhoevigen die afkomstig zijn uit compartiment E deel te nemen aan evenementen. Ten slotte wordt het verbod op het organiseren van evenementen voor één- en evenhoevigen in compartiment E opgeheven.

Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003
De wijziging van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003 houdt in dat in de toezichtsgebieden met uitzondering van de beschermingsgebieden, het organiseren van en het deelnemen aan markten, verkopingen, veilingen, tentoonstellingen, keuringen en andere evenementen voor één- en evenhoevigen wordt toegestaan. Het vervoer van éénhoevigen wordt in de toezichtsgebieden met uitzondering van de beschermingsgebieden ten algemene toegestaan.

Regeling compartimentering AI-gevoelige dieren 2003
De wijziging van de Regeling compartimentering AI-gevoelige dieren 2003 behelst de opheffing van de zogenaamde harde grenzen tussen compartiment C en D, en H. Voor compartiment H betekent dit dat het is toegestaan dieren of producten die op basis van de Tijdelijke regeling vervoers- en exportverbod pluimvee 2003 I binnen compartiment H mogen worden vervoerd, met een vervoerseenheid of container die is voorzien van een sticker voor dit compartimenten H, te vervoeren van compartiment H naar de compartimenten C of D. Voor de compartimenten C en D geldt een zelfde regime.
Door het opheffen van de bovengenoemde harde grenzen, zijn enkele corridors vervallen, ten gevolge waarvan een aantal uitzonderingen op het verbod om compartimentsgrenzen te overschrijden, zijn komen te vervallen.

 Dinsdag 3 juni, 9.00 uur
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Vandaag rond 12.00 uur zal een nieuw pakket versoepelingen van kracht worden. Dat heeft LNV gisteren laten weten. Zie voor exacte tijdstip en informatie in de loop van deze morgen het Dossier Vogelpest de intenetpagina's van het ministerie van LNV.

Daarbij zal de grens tussen compartiment D en H 'semi-permeabel' worden voor broedeieren, eendags- kuikens, slachtpluimvee en consumptie-eieren. De grens tussen de compartimenet C en D was voor die zaken al 'semi-permeable'. Dit betekent dat broedeieren, eendagskuikens, slachtpluimvee en consumptie-eieren van bijvoorbeeld compartiment C via D naar H mogen worden vervoerd of omgekeerd. Indien met een auto voor het ophalen van broedeieren, slachtpluimvee of consumptie-eieren of voor het afleveren van eendagskuikens een bedrijf met AI-gevoelige dieren wordt bezocht, is dat alleen toegestaan indien de betrokken auto een sticker heeft van het compartiment waarin dat bedrijf ligt.

In het vrije deel van compartiment E zal het vervoer van broedeieren naar een broederij in het vrije deel van E worden toegestaan. Die broederijen mogen de broedeieren op eigen risico inleggen.

In het vrije deel van compartiment E vervalt de ophokplicht.

Verder worden de regels met betrekking tot mest versoepeld, is buiten de beschermingsgebieden de aanvoer van een- en evenhoevigen naar bedrijven met AI-gevoelige dieren weer toegestaan en wordt het evenementen- verbod (met uitzondering van vogeltentoonstellingen) buiten de beschermingsgebieden opgeheven.

Gisteren is begonnen met de mestafvoer van de besmette bedrijven in de Gelderse Vallei. Naar verwachting wordt daar vandaag ook in het zuiden mee begonnen. De inschatting is dat rond 14 juni de mest van de besmette bedrijven weg zal zijn.

Het Permanent Comite voor de Voedelketen en de Diergzondheid (PCDV) heeft in een beschikking regels gesteld over de herbevolking. Op basis van de PCDV-beschikking moeten in elke stal van de besmette bedrijven verklikkerdieren worden geplaatst. Een uitzondering wordt gemaakt voor bedrijven die niet weer willen opstarten. Pas nadat de verklikkerperiode van ten minste drie weken is verstreken, mogen de beschermings- en toezichtsgebieden worden opgeheven.

In Belgie wordt vanaf 13 juni de import en export weer toegestaan, met uitzondering van dieren en producten uit de beschermings- en toezichtsgebieden. Voor Nordrhein-Westfalen zal dat vanaf 24 juni het geval zijn. In zijn eerstvolgende vergadering op 13 juni zal het PCDV over de import- en exportmogelijkheden voor Nederland spreken. Ingeschat wordt dat import en export niet voor 1 juli mogelijk zal zijn.

Het bedrijfsleven heeft bij LNV aandacht gevraagd voor het ontbreken van een vleeskuikenbroederij in compartiment E. Gevraagd is aan te geven op welke termijn broederijen in toezichtsgebieden weer eieren mogen gaan inleggen en op welke termijn de grens tussen de compartimenten E, H en C semi-permeabel zal worden.

Het PPE heeft vernomen dat Hencu in Cuijck vandaag start met het slachten van vleeskuikens uit de toezichtsgebieden.

 Mestafvoer van besmette bedrijven
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Een snelle afvoer van de mest van besmette bedrijven is noodzakelijk om zo spoedig mogelijk te kunnen starten met de herbevolking. De inzet van verklikker- dieren op besmette bedrijven kan volgens het draaiboek pas plaatsvinden nadat de mest van het bedrijf is afgevoerd of wanneer de mest tenminste 120 dagen afgedekt op het bedrijf heeft gelegen. Dit zou inhouden dat pas rond 1 september zou kunnen worden begonnen met de inzet van verklikkerdieren. In eerste instantie is de mogelijkheid onderzocht de mest in een tussenopslag in het gebied via een behandeling (stomen) virusvrij te maken. Hierbij bleef de veehouder eigenaar van de mest. De kosten voor transport naar de behandelinstallatie en de behande- ling zouden voor rekening van de overheid komen. Op basis van deze aanpak heeft de overheid de betrokken veehouders de eerste brief verzonden. Van deze methode is afgezien omdat er teveel onzekerheden waren of er voldoende tijdswinst kon worden geboekt. Gekozen is nu voor afvoer en geconditioneerde opslag (inpandig) van de mest op een centrale locatie in de Gelderse Vallei en een locatie in het zuiden van het land. De mest wordt overgenomen door de onderneming waarmee de overheid een contract heeft afgesloten. De pluimveehouder is heeft nu dus geen afzetrisico's. De totale kosten voor deze aanpak bedragen ca. 39,- euro per ton mest. De helft hiervan, 19,50 euro, komt voor rekening van de pluimvee- houder. Voor drijfmest is een tarief van 15,- euro per ton mest afgesproken. De drijfmest zal worden aangezuurd. Eventuele meerkosten van deze behandeling komen voor rekening van de overheid. De gehele operatie, die een paar weken in beslag zal nemen, zal MINAS-neutraal verlopen, heeft het minsterie toegezegd.

 Valkenswaard moet 10.000 ton pluimveemest accepteren
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Onder 'lichte dwang' van het ministerie van landbouw staat de gemeente Valkenswaard toe dat er vanaf deze week in totaal 10.000 ton pluimveemest op het MOB-complex opgeslagen wordt. De mest is afkomstig van pluimveehouderijen die vanwege de vogelpest op slot zitten.
De pluimveemest zal in containers naar het militaire terrein gebracht worden. De vrachtwagens zullen nadat ze de mest hebben gestort daar grondig gereinigd worden. Om risico's zoveel mogelijk uit te sluiten bepaalt daarom Valkenswaard welke route de vrachtwagens moeten rijden.

Het vervoer en de opslag gebeurt volgens een woordvoerster van LNV volgens bepaalde protocollen in overleg met het ministerie van VROM. Na 120 dagen is het vogelpestvirus in de mogelijk besmette mest 'uitgewerkt'. Daarna wordt de expediteur eigenaar van de mest. Deze "kan er mee doen wat hij wil", aldus de woordvoerster.


 Zeven kippenvangers aangehouden
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Controleurs van de AID hebben 30 mei bij een pluimveebedrijf in Hardenberg twee personenbusjes van kippenvangers in beslag genomen en hielden 7 mensen aan op verdenking van overtreding van de vogelpestregels. Van de zeven mannen bleken er drie als asielzoeker in Nederland te zijn. Zij waren niet in het bezit van een tewerkstellingsvergunning en zullen aan de vreemdelingenpolitie worden overgedragen.
De kippenvangers hadden geen stickers op hun busjes zodat de AID niet kon vaststellen in welk deel van Nederland zij werkzaam mochten zijn. Uit de verhoren bleek dat de mannen zich van de compartimentsgrenzen niet veel aantrokken en vorige week nog in Duitsland kippen bleken te hebben gevangen. De busjes waren eigendom van twee verschillende dienstverleners. Beide ondernemers hadden de verplichte stickers niet aangevraagd en aangebracht. Ook hielden zij geen logboek bij.

De ondernemers waren al vanaf het begin van de uitbraak actief als kippenvangservice. De busjes en de gereedschappen waren bovendien niet schoon. De busjes en spullen zijn bij een wasplaats gereinigd en ontsmet. Daar zullen de busjes 72 uur moeten blijven, voordat ze weer kunnen worden vrijgegeven. Tegen de ondernemers zal proces verbaal worden opgemaakt wegens overtreding van de compartimenteringsregels.


 LNV negeerde ontploffingsrisico bij vergassing ruimingen
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Het ministerie van LNV heeft tijdens de ruimingen bewust het risico genomen dat complete schuren met kippen en al zouden ontploffen. Het gebruik van koolmonoxyde als methode van vergassing werd door de leverancier van het gas, Hoekloos, ernstig ontraden.
Volgens Hoekloos topman B. Fortuyn hebben de experts van zijn bedrijf het ministerie van Landbouw met klem gewezen op het explosiegevaar van werken met koolmonoxyde. Het ministerie stond echter onder grote tijdsdruk en heeft de waarschuwingen genegeerd omdat alternatieve manieren ontoereikend bleken. LNV heeft het risico van Hoekloos overgenomen.

Volgens LNV was het gebruik van koolmonoxyde bij de vergassing van kippen aanvaardbaar. De methode is samen met de brandweer, de politie, het ministerie van VROM en de Arbeidsinspectie getest. Daarbij bleek dat de methode veilig was, aldus een woordvoerster.


 Vogelpestbedrijven langer geblokkeerd door ruzie over mest
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
De met vogelpest besmette bedrijven in Limburg dreigen 80 dagen dagen langer geblokkeerd te blijven wanneer de bedrijven geen overeenstemming met het ministerie van landbouw kunnen bereiken over een eigen bijdrage van de bedrijven aan de afvoer kosten van 32.000 ton kippenmest.
De kippenmest zou bij de getroffen bedrijven weggehaald worden en vervolgens op een veilige plaats 120 dagen opgeslagen. Het vogelpestvirus zou na die tijd volledig verdwenen zijn zodat de mest naar de verbrandingsovens van de elektriciteitscentrale op de Rotterdamse Maasvlakte vervoerd zou kunnen worden.

Vorige week liet LNV in een brief aan alle besmette bedrijven weten dat de afvoer kosteloos zou geschieden. Het ministerie beweert nu echter dat het alleen de afvoer naar de opslag betreft. Het transport naar Rotterdam moet volgens het gebruikelijke tarief betaald worden, aldus LNV.

Over wat het gebruikelijke afzettarief is verschillen LNV en de pluimveehouders echter van mening. LNV verlangt een eigen bijdrage van 25 euro per ton terwijl de Nederlandse Organisatie Pluimveehouders (NOP) niet verder wil gaan dan 15 euro per ton mest. Volgens NOP worden de bedrijven door LNV onder druk gezet door een dreigement van het ministerie om de bedrijven tachtig dagen langer op slot te gooien.


 Encebe ontwikkelt biologische vleeswaren
Dinsdag, 3 juni 2003 door Henk Coolen
Vleeswarenfabrikant Encebe is bezig met de ontwikkeling van een nieuwe lijn biologische vleeswaren. De vleeswaren zullen onder private label en voorverpakt in een Nederlandse supermarktketen, mogelijk Laurus, op de markt gebracht worden.
Doordat het gebruik van nitriet voorlopig is toegestaan is het voor de vleesindustrie makkelijk geworden om biologische vleeswaren te produceren. Wel moet Encebe aan kunnen tonen dat het binnen drie jaar overschakkelt op nitriet-vrij.

Encebe heeft voor een vijftal luxere producten gekozen omdat het prijsverschil met de reguliere vleeswaren niet teveel mag oplopen. Het gaat om Ardenner boterhamworst, beenham, Coburgerham, palingworst en een spekproduct.

Binnenkort moet de receptuur door Skal gecertificeerd worden. Door het vlees voorverpakt aan te bieden voorkomt Encebe dat het slicen en verpakken in de winkel ook Skal-gecertificeerd moet worden.

 Laatste AI Nieuws
Maandag, 2 juni 2003 door Henk Coolen
Mest
Vorige week is in deze nieuwsbrief al aangekondigd dat er een akkoord is bereikt tussen LNV en LTO/NOP over de afvoer van mest op de besmette bedrijven In de vorige nieuwsbrief is melding gemaakt van de afspraken over het afvoeren van de mest van besmette bedrijven. Ook zijn de betreffende veehouders daarvan inmiddels op de hoogte gesteld door een brief van LNV. Onder de veehouders is onduidelijkheid ontstaan over de totstandkoming van de gekozen aanpak. Een snelle afvoer van de mest van besmette bedrijven is een voorwaarde om de herbevolking op te kunnen starten. De inzet van verklikkerdieren op besmette bedrijven kan volgens het draaiboek pas plaatsvinden zodra de mest van het bedrijf is afgevoerd. Of, wanneer de mest minimaal 120 dagen op het bedrijf ondergedekt heeft gelegen. Dit zou inhouden dat pas op 1 september zou kunnen worden begonnen met de inzet van verklikkerdieren.

In eerste instantie is onderzocht om de mest via een tussenopslag te behandelen (stomen), zodat deze virusvrij wordt. Bij deze methode bleef de veehouder eigenaar van de mest. De kosten voor transport naar de behandelinstallatie en de behandeling zou voor rekening van de overheid komen. Op basis van deze aanpak heeft de overheid de betreffende veehouders de eerste brief verzonden.
Van deze methode is afgestapt omdat er teveel onzekerheden waren of er voldoende tijdswinst geboekt kon worden. Gekozen is nu voor afvoer en geconditioneerde opslag (inpandig) van de mest op een centrale locatie in de Gelderse Vallei en op een MOB complex in Valkenswaard. Dit laatste heeft geen consequenties voor vrijgave van de bedrijven in de nabije omgeving. De mest wordt overgenomen door de onderneming waarmee de overheid een contract mee heeft gesloten. De veehouder is in dit model dus van alle afzetrisico’s af. De totale kosten voor deze methode bedragen ca. € 39,- per ton mest. De helft hiervan, zijnde € 19,5 komt voor rekening van de boer. Voor drijfmest is een afwijkend tarief bepaald; € 15,- per ton mest. De drijfmest zal worden aangezuurd. Eventuele meerkosten van deze behandeling komen voor rekening van de overheid. De gehele operatie zal MINAS-neutraal verlopen, zo heeft het Minsterie toegezegd.
Met deze oplossing is een snelle herbevolking mogelijk geworden, omdat de mest over ca. 3 weken overal weg zal zijn. De veehouder zal in de meeste gevallen iets meer kwijt zijn aan afzetkosten dan normaal. Daar staat tegenover dat deze geen risico meer draagt over de afzet van de mest. De veehouder wordt in deze aanpak niet geconfronteerd met latere meerkosten.

Hoorzitting kamercommissie problematiek vermeerderaars
Vorige week heeft een delegatie van de Vaste Kamercommissie LNV in een hoorzitting gesproken met vertegenwoordigers van de belangengroep vermeerderaars en NOP. Na afloop toonde voorzitter Wolleswinkel zich teleurgesteld omdat er geen concreet resultaat is geboekt. De kamerleden zagen niets in een specifieke ondersteuning voor de vermeerderingssector, vanwege mogelijke precedentwerking naar andere sectoren. De LPF vergeleek het niet kunnen inleggen van broedeieren met een fokverbod. Ondanks dat de tijdens de MKZ-periode verstrekte fokverbodvergoeding in de varkenshouderij thans nog ter discussie staat, wordt het de moeite waard gevonden dit spoor voor de pluimveehouderij nader uit te zoeken. Het CDA heeft ervoor gepleit om de criteria voor het noodfonds op te rekken, waardoor pluimveehouders eerder in aanmerking komen voor een uitkering uit dit fonds. De VVD ziet mogelijkheden voor meer nationale steun indien Brussel goedkeuring geeft. LTO/NOP en de belangengroep zullen in de komende dagen de opties voor het verruimen van de voorwaarden noodfonds en de mogelijkheden voor het ontvangen van een vergoeding voor het fokverbod nader uitwerken.

Opfokhennen
Het Ministerie heeft toegezegd te werken aan een versoepeling om voor 14 juni opfokhennen binnen een T-gebied te kunnen verplaatsen. Dit zal enige opluchting bieden.

Reiniging en ontsmetting

De vakgroep pluimveehouderij ZLTO roept nogmaals alle geruimde bedrijven dringend op tot reiniging van het bedrijf. Dit is een eerste voorwaarde om zo snel mogelijk tot herbevolking te kunnen overgegaan.

PCVD
Vorige week is het Permanent Comité voor de voedselketen en diergezondheid bijeengekomen in Brussel. Het onderwerp "Aviaire Influenza" stond wederom op de agenda voor zowel Nederland, België en Duitsland. Zoals verwacht zijn de beperkingen voor Nederland verlengd tot 17 juni en zal de situatie op 13 juni wederom in het PCVD worden besproken. Voor België zijn de restricties alleen nog van toepassing voor de provicies Limburg en Antwerpen. Voor D