Nieuws
productschap PVE
Marktberichten
Veterinair
Culinair
Hier met die veer!
Kalkoenhistorie
Contact & Route
Adverteren?
 

Inloggen
Login aanvraag *
Wachtwoord
 vergeten

* Alleen voor
  Coolen BV klanten
 

September 2010
Augustus 2010
Juli 2010
Juni 2010
Mei 2010
April 2010
Maart 2010
Februari 2010
Januari 2010
December 2009
November 2009
Oktober 2009
September 2009
Augustus 2009
Juli 2009
Juni 2009
Mei 2009
April 2009
Maart 2009
Februari 2009
Januari 2009
December 2008
November 2008
Oktober 2008
September 2008
Augustus 2008
Juli 2008
Juni 2008
Mei 2008
April 2008
Maart 2008
Februari 2008
Januari 2008
December 2007
November 2007
Oktober 2007
September 2007
Augustus 2007
Juli 2007
Juni 2007
Mei 2007
April 2007
Maart 2007
Februari 2007
Januari 2007
December 2006
November 2006
Oktober 2006
September 2006
Augustus 2006
Juli 2006
Juni 2006
Mei 2006
April 2006
Maart 2006
Februari 2006
Januari 2006
December 2005
November 2005
Oktober 2005
September 2005
Augustus 2005
Juli 2005
Juni 2005
Mei 2005
April 2005
Maart 2005
Februari 2005
Januari 2005
December 2004
November 2004
Oktober 2004
September 2004
Augustus 2004
Juli 2004
Juni 2004
Mei 2004
April 2004
Maart 2004
Februari 2004
Januari 2004
December 2003
November 2003
Oktober 2003
September 2003
Augustus 2003
Juli 2003
Juni 2003
Mei 2003
April 2003
Maart 2003
Februari 2003
Januari 2003
December 2002
November 2002
Oktober 2002
September 2002
Augustus 2002
Juli 2002
Juni 2002
Mei 2002
April 2002
Maart 2002
Februari 2002
Januari 2002
December 2001
November 2001
Oktober 2001
September 2001
Augustus 2001
Juli 2001
Juni 2001
 

   Nieuws van Mei 2004

 'Europese pluimveesector kan zonder exportsubsidie'
Vrijdag, 28 mei 2004 door Henk Coolen
Omdat het verschil tussen de steunprijs van de EU en de wereldgraanprijs snel afneemt heeft de Europese pluimveesector de exportsubsidies niet langer meer nodig. Dat zei Lars Hoelgaard, plaatsvervangend directeur-generaal van de landbouw van de EU, donderdag tijdens een conferentie over de pluimveesector in Londen.
De EU-graanprijzen zijn gedaald tot bijna het niveau van de wereldmarkt. De pluimveesector is aan die prijs gekoppeld. Hoelgaard drong er bij de VS op aan verdere stappen te ondernemen om landbouwexportsubsidies terug te dringen.


 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 28 mei 2004 door Henk Coolen
Dubben

Wat doet een grote leghennenhouder als hij straks geen leghennen meer in kooien mag houden? Welke richting gaat hij uit? Verrijkte kooien? Scharrelhennen? Met of zonder uitloop? Europese wetgeving stelt dat er op 1 januari 2012 niet langer leghennen in traditionele kooien mogen worden gehouden. Maar nu al weren steeds meer supermarkten het kooi-ei. En ook Duitsland vraagt steeds meer scharreleieren. ,,We zitten momenteel in de denkfase", zeggen John en Marian Claessens in Ysselsteyn. Zij houden op meerdere locaties 180.000 leghennen en 60.000 opfokhennen. ,,We weten nog niet precies welke kant we op termijn op zullen gaan. In 1996, 1997 en 1998 hebben we onze legstallen nog aangepast.'' Om het beeld te bepalen, ze denken na over twee opties: grote kooien of traditioneel scharrelsysteem.

Residuen

De kuikens proesten flink of de mest is nat. De managementmaatregelen hebben niet geholpen en in overleg met de dierenarts krijgen de kuikens een kuur via het drinkwater. De gegevens op de gebruiks- aanwijzing van het product worden gebruikt om te berekenen hoeveel middel door het drinkwater
moet worden gemengd. En uiteraard wordt de aangegeven wachttermijn in acht genomen. Na de kuur worden er kuikens uitgeladen en vervolgens doet de RVV moeilijk over de wachttijd. Hoe kan dat nu? Alles is volgens de gebruiksaanwijzing uitgevoerd. Pim Eshuis van de dierenartsenpraktijk Diessen, legt uit hoe de vork in de steel zit.

Coccidiose-onderzoek

De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft in 1996, 1999, 2001 en 2002 systematisch gevoeligheids- onderzoeken uitgevoerd van Nederlandse coccidiose(veld)isolaten voor anticoccidiosemiddelen. Hieruit blijkt dat in Nederland het merendeel van de onderzochte veldstammen resistent is tegen geregistreerde anticoccidiosemiddelen. Het optimaal inzetten van beschikbare anticoccidiosemiddelen zal de mate waarin resistentie voorkomt verminderen. Dit zal mogelijk nog verder afnemen indien het gebruik van de middelen wordt afgewisseld met coccidiosevaccins. Volgens buitenlandse deskundigen zou afwisselend gebruik zelfs kunnen bijdragen aan een herstel van de gevoeligheid van de parasiet voor deze middelen. De GD doet hier dit en volgend jaar onderzoek naar.

 Diversen
Vrijdag, 28 mei 2004 door Henk Coolen
De destructietarieven voor 2004 blijven gelijk aan die in 2003. Dat heeft minister Veerman gisteren de Vaste Kamercommissie voor Landbouw toegezegd. Dit levert de veehouderijsector een besparing op van 5 miljoen euro. Minister Veerman had voorgesteld de tarieven voor het eerste halfjaar van 2004 te verhogen met 50% voor de transportkosten en 25% voor verwerkingskosten.

De positie van de Nederlandse agribusiness in EU staat onder druk. De prestaties zijn nog steeds boven- gemiddeld, maar het concurrerend vermogen ten opzichte van andere landen wordt minder. Sinds het midden van de jaren negentig liep ons aandeel op de markten voor pluimvee en eieren en verschillende andere producten iets terug. Door de intensieve vorm van landbouw is de druk op het milieu in Nederland relatief hoog. Ook op het gebied van dierenwelzijn hebben sommige andere landen een voorsprong. Dat blijkt uit een rapport over de positie van de Nederlandse landbouw in de EU, dat het LEI opstelde in opdracht van het Ministerie van LNV.

Thailand heeft een nieuwe uitbraak van vogelpest bevestigd. Het H5N1 virus is gevonden op een proef- boerderij in het noorden van het land. Alle kippen zijn geruimd. Op 14 mei nog meldde Thailand vrij te zijn van de ziekte omdat er sinds 21 april zich geen nieuwe gevallen hadden voorgedaan.

 Productiewaarde pluimvee en eieren in VS in 2003 fors gestegen
Vrijdag, 28 mei 2004 door Henk Coolen
De totale productiewaarde van de pluimveesector in de Verenigde Staten nam in 2003 toe met 14% ten opzichte van 2002 en kwam uit op een waarde van 23,3 miljard dollar. Dit betrof het totaal van de productiewaarde van vleeskuikens, kalkoenen en eieren. Van de totale waarde bedroeg het aandeel vleeskuiken 65%, eieren 23% en kalkoenen 12%. De cijfers zijn afkomstig van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA).
De productiewaarde van vleeskuikens nam volgens het USDA in 2003 toe met 13% en kwam uit op 15,2 miljard dollar. De totale productie van vleeskuikens in stuks, daalde in 2003 met 1% tot 8,5 miljard stuks. In tonnen levend gewicht komt dit overeen met een productie van 20 miljoen ton. De producentenprijs bedroeg in 2003 gemiddeld $ 0,76 per kg levend gewicht (circa € 0,62). Over 2002 kwam deze uit op $ 0,67 per kg (circa € 0,55).

De totale productiewaarde van eieren nam in 2003 met maar liefst 24% toe en kwam uit op een waarde van 5,3 miljard dollar. Deze toename is het gevolg van de betere prijzen in 2003, want deze stegen eveneens met 24%. Gemiddeld kwam de eierprijs in het afgelopen jaar uit op $ 6,09 per 100 stuks (circa € 5,00). In 2002 lag de eiereprijs op $ 4,91 per 100 stuks (circa € 4,04). De totale productie van eieren daalde in 2003 enkele tienden van procenten en kwam uit op 87,2 miljard stuks.

De productiewaarde van kalkoenen bedroeg in 2003 ongeveer $ 2,72 miljard, hetgeen in vergelijking met 2002 een daling betekende van circa 0,5%. In volume gemeten nam de productie van kalkoenen in 2003 iets toe en kwam uit op 3,4 miljoen ton. Ondanks de lichte stijging van de productie in volume, nam de productiewaarde dus iets af. Dit werd veroorzaakt door lagere producentenprijzen.


 Consumptie pluimveevlees gedaald in eerste kwartaal 2004
Vrijdag, 28 mei 2004 door Henk Coolen
In het eerste kwartaal is er bijna 2% minder pluimveevlees gekocht. Doordat ook de prijzen zijn gedaald (-2%), zijn de bestedingen met 3,5% afgenomen. De prijzen van kipfilet hebben het laagste niveau sinds drie jaar bereikt. Dtat melden de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren in een uitgave van Sectorinfo Pluimvee en Eieren.
Het eerste kwartaal van 2004 werd gekenmerkt door de prijzenslag onder supermarkten. Over het algemeen zijn de prijzen gedaald. Er is wel meer vlees (incl. pluimveevlees) gekocht (+1,6%), maar door deze lagere prijzen zijn de bestedingen per saldo gedaald. Deze ontwikkeling zal naar verwachting nog wel enige tijd voortduren.

De verkopen van kipfilet hadden in het eerste kwartaal zware concurrentie van gehakt. Doordat gehakt veel in de aanbieding was, waren er veel consumenten die gehakt kochten in plaats van kipfilet. Vanaf week 12 is er wel een opleving te zien in de aankopen van kipfilet. Deze gegevens vallen echter in het tweede kwartaal. De prijzen van kalkoen zijn sterk gestegen (+7%), maar de verkopen zijn nog harder gedaald (-8%).

Op basis van volume heeft pluimveevlees een marktaandeel van 20,3% binnen het totale vleesassortiment. Dit is een lichte daling t.o.v. dezelfde periode in 2003. Ook het aandeel van vers neemt af. In het eerste kwartaal 2004 is 79,8% van het pluimveevlees vers gekocht, 2 procentpunten minder dan in 2003. Het aandeel van voorverpakt pluimveevlees blijft toenemen. Het eerste kwartaal van 2004 was 85,5% van al het pluimveevlees voorverpakt. Een jaar eerder was dit nog een kleine 84%.

Op basis van het verkoopvolume bleven de marktaandelen van de poelier en de slager binnen pluimveevlees nagenoeg stabiel. De supermarkten veroverden iets meer marktaandeel ten koste van de marktpoeliers.


 O.I.E.-discussie over AI
Donderdag, 27 mei 2004 door Henk Coolen
Geachte mevrouw / heer,

Bij de OIE wordt een discussie gevoerd over een aanpassing van de bestaande internationale regels voor het handelsverkeer van pluimvee en pluimveeproducten met betrekking tot aviaire influenza.
In de nieuwe regels wordt elke uitbraak van AI van de types H5 en H7 aangifteplichtig. Ook uitbraken van andere AI-types blijven aangifteplichtig indien die dat virus een IVPI > 1,2 heeft.
Bovendien wordt de mogelijkheid geboden om een land in te delen in zones of compartimenten, waarbij elk land, zone of compartiment een eigen AI-status kan hebben.

Bij de regels voor het handelsvekeer is de export van levend pluimvee en broedeieren alleen mogelijk uit AI-vrije landen, zones of compartimenten. De export van consumptie-eieren, eiproducten, vers pluimveevlees en vleesproducten is onder voorwaarden ook mogelijk uit landen, zones of compartimenten waarvan niet vaststaat dat die gebieden vrij zijn van AI.

In de nieuwe plannen wordt elk land dat is aangesloten bij de OIE verplicht om een monitoringssysteem naar LPAI op te zetten.
Het kostprijsverschil dat is ontstaan doordat in Nederland dit jaar een LPAI-monitoringsprogramma is gestart terwijl dat in andere landen niet wordt gedaan, wordt daarmee weer (gedeeltelijk) opgeheven.
Bovendien komen er duidelijke spelregels op welke wijze moet worden omgegaan met gebieden waar AI wordt vastgesteld.

Vooralsnog zijn wij daarom van mening dat de ideeen van de OIE vergeleken met de huidige regels, een verbetering zijn

Een overzicht van de OIE-voorstellen treft u hierbij aan.

De Chief Veterinary Officer heeft ons gevraagd de mening van het bedrijfsleven te peilen. Daarom verzoeken wij u ons binnenkort te informeren indien u grote problemen voorziet indien de voorstellen van de OIE van toepassing worden.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

Adjunct-hoofd Sectorafdeling Pluimvee(vlees) en Eieren Productschappen Vee, Vlees en Eieren Postbus 460, 2700 AL tel. 079 3634335 / 06 55760873

O.I.E.-discussie over AI

Bij de Office International des Epizooties (OIE) vindt met betrekking tot aviaire influenza een discussie plaats over het aanpassen van de internationale regels voor het handelsverkeer van pluimvee en pluimveeproducten.
Onderstaand wordt daar nader op die discussie ingegaan.

Definities

De OIE wil onderscheid gaan maken tussen aangifteplichtige AI en niet aangifteplichtge AI en wil daarvoor de volgende definities gaan gebruiken:

Aangifteplichtige aviaire influenza is een infectie van pluimvee veroorzaakt door elk influenza A virus van de subtypes H5 of H7 of door een AI-virus met een intraveneuze pathogeniteitsindex (IVPI) groter dan 1,2 (of als alternatief tenminste 75% sterfte).

Aviaire influenza-infecties die niet aan bovenstaande definitie voldoen zijn niet aangifteplichtig.

Aangifteplichtige AI kan worden onderverdeeld in hoogpathogene AI (HPAI) en laagpathogene AI (LPAI).

HPAI-virussen hebben bij 6 weken oude kuikens een IVPI > 1,2 of, als alternatief, veroorzaken tenminste 75% sterfte bij acht 4 – 8 weken oude kuikens die intraveneus met het virus zijn geïnfecteerd.
Van H5 en H7-virussen, die geen IVPI > 1,2 hebben of minder dan 75% sterfte veroorzaken bij de hiervoor genoemde test op 4-8 weken oude kuikens, moet via sequentie worden vastgesteld of de volgorde van de aminozuren overeenkomt met een beeld dat gevonden is bij andere HPAI-isolaten. Indien dat het geval is moet het betreffende virus als HPAI worden beschouwd.

LPAI-virusen zijn alle AI-virussen van de types H5 en H7 die niet voldoen aan de definitie voor HPAI.

Van een aangifteplichtige uitbraak van AI is sprake indien:

a. HPAI-virus is geïsoleerd en als zodanig is geïdentificeerd of indien specifiek ciraal RNA is gevonden in pluimvee of een van pluimvee afkomstig product, of
b. LPAI-virus is geïsoleerd en als zodanig is geïdentificeerd of indien specifiek ciraal RNA is gevonden in pluimvee of een van pluimvee afkomstig product, of
c. Antilichamen tegen de types H5 of H7 zijn gevonden mits die niet het gevolg zijn van vaccinatie tegen AI.

De status van een land, zone of compartiment

De status van een land of van een zone, c.q. compartiment kan worden vastgesteld op basis van de volgende criteria:

a. het resultaat van een risicoanalyse waarbij alle potentiële factoren van AI-uitbraken en hun historische achtergrond worden betrokken;
b. AI is aangifteplichtig in het hele land; in het land wordt permanent gewezen op de gevaren van AI en alle verdenkingen van AI worden ter plaatse en waar mogelijk, in het laboratorium, onderzocht;
c. Gericht onderzoek wordt uitgevoerd om, ook bij afwezigheid van klinische verschijnselen bij pluimvee, de aanwezigheid van een AI-infectie aan te tonen. Ook het risico van insleep via vogels wordt onderzocht.

Een land of zone,c.q. compartiment kan als vrij van AI worden beschouwd als aangetoond kan worden dat gedurende de laatste 12 maanden geen uitbraak van aangifteplichtige AI heeft plaatsgevonden. Als bij een uitbraak het besmette pluimvee wordt geslacht of geruimd geldt een periode van drie maanden, gerekend vanaf het de datum waarop het bedrijf van het laatste besmette en geslachte pluimvee is gereinigd en ontsmet.

Monitoring

De status van een land, zone c.q. compartiment moet worden vastgesteld via een permanent monitoringssysteem dat gebaseerd is op virusisolatie, virusonderzoek of serologie volgens richtlijnen van de OIE. Het monitoringsprogramma mag voor bepaalde delen van het land, zone c.q. compartiment worden aangepast, afhankelijk van historische- of geografische factoren, bevolkingsaantallen of recente uitbraken van AI.
Dat een land of zone vrij is van AI kan worden aangetoond met een ad random of gericht serologisch monitoringsprogramma met een maximum interval van 6 maanden. De monitoring moet erop gericht zijn dat met 95% betrouwbaarheid een besmetting van 1% van de bedrijven wordt gevonden.
Om een compartiment vrij van AI te kunnen verklaren moet met een betrouwbaarheid van 95% via het permanente monitoringsprogramma een AI-besmetting van 10% van de bedrijven worden opgemerkt.
Op een bedrijf moeten zoveel monsters worden onderzocht dat met een betrouwbaarheid van 95% een AI-besmetting van 25% van de dieren wordt gevonden.
Wegens het niet beschikbaar zijn van gevalideerde serologie voor AI-onderzoek van eenden, moet het monitoringsprogramma voor eenden gebaseerd zijn op virusisolatie.

Internationaal handelsverkeer

Bij internationaal handelsverkeer van levend pluimvee (excl. eendagskuikens) uit een AI-vrij land, zone c.q. compartiment moet door het exporterende land verklaard worden dat:
a. het pluimvee op de dag van transport geen klinische verschijnselen van AI toonde;
b. het pluimvee sinds de geboorte of tenminste 21 dagen voorafgaand aan het transport werd gehouden op een AI-vrij bedrijf in een AI-vrij land, zone c.q. compartiment;
c. het pluimvee wel/niet gevaccineerd is tegen AI. Indien het pluimvee gevaccineerd is moet de vaccinatiedatum en de details van het gebruikte vaccin worden vermeld.

Bij internationaal handelsverkeer van eendagskuikens uit een AI-vrij land, zone c.q. compartiment moet door het exporterende land verklaard worden dat:
a. de kuikens sinds de geboorte in een AI-vrij land, zone c,q, compartiment zijn gehouden;
b. afkomstig zijn van ouderdieren die gedurende een periode van 21 dagen voorafgaand aan de productiedatum van de eieren waaruit de kuikens zijn voortgekomen, in een AI-vrij land, zone, c.q. compartiment zijn gehouden;
c. afkomstig zijn van ouderdieren die wel/niet gevaccineerd zijn tegen AI. Indien de ouderdieren gevaccineerd zijn moet de vaccinatiedatum en de details van het gebruikte vaccin worden vermeld.


Bij internationaal handelsverkeer van andere vogels dan pluimvee moet door het exporterende land verklaard worden dat:
a. de vogels op de dag van transport geen klinische verschijnselen van AI vertoonden;
b. de vogels sinds de geboorte of tenminste 21 dagen voorafgaand aan het transport geïsoleerd zijn geweest en daarbij geen klinische verschijnselen van AI hebben vertoond;
c. de vogels 7 – 14 dagen voorafgaand aan het transport een diagnostische test hebben ondergaan en daarbij vrij bleken van AI.

Bij internationaal handelsverkeer van broedeieren uit een AI-vrij land, zone c.q. compartiment moet door het exporterende land verklaard worden dat :
a. de broedeieren afkomstig zijn uit een AI-vrij land, zone c.q. compartiment;
b. geproduceerd zijn door een koppel ouderdieren die gedurende een periode van 21 dagen voorafgaand aan de productiedatum van de eieren waaruit de kuikens zijn voortgekomen, in een AI-vrij land, zone, c.q. compartiment zijn gehouden;
c. afkomstig zijn van ouderdieren die wel/niet gevaccineerd zijn tegen AI. Indien de ouderdieren gevaccineerd zijn moet de vaccinatiedatum en de details van het gebruikte vaccin worden vermeld.

Bij internationaal handelsverkeer van consumptie-eieren uit een AI-vrij land, zone c.q. compartiment moet door het exporterende land verklaard worden dat de eieren afkomstig zijn uit een AI-vrij land, zone c.q. compartiment.

Bij internationaal handelsverkeer van consumptie-eieren uit een land, zone c.q. compartiment waarvan niet vaststaat dat het gebied vrij is van AI moet het exporterende land verklaren dat;
a. de eieren afkomstig zijn van een bedrijf dat vrij is van AI;
b. de eieren vervoerd worden in nieuwe, eenmalig te gebruiken verpakkingen.

Bij internationaal handelsverkeer van eiproducten uit een land, zone c.q. compartiment dat vrij is van AI moet het exporterende land verklaren dat de eiproducten afkomstig zijn uit en geproduceerd
zijn in een land, zone c.q. compartiment dat vrij is van AI

Bij internationaal handelsverkeer van eiproducten uit een land, zone c.q. compartiment waarvan niet vaststaat dat het gebied vrij is van AI moet het exporterende land verklaren dat de eiproducten geproduceerd zijn van consumptie-eieren:
a. die afkomstig zijn uit een land, zone c.q. compartiment dat vrij is van AI of
b. die afkomstig zijn van een bedrijf dat vrij is van AI en vervoerd zijn in nieuwe, eenmalig te gebruiken verpakkingen.

Bij internationaal handelsverkeer van vers vlees van pluimvee uit een AI-vrij land, zone c.q. compartiment moet het exporterende land verklaren dat de totale partij vlees afkomstig is van pluimvee dat:
a. sinds de geboorte of gedurende 21 dagen voor de slachtdatum is gehouden in een AI-vrij land, zone c.q. compartiment;
b. geslacht is in een erkend slachthuis en dat met negatief resultaat zowel ante-mortem als post-mortem onderzocht is op AI.

Bij internationaal handelsverkeer van vers vlees van pluimvee (excl. kalkoenvlees) uit een HPAI-vrij land, zone c.q. compartiment moet het exporterende land verklaren dat de totale partij vlees afkomstig is van pluimvee dat:
a. sinds de geboorte of gedurende 21 dagen voor de slachtdatum is gehouden op een bedrijf dat vrij is van AI;
b. geslacht is in een erkend slachthuis en dat met negatief resultaat zowel ante-mortem als post-mortem onderzocht is op AI.

Bij internationaal handelsverkeer van vers vlees van pluimvee (excl. kalkoenvlees) uit een land, zone c.q. compartiment waarvan niet vaststaat dat het gebied vrij is van AI, moet het exporterende land verklaren dat de totale partij vlees afkomstig is van pluimvee:
a. dat sinds de geboorte of gedurende 21 dagen voor de slachtdatum is gehouden op een bedrijf dat vrij is van AI;
b. waarbij, bij maximaal 7 – 10 dagen voor de slachtdatum uitgevoerd virusonderzoek of virusisolatie (met een betrouwbaarheid van 95% dat een besmetting van 25% van de dieren wordt gevonden), geen AI-virus is aangetoond;
c. dat geslacht is in een erkend slachthuis op een tijdstip dat in dat slachthuis sinds de laatst uitgevoerde reiniging en ontsmetting geen met AI besmet pluimvee is geslacht of verwerkt en
d. dat met negatief resultaat zowel ante-mortem als post-mortem onderzocht is op AI.

Bij internationaal handelsverkeer van vers vlees van kalkoenen uit een land, zone c.q. compartiment waarvan niet vaststaat dat het gebied vrij is van AI, moet het exporterende land verklaren dat de totale partij vlees afkomstig is van kalkoenen:
a. die sinds de geboorte of gedurende 21 dagen voor de slachtdatum zijn gehouden op een bedrijf dat vrij is van AI;
b. waarbij, bij maximaal 7 – 10 dagen voor de slachtdatum uitgevoerd virusonderzoek of virusisolatie (met een betrouwbaarheid van 95% dat een besmetting van 25% van de dieren wordt gevonden), geen AI-virus is aangetoond;
c. waarbij, bij maximaal 7 – 10 dagen voor de slachtdatum uitgevoerd serologisch onderzoek (met een betrouwbaarheid van 95% dat een besmetting van 25% van de dieren wordt gevonden), geen antilichamen tegen AI worden aangetoond.

Bij internationaal handelsverkeer van vleesproducten afkomstig van pluimvee moet het exporterende land verklaren dat;
a. de producten afkomstig zijn van vers vlees dat voldoet de eisen die hierboven gesteld zijn aan de internationaal handelsverkeer van vers vlees van pluimvee of van kalkoenen;
b. de vleesproducten op een zodanig wijze zijn geproduceerd dat eventueel aanwezig AI-virus daarbij is gedood en dat voorzorgsmaatregelen zijn genomen om te voorkomen dat na de productie de vleesproducten in contact komen met AI-virus.

Ook ten aanzien van het internationale handelsverkeer van sperma van pluimvee, van veren en dons van pluimvee alsmede van vlees of andere producten die afkomstig van ander gevogelte dan pluimvee, stelt de OIE soortgelijke voorwaarden voor.

 Samenwerking FAO en OIE in strijd tegen dierziekten
Donderdag, 27 mei 2004 door Henk Coolen
De wereldvoedselorganisatie FAO en de internationale diergezondheidsorganisatie OIE gaan nauwer met elkaar samenwerken. Dat is het gevolg van de toename in het aantal grensoverschrijdende uitbraken van dierziekten zoals mond- en klauwzeer en vogelpest. De organisaties schrijven dat toe aan de groeiende internationale handel en de toename in het vrije personenverkeer.
De FAO en OIE willen een wereldwijd netwerk opzetten voor de controle op besmettelijke dierziekten. In een overeenkomst die op 24 mei werd ondertekend geven ze aan waar de verschillende competenties liggen en spreken ze uit te willen werken aan verbetering van de synergie.

De OIE verzamelt informatie die door de overheden over uitbraken van ziekten wordt aangeleverd. Daarnaast worden richtlijnen gegeven en aanbevelingen gedaan ten aanzien van de veiligheid voor de internationale handel in dieren en dierlijke producten.
De FAO adviseert landen op het terrein van een veilige agrarische productie en bestrijdingsmethoden voor dierziekten. Beide organisaties helpen landen bij het opzetten van het opzetten van goed functionerende waarschuwingssystemen.


 Rusland, invoer verbod ingetrokken
Donderdag, 27 mei 2004 door Henk Coolen
Het op 17 maart jl. door Rusland ingestelde invoerverbod vanwege Laag Pathogene Aviaire Influenza is vandaag ingetrokken. Hiermee zijn de exportbeperkingen voor levend pluimvee, pluimveevlees, –producten en diervoeders ten behoeve van pluimvee opgeheven.

 Olie uit slachtafval van kalkoenen
Woensdag, 26 mei 2004 door Henk Coolen
In Carthage, in de Amerikaanse staat Missouri, is een proeffabriek gestart die het slachtafval afkomstig van een plaatselijke kalkoenenslachterij omzet in ruwe olie. De fabriek produceert dagelijks tussen de 100 en 200 vaten olie van 159 liter. Uiteindelijk moet de fabriek dagelijks 200 ton slachtafval om gaan zetten in 78 ton olie, 12 ton gas, 10 ton koolstof en mineralen en 100 ton water.
De proeffabriek is gebouwd door het bedrijf Renewable Environmental Solutions uit Downers Grove in Illinois. Er wordt gebruik gemaakt van een techniek waarbij het proces zoals ruwe olie in de natuur ontstaat in een versnelde vorm wordt nagebootst. Dit zogenaamde 'Thermal Conversion Process' (TCP) is ontwikkeld door het bedrijf Changing World Technologies uit West Hempstead uit de staat New York.

Het slachtafval wordt vermalen tot pulp en vermengd met water. In een reactor wordt het mengsel onder hoge druk verhit, waarna het naar een flashverdamper stroomt. Het water verdampt hier en de onafbreekbare vaste stoffen komen op de bodem terecht. De resterende vloeibare fractie gaat vervolgens naar een tweede reactor, waar deze bij een hogere temperatuur wordt omgezet in biogas, lichte aardolie en vaste koolstof. De techniek lijkt sterk op het HTU-proces, een idee van Shell, dat momenteel wordt ontwikkeld door het bedrijf Biofuel in Heemskerk en TNO-MEP in Apeldoorn.


 VWA: veehouderij moet gebruik antibiotica terugdringen
Woensdag, 26 mei 2004 door Henk Coolen
Als de huidige trend van uitbreidende resistentie tegen antibiotica doorzet, dan zijn infectieziekten bij de mens in de toekomst steeds moeilijker of zelfs niet te behandelen. Veelvuldig gebruik van antibiotica in de agrarische sector kan daaraan bijdragen. Dat stelt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) in een advies aan de minister van LNV over maatregelen gericht op verantwoord gebruik van antibiotica in de veehouderij. Zo wil de VWA bevorderen dat antibiotica die voor de mens van wezenlijk belang zijn, niet in de veehouderij worden gebruikt.
Het gebruik van antibiotica bij zieke dieren is tussen de jaren 1992 en 2002 in tonnen gemeten met 50% toegenomen, terwijl het aantal dieren ongeveer constant is gebleven. De verdeling over de verschillende soorten antibiotica is ruwweg ongewijzigd. Een uitzondering hierop is het gebruik van nitrofuranen en imidazolen; die zijn in 1992 uit de handel genomen.
De VWA noemt het hoge gebruik van antibiotica bij varkens verontrustend. Vergeleken met mensen buiten het ziekenhuis kregen varkens in de intensieve veehouderij in 2002 ongeveer vijf keer zoveel antibiotica. Bovendien brengen de omstandigheden waaronder varkens gehouden worden een groter risico voor de ontwikkeling van resistentie met zich mee. Het is van belang de oorzaken ervan na te gaan en te pogen tot een trendbreuk en bij voorkeur tot een reductie te komen, aldus de VWA.

Het gebruik van antibiotica als groeibevorderaars in de intensieve veehouderij neemt af omdat een aantal stoffen reeds verboden is en er per 1 januari 2006 een totaalverbod geldt. Daarom is er in de notitie van de VWA niet verder op het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar en de daarmee verbonden residu- en resistentieproblematiek ingegaan.

De VWA gaat de veehouderij en andere belanghebbenden en betrokkenen informeren over de risico's van antibioticaresistentie en de relatie met het gebruik van antibiotica. Ook de resultaten van het jaarlijkse resistentie-monitoringsprogramma zijn onderwerp van gesprek. De VWA adviseert de minister om de opdracht aan de VWA voor het monitoren van ziekmakende bacteriën en hun resistentie uit te breiden met geïmporteerd kippenvlees en andere geïmporteerde levensmiddelen. Het bewakingsprogramma van de VWA moet worden uitgebreid met antibioticagebruik en resistentie in de viskweek. Verder stelt de VWA onder meer dat met beleid gericht op goed management op veehouderijbedrijven nog veel winst geboekt kan worden.

Nederland heeft al lang een beleid van verantwoord gebruik van antibiotica dat ook door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) en de vleesproductiesector onderschreven wordt. Toch neemt de resistentie van zowel ziekteverwekkers als onschadelijke bacteriën in de dierlijke productieketen toe. Wetenschappers van het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle (CIDC) en het RIVM tonen dit aan in een langdurig onderzoeksprogramma naar resistentie van een aantal ziekteverwekkers en 'verklikkerorganismen'. Het advies van de VWA is gebaseerd op de resultaten van dit onderzoek, beschreven in het rapport MARAN 2002. De VWA sprak op 21 april 2004 met belanghebbenden en betrokkenen over het voorgenomen advies aan de minister van LNV en de minister van VWS.

 VWA: veehouderij moet gebruik antibiotica terugdringen
Dinsdag, 25 mei 2004 door Henk Coolen
Als de huidige trend van uitbreidende resistentie tegen antibiotica doorzet, dan zijn infectieziekten bij de mens in de toekomst steeds moeilijker of zelfs niet te behandelen. Veelvuldig gebruik van antibiotica in de agrarische sector kan daaraan bijdragen. Dat stelt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) in een advies aan de minister van LNV over maatregelen gericht op verantwoord gebruik van antibiotica in de veehouderij. Zo wil de VWA bevorderen dat antibiotica die voor de mens van wezenlijk belang zijn, niet in de veehouderij worden gebruikt.
Het gebruik van antibiotica bij zieke dieren is tussen de jaren 1992 en 2002 in tonnen gemeten met 50% toegenomen, terwijl het aantal dieren ongeveer constant is gebleven. De verdeling over de verschillende soorten antibiotica is ruwweg ongewijzigd. Een uitzondering hierop is het gebruik van nitrofuranen en imidazolen; die zijn in 1992 uit de handel genomen.
De VWA noemt het hoge gebruik van antibiotica bij varkens verontrustend. Vergeleken met mensen buiten het ziekenhuis kregen varkens in de intensieve veehouderij in 2002 ongeveer vijf keer zoveel antibiotica. Bovendien brengen de omstandigheden waaronder varkens gehouden worden een groter risico voor de ontwikkeling van resistentie met zich mee. Het is van belang de oorzaken ervan na te gaan en te pogen tot een trendbreuk en bij voorkeur tot een reductie te komen, aldus de VWA.

Het gebruik van antibiotica als groeibevorderaars in de intensieve veehouderij neemt af omdat een aantal stoffen reeds verboden is en er per 1 januari 2006 een totaalverbod geldt. Daarom is er in de notitie van de VWA niet verder op het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar en de daarmee verbonden residu- en resistentieproblematiek ingegaan.

De VWA gaat de veehouderij en andere belanghebbenden en betrokkenen informeren over de risico's van antibioticaresistentie en de relatie met het gebruik van antibiotica. Ook de resultaten van het jaarlijkse resistentie-monitoringsprogramma zijn onderwerp van gesprek. De VWA adviseert de minister om de opdracht aan de VWA voor het monitoren van ziekmakende bacteriën en hun resistentie uit te breiden met geïmporteerd kippenvlees en andere geïmporteerde levensmiddelen. Het bewakingsprogramma van de VWA moet worden uitgebreid met antibioticagebruik en resistentie in de viskweek. Verder stelt de VWA onder meer dat met beleid gericht op goed management op veehouderijbedrijven nog veel winst geboekt kan worden.

Nederland heeft al lang een beleid van verantwoord gebruik van antibiotica dat ook door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) en de vleesproductiesector onderschreven wordt. Toch neemt de resistentie van zowel ziekteverwekkers als onschadelijke bacteriën in de dierlijke productieketen toe. Wetenschappers van het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle (CIDC) en het RIVM tonen dit aan in een langdurig onderzoeksprogramma naar resistentie van een aantal ziekteverwekkers en 'verklikkerorganismen'. Het advies van de VWA is gebaseerd op de resultaten van dit onderzoek, beschreven in het rapport MARAN 2002. De VWA sprak op 21 april 2004 met belanghebbenden en betrokkenen over het voorgenomen advies aan de minister van LNV en de minister van VWS.

 NAV: voorstellen nieuw mestbeleid bedreigend voor akkerbouw
Dinsdag, 25 mei 2004 door Henk Coolen
De Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) noemt de voorstellen van het kabinet voor een nieuw mestbeleid na 2005 een bedreiging voor de akkerbouw. Volgens de vakbond zijn de bemestingsadviesnormen, die bij het nieuwe mestbeleid horen, voor veel akkerbouwgewassen te krap. Dat geldt met name voor zomergerst, peen en sommige aardappelrassen.
De NAV wijst er tevens op dat er in de voorstellen een aanvoernorm ontbreekt voor de bemesting van groenbemesters of ander organisch materiaal zoals compost en gehakseld stro. De vakbond waarschuwde daar al eerder voor en verwijst nog eens naar berekeningen die door de CZAV en Agrifirm zijn gemaakt voor enkele bouwplannen op de klei en het zand. Op basis van deze gegevens moeten de adviesnormen voor een optimale bemesting met minstens 25% omhoog meent de NAV. Het kabinet stelt slechts een overgangstermijn van twee jaar voor met een marge van maar 10%.

De NAV pleit voor een commissie die de bemestingsadviesnormen regelmatig opnieuw beoordeelt waarbij rekening wordt gehouden met veranderende omstandigheden. Het agrarisch bedrijfsleven zou in deze commissie goed vertegenwoordigd moeten zijn. In het feit dat de bemestingsadviesnormen op zand nog niet vast staan, ziet de vakbond het gevaar ontstaan dat het kabinet de akkerbouw gebruikt als wisselgeld voor het behalen van de derogatie van 250 kg stikstof voor de melkveehouders. De organisatie ziet daarin een bedreiging voor de akkerbouw op zand.

Volgens de vakbond zijn de bemestingsadviesnormen voor stikstof en fosfaat voor akkerbouwgewassen zo krap opgesteld, dat de bemesting van dierlijke mest wordt ontmoedigd. Dit zal tot gevolg hebben dat er meer kunstmest wordt gebruikt. De akkerbouwers vinden het vreemd dat de dierrechten van varkens en kippen voorlopig gehandhaafd blijven. Het kabinet zegt te streven dat de afzet van mest voor 100% geborgd moet worden, hetzij via verwerking, export of grondgebondenheid. De NAV zegt niet te begrijpen waarom akkerbouwers niet met grondgebonden veehouderij met varkens en kippen mogen starten zonder dierrechten, terwijl dit voor andere veegroepen wel mag.

De NAV-mestcommissie zal de leden van de landbouwcommissie van de Tweede Kamer proberen te overtuigen om hen te bewegen de bemestingsadviesnormen naar boven toe bij te stellen. Ook de andere punten van kritiek zullen onder hun aandacht worden gebracht.


 ’Kleiner aanbod kuikens moet prijs verbeteren’
Dinsdag, 25 mei 2004 door Henk Coolen
Door een te groot aanbod van vleeskuikens blijft het herstel van de pluimveevleesmarkt langer uit. Betere prijzen voor pluimveevlees zijn alleen mogelijk als het aanbod van vleeskuikens structureel kleiner wordt. Dat zegt Henk Benedictus, directeur van het het pluimveevleesconcern Heijs met pluimveeslachterijen in Haulerwijk en Leek. Volgens Benedictus wordt nu in alle schakels van de pluimveevleeskolom verlies geleden.
Sinds het einde van de vogelpestcrisis zijn alle slachterijen weer volop gaan slachten. Dat is een normale reactie, aldus Benedictus, maar het gevolg is een te groot aanbod van vleeskuikens. Hij verwacht overigens dat het aanbod de komende maanden zal dalen. Vleeskuikenhouders zullen hun stallen leeg laten staan of overstappen op scharrelleghennen. Volgens Benedictus zullen sommige vleeskuikenshouders niet mogen stoppen van de bank, omdat ze hun aflossing en rente moeten kunnen betalen.

Heijs slacht vanwege de slechte afzetmogelijkheden momenteel niet meer dan het normale aantal vleeskuikens van 80.000 dieren in Haulerwijk en 50.000 in Leek. In het verleden werden veel extra dieren geslacht.


 Nieuwe mestbeleid brengt fraude met zich mee
Maandag, 24 mei 2004 door Henk Coolen
Het niveau van vrijwillige naleving van het nieuwe meststelsel is laag en vormt een belangrijke belemmering bij beleidsrealisering. Minder dan een derde van de ondernemers die vallen onder het nieuwe stelsel is naar verwachting bereid het beleid vrijwillig na te leven. Het nieuwe stelsel leidt tot een groter overschot aan mest, wat met een hoge kans op fraude met zich meebrengt.
Dat schrijft professor P. van Reenen, die in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) onderzoek gedaan heeft naar de handhaafbaarheid van het nieuwe mestbeleid dat in 2006 van kracht wordt. Uit dit onderzoek blijkt dat het getoetste stelsel door de agrarische sector als onredelijk wordt beschouwd.

Toepassing van het nieuwe stelsel leidt tot een groter overschot aan mest, met fraude tot gevolg, voorspelt Van Reenen. De hoogte van de fraudedruk wordt vooral bepaald door de hoogte van de (hoge) mestafzetkosten.
Een tweede factor die fraudedruk bepaalt is de hoogte van opbrengstverliezen door gedwongen suboptimale bemesting. Deze druk zal met name leiden tot fraude met kunstmest.

Onregelmatigheden met het afvoeren van dierlijke mest vormen het belangrijkste sturingsrisico. Een strikte regulering op de intermediaire sector via generieke voorschriften is een voorwaarde voor een effectief toezicht op de afvoer van dierlijke mest. Het belang van de beheersing van het transport maakt ook een intensieve en volgehouden fysieke controle noodzakelijk.

Niet opgegeven aanvoer van kunstmest vormt een tweede sturings- en handhavingsrisico. De illegale aanvoer van kunstmest is heel slecht te controleren. De nabijheid van grenzen maakt aanvoer van kunstmest en de toepassing ervan in de praktijk nauwelijks controleerbaar.
Regulering van de aanvoer via een systeem van erkende leveranciers is nuttig, maar alleen wanneer tegelijkertijd een aanzet wordt gegeven tot regulering van kunstmest op Europees niveau. Pas als zo'n regeling van kracht is, kan een effectieve controle worden gerealiseerd.

Zie voor meer informatie het rapport 'Ex ante analyse van het stelsel van gebruiksnormen voor mest en mineralen in de landbouw' op de site van LNV.


 Milieuorganisaties: nieuwe mestnormen veel te slap
Maandag, 24 mei 2004 door Henk Coolen
Het voorstel van de regering voor het nieuwe strengere mestbeleid voldoet absoluut niet. Scherpere normen zijn onvermijdelijk. Anders kan Nederland rekenen op een nieuw conflict met 'Brussel'. Dat is de reactie van de milieuorganisaties Stichting Natuur en Milieu en Stichting Reinwater op het nieuwe mestbeleid van het kabinet.
Stichting Natuur en Milieu en Stichting Reinwater maken zich vooral zorgen over de veel te slappe normen voor het gebruik van fosfaat, een bestanddeel van dierlijke mest en kunstmest. De voorgestelde maatregelen betekenen dat de overbemesting met fosfaat de komende jaren nog groter wordt. Met als gevolg dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, bodem en natuur verder verslechtert.

Het mestbeleid moet nu gaan voldoen aan de Europese richtlijnen voor mest(nitraat) en waterkwaliteit. Met alleen technische maatregelen zal dat niet lukken. De zeer grote veedichtheid van ons land zal kleiner moeten worden. Natuur en Milieu en Reinwater denken dat een krimp met meer dan tien procent nodig is. De organisaties benadrukken dat het mestbeleid er niet toe mag leiden dat koeien nooit meer buiten komen. Koeien horen in de wei.

Momenteel is een fosfaatoverschot (de hoeveelheid fosfaat die na bemesting niet wordt opgenomen door het gras of andere landbouwgewassen) geoorloofd van 40-45 kilo per hectare. Momenteel is de helft van onze landbouwgrond fosfaatverzadigd. De regering stelt nu voor om in 2005 een overschot van 55-60 kilo fosfaat toe te staan.
Dat is rampzalig, aldus de milieuorganisaties. Het oppervlak fosfaatverzadigde landbouwgrond en fosfaatvervuilde sloten en meren zullen groeien in plaats van krimpen, terwijl de Europese richtlijn voor water voorschrijft dat de waterkwaliteit niet mag verslechteren en dat in 2015 het water schoon moet zijn. Men kan dus op zijn vingers natellen dat later onvermijdelijk nog ingrijpender maatregelen nodig zijn.

De organisaties signaleren een andere enstige verslechtering in het voorstel. Tot nu toe werd verschil gemaakt in mestnormen voor natte en droge ('gevoelige) zandgronden. Dat verschil wordt nu niet meer gemaakt. Gevolg: het grondwater in twintig procent van ons landbouwareaal zal de norm van de nitraatrichtlijn overschrijden.


 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 21 mei 2004 door Henk Coolen
Voorzitters kruisen degens

Bijna veertig jaar lang had de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) het monopolie op de sectorale belangenbehartiging. Dat veranderde een maand geleden met de offficiele oprichting van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP). Wat zijn overeenkomsten tussen beide belangen- organisaties en waarin onderscheiden zij zich? 'Pluimveehouderij' sprak met de voorzitters Jan Wolleswinkel (NOP) en Ad Kon (NVP). Kon: ,,We zullen gevraagd en ongevraagd onze mening geven.'' Wolleswinkel: ,,Zo lang je niet aan tafel zit, is het gemakkelijker wat te roepen.'' Uit het gesprek blijkt dat beide dezelfde doelen nastreven, verschil van inzicht is er over de wijze waarop deze kunnen worden bereikt.

Omschakeling niet onderschatten

Meer en meer legpluimveehouders schakelen (deels) over van kooihuisvesting op scharrelkippen in een traditioneel scharrel- of in een volieresysteem. Het is een overstap van eierproducent naar kippenhouder. Kippen houden in een batterijstal is -simpel gezegd-
een kwestie van de computer goed instellen. Bij kippen houden in een volieresysteem komt veel meer kijken. 'Pluimveehouderij' vroeg batterij-/volierekippenhouder Henk Stals in Ospel naar zijn ervaringen en waar toekomstige omschakelaars vooral op moeten letten. ,,Je moet de dieren goed observeren en er af en toe eens een oppakken en voelen.''

Kalkoenenonderzoek

Het Praktijkonderzoek onderzoekt het effect van verschillende genetische -, omgevings- en voedingsfactoren op de incidentie en ernst van tibiale dyschondroplasie (TD) bij vleeskalkoenen. Het onderzoek maakte deel uit van een internationaal onderzoek in EU-verband naar bewegingsstoornissen bij vleeskalkoenen. De onderzoekers presenteren de resultaten van de zesde en tevens laatste proef. Toevoeging van een vitamine D3 bron bleek bij de onderzochte calcium - en opneembaar fosforgehalten in de voeders geen effect te hebben op de incidentie en ernst van TD.

 Diversen
Vrijdag, 21 mei 2004 door Henk Coolen
De ministerraad heeft ingestemd met de beleidsbrief over het mestbeleid. In de beleidsbrief zijn de normen en instrumenten van het beleid vanaf 2006 verder uitgewerkt. Er komt een systeem van gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat. Dit gaat Minias vervangen. De veehouderij krijgt daardoor te maken met fors stijgende mestafzet- kosten door aanpassingen van het mestbeleid.

Het nieuwe mestbeleid per 2006 raakt alle sectoren van de land- en tuinbouw, maar vooral voor de pluimvee- en varkenshouders betekenen de voorstellen een ongekend harde klap. Zij zijn straks tienduizenden euro's per bedrijf meer kwijt aan mestafzet. Voor het voortbestaan van talloze bedrijven moet worden gevreesd, zegt LTO Nederland in een reactie.

De financiele gevolgen zullen voor een vrij groot aantal bedrijven aanzienlijk zijn, erkent de overheid. Het kabinet zegt echter geen geld te hebben voor steun. Het kabinet wil wel ruimte bieden voor oplossingen door bijvoorbeeld schaalvergroting van bedrijven en mestverwerking en bijdragen aan onderzoek en innovatie.

De EC heeft definitief 3 miljoen euro beschikbaar gesteld als tegemoetkoming voor Nederlandse vermeerderaars. Brussel heeft afgezien van de eerdere eis van een nationale cofinanciering. Anderzijds stelt Brussel restricties. Bezwaarlijk is dat de regeling alleen geldt voor vermeerderaars die in de AI-periode tussen 1 maart en 31 mei 2003 broedeieren leverden aan de eiverwerkende industrie. Dit leidt tot een oneven- wichtige verdeling van de vergoeding, volgens de PVE. Ook geldt de regeling niet voor de kalkoen- en eendensector.

 Herziening mestbeleid ingrijpend
Woensdag, 19 mei 2004 door Henk Coolen
Persbericht Ministerraad

19 mei 2004 - De ministerraad heeft op voorstel van minister Veerman (LNV) en staatssecretaris Van Geel (VROM) ingestemd met de beleidsbrief over het mestbeleid. De veehouderij in Nederland krijgt te maken met fors stijgende mestafzetkosten door aanpassingen van het mestbeleid. Het kabinet kiest bewust niet voor krimpmaatregelen. Het mestbeleid wordt volgens het kabinet 'eenvoudiger omdat het kan en duurder omdat het moet'.
De aanpassingen van het mestbeleid zijn noodzakelijk omdat volgens het Europese Hof het Nederlandse beleid niet voldoet aan de EU-eisen. Bovendien blijkt uit de evaluatie van het beleid tot nu toe dat het mestprobleem nog niet is opgelost, al heeft de agrarische sector wel grote vorderingen gemaakt.

In de beleidsbrief zijn de normen en instrumenten van het beleid vanaf 2006 verder uitgewerkt. Er komt een systeem van normen voor de aanwending van stikstof en fosfaat op landbouwgrond (gebruiksnormen) dat het huidige mineralenaangiftesysteem zal vervangen. Die normen zullen er onder meer toe leiden dat veel melkveehouderijbedrijven mest van hun bedrijf moeten gaan afvoeren. Dat leidt tot extra kosten, temeer omdat ook akkerbouwbedrijven scherper moeten letten op hoeveel mest zij aanvoeren.

De financiële gevolgen zullen voor een vrij groot aantal bedrijven aanzienlijk zijn. Het kabinet doet geen voorstel om financieel bij te dragen aan de sanering van bedrijven. Daar is geen geld voor, mede gelet op de andere maatschappelijke problemen die het kabinet moet oplossen. Het kabinet wil wel ruimte bieden voor oplossingen door bijvoorbeeld schaalvergroting van bedrijven en mestverwerking en bijdragen aan onderzoek en innovatie.

Met het nieuwe beleid zal Nederland in 2006 voldoen aan de eisen van de Europese nitraatrichtlijn. In 2015 is voor fosfaat evenwicht bereikt tussen bemesting en de onttrekking van mest door het gewas. De administratieve lasten voor de bedrijven en de uitvoeringskosten voor de overheid zullen met 40 procent afnemen, wat een positief effect heeft op de kosten en de ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven.

Het kabinet overlegt nog met de Europese Commissie over de voorgestelde invulling van het mestbeleid. Dat moet deze zomer tot een akkoord leiden. Aansluitend zal Nederland een formeel verzoek tot derogatie (afwijking) van de normen uit de nitraatrichtlijn indienen in Brussel.
Het voorstel tot wijziging van de meststoffenwet wordt nu voor advies aan maatschappelijke organisaties aangeboden (zie ook www.minlnv.nl/mestbeleid). In juni zal het voor advies worden aangeboden aan de Raad van State en vervolgens aan de Tweede Kamer.


 LTO: Nieuwe mestbeleid harde klap voor varkens- en pluimveehouders
Woensdag, 19 mei 2004 door Henk Coolen
Gevolgen nieuwe mestbeleid verschillen sterk per sector

Het nieuwe mestbeleid per 2006 raakt alle sectoren van de land- en tuinbouw, maar de gevolgen ervan lopen per sector sterk uiteen. Vooral voor de varkens- en pluimveehouders betekenen de voorstellen van minister Veerman (LNV) en staatssecretaris Van Geel (VROM) een ongekend harde klap. Zij zijn straks veel meer geld kwijt aan mestafzet, waardoor het voortbestaan van talloze bedrijven moet worden gevreesd. Akkerbouwers en ook melkveehouders zullen flink moeten bijsturen in hun bedrijfsvoering om de kostenstijging nog enigszins binnen de perken te houden, zegt LTO Nederland in een reactie op de mestplannen van het kabinet.

“De eisen van Brussel zijn, gezien het totale pakket aan strengere regels, dominant in de plannen. In feite staat Nederland met de rug tegen de muur”, constateert Antoon Vermeer, voorzitter van de LTO-commissie Milieu. Door een uitspraak van het Europese Hof (oktober 2003) moet Nederland zijn mestbeleid aanpassen aan de eisen in de EU-Nitraatrichtlijn. Belangrijkste wijziging is dat niet de verliezen aan mineralen naar het milieu maatgevend zijn, maar dat normen gaan gelden aan het gebruik van dierlijke mest en kunstmest.

Eind vorig jaar spraken beide bewindslieden wel af met het bedrijfsleven dat bij invoering van de nieuwe gebruiksnormen een fasering van beleid en de sociaal-economische consequenties in acht zouden worden genomen. “Van die afspraak valt bitter weinig terug te vinden”, aldus de teleurgestelde LTO-bestuurder. Hij had verwacht dat meer van de inbreng van LTO-zijde in de voorstellen zou zijn verwerkt, zoals ruimte geven aan de voorlopers en administratieve lastenverlichting voor boeren. In de benadering van het kabinet om meer verantwoordelijkheid neer te leggen bij de ondernemer en goed management te belonen, kan hij zich goed vinden.

De explosieve kostenstijging voor de intensieve veehouders noemt Vermeer onevenredig zwaar: “De pluimveehouders krabbelen net op na de crisis met de vogelpest en de bedrijfsresultaten in de varkenshouderij staan al lang onder grote druk. Inkomensdalingen van tienduizenden euro’s zijn niet verteerbaar. Daar moet hoe dan ook wat aan worden gedaan”.
Hij tekent ook aan dat de regering de afgelopen jaren herhaaldelijk heeft aangegeven dat het meeviel met de mestoverschotten en dit milieuprobleem redelijk onder controle was. Vermeer: “Een dramatische daling van inkomens met tienduizenden euro’s, zoals nu becijferd voor 2006 en daarna, valt daar niet mee te rijmen".

Aan de andere kant ziet LTO ook pluspunten. Grootste winst is dat aanwijzing van droge zandgronden, waarvoor een apart regiem zou gelden, nu van de baan is. Voorwaarde voor LTO is echter wel dat aangepaste landbouwkundige bemestingsadviezen gevolgd kunnen worden. Ook is het positief dat er een minder rigide sanctioneringssysteem komt waar het gaat om de hoeveelheid afgezette mest. Bij de uitvoering wordt een marge ingebouwd, zodat de boer niet direct met boetes wordt geconfronteerd, zoals bij het nu nog geldende MINAS-systeem. Voorts staat LTO er achter dat be- en verwerking van mest wordt gestimuleerd.

LTO Nederland realiseert zich dat de speelruimte om de voorstellen aan te passen, beperkt is. Ook al is de klem van Brussel aan alle kanten voelbaar, toch zal LTO alles in het werk stellen om de Tweede Kamer te bewegen om het totale beleid beter draaglijk te maken en de grootste pijnpunten eruit te halen. Een ervan is dat de afzet van mest bij naburige boeren (boer-boer transport) mogelijk moet blijven. Ook mag het niet gebeuren dat melkveehouders dierlijke mest moeten afvoeren en tegelijkertijd kunstmest moeten aankopen. Ook zal het strenge fosfaatbeleid moeten worden aangepast, omdat Nederland volgens LTO in vergelijking met andere lidstaten te ver voor loopt op het Europese beleid.

 PVE: geen extra toegang voor pluimveevlees uit Zuid-Amerika
Woensdag, 19 mei 2004 door Henk Coolen
De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) maken bezwaar tegen voorstellen van de Europese Unie om de Mercosur-landen (Argentinie, Brazilië, Paraguay en Uruguay) extra markttoegang te bieden voor pluimveevlees. Volgens PVE blijkt uit ervaring dat de EU erg kwetsbaar is voor extra invoer uit derde landen. De productschappen achten het raadzaam dat de EU eerst de huidige WTO-onderhandelingen afwacht, voordat men met andere partijen in gesprek gaat over verdergaande liberalisering.
Bij de onderhandelingen met Mercosur leek het er in eerste instantie op dat de EU geen extra markttoegang zou bieden voor pluimveevlees. De PVE hebben echter vernomen, hoewel daarover nog geen officieel bericht is verspreid, dat er een substantiele hoeveelheid pluimveevlees door de EU in de aanbieding gedaan zal worden. De productschappen vinden dit onbegrijpelijk en vrezen de gevolgen.

Volgens de PVE is de Europese pluimveevleessector nog amper bekomen van de toevloed van veel goedkope gezouten filet uit derde landen. Deze invoer vond plaats tegen lage importheffingen omdat de wet het licht zouten mogelijk maakte. Zo viel de reguliere importheffing (vers of bevroren filet) ruim € 1,50 per kilo lager uit. Voor de producenten in de EU leidde dit tot fors lagere prijzen. De PVE hebben hun standpunt inmiddels duidelijk gemaakt in een brandbrief aan de ministeries van LNV en EZ.


 Huishoudens kopen meer vlees, maar bestedingen dalen door prijzenslag
Woensdag, 19 mei 2004 door Henk Coolen
Nederlandse huishoudens hebben het eerste kwartaal van 2004 gemiddeld 1,6% meer gekocht dan in het eerste kwartaal 2003. Dat melden de Productschapppen Vee, Vlees en Eieren (PVE). De bestedingen zijn als gevolg van lagere prijzen afgenomen. Nadat vorig jaar de supermarkten de prijzen van veel andere producten hebben verlaagd is de prijzenslag in het eerste kwartaal ook naar vlees uitgebreid.
De aankopen van roodvlees zijn met 2,5% gestegen. Deze stijging wordt grotendeels veroorzaakt door de stijging van gehakt (6,6%). Dit is veel in de aanbieding geweest in de prijzenslag. Zo was het gehakt bijna 7% goedkoper vergeleken met het eerste kwartaal van 2003. In tegenstelling tot het gehakt is rundvlees (-0,9%) en varkensvlees (stabiel) niet meer verkocht in het eerste kwartaal. De prijs van rundvlees is slechts licht gedaald en de prijs van varkensvlees is zelfs iets gestegen.

Het eerste kwartaal is minder kip en kalkoen verkocht ondanks de lagere prijzen. Zo zijn de bestedingen verder gedaald (-3,5%). De huishoudelijke aankopen van rookworst en vleessnacks lieten een forse plus zien van respectievelijk 6,1% en 4,2%. Ook de verkopen van de gemengde vleesproducten stegen (2,2%). De betere verkoop van deze producten wordt mede veroorzaakt door de lagere prijzen. Bijna alle producten waren in het eerste kwartaal goedkoper. Dit gold niet voor varkensvlees (+0,7%), kalfsvlees (+7,0%) en kalkoen (+6,6%).

Steeds meer consumenten kopen vleessnacks met brood. Maar liefst 7 op de 10 consumenten hebben het eerste kwartaal zo'n product aangeschaft. De verkopen zijn met 20% gestegen. De bestedingen groeiden minder sterk (12%) omdat de prijzen wel onder druk stonden.

De groei van de kant-en-klaarmaaltijden is gestagneerd in het eerste kwartaal. Dit komt mogelijk door de economische recessie en de prijzenslag zodat de consument meer gefixeerd is op de prijs. Binnen de kant-en-klaarmaaltijden zijn vooral koelverse maaltijden minder goed verkocht.
Het aandeel van voorverpakt vlees blijft toenemen. Het eerste kwartaal was 83,1% voorverpakt. Een jaar eerder was dit 82,0%. Op basis van volume bleven de verhoudingen tussen de afzetkanalen in vlees vrij stabiel. Het marktaandeel van de supermarkten is nu 83,7%.


 Pluimveehouders willen meer
Dinsdag, 18 mei 2004 door Henk Coolen
Driehonderd pluimveehouders zijn bijna een jaar na het verdwijnen van de vogelpest nog niet tevreden met de schadevergoeding van het ministerie van landbouw voor het ruimen van hun bedrijven. De ondernemers stellen duizenden euro's per bedrijf extra nodig te hebben voor schadevergoeding.

 Canada gaat 15 tot 20 miljoen kilo
Dinsdag, 18 mei 2004 door Henk Coolen
Ottawa (15 mei 2004) - pluimveevlees importeren om het tekort op te heffen dat is ontstaan door de grootschalige ruiming van pluimvee in de strijd tegen de vogelgriep. Canada importeert het vlees waarschijnlijk uit de Verenigde Staten, zo verklaarde een woordvoerder van de pluimveeindustrie
Meer dan 19 miljoen kippen zijn geruimd, nadat op zo'n twintig pluimveebedrijven in de Fraser Vallei ten oosten van Vancouver vogelgriep was vastgesteld. Door de massale ruiming is naar schatting tien rot twaalf procent van de Canadese pluimveevleesproductie komen te vervallen. Met als gevolg dat er een tekort ontstaat.
Handelsminister Jim Peterson verklaarde dat in eerste instantie geprobeerd wordt het tekort in eigen land aan te vullen. Maar zijn ministerie zal extra importvergunningen afgeven om het tekort aan aanbod op te heffen met pluimveevlees uit het buitenland.

 Buurderijen moeten boerderijen vervangen
Dinsdag, 18 mei 2004 door Henk Coolen
Landbouw en platteland staan voor ingrijpende vernieuwingen. Daar wordt al jaren aan gewerkt, maar zonder veel succes. De gekozen aanpak is vaak symptoombestrijding, maar lost niet de echte problemen op. Er is een ander systeem van eigendom, beheer en profijt nodig. Het huidige systeem leidt tot ontwrichting.
Dat blijkt uit 'Van boerderij naar buurderij', een rapport van InnovatieNetwerk Groene Ruimte en Agrocluster. In dit rapport wordt een diepgaande analyse gemaakt van de manier waarop verantwoordelijkheden voor het landelijk gebied zijn geregeld.

De visie van landbouw als puur economische activiteit is een belangrijke oorzaak van de sociale ontwrichting op het platteland. De betekenis van landbouw als krachtig domein van zingeving komt hierin niet aan bod. De nadruk op efficiency heeft geleid tot anonimisering van relaties, zowel binnen de landbouw als in de relaties met de buitenwereld, aldus het rapport.
Productie van voedsel en beheer van het landelijk gebied zijn steeds minder te combineren functies. De boer komt daardoor in een spagaat terecht. De markt dwingt tot intensivering, terwijl een goed beheer van het landelijk gebied om extensivering vraagt. De overheid is verstrikt geraakt in eigen regelgeving, is een gevangene van zichzelf geworden.

Er is volgens het rapport behoefte aan totaal nieuwe ontwerpen voor organisatievormen. De huidige scheiding tussen publiek en privaat moet worden opgeheven, zodat burgers weer hun eigen leefomgeving kunnen beinvloeden. Daar zijn nieuwe burgerschapsvormen voor nodig. Hier is bijvoorbeeld collectief eigendom of medefinanciering aan de orde. Hiervoor moeten bestaande eigendom- en gebruiksrechten ter discussie worden gesteld.

InnovatieNetwerk gaat nieuwe ontwerpen maken voor dergelijke organisaties. Draagvlak bij bestaande organisaties wordt hierbij niet als maatstaf genomen. Het reproduceren van wat we al kennen is immers niet het doel van een echt vernieuwend ontwerp. Er wordt daarom samenwerking met kritische personen en vernieuwende organisaties gezocht.


 'Biologische landbouw is niet milieuvriendelijk'
Maandag, 17 mei 2004 door Henk Coolen
De biologische landbouw is niet zo milieuvriendelijk en duurzaam als de sector altijd beweert. Bovendien betalen de boeren en de bevolking in de Derde Wereld de rekening voor de biologische producten in het Westen. Dat zegt Prem Bindraban, onderzoeker bij Plant Research International (PRI) van Wageningen UR.
Volgens Bindraban kan de biologische landbouw de claim dat alleen de biologische manier van werken milieuvriendelijk en duurzaam is, op den duur niet waarmaken. Nu kan de biologische landbouw nog 80% van de opbrengst genereren die de gangbare landbouw haalt. Maar die resultaten kan de biologische landbouw alleen maar boeken omdat er jarenlang teveel meststoffen in de bodem zijn gebracht, meent Bindraban.

Als dit overschot is verdwenen zal de biologische landbouw méér meststoffen dan alleen de meststoffen uit de dierlijke productie moeten toedienen om dezelfde productie te blijven halen. Wanneer dat niet gebeurt zal de opbrengst terugvallen tot minder dan 30% van het huidige niveau, schat Bindraban. Wanneer de sector alleen extra meststoffen van natuurlijke opbrengst zal willen gebruiken heb je per hectare gewas in Nederland een extra areaal van drie tot vier hectare nodig. Voor meststoffen uit de Derde Wereld is voor elke hectare wel twintig hectare nodig.

Nederland met zijn overvloedige productie kan het zich permitteren biologisch te produceren, meent Bindraban. Maar als er wereldwijd biologisch geproduceren gaat worden is er onvoldoende voedsel voor de wereldbevolking en zal de bodem in de Derde Wereld op nog veel grotere schaal onvruchtbaar worden. Daarnaast vindt Bindraban het moreel niet aanvaardbaar dat Europa, dat door zijn jonge vruchtbare gronden en gunstige klimaat bij uitstek geschikt als landbouwgebied, niet bereid zou zijn om de voedseltekorten elders in de wereld te compenseren.

Nederlands Dagblad, 15/05/04

 Afgelopen Zaterdag in de Pluimveehouderij
Maandag, 17 mei 2004 door Henk Coolen
Bijverdieners

Nicole van der Heijden is een duizendpoot. Samen met haar man Jan heeft ze drie jonge kinderen. Kinderen en huishouden vragen de nodige aandacht. Maar ze draagt ook haar steentje bij in het bedrijf met 100.000 vleeskuikens en ze heeft een baan als bejaarden- verzorgster. Ze werkt soms drie avonden in de week. ,,En ik denk er serieus over om ook nog een nacht- dienst bij te pakken", zegt Nicole. Ze werkt met veel plezier in de zorg. Nu het in de vleeskuikensector niet goed gaat, is een buitenshuis werkende vrouw best handig. Ze zorgt voor een (aanvullend) inkomen.

Houden van hennen

Het projectteam van Houden van Hennen wil een nieuw houderijsysteem voor leghennen ontwerpen. In een aantal bijeenkomsten met verschillende belang- hebbenden zijn drie 'uitdagingen' bij de kop gepakt.
De eerste betrof het zodanig inrichten van de leefruimte van de leghen dat zij op een vaste plaats haar eieren legt. In de tweede sessie is gekeken naar een nieuwe ruimtelijke inrichting van de leghenhouderij. En tijdens de derde bijeenkomst zijn nieuwe mechanismen en principes bedacht om de gezondheid van kippen met uitloop op een acceptabel niveau te houden.

Natte stal

Veel vleeskuikenbedrijven kampen sinds de winter- maanden met nat strooisel in de stal. Verterings- problemen lijken een belangrijke oorzaak van de problematiek te zijn. In twee eerdere artikelen is ingegaan op het ontstaan van deze problemen en hoe ze zich manifesteren. In een derde artikel vertelt een nutritionist hoe voermaatregelen kunnen bijdragen aan een oplossing van het probleem.

 Diversen
Maandag, 17 mei 2004 door Henk Coolen
Pluimveebedrijf Te Wierik in Raalte, het grootste legpluimveebedrijf in Nederland, is failliet. Gesuggereerd wordt dat de huidige lage eierprijzen hierbij een belang- rijke rol hebben gespeeld. Meest waarschijnlijke oorzaak van het faillissement is echter de zware investering in de mestcompostering, bestuurlijke en juridische procedures daarbij en de mestafzetproblemen vanwege dierziektes. Curator Peters probeert voor onderdelen van het bedrijf een doorstart te maken.

Naar verluid komen er grote hoeveelheden pluimveevlees uit Polen ons land binnen. Zo losten vorige week zeker 60 Poolse vrachtwagens hun lading pluimveevlees bij vrieshuis Menken in Zoetermeer. Het vlees is bestemd voor Vriesekoop Uitsnijderij. Ook voor 1 mei, de datum waarop Polen EU-lid werd, sloeg Menken naar zijn zeggen al veel Pools pluimveevlees op. Volgens Nepluvi-secretaris Cees Vermeeren is er niets aan de hand, zolang het vlees in orde is en voldoet aan de eisen die gesteld worden.

Het merendeel van de coccidiose veldstammen blijkt resistent is tegen geregistreerde anticoccidiosemiddelen. Dit blijkt uit onderzoek van de Gezondheidsdienst. Dit betekent dat er zorgvuldig omgegaan dient te worden met de op dit moment beschikbare anticoccidiosemiddelen, aldus de onderzoekers. Ondanks het veelvuldig voor- komen van resistentie tegen de anticoccidiosemiddelen lijken de klinische coccidiose problemen in het veld mee te vallen.

 Recordwinst Cehave Landbouwbelang in 2003
Vrijdag, 14 mei 2004 door Henk Coolen
Landbouwcoöperatie Cehave Landbouwbelang heeft in 2003 een record resultaat geboekt van 10 miljoen euro voor prijscorrectie. De omzet van de onderneming daalde van 971 miljoen tot 751 miljoen euro. Ook de eerste 4 maanden van 2004 zijn positief verlopen. In totaal kon ruim 9 miljoen euro aan de leden-afnemers uitgekeerd worden.
Volgens Cehave hebben de mengvoeractiviteiten in zowel Nederland als Polen en België een sterke tweede helft van 2003 laten zien. Ook de resultaten van de Astenhof pluimveeslachterijen verbeterden zich in deze periode. De balans van de onderneming werd verder versterkt door werkkapitaalbeheersing en opbrengsten van het afstoten van diverse niet-kernactiviteiten.

Omzetontwikkeling
De omzet van de onderneming daalde van 971 miljoen tot 751 miljoen euro, als gevolg van het afstoten van diverse niet-kernactiviteiten, het terugbrengen van het aantal slachtingen in de Astenhof slachterijen en de (tijdelijke) terugval van de afzet in voeders als gevolg van de vogelpest.

Resultaatontwikkeling
Door het afstoten van matig renderende activiteiten en stringente kostenreductieprogramma's, is het bedrijfsresultaat in 2003 ten opzichte van 2002 met 32,5 miljoen euro. gestegen tot 15,6 miljoen euro. Met name de resultaten van de mengvoerbedrijven in België en Polen waren zeer tevredenstellend. Ook de sterk gedaalde rentelasten droegen bij aan de resultaatverbetering.

Prijscorrectie
Coöperatie Cehave Landbouwbelang keerde aan haar leden-afnemers per ton in Nederland afgenomen diervoeders over de eerste drie kwartalen van 2003 een prijscorrectie uit van € 2,50 en over het laatste kwartaal nog eens € 3,00 (In 2002 was dat € 2,00 respectievelijk € 2,50. Aan kwantumkortingen (direct verrekend op de factuur) werd 6 miljoen euro uitbetaald, zodat in totaal ruim 9 miljoen euro aan de leden-afnemers kon worden uitgekeerd.

Algemeen
De onderneming heeft met name in de tweede helft van het jaar financieel de vruchten geplukt van de genomen kostenmaatregelen en de effecten van het zich concentreren op de kernactiviteiten. Ondanks de focus op kostenbeheersing is de onderneming doorgegaan met het vernieuwen van haar producten met de nadruk op het verlagen van de kostprijs van de producten van haar boeren. Verschillende nieuwe producten zijn op de markt gezet. De nieuwe Diamond Line voeders zijn wat dat betreft een grote stap voorwaarts en meteen vanaf de introductie een drijvende kracht achter de stijging van het marktaandeel.

Verwachting 2004
Cehave Landbouwbelang is vergaand geherstructureerd. Het eind 2001 gestarte herstructureringsproces heeft de onderneming omgevormd van een breed conglomeraat, tot een gefocust diervoederbedrijf. In deze periode is de netto schuldenlast met totaal 95 miljoen euro teruggebracht. Het aantal personeelsleden is in deze periode gereduceerd van circa 3.000 tot circa 1.800 fte’s. De onderneming koppelt efficiency aan innovatie en heeft daarmee haar positie op de markt duidelijk versterkt. De coöperatie verwacht dat de opgaande lijn, zoals die het laatste halfjaar in resultaat en marktaandeel zichtbaar was, duurzaam zal zijn.

De eerste 4 maanden van 2004 zijn, in lijn met het tweede halfjaar 2003, wederom positief verlopen. Het financieel resultaat van Cehave Landbouwbelang zal zich, naar verwachtingvan de directie, ook in 2004 positief ontwikkelen. Het bedrijf voorziet voor 2004 een prijscorrectie die substantieel hoger zal zijn dan over 2003.


 PVV: geen uitstel privatisering vleeskeuring
Vrijdag, 14 mei 2004 door Henk Coolen
Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees (PVV) is niet te spreken over een voorstel van het ministerie van LNV om de privatisering van de bandkeuring in de roodvleesslachterijen uit te stellen tot 1 januari 2006. Ook de overgang van personeel moet volstrekt eenduidig geregeld zijn, voordat het bedrijfsleven haar handtekening kan zetten onder het betreffende convenant.
De slachtsector is bereid via een bestemmingsheffing van het PVV éénmalig een bedrag van € 18 miljoen bij te dragen aan de privatisering. Maar het kan volgens het bestuur niet zo zijn dat andere organisatorische aangelegenheden bij LNV aanleiding zijn voor uitstel van deze zo noodzakelijke efficiencyslag in de vleeskeuring. Uitstel met een jaar kost het bedrijfsleven volgens het PVV circa € 10 miljoen.

Het PVV is ook bezorgd over de manier waarop LNV medewerkers over wil laten stappen van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) naar de private stichting Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS). Het bestuur wil dat RVV en KDS hierover volstrekt ondubbelzinnige, werkbare afspraken maken.
Verder wijst het PVV erop, dat ook bij de keuring van levend vee nog de nodige efficiencywinst te behalen valt. Dit blijft volgens het productschap vooralsnog onderbelicht.

Het PVV-bestuur is in principe en op hoofdlijnen akkoord met het betreffende convenant en met het instellen van een bestemmingsheffing via het productschap. Het PVV int de gelden bij de slachterijen die meer dan 1000 GVE verwerken om zodoende de vleeskeuring te helpen privatiseren. De gevolgen zijn in eerste instantie de overgang van werkgelegenheid van de RVV naar de KDS, meer efficiency en een verlaging van de keuringstarieven, de verbetering van de concurrentiepositie en het behoud van werkgelegenheid in de roodvleessector.

Na ondertekening van het convenant en de publicatie van de PVV-verordening voor deze bestemmingsheffing moet een en ander aan de Europese Commissie ter goedkeuring worden voorgelegd.


 PVV: geen uitstel privatisering vleeskeuring
Donderdag, 13 mei 2004 door Henk Coolen
Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees (PVV) is niet te spreken over een voorstel van het ministerie van LNV om de privatisering van de bandkeuring in de roodvleesslachterijen uit te stellen tot 1 januari 2006. Ook de overgang van personeel moet volstrekt eenduidig geregeld zijn, voordat het bedrijfsleven haar handtekening kan zetten onder het betreffende convenant.
De slachtsector is bereid via een bestemmingsheffing van het PVV éénmalig een bedrag van € 18 miljoen bij te dragen aan de privatisering. Maar het kan volgens het bestuur niet zo zijn dat andere organisatorische aangelegenheden bij LNV aanleiding zijn voor uitstel van deze zo noodzakelijke efficiencyslag in de vleeskeuring. Uitstel met een jaar kost het bedrijfsleven volgens het PVV circa € 10 miljoen.

Het PVV is ook bezorgd over de manier waarop LNV medewerkers over wil laten stappen van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) naar de private stichting Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS). Het bestuur wil dat RVV en KDS hierover volstrekt ondubbelzinnige, werkbare afspraken maken.
Verder wijst het PVV erop, dat ook bij de keuring van levend vee nog de nodige efficiencywinst te behalen valt. Dit blijft volgens het productschap vooralsnog onderbelicht.

Het PVV-bestuur is in principe en op hoofdlijnen akkoord met het betreffende convenant en met het instellen van een bestemmingsheffing via het productschap. Het PVV int de gelden bij de slachterijen die meer dan 1000 GVE verwerken om zodoende de vleeskeuring te helpen privatiseren. De gevolgen zijn in eerste instantie de overgang van werkgelegenheid van de RVV naar de KDS, meer efficiency en een verlaging van de keuringstarieven, de verbetering van de concurrentiepositie en het behoud van werkgelegenheid in de roodvleessector.

Na ondertekening van het convenant en de publicatie van de PVV-verordening voor deze bestemmingsheffing moet een en ander aan de Europese Commissie ter goedkeuring worden voorgelegd.


 10.000 veehouders nemen deel aan SEP
Donderdag, 13 mei 2004 door Henk Coolen
Bijna 10.000 veehouders hebben sinds 2000 gebruikgemaakt van het Sociaal Economisch Plan Veehouderij. Ongeveer een kwart heeft zijn bedrijf beëindigd.

Dat blijkt uit de evaluatie van het SEP door het organiserende projectbureau Odyssee. Het lichtte alle 65.000 Nederlandse veehouders in over de mogelijkheden van het SEP. Dat was ruim twee keer zoveel als gepland. 9.000 boeren lieten zich voorlichten over hun toekomstperspectief – eveneens ruim twee keer meer dan voorzien.

Naar begeleiding bij bedrijfsbeëindiging en voorlichting over groeimogelijkheden was minder vraag. 5.000 boeren namen eraan deel, de helft minder dan voorzien.

Volgens Odyssee is het project succesvol afgesloten en zijn de deelnemers enthousiast. In de loop der tijd nam de waardering toe, toen de duidelijkheid over de mogelijkheden groeide; aanvankelijk dachten veel boeren dat het SEP alleen hulp bood aan bedrijfsbeëindigers.

Het project heeft ruim 25 miljoen euro gekost, afkomstig van de ministeries van LNV en SoZaWe.


 AI & NCD Nieuws
Maandag, 10 mei 2004 door Henk Coolen
Vanmiddag heeft het dagelijks bestuur van het Productschap Pluimvee en
Eieren overleg gevoerd met mevrouw Bergkamp (directeur-generaal) en de heren Paul (directeur VVA) en De Leeuw (CVO) van het ministerie van LNV. In het overleg is mede aandacht besteed aan enkele zaken met betrekking tot AI en aan het NCD-beleid.

Bij de monitoring naar laag pathogene AI zijn onlangs enkele serologisch positieve bedrijven gevonden in Uithuizermeeden, Lopik, Steenbergen en Liempde. Dat heeft geleid tot veel publiciteit en enkele landen hebben vanwege die positieve bedrijven hun grenzen gesloten voor Nederlands pluimvee en Nederlandse pluimveeproducten.
Het georganiseerde pluimveebedrijfsleven heeft zich geërgerd aan de vele publiciteit rondom het vinden van deze positieve bedrijven.
Het ministerie van LNV heeft er op gewezen dat de pers erg snel via vrije nieuwsgaring van de positieve bedrijven op de hoogte was.
Om te zorgen dat in elk geval de juiste zaken naar buiten zouden komen heeft LNV vervolgens besloten in een persbericht de correcte informatie te geven met als doel om daarmee zelf de regie over de publiciteit in handen te houden.

LNV is thans intern bezig met het maken van een beslisschema voor het geval opnieuw bedrijven naar voren komen die positief hebben gereageerd op een serologisch onderzoek. In dat beslisschema worden de te nemen maatregelen beschreven en wordt ook aandacht besteed aan de communicatie. LNV heeft toegezegd dat binnenkort nader contact met de sector zal worden opgenomen over één en ander.

Door LNV is voorts opgemerkt dat bij de OIE
(werelddiergezondheidsorganisatie) momenteel wordt gediscussieerd over de bestrijding van AI. Daarbij is o.a. aan de orde om te verplichten dat alle AI van de types H5 en H7 moeten worden bestreden ongeacht het gegeven of het virus hoog pathogeen of laag pathogeen is.
Het is duidelijk dat de uitkomst van die OIE-discussie het thans door LNV gemaakte beslisschema volledig kan doorkruisen.

Zowel het dagelijks bestuur van het PPE als het ministerie van LNV zijn van mening dat de grenssluitingen, die enkele landen (o.a. Rusland en Japan) hebben ingesteld in verband met het vinden in Nederland van tekenen van laag pathogene AI, volledig onterecht zijn.
Het ministerie van LNV zet zich maximaal in om de grenssluitingen ongedaan te maken. In dat verband moet overigens worden opgemerkt dat ten aanzien van Rusland naast veterinaire problemen vooral ook politieke problemen een rol spelen.

NCD
Einge tijd geleden heeft het ministerie van LNV al aangegeven dat de
regelgeving ten aanzien van het vaccineren van pluimvee tegen NCD in
medebewind zal worden gegeven aan het PPE. Recent heeft LNV laten weten dat het de bedoeling is om de verantwoordelijkheid voor de regelgeving aan het einde van dit jaar aan het PPE over te dragen.
Het dagelijks bestuur van het PPE heeft in het overleg laten weten dat de overdracht op kortere termijn kan plaatsvinden. LNV heeft daarop geantwoord dat daar aan zal worden meegewerkt indien dat juridisch geen problemen oplevert.
De Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg zal op maandag 24 mei nader over één en ander vergaderen.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 'Veestapel moet met 10 procent inkrimpen'
Maandag, 10 mei 2004 door Henk Coolen
Om aan de Nitraatrichtlijn te kunnen voldoen moet de veestapel met circa tien procent inkrimpen. Dat zei directeur Klaas van Egmond van het Milieu- en Natuurplanbureau van het RIVM vorige week vrijdag bij de presentatie van de Milieubalans 2004, het '10e milieujaarverslag' van Nederland.
Sinds de invoering van het nieuwe mestbeleid in 1998 is het stikstof- en fosfaatoverschot in de landbouw afgenomen met circa 30%, vooral als gevolg van een verminderd gebruik van kunstmest. In het evaluatierapport 'Mineralen beter geregeld', dat op 27 april door het RIVM werd gepresenteerd, werd echter al geconcludeerd dat een verdere beperking van het gebruik van stikstof en fosfaat in de landbouw nodig zal zijn.

De huidige verliesnormen voor stikstof zijn nog te hoog om op een groot deel van de droge zandgronden 50 mg nitraat per liter in het bovenste grondwater te realiseren. De huidige fosfaatverliesnormen blijven leiden tot een toename van de fosfaatverzadiging van de bodems. Op basis van nieuwe inzichten wordt het areaal met fosfaatverzadigde gronden geraamd op 1,2 miljoen hectare, hetgeen neerkomt op de helft van het Nederlandse landbouwareaal.

Het Europese Hof heeft op 2 oktober 2003 Nederland veroordeeld wat betreft de implementatie van de Nitraatrichtlijn. De opzet van het mestbeleid is daarmee afgekeurd. Het mineralenaangiftesysteem (MINAS) zal daarom per 1 januari 2006 vervangen worden door een stelsel op basis van gebruiksnormen. Het kabinet is voornemens een derogatieverzoek in te dienen om op grasland meer dan 10 kg/ha stikstof uit dierlijk mest te mogen gebruiken. Het nog onzeker of dit toegekend zal worden.

Meer informatie over de Milieubalans 2004 vindt u op de website van het RIVM.


 'Veestapel moet inkrimpen'
Maandag, 10 mei 2004 door Henk Coolen
Den Haag - De veestapel moet met circa tien procent inkrimpen, wil Nederland in 2008 voldoen aan de Nitraatrichtlijn. Dat heeft directeur van het Milieuplanbureau, Klaas van Egmond, vrijdag gezegd bij de presentatie van de Milieubalans 2004. Staatssecretaris Pieter van Geel van milieu zei in een reactie dat het kabinet ernaar streeft de sociaal-economische gevolgen voor de sector zo beperkt mogelijk te houden. Naar verwachting krimpt de veestapel sowieso door ontwikkelingen in de markt. Als dat onvoldoende is, zijn extra maatregelen nodig.

 EC wil meer rundvlees, kip, groenten, fruit en sap uit Mercosur-landen toelaten
Vrijdag, 7 mei 2004 door Henk Coolen
De Europese Commissie praat deze week met de Mercosur-landen Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay over een handelsverdrag. In ruil voor een ruimere toegang tot de EU voor rundvlees, kip, groenten, fruit en ingedikt sinaasappelsap wil de Commissie dat deze landen hun markten openstellen voor onder meer financiële dienstverleners en telecombedrijven uit de EU.
Ook wil de Europese Commissie dat bedrijven uit de EU mee kunnen dingen naar overheidsopdrachten voor nutssectoren zoals onderwijs en watervoorzieningen. Daarnaast wil de Europese Commissie de eis van Brazilië om suiker naar de EU te exporteren inruilen voor een grotere markttoegang voor bio-ethanol.

Vooral dat laatste raakt gevoelige (Nederlandse) snaren. De Europese suikerindustrie vreest dat Brazilië zijn koppositie op de wereldsuikermarkt verder uit zal willen breiden. Nu ontvangen zes grote suikerproducenten in de EU nog ruim 800 miljoen euro aan subsidies, waarmee zij de eigen markt af kunnen schermen en hun suiker op de wereldmarkt kunnen dumpen. Dat kost Brazilië jaarlijks ruim 400 miljoen euro.
Brazilië heeft samen met Thailand en Australië al een klacht tegen de EU lopen bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De Europese Commissie zou de de eis van Brazilië om suiker naar de EU te exporteren in willen ruilen voor een grotere markttoegang voor bio-ethanol, dat binnenkort in de EU verplicht in autobrandstof wordt verwerkt.

Er zijn verder weinig details over de besprekingen bekend omdat de besprekingen een besloten karakter hebben. Individuele lidstaten worden formeel ook niet over de besprekingen op de hoogte gehouden. De EU-lidstaten kennen zelfs het onderhandelingsaanbod van de Commissie niet. Voldoet het aanbod van de tegenpartij, dan brengt de Commissie de lidstaten ervan op de hoogte.


 Morgen in de Pluimveehouderij
Vrijdag, 7 mei 2004 door Henk Coolen
Uit hun schulp

Gewoon doen en doorwerken. Dat is het motto van de broers Frank en Ruud Zanders, eigenaren/directeuren van Zanders Poultry bv in Oirlo. Dat 'gewone' hield onder meer in dat ze niet zo op de voorgrond traden. Door de forse groei in de laatste jaren en de aankoop in 2003 van Broederij Kuypers in Oeffelt is Zanders een vooraanstaande marktpartij geworden. Het bedrijf timmert sindsdien nadrukkelijk aan de weg en de broers hebben hun schroom afgeworpen: ze zijn trots op hun bedrijf en anderen mogen dat weten. Zanders Poultry bv in Oirlo, een groep van bedrijven, wil een betrouwbare leverancier van kwalitatief goede broed- eieren, kuikens, jonge leghennen en consumptie-eieren zijn. Hoewel Nederland de basis is, is de focus gericht op Noord-West Europa en wordt uitbreiding gezocht in Oost-Europa. In de achterliggende jaren zijn (pluimvee)bedrijven overgenomen en gestart in Duitsland, Frankrijk, Turkije en Polen. De inter- nationale groei krijgt dit jaar gestalte door nieuwe bedrijven in Frankrijk en Polen.

CCM voor vleeskuikens

Het voeren van corn cob mix (CCM) aan vleeskuikens staat in Nederland nog in de kinderschoenen. CCM verlaagt niet altijd de voerkosten maar bevordert wel de gezondheid van de kuikens, is de ervaring van pionier Joop Salomons in het Overijsselse Bergentheim. Op zijn gezinsbedrijf worden 165.000 kuikens gehouden. Sinds 1998 maakt CCM deel uit van het rantsoen.

Natte mest door verstoorde vertering

Op menig pluimveebedrijf wordt het steeds lastiger om de mest droog te houden. De kuikens blijven op het water af gaan. Veel koppels groeien zeer ongelijk en de dieren worden vies en traag. Het aantal mest- vlekken neemt toe met als gevolg een oplopend aantal afkeuringen. Er zijn bovendien aanwijzingen dat nat strooisel een rol speelt bij het ontstaan van voetzool- zweren. Onderzoeker Jan Dirk van der Klis gaat in op het verstoorde verteringsproces dat een oorzaak kan zijn van problemen met nat strooisel.

 Diversen
Vrijdag, 7 mei 2004 door Henk Coolen
LNV is van plan de regelgeving ten aanzien van het vaccineren van pluimvee tegen NCD in medebewind te geven aan het PPE.

De mondiale diergezondheidsorganisatie OIE in Parijs discussieert momenteel over de bestrijding van AI. Daarbij wordt ondermeer gesproken over het bestrijden van alle AI van de types H5 en H7, ongeacht of het virus hoog pathogeen of laag pathogeen is.

Het is nog niet duidelijk wanneer de Europese Commissie het verbod op het gebruik van diermeel in pluimvee- en varkensvoeders zal opheffen, aldus minister Veerman in antwoord op vragen hierover in de Tweede Kamer. Hij vindt dat gedeeltelijke opheffing kan als het toezicht en de controle daarop uitvoerbaar zijn. Veerman verwacht echter niet dat al op korte termijn betrouwbare testen beschikbaar zullen zijn.

De beoogde implementatie van de controleregeling op de aanwezigheid van residuen in eieren is begin 2005. De PVE hebben een stuurgroep 'Aanpak Residuen Eier- sector' ingesteld. Het is de bedoeling om landelijk steek- proeven te doen waarbij monsters van eieren worden genomen bij pluimveehouders, pakstations en grossiers. Daarnaast zullen administratieve controles worden gedaan op het logboek medicijngebruik, bij de aflever- bonnen voor eieren en op vervoersdocumenten.

 AI & NCD Nieuws
Donderdag, 6 mei 2004 door Henk Coolen
Vanmiddag heeft het dagelijks bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren overleg gevoerd met mevrouw Bergkamp (directeur-generaal) en de heren Paul (directeur VVA) en De Leeuw (CVO) van het ministerie van LNV. In het overleg is mede aandacht besteed aan enkele zaken met betrekking tot AI en aan het NCD-beleid.

Bij de monitoring naar laag pathogene AI zijn onlangs enkele serologisch positieve bedrijven gevonden in Uithuizermeeden, Lopik, Steenbergen en Liempde. Dat heeft geleid tot veel publiciteit en enkele landen hebben vanwege die positieve bedrijven hun grenzen gesloten voor Nederlands pluimvee en Nederlandse pluimveeproducten.
Het georganiseerde pluimveebedrijfsleven heeft zich geërgerd aan de vele publiciteit rondom het vinden van deze positieve bedrijven.
Het ministerie van LNV heeft er op gewezen dat de pers erg snel via vrije nieuwsgaring van de positieve bedrijven op de hoogte was.
Om te zorgen dat in elk geval de juiste zaken naar buiten zouden komen heeft LNV vervolgens besloten in een persbericht de correcte informatie te geven met als doel om daarmee zelf de regie over de publiciteit in handen te houden.

LNV is thans intern bezig met het maken van een beslisschema voor het geval opnieuw bedrijven naar voren komen die positief hebben gereageerd op een serologisch onderzoek. In dat beslisschema worden de te nemen maatregelen beschreven en wordt ook aandacht besteed aan de communicatie. LNV heeft toegezegd dat binnenkort nader contact met de sector zal worden opgenomen over één en ander.

Door LNV is voorts opgemerkt dat bij de OIE
(werelddiergezondheidsorganisatie) momenteel wordt gediscussieerd over de bestrijding van AI. Daarbij is o.a. aan de orde om te verplichten dat alle AI van de types H5 en H7 moeten worden bestreden ongeacht het gegeven of het virus hoog pathogeen of laag pathogeen is.
Het is duidelijk dat de uitkomst van die OIE-discussie het thans door LNV gemaakte beslisschema volledig kan doorkruisen.

Zowel het dagelijks bestuur van het PPE als het ministerie van LNV zijn van mening dat de grenssluitingen, die enkele landen (o.a. Rusland en Japan) hebben ingesteld in verband met het vinden in Nederland van tekenen van laag pathogene AI, volledig onterecht zijn.
Het ministerie van LNV zet zich maximaal in om de grenssluitingen ongedaan te maken. In dat verband moet overigens worden opgemerkt dat ten aanzien van Rusland naast veterinaire problemen vooral ook politieke problemen een rol spelen.

NCD
Einge tijd geleden heeft het ministerie van LNV al aangegeven dat de regelgeving ten aanzien van het vaccineren van pluimvee tegen NCD in medebewind zal worden gegeven aan het PPE. Recent heeft LNV laten weten dat het de bedoeling is om de verantwoordelijkheid voor de regelgeving aan het einde van dit jaar aan het PPE over te dragen.
Het dagelijks bestuur van het PPE heeft in het overleg laten weten dat de overdracht op kortere termijn kan plaatsvinden. LNV heeft daarop geantwoord dat daar aan zal worden meegewerkt indien dat juridisch geen problemen oplevert.
De Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg zal op maandag 24 mei nader over één en ander vergaderen.

Met vriendelijke groeten,
Henk Hulsbergen

 Van der Ham (D66) voert opnieuw actie tegen 'slecht' vlees
Donderdag, 6 mei 2004 door Henk Coolen
D66-Kamerlid Boris van der Ham heeft opnieuw actie gevoerd voor de campagne Prijs het Dier, een gezamenlijk initiatief van D66 en de stichting Varkens in Nood. Van der Ham sprak in Friesland en Groningen met consumenten over het vlees in de supermarkten. De inzet van de Prijs het Dier-campagne is dat supermarkten in de toekomst alleen nog vlees gaan verkopen dat aan minimale welzijnsnormen voldoet.
Tachtig procent van het vlees wordt verkocht in supermarkten. "Als de supermarkten diervriendelijker zouden gaan inkopen zou dat een enorme impuls zijn voor een betere landbouw en een beter dierenwelzijn. Het moet afgelopen zijn met het prijsvechten dat ten koste gaan van de dieren", stelt Van der Ham.

Van der Ham vindt dat er allereerst een einde moet komen aan het verminken van levende dieren in de bio-industrie, zoals het onverdoofd castreren van varkens en snavels kappen bij kippen. Daarnaast moet er wat gebeuren aan de huisvesting van de dieren. "Varkens en kippen kunnen letterlijk en figuurlijk hun kont niet keren in de huidige kleine hokjes. Dat wil de consument niet, dat wil de boer niet en dus moet het mogelijk zijn dat we daar samen iets tegen doen", aldus Van der Ham.

Volgens de Prijs het Dier-campagne ligt de sleutel bij de supermarkten. Dat supermarkten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het omvormen van de bio-industrie bewijzen Engelse en Zwitserse bedrijven. Die hebben afgesproken geen vlees meer in te kopen dat bijvoorbeeld van varkens komt die onverdoofd gecastreerd zijn. Van der Ham: "Het interessante is dat ook Nederlandse varkensboeren aan deze Engelse supermarkten exporteren en dus niet meer castreren. Voor het vlees dat zij aan Nederlandse supermarkten leveren castreren zij nog wel. Met andere woorden: als de Nederlandse supermarkten in navolging van de Engelse en Zwitserse hun verantwoordelijkheid nemen, dan kan er wel degelijk iets veranderen."

De stelling van D66 en Varkens in Nood is dat het vlees slechts 5 tot 10% duurder zou worden als de diervriendelijkheid naar een aanvaardbaar niveau zou worden gebracht. Zie voor meer informatie de website www.prijshetdier.nl.


 CBS: vlees, eieren en verse groenten in april goedkoper
Donderdag, 6 mei 2004 door Henk Coolen
Voedingsmiddelen daalden in april nog iets verder in prijs. Onder andere vlees, eieren en verse groenten waren goedkoper dan in maart. Gemiddeld zijn de prijzen van maart op april 2004 met 0,4 procent gestegen. Vooral tabaksartikelen en autobrandstoffen werden flink duurder. Daardoor is de inflatie in april opgelopen naar 1,4 procent.
De prijsstijging van maart op april 2004 was groter dan de prijsstijging in dezelfde periode een jaar eerder. Hierdoor is de inflatie weer toegenomen. In april 2004 waren de prijzen gemiddeld 1,4 procent hoger dan een jaar geleden.

De stijging van de inflatie is deze maand voor ongeveer de helft toe te schrijven aan de prijsstijging van tabaksartikelen. Deze zijn nu ruim 21 procent duurder dan een jaar geleden.

De prijsontwikkeling van autobrandstoffen had ongeveer een even groot effect op de toename van de inflatie. Daarbij is niet alleen de prijsstijging in april van dit jaar van belang, maar ook het feit dat de prijzen van autobrandstoffen in april vorig jaar juist daalden. Autobrandstoffen waren in april van dit jaar 6,7 procent duurder dan in april 2003. Vorige maand was dat nog 1,3 procent.

De inflatie is daarentegen geremd door de prijsontwikkeling van voedingsmiddelen. Deze waren in april 2,8 procent goedkoper dan een jaar geleden. Vorige maand was dat nog 2,0 procent.


 Veerman: Opheffen diermeelverbod slechts in Europees verband
Woensdag, 5 mei 2004 door Henk Coolen
Het gedeeltelijk opheffen van het diermeelverbod dient op Europees niveau te gebeuren omdat het Europese wet- en regelgeving betreft. Nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen brengen een opheffing mogelijk wel dichterbij. Van een gedeeltelijke opheffing van het diermeelverbod kan echter pas sprake zijn als het toezicht en de controle daarop ook uitvoerbaar zijn.
Dat schrijft minister Veerman van landbouw in een brief aan de Tweede Kamer. De Kamer wilde een reactie van de minister op het pleidooi van vrijwel alle ketenpartijen (van veehouders tot slachterijen, behalve de supermarkten), die in de Kamer hebben gepleit voor opheffing van het huidige diermeelverbod.

Veerman schrijft dat de Europese Commissie reeds aangegeven heeft dat de bepalingen betreffende het voederverbod, met name wat betreft het gebruik van vismeel, opnieuw bekeken dienen te worden in het licht van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen, de beschikbaarheid van betrouwbare tests en analysemethoden waarmee eiwitten van herkauwers kunnen worden onderscheiden van eiwitten van niet-herkauwers, verbeterde controlemaatregelen in de lidstaten en indien van toepassing het resultaat van een risicobeoordeling.


 'Lopend buffet' voor kalkoenen
Woensdag, 5 mei 2004 door Henk Coolen
Arijan en Ingrid Raaijmakers houden aan de Weijerweg 27 in Brouwhuis 22.500 kalkoenen in zeven stallen. De stal (16 x 50 meter) die ze vorig jaar bouwden, is voorzien van een beweegbaar voer- en drinksysteem en tunnelventilatie. In deze combinatie uniek in Nederland.

De voor 7 november vorig jaar geplande open dag kon geen doorgang vinden vanwege de dreiging van blackhead. Voor veel collega-kalkoenen- en vleespluimveehouders een teleurstelling. Ze hadden de noviteiten graag eens van dichtbij bekeken.

Investering
'Hoe ik op het idee gekomen ben? Ik hoorde van mijn bedrijfsadviseur Gertjan Rooijakkers positieve geluiden over experimenten met beweegbare voersystemen. De traditionele voersystemen in onze andere stallen zijn over enige tijd aan vervanging toe. Maar vooraleer ik met iets nieuws begin, wil ik eerst overtuigd zijn van de voordelen. Het is immers een behoorlijke investering', zegt Raaijmakers. 'Voor zover ik dat nu kan beoordelen is dat overigens eigenlijk het enige nadeel', voegt hij er tevreden aan toe.

Bedrijfszeker
Jac Coolen van Coolen Agrotechniek was bezig met de uitwerking van een soortgelijk plan. Raaijmakers: 'Tijdens de vogelpest hebben we een half jaar stil gelegen. In die periode heeft Jac het systeem verder ontwikkeld en bedrijfszeker gemaakt. Temeer omdat ik veel voordelen zie, hebben we het meteen maar geplaatst'. Gertjan Rooijakkers legt uit dat het systeem gebaseerd is op het beschikbaarheidprincipe 'De kalkoenen hoeven niet veel te doen om te kunnen eten en drinken. Het is letterlijk een 'lopend' buffet; het komt naar de dieren toe', zegt hij. Het beweegbare buffet bestaat uit twee rijen met 32 drinkbakken en 32 voerpannen elk. Elke rij is voorzien van een vaste hopper (100 kg).

Computergestuurd
Het systeem is 100% computer gestuurd; de loop- en rusttijden zijn instelbaar. Raaijmakers: 'Om de jonge dieren wat te laten wennen, zijn we begonnen met korte rustperiodes. Vanaf ca. 10 weken zijn de kalkoenen er aan gewend en blijft het systeem zich continu in de breedte verplaatsen tot een halve meter van de muur, zodat er altijd nog kalkoenen tussen kunnen. Het tempo van de verplaatsing is zo laag, dat het met het blote oog nauwelijks waarneembaar is. Om eenmaal de breedte af te leggen heeft het systeem ongeveer vijf kwartier nodig.

Voordelen
Arijan Raaijmakers heeft totnogtoe slechts ervaring kunnen opdoen met één koppel. Harde conclusies trekt hij daarom nog niet. 'Het is een flinke investering, maar als de positieve tendens, zoals ik die nu waarneem, doorzet, betaalt het systeem zich in een paar jaar terug', zegt hij. De kalkoenenhouder uit Brouwhuis constateert dat er minder pootproblemen zijn, minder borstblaren en hogere gewichten. 'Bij een traditioneel systeem moeten zwaarder wordende kalkoenen steeds meer moeite doen om te eten en te drinken. Bovendien krijg je altijd natte plekken door vermorsing en mest. Dat heb je in de nieuwe situatie niet meer, waardoor je nauwelijks nog hoeft bij te strooien. Dat scheelt heel veel werk, zeker nu we het handmatig doen om de blackhead buiten te houden'. Arijan's moeder en schoonvader steken daarbij de helpen de hand toe. Arijan's vader helpt alleen nog buiten mee; in verband met zijn gezondheid mag hij niet meer in de stal komen.

Tunnelventilatie
De nieuwe stal is ook voorzien van tunnelventilatie. Arijan: 'Met die enorm hete zomer van het afgelopen jaar hadden we het ook zònder vogelpest heel moeilijk gekregen. Natuurlijke ventilatie is bij dergelijke temperaturen immers volstrekt onvoldoende door het ontbreken van wind en natuurlijke trek. Tunnelventilatie is dan een goed alternatief om de dieren verkoeling en extra lucht te bieden'.

 Desinfecterende matten tegen vogelpest op Schiphol geruimd
Woensdag, 5 mei 2004 door Henk Coolen
Het ministerie van landbouw had op de luchthaven Schiphol desinfecterende matten neer laten leggen om het risico op insleep van het vogelpest via schoeisel van reizigers vanuit Azië nog verder te beperken. Omdat de situatie in Azië zich lijkt te stabiliseren heeft minister Veerman van landbouw besloten om deze maatregelen op te heffen.
Dat schrijft Veerman in een brief aan de Tweede Kamer waarin hij de kamer informeert over de stand van zaken met betrekking tot de Aviaire Influenza (vogelpest) in Azië, de Verenigde Staten (VS) en Canada en over de genomen preventieve maatregelen in de Europese Unie en in Nederland.

De situatie in Azië, de Verenigde Staten en Canada
De situatie in Azië lijkt zich te stabiliseren, de laatste melding van een uitbraak aan de OIE is van 9 april 2004 en komt uit Thailand. Vanuit de andere landen zijn deze maand geen nieuwe uitbraken meer gemeld.
De situatie in de VS is onder controle en het is bij één uitbraak gebleven in Gonzales, Texas. In Canada zijn inmiddels 35 uitbraken gemeld in Fraser Valley, British Columbia.
De Canadese autoriteiten hebben besloten om de gehele pluimveepopulatie in de Fraser Valley preventief te ruimen (19 miljoen dieren).

Preventieve maatregelen EU
Voor Azië geldt nog steeds de beschikking die elke import van levend pluimvee, pluimveeproducten, consumptie-eieren, broedeieren en siervogels uit landen waar een uitbraak is gemeld, verbiedt. Deze beschikking blijft onverminderd van kracht.
Voor Canada en de VS is de beschikking inmiddels aangepast en is alleen nog import van levend pluimvee, pluimveeproducten, consumptie-eieren en broedeieren vanuit British Columbia (Canada) en Texas (VS) verboden.

Preventieve maatregelen Nederland
In Nederland zijn enkele preventieve maatregelen genomen om het risico op insleep van het Aviaire Influenzavirus via schoeisel van reizigers vanuit Azië nog verder te beperken. Daar de situatie in Azië rustig is, heb ik besloten om deze maatregelen op te heffen. Dit betekent dat de desinfecterende matten met ondersteunende maatregelen (posters en voorlichtingsfilm) verwijderd zullen worden en dat ook de controle van de reizigers weer genormaliseerd zal worden.
De Europese verplichting op basis van beschikking 2002/995/EG om, op alle relevante plaatsen van binnenkomst in de Gemeenschap, de reizigers uit derde landen te wijzen op de voorschriften wat betreft de invoer van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong blijft onverminderd van kracht.


 Kleinschaligheid typeert Poolse pluimveevleesketen
Dinsdag, 4 mei 2004 door Henk Coolen
Van de Poolse beroepsbevolking werkt 27,4% in de agrarische sector, maar het belang van de bedrijfstak in de Bruto Binnenlandse Productie bedraagt slechts 3,5%. Dat blijkt uit de notitie 'Polen Pluimveevlees' van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE). In de notitie komt de structuur van de Poolse pluimveevleesketen aan de orde, vanaf de primaire sector via de be- en verwerkende bedrijven tot en met het grootwinkelbedrijf.
Polen telt ongeveer 2,9 miljoen landbouwbedrijven. Het grootste deel daarvan is erg klein en inefficiënt. De meeste landbouwbedrijven (80%) zijn te typeren als een gemengd bedrijf met akkerbouw en dieren. Een groot deel van deze bedrijven is in eerste instantie gericht is op zelfvoorziening. Slechts het overschot dat wordt geproduceerd, wordt verkocht als aanvulling op het gezinsinkomen.

Ook de vleesverwerkende sector in Polen kent veel kleine bedrijven. Op het moment zijn er circa 3.700 vleesverwerkende bedrijven. Van de bedrijven was aan het begin van dit jaar slechts 3% volledig klaar voor de toetreding tot de EU. Dit zijn de grote bedrijven met een hoog aandeel in de productie. Van de overige 97% verwacht 44% op 1 mei aan alle eisen te voldoen, 8% van de bedrijven heeft uitstel aangevraagd en 45% van de bedrijven mag vanaf 1 mei alleen nog voor de eigen markt produceren of zal de deuren moeten sluiten.

Om de efficiency en de concurrentiekracht van de Poolse landbouwsector te verbeteren zal de structuur moeten worden versterkt door de gemiddelde bedrijfsomvang te vergroten en door ook werkgelegenheid buiten de sector te creëren. Hierbij is ook een herstructurering van de veevoerindustrie, de be- en verwerkende bedrijven en de distributiesector noodzakelijk. De snelheid waarmee de vleessector zich ontwikkelt zal vooral afhangen van buitenlandse investeringen.

Ondanks het toenemende belang van het moderne winkelbedrijf verloopt de vleesverkoop in Polen vooral nog traditioneel via slagers, markten en kruideniers. Er zijn op het platteland weinig supermarkten, terwijl 38% van de bevolking in één van de 50.000 dorpen woont. De supers zitten met name in en rond steden. Ondanks het relatief kleine aantal supermarkten zijn er in Polen veel buitenlandse ketens actief. Hun aantal nam toe van 27 in 1996 tot 216 in 2002.


 Pluimveevlees in Polen
Maandag, 3 mei 2004 door Henk Coolen
De agrarische sector is belangrijk voor de Poolse economie. Van de beroepsbevolking werkt 27,4% in de agrarische sector. Het belang voor de Bruto Binnenlandse Productie is met 3,5% beduidend lager. Dit blijkt uit de notitie 'Polen Pluimveevlees' die 15 april jl. in het PPE-bestuur is besproken. In de notitie wordt de structuur besproken van de keten, van primaire sector via de be- en verwerkende bedrijven tot het grootwinkelbedrijf.

Polen telt circa 2,9 miljoen landbouwbedrijven waarvan het grootste deel klein en inefficiënt is. De meeste landbouwbedrijven (80%) zijn te typeren als gemengd bedrijf met akkerbouw én dierlijke producten. De dominantie van deze structuur wordt veroorzaakt doordat een groot deel van deze bedrijven in eerste instantie gericht is op zelfvoorziening. Het 'overschot' wordt verkocht als aanvulling van het gezinsinkomen.

Be- en verwerkende sector
Net als in de primaire sector heeft de vleesverwerkende sector een groot aandeel kleine bedrijven. Op het moment kent Polen circa 3.700 vleesverwerkende bedrijven. Van de bedrijven was aan het begin van dit jaar slechts 3% volledig klaar voor de toetreding tot de EU. Dit zijn de grote bedrijven met een hoog aandeel in de productie. Van de overige 97% verwacht 44% op 1 mei aan alle eisen te voldoen, 8% van de bedrijven heeft uitstel aangevraagd en 45% van de bedrijven mag vanaf 1 mei alleen nog voor de eigen markt produceren of zal de deuren moeten sluiten.

Ontwikkelingen komende jaren
Ter verbetering van de efficiency en de concurrentiekracht van de Poolse landbouwsector moet de structuur worden versterkt door de gemiddelde bedrijfsomvang te vergroten en werkgelegenheid buiten de sector te creëren. Hierbij is ook een herstructurering van de voerindustrie, de be- en verwerkende sector en de distributiesector nodig. De snelheid waarmee de vleessector zich ontwikkelt hangt vooral af van buitenlandse investeringen.

Distributie
Ondanks het toenemende belang van het moderne winkelbedrijf verloopt de vleesverkoop in Polen vooral nog traditioneel via slagers, markten en kruideniers. Er zijn op het platteland weinig supermarkten, terwijl 38% van de bevolking in 50.000 dorpen woont. De supers zitten met name in en rond steden. Ondanks het relatief kleine aantal supermarkten zijn veel buitenlandse ketens in Polen actief. Hun aantal nam van 27 in 1996 toe tot 216 in 2002.


 Kalkoenbroederij Coolen genomineerd voor prijs
Maandag, 3 mei 2004 door Henk Coolen
Kalkoenbroederij Coolen genomineerd voor prijs
Minister Veerman reikt 23 juni in Bussum een prijs uit ter stimulering van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Eén van de vijf genomineerden is Coolen BV. Dit bedrijf broedt en vermarkt biologische kalkoenkuikens, ontwikkelt houderijsystemen en streeft naar diervriendelijk, eerlijk product.
De concurrenten zijn dierenpark Amersfoort, een glastuinbouwbedrijf in kamerplanten, een biologisch groentenbedrijf en een energiezuinig pruimtomatenbedrijf.


 Vandaag in de Pluimveehouderij
Zaterdag, 1 mei 2004 door Henk Coolen
Van veel markten thuis

Op het moment van ons bezoek wordt de laatste hand gelegd aan het nieuwe toiletgebouw bij de camping en de zomerhuisjes in aanbouw. Zoals bij elke verbouwing gaat er even iets mis, maar Gerrit Lansink verliest zijn goede humeur niet. Echtgenote Thea vertelt onderwijl enthousiast over de producten die ze verkoopt in 'haar' boerderijwinkel. Wat is de drijfveer van dit echtpaar om naast het pluimveebedrijf met 10.000 scharrel- kippen nog zoveel andere activiteiten te ontplooien. Inkomen, maar vooral ook: ,,Contact met mensen", zeggen ze.

Nat strooisel

Nat strooisel is in vleeskuikenstallen komt veel voor. De ernst van het probleem neemt toe, zeker de laatste maanden. Het strooisel wordt steeds eerder in de ronde nat, terwijl de bekende voermaatregelen nauwe- lijks meer werken. Met een drieluik staan we de komende weken stil bij verteringsproblemen bij vlees- kuikens. Deze week een impressie van de problemen zoals die door pluimveedierenartsen worden ervaren.
Volgende week volgt een achtergrondartikel over vertering, darmflora en de fragiele balans daartussen. We sluiten af met een interview met een nutitrionist die voertechnische oplossingen aandraagt hiervoor.

Visie op Russische importbeperkingen

Export van pluimveevlees naar Rusland is van belang voor de Westerse en zeker ook voor de Nederlandse pluimvee-industrie. De dreiging van de Russische overheid om per 1 mei de import zo moeilijk te maken dat het feitelijk neerkomt op een grenssluiting, kan dan ook een serieus probleem worden. Nu een achttal Oost Europese landen op 1 mei lid worden van de EU, gaan daar vanaf die datum de EU-regels voor vleesimporten gelden. Rusland kan straks nauwelijks meer exporteren naar landen. Daarom overweegt Rusland om de import uit de EU identiek lastig te maken. Consultant Jan Oosterhoff, momen- teel werkzaam in de pluimvee-industrie in Rusland in opdracht van de Wereldbank, geeft zijn visie.

 Diversen
Zaterdag, 1 mei 2004 door Henk Coolen
Het voortbestaan van het nog maar nauwelijks opgestarte Spelderholt Lelystad is ongewis. Het praktijkonderzoek-ASG sluit voor 2006 minstens vier proefbedrijven. Zes blijven met zekerheid open. Van vier, waaronder het pluimveeproefbedrijf, is het voortbestaan onzeker. De bedrijven blijven alleen open als ze een kostendekkende exploitatie hebben en/of een regionale verankering. Voor het Spelderholt onderzoekt het ASG wat het samen met het PTC+ kan doen.

Wakker Dier is een campagne gestart waarin producen- ten van cakes, koekjes, mayonaise en salades zullen worden aangespoord te stoppen met het gebruik van kooi-eieren. Deze week demonstreerden oma's bij Bakkers- land, producent van Oma's Cake, en eisten van het bedrijf omschakeling naar scharreleieren.

Thailand heeft het vogelpestvirus nog niet onder controle. Deze week meldden de autoriteiten opnieuw een uitbraak op een bedrijf in een van de noordelijke provincies. De dieren waren een week eerder als preventief geruimd.

Ook in de Canadese Fraservallei, aan de westkust, is het nog onrustig. Via monitoring is deze week het eenden- bedrijf van immigrantenfamilie Van Maren AI-verdacht verklaard. Nog onderzocht wordt of het hier gaat om het H7N3 virus. Eenden zijn vaak drager van andere, minder gevaarlijke virusstammen. In Canada is sinds de eerste uitbraak op 19 februari bij dieren van 39 bedrijven en 10 hobbyisten AI-virus gevonden. Er is momenteel een grootschalige preventieve ruiming gaande, het betreft zo'n 19 miljoen dieren.

 

Kalkoenvoeders leveranciers
 



Dierenartsen
 praktijken

Broederijen
Equipement
Mest
Overheid &
 regelgeving

Kalkoenslachterijen
Toeleveranciers
Handig
Diversen
Kellybronze.nl
Coolenbv.nl
Crosskart.nl