In 2003 is door de vogelpestuitbraak de productie van kuikenvlees uit slachtingen volgens voorlopige cijfers uitgekomen op ongeveer 530.000 ton (-24%). De import levend, omgerekend naar geslacht gewicht, nam met bijna 44% af tot bijna 48.000 ton. De export levend, omgerekend naar geslacht gewicht, daalde met liefst 68% tot ruim 3.400 ton. Dit alles resulteerde in een bruto binnenlandse productie van 486.000 ton geslacht gewicht, een daling van 22%. Dat melden de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE).
Bruto eigen productie kalkoenen De effecten van de uitbraak van de vogelpest op de bruto eigen productie (BEP) van kalkoenvlees in 2003 waren groot. Van het kalkoenbestand van 1,6 miljoen dieren op 1 maart 2003 is door ruimingen en welzijnsopkoop meer dan de helft (846.000 kalkoenen) uit de markt genomen. De BEP van kalkoenvlees was zo in 2003 fors lager dan in 2002.
Aanvoer slachterijen De aanvoer bij de slachterijen lag volgens de voorlopige gegevens in 2003 op bijna 20.000 ton levend gewicht (-43% t.o.v. 2002). De export van levende kalkoenen nam in 2003 zelfs met 80% af tot bijna 5.000 ton. Met name in het tweede en derde kwartaal was de export van levende dieren maar minimaal in verband met een gering aanbod en het exportverbod.
Vleeskuikens
De aanvoer van vleeskuikens was de laatste maanden van 2003 en de eerste maanden van 2004 gemiddeld 10 tot 13% lager dan in de eerste drie maanden van 2003. Het aantal opfokouderdieren was circa 18% lager en het aantal ouderdieren lag tussen de 15 en 20% lager dan de eerste maanden van 2003. Dit betekent dat de bruto binnenlandse productie (BBP) in 2004 tot 18% lager zal zijn dan in 2002. In werkelijkheid zal de productiedaling waarschijnlijk geringer zijn vanwege de uitbraak van vogelpest in Zuidoost Azie. Zo kunnen opbrengstprijzen van vleeskuikens in de loop van dit jaar stijgen, zodat de productie gestimuleerd wordt. Van invloed kan echter ook de afkondiging van nieuwe veterinaire eisen in Rusland zijn. De BEP zal in 2004, bij een herstel van levende im- en export naar het niveau van 2002, uitkomen op circa 525.000 ton geslacht gewicht (+8% t.o.v. 2003; -15,4% t.o.v. 2002).
Verwachting 2004 Voor 2004 wordt verwacht dat het binnenlandse aanbod in vergelijking met 2003 zo'n 80% zal toenemen tot 34.000 ton. Dit is altijd nog 30% onder het aanbod van 2002.
BEP pluimveevlees Per saldo is de bruto eigen productie (BEP) van pluimveevlees in 2003 uitgekomen op 522.000 ton (-27% t.o.v. 2002) en wordt een BEP van 580.000 ton (+11% t.o.v. 2003 en -18% t o.v. 2002) verwacht in 2004. Op langere termijn is de productie van pluimveevlees vrijwel geheel afhankelijk van de prijsontwikkeling. Bij redelijke tot goede prijzen mag een stabilisatie van de BEP worden verwacht. Bij prijzen zoals in 2001 en 2002 zal de BEP afnemen. Hoe de prijzen zich komende tijd ontwikkelen, is mede afhankelijk van de duur van de vogelpestuitbraak in Zuidoost-Azie.
Eieraanbod in 2003 en 2004 De aanvoer van eieren bij pakstations bedroeg volgens voorlopige cijfers in 2003 6,5 miljard stuks (-26%). Indien deze aanvoer van eieren opgehoogd wordt met de geschatte aanvoer van de bedrijven die nog niet aan de PVE gemeld hebben, dan komt de totale aanvoer van eieren bij de pakstations uit op 7 à 7,3 miljard eieren. In werkelijkheid ligt de aanvoer van eieren uit Nederlandse productie echter iets lager, omdat in dit getal ook importen zijn begrepen. De aanvoer bij pakstations van geimporteerde eieren bedroeg ongeveer 300 miljoen eieren. Mede op grond van contacten met bedrijfsgenoten kan de productie van eieren in 2003 worden becijferd op ongeveer 7 miljard stuks.
Verwachting In 2004 zal de productie van eieren wat hoger uitkomen dan de verwachte productie van 8,6 miljard eieren in 2003 indien er geen vogelpest zou zijn geweest. Daarnaast wordt de extra productie van scharreleieren geschat op ongeveer 200 miljoen stuks. Dit resulteert in een totale eierproductie van plusminus 9 miljard stuks in 2004, hetgeen bijna 29% hoger is dan de productie in 2003 en 5,8% lager dan die in 2002.
Europese Groenen willen miljoen handtekeningen tegen diertransporten
De Europese Groene Partij, waarvan in Nederland GroenLinks deel uitmaakt, wil één miljoen handtekeningen uit een redelijk aantal lidstaten verzamelen tegen lange diertransporten. De nieuwe Europese grondwet verplicht de Europese Commissie in dat geval met passende voorstellen voor nieuwe regels op het gebied van diertransporten te komen. De Groenen wil via deze actie de procedure versnellen dan wel de normale procedure omzeilen. Want het Europees Parlement, dat in meerderheid tegen de lange diertransporten is, heeft geen mogelijkheid de Europese Commissie op het beleidsterrein landbouw te dwingen. Bij andere economische wetgeving gaat het Europees Parlement met de miniterraad onderhandelen tot er toch een soort van oplossing is. De landbouw is echter nog steeds van deze 'verzoeningsregeling' uitgesloten.
CDA-afgevaadigde Albert Jan Maat heeft al laten weten zijn voorstellen opnieuw te zullen indienen wanneer de nieuwe Europese grondwet is aangenomen, omdat het Europees Parlement dan ook ten aanzien van de wetgeving op het terrein van de landbouw volwaardig medebeslissingsrecht hebben. Maar dat kan allemaal nog erg lang duren.
De Europese Groenen willen via de handtekeningactie die procedure omzeilen.
Nog geen goede alternatieven voor amgb's in vleeskuikenvoer
Het Praktijkonderzoek Veehouderij heeft in opdracht van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) nader onderzoek gedaan naar alternatieven voor antimicrobiële voerbespaarders (amgb's) in vleeskuikenvoer. Gebruik van de producten Enteroguard en AviMos leidde in vergelijking tot voer met avilamycine als amgb tot een lager eindgewicht op 40 dagen. De dieren bleken gemiddeld 30 gram lichter. De onderzoekers stelden vast dat de lagere groei bij gebruik van de alternatieven zich vooral voordeed in het eind van het groeitraject. Er was geen verschil in uitval tussen de proefgroepen.
Het praktijkrapport 'Alternatieven voor antimicrobiële voerbespaarders (AMGB's) in vleeskuikenvoer' kunt u bestellen via de website van Praktijkonderzoek Veehouderij.
Het mineralenbeleid van de afgelopen jaren heeft de oplossing van het mestprobleem dichterbij gebracht. Desondanks zijn de Europese en daaruit afgeleide nationale milieudoelstellingen voor nitraat in grondwater en stikstof en fosfaat in oppervlaktewater niet binnen bereik gekomen. Dat blijkt uit het evaluatierapport 'Mineralen beter geregeld' van het Milieu & Natuurplanbureau van het RIVM, LEI, Alterra en enkele andere onderzoeksorganisaties. Door het mestbeleid en de inspanning van de landbouw was het overschot van fosfaat en stikstof in 2002 ruim 30% lager dan in 1997. Om aan de Europese en nationale milieudoelen te voldoen is het tot nu toe ingezette beleid echter niet toereikend. Er zal daarvoor een verdere beperking van het gebruik van stikstof en fosfaat in de landbouw nodig zijn, concluderen de onderzoekers. Bij de huidige wijze van aanpak zullen de kosten voor mestafzet hoog blijven en kunnen met name intensieve veehouders in financiële problemen komen.
Dankzij het mestbeleid, met centraal daarin MINAS, zijn de hoge concentraties van nitraat in het grondwater aanzienlijk gedaald. In uitspoelingsgevoelige gronden waren de concentraties tot 2002 boven de Europese doelstelling van 50 mg/l. Om dat doel te bereiken zal de bodembelasting met stikstof nog moeten dalen tot 80 kg per hectare. Hoewel de landbouw de bodembelasting met fosfaat vanaf 1997 met 30% omlaag heeft gebracht, gaat de ophoping van fosfaat in de bodem nog steeds door. Hierdoor is de fosfaatbelasting van sloten en beken niet afgenomen. Ervaringen met effectgerichte maatregelen zoals bufferstroken, zuivering en baggeren zijn onvoldoende om de huidige effecten van eutrofiëring kosteneffectief te bestrijden.
De MINAS-beleidsdoelen, zijn weliswaar in hoge mate bereikt, maar het mineralenverlies naar het milieu bleef desondanks te groot, aldus de opstellers van het rapport. Dit was volgens hen vooral het gevolg van de beleidsmatige invulling van MINAS. De verliesnormen en forfaits waren te ruim en niet alle aanvoerposten zijn meegenomen. Het Europese Hof heeft zich in oktober 2003 tegen MINAS uitgesproken. Het stelsel van mestafzetovereenkomsten (MAO's) heeft geen effect gehad op de mestproductie, omdat de mestafzetruimte bij de geldende verliesnormen groter was dan de hoeveelheid af te zetten mest. Het stelsel van dierrechten was naar het oordeel van de onderzoekers wel effectief omdat de grotere en vitale intensieve veehouderijbedrijven hun mestproductie hierdoor niet konden laten groeien. Inmiddels heeft het kabinet besloten om de MAO's in 2005 en MINAS in 2006 af te schaffen.
Nederland zal in 2008 het nitraatprobleem opgelost moeten hebben. Op dat moment loopt het derde Actieprogramma voor implementatie van de Europese Nitraatrichtlijn af. Nederland zal daarmee ook de kans op behoud van de verruiming van het gebruik van dierlijke mest op grasland (derogatie) vergroten. Verder is het vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water essentieel dat de ophoping van fosfaat in de landbouwbodems wordt beëindigd. Nederland gaat in 2006 onder druk van de EU over op een ander mestbeleid. Hierbij wordt niet meer uitgegaan van de uiteindelijke verliezen naar het milieu (verliesnormen-output kant), maar van de op het land te brengen hoeveelheid dierlijke mest en kunstmest (gebruiksnormen-input kant). In een dergelijk stelsel neemt de speelruimte voor boeren af.
Doorrekening van een beleidsvariant met een gebruiksnorm van 105 kg/ha fosfaat op grasland en 85 kg/ha op bouwland, en gebruiksnormen voor stikstof van 170 kg/ha op bouwland en 250 kg/ha op grasland, laat zien dat in 2030 op nog ongeveer 20% van het landbouwareaal, de uitspoelingsgevoelige gronden, niet wordt voldaan aan de 50 mg/l nitraatdoelstelling. Verder brengen deze varianten de fosfaatophoping niet tot stilstand en ontstaat er een landelijk mestoverschot van 4 tot 14 miljoen kg fosfaat; de onzekerheden blijven daarbij groot. Zeker is dat in een gebruiksnormstelsel de melkveehouders meer mest moeten afvoeren. Hierdoor zullen de mesttransporten toenemen en de kosten voor mestafzet door de economisch minder sterke intensieve veehouderij toenemen. Het is voor de onderzoekers daarom onzeker of met de huidige gebruiksnormvarianten de sinds 1998 ingezette verbetering van de milieukwaliteit voldoende kan worden doorgezet.
Het rapport 'Mineralen beter geregeld' is te vinden op de website van het RIVM
Nederlandse regering wil kipfilet met water blijven toestaan
In het Agrarisch Dagblad van 23 april wordt gemeld dat het inspuiten van kipfilet met water en eiwitten, het zogenaamde tumblen, in Europese landen volop voorkomt. In feite is het tumblen op basis van veterinaire wetgeving verboden. Toch lichten nationale overheden in diverse EU-landen daarmee de hand. De Europese Commissie wil een duidelijk verbod op het tumblen instellen. De Nederlandse regering staat alleen met haar standpunt dat tumblen kan worden toegestaan mits dat duidelijk op het etiket staat vermeld. Het Voedingscentrum stelt dat het consumeren van 'getumblede' kip geen risico voor de volksgezondheid oplevert. Wel dient er duidelijk op het etiket te staan of aan kip water en eiwitten is toegevoegd.
Zwaarder en malser Het inspuiten van kipfilet met water en eiwitten wordt gedaan om deze zwaarder en malser te maken. Wie zeker wil zijn dat kipfilet niet op die manier is behandeld, kan het beste het etiket grondig bestuderen. Wanneer aan kip water, eiwitten of andere ingrediënten zijn toegevoegd, moet er op grond van de Warenwet een ingrediëntendeclaratie op het etiket staan. Het product mag ook geen 'kip' meer heten, maar bijvoorbeeld 'kippenvleesbereiding'. Verder moet de verkoper in principe antwoord kunnen geven op de vraag of er water is toegevoegd.
Pluimveevlees dat zwaarder is gemaakt, is wateriger en minder stevig dan onbehandelde kip. Als er rundereiwitten worden gebruikt, zijn die afkomstig van rundvlees van koeien die door de verplichte BSE-test zijn gekomen. Materiaal dat besmet is met BSE moet sowieso worden vernietigd. Van risico op BSE door het eten van kipfilet dat met rundereiwitten werd behandeld is dan ook geen sprake, meldt het Voedingscentrum.
Den Haag (27 april 2004) - Nederland zal de normen in het nieuwe mestbeleid flink moeten aanscherpen, wil het in de buurt komen van de milieudoelstellingen die Europa hiervoor heeft gesteld. Doorgaan op de ingeslagen weg zal ervoor zorgen dat de kosten voor mestafzet hoog blijven en met name de intensieve veehouders ,,meer in financiële problemen'' komen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft dinsdag het rapport 'Mineralen beter geregeld' gepresenteerd, waarin het Nederlandse mestbeleid tegen het licht wordt gehouden. Tussen 1997 en 2002 is het overschot aan fosfaat en stikstof in de bodem met ruim 30 procent teruggedrongen, maar dat is niet genoeg. In een vooruitblik met fictieve normen becijfert het RIVM dat 20 procent van de landbouwgronden in 2030 te veel stikstof en fosfaten zal bevatten en een mestoverschot van 4 tot 14 miljoen kilo fosfaat ontstaat. Het oordeel dat het RIVM samen met het Wageningse instituut Alterra, het Landbouw Economisch Instituut (LEI) en het Milieu & Natuurplanbureau velt, is klip en klaar: het ingezette beleid heeft goede resultaten voor het milieu geboekt, maar ,,de Europese en daaruit afgeleide nationale milieudoelstellingen voor nitraat in grondwater en stikstof en fosfaat in oppervlaktewater zijn niet binnen bereik gekomen''. De ophoping van fosfaat in de bodem zet nog altijd door, waardoor sloten en beken hiermee nog altijd vervuild zijn. (ANP)
Duizenden Nederlanders dreigen ziek te worden vanwege een dwangmatige neiging gezond te willen eten. Bij mensen met deze eetstoornis, orthorexia nervosa, staat het sociale leven sterk onder druk. Ze durven bijvoorbeeld niet uit eten te gaan, omdat ze geen controle op de bereiding van het voedsel hebben. Deze mensen zijn uiterst moeilijk te behandelen omdat ze er heilig van overtuigd dat hun eetpatroon gezond is. Eetstoornisdeskundigen en psychologen zien steeds vaker mensen met orthorexia nervosa (orthos is Grieks voor correct, orexis staat voor eetlust). Deze mensen zijn ziekelijk gefixeerd op gezond voedsel en raken in paniek als ze 'ongezond' eten binnenkrijgen. Nog niet duidelijk is of deze aandoening al dan niet een psychische stoornis is. Schattingen lopen uiteen van duizenden tot honderdduizenden gevallen.
Het gaat om mensen die allerlei essentiële voedingsstoffen uitbannen, zoals vetten en koolhydraten. Dat kan grote lichamelijke problemen opleveren. Gedacht moet worden aan maagklachten, menstruatiestoornissen, spierkrampen, hartritmestoornissen en nier- en leverbeschadigingen.
Bij mensen met de stoornis zijn snoep en chips taboe en verdwijnen vlees en gebakken aardappels meestal snel van tafel om plaats te maken voor salades. Bakken wordt stomen en koffie wordt kruidenthee. De omgeving wordt voortdurend gewezen op de 'dramatische gevolgen' van enkelvoudige koolhydraten. Soms worden tot wel vijftig voedingssupplementen per dag gebruikt om alle kwalen uit te bannen. Vooral onder sporters komt de obsessie relatief vaak voor.
Gekleurde verlichting bij vleeskuikens beter voor welzijn
Gekleurde verlichting kan bijdragen aan het oplossen van welzijnsproblemen bij vleeskuikens. Daarbij speelt mogelijk ook de uniformiteit van de lichtverdeling een rol. Dat blijkt uit onderzoek van Praktijkonderzoek Veehouderij in opdracht van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE). In het onderzoek had gebruik van gekleurde verlichting geen invloed op technische resultaten. In vleeskuikenstallen kiest men naast TL of gloeilampen tegenwoordig vaak voor gekleurd licht. Er zijn aanwijzingen in de literatuur dat gekleurd licht kan leiden tot betere technische resultaten. De kleur van het licht heeft ook invloed op de activiteit van de dieren en de verdeling van de dieren over de stal. Dit heeft weer invloed op het al dan niet ontstaan van loopproblemen en bevuiling en verwonding van de dieren en daarmee op het welzijn.
In het onderzoek van Praktijkonderzoek Veehouderij zijn de volgende lichtbronnen met elkaar vergeleken:
Met deze vier lichtbronnen zijn twee rondes gedraaid met elk 20.800 kuikens in de kuikenstal op Het Spelderholt in Beekbergen. De stal telt acht klimaatgescheiden hoofdafdelingen, elk met hun eigen lichtsysteem. Elk lichtsysteem is per ronde twee keer herhaald. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn: * Gekleurde verlichting en lichtsterkte hebben geen effect op technische resultaten bij vleeskuikens. * HFTL-verlichting lijkt te leiden tot meer borstbevuiling dan groen/blauwe- en natriumverlichting. *Groen/blauwe verlichting lijkt te leiden tot minder voetzoolirritaties dan de andere verlichtingssystemen. * Dieren met groen/blauwe verlichting hebben minder loopproblemen. * De verschillen tussen groen/blauwe verlichting en de andere verlichtingssystemen verklaren de onderzoekers deels door de hogere uniformiteit van de lichtverdeling bij groen/blauwe verlichting vergeleken met de andere systemen, veroorzaakt door het grotere aantal lichtpunten. * Gekleurde verlichting heeft in dit onderzoek een effect op borstbevuiling, voetzoolirritaties en loopproblemen, en daarmee op het welzijn van de vleeskuikens, lichtsterkte niet.
Woensdag 21 april 2004 is de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) officieel opgericht. De NVP is een zogenaamde sectorale bond, te vergelijken met de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV), die woensdag het tienjarig bestaan vierde. Evenals de NVV komt de NVP voort uit onvrede over de slagkracht van de bestaande organisatie. Het initiatief tot oprichting van de NVP is een jaar oud en dateert dus van kort na het uitbreken van de vogelpest, voorjaar 2003. Voorzitter Ad Kon is jarenlang penningmeester geweest bij de Nederlandse Vakbond van Varkenshouders (NVV) en Jan Brok, secretaris van de NVP, is zeven jaar in diezelfde vakbond actief geweest.
Op dit moment zijn 150 van de 3000 pluimveebedrijven lid van de NVP, de rest is aangesloten bij de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP). Bij varkens liggen die verhoudingen anders. Van de ongeveer 8000 varkenshouders in Nederland zijn er circa 3000 - goed voor de helft van alle varkens - aangesloten bij de NVV, de andere 5000 zijn georganiseerd in de vakgroep Varkenshouderij van landbouworganisatie LTO Nederland.
Volgens Kon zeggen de topbestuurders van LTO Nederland niet wat de sector wil. De NVP wil laten horen wat in de sector leeft en wat de pluimveehouders willen, aldus Kon. Bovendien komt LTO met één standpunt naar buiten. In dat standpunt zijn de belangen vertegenwoordigd van onder anderen melkveehouders, varkenshouders én pluimveehouders. In dat standpunt herkennen de leden zich niet meer.
Een van de zaken die de NVP wil aanpakken, zijn de te lage inkomens van de pluimveehouders. „Dat moet reëel zijn en daarvoor is de NVP nodig”, stelt de voorzitter. Ook de import van pluimveevlees uit Azië en Brazilië is de NVP een doorn in het oog, de in hun ogen eenzijdige milieuregels moeten worden aangepakt en de consument moet beter worden voorgelicht waar het kipproduct vandaan komt en wel ke bewerkingen het heeft ondergaan. Maar hoe de NVP dat concreet wil aanpakken, daarover kwam gisteren geen duidelijkheid.
Johan Odink, voorzitter van de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie Nepluvi, riep de NVP op tot aansluiting bij en gezamenlijk optreden met de andere belangenbehartigers uit de sector. Want anders spelen ze jullie in Den Haag en Brussel tegen elkaar uit, waarschuwde Odink.
Jan Ruiterkamp (52) in Den Ham is al heel wat jaren vleeskuikenhouder. In 1977 nam hij het bedrijf over van zijn vader en breidde het geleidelijk uit tot de huidige omvang van 65.000 kuikens. Vleeskuikenhouders zitten momenteel in de hoek waar de klappen vallen. Zo ook Ruiterkamp. De voerprijs is hoog en de opbrengstprijs staat onder druk. Hij reageerde onthutst op de daling vorige week van de basiscontractprijs met een cent. ,,Mijn verwachting was eerder dat er iets bij zou komen.'' Ruiterkamp denkt dat slachterijen de uitbetalingsprijs bewust laag houden. Hij zegt de laatste driekwart jaar niets verdiend te hebben. ,,Ik ben er bijna aan toe om geen kuikens meer op te zetten.'' Huib van de Vecht, directeur van de pluimveeslachterij GPS, noemt drie oorzaken voor de prijsdaling. Een consumptiedaling, een groot aanbod en verschei- dene landen die hun grenzen hebben gesloten. Hij vindt het Ruiterkamp zegt de indruk te hebben dat slachterijen de uitbetalingsprijs bewust laag houden.redelijk dat de prijs naar beneden is bijgesteld. ,,Op basis van slachtkosten is een cent eigenlijk nog te weinig."
Waterkwaliteit
De kwaliteit van het leidingwater en het water uit eigen bron is over het algemeen goed. Maar eenmaal in het drinkwatersysteem aan het eind van de stal valt de kwaliteit nogal eens tegen. ABCTA onderzocht de waterkwaliteit op kuikenniveau. Daarvoor zijn op 80 vleeskuikenbedrijven in Nederland en Duitsland water- monsters genomen en met medewerking van Selko onderzocht op de aanwezigheid van gisten, schimmels en darmbacterien.
Doden
Wanneer hoog pathogene AI wordt vastgesteld, schrijven de regels voor dat alle pluimvee van dat bedrijf moet worden gedood. Dat kan door in de stal het hele koppel in een keer te doden of door buiten de stal de dieren in kratten of individueel in een dodingmachine te brengen. Belangrijke aspecten bij het doden van dieren zijn effectiviteit, veiligheid en dierenwelzijn. De Animal Science Group van Wageningen UR is op zoek naar de beste methoden.
Minister Veerman vindt het niet zinvol om pluimvee- bedrijven met vrije uitloop vaker dan vier keer per jaar te monitoren op LPAI. Het monitoringsprogramma is er niet op gericht om snel een besmetting op te sporen. Snelle opsporing moet volgens Veerman komen van het Early Warning Systeem (EWS).
Vogelpest moet een eigen plek krijgen in het dierziekten- beleid. Dat heeft NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel in een gesprek met de Tweede Kamer bepleit. LNV werkt momenteel samen met de sector aan een nieuw convenant dierengezondheidsfonds. De NOP-voorzitter wil aparte afspraken over de verdeling van de kosten in geval van een AI-uitbraak.
Het PPE gaat onderzoeken in hoeverre de eendenhouder uit Lopik, waar laag pathogeen aviaire influenza (LPAI) is geconstateerd, aansprakelijk kan worden gesteld voor de directe en indirecte schade die zijn handelen heeft veroorzaakt.
Woensdag is de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) opgericht. Tijdens de bijeenkomst in Achterveld is Ad Kon, vermeerderaar/legpluimveehouder in Tricht, gekozen tot voorlopig voorzitter. De NVP gaat van start met ongeveer 150 leden, aldus Kon.
In 2010 moet iedere Nederlander in principe toegang hebben tot snel internet via een zogenoemde breedbandverbinding. Nu beschikt iets meer dan 10% van de huishoudens over een dergelijke aansluiting. Minister Brinkhorst van Economische Zaken schrijft dat in de conceptnota 'Breedband: een kwestie van tempo en betere benutting' die hij op 20 april presenteerde. Breedbandinternet is voor hem een speerpunt om de Nederlandse economie concurrerend te maken. De nota bevat een tiental uitgangspunten die volgens Brinkhorst bepalend zijn voor de verdere ontwikkeling van breedbandige netwerken en diensten. Het primaat voor de ontwikkeling van breedband ligt voor de minister bij de markt. De rijksoverheid zal niet investeren in infrastructuur. Ook kiest de overheid niet voor een bepaalde technologie. Dat ziet men ook als het domein van de markt. Het overheidsbeleid zal zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Bij de ordening van de markt staan de belangen van de consument voorop.
Wat betreft beschikbaarheid, kwaliteit en gebruik van netwerken voor elektronische communicatie heeft Nederland volgens Brinkhorst een toppositie. Binnen Europa staat Nederland qua infrastructuur in de top 3. Volgens de minister is dat vooral te danken aan de concurrentie tussen de infrastructuren. Hij ziet wel een risico dat voor Nederland de wet van de remmende voorsprong gaat gelden. Daarom pleit de EZ-minister voor permanente vernieuwing van netwerken. Er moet worden voorkomen dat bestaande belangen en verschil in visies verlammend gaan werken op de verdere ontwikkeling van breedband.
In de nota is een analyse te vinden van de bedreigingen en worden verschillende acties genoemd om de verdere ontwikkeling van breedbandige netwerken en diensten te stimuleren. Hierbij gaat het o.a. om:
zorgen voor een optimale ordening van de breedbandmarkt; intensiveren van de coördinatie tussen overheden om marktverstoring te voorkomen; opstellen van richtsnoeren voor gemeenten, provincies en woningcorporaties met het oog op een gezonde relatie tussen markt en overheid. Met de diensten scoort Nederland onder het Europese gemiddelde. De grootste knelpunten op het gebied van de ontwikkeling van diensten zijn onder meer gebrek aan standaarden, schaalgrootte en innovatie. Daarom is gerichte actie nodig: samen met de vakministers wil Brinkhorst de ontwikkeling en toepassing van breedbanddiensten in het onderwijs, de zorg, de veiligheid en het vervoer gaan stimuleren. Hiervoor komt dit jaar een actieplan waarvoor 13,3 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld afkomstig uit bestaande middelen.
De conceptnota 'Breedband: een kwestie van tempo en betere benutting' is te vinden op de website van het ministerie van EZ.
Mexico heft importverbod voor Amerikaans pluimvee op
Mexicao City (18 april 2004) - Mexico staat de import van pluimvee uit de Verenigde Staten weer toe. Dit verklaarde een woordervoerder van Mexicaanse autoriteiten zondag. Mexico sloot de grenzen na de uitbraak van vogelpest. In feit wordt de invoer weer toegestaan uit de staten Noord-Carolina, Maine, Virginia en West-Vriginia, waarmee het importverbod wordt opgeheven. Volgens Mexico heeft Amerika de ziekte onder controle. Mexico importeerde in 2003 pluimvee en pluimveeproducten voor een waarde van 93 miljoen euro. Mexico handhaaft het importverbod voor de Canadese provincie British Columbia, waar de vogelpest nog niet onder controle lijkt te zijn.
PPE stelt eendenhouder in Lopik aansprakelijk voor schade vogelpest
Het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) gaat onderzoeken in hoeverre een eendenhouder uit Lopik, waar in maart een laag pathogeen vogelpestvirus is geconstateerd, aansprakelijk kan worden gesteld voor de directe en indirecte schade die zijn handelen heeft veroorzaakt. Het bedrijf uit Lopik blijkt eenden te hebben ingevoerd op basis van een slachtpluimveecertificaat. Deze eenden hadden direct vervoerd moeten worden naar een slachthuis en niet op het bewuste eendenbedrijf terecht mogen komen. Het bedrijf werd geruimd nadat in bloedmonsters van de eenden antistoffen tegen een milde variant van het vogelpestvirus aan het licht kwamen. Het bedrijf in Lopik bleek ook eenden te hebben doorgeleverd aan andere eendenbedrijven in Nederland.
Het bestuur van het PPE het gedrag van de Lopikse eendenhouder onaanvaardbaar. Door de regels te overtreden zet de ondernemer de Nederlandse pluimveesector in een kwaad daglicht en daarnaast ondervindt de sector door de grenssluitingen dagelijks de gevolgen van de overtreding. Het PPE wil nu onderzoeken of de eendenhouder aansprakelijk kan worden gesteld.
Volgens de LLTB-vakgroep Pluimvee valt in de pluimveevleeskolom nog veel geld te besparen als de ketenpartijen efficiënter samenwerken. De vakgroep start binnenkort in navolging van de varkenshouderij een ketenproject hieromtrent. Dit kwam naar voren tijdens de jaarvergadering van de vakgroep op 7 april. Volgens vakgroepvoorzitter Gerard Witlox moet de Nederlandse sector de productiekosten goed in de gaten houden wanneer men wil concurreren met de omliggende landen. Daartoe moeten onnodige verliezen in de pluimveevleesketen worden weggenomen. De LLTB zal daarvoor een project starten waarin samen met andere partijen wordt gekeken waar in de keten nog efficiënter kan worden gewerkt.
Voorzitter Jos Ramekers van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren, die tijdens de jaarvergadering als gastspreker optrad, was het met Witlox eens dat er in de keten nog geld is te verdienen. Ook Ramekers vindt dat de sector zich moet oriënteren op de kosten in de kolom. Volgens hem kan de kostprijs ook worden verlaagd wanneer alle controles op bedrijfsniveau door één persoon worden uitegevoerd. Hij acht het niet nodig dat elke controlerende instantie zijn eigen medewerker naar een bedrijf stuurt.
Vijf bedrijven in eindronde voor MVO-stimuleringsprijs
19 april 2004 - Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), LTO Nederland en de Nederlandse Voedingsmiddelen Industrie VAI reiken in 2004 voor de tweede keer de prijs ter stimulering van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) uit. De vijf genomineerden zijn nu bekend. Minister Veerman van LNV zal de prijs op woensdagmiddag 23 juni 2004 in 't Spant in Bussum aan de winnaar uitreiken. De jury heeft meer dan 35 inzendingen beoordeeld. De volgende bedrijven zijn doorgedrongen tot de eindronde: 1) Dierenpark Amersfoort, een dierentuin die heel bewust activiteiten onderneemt op het gebied van people, planet en profit en een MVO-coördinator in dienst heeft. Het dierenpark laat graag zien dat de gekozen bedrijfsvoering veel toegevoegde waarde heeft voor de maatschappij zonder dat dit grootse investeringen vraagt. Ondanks haar commerciële basis heeft de onderneming een idealistische doelstelling: natuur - en soortbehoud van in het bijzonder bedreigde dieren.
2) Gebr. C.P. en C.J. Stolk B.V., glastuinbouwbedrijf gespecialiseerd in teelt van kamerplanten. Mag zich Top Tuinder MPS noemen, wat betekent dat deze onderneming gecertificeerd is voor milieukeur MPS-A, MPS-GAP (retail eisen) en MPS Socially Qualified. Veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu worden gezien als integraal onderdeel van de activiteiten van de onderneming.
3) Coolen B.V., een kalkoenbroederij die biologische kalkoenkuikens broedt en vermarkt en zich ondanks ziektes als AI en Blackhead staande weet te houden. Zij ontwikkelt alternatieve houderijsystemen, waarbij gestreefd wordt naar een diervriendelijk, eerlijk product.
4) Eosta B.V., Europees marktleider in gecertificeerde biologische en fair trade groenten en fruit met een eigen certificeringsysteem dat verder gaat dan het biologische Eko-keurmerk.
5) Themato C.V., het eerste bedrijf in Nederland dat volgens de meest energiezuinige manier pruimtomaten teelt in een gesloten kas en een communicatietraject heeft ontwikkeld om kennis te delen met zoveel mogelijk collega-ondernemers. Themato C.V. is een voorloper in de tuinbouwsector en een innovator op het gebied van MVO.
De jury bestaat uit voorzitter Pieter Winsemius (oud-minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en tegenwoordig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), José van Eijndhoven (voorzitter van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam), Jan Meerman (vice-voorzitter van de Koninklijke Vereniging MKB Nederland) en Klaske de Jonge (algemeen directeur van de Consumentenbond). De jury is verrast over het uiteenlopende karakter van de inzendingen. Bij de beoordeling is vooral gelet op de toegevoegde waarde voor de 'drie p's' van MVO, het draagvlak binnen de organisatie, de dialoog met belanghebbenden, het innovatieve karakter en de mogelijke voorbeeldfunctie die uitgaat van de inzending. De prijsuitreiking vindt plaats op woensdagmiddag 23 juni 2004 tijdens een conferentie over maatschappelijk verantwoord ondernemen. De genomineerden presenteren daar hun voorstel aan de aanwezigen, waarna deze hun stem kunnen uitbrengen voor de publieksprijs. Na bekendmaking door de jury van de winnaar reikt minister Veerman de juryprijs uit. Gerard Doornbos, voorzitter van LTO Nederland, reikt de publieksprijs uit. Tijdens workshops, een informatiemarkt en een afsluitende borrel hebben bezoekers van de conferentie uitgebreid de gelegenheid elkaar te ontmoeten en van elkaar te leren.
Belangstellenden voor de conferentie, die plaatsvindt in 't Spant in Bussum, kunnen vanaf 20 mei 2004 een aanmeldingsformulier en het conceptprogramma van de conferentie downloaden via www.minlnv.nl.
Dit is een gezamenlijk persbericht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, LTO Nederland en de Nederlandse Voedingsmiddelen Industrie VAI.
'Overheid was onvoldoende voorbereid op vogelpestcrisis'
De overheid was in 2003 onvoldoende voorbereid op een uitbraak van klassieke vogelpest. Een beleidsdraaiboek vogelpest ontbrak helemaal. Ook waren medewerkers van het ministerie van LNV en betrokken uitvoeringsorganisaties niet goed voorbereid op een uitbraak van de ziekte. De materiële voorbereiding bleek al in het begin van de crisis achterhaald en ontoereikend, wat een 'koude start' betekende van de bestrijding. Verder was de veterinaire kennis over klassieke vogelpest onvoldoende. Dat concludeert adviesbureau Berenschot in zijn evaluatie van de vogelpestcrisis in 2003. De evaluatie, die in opdracht van het ministerie van LNV is uitgevoerd, werd gisteren gepresenteerd.
Berenschot concludeert dat de bestrijding van de vogelpest voortvarend is opgepakt nadat de ziekte was geconstateerd. De periode van vijf tot zes dagen tussen de eerste ziekteverschijnselen en de vaststelling van klassieke vogelpest heeft echter te lang geduurd. Bij het ruimen was de dodingscapaciteit het grootste probleem, waardoor zeker in de eerste weken achter de feiten werd aangelopen. Wel werd op inventieve wijze gezocht naar allerlei oplossingen, hetgeen leidde tot een grote opschaling van de dodingscapaciteit.
De risico's van vogelpest voor de volksgezondheid zijn onderschat door de ministeries van LNV en VWS, concludeert Berenschot. De dood van de dierenarts was een dieptepunt in de crisis.
Het ruimen van hobbydieren had volgens Berenschot wellicht eerder kunnen worden beëindigd. Er was tijdens de crisis echter geen eensluidende veterinaire kennis over onder andere de rol van hobbydieren in de verspreiding van vogelpest en de beste wijze van bestrijden van de ziekte onder hobbydieren.
Berenschot vindt dat van elke crisis geleerd moet worden en dat de draai- en handboeken daarop aangepast moeten worden. Ook moet er meer geïnvesteerd worden in de onderzoeken op het gebied van (bestrijding van) dierziekten. Verder moet in de scenario's voor het bestrijden van dierziekten meer rekening gehouden worden met hobbydierhouders. Het adviesbureau beveelt ook aan om het systeem van signalering aan te passen.
Het Berenschot-rapport 'De crisis tussen mens en dier; Evaluatie bestrijding AI-crisis' vindt u op de website van LNV.
Mede doordat het ministerie van Landbouw veel expertise en ervaring heeft opgedaan met het bestrijden van dierziekten in crisissituaties is de bestrijding van de vogelpest vorig jaar succesvol verlopen. Dat concludeert minister Veerman van Landbouw in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij enkele opmerkingen plaatst bij de evaluatie door adviesbureau Berenschotvan de aanpak van de vogelpestuitbraak. In het rapport concludeert Berenschot dat de overheid goed was voorbereid op een dierziektecrisis, maar dat specifieke voorbereiding op een uitbraak van klassieke vogelpest onvoldoende was. Veerman meent echter dat het een illusie is te denken dat alle problemen die tijdens een crisis kunnen ontstaan, op voorhand kunnen worden opgelost met een beleidsdraaiboek. Bovendien is de aanpak op hoofdlijnen vastgelegd in Europese en nationale regelgeving. Het managen van een crisis van een omvang als de Aviaire Influenzacrisis 2003 blijft immers maatwerk, aldus Veerman.
Berenschot concludeert volgens Veerman terecht dat achteraf bezien in de dagen tussen het vaststellen van vogelpest op 22 februari en de datum dat dit feit op het ministerie van Landbouw bekend werd op 28 februari 2003, kostbare tijd verloren is gegaan. In het rapport worden als redenen hiervoor gegeven dat niet altijd direct een dierenarts wordt geraadpleegd, het signaleringssysteem niet aanmoedigt tot het melden van symptomen of problemen en ten derde dat de onderzoekers in die periode niet direct aan klassieke vogelpest hebben gedacht. Veerman kondigt aan de drempel voor het melden van problemen of symptomen zo laag mogelijk te maken.
Veerman zegt toe de aanbevelingen van Berenschot tezamen met reeds intern geconstateerde verbeterpunten mee te nemen in de verbetering van de crisisvoorbereiding van het ministerie van LNV en de uitvoerende diensten.
In strooiselstallen komen hoge stofconcentraties voor. De waarden komen bijna altijd boven de zogenaamde MAC-waarden uit. Hoewel de MAC-waarden zijn bedoeld voor 8-urige werkdagen en pluimveehouders niet altijd acht uur per dag in de dierruimte zijn, is er wel zeker een verhoogd risico op longaandoeningen door de hoge stofconcentraties. Stof is een sluimerend gevaar en de longfunctie gaat geleidelijk, vrijwel ongemerkt achteruit. Het Praktijkonderzoek doet al verscheidene jaren onderzoek naar mogelijkheden om de stofconcentratie in pluimveestallen te verlagen. In de laatste ronde met volieres in Beekbergen zijn een aantal technieken bekeken op hun effect op de stofconcentratie. De resultaten geven niet direct aan dat het probleem kan worden opgelost
Nieuwe voorzitter
In februari was er een wisseling van de wacht in het bestuur van de landelijke NOP-kring Vleeskuiken- houders. De voorzittershamer ging over van Jan Scholten naar Gonja Hospers. Wat voor type voorzitter is zij en wat kunnen vleeskuikenhouders van het kringbestuur verwachtten in de komende tijd?
Gumboro
De Gezondheidsdienst kan stammen van het Gumborovirus typeren en daardoor van elkaar onderscheiden. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk te onderzoeken of er bij Gumboro-uitbraken speciale of mogelijk nieuwe stammen zijn betrokken. In dat geval kan het vaccinatieprogramma worden veranderd.
De overheid wist wat ze te doen stond, maar was in 2003 'onvoldoende' voorbereid op een uitbraak van de vogelpest. Dat is de conclusie van het adviesbureau Berenschot in zijn evaluatie van de vogelpestcrisis. Het rapport is gisteren gepresenteerd. Het rapport 'De crisis tussen mens en dier' stelt dat Nederland de vogelpest in het algemeen goed te lijf is gegaan. Wel moet de melding en vaststelling van de ziekte sneller en er moet een specifiek draaiboek voor deze dierziekte klaarliggen. Ook de aanpak van de hobbydieren moet anders.
De scherpe prijsval van eieren is het gevolg van een overschot aan eieren in de EU. Dit zegt Ton van Dijk, voorzitter van de vereniging van eierhandelaren Anevei. Van Dijk schat het Europese overschot op drie àvier procent. Hij verwacht dat het Europese overschot voorlopig zal aanhouden en heeft dan ook geen goede verwachtingen van de eierprijzen.
De NOP heeft opnieuw een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de leden van de Vaste Kamercommissie wordt gevraagd zich nogmaals in te zetten 'voor een passende vergoeding van de schade die vermeerderaars hebben geleden als gevolg van de bestrijding van AI.' NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel meldt dat dit is gedaan op aangeven van Kamerlid Annie Schrijer-Pierik (CDA) om het onderwerp in Den Haag weer op de agenda te krijgen
De politie Limburg-Noord heeft te kampen met een forse financiële tegenvaller als gevolg van de vogelpest die de regio vorig jaar trof. Van de totale kosten van 556.799 euro aan politieinzet wordt waarschijnlijk slechts 137.165 euro door de overheid vergoed. Verschillende Limburgse gemeenten krijgen maar een deel van de kosten vergoed. De bestrijding van de vogelpest kostte de politie Limburg-Noord vorig jaar 14.220 man-uren, hetgeen 375.641 euro kostte. Voor het inzetten van materieel werd 137.165 euro berekend. De politie houdt er rekening mee dat alleen de declaratie voor het materieel vergoed wordt.
De gemeente Nederweert deponeerde vorig jaar een rekening van 40.000 euro en kreeg 22.000 euro door het ministerie van LNV overgemaakt. Meijel had een bedrag van 23.527 euro en krijgt slechts 9.584 euro vergoed. De gemeente Hunsel had een rekening van 27.197 euro bij LNV ingediend, onder andere voor het afzetten van een centrale dodingslocatie voor hobbykippen waar demonstranten probeerden de transporten van dieren te verhinderen. De gemeente kreeg eind vorige maand slechts 9.818 euro overgemaakt.
Aanzet voor ontzien hobbypluimvee bij uitbraak dierziekten Er is een dialoog op gang gekomen tussen de professionele op de consument gerichte pluimveesector en hobbypluimveehouders. Ondanks de wonden die het ruimen van pluimvee veroorzaakt heeft, is het mogelijk gebleken om gezamenlijk naar een oplossing te zoeken. Gezamenlijk wordt gewerkt aan een sluitende identificatie- en registratieregeling voor pluimvee. Zo'n regeling opent de weg om hobbypluimvee net als vogels in dierentuinen te vaccineren. Daarmee kan hobbypluimvee mogelijk vrijgesteld worden van ruimingen. Het vormt volgens de Stichting Solidariteit Pluimveehouderij één van de eerste concrete resultaten van het Commitment van Utrecht. Tijdens Hét Nationale Pluimveedebat op 3 november 2003 heeft de pluimveesector massaal onderschreven dat dialoog met de consument en de burger belangrijk is. Concrete actie om te komen tot verandering voor een levenskrachtige pluimveesector in Nederland acht men daarvoor noodzakelijk. In het Commitment staan innovatie, dierenwelzijn, kwaliteit, transparantie, communicatie met de consument en oplossingen die het massaal ruimen van dieren moeten voorkomen centraal.
Een werkgroep, die bestaat uit Tonny Zents, Jos Nelissen (Stichting Solidariteit Pluimveehouderij), Jan Wolleswinkel (NOP), Aalt Dijkhuizen en Ferry Leenstra (Wageningen UR), heeft zich gebogen over concrete initiatieven. De werkgroep heeft vier hoofddoelstellingen geformuleerd:
tracking, tracing en transparantie door de hele keten tot en met de consument; verwaarden van welzijns- en kwaliteitscriteria; mest als bron van energie; dialoog met de hobbysector. De vernieuwing van IKB-ei draagt bij aan de beide eerste doelstellingen. De stuurgroep Voedselveiligheid en Kwaliteit in de eisector is onder voorzitterschap van Ben Dellaert (PVE) aan het werk en heeft alle bevoegdheden om tot een goed systeem te komen. Dit is een uitgelezen kans voor de Nederlandse leghennenhouderij om een koppositie in te nemen ten aanzien van transparantie en kwaliteit. Daarmee kan de positie op de kritische Duitse versmarkt worden versterkt.
Om de snel verlopende omschakeling naar diervriendelijke huisvestingssystemen voor de leghen en de pluimveehouder te begeleiden, wordt in samenwerking met het bedrijfsleven een cursus 'Management van leghennen in alternatieve huisvesting' opgestart.
Voor pluimveevleesproductie is vanuit het CvU een nieuw samenwerkingsverband gestart. NOP, Nepluvi, CBL, PVE en kennisinstellingen stellen een gezamenlijk plan van aanpak op voor een gewaardeerde en renderende kuikenvleesproductie. Het door LNV en PVE in te stellen AKK stimuleringsprogramma Co-innovatie Pluimveehouderij zal een belangrijke impuls geven. Het bestuur van AKK heeft aangegeven dat de doelstellingen van het CvU leidraad in het co-innovatieprogramma moeten zijn.
Stichting Solidariteit Pluimveehouderij, 14/04/04
Intrekken overbodige milieuvergunning levert Limburgse veehouders geld op
Limburgse agrarische bedrijven die een overbodig geworden milieuvergunning voor intensieve veehouderij laten intrekken, kunnen hiervoor € 1.000,- aan subsidie ontvangen. De provincie Limburg biedt een zelfde bijdrage aan gemeenten die daaraan meewerken. De provincie wil vóór het eind van dit jaar een groot aantal overbodig geworden milieuvergunningen van voormalige intensieve veehouderijen laten intrekken. Tegelijk streeft men er naar de bestemmingsplannen van gemeenten in overeenstemming te brengen met de nieuwe plannen voor het Limburgse platteland.
De kern van het project ARIBA (Agrarische Regelingen In Bestemmingsplannen Aanpassen) is, dat de betreffende vergunningen en bestemmingen weer in overeenstemming worden gebracht met onder meer het Reconstructieplan voor Noord- en Midden-Limburg en met het Plan van Aanpak Vitaal Platteland Zuid-Limburg.
De provincie zal met steun van één of meer adviesbureaus en in overleg met gemeenten partiële herzieningen van bestemmingsplannen voor de buitengebieden voorbereiden. Daarbij zal men de gemeente een behandelrijp voorstel aanbieden, waarin rekening is gehouden met:
de voorbereiding van een bestemmingsplanwijziging voor bedrijven waarvan de milieuvergunning is ingetrokken; de implementatie van de sinds september 2003 van kracht zijnde regeling 'Bedrijfskavel Op Maat plus' (BOM+) in de bestemmingsplannen buitengebied; de doorwerking van de zonering intensieve veehouderij uit het Reconstructieplan in het bestemmingsplan buitengebied (Noord- en Midden-Limburg). Voor Zuid-Limburg zal – zonodig – nieuwvestiging van intensieve veehouderijbedrijven, inclusief omschakeling, in het bestemmingsplan worden opgenomen.
De provincie richt het proces zo in, dat het voor het einde van 2004 kan worden afgerond. In Noord- en Midden-Limburg geldt de subsidieregeling voor het intrekken van milieuvergunningen voor intensieve veehouderijbedrijven in de extensiveringsgebieden en – op vrijwillige basis – voor bedrijven in de verwevingsgebieden. Naar schatting gaat het in de extensiveringsgebieden in Noord- en Midden-Limburg om maximaal 150 bedrijven die geen gebruik meer maken van hun vergunning. Verder krijgen in de verwevingsgebieden nog maximaal 100 bedrijven de gelegenheid om op vrijwillige basis hun vergunning te laten intrekken. Voor deze aanvragen geldt 'Wie het eerst komt, …'.
In Zuid-Limburg zijn nog ongeveer 30 bedrijven actief als intensieve veehouderij, terwijl zo’n 100 bedrijven daar een milieuvergunning voor hebben. De regeling geldt hier voor alle bedrijven.
Pluimveesector moet zich voorbereiden op kanalisatie
Om binnen de pluimveesector het aantal besmettingen met de Campylobacterbacterie terug te dringen wordt een breed pakket aan maatregelen overwogen. De overheid zet daarbij sterk in op testen en kanalisatie; het op de slachterij gescheiden aanleveren en verwerken van besmet en onbesmet pluimvee. De pluimveesector moet zijn organisatie daarop gaan inrichten. Dat zegt Arie Havelaar, projectleider van het CARMA-project in VMT. Het project CARMA heeft tot doel de overheid te adviseren over de effectiviteit en doelmatigheid van maatregelen gericht op het terugdringen van campylobacteriose onder de Nederlandse bevolking. In het project wordt samengewerkt tussen microbiologen, epidemiologen, modelleurs, economen en sociaal-wetenschappelijke onderzoekers.
Campylobacterbacteriën vormen een belangrijk volksgezondheidsprobleem in Nederland. Zij veroorzaken jaarlijks ruim 100.000 gevallen van gastroenteritis, 6000 gevallen van reactieve artritis, 60 gevallen van het Guillain-Barré syndroom en enkele tientallen sterfgevallen. De total schade wordt op ruim 20 miljoen euro per jaar geschat. De ministeries van Volksgezondheid (VWS) en Landbouw (LNV) willen per 1 januari 2007 de verkoop van rauwe kip besmet met Salmonella of Campylobacter verbieden.
Duidelijk is dat de overheid inzet op testen en kanalisatie. Onbesmette koppels mogen op de versvleesmarkt worden afgezet. Met Campylobatcer besmette koppels krijgen een hitte- of andere behandeling en gaan de diepvries in. Het is dus zaak het aantal besmette koppels zo laag mogelijk te houden.
Op de Nederlands pluimveehouderijen schommelt het percentage besmette koppels tussen de 15 en 35%. De Deense pluimveeslachterij Danpo stelde vast dat dit percentage in de zomer op kan lopen tot 80%. In Nederland wordt via de traditionele kweekmethode slechts één op de drie besmette koppels werkelijk gevonden. Deze methode vergt bovendien vier tot vijf dagen. Danpo gebruikt een methode waarmee volgens Havelaar zeker 90 en mogelijk zelfs 95% van de besmette koppels wordt gevonden. Bovendien neemt deze methode slechts één dag in beslag waardoor het bemonsteringstijdstip dichter bij het moment van slacht kan komen te liggen.
In een hoorzitting van de Tweede Kamer is op 8 april gesproken over het gebruik van slachtafval in diervoeders. Sinds de uitbraak van BSE mag in veevoer geen diermeel worden verwerkt. Slachterijen, boerenorganisaties en het destructiebedrijf Rendac dringen aan op versoepeling van deze regels. Vismeel en diermeel afkomstig van pluimvee en varkens kan volgens hen zonder risico's in het voer worden verwerkt. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) pleit echter voor handhaving van de 'feed-ban'. Slachtafval dat overblijft van vlees dat al voor menselijke consumptie was goedgekeurd, mag wel tot honden- en kattenvoer worden verwerkt, omdat het buiten de menselijke consumptieketen blijft. Andere dierlijke resten, zoals veren, bloed en kadavers worden verbrand. Daarmee gaat een waardevolle eiwitrijke veevoedergrondstof verloren, stellen de boeren, slachterijen en het destructiebedrijf. Directeur Kloosterboer van Rendac liet weten dat zijn bedrijf de dierlijke resten tegen een goede prijs weet af te zetten als brandstof voor kolengestookte elektriciteitscentrales. Aan de oproep om de regels voor verwerking tot veevoer te versoepelen liggen volgens hem alleen etische en geen economische motieven ten grondslag.
Woordvoerder Marc Jansen van het CBL wil de huidige regels handhaven. Hij toonde zich niet erg onder de indruk van het argument dat kruisbesmetting in Nederland kan worden uitgesloten omdat dierlijke resten keurig van elkaar worden gescheiden. Hij betwijfelt of dat ook op gaat voor andere lidstaten van de Europese Unie. Feitelijk zou dat voor alle andere landen ter wereld moeten gelden. Het CBL kreeg daarop het verwijt van de landbouwsector dat supermarkten wel pluimveevlees uit Thailand verkopen, afkomstig van vleeskuikens die zijn gevoerd met diermeel dat in Nederland is verboden. Maar volgens Janssen worden er in Nederlandse supermarkten geen kipproducten uit Thailand verkocht.
Nederlandse kipfilet malser en sappiger dan Braziliaanse en Thaise
De Nederlandse kipfilet is malser en sappiger en heeft minder bijsmaak dan de diepvriesfilets uit Brazilië en Thailand. Dat blijkt uit een onderzoek van CCL Meat Research in Veghel naar de (sensorische) kwaliteitsverschillen tussen Nederlandse (vers en diepvries), Braziliaanse (diepvries) en Thaise kipfilet (diepvries). De Nederlandse kipfilets werden aangeleverd door pluimveeslachterij Astenhof. Het dripverlies, het kookverlies en de scheurweerstand (malsheid) van de Nederlandse kipfilet waren in het onderzoek significant lager dan van de Brazilaanse en Thaise filets. Het lage kookverlies van de Nederlandse kipfilet was deels te verklaren door het hogere gewicht. Verder was de Nederlandse kipfilet lichter van kleur en minder rood en geel dan de concurrende filets. De kipfilet werd door een speciaal geselecteerd en getraind panel ook malser en sappiger bevonden en had een minder sterke bijsmaak. In de beoordeling van de kipsmaak werden geen significante verschillen gevonden. De wijze van bereiding was niet van invloed op de resultaten.
De verse kipfilet was beter van kwaliteit dan de diepvriesfilets. Het kookverlies en de scheurweerstand van de verse filets waren lager. Er werden geen verschillen gevonden tussen vers en diepvries in het percentage dripverlies en de hoeveelheid intramusculair vet. De kleur van de verse filet was wel significant lichter en minder rood en geel van kleur. Daarnaast was de verse filet malser en sappiger en had het een minder sterke bijsmaak dan de filets uit de diepvries. De kipsmaak was bij vers en diepvries gelijk.
De Nederlandse import van pluimveevlees uit Brazilië en Thailand is het afgelopen jaar met respectievelijk 308 en 331 procent gegroeid.
Het CIDC heeft geen AI-virus kunnen aantonen in de monsters van de vier bedrijven die in maart uit voorzorg zijn geruimd in verband met LPAI. Bij de eerste snelle test waren op twee bedrijven antistoffen tegen LPAI gevonden en op twee bedrijven wezen testuitslagen zelfs op de aanwezigheid van virus. De virus isolatietest, die maximaal 14 dagen in beslag neemt, was echter voor alle vier bedrijven negatief.
Negen van de tien Nederlandse huishoudens vriest thuis wel eens vers vlees in. Bijna 60 procent hiervan stopt meer dan de helft van al het aangekochte vlees in de vriezer. Het merendeel vindt dat invriezen geen afbreuk doet aan de kwaliteit van het vlees. Dit blijkt uit een studie die het onderzoeksbureau GfK heeft uitgevoerd in opdracht van de PVE.
Minister Veerman stelt de destructietarieven voor het jaar 2004 tot nader order niet vast. Dat heeft hij de Tweede Kamer laten weten. De Kamer wil geen verhoging van de tarieven. Dit zou betekenen dat de overheidsbijdrage omhoog moet en dat leidt tot overschrijding van de LNV-begroting en dat wil Veerman weer niet.
Canada gaat 19 miljoen kippen en kalkoenen op zo'n 600 bedrijven in de westelijke provincie British Columbia preventief ruimen. Dit om te voorkomen dat het AI-virus zich over andere provincies verspreidt.
Morgen in Pluimveehouderij Het Anker
Vof 'Het Anker' in Ochten is een familie-onderneming die naast een broederij bestaat uit acht pluimvee- bedrijven; vijf opfok- en drie legbedrijven.Verkoop van eendagskuikens en 17-weekse hennen zijn de kernactiviteiten van kuikenbroederij. Van de ruim vijf miljoen henkuikens die jaarlijks in de broederij het levenslicht zien, gaan er circa een miljoen weg als eendagskuiken, en worden er ongeveer vier miljoen opgefokt en als jonge leghen verkocht. Het bedrijf van de familie Vroegindeweij streeft ernaar zware jonge hennen af te leveren tegen een concurrerende prijs. ,,Door de eigen opfokervaring weten we precies wat er speelt. We hebben een eigen serviceploeg voor opzetten, enten, snavelbehandelen en laden. Daardoor zitten we kort op het resultaat.''
Uitloop
Het begrip 'uitloop' heeft voor verschillende mensen een verschillende betekenis. Voor de een is 'uitloop' de boomgaard bij de pluimveestal. Voor de ander is het een gevaarlijk bijverschijnsel. Ferry Leenstra geeft een overzicht van wat we van uitloop weten of zouden moeten of willen weten.
Ammoniakwetgeving
Bedrijven krijgen meer tijd voor stalaanpassingen die de uitstoot van ammoniak moeten verminderen in het kader van de AmvB Huisvesting. Dat is het resultaat van overleg tussen LTO en overheid. De tekst van het besluit wordt voorgelegd aan de Raad van State. Naar verwachting wordt het eind dit jaar van kracht.
Minister Veerman van LNV wil langs drie sporen het terugtreden van de overheid zichtbaar maken: minder administratieve lastendruk, minder regels en minder ambtenaren. Veerman denkt een reductie van 25% van de administratieve lasten te realiseren door het overnemen van de aanbevelingen van de gemengde (bedrijfsleven en overheid) commissie Administratieve Lastenverlichting. Dat scheelt boeren en tuinders 106 miljoen euro per jaar. Veerman schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer. Ondernemers zullen vooral minder tijd en geld kwijt zijn aan het informeren van de overheid als die met minder beleid en minder regels komt. Deze vermindering wordt bereikt door het herzien van regels rond met name mest- en diergezondheid.
Voor mest wordt gewerkt aan een heel nieuw beleid met veertig procent minder lastendruk (78 miljoen euro).
Herbezinning op de regels rond dierziekten leidt onder meer tot het afschaffen van de bezoekersregistratie op veebedrijven.
Controleregels voor de varkenshouderij worden geïntegreerd en deels afgeschaft.
Ook de registratie van koeien wordt met een nieuw systeem gebruikersvriendelijker gemaakt, met behulp van internet. Dat draagt bij aan 22,7 miljoen euro minder administratieve lasten op dit vlak. De agenda van maatregelen voor minder beleid bevat daarnaast een groot aantal kleinere voornemens.
Verder wil Veerman meer gebruikmaken van informatiestromen die er binnen het bedrijfsleven al zijn. Als die informatie immers voldoende is om beleid uit te voeren en de naleving te controleren hoeft de overheid niet zelf die gegevens nog eens op te vragen, als het bedrijfsleven die gegevens tenminste ter beschikking wil stellen. De gemengde commissie heeft geadviseerd dat het bedrijfsleven een task force instelt die de mogelijkheden daartoe gaat verkennen, LNV zal daarbij aansluiten.
Veerman wil alleen nog beleid en regels maken als het gaat om maatschappelijke problemen die het Rijk beter en effectiever aan kan pakken dan een andere overheid of dan maatschappelijke partijen. Ook worden de regels waar mogelijk vereenvoudigd. Voor het einde van deze regeerperiode moet het aantal LNV-regels met ongeveer 300 zijn teruggebracht. Voor nieuwe regels komt een strenge toets op nut en noodzaak. Criteria zijn daarbij uitvoeringsaspecten, handhaafbaarheid en administratieve lasten. Als de beoogde vermindering van beleid gerealiseerd wordt, zijn daardoor ongeveer 750 ambtenaren minder nodig.
Veerman wijst wel op drie voorwaarden om de beoogde reductie in administratieve lasten te bereiken. In de politieke discussie over maatwerk bij nieuwe regels moet duidelijk worden afgewogen of de meerwaarde daarvan opweegt tegen de extra administratieve lasten die het gevolg daarvan kunnen zijn.
Verder zijn het ook internationale kaders die een groot deel van lasten door LNV-regels bepalen. Daar wat aan doen, kost tijd.
En tenslotte moet intrekken van LNV-regels niet tot regels en administratieve lasten bij andere overheden leiden. Integendeel, waar mogelijk zal clustering van administratieve verplichtingen met die van andere departementen en overheden worden gestimuleerd. Zie voor meer informatie de brief van Veerman aan de Tweede Kamer
Den Haag - Niet het Rijk, maar de provincies moeten als eerste verantwoordelijk zijn voor de inrichting van het platteland. Dat advies heeft de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) minister Veerman van Landbouw donderdag gegeven met het oog op de aanstaande nota's Ruimte en Agenda voor een Vitaal Platteland. De provincies moeten in de ogen van de RLG niet alleen aan het stuur zitten. Het Rijk moet zich wat betreft plattelandsbeleid beperken tot globale richtlijnen, die onder aanvoering van de provincie in samenspraak met gemeenten, waterschappen, burgers en organisaties verder worden uitgewerkt. De vaak wat ,,starre nationale regelgeving'' voor bijvoorbeeld varkensvrije zones of de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) leidt volgens de raad geregeld tot belemmeringen, waardoor regionale plannen stokken of vertraging oplopen. Ook bemoeit Den Haag zich te gedetailleerd met de inrichting van het buitengebied. Provincies en gemeenten moeten binnen kaders die het Rijk stelt, ruimte krijgen om een eigen invulling aan het gebied te geven en in te spelen op de wensen van hun burgers. De raad wil niet alleen het platteland meer macht over eigen stuur geven, maar vindt ook dat de provincies het hierbij behorende geldpotje moeten beheren. Naar eigen goeddunken moeten zij het rijksgeld voor het buitengebied hieraan kunnen besteden. Hier kleeft voor de provinciale geldkas wel een risico aan. ,,Indien de realisatie duurder uitvalt, moet de provincie de extra kosten voor haar rekening nemen.'' Op die wijze moet de inrichting van het platteland volgens de raad beter aansluiten bij wat de samenleving wil in dat buitengebied
Nederlandse Vakbond Pluimveehouders i.o. Postbus 591 3770 AN Barneveld
PERSBERICHT Barneveld, 8 april 2004 Kenmerk: P4377
Rendac brengt de pluimveehouders forse schade toe. Dit blijkt als men voor een kadavermelding de nummers van Rendac belt (o.a. 0900-9221 en 0499-390040). Tot op de dag van vandaag krijgt men dan te horen dat er in Nederland Vogelpest heerst.
De letterlijke tekst luidt: “in verband met vogelpest in binnen- en buitenland worden er tot nader orde geen erfladingen uitgevoerd bij bedrijven waar pluimvee wordt gehouden”. In de eerste plaats klopt de inhoud van de tekst niet en ten tweede is inmiddels al gebleken dat het laag pathogene virus dat door de monitoring op een 4-tal bedrijven is aangetroffen geen Vogelpest kon worden aangetoond. De vondst van antistoffen van het laag pathogene virus heeft al schade genoeg opgeleverd voor de pluimveehouderij door de grenssluitingen en de lagere prijzen voor vlees en eieren. Op zich zijn wij er voorstander van dat Rendac dit soort maatregelen treft indien er een dreigende situatie is m.b.t. een besmettelijke dierziekte, maar de feiten moeten wel kloppen.
De Nederlandse Vakbond Pluimveehouders i.o. vindt het een schande dat Rendac, waarvan de eigenaar een organisatie is die de belangen van de veehouders behartigt, op deze wijze met haar veehouders omgaat. Kennelijk kun je je dit permitteren als je monopolist bent!
Noot voor de redactie: Inlichtingen over dit persbericht kunt u inwinnen bij Ad Kon, lid van de initiatiefgroep NVP i.o. ( telnr. 0345-576480 of mobiel: 06-21561585).
Pluimveehouders die hun dieren in legbatterijen houden raken hun eieren niet kwijt. Omdat supermarkten in Nederland en Duitsland, het belangrijkste exportland, alleen nog maar scharreleieren willen, kunnen zij hun eieren alleen nog maar voor lage prijzen aan de voedingsmiddelenindustrie kwijt. De pluimveehouders vinden dat de consument zelf moet kunnen kiezen. Dat bleek gisteren in Baexem tijdens de jaarvergadering van de LLTB-vakgroep pluimvee. De pluimveehouders rekenden op extra inkomsten omdat de prijzen in de aanloop naar Pasen door de toenemende vraag meestal stijgen. De prijs voor batterijeieren is door de opstelling van de supermakten dit jaar echter volledig onderuitgegaan.
De pluimveehouders hekelen de opstelling van de supermarkten. Legbatterijen zijn pas vanaf 2012 verboden in Europa, dus er is geen dwingende reden om deze eieren niet meer in de schappen te leggen. Daarnaast is het voor de pluimveehouders financieel niet haalbaar snel naar scharrelkippen om te schakelen omdat er veel in allerlei milieumaatregelen geïnvesteerd is. De pluimveehouders willen dat supermarkten het batterij-ei gewoon in de schappen leggen zodat de consument ook een keuze heeft.
Tussen 1 april en 15 mei is het weer tijd om gegevens voor de Landbouwtelling in te dienen bij het ministerie van LNV. Eind maart hebben boeren, tuinders en intermediairs de opgaveset ontvangen. Dit jaar kan men ook via internet de gegevens verzenden. Laser heeft daartoe bij AgriHolland een oranje button geplaatst, in de rechterbovenhoek op de homepage. Door te klikken op deze button komt u direct bij het invulformulier. Houdt uw toegangscode bij de hand die u per post hebt ontvangen van het ministerie. Naast de Landbouwtelling zijn ook gegevens voor Gebruik gewaspercelen en Aanvraag oppervlakten on line in te dienen via de Gecombineerde opgave.
Op het formulier Landbouwtelling 2004 is ten opzichte van vorig jaar een aantal vragen vervallen en een aantal nieuwe vragen opgenomen. Naast de bekende vragen over arbeidskrachten, veestapel en gewassen worden in 2004 vragen gesteld over:
huisvesting dieren verkaveling bedrijfsopvolging
De jaarlijkse Landbouwtelling heeft 2 doelen: 1) Volledige statistische gegevens te verkrijgen over de structuur van de Nederlandse landbouw en landbouwbedrijven. Deze gegevens hebben betrekking op het bedrijfshoofd, de arbeidsbezetting, de geteelde gewassen en de omvang en de samenstelling van de veestapel. 2) Gegevens per bedrijf te verschaffen aan Laser ten behoeve van de uitvoering van het landbouwbeleid.
Het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle (CIDC) in Lelystad heeft met de zogenaamde virusisolatietest geen levend vogelpestvirus gevonden in de kippen en eenden die vorige maand zijn geruimd. De ruiming van de dieren vond plaats nadat met een snelle test in bloedmonsters antistoffen tegen een milde variant van vogelpest waren aangetroffen. Ondanks dat met de uitgebreide test geen levend virus is aangetroffen, zijn de dieren wel terecht geruimd, aldus een woordvoerster van het ministerie van LNV. Volgens haar was de vondst van antistoffen voldoende reden om de dieren af te maken, omdat minister Veerman geen enkel risico op een epidemie wil lopen.
Op 13 maart werd in het Groningse Uithuizermeeden een pluimveebedrijf geruimd na de vondst van antistoffen in bloedmonsters van de dieren tegen laagpathogene variant van het vogelpestvirus. Om dezelfde reden werd in maart ook het pluimvee op bedrijven in Lopik, Steenbergen en Liempde geruimd.
In het kader van het monitoringsprogramma voor laag pathogene dat het ministerie van LNV heeft ontworpen, worden op alle pluimveebedrijven jaarlijks bloedmonsters genomen. Op bedrijven waar de dieren een uitloop naar buiten hebben, gebeurt dat zelfs eens per kwartaal, omdat deze dieren in contact kunnen komen met wilde vogels, die de milde vogelpestvariant bij zich kunnen dragen.
Europese consument heeft weinig vertrouwen in kwaliteit van voeding
Het vertrouwen van de Europese consument in bereid voedsel, vlees en fastfood is niet groot. Dat blijkt uit onderzoek van de Europese Unie dat in 6 landen werd uitgevoerd in kader van het 'Trust in Food'-project. Daaruit bleek dat slechts 20% van de consumenten vertrouwen heeft in de kwaliteit van de hamburgers van een fastfoodketen of in een maaltijd van een restaurant. De Europese consumenten blijken wel vertrouwen te hebben in de kwaliteit van groenten en fruit. De Britse, Deense en Noorse consument is veel minder wantrouwend dan de Italianen, Duitsers en Portugezen. Uit het onderzoek blijkt dat 25 tot 33% van de consumenten van mening is dat de smaak en kwaliteit van voedingsproducten is verslechterd, ondanks de gestegen prijzen. Deze groep vindt ook dat de voedingswaarde, de productiemethode en de veiligheid van de producten achteruit zijn gegaan. De Italianen en Portugezen zijn op dit punt het meest pessimistisch. Van hen gelooft 80% dat de kwaliteit, smaak en prijsstelling voor hun voeding over de laatste 20 jaar verslechterd zijn.
In alle landen blijkt slechts een gering percentage van de consumenten te geloven dat supermarkten, de voedingsmiddelenindustrie en boerenbedrijven negatieve zaken eerlijk naar buiten brengen. Wat dat betreft heeft men meer vertrouwen in consumentenorganisaties, voedingsdeskundigen en overheidsinstanties. Dat het vertrouwen van de Britten in hun voeding relatief groot is wordt in verband gebracht met maatregelen die zijn getroffen in het kader van de bestrijding van BSE in het Verenigd Koninkrijk. Portugese consumenten zijn het meest pessimistisch over de ontwikkeling van de kwaliteit van de voeding in hun land.
Eurocommissaris Busquin is van mening dat het werken aan het vertrouwen van de consument aan de basis ligt van het Europese onderzoeksprogramma 'Farm to Fork'. De productie van voedsel moet voldoen aan de verwachtingingen van de consument. Het Europese onderzoek naar de houding van de consument ten aan zien van voeding krijgt nog een vervolg. De nadruk zal daarbij komen te liggen op beleid en wetgeving van de Europese overheden.
Het rapport 'Trust in Food in Europe, A Comparative Analysis' is te vinden op de website www.trustinfood.org.
Hoe kan de consument overgehaald worden om biologische producten te kopen? Door de productiewijze van de biologische landbouw voorop te stellen - waarbij veel aandacht is voor dierenwezlijn en milieu - óf door te zeggen dat biologisch lekkerder is? Dat was een van de stellingen op het Eko-Congres 'Biologisch, een markt zonder grenzen!?', dat gisteren plaatsvond in Amersfoort. De meningen over de stelling liepen uiteen. Arie van den Brand, de nieuwe voorzitter van Biologica, vindt dat zowel de productiewijze als de smaak van biologisch voedsel belangrijk zijn bij het over de streep halen van de consument. Er moet worden uitgelegd dat de biologische boer netjes voor zijn dieren en het landschap zorgt, maar biologische producten zijn volgens hem ook lekkerder.
Klaas van den Doel, voorzitter van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), vindt niet dat je kunt stellen dat biologisch lekkerder is. Hij is van mening dat biologisch alles te maken heeft met dierenwelzijn en 'beter voor natuur en milieu'. Daarmee heeft de biologische sector volgens hem het mooiste marketinginstrument in handen. De achtergrondinformatie over de biologische landbouw moet gebruikt worden om te zorgen dat de consument biologische producten gaat kopen, aldus Van den Doel.
Uit de Eko-Monitor 2003 blijkt overigens dat 'gezonder' het belangrijkste koopmotief is van kopers van biologische producten (69%). Dat terwijl in het algemeen niet is aangetoond dat biologische voeding beter voor de gezondheid is dan gangbare. De koopmotieven 'beter/goed voor natuur en milieu' (66%) en 'dierenwelzijn' (63%) scoren ook hoog. Pas daarna volgt lekkerder met 33%. De minst genoemde koopmotieven zijn 'betrouwbaarder' (25%) en 'voor de kinderen' (16%).
AgriHolland, 07/04/04
B&W Apeldoorn niet in beroep tegen milieuvergunning Fibroned
Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben op 3 februari de milieuvergunning verleend voor het bedrijf Fibroned. De termijn van terinzagelegging van de vergunning en voor het aantekenen van beroep en eventueel het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State loopt tot en met 8 april. Het college van burgemeester en wethouders gaat niet in beroep en is van mening dat Gededuteerde Staten de vergunningprocedure zorgvuldig hebben gevoerd. Verder is gebleken dat Fibroned kan voldoen aan de nationaal geldende grenswaarden voor luchtkwaliteit en de landelijk en provinciaal gebruikelijke normstelling voor stankhinder. De in de vergunning opgenomen grenswaarden bieden voldoende waarborgen voor de gezondheid van de omwonende inwoners van Apeldoorn.
Het college van B&W heeft inzake Fibroned een wettelijke adviesrol ingevolge de Wet Milieubeheer en de provicie is het vergunningverlenend bestuursorgaan. Voor wat betreft de bouwvergunning zijn B&W het vergunningverlenend bestuursorgaan. Dit laat onverlet dat het college van B&W het vergunningtraject kritisch heeft gevolgd en zich daartoe heeft laten adviseren door de externe bureau’s Tebodin, Witteveen en Bos en TAUW. Het college is van mening zorgvuldig de vergunningprocedure te hebben gevolgd.
In het vergunningtraject is door de provincie gekozen voor een uitvoerige informatie- en overlegfase, alvorens te komen tot een nieuwe ontwerpvergunning. De gesprekken vonden plaats onder leiding van een onafhankelijke voorzitter en in een interactief proces werden aldus de zorgpunten en de mogelijke oplossingen besproken. De gebundelde openbare verslagen geven een beeld van deze fase. De vergunning, geldend voor 10 jaar, is verleend voor de verbranding van maximaal 385.000 ton pluimveemest per jaar, aan te voeren in gesloten vrachtauto’s en te lossen in een gesloten ontvangsthal. Hiervan kan maximaal 85.000 ton pluimveemest per jaar vervangen worden door biomassastromen, bestaande uit bijvoorbeeld cacaodoppen, houtkorrels, stro en composteringsrestant. De vestiging van Fibroned past in het beleid van de gemeente om in 2020 een energieneutrale stad te zijn.
In de vergunning zijn door de provincie verplichtingen opgelegd met het oog op de naleving, milieuverslaglegging, emissiemetingen, opleveringscontroles, etc.. Handhavingsgegevens van de provincie zijn openbaar. De grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen zijn in overeenstemming met Europees recht en het landelijk Besluit verbranden afvalstoffen (Bva) dat per 15 april 2004 in werking treedt. De emissiebeperkende maatregelen voldoen aan het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable) in de Wet Milieubeheer. Er is geen wettelijke ruimte voor strengere normen of aanvullende (technische) voorzieningen, dan wel is dit niet redelijk in de zin van ALARA. Het provinciale rapport ‘Risico-evaluatie van de emissie van diverse stoffen naar de lucht van Fibroned te Apeldoorn’ beschrijft dat in alle gevallen, zelfs bij langdurige blootstelling aan de emissies van Fibroned, er sprake is van verwaarloosbare extra blootstelling van de Apeldoornse bevolking. De algemene conclusie van het onderzoek is, ‘dat geen gevolgen voor de volksgezondheid zijn te verwachten’. De in de vergunning opgenomen grenswaarden bieden voldoende waarborgen voor de gezondheid.
Op grond van de gevoerde procedure en de conclusies ten aanzien van de uitgevoerde gezondheidsonderzoeken, is er geen reden tot het instellen van beroep door de gemeente Apeldoorn.
Canada ruimt negentien miljoen kippen en kalkoenen
De Canadese autoriteiten hebben maandag besloten dat alle pluimvee in de Fraser Valley, een regio ten oosten van de stad Vancouver in de provincie British Columbia, geruimd moet worden. Met deze maatregel hopen de autoriteiten de uitbraak van vogelpest in te kunnen dammen. In totaal zullen zo'n negentien miljoen kippen en kalkoenen afgemaakt moeten worden. Tot nu toe waren rond de 400.000 vogels geruimd. De autoriteiten hebben tot de rigoureuze maatregel besloten omdat de vogelpest zich verspreid heeft buiten een zone van 11 kilometer rond de boerderijen waar de ziekte in februari voor het eerst uitbrak.
Howel het gezondheidsrisico gering is benadrukken de autoriteiten dat mensen die in contact komen met geïnfecteerde dieren beschermende maatregelemn moeten nemen. Tot op heden zijn twee mensen met het virus geinfecteerd. Beiden vertoonden slechts milde symptomen en zijn ondertussen volledig hersteld.
British Columbia Avian Flu Cull Could Hit 16 Million, CBC Says
British Columbia farmers may have to kill as many as 16 million farm birds to stem the spread of avian influenza in the province, the Canadian Broadcasting Corp. said. The disease has been detected on 18 farms in the Fraser Valley, just inland from Vancouver, more than double the number of sites previously identified, Bob Speller, Canada's agriculture minister, told CBC NewsWorld.Canada has no plans to extend the existing risk zone beyond a five-kilometer (three-mile) radius around Abbotsford, British Columbia, Speller said. Twelve of the sites were within the zone, CBC said. Speller didn't say where the other sites are. The B.C. poultry industry has suggested expanding the risk zone and killing as many as 16 million birds, the broadcaster said. B.C. Agriculture Minister John Van Dongen told CBC he would consider the feasibility of the industry proposal.
(CBC NewsWorld 04-03) For CBC NewsWorld's Web site: {CBCN }.
Het vogelpestvirus in Canada verspreidt zich snel. De Canadian Food Inspection Agency CFIA, het Canadese Voedselcontrole Agentschap, heeft inmiddels op 18 bedrijven in de provincie British Columbia vogelpest vastgesteld. De pluimveehouderijen liggen allemaal in de Fraser Valley, een regio ten oosten van de stad Vancouver. De CFIA gaat ervan uit dat het vogelpestvirus door mensen en machines verspreid is. Rondom de getroffen bedrijven is een zone van 5 kilometer ingesteld waarbinnen een absoluut vervoersverbod geldt. De CFIA maant pluimveehouders voorzorgsmaatregelen te nemen om verspreiding te voorkomen.
Eiersector toont ambitie in Stuurgroep Voedselveiligheid en Kwaliteit
Met de instelling van de nieuwe stuurgroep Voedselveiligheid en Kwaliteit in de Eiersector laat deze bedrijfstak zien dat ze klaar is voor de toekomst. De sector neemt zo haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en dat is goed. Dat zei PVE voorzitter Jos Ramekers voorafgaand aan de eerste vergadering. 'Uit het debat over de veehouderij is gebleken, dat het van groot belang is om dialoog en vernieuwing te realiseren'.
PVE voorzitter Jos Ramekers sprak voorafgaand aan de eerste vergadering van de nieuwe Stuurgroep. Dit gremium heeft de bevoegdheid om aanpassingen door te voeren in de kwaliteitsregeling IKB Ei. Het PPE-bestuur beoordeelt deze alleen nog op de hoofdlijnen. Ook dient deze stuurgroep als adviesorgaan voor het PPE-bestuur waar het gaat om het Actieplan Salmonella in de Eiersector.
Vervanging De Stuurgroep vervangt de huidige adviescommissie IKB Ei en de stuurgroep Actieplan Salmonella. Diverse sectororganisaties in de eiersector (zoals NOP en Anevei), de Dierenbescherming, de diervoederbranche en de supermarkten (CBL) zijn vertegenwoordigd. In deze andere samenstelling staat de Stuurgroep voor heldere besluitvorming en een nieuwe taakstelling.
Na zijn toespraak droeg Ramekers de voorzittershamer van de Stuurgroep over aan Ben Dellaert, sector-directeur Pluimvee en Eieren bij de PVE. Volgens Dellaert wachten het komende jaar uitdagende klussen: 'de eerste taak van de stuurgroep is de opschoning van IKB Ei. Ook het actieplan Salmonella dient te worden geëvalueerd en de doelstelling verder bijgesteld'.
Nadere informatie Voor vragen over dit onderwerp kunt u bellen met Ernest Bokkers (PVE/SPE), tel. (079) 363 43 37.
---------------------------------------------------------------------- Over welzijnsregelgeving bij de PVE
Sectorinfo Pluimvee en Eieren 3, 30 maart 2004
Over welzijnsregelgeving bij de PVE Donderdag 18 maart 2004 heeft minister Veerman (LNV) met de Tweede Kamer gesproken over de huisvesting van leghennen. Daarbij is de mogelijkheid aan de orde geweest om de welzijnsregelgeving voortvloeiend uit EU-wetgeving, in medebewind op te dragen aan de productschappen. Veerman is daartoe bereid maar wil zich beraden op onderwerpen.
Volgens de Productschappen heeft het de voorkeur dat welzijnsregelgeving voor landbouwhuisdieren ondergebracht wordt in productschapregelgeving boven rijksregelgeving Zo wordt immers directe betrokkenheid van de sector gerealiseerd, komt ook de voorlichting over de regels dichter bij de sector en kan bij de handhaving gebruik worden gemaakt van tuchtrecht.
Verder hoeft de politiek zich dan niet meer bezig te houden met technische details en kan de regelgeving sneller tot stand worden gebracht. Ook kan worden gegarandeerd dat maatschappelijke organisaties betrokken worden bij de totstandkoming.
Autonome regelgeving Het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) heeft reeds op verzoek van LNV autonome regelgeving vastgesteld voor vleeskuikenouderdieren, vleeskalkoenen en nertsen. Aan welzijnsregelgeving voor vleeskonijnen wordt gewerkt. Bij dit alles is zoveel mogelijk rekening gehouden met maatschappelijke groeperingen.
Binnen het Productschap Vee en Vlees (PVV) verschilt het inzicht over de dierenwelzijnregelgeving per deelsector. Een meer selectieve toepassing van mederegelgeving door de PBO doet dan ook recht aan de situatie in die sectoren.
Het PPE en het PVV willen in beginsel graag medewerking verlenen aan welzijnsregelgeving in medebewind.
Draagvlak Voor welzijnsregelgeving is het van belang dat de regelgeving draagvlak heeft in de sector én dat maatschappelijke organisaties zich erin kunnen vinden. In dat verband willen deze schappen een adviescommissie instellen voor welzijnsvraagstukken. In die commissie zullen de maatschappelijke organisaties en de diverse veehouderijsectoren worden opgenomen. De adviescommissie zal worden geleid door een onafhankelijk voorzitter en zal tot taak hebben toekomstige welzijnsregelgeving voor te bereiden en de besturen van het PVV en het PPE te adviseren in welzijnsvraagstukken.
Enkele Tweede Kamerleden hebben bezwaar gemaakt tegen dierenwelzijnregelgeving in medebewind omdat de politiek buiten spel zou worden gezet. De PVE wijzen erop dat de ontwerpverordeningen voor de vleeskuikenouderdieren, vleeskalkoenen en nertsen voor commentaar aan LNV én de Tweede Kamer zijn gestuurd met de mogelijkheid te reageren. In zo’n constructie kunnen de Productschappen een goede bijdrage leveren aan het beleid inzake dierenwelzijn in Nederland.
Positieve uitslagen monitoring LPAI Op grond van de monitoring op LPAI heeft de GD woensdag 10 maart jl. bij bloedmonsters van twee bedrijven positieve reacties vastgesteld. Het ging om een legbedrijf in Groningen met 22.000 vrije uitloop hennen en een bedrijf met 800 uitgelegde reproductie eenden in Utrecht.
Het legbedrijf was in de monitoring positief voor een virus van het type H7 en het eendenbedrijf was dat voor het type H5. De monsters bleken ook positief bij het bevestigingsonderzoek door het CIDC in Lelystad. Donderdag 11 maart 2004 zijn de bedrijven bezocht door dierenartsen van VWA/RVV en GD. Er zijn toen geen klinische AI-verschijnselen vastgesteld. Wel zijn luchtpijp- en bloedmonsters genomen voor onderzoek (PCR/HAR) door het CIDC.
Geen virus Vrijdag 12 maart 2004 werd bekend dat het PCR-onderzoek negatief was, waaruit geconcludeerd mag worden dat geen virus (meer) aanwezig is. In het bloed van de hennen uit het Groningse Uithuizermeeden bleken antistoffen tegen AI te zitten, terwijl die niet waren gevonden bij de eenden uit het Utrechtse Lopik. Die avond heeft LNV de PVE laten weten besloten te hebben het bedrijf in Groningen te ruimen en het eendenbedrijf in Utrecht nogmaals te onderzoeken. Dat is maandag 15 maart gebeurd. Het CIDC heeft in die monsters laag pathogeen AI-virus van het type H5 gevonden en het bedrijf is geruimd. Omliggende bedrijven rond Uithuizermeden en Lopik waren negatief.
Slacht Het bedrijf in Lopik bleek op 9 maart een koppel van zo’n 2000 eenden uit Frankrijk ingevoerd te hebben op een slachtcertificaat. De dieren hadden rechtstreeks naar de slacht gemoeten. Omdat de import 9 maart plaatsvond moet aangenomen worden, dat het bloed dat 10 maart positief bleek, van eenden komt, die al op het bedrijf waren. Dat kan verklaren waarom de aanvankelijke licht positieve monsters bij herbemonstering eerst negatief waren en enkele dagen later toen de Franse eenden waren gearriveerd, dat de nieuwe monsters positief bleken. Verder bleek het eendenbedrijf de ingevoerde slachteenden doorgeleverd te hebben naar Steenbergen, Utrecht, Hierden, Esbeek, Uden, Liempde en Ede. In Steenbergen en Liempde bleken besmette eenden te zitten terwijl die op de andere bedrijven al geslacht waren of negatief waren. De bedrijven in Steenbergen en Liempde zijn op 18 en 22 maart geruimd.
Over ruimingen in Uithuizermeeden, Lopik en Steenbergen heeft LNV persberichten uitgegeven. Mede op grond van de berichtgeving hebben Rusland, Litouwen, Polen, Japen, Serawak en Singapore inmiddels importverboden ingesteld voor pluimvee en pluimveeproducten uit Nederland.
Nadere vragen Voor meer informatie kunt u terecht bij Henk Hulsbergen (PVE/SPE), tel. (079) 363 43 35.
------------------------------------------------------------------- PPE: verder met monitoring op LPAI
Sectorinfo Pluimvee en Eieren 3, 30 maart 2004
PPE: verder met monitoring op LPAI Het Dagelijkse Bestuur van het PPE heeft op 23 maart jl. gesproken over de in februari 2004 gestarte monitoring op laag pathogene aviaire influenza (LPAI) en de gevolgen tot dusver.
Het DB heeft vastgesteld dat het monitoringprogramma een goed middel is om koppels pluimvee op te sporen, die besmet zijn met LPAI-virus of daarmee in aanraking zijn geweest. Door die koppels te doden kan worden voorkomen dat het virus zich verder verspreidt en mogelijk muteert in een hoog pathogene variant. Het DB vindt daarom dat doorgegaan moet worden met de monitoring op LPAI. Negatief aspect is echter wel dat een aantal derde landen importverboden heeft ingesteld voor Nederlands pluimvee en pluimveeproducten.
Mondiaal voorop Met de verplichte monitoring op LPAI loopt Nederland, voor zover bekend, voorop in de wereld. In de VS bestaan plannen voor vrijwillige monitoring en de EU verplicht de lidstaten tot een steekproef. Het is vanuit die situatie onacceptabel dat landen een importverbod instellen mede omdat het gaat om geïmporteerd pluimvee uit Frankrijk. Met de monitoring en bestrijding doet Nederland moeite te voorkomen dat LPAI via pluimvee of pluimveeproducten naar andere landen wordt overgebracht.
Als voorloper gestraft Als voorloper wordt Nederland gestraft terwijl pluimvee(producten) uit landen die geen of minder acht slaan op LPAI niet getroffen worden. Het Productschap doet daarom een beroep op minister Veerman om de betreffende importerende landen op andere gedachten te brengen.
Door het vrije verkeer in de EU en het ontbreken van monitoring in andere lidstaten is het mogelijk dat besmet pluimvee naar Nederland komt. Daarom is het van belang dat ook andere lidstaten een structureel monitoringsprogramma op LPAI starten, inclusief een doordachte wijze van communicatie naar het bedrijfsleven en publiek.
De ruiming van besmette c.q. serologisch positieve koppel(tjes) pluimvee heeft veel aandacht in de pers gehad. Met name dat laatste heeft geleid tot de genoemde importverboden en wereldwijd tot een verkeerd beeld van de werkelijke situatie in ons land. Het PPE vindt dat in dit verband omzichtiger met publiciteit moet worden omgegaan. Zo zou overwogen kunnen worden om serologisch positieve koppels, waarbij geen virus is aangetoond en die klinisch gezond zijn, in een slachterij te slachten.
De minister heeft aangekondigd om gevallen van LPAI periodiek aan de Kamer te melden. Het DB van het PPE gaat ervan uit dat dit impliceert dat LNV niet over elk positief koppel een persbericht uitgeeft.
Nadere vragen Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Henk Hulsbergen (PVE/SPE), tel. (079) 363 4335.
Totstandkoming monitoring LPAI In 2003 is enige keren overlegd met de directie Voedings- en Veterinaire Aangelegenheden (VVA) van het ministerie van Landbouw (LNV) over het opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma naar laag pathogene aviaire influenza (LPAI). LNV heeft daarbij gesteld dit bij het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) in medebewind neer te leggen.
Op 21 november 2003 heeft de Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg ingestemd met een voorstel van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) voor monitoring op LPAI. Buitenlopend pluimvee zou vier keer per jaar wordt onderzocht, vleeskalkoenbedrijven drie keer en andere bedrijven één keer per jaar. Het betreft serologisch onderzoek naar AI-virus van de types H5 en H7 waarbij voor vleeskuikens een AGP-test wordt gebruikt en voor ander pluimvee van een HAR-test.
Interim-Besluit Op 11 december 2003 heeft het PPE ingestemd met het programma. Omdat LNV het medebewind nog niet verstrekt had en de sector uitstel niet meer verantwoord vond, heeft het bestuur het Interim-besluit monitoring aviaire influenza (PPE) 2003 vastgesteld. Zo zijn de pluimveehouders verplicht om mee te werken. Het PPE heeft bovendien een Retributieverordening vastgesteld over de kosten. Op 18 december 2003 is het Besluit aan de minister gezonden. Daarbij heeft het PPE de afspraken met LNV over de financiering van de monitoring en over de handelwijze bij positieve koppels vastgelegd. Een reactie hierop is 9 maart 2004 ontvangen.
Retributieverordening Een retributieverordening behoeft goedkeuring van de minister. LNV liet echter weten dat deze niet werd gegeven omdat het PPE niet bevoegd zou zijn regelgeving over AI uit te vaardigen en de verordening zou leiden tot verhoging van de administratieve lasten. Verder is gemeld, dat haast werd gemaakt met het medebewind voor de LPAI-monitoring.
Verzoek en vordering Op 27 januari 2004 heeft de directeur VVA het PPE (telefonisch) gevraagd of op korte termijn met de monitoring LPAI begonnen kon worden omdat gezien de AI-situatie in Azië een verder wachten niet langer verantwoord was. Daarop is de GD gevraagd te beginnen. VVA is een bevestiging gestuurd en de pluimveehouders zijn geïnformeerd. De GD is 2 februari 2004 gestart met serologisch onderzoek.
Medio februari 2004 heeft LNV een wijziging van de Regeling monitoring Aviaire influenza 2003 gepubliceerd. Dit houdt in dat het PPE is gevorderd om bij verordening regels te stellen voor de LPAI-monitoring. Die verordening is 12 februari 2004 door het PPE-bestuur vastgesteld en wijkt niet af van het Interim-besluit AI 2003.
De ministeriële goedkeuring van de verordening is vertraagd omdat het CIDC bezwaar maakte dat bij het serologisch onderzoek gebruik wordt gemaakt van HAR-onderzoek in plaats van een Eilsatechniek.
In week 13 wisselen GD en CIDC hierover van gedachten.
Nadere vragen Voor meer informatie kunt u terecht bij Henk Hulsbergen (PVE/SPE), tel. (079) 363 43 35.
-------------------------------------------------------------------- Exportbelemmering door LPAI en HPAI
Sectorinfo Pluimvee en Eieren 3, 30 maart 2004
Exportbelemmering door LPAI en HPAI Vanwege resultaten vanuit het monitoringsprogramma op Laag Pathogene Aviaire Influenza (LPAI) hebben zes landen buiten de EU besloten de grens te sluiten voor pluimvee(producten) uit Nederland.
Polen: Levend pluimvee en diverse producten afkomstig van pluimvee uit de provincies Utrecht en Groningen zijn niet toegestaan. Wel toegestaan zijn producten die een hittebehandeling van 72 graden Celsius hebben ondergaan. Rusland: Levend pluimvee, broedeieren, pluimveevlees, alle overige onverhitte pluimveeproducten, diervoeders en diervoederadditieven bestemd voor pluimvee zijn niet toegestaan. Singapore: Levend pluimvee en producten van pluimvee mogen niet worden ingevoerd uit Nederland. Japan: Levend pluimvee, eendagskuikens en pluimveevlees(-producten) mogen niet worden ingevoerd uit Nederland Maleisië: In de deelstaten Sarawak en Schiereiland Maleisië mogen geen levend pluimvee en producten van pluimvee uit Nederland worden ingevoerd. Litouwen: Levend pluimvee en producten van pluimvee uit Nederland mogen niet worden ingevoerd.
Hoog Pathogeen (HPAI) Naast bovengenoemde beperkingen vanwege de Laag Pathogene Aviaire Influenza zijn diverse belemmeringen vanwege Hoog Pathogene Aviaire Influenza van vorig jaar nog niet opgeheven. Hier gelden nog de volgende zeven beperkingen: Argentinië: Levend pluimvee, broedeieren, eendagskuikens en producten van pluimvee mogen niet worden ingevoerd. Naar aanleiding van enkele vragen is er door Nederland additionele informatie toegezonden aan Argentinië, hierop is nog geen reactie ontvangen. Estland: Alleen van de bedrijven die in 2003 een AI-besmetting hebben gehad mag nog niet worden geëxporteerd. Zuid Korea: Levend pluimvee, broed- en consumptie-eieren, hobby vogels en diverse pluimveeproducten uit Nederland mogen niet worden ingevoerd. Taiwan: Levend pluimvee, gevogelte en broed- en consumptie eieren mogen niet worden ingevoerd uit Nederland. Momenteel loopt er een questionnaire procedure om de markt te heropenen. Peru: Levend pluimvee en gevogelte, broed- en consumptie-eieren en diverse producten afkomstig van pluimvee mogen niet worden ingevoerd. Momenteel loopt er een questionnaire procedure om de markt te heropenen. Mexico: Levend pluimvee en producten van pluimvee mogen niet worden ingevoerd uit Nederland. Er loopt een questionnaire procedure om de markt te heropenen. Wit-Rusland: Alle levende dieren en alle dierlijke producten met uitzondering van zuivelproducten, diervoeder en varkensvlees mogen niet worden ingevoerd uit de provincies waar zich in 2003 AI besmettingen hebben voorgedaan.
India Naast bovenstaande beperkingen is het bovendien niet mogelijk naar India te exporteren. India heeft vanwege de AI-situatie in de Aziatische regio besloten alle importen te verbieden van pluimvee(producten).
Nadere informatie Voor nadere vragen kunt u terecht bij het Veterinair Informatie Punt (PVE/VIP), tel. (079) 368 79 43.
----------------------------------------------------------------- Beheerscomité Pluimvee en Eieren
Sectorinfo Pluimvee en Eieren 3, 30 maart 2004
Beheerscomité Pluimvee en Eieren Op 15 maart 2004 vond een vergadering plaats van het Beheerscomité Pluimvee en Eieren. De belangrijkste punten.
De exportrestituties derde landen zijn niet gewijzigd. Een voorstel om het gebruik van het EG-merk (ovaaltje) voor eiproducten en pluimveevlees te koppelen aan het verkrijgen van restitutie is goedgekeurd. In Nederland verandert hierdoor niets voor de bedrijven.
GATT-jaar In het huidige GATT-jaar, dat loopt van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004, kan in de eiersector restitutie worden aangevraagd voor 87.400 ton. Tot en met 7 maart 2004 (70% van het GATT-jaar) is slechts voor 19.000 ton aan restitutie aangevraagd: 22% van het totaal. Voor pluimveevlees kan restitutie worden aangevraagd voor 271.800 ton. Tot en met 7 maart 2004 is 171.000 ton aangevraagd: dit is 63% van het totaal.
Invoerregelingen Thailand Het verbod op de invoer van vers en bevroren pluimveevlees uit Thailand geeft problemen voor de benutting van sommige certificaten voor invoer van pluimveevlees uit Thailand (GATT-oliezaden). De Commissie zal naar alle waarschijnlijkheid volgende maand voorstellen dat bedrijven de certificaten die zijn aangevraagd voor de periode januari t/m maart kunnen verlengen. Nederland heeft gevraagd ook een annuleringsmogelijkheid op te nemen.
Handelsnormen voor eieren De Commissieverordening over de handelsnormen voor eieren is met spoed in december gepubliceerd. Door de haast zijn er omissies en onduidelijkheden in de tekst gekomen. Deze zijn besproken. In de volgende vergadering wordt gestemd over een wijziging van de normen.
Japan Er is een overzicht gegeven van de Japanse situatie voor pluimveevlees De consumptie van vers en bevroren pluimveevlees is 1,74 miljoen ton. De nationale productie is 1,23 miljoen ton (70%) en de invoer is 0,508 miljoen ton (30%). Van de invoer komt normaliter 34% uit Thailand (171.000 ton), 30% uit Brazilië (153.000 ton) 24% uit China (122.000 ton) en 10% uit de VS (50.000 ton). Door invoerverboden in verband met AI voor China, Thailand en de VS is een invoertekort ontstaan van 300.000 tot 350.000 ton vers en bevroren pluimveevlees. De invoer van verder verwerkt pluimveevlees (gekookt vlees) bedroeg 200.000 ton en kwam met name uit Thailand. Japan heeft zijn grenzen onlangs weer geopend voor gekookt pluimveevlees uit Thailand. Voor rundvlees is een tekort ontstaan vanwege de BSE-situatie in de VS wat naar verluidt door Japan als ernstiger wordt ervaren omdat pluimveevlees in redelijke mate kan worden vervangen door varkensvlees en rundvlees niet.
Nadere vragen Voor meer informatie kunt u terecht bij Erik de Jonge (PVE/EUR), tel. (079) 368 71 35.
De volgende vergadering van het beheerscomité pluimvee en eieren is op 21 april 2004.
------------------------------------------------------------------ Problemen bij export naar Rusland
Sectorinfo Pluimvee en Eieren 3, 30 maart 2004
Problemen bij export naar Rusland Naar alle waarschijnlijkheid komt per 1 mei 2004 de export naar Rusland voor alle dierlijke producten volledig stil te liggen. Dit komt door nieuwe veterinaire invoereisen die Rusland voor de hele EU (inclusief toetredende landen) stelt.
In februari zijn voor alle dierlijke producten nieuwe certificaten toegestuurd door Rusland aan de EU. Uit het begeleidend schrijven is gebleken dat de Russische veterinaire dienst vanaf 1 mei 2004 alleen nog deze certificaten accepteert en alle bilateraal gemaakte afspraken laat vervallen. Probleem is echter dat de eisen in de nieuw voorgestelde certificaten vaak onredelijk of onmogelijk zijn. Eén van de eisen is bijvoorbeeld dat de gehele EU drie jaar vrij moet zijn van Afrikaanse varkenspest. Dit is niet mogelijk gezien de endemische situatie ten aanzien van de varkenspest op Sardinië. De reden voor de Russen is niet dat zij meer veterinaire garanties wensen van de Europese lidstaten. Het heeft er alle schijn van dat de reden om de grenzen te sluiten van politieke aard is. Door toetreding van de tien nieuwe EU lidstaten wordt de handel met deze landen voor Rusland verstoord. De inschatting is dat het bedrijfsleven rekening moet houden, dat de export per 1 mei aanstaande geen doorgang kan vinden. Deze inschatting is gebaseerd op de resultaten van de onderhandelingen over nieuwe veterinaire certificaten tot dusver. De onderhandelingen door de Europese Commissie over de veterinaire certificaten vinden nog doorgang. Er wordt nu ingezet op uitstel van de datum 1 mei 2004 zodat langer geëxporteerd kan worden op de huidige voorwaarden. De problemen zijn voor alle EU lidstaten hetzelfde. Andere lidstaten voldoen evenmin aan de eisen. Er kan derhalve geen sprake zijn van interpretatieverschil bij de export-certificering.
Nadere vragen Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dé van de Riet (PVE/COM), tel. (079) 368 79 33.
------------------------------------------------------------------- Invriezen van vlees erg populair
Sectorinfo Pluimvee en Eieren 3, 30 maart 2004
Invriezen van vlees erg populair Ruim 90% van de Nederlandse huishoudens vriest wel eens thuis vers vlees in. Bijna 60% hiervan vriest meer dan de helft van al het aangekochte vlees in. De reden om in te vriezen ligt voor de hand: voorraadvorming vanwege het gemak en het profiteren van aanbiedingen. De meerderheid vindt dat het invriezen geen afbreuk doet aan de kwaliteit van het vlees.
Dit blijkt uit een studie van het onderzoeksbureau GfK voor de PVE. Het onderzoek is gedaan via een enquête bij het GfK huishoudpanel. Dit bestaat uit 4.400 huishoudens. De respons was 80%.
Tweepersoonshuishoudens Het invriezen van vlees is vooral populair onder huishoudens met kinderen en onder tweepersoonshuishoudens. Bovendien zijn frequente invriezers meer dan gemiddeld woonachtig in het oosten en zuiden van Nederland. Eenpersoonshuishoudens in de grote steden vriezen veel minder vaak vlees in. Zij hebben minder ruimte voor een vriezer en hebben minder behoefte om voorraden aan te leggen.
Aankoopgedrag In het onderzoek is ook het aankoopgedrag rond diepvriesvlees onderzocht. Hieruit blijkt dat in 2003 een sterke groei in de aankopen van diepvriesvlees heeft plaatsgevonden. Bij roodvlees bedroeg de groei 46%, terwijl de markt van diepgevroren pluimveevlees een plus van 28% noteerde. Overigens is het aandeel van diepvriesvlees nog altijd bescheiden. Bij roodvlees bedraagt dit ruim 4%. Diepgevroren pluimveevlees is populairder: bijna 10% van het assortiment bestaat uit diepvriesproducten.
Een meerderheid zou regelmatig diepvriesvlees in de winkel willen kopen. Diepvriesvlees wordt handig gevonden om op voorraad te hebben. Een belangrijk uitkomst is dat de meeste consumenten niet verwachten dat diepvriesvlees goedkoper is dan vers vlees.
Rapportage Een uitgebreide rapportage over deze studie staat op de website van de PVE: www.pve.nl (bedrijfsnet/marktgegevens/huishoudelijke aankopen). De rapportage is alleen voor abonnees toegankelijk.
Nadere vragen Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Paul Westra (PVE/M&C), tel. (079) 368 75 79 of mailen P.P.Westra@pve.agro.nl.
Het Paasnummer Pluimveehouderij dat morgen in de bus valt, gaat over medicijnen. Een actueel onderwerp. Immers, voortschrijdend inzicht en maatschappelijke en politieke eisen maken dat er op dit gebied voort- durend bakens worden verzet. Het thema wordt breed behandeld en van verschillende kanten belicht. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: Middelen maken uit moleculen (over het ontwikkelen en regis- treren van medicijnen). Het toedienen van genees- middelen via voer en via water. De dierenartsen- apotheek. Het is uit met routinematig verstrekken. De overheid neemt het erg zekere voor het beetje onzekere (over het uit de markt nemen van middelen). Het alternatief voor amgb's is er nog niet. In onderzoek deden kuikens het zonder amgb niet slechter. Wie beter geinformeerd is, kan met minder middelen toe. Leghennen met uitloop: laten we voorzichtig zijn daar buiten. Bij pluimvee nog helemaal nieuw: homeopathie. Kalkoenenhouders kampen met een gebrek aan middelen. Eendenhouders verlangen terug naar een oude regeling. Het kleinste beetje residu is vindbaar (over controle). Nuttige adressen op het web
De Tweede Kamer heeft deze het Legkippenbesluit 2003 ongewijzigd van kracht verklaard. De motie van Waalkens (PvdA) om de verrijkte kooi niet toe te staan, werd ver- worpen. Daarmee heeft Nederland de EU-richtlijn uit 1999 betreffende de huisvesting van leghennen onverkort in nationale wetgeving vastgelegd. De PVE zegt in een reactie tevreden te zijn met dit besluit. Het maakt een einde aan een lange tijd van onzekerheid. Doordat de mogelijkheid van de verrijkte kooi als huisvestings- systeem gehandhaafd blijft, is het Europese Level Playing Field voor de sector gewaarborgd, aldus de PVE.
Een opvallende productiedaling bij legkippen zou deel moeten uitmaken van de monitoring op laag pathogeen AI. Dat heeft het CIDC geadviseerd aan minister Veerman. Dit kenmerk zou dan worden toegevoegd aan verhoogde uitval en verminderde voer- en wateropname, die nu al deel uitmaken van het AI signaleringssysteem.
De Europese Unie staat de invoer van levend pluimvee, pluimveevlees en -producten en eieren uit de Verenigde Staten en Canada weer grotendeels toe. Beperkingen zijn alleen nog van kracht voor invoer uit Texas en een deel van British Columbia.
De Tweede Kamer heeft op 31 maart het Legkippenbesluit goedgekeurd. In het Legkippenbesluit is opgenomen dat legbatterijkooien vanaf 2012 verboden zullen zijn. De verrijkte kooi blijft na 2012 wel toegestaan. In dit huisvestingssysteem hebben leghennen in tegenstelling tot in de batterij de beschikking over strooisel. Verder zijn er legnesten en zitstokken in de systemen ingebouwd. De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) zijn tevreden met de goedkeuring van het besluit door de Kamer. Het besluit maakt volgens de organisatie een einde aan een lange periode van onzekerheid voor de legpluimveesector. Doordat de mogelijkheid van de verrijkte kooi als huisvestingssysteem gehandhaafd blijft in het besluit, is het Europese Level Playing Field voor de sector gewaarborgd, stellen de PVE.
De legpluimveesector is van mening dat het verrijkte kooisysteem voor de toekomst van pluimveehouders een perspectiefvol productiesysteem is. In de eiproductenindustrie worden veelal kooieieren verwerkt, aangezien deze producten op een wereldmarkt worden afgezet waarbij de prijs bepalend is. Daarnaast is er volgens de sector vrijwel geen vraag naar eiproducten van eieren uit alternatieve productiesystemen.
Met het Legkippenbesluit 2003 wordt invulling gegeven aan de EU-richtlijn uit 1999, waarin minimumnormen zijn opgenomen voor de bescherming van het welzijn van legkippen. Het besluit sluit aan bij het Kabinetsstandpunt dat Nederland geen nieuw beleid zal introduceren dat stringenter is dan de Europese normen voorschrijven. De concurrentiepositie van de sector blijft op die manier gewaarborgd, aldus de PVE.
Problemen verwacht bij export van vlees naar Rusland
Naar alle waarschijnlijkheid komt de export van dierlijke producten naar Rusland vanaf 1 mei 2004 volledig stil te liggen. Dit komt door nieuwe veterinaire invoereisen die Rusland voor de hele Europese Unie stelt. Die eisen gelden ook voor de tien nieuw toetredende lidstaten. Dat melden de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE). In februari heeft Rusland voor alle dierlijke producten nieuwe certificaten aan de Europese Unie gestuurd. Uit het begeleidend schrijven bleek dat de Russische veterinaire dienst vanaf 1 mei 2004 alleen deze certificaten nog maar accepteert. Alle bilateraal gemaakte afspraken komen dan te vervallen.
Volgens PVE kennen de nieuw voorgestelde certificaten enkele onredelijke of onmogelijke eisen. Zo wordt de eis gesteld dat de hele EU drie jaar vrij moet zijn geweest van Afrikaanse varkenspest. Dit is niet mogelijk gezien de endemische situatie ten aanzien van de varkenspest op Sardinië. De productschappen vermoeden dat er politieke motieven aan de Russische eisen ten grondslag liggen. De toetreding van tien nieuwe EU lidstaten verstoort de handel van Rusland met deze landen.
De PVE schatten in dat het bedrijfsleven er rekening mee moet houden, dat de export naar Rusland per 1 mei aanstaande geen doorgang meer kan vinden. Dat maken zij op uit de resultaten van de onderhandelingen die er tot dusver zijn gevoerd met de Russische autoriteiten over nieuwe veterinaire certificaten. De Europese Commissie is nog wel met de Russen in gesprek en men zet nu in op uitstel van de datum van 1 mei 2004. Dan kan er nog langer op basis van de huidige voorwaarden worden geexporteerd.
De problemen zijn voor alle EU lidstaten hetzelfde. Geen van de lidstaten kan aan de eisen voldoen. Er kan dus ook geen sprake zijn van interpretatieverschil bij de exportcertificering.
Dierenbescherming: besluit EP over veetransporten gaat niet ver genoeg
De Dierenbescherming is gematigd positief op de uitkomst van de stemming in het Europees Parlement waarbij is gekozen het transport van slachtdieren binnen de EU tot 9 uur te beperken. Directeur Van de Giessen noemt het alleen spijtig dat er geen grens is gesteld aan het transport van dieren die niet voor de slacht zijn bestemd. Zo kunnen nog steeds miljoenen biggen vanuit Nederland naar Spanje worden geëxporteerd. De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming stelde juist bij deze transporten de afgelopen jaren regelmatig grove misstanden vast. De Dierenbescherming vindt het een stap in de goede richting dat het Europees Parlement ook een strengere controle ten aanzien van de kwaliteit van het transport voorstaat. Dat kan ondermeer via het gebruik van het satelliet navigatie systeem GPS. Gebrek aan een adequate controle zijn er volgens de organisatie mede de oorzaaak van dat de bestaande transportregels stelselmatig met voeten worden getreden.
De Dierenbescherming blijft pleiten voor een absolute limiet van 8 uur voor veetransporten. Het voorstel dat de Europese Commissie in juli 2003 heeft gedaan, gaat volgens de organisatie niet ver genoeg. In plaats van een tijdslimiet van 8 uur voor slacht- en mestdieren stelt de Europese Commissie voor dat alle dieren na 9 uur gevoerd en gedrenkt moeten worden en 12 uur rust moeten krijgen op de veewagen. Vervolgens kunnen de dieren weer 9 uur op transport. Deze cyclus kan eindeloos worden herhaald.
Eind april vergaderen de Europese ministers van Landbouw over een nieuwe richtlijn voor het transport van dieren over lange afstand. Zij beslissen uiteindelijk. Het Europees Parlement heeft slechts adviesrecht op het gebied van landbouw.
Landsbond wordt Vlaams; op de Bijzondere Algemene Vergadering van 25 maart jl, hebben de leden van de Algemene Vergadering de naamswijziging van de Landsbond unaniem goedgekeurd. In de toekomst roept U “Landsbond” maar schrijft U “Vlaamse Bedrijfspluimvee- en konijnenhouders”. Meer uitleg leest U in het Pluimveenummer van april.
Stand van zaken dossier leegstandsvergoeding AI-crisis: Vanuit het Kabinet van minister Tavernier mochten wij vernemen dat er momenteel 352 van de (ongeveer) 650 dossier goedgekeurd werden voor uitbetaling. Hieronder 320 van 500 braadkippendossiers, 20 van de 57 legdossiers, 8 van de 45 opfokdossiers en 4 van de 38 dossiers uit de vermeerderingssector. Daarnaast werden er ook nog dossiers vanwege de broeierijen ingediend. Vorige week zat het Kabinet met de administratie rond de tafel om reeds enkele knelpunten te bespreken.
Vooral in de braadkippen- en broeierijsector (in mindere mate ook in de andere sectoren) doen zich problemen voor met de vennootschappen en met bedrijfsleiders die twee of meerdere dossiers ingediend hebben. Omdat in de VLIF-wetgeving een maximumbedrag voorzien is voor steun, en men hierbij wil vermijden dat bedrijven zich gaan opsplitsen om zodoende dit maximumbedrag te omzeilen (als het ware verdubbelen), voorziet de VLIF-wetgeving dat een bedrijfsleider maar één dossier met vraag om steun kan indienen. Hier kunnen bijvoorbeeld oplossingen gevonden worden indien de bedrijfsleider zou overwegen om één van beide bedrijven op naam van de echtgenote, broer, zus, … te plaatsen. Maar voordat U deze stappen onderneemt, wacht u best het schrijven van de administratie af. Immers, indien Uw dossier tot de stapel kneldossier behoort, dan zal U een brief ontvangen waarin juist omschreven staat welke problemen zich in uw dossier aandienen. U krijgt dan de kans om hiervoor de gepaste oplossing te vinden. Indien U deze vindt, kan U alsnog aanspraak maken op de leegstandsvergoeding. Daarnaast zijn er ook nog knelpunten met dossiers ingediend door pluimveehouders die op pensioen zijn en hierbij niet meer beschikken over het statuut landbouwer en niet (meer) aangesloten zijn bij de kas van zelfstandigen. Ook aan deze twee voorwaarden moet voldaan zijn wil met kunnen genieten van steun uit de VLIF-kas. Nadat er een volledige inventaris opgemaakt werd door de ALT aangaande al de mogelijke knelpunten, zullen de pluimveeorganisaties en broeiersvereniging uitgenodigd worden op het kabinet om hierover verder overleg te plegen. Dit zal wellicht na de Paasvakantie aan de orde zijn.
Stand van zaken gekanaliseerde broedeieren: Opnieuw het kabinet van Minister Tavernier dat ons wist te vertellen dat een Belgische vertegenwoordiging weldra met de Nederlandse vertegenwoordigers (belast met het Europese dossier) rond de tafel zal plaatsnemen om de knelpunten te bespreken. Want ook het Nederlandse dossier (U weet nog wel, de beloofde 3 miljoen euro Europese steun aan Nederland, die bovendien maar een fractie bedraagt van wat er écht aan broedeieren gekanaliseerd werd) is nog steeds niet afgerond. België en Nederland gaan trachten de wagonnetjes aan elkaar te koppelen. Op de volgende werkgroep pluimvee van het Sanitair Fonds staat dit punt ook op de agenda. Volgende week hebben we wellicht meer nieuws.
Vogelpest wereldwijd: Wat betreft de vogelpestsituatie lijken in Azië de grootste problemen overwonnen te zijn. De laatste uitbraken dateren van China: 17 februari, Taiwan: 1 maart, Japan: 10 maart, Indonesië: nog in uitbreiding, Thailand: heeft zich enkele weken geleden zelf al vrijverklaard van AI, in maart zijn echter vier nieuwe uitbraken vastgesteld, Vietnam: vervoersbeperkingen zijn in het noorden van het land opgeheven, bedrijven kunnen zichzelf vrij verklaren van AI als zich 30 dagen geen nieuwe infecties voordoen en een hygiëneprotocol wordt aangehouden, Cambodja: op 17 maart, Zuid Korea: recentelijk op 21 maart, Mongolië: op 11 maart zijn in Oost-Mongolie 17 dode vogels aangetroffen, die nog onderzocht worden op AI, India: in de provincie Assem zijn bij een tempel plotseling duiven gestorven en er wordt onderzocht of AI de oorzaak is. In de VS is één geval van hoog pathogene AI vastgesteld (de anderen bleken achteraf toch negatief te zijn) en in Canada zes. Ook in Zuid-Afrika zijn er zes besmettingen met laagpathogeen AI vastgesteld. (bron: agripress) Ondertussen staat de Europese Unie de import van gevogeltevlees uit de Verenigde Staten en Canada weer grotendeels toe. De Unie stelde vorige maand een importverbod in, nadat in Texas en in British Columbia (een provincie van Canada) vogelgriep was vastgesteld. De experts van de EU hebben het importverbod dinsdag beperkt tot Texas en British Columbia. Gevogelte uit de rest van de VS en Canada mag weer gewoon Europa in, zo heeft de Europese Commissie meegedeeld.
Duitse wetgeving evolueert richting verrijkte kooi: pluimveehouders in Duitsland kunnen straks omschakelen naar een soort ‘Kleinvoliere’, als alternatief voor de legbatterij. In Duitsland is de legbatterij per 2007 verboden. Wat er precies onder deze “kleinvoliere” wordt verstaan, is nog niet bekend. Wellicht gaat het opnieuw richting aangepaste kooihuisvesting. Het nieuwe ontwerp zal nog samen met pluimveehouders en onderzoekers moeten worden uitgedacht. Nederland volgt de EU-regels wel en stapt in 2012 af van de batterij.