Wij wensen iedereen een knal uit einde en een gezond en gelukkig 2004
Op weg naar de toekomst is het maar één ogenblik want de tijd staat niet stil maar neemt ons mee een nieuw jaar binnen
Onze zorgen en verdriet vreugde en verwachting hoop en verantwoordelijkheid worden als vanzelf meegevoerd over de drempel van de tijd het nieuwe jaar binnen
Aandachtspunten diervoedersector in kaart gebracht
De Voedsel en Waren Autoriteit VWA voert een grondige ketenanalyse van de diervoedersector uit. De eerste fase van deze analyse is afgerond met het verschijnen van het tussenrapport "De diervoederketen en zijn witte vlekken in kaart gebracht". Uit dit onderzoek is gebleken dat een zeer grote diversiteit aan enkelvoudige en gemengde producten, afkomstig uit binnen- en buitenland, worden toegepast in diervoeders. Het internationale karakter van de handel in grondstoffen, half- en eindproducten uit de diervoederketen werkt door in zaken als traceerbaarheid, kwaliteitssystemen, wetgeving, import en harmonisatie van normen. De VWA constateer een aantal witte vlekken:
Algemeen
Fysiek toezicht op verwerking van schadepartijen en afvoer van afgekeurde partijen is niet sluitend (geldt zowel voor levensmiddelen als voor diervoeders).
Producenten van grondstoffen en bijproducten De overheid houdt bij levensmiddelenbedrijven geen toezicht op reststromen richting diervoeder (uitgezonderd het toezicht op dierlijke eiwitten)
Van sommige producten afkomstig uit de reststromen (bijproducten) is, voorafgaand aan het startpunt van GMP+, de bestemming als product voor diervoeder onbekend (o.a. door de tussenhandel).
Het is onduidelijk wanneer (op welk moment) en waarom (op grond van welke criteria) een afvalstof, afkomstig uit een levensmiddelenproductieproces, kan worden aangeduid als grondstof voor diervoeder. Hierdoor is het ook onduidelijk waar het toezicht van de VWA in deze begint.
Door een gebrek aan Europese harmonisatie m.b.t. de definitie van een afvalstof geven de verschillende EU-lidstaten een eigen invulling aan het begrip afvalstof en is onduidelijk welke (bij)producten worden geïmporteerd.
Mogelijk is in producten van derde landen of van pre-accessielanden een grotere kans op residuen van chemische middelen (zoals gewasbeschermingsmiddelen) die in de EU verboden zijn of van andere verontreinigingen in het milieu (milieucontaminanten) door andere industriële activiteiten.
Producenten van voormengsels en mengvoeders Niet van alle verwerkende bedrijven die grondstoffen en bijproducten voor diervoeders mengen is bekend welke incidenteel vrijkomende (vochtrijke) bijproducten worden verwerkt in diervoeders en of hiervan ook altijd risicoanalyses beschikbaar zijn (geldt m.n. voor de beperkt houdbare bijproducten).
Veehouders Voor veehouders is kwaliteitsborging van de eigen teelt niet verplicht.
Kleine sectoren als schapen, geiten, wild en kweekvis zijn niet opgenomen in huidige monitoringsprogramma’s mbt. diervoeders (op niveau van de veehouder/viskweker).
De veehouders die zelf vochtrijke bijproducten mengen en vervoederen (en daarvoor geen erkenning/registratie nodig hebben) zijn niet allemaal bekend. Er is geen specifieke registratieplicht voor deze veehouders en het UBN-systeem voorziet hier niet in.
Transporteurs Bij een erkenning of registratie van een onderneming in het kader van Richtlijn 95/69/EG worden geen eisen gesteld aan transport van halffabrikaten en eindproducten. De VWA wil een aantal witte vlekken meer aandacht geven in het vervolgonderzoek: bestemming en verwerking van incidentele reststromen, het onderscheid tussen afvalstof en bijproduct en de registratie van (zelfmengende) veehouders inclusief de kwaliteitsborging van hun eigen teelt. Het gaat dan vooral om bedrijven die niet deelnemen aan de GMP+-regeling. Echter voor de benoemde witte vlekken is ook niet altijd duidelijk in welke mate eventuele risico’s in de praktijk zijn afgedekt door de bovenwettelijke GMP+-regeling.
De toekomstige Europese verordening inzake diervoederhygiëne bepaalt onder meer dat een bedrijf een op HACCP gebaseerde systeemcontrole nodig heeft voor alle producten die worden gebruikt voor diervoeders. De Nederlandse diervoedersector heeft door de invoering van de GMP+-regeling een belangrijke stap in de goede richting gezet. In het vervolgonderzoek zal bekeken worden in welke mate kritische beheerspunten in de diervoederketen, voortkomend uit de witte vlekken, zijn geborgd.
Nieuwe vleestest DSM spoort antibiotica in 4 uur op
Het chemieconcern DSM heeft een test ontwikkeld waarmee bij levende dieren binnen 4 uur antibioticaresten kunnen worden opgespoord. De test, Premi Test genaamd, wordt uitgevoerd met behulp van wat urine. Vanaf 2006 is het binnen de Europese Unie verboden om antibiotica als antimicrobiële groeibevorderaar (amgb) in veevoeders te verwerken. Op dit moment is het zo dat de Rijkskeuringsdienst voor Vee en Vlees (RVV) steekproefsgewijs monsters neemt aan de slachtlijn in slachthuizen. Omdat de huidige testen pas na enkele dagen uitsluitsel geven is het vlees vaak al in de winkels of is het al onderweg.
DSM introduceerde de Premi Test al in 1999 voor een snel resultaat voor geslacht vee. De test is ondertussen verder ontwikkeld en kan nu ook op levend vee worden toegepast. Dank zij de Premi Test kan vlees dat meer dan de wettelijk toegestane hoeveelheid reststoffen bevat buiten de voedselketen worden gehouden.
Dat betekent echter niet dat de test van DSM nu onverwijld ingevoerd gaat worden. Zo heeft de Nederlandse overheid bedenkingen omdat men zelf flink in een betrouwbaar onderzoek heeft geinvesteerd. Daarnaast zit de vleesindustrie niet te wachten op nóg een test die de kosten verder verhoogt.
En eigenlijk hoopt de sector dat de Europese plannen om amgb's te verbieden gedeeltelijk teruggedraaid zal worden. Men verwijst daarbij naar de situatie in Zweden, waar al een antibioticaverbod geldt. Dat heeft voor veel gezondheidsproblemen gezorgd. Alternatieven die net als antibiotica zorgen voor een betere voeropname zijn duurder.
De overgangsproblemen zoals in Zweden en de hogere kosten zijn voor LTO dan ook een reden om tóch te pleiten voor het gebruik van amgb's, zij het op jonge leeftijd. De antibiotica werken dan preventief. Wanneer op tijd met het gebruik van amgb's wordt gestopt, zijn de eventuele resten verdwenen op het moment dat het dier wordt geslacht. Zo blijven dier en consument gezond, meent LTO.
OVEM wikkelt mestafzetcontracten voor 2004 normaal af
Mestafzetorganisatie OVEM zal de contracten voor mestafzet die voor 2004 zijn afgesloten normaal afwikkelen. Daarover was onzekerheid ontstaan omdat de aandeelhouders hebben aangegeven de organisatie te willen opheffen. Volgens de advocaat die optreedt namens vereffenaar Van Aarle wijzen de boeken niet op financiële problemen. De vereffenaar is verplicht faillisement aan te vragen als daartoe aanleiding is en heeft dit niet gedaan. Wel is zijn verwachting dat relaties van de mestintermediair voor 2005 naar een andere tussenpersoon moeten gaan uitkijken. De mestafzetorganisatie is al vanaf april van 2004 met Bureau Heffingen in gesprek over de goedkeuring van contracten die met akkerbouwers zijn afgesloten. Wanneer er meer contracten met producenten zijn afgesloten dan met bedrijven die de mest afnemen hangt OVEM een straf boven het hoofd. Contracten die voor 31 december 10 uur 's ochtends zijn afgeleverd bij OVEM in Beek en Donk zullen gewoon worden afgewikkeld.
Duitsland: 24 cent van euro verkoopprijs komt bij boer terecht
De producent van de voeding, de boer of tuinder, krijgt steeds minder van de consumenteneuro in handen. Zijn aandeel daalt al jaren. Volgens een onderzoek kreeg de Duitse boer afgelopen jaar 24 cent van de euro die de consument betaalt voor voedingsmiddelen in de winkel. In de zeventiger jaren was dat nog bijna 50 cent. Dat meldt het Deutschen Bauernverbandes (DBV). Bij melkproducten is het aandeel van de boer nog relatief hoog, 39% van de verkoopprijs komt bij de boer terecht. Bij vlees en vleeswaren is het 22% en bij broodproducten slechts 3,6%.
Volgens het Amerikaanse ministerie van landbouw (USDA) was het Amerikaanse beschermingssysteem tegen BSE waterdicht. Maar zieke koeien worden regelmatig verwerkt in de voedingsindustrie en het testen op BSE gebeurt sporadisch. Bovendien is de bse-test die in de Verenigde Staten gebruikt wordt erg primitief. Dat meent dr. John Stauber, die in 1997 samen met zijn collega dr. Sheldon Rampton het boek "Mad Cow USA" schreef, in een reactie op het nieuws dat in de staat Washington het eerste BSE-geval in de Verenigde Staten gesignaleerd is.
Het Amerikaanse controlesysteem is niet te vergelijken met dat in Europa en al helemaal niet met het systeem in Japan, waar élke koe gecontroleerd wordt. Omdat BSE tot nu toe onbekend was is slechts een beperkt controlesysteem opgezet om er zeker van te zijn dat de ziekte zich niet manifesteerde. Daarom werden vorig jaar slechts 20.526 koeien op BSE getest op een jaartotaal van 35 miljoen geslachte koeien. Dat is 0,06 procent.
Bij die controles wordt echter voornamelijk gezocht naar zogeheten "downers", koeien die slecht of helemaal niet meer kunnen lopen. Die worden geacht te ziek te zijn voor verwerking in de voedingsindustrie. Maar controleurs staan onder grote druk van veehouders en slachthuizen om twijfelgevallen toch goed te keuren voor menselijke consumptie, aldus Stauber. Hij is van mening dat BSE allang in de in de Amerikaanse veestapel voorkomt.
Sinds 1997 is het in Amerika verboden is om overblijfselen van herkauwers te verwerken tot voer voor andere herkauwers. Het toezicht hierop is echter beperkt. Tegelijkertijd mogen overblijfselen van herkauwers wel tot voer voor varkens, kippen en huisdieren verwerkt worden. Resten van die dieren belanden soms weer in het veevoer voor runderen. Daarnaast mogen kalveren wel worden gevoerd met veevoer afkomstig van herkauwers.
Een bijkomend probleem is dat er niet zoals in Europa een identificatiesysteem bestaat voor runderen. Een rund zwerft anoniem door de Amerikaanse voedselketen. Het is daardoor moeilijk te herleiden waar een zieke koe heeft vertoefd, zoals de Amerikaanse BSE-koe die opdook uit een proefmonster van 9 december. Pas volgend jaar wordt er een begin gemaakt met een identificatiesysteem.
Het Amerikaanse ministerie van landbouw (USDA) heeft opdracht gegeven om in acht staten partijen rundvlees terug te halen die te herleiden zijn tot de BSE-koe. Volgens het ministerie gaat het slechts om een voorzorgsmaatregel. Het risico voor de volksgezondheid is bijna nihil omdat de gevaarlijke delen, zoals de hersens, al bij de slacht verwijderd zijn. Het vlees van de koe en de negentien dieren die tegelijkertijd met haar op 9 december werden geslacht, is volgens het departement terechtgekomen in Alaska, Hawaii, Idaho, Montana, Washington, Oregon, Californië en Nevada, alsmede Guam, het eiland in de Stille Zuidzee. Vermoedelijk is een gedeelte van het vlees al geconsumeerd.
De BSE-koe is volgens de USDA in 2001 met een kudde van 74 melkkoeien vanuit de Canadese provincie Alberta ingevoerd. In deze provincie werd in mei van dit jaar ook een koe met BSE aangetroffen. Canada noemt de conclusie van de VS voorbarig en verlangt een grondig onderzoek.
De bruto-kosten ter bestrijding van milieuverontreiniging door de landbouw zijn in 2001 opgelopen tot 771 miljoen euro. Dit betekent een toename van 36 procent ten opzichte van 1998. De helft van deze kosten bestaat uit het afvoeren van mest en administratieve milieulasten. Omdat de overheid in 2001 159 miljoen euro subsidie verleende, drie keer zoveel als in 1998, kwamen de netto-milieulasten van de agrarische sector in 2001 uit op 612 miljoen euro. De milieulasten van een doorsnee boer zijn hiermee opgelopen tot 6.500 euro in 2001. In 2001 hebben landbouwbedrijven 226 miljoen euro betaald om overtollige mest af te voeren. In 1998 was dit nog 96 miljoen euro. De overheid keerde op haar beurt in 2001 ruim 56 miljoen euro uit aan vergoedingen voor de beëindiging van veehouderijen. Daarmee beoogt de overheid onder meer het mestoverschot te beperken. Dit gebeurt in de vorm van het opkopen van dier- en mestproductierechten.
In 2001 maakte de sector landbouw voor ruim 160 miljoen euro kosten om te voldoen aan informatieverplichtingen voortvloeiend uit milieuregelgeving. Het gaat hierbij vooral om lasten die een gevolg zijn van het mineralenaangiftesysteem (Minas). Door agrarisch natuurbeheer dragen boeren bij aan het behoud van de natuurlijke verscheidenheid van het landschap. Met 38 miljoen euro subsidie in 2001 compenseert de overheid de boeren voor gemaakte kosten.
Van 8 tot en met 12 december heeft een Russische delegatie een bezoek gebracht aan de Nederlandse pluimveesector. Het doel was nagaan of Rusland ons land veilig genoeg acht voor Aviaire Influenza.
Naast het ministerie en enkele laboratoria zijn ook bedrijven uit de keten bezocht van primaire sector tot verwerkende industrie. De delegatie gaf aan een goede indruk te hebben gekregen van de Nederlandse sector en de controles. Men stelde vast dat de sector een goede monitoring heeft en indrukwekkende laboratoria.
Tijdens de gesprekken op het ministerie viel op dat de delegatie geïnteresseerd was in detail informatie over de wijze van constatering van de ziekte en de ruiming, ontsmetting en herbevolking van de stallen. Ook was de interesse groot voor het IKB systeem.
Tijdens de evaluatie gaf de delegatie aan dat de Nederlandse sector voldeed aan de voorstelling die zij hadden. Zij waren content met hetgeen zij van Nederland hebben kunnen leren. De Nederlandse ervaring met dierziektebestrijding is voor de Russen bruikbaar. De openheid van de Nederlandse overheid én het bedrijfsleven wordt zeer gewaardeerd. De Russen gebruiken de informatie mede voor het momenteel in ontwikkeling zijnde AI-monitoring- en bestrijdingsprogramma.
In Rusland zal aan de Russische CVO en minister van Landbouw een positief advies over opheffing van de AI beperkingen tegen Nederland worden gegeven.
De nieuwe vergunning voor pluimveemestverbrander Fibroned wordt soepeler. Hoewel provincie Gelderland de vergunning nog niet klaar heeft, gaat provinciaal milieuambtenaar P. van Riswijk ervan uit dat Fibroned aan minder zware eisen voor de uitstoot van schadelijke stoffen hoeft te voldoen dan eerder door de provincie is geëist.
De vergunning wordt de laatste week van januari voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. Eerder had de provincie verwacht de vergunning voor het eind van dit jaar klaar te hebben.
Een rol in de vertraging speelde nieuwe milieuwetgeving, het Besluit verbranden afvalstoffen, die het komend voorjaar gereed is. Deze wet stelt minder zware eisen aan de emissie (uitstoot -red.) dan nu.
Verwarrend is, zo erkent Van Riswijk, dat bedrijven naast een soepeler emissienorm eraan gehouden zijn de beste technische middelen in te zetten om de uitstoot te beperken. Zo wordt Fibroned vergeleken met andere afvalverbrandende bedrijven in Europa. Voor de provincie is het enig criterium echter of het bedrijf zal voldoen aan de - nieuwe - emissie-eisen, aldus Van Riswijk. De provincie moet de exacte emissienormen nog vaststellen. Nadat de Raad van State in maart een eerdere vergunning voor Fibroned vernietigde, moest de provincie met een nieuwe komen. Om het risico op een lange bezwaarprocedure te verkleinen ging milieu-gedeputeerde H. Aalderink in gesprek met tegenstanders, waaronder een groep bezorgde bewoners, wijkraden en milieugroeperingen. Dat leidde aanvankelijk tot strengere milieueisen. Desondanks kondigden tegenstanders opnieuw verzet aan.
Inmiddels is duidelijk dat de strengere milieueisen toch weer worden versoepeld.
Op een bedrijf in Wamel (Gld) is bij een zending geïmporteerde siervogels Newcastle Disease (NCD) of Pseudo-vogelpest geconstateerd. Het gaat om een partij die eind november uit Tanzania via het Franse vliegveld Charles de Gaulle naar Nederland is gekomen. De ziekte is aan het licht gekomen via de quarantaineprocedure zoals die is vastgesteld door de EU. Elke importeur van siervogels uit landen buiten de EU moet een quarantainestation hebben. Omdat de dieren nog in quarantaine verbleven en dus geen contact hebben gehad met andere NCD-gevoelige dieren, heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit na overleg met de Europese Commissie besloten alleen de partij siervogels van in totaal circa 750 dieren te ruimen.
NCD is een besmettelijke dierziekte die met name bij pluimvee na een besmetting tot ziekteverschijnselen leidt en grote schade kan veroorzaken. De ziekte komt het meest voor bij hoenderachtigen (kip, parelhoen, fazant), kalkoenen en pauwen. Ook vele andere vogelsoorten kunnen de infectie oplopen, soms zonder ziekteverschijnselen te vertonen. Deze verschijnselen kenmerken zich door ademhalingsstoornissen en aantasting van het centrale zenuwstelsel. Verder komen ook oedemen van de kop, diarree en verlammingsverschijnselen voor, resulterend in een hoog sterftepercentage.
De Nederlandse pluimveestapel is gevaccineerd tegen NCD.
Wij wensen U een heerlijk kerstfeest en een gelukkig 2004 met de beste wensen
Kerstnacht door René van Loenen
Deze nacht - het uitspansel gescheurd, de hemel geopend – is het begin: kind in een kribbe, ten hemel schreiend.
Want Hij kiest deze kant van bestaan: het gebroken riet, de geknakte bloem, de geslagen mens, ter aarde geworpen.
Na dit begin zal Hij hemel en aarde bewegen, geen steen op de andere laten, geen doek ongescheurd.
(uit: 'Het suizen van een zachte koelte', 1984
Genade door Lode Bisschop
Het kindeke kraait de herders tegemoet en onder de herders ben ik de leraar verkleed in een schapevacht het krijtje frunnikt tussen mijn handen
als het kindje mij ziet moet het lachen hard lachen... nee... nee... jij hier en ik huil bedeesd... en kniel neer
en als de herders lammeren en boter geven schenk ik mijn krijtje... en het kindje kraait luider en tekent op zijn kribbe mijn hoofd met het warrig bos haar.
(uit: 'Split', Callenbach, Nijkerk 1991
CBS: consument in december opnieuw iets positiever
Het consumentenvertrouwen is, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden, in december met 3 punten gestegen tot -27. Dit is de tweede verbetering van het vertrouwen op rij na een jaar waarin deze indicator zich op een constant zeer laag niveau bevond. De stijging deze maand komt geheel voor rekening van de toegenomen koopbereidheid. De koopbereidheid is in december voor het eerst dit jaar toegenomen. De koopbereidheid is gebaseerd op het oordeel over de financiële situatie van het eigen huishouden en het doen van grote aankopen. In deze voor de consument erg dure maand is sprake van relatief sterke seizoeneffecten. Men vindt in december de tijd meestal veel ongunstiger dan in andere maanden voor het doen van grote aankopen. Na correctie voor dergelijke effecten is sprake van een stijging van de koopbereidheid met 6 punten in vergelijking met november.
Consumenten zijn in december met name minder negatief gestemd over het doen van grote aankopen dan in de eerdere maanden van dit jaar. Bovendien zijn zij minder negatief over de financiële situatie van hun huishouden in de afgelopen twaalf maanden. Over de financiële situatie van hun huishouden in de komende twaalf maanden is het oordeel licht verbeterd.
Het oordeel van consumenten over het economisch klimaat is in december ongeveer gelijk gebleven aan dat in november. Vorige maand was er nog sprake van een flinke verbetering van dit oordeel. Zowel de beoordeling van de afgelopen twaalf maanden als de verwachting voor de komende twaalf maanden veranderde nauwelijks.
Ongeveer 200 pluimveevermeerderaars uit heel Nederland eisen van het ministerie van LNV een betere vergoeding voor de schade die zij als gevolg van de vogelpest eerder dit jaar geleden hebben. De 200 pluimveehouders, die hun bedrijven buiten de geruimde gebieden hebben, slepen het ministerie daarom voor de rechter. Dat maakte de Landelijke Overleggroep Vermeerderaars gisteren bekend. Volgens een woordvoerder bedraagt de schade als gevolg van de vogelpest voor pluimveehouders buiten de geruimde gebieden circa 11 à 12 miljoen euro. In opdracht van het ministerie van LNV moesten de bedrijven de broedeieren afstaan aan de eierverwerkingsindustrie. Daardoor kregen de boeren een veel lagere opbrengst per ei dan normaal.
De Europese Commissie zegde via het ministerie van LNV 3 miljoen euro toe aan de vermeerderaars die door de vogelpest veel schade hebben geleden. Voorwaarde is wel dat Nederland er zelf ook 3 miljoen bijlegt.
Debat: wat gebeurt er met het land als de boer verdwijnt?
Op donderdag 15 januari vindt het vervolg plaats van het debat 'Wil de laatste boer het licht uitdoen?' van Landwerk, Alterra en Larenstein. Het vervolgdebat gaat over de toekomst van de landbouw en de gevolgen voor de inrichting van het landelijk gebied, met speciale aandacht voor het veenweidegebied. Debaters zijn ditmaal, naast de heer Vereijken (PRI-WUR), de heren Heijkoop (WLTO) en Derksen (Ruimtelijk Planbureau). De discussie over de toekomst van de landbouw woedt voort. De conclusies van Wagenings onderzoeker Vereijken dat de boer gaat verdwijnen wordt door weinigen gedeeld, maar zaait toch twijfel. Zeker voor de veenweidegebieden kan de vraag worden gesteld of landbouw hier de belangrijkste functie blijft. De gevolgen van deze nieuwe situatie zijn onduidelijk; grijpt de overheid in als het veenweidegebied van karakter gaat veranderen?
In het eerste debat over de toekomst van de landbouw op 30 oktober werden op felle toon meningen uitgewisseld. Met name Gerard Doornbos van LTO-Nederland heeft die middag de aanval ingezet op de conclusies van Pieter Vereijken dat de landbouw in Nederland het onderspit zal delven. Vereijken heeft zijn conclusies verdedigd zonder veel medestanders te vinden, maar er was na afloop alle aanleiding om stil te staan bij de vraag welke gevolgen de veranderingen in de landbouw gaan hebben voor de inrichting van het landelijk gebied. Ook Doornbos heeft erkend dat de melkveehouderij in de veenweidegebieden zal gaan verdwijnen zonder overheidssteun.
De heren Vereijken, Heijkoop en Derksen geven op 15 januari hun visie op de toekomstige inrichting van het landelijk gebied en dan met name van het Veenweidegebied. Hierbij worden ze geïnspireerd door de studenten van Hogeschool Larenstein, die hen een scenario voorleggen met de vraag of zij dit toekomstbeeld wenselijk en reëel achten voor dit bijzondere gebied in Nederland. Tevens staat ter discussie wat de rol van de overheid is in dit proces.
Het debat maakt onderdeel uit van het project Slag om de Ruimte, in het kader van 100 jaar bosbouw en cultuurtechnisch onderwijs. Het debat wordt gehouden op donderdag 15 januari 2004, 15.00 - 17.00 uur, Alterra west, zaal 1 en 2, Droevendaalsesteeg 3, Wageningen.
Intensieve veehouderij heeft een toekomst in Nederland
ministerie van Landbouw, Persbericht ministerraad De intensieve veehouderij heeft toekomst in Nederland. Dat is een van de conclusies die het kabinet trekt uit het brede debat dat afgelopen najaar is gevoerd over de intensieve veehouderij. Volgens het kabinet kan dat in een 'veehouderijkolom' (producenten, slachterijen, verwerkers, detailhandel, etc.) die kwaliteit produceert en die met service en uitgekiende logistiek opereert op de Noordwest-Europese vers- en gemaksvoedselmarkt. Een intensieve veehouderij die in zijn ondernemen duurzaamheid en dierenwelzijn centraal stelt. Een intensieve veehouderij bovendien die de consument een steeds ruimere keuze biedt en maatschappelijk verantwoord ondernemen invult zó dat de burger er trots op kan zijn. Dit toekomstperspectief wordt in grote lijnen ook gedragen door een belangrijk deel van de betrokken partijen in de kolom en door maatschappelijke organisaties en daardoor wint het aan kracht, constateert het kabinet. Het kabinet meent dat voorkomen moet worden dat de intensieve veehouderij in zijn huidige vorm naar elders gaat. Dat zou slechts het probleem verplaatsen naar andere landen. Geen blijvende toekomst ziet het kabinet voor bedrijven die weigeren de ernst van de situatie op langere termijn in te zien. De toekomst van de intensieve veehouderij is nu weliswaar zorgwekkend met problemen op het vlak van de afzetmarkten, het milieu en de maatschappelijke acceptatie. Zorgen genoeg om de stormbal te hijsen, aldus minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in een brief aan de Tweede Kamer over de uitkomsten van het nationale debat over de sector. Maar als nieuwe wegen worden ingeslagen door de diverse partijen is er zeker toekomst. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de kolom. De overheid heeft geen dirigerende rol bij het aanpakken en oplossen van de problemen van de intensieve veehouderij. Wel wil de overheid het kader geven én verbeteren waarbinnen de partijen in de sector kunnen opereren. Het kabinet wil in EU-verband scherpere normen stellen voor dierenwelzijn, milieu en sociale aspecten en tegelijkertijd ruimte geven aan ondernemerschap. Daarnaast wil de overheid actief initiatieven van derden steunen die gericht zijn op vernieuwing, voor zover dat juridisch en financieel mogelijk is. Voor de inspanningen van de overheid zullen bestaande middelen worden benut en zal geput worden uit gelden bestemd voor de overgang naar een duurzame landbouw alsmede uit een extra bedrag van 22,5 miljoen euro.
Kaders verbeteren Naast scherpe Europese normen wil het kabinet ook betere ketengarantiesystemen die de transparantie bevorderen en duidelijke labels waardoor de consument kwaliteitsonderscheid tussen producten kan maken. Bij nieuwe dierziekteuitbraken zal waar mogelijk worden geënt in plaats van het op grote schaal doden van gezonde dieren. Het kabinet wil nieuwe vestigingsruimte bieden voor bedrijven die nu in de knel zitten, onder meer via de reconstructieplannen. Onderwijs en onderzoek krijgen een nieuwe impuls, belemmerende regels worden waar mogelijk weggenomen. Het kabinet ziet af van de meermalen geopperde mogelijkheid van een prijscorrigerende (consumenten-) heffing. Zo'n heffing mag aantrekkelijk lijken, hij stuit op grote juridische en handelstechnische bezwaren. Bovendien leidt hij tot veel extra administratieve lasten en zal hij ook voor de boer niet de verwachte effecten hebben, blijkt uit een nieuw LEI-rapport.
Initiatieven steunen De overheid zal nieuwe initiatieven steunen waar mogelijk. Dergelijke initiatieven moeten voldoende breed en serieus zijn, meerdere partijen in de kolom betreffen, ambitie tonen, heldere afspraken bevatten en bij voorkeur gebaseerd zijn op zelforganisatie. Willen ze voor overheidssteun in aanmerking komen moeten ze daarnaast bijdragen aan verbetering op meerdere fronten of aan grote verbeteringen op één front.
Als pluimveehouder kun je het niet alleen. Je bent afhankelijk van meerdere schakels in de keten. Van de mensen waar je mee samenwerkt, maar ook van techniek. Dat vraagt vertrouwen. Vertrouwen hebben is een bekend kerstthema. Zeker voor de pluimveesector, nu na de AI-crisis. In het kerstnummer Pluimvee- houderij is het begrip 'vertrouwen' breed en smal, filosofisch en concreet benaderd.
De ministers van Volksgezondheid (VWS) en Landbouw (LNV) hebben de Consumentenbond per brief laten laten weten voornemens te zijn de Warenwet aan te passen zodat per 1 januari 2007 de verkoop van rauwe kip, besmet met Salmonella of Campylobacter, verboden is.
Aan voedselveiligheid wordt te veel waarde toegekend in beleid en media. Dit concludeert Stuurgroep Technical Assessment in een rapport dat deze week is aangeboden aan minister Veerman. Verder opvoeren van de veilig- heidsnormen van voedsel heeft meer na- dan voordelen, stelt de stuurgroep. Strengere hygiene-eisen werken ook negatief op het immuunsysteem van mensen.
In de winter, en zeker in de maand december, eten veel mensen wild. De afgelopen jaren kreeg de VWA veel vragen over wild. Bijvoorbeeld hoe veilig is wild? Of: wie controleert dat? In dit VWA-dossier vindt u antwoord op de meeste van die vragen.
Wild is meer een verzamelnaam dan een omschreven dierengroep. Het gaat om herten en zwijnen, maar ook aan konijnen, fazanten en eenden. Niet al het wild dat wij consumeren, is in het wild geboren en opgegroeid. Naast dit 'vrije wild' is er 'gekweekt wild', dat op bedrijven wordt gefokt.
Vlees van vrij en gekweekt wild is in het groothandelscircuit gescheiden. Europese regelgeving schrijft dit voor. Bij vlees van groot wild, zoals bij herten en zwijnen, is er weinig verschil in smaak tussen vrij en gekweekt wild. Bij klein wild, zoals eenden en konijnen is er wel verschil in smaak en uiterlijk.
In de supermarkt staat veel op de verpakking. Zo is er een keurmerk dat aangeeft dat het product aan de Europese normen voldoet. Als u in een restaurant of bij de poelier wild bestelt, moet men die informatie kunnen geven, die in de supermarkt ook op de verpakking staat.
Vereisten voor dierenwelzijn? De laatste jaren is er meer aandacht voor het welzijn van dieren. Zowel tijdens het leven als bij het slachten van wild gelden strenge eisen. Zo gelden voor gekweekt wild dezelfde regels als voor runderen en schapen. Dit zijn Europese regels, die gaan over de bewegingsvrijheid en over diervoeding. Ook voor de slachthuizen gelden strenge regels.
Voor het vrije wild zijn er regels voor de jacht: hoe moet je jagen, waarop mag worden gejaagd, wanneer en door wie. Ook de geweren en munitie zijn vastgelegd in wetgeving. Die regels zien erop toe dat het dier niet langer lijdt dan voor het doel noodzakelijk is. Ook voor de handelingen na het doden van het dier gelden strenge regels, hoeveel tijd er tussen het doden en de verwerking mag zitten en hoe het vlees te traceren blijft.
Rol VWA De Voedsel en Waren Autoriteit controleert producten die bij de EU- buitengrenzen binnenkomen, zoals in de haven van Rotterdam en op Schiphol. Binnen de landsgrenzen controleren VWA inspecteurs al het geschoten wild bij wildverwerkende bedrijven. Zij controleren of producten voldoen aan de EU-regels:
het land van herkomst; zijn daar ziektes als MKZ of vogelpest;
zijn de juiste certificaten uit het land van herkomst bij het vlees aanwezig; hieruit moet blijken dat alle voorgeschreven controles zijn uitgevoerd;
mag dat bedrijf exporteren naar de EU, staat het op de lijst van erkende bedrijven.
Wilde dieren die in Nederland in het kader van jacht, beheer of schadebestrijding zijn gedood en bestemd zijn voor humane consumtpie zijn door de VWA in de EU-erkende bedrijven gekeurd, waarbij gekeken wordt naar:
hoe is het dier gedood;
hoe is het aangeleverd;
zijn er ziekteverschijnselen?
Als aan de eisen is voldaan, mag wild met EU-goedkeuringsmerk in de handel komen. Een uitzondering is levering van kleine aantallen wild door de jager aan restaurants. Maar ook in de horeca houdt de VWA toezicht op de wettelijke eisen, ter bescherming van de consument.
De Tweede Kamer gaf onlangs goedkeuring aan de uitbreiding van de EU. Per 1 mei 2004 wordt de EU uitgebreid met Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Malta en Cyprus. Dit heeft grote gevolgen voor de landbouw, met inbegrip van de vee- en vleessectoren.
De uitbreiding van de EU-15 met tien nieuwe lidstaten zorgt voor een groei van het aantal varkens in de EU met 26%. Het aantal runderen en pluimvee in de EU neemt toe met respectievelijk 11% en 14%. De productie van pluimveevlees neemt bij uitbreiding van de EU toe met 20%. De productie van varkens- en rundvlees neem toe met 18% respectievelijk 8%.
Toetredingsakte Eind 2002 zijn de EU en de toetredingslanden tot een akkoord gekomen over de voorwaarden waaronder de toetreding plaatsvindt. Dit is in april 2003 vastgelegd in de Toetredingsakte. In deze Toetredingsakte zijn onder andere zaken vastgelegd zoals overgangstermijnen, toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In september 2003 heeft de Europese Raad een voorstel aangenomen tot hervorming van het EU landbouwbeleid. Hoe staat deze hervorming in relatie tot de Toetredingsakte, wat geldt precies voor welke landen en wanneer? In een notitie voor het PVV-bestuur zijn de feiten op een rijtje gezet. De belangrijkste punten zijn:
Per 1 mei is de EU-wetgeving van toepassing in de toetredingslanden. Wel zijn overgangstermijnen overeengekomen op het gebied van voedselveiligheid- en dierenwelzijn. Ook zijn er vrijwaringsclausules opgenomen in het toetredingsverdrag. Deze clausules zijn bedoeld om bepaalde maatregelen te kunnen nemen om de EU- markt te kunnen beschermen in geval van problemen vanwege de toetreding.
Directe steunbetalingen worden geleidelijk in de nieuwe lidstaten ingevoerd. Acht nieuwe lidstaten hebben echter al aangekondigd dat zij voornemens zijn een vereenvoudigd, op hectares gebaseerd, betalingssysteem toe te passen in plaats van de uitbetalingen van directe steunbetalingen per productie-eenheid.
Nieuwe lidstaten die voor deze optie kiezen zijn veelal verplicht om vanaf 2007 de ontkoppelde premie per regio toe te kennen.
Daarnaast zijn voor de handel overgangstermijnen vastgesteld om speculatieve invoer te beperken.
Internet De notitie is ook te vinden op de website van de PVE: www.pve.nl.
Standpunt Productschap Bij tijdelijke ontheffing (overgangsperiode) van EU-regelgeving dient te zijn gegarandeerd, dat producten slechts nationaal worden afgezet. Dit noopt tot zorgvuldige controle. Gebeurt dit niet, dan kunnen overgangstermijnen op dit gebied leiden tot een slecht imago van EU-vlees. Daarnaast worden onder meer de concurrentieverhoudingen verstoord. Gevreesd wordt dat de EU over onvoldoende controle capaciteit beschikt.
Op veterinair terrein is zeer strenge controle aan de buitengrenzen van de EU-25 noodzakelijk. Dit geldt ook voor douanetechnische kwesties zoals het correct voldoen van invoerheffingen en het gebruik van invoercontingenten.
Indien blijkt het EU-regelgeving niet wordt nageleefd, moet de vrijwaringsclausule toegepast worden om de EU-markt te beschermen.Oneigenlijke concurrentie op de arbeidsmarkt door de instroom van goedkope arbeid uit de nieuwe landen moet voorkomen worden. Tegelijkertijd moet vrij verkeer van werknemers mogelijk zijn.
Om beide uitgangspunten recht te doen moeten aanvullende maatregelen getroffen.
Van 8 tot en met 12 december heeft een Russische delegatie een bezoek gebracht aan de Nederlandse pluimveesector. Het doel was nagaan of Rusland ons land veilig genoeg acht voor Aviaire Influenza.
Naast het ministerie en enkele laboratoria zijn ook bedrijven uit de keten bezocht van primaire sector tot verwerkende industrie. De delegatie gaf aan een goede indruk te hebben gekregen van de Nederlandse sector en de controles. Men stelde vast dat de sector een goede monitoring heeft en indrukwekkende laboratoria.
Tijdens de gesprekken op het ministerie viel op dat de delegatie geïnteresseerd was in detail informatie over de wijze van constatering van de ziekte en de ruiming, ontsmetting en herbevolking van de stallen. Ook was de interesse groot voor het IKB systeem.
Tijdens de evaluatie gaf de delegatie aan dat de Nederlandse sector voldeed aan de voorstelling die zij hadden. Zij waren content met hetgeen zij van Nederland hebben kunnen leren. De Nederlandse ervaring met dierziektebestrijding is voor de Russen bruikbaar. De openheid van de Nederlandse overheid én het bedrijfsleven wordt zeer gewaardeerd. De Russen gebruiken de informatie mede voor het momenteel in ontwikkeling zijnde AI-monitoring- en bestrijdingsprogramma.
In Rusland zal aan de Russische CVO en minister van Landbouw een positief advies over opheffing van de AI beperkingen tegen Nederland worden gegeven.
De Consumentenbond is blij met het voornemen van de ministers van Volksgezondheid (VWS) en Landbouw (LNV) om per 1 januari 2007 de verkoop van rauwe kip, besmet met Salmonella of Campylobacter, te verbieden. De bond strijdt al lange tijd om besmette kip uit de winkelschappen te krijgen. Jaarlijks worden circa 50.000 mensen ziek en overlijden 35 mensen aan voedselinfecties veroorzaakt door besmette kip (bron: RIVM). Afgelopen zomer toonde onderzoek van de Consumentenbond opnieuw aan dat bijna de helft van de kip in de winkel besmet is met Campylobacter of Salmonella. Volgens de bond is de sector de afgelopen jaren niet in staat gebleken om de besmettingsgraad terug te dringen, en was het tijd voor een verbod op de verkoop van besmette kip als rauw product. De bond eiste een nul-norm voor Salmonella en Campylobacter.
Met het voornemen de Warenwet aan te passen om de verkoop van besmette kip per 1 januari 2007 te verbieden, komt VWS hieraan tegemoet. Ook LNV heeft in een brief aan de Consumentenbond aangegeven de verkoop van besmet pluimvlees te willen verbieden. De bond is zeer tevreden met dit besluit.
De Consumentenbond roept de sector op om de komende drie jaar al haar krachten in te zetten om er al voor 2007 voor te zorgen dat de consument Salmonella- en Campylobactervrij pluimveevlees kan kopen.
Afgelopen maandagnacht heeft de Algemene Inspectiedienst (AID) samen met de politie op de A1 bij de grensovergang Oldenzaal een transport van kippenmest richting Duitsland tegengehouden. De transporteur afkomstig uit het midden van het land had bij vier van de vijf vrachten niet de juiste documenten voorhanden. De kippenmest - zo'n 110 ton - is overgeladen. Er wordt momenteel gezocht naar een andere bestemming voor deze mest. Tegen de transporteur is proces-verbaal opgemaakt voor diverse overtredingen.
Om verspreiding van besmettelijke dierziekten te voorkomen, is de export van mest aan diverse regels gebonden. De overtredingen hadden te maken met het valselijk opmaken van vervoersbewijzen, het onvolledig invullen van vervoersbewijzen, mesttransport zonder vergunning en zonder gezondheidscertificaat en het vernietigen van bescheiden die verplicht bewaard moeten worden.
De Algemene Inspectiedienst kwam de zaak op het spoor omdat de Duitse douane al eerder een exporttransport van de betreffende onderneming had teruggestuurd. Dit was aanleiding om maandagnacht een controle in te stellen.
'Pluimveesector moet aankoopgedrag consument veranderen'
De Nederlandse pluimveesector zal zich niet meer moeten richten op het verlagen van de kostprijs, maar de West-Europese consument moeten overhalen tot een ander aankoopgedrag. Dat is nodig om de concurrentie met goedkope productielanden aan te kunnen. Dat zei Gemma Tacken, onderzoeker van het LEI, gisteren op een studiedag van het Praktijkonderzoek Veehouderij van Wageningen UR. Motieven van consumenten bij de aankoop van pluimveevlees moeten veranderen van een lage prijs naar bijvoorbeeld diervriendelijkheid, duurzaamheid en smaak, stelt Tacken. Volgens haar hebben in West-Europa nu nog alleen de Fransen meer geld over voor pluimveevlees dat zich onderscheidt.
Tacken denkt dat Nederlandse slachterijen de concurrentie met landen als Brazilië, Thailand, de VS, China en Argentinië nooit aankunnen.
'Verder opvoeren voedselveiligheid niet zonder risico's'
In Nederland vallen jaarlijks circa 23.000 doden door ongezonde voeding. Minder dan 1% daarvan wordt veroorzaakt door onveilig voedsel. Daarom moet de overheid haar prioriteit verleggen van voedselveiligheid naar gezonde voeding. Verder opvoeren van de voedselveiligheid is trouwens kostbaar en niet zonder risico. Dat stelt de Stuurgroep Technology Assessment, een onafhankelijke adviescommissie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in een advies dat gisteren is overhandigd aan minister Veerman. In Nederland vallen jaarlijks circa 100 doden door voedselinfecties en -vergiftiging. Dat is niet verwaarloosbaar, maar nog geen 1% van het totale aantal doden dat is toe te schrijven aan ongezonde voeding. Ziekten als kanker, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 worden niet geheel, maar wel voor een aanmerkelijk deel door ongezonde voeding veroorzaakt. De stuurgroep schat het aandeel van voeding in de jaarlijkse sterfte op circa 23.000 doden. Dat is vergelijkbaar met het aantal slachtoffers van roken, circa 22.000 per jaar. Ruwweg één op de zes sterfgevallen is toe te schrijven aan ongezonde voeding, tegenover slechts één op 1400 aan onveilig voedsel. Zo bezien krijgt voedselveiligheid onevenredig veel aandacht in media en beleid, en ongezonde voeding nog veel te weinig.
Risico's van strenge voedselveiligheidseisen Daar komt bij: strenge voedselveiligheidseisen zijn niet zonder risico’s. Zo kan strenge hygiëne in de voeding en de omgeving ertoe leiden dat het immuunsysteem van mensen en vee onvoldoende wordt geprikkeld, wat ten koste gaat van de natuurlijke weerstand. Bovendien bestaat volgens gezaghebbende immunologen het risico dat het immuunsysteem zich gaat keren tegen onschuldige stoffen of zelfs tegen het eigen lichaam. Hier zou één van de oorzaken liggen van de snelle toename in rijke landen van allergieën, astma, autoimmuunziekten, eczeem en hooikoorts. De stuurgroep bepleit nader onderzoek op dit terrein.
Een ander nadeel van strenge voedselveiligheidseisen is dat zij steeds meer een exportbelemmering worden voor ontwikkelingslanden. Ook kunnen strenge normen ambachtelijke vormen van voedselproductie, zoals die van rauwmelkse kazen, onmogelijk maken. De Stuurgroep bepleit om de voorschriften niet strenger te maken dan nodig is uit oogpunt van volksgezondheid en om secundaire voorschriften, zoals gebruik van tegels en plastic snijplanken, waar mogelijk te versoepelen.
Normen vaststellen in openbare vergaderingen De overheid moet wel basisnormen stellen, aangevuld met specifieke adviezen voor risicogroepen, zoals baby's, diabetici en zwangere vrouwen. Voor deze groepen bestaat al een toegesneden voedselaanbod. De stuurgroep adviseert hetzelfde te doen voor andere groepen, zoals ouderen en allergiepatiënten. Het is dan niet nodig om over de hele linie extreem strenge normen in te voeren. Normen hoeven overigens niet louter te worden gebaseerd op overwegingen van volksgezondheid. Ook sociaal-culturele en economische belangen mogen tot op zekere hoogte meewegen, mits dat transparant gebeurt.
De stuurgroep bepleit om de besluitvorming naar Brits voorbeeld te laten plaatsvinden in openbare vergaderingen. Gezien de toenemende betekenis van voeding voor de volksgezondheid adviseert de stuurgroep de ministers van Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid hun samenwerking inzake voedselveiligheid te verbreden tot de trits landbouw / voedsel / volksgezondheid. Meer verantwoordelijkheid voor bedrijfsleven Voor bedrijven is voedselveiligheid nog altijd van groot belang, want voedselschandalen kunnen hen enorme schade berokkenen. Daarom nemen steeds meer bedrijven adequate maatregelen om de voedselveiligheid te verbeteren. Daar kan de overheid volgens de stuurgroep een stap terug doen. Zij moet wel de aansprakelijkheid helder vastleggen, maar kan de handhaving van de normen concentreren op die gevallen waarin de markt faalt of te traag werkt.
Op zondag 21 december om 19.00 uur wordt deel twee van 'Nederland is LEEG' van het televisieprogramma Gewest uitgezonden. Het programma gaat over de bizarre ruimtelijke ordening van Nederland en trekt de conclusie dat Nederland niet vol is, maar leeg. Het programma Gewest (voorheen 'van Gewest tot Gewest'), waaraan op 21 december een einde komt, heeft de afgelopen vier decennia in beeld gebracht hoe de openbare ruimte in Nederland werd opgevuld. In de laatste twee uitzendingen op 14 en 21 december maakt Gewest de balans op en trekt een even overzichtelijke als controversiële conclusie: Nederland is in het geheel niet vol, sterker nog, Nederland is LEEG. Aan het woord komen onder andere:
Dr. Vincent van Rossem, architectuurhistoricus: "Slechts 14% van Nederland is bebouwd; we hebben een zee van ruimte. Het ruimtelijke ordeningsbeleid is regelrecht mensvijandig." Dr. Pieter Vereijken, landbouwkundige Wageningen: "Vanuit de lucht gezien lijkt de Nederlander bang voor groen. Gedwongen door de overheid blijft men zo dicht mogelijk bij elkaar in de steden. Het beleid is totalitair." Drs. Geurt Keers, onderzoeker ruimtelijke ordening: "Door het compacte-steden-beleid en omdat er op het platteland niet gebouwd mag worden, zitten we boven op elkaar. Het is pure burgerpesterij." In deel twee op 21 december wordt aandacht besteed aan het platteland: de vele ruimte die er nu al is wordt nog groter omdat veel boeren het voor gezien houden. Maar omdat vrijwel overal een bouwverbod geldt, blijft die vrije ruimte onbenut. Deel 1, waarin de stad centraal staat, is on line terug te zien via de
Albert Heijn's prijzenoorlog werkt averechts voor Albert Heijn
De prijzenoorlog die Albert Heijn begonnen is werkt niet in het voordeel van de service supermarkten, waar Albert Heijn er een van is. Doordat de supermarkten de klanten bij voortduring op goedkopere producten wijst worden deze klanten meer en meer prijsgevoelig en steeds minder kwaliteitsgevoelig. Dat blijkt uit onderzoek van het Erasmus Food Management Instituut (EFMI), onderdeel van de Rotterdamse universiteit. Zij meten sinds begin 2002 elke maand in hoeverre consumenten letten op de kwaliteit en de prijzen in supermarkten.
Volgens Marcel van Aalst, directeur onderzoek bij het EFMI, heeft zijn bureau in november 2003 de sterkste daling van de kwaliteitsgevoeligheid van consumenten gemeten. Dat betekent dat deze consumenten minder oog hebben voor kwaliteitsaspecten als veel keuze, een sfeervolle inrichting en een goede service.
Van Aalst betwijfelt dan ook of de servicegerichte supermarkten als Albert Heijn baat hebben bij een prijzenoorlog. Volgens hem werkt de nadruk op prijzen alleen maar in het voordeel van goedkope ketens, zoals Aldi en Dirk van den Broek. Doorgaan met de prijzenoorlog kan voor ketens als Albert Heijn, Super de Boer en Konmar alleen maar als zij niet langer de kwaliteitswinkel blijven die zij nu zijn. In dat geval gaat Nederland Duitsland achterna, waar nauwelijks nog kwaliteitssupermarkten bestaan, aldus Van Aalst.
Van het ministerie van LNV ontvingen wij bericht dat in Zuid Korea een uitbraak van hoog pathogene aviaire influenza is vastgesteld. Het betreft een bedrijf met 24.000 kippen van 47 weken oud. Van de 24.000 kippen zouden er 19.000 zijn gestorven; de overige kippen zijn geruimd. Een uitgevoerde PCR-test is positief en het zou gaan om een AI virus van het type H5N1. In de omgeving (< 1 km) van het besmette bedrijf ligt slechts één ander pluimveebedrijf. Op dit bedrijf zijn geen problemen waargenomen. De Zuid Koreaanse overheid heeft de uitbraak gemeld bij de O.I.E.
Voorts gaan er geruchten dat ook in China, Thailand, Maleisië en Indonesië gevallen van NCD en/of AI zijn geconstateerd. Het ministerie van LNV zal bij de landbouwattachés in Zuid Oost Azie informeren in hoeverre deze geruchten op waarheid gestoeld zijn.
Met vriendelijke groeten, Henk Hulsbergen (adjunct-hoofd SPE-PVE)
CBS Landbouwtelling 2003: weer ruim 4.000 boerenbedrijven minder
Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is tussen 1 april 2002 en 1 april 2003 met ruim 4.000 verminderd. Gemiddeld stopten in die periode elf agrarische bedrijven per dag. Deze afname sluit aan op de trend over een langere periode, al ligt dit tempo de laatste vier jaar hoger dan in de jaren negentig. In de laatste 15 jaar verminderde het aantal landbouwbedrijven met ruim 44.000. Hiermee is een van de drie boerenbedrijven gestopt. Dit blijkt uit resultaten van het CBS-onderzoek van de landbouwtelling 2003. De afname van het aantal bedrijven met varkens was relatief groot. In 1988 waren er nog bijna 33.000 bedrijven met varkens. Dit zijn er vijftien jaar later nog ruim 10.000. Het aantal bedrijven met melkkoeien verminderde in diezelfde periode met 50 procent tot 25.000. Het aantal tuinbouwbedrijven met kassen loopt minder snel terug. Hiervan waren er in 1988 nog een kleine 15.000. Dit is in 2003 gedaald tot bijna 9.500, een vermindering van ongeveer 36 procent.
De afname van het aantal bedrijven gaat gepaard met een toename van de gemiddelde bedrijfsoppervlakte. Tussen 2002 en 2003 nam dit met ongeveer 0,7 ha toe tot een gemiddelde oppervlakte van 22,5 hectare. Vanaf 1988 is de gemiddelde bedrijfsomvang met 7 hectare toegenomen. Deze schaalvergroting is ook zichtbaar in de toename van het aantal dieren per bedrijf. Het aantal melkkoeien per bedrijf is sinds 1988 met 20 gestegen tot 59 dieren in 2003.
De toename van de gemiddelde bedrijfsomvang compenseert voor de meeste sectoren het grootste deel van de afname van het aantal bedrijven. Zo is sinds 1988 de totale oppervlakte landbouwgrond slechts met 4 procent afgenomen, ondanks een afname van het aantal bedrijven met 34 procent.
Als Salmonella java wordt aangetroffen in koppels of in broedeieren moet dat binnenkort binnen 48 uur worden gemeld aan het PPE. Verder moeten vermeerderaars tweewekelijks mestonderzoek gaan uitvoeren om de status van de moederdieren te bepalen. Dit heeft het PPE-bestuur besloten. Ook komt er een plan ter preventie en bestrijding van S. java waarvoor bij de Europese Commissie cofinanciering zal worden aangevraagd.
Pingo Poultry gaat haar productielocatie in Cuijk sluiten, haar slachtactiviteiten in Goor continueren en haar erwerkingsactiviteiten in Mierlo uitbreiden. De reorganisatie is het directe gevolg van de vogelpest.
Het PPE-bestuur heeft ingestemd met het Interim-Besluit monitoring Aviaire Influenza 2003. Dit besluit maakt het mogelijk op afzienbare termijn te starten met de monitoring van koppels pluimvee op laag pathogene aviaire influenza (LPAI). Het gaat hier om een monitoringsprogramma voor alle bedrijfsmatig gehouden koppels pluimvee. Begonnen wordt met de ruim 100 koppels pluimvee die vanaf juni zijn ingevoerd in het kader van de herbevolking eenmalig worden onderzocht.
NOP-kostprijsberekening vleessector 2003
De kostprijsberekeningen van de NOP voor 18-weekse vleeskuikenouderdieren, broedeieren, eendagskuikens en vleeskuikens zijn kort geleden aangepast. De kostprijsberekeningen geven inzicht in de opbouw van de productiekosten binnen de verschillende schakels van de pluimveevleeskolom. Hiermee kan een pluimveehouder inzicht krijgen hoe zich de productiekosten in zijn schakel van de primaire keten verhouden tot de kosten in de andere schakels. Uit de berekeningen komt naar voren dat binnen iedere schakel van de sector de kosten de laatste twee jaar zijn gestegen, uitgezonderd in de broederij. Door een lagere broedeiprijs zijn de eendagskuikens goedkoper geworden. De verwachting is dat de kosten de komende jaren verder zullen stijgen, als gevolg van maatregelen op het gebied van welzijn, milieu en voedselveiligheid.
Kevers verspreiden salmonella
Piepschuimkevers en hun larven worden regelmatig aangetroffen in pluimveestallen. De divisie Infectie-ziekten van de Animal Sciences Group van Wageningen UR heeft onderzocht in hoeverre deze kevers een rol kunnen spelen bij het verspreiden van Salmonella en Campylobacter. De uitkomst is dat dit inderdaad het geval is. Zowel binnen een koppel, maar ook bij de overdracht tussen opeenvolgende koppels. Het is dus noodzakelijk kevers effectief te bestrijden.
Natuurlijk gedrag en kippengeluk
Als productiedieren de ruimte krijgen om hun natuurlijk gedrag uit te voeren is dat goed voor hun welzijn. In de huisvesting van leghennen wordt daarom steeds sterker ingespeeld op de eigen aard van de kip. Maar wat is het natuurlijk gedrag van een leghen en in hoeverre kun je zeggen dat ze gelukkig wordt als ze dat gedrag kan uitvoeren? En geldt dat voor alle natuurlijk gedrag? Het project Houden van Hennen van Wageningen UR, waarin aan nieuwe ontwerpen van leghennenhouderijsystemen wordt gewerkt, zette de eisen op een rij en legt de verbinding met burgerbeelden van diergeluk.
'Werken aan zichtbare risicoreductie op het gebied van voedsel- en consumentenproducten, in relatie tot volksgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn'. Dat is de missie die de Voedsel en Waren Autoriteit heeft geformuleerd binnen de Meerjarenvisie 2004-2007 die als een leidraad moet dienen voor de activiteiten van de organisatie. Binnen de Meerjarenvisie stelt de VWA dat men de volgende strategische uitgangspunten wil gaan hanteren:
Kwalitatief hoogwaardige producten leveren. De VWA voert de aan haar toegewezen taken adequaat, onafhankelijk, op hoog kwalitatief niveau en op een efficiënte wijze uit. De VWA geeft invulling aan risicobeoordeling, waarbij gelet wordt op zowel feitelijke gegevens als percepties bij de consument. De VWA geeft mede invulling aan het 'recht' van de consument om correct geïnformeerd te worden over voedsel en consumentenproducten. Voorkomen is beter dan genezen. De VWA bevordert preventie en proactief beleid als bijdrage aan risicoreductie. Verantwoordelijkheden dienen te worden herijkt. De VWA stelt zich op als actieve partij in internationale gremia waar EU-landen inhoudelijk en praktisch vormgeven aan wetgeving. Op de naleving hiervan houdt de VWA toezicht. Actieve deelname aan onder andere de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) en de op- en uitbouw van andere internationale netwerken zijn daarom noodzakelijk. Het volledige document 'Meerjarenvisie 2004-2007' is te vinden op de site van de Voedsel en Waren Autoriteit.
CBS: 2% meer omzet voedingsindustrie in oktober 2003
De Nederlandse industrie heeft in oktober 2003 vrijwel evenveel geproduceerd als in oktober vorig jaar. De omzet komt 2 procent lager uit dan een jaar eerder. Alleen de voedings- en genotmiddelenindustrie heeft 2 procent meer omzet geboekt. Dit kwam overeen met de stijging van de afzetprijzen in deze branche. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van het CBS. De productie van de industrie is in oktober gelijk gebleven ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. In het derde kwartaal van 2003 was de productie nog 2 procent lager dan in het derde kwartaal van 2002. Ook ten opzichte van september heeft de industrie in oktober van dit jaar vrijwel evenveel geproduceerd. In het derde kwartaal van 2003 daalde de seizoengecorrigeerde productie nog met 1 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal.
Zie voor meer informatie de site van het CBS
Landbouwsteun mogelijk zonder voorafgaande toestemming Brussel
De Europese Commissie gaat de regeling voor staatssteun aan de landbouwsector vereenvoudigen. Dankzij een nieuwe verordening zullen de lidstaten in de landbouwsector staatssteun voor uiteenlopende doeleinden kunnen toekennen zonder daarvoor de voorafgaande goedkeuring van de Commissie nodig te hebben. Verwacht wordt dat de verordening die een win-winsituatie gaat opleveren: er wordt voor een eenvoudiger beheer van en een doelmatig toezicht op de staatssteun aan de landbouw gezorgd zonder dat de mogelijkheden voor de Commissie om de ontwikkelingen op dit gebied te volgen minder worden.
Op grond van de verordening zullen de lidstaten bijvoorbeeld tot 60 % voor hun rekening kunnen nemen van de kosten van investeringen in landbouwbedrijven. Voor investeringen ter verbetering van het dierenwelzijn of van het milieu zal zelfs tot 75% aan steun kunnen worden toegekend zonder voorafgaande aanmelding bij de Commissie.
Er zal tot 100.000 euro over drie jaar kunnen worden toegekend in het kader van maatregelen om de productie en afzet van kwaliteitsproducten te bevorderen. Eenzelfde bedrag zal kunnen worden toegekend in het kader van maatregelen op het gebied van technische ondersteuning zoals het verstrekken van bedrijfsadviezen of het bevorderen van deelneming aan handelsbeurzen.
Zie voor een lijst met steunmaatregelen de site van de Europese Commissie.
Geneve (10 dec 2003) - De lidstaten van de wereldhandelsorganisatie (WTO) zullen er niet in slagen om de onderhandelingen over verdere liberalisering van de wereldhandel voor 15 december te hervatten. De voorzitter van de Algemene Raad van de WTO, Carlos Perez del Castillo, heeft dit dinsdag laten doorschemeren. Volgens hem wordt er wel progressie geboekt, maar is er te weinig tijd om de deadline te halen. De 148 WTO-leden proberen al sinds oktober om de zogenoemde Doha-ronde een nieuwe impuls te geven. In september liep een WTO-conferentie in het Mexicaanse Cancún op een groot debacle uit door ruzies over onder meer de westerse bescherming van de landbouwsector en de weigering van ontwikkelingslanden om te praten over nieuwe internationale regels voor mededinging, investeringen, douaneprocedures en overheidsaanbestedingen. In Cancún werd wel afgesproken om te proberen voor 15 december de onderhandelingen te hervatten. De afgelopen dagen toonden diplomaten bij het overleg in Genève, waar de WTO is gevestigd, zich daar steeds somberder over. Perez del Castillo wilde dinsdag niet van een nieuw ,,debacle'' spreken. ,,Er zijn wat positieve en wat negatieve signalen'', aldus de Uruguayaanse WTO-ambassadeur. Mochten de WTO-lidstaten er niet in slagen om voor 15 december de onderhandelingen over vrijere wereldhandel te hervatten, dan lijkt afronding van de Doha-ronde voor eind 2004 uitgesloten. Deze ronde, eind 2001 begonnen, moet leiden tot vrijere handel in landbouwproducten, industriegoederen en diensten. Voor het Nederlandse bedrijfsleven valt er vooral op het laatste terrein veel te winnen. (ANP)
Reorganisatie bij Pingo Poultry definitief, 125 banen verdwijnen
Nutreco heeft officieel de maatregelen bekend gemaakt die het concern gaat nemen om de vleespluimveeactiviteiten voor de Benelux, ondergebracht in de dochter Pingo Poultry, te reorganiseren. Daarbij zal voor 125 FTE's aan banen worden geschrapt. Ping Poultry zal in samenwerking met de ondernemingsraad en de vakbonden zoveel mogelijk mensen proberen te herplaatsen binnen het bedrijf of binnen andere dochterondernemingen van Nutreco. De reorganisatie bij Pingo Poultry is volgens Nutreco noodzakelijk geworden als gevolg van de uitbraak van klassieke vogelpest eerder dit jaar. De activiteiten van het bedrijf zullen zich gaan concentreren op de productie van verse kip- en kipproducten voor supermarktketens in Nederland en België. Daarnaast wil Pingo Poultry produceren voor de industriële voedingsmarkt en de food-service industrie.
In september van dit jaar werd door Pingo Poultry al een reorganisatie van de activiteiten in België aangekondigd. Het bedrijf heeft de locatie in Stevoort gesloten en inmiddels zijn alle activiteiten geconcentreerd in Maasmechelen. Ook werd reeds een reorganisatie doorgevoerd op het hoofdkantoor in Nederland. De productie in Cuyk zal worden gestopt, terwijl deze in Mierlo zal worden uitgebreid. In Goor zal de productie normaal worden voortgezet.
Pingo Poultry beheert alle schakels in de pluimveeproductie- en verwerkingsketen en heeft 7 vestigingen in Nederland en België. Bij het bedrijf werken in totaal 1.160 mensen. Met de operatie is een bedrag van 14 miljoen euro gemoeid, waarbij de kosten voor vervroegde afschrijvingen zijn inbegrepen. Deze kosten zullen in de resultaten van het tweede half jaar van 2003 worden verwerkt.
CBS: afzetprijzen landbouw blijven achter bij de kosten
In de periode 1995-2002 zijn de afzetprijzen in de landbouw met gemiddeld 1,2 procent per jaar gestegen. De kosten daarentegen stegen met gemiddeld 2,4 procent. In de relatief goede jaren 1996, 1997, 2000 en 2001 gingen de afzetprijzen gelijk op met de kosten. In de slechte jaren 1998, 1999 en 2002 bleven de afzetprijzen echter duidelijk achter bij de kosten. Er bestaan grote verschillen in de prijsontwikkeling van landbouwproducten. Zo leverden snijbloemen over de periode 1995-2002 ruim 4 procent per jaar meer op. Daarentegen daalden in diezelfde periode de prijzen van vlees, graan, aardappelen en suikerbieten. De prijsdaling van graan wordt gedeeltelijk gecompenseerd door Europese steun.
De meeste kostensoorten stegen ongeveer even hard als de inflatie. Een uitzondering is hierbij de zeer sterk gestegen prijs van energie, met name aardgas voor de glastuinbouw. Dit is juist voor de telers van snijbloemen van belang, omdat de teelt van de snijbloemen voor een groot gedeelte onder glas plaatsvindt. Daarmee wordt voor deze telers een belangrijk gedeelte van de stijging van de afzetprijzen in de sierteelt weer tenietgedaan.
De belangrijkste kostenpost - ongeveer eenderde in 1995 - voor de landbouw is veevoer. De prijs van veevoer is de laatste zeven jaar ongeveer gelijk gebleven. Voor de vleesveehouders weegt deze gematigde prijsontwikkeling echter niet op tegen de gedaalde vleesprijzen.
Boerenbelangenorganisaties in verschillende Europese landen voeren gesprekken met elkaar over een protestactie op Europese schaal tegen de macht van de supermarkten. De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) heeft bevestigt dat er contacten zijn met boerenorganisaties in België, Frankrijk, Duitsland en Engeland. De Britse actiegroep Farmers for Action (FFA) heeft het initiatief genomen tot een boerenactie op Europese schaal. De FFA voert al wekenlang strijd tegen de lage melkprijzen.
De Europese boerenactie zou nog voor de kerst gehouden moeten worden, maar de NMV verwacht dat het niet eerder dan begin volgend jaar wordt.
Duits vleesverbruik verschuift van rund en varken naar kip
Het Duitse bureau voor markt- en prijsinformatie binnen de landbouw ZMP meldt dat het verbruik van rundvlees tussen 1993 en 2002 behoorlijk is afgenomen. Ook het verbruik van varkensvlees nam wat af. Daar staat tegenover dat het verbruik voor pluimveevlees aanzienlijk is gestegen. In 1993 at men in Duitsland per hoofd van de bevolking gemiddeld 19,7 kg rundvlees. In 2002 was dat nog maar 12,3 kg. Het verbruik aan varkensvlees nam in dezelfde periode af van 56,1 naar 53,7 kg. De Duitsers aten in 2002 gemiddeld 17,5 kg aan pluimveevlees. Dat was 5 kg meer dan in 1993.
Duitsers eten in plaats van vlees extra pasta's, rijst en brood. Hoewel de consumptie wel terugloopt wordt er in Duitsland nog 6 keer zoveel aan aardappelen gegeten dan aan pasta's. Er wordt per hoofd van de bevolking jaarlijks voor 84,2 kg aan verse groenten gebruikt. De consumptie van verse melk daalt en verschuift volgens het ZMP in de richting van yoghurt-, kefir- en andere zuiveldrankjes. In de consumptie van fruit, eieren en vis ziet men geen opvallende verschuivingen.
Tweede Kamer buigt zich dinsdag a.s. over knelpunten huidige beleid
LTO; Actieprogramma stevig fundament voor nieuw mestbeleid na 2005
Het derde Actieprogramma mest, dat vrijdag jl. aan de Tweede Kamer is aangeboden, biedt mogelijkheden voor een praktische aanpak waar boeren en tuinders mee uit de voeten kunnen. ‘De hoofdlijnen ervan spreken aan, over de contouren zijn we het eens’, zegt LTO-bestuurder Antoon Vermeer. Volgens hem is met het Actieprogramma een stevig fundament gelegd voor het nieuwe mestbeleid in 2006 en verder. Aanpassing van dat beleid was nodig na een uitspraak begin oktober van het Europese Hof over de Nederlandse invulling van de Nitraatrichtlijn. Het bestaande mestbeleid loopt nog door in 2004 en 2005. Over de invulling hiervan liggen nog enkele knelpunten op tafel, die moeten worden opgelost. Gezien eerdere uitspraken van het parlement verwacht Vermeer, dat de Tweede Kamer komende dinsdag de normen van het huidige mestbeleid zo zal bijsturen dat de agrarische bedrijven op de korte termijn niet voor een onmogelijke opgave komen te staan.
De uitspraak van het Europese Hof over de Nederlandse invulling van de Nitraatrichtlijn is de aanleiding om het huidige mestbeleid grondig aan te passen. Vanaf 2006 worden gebruiksnormen ingevoerd, die aangeven hoeveel meststoffen jaarlijks maximaal op het land mogen worden gebruikt en daarmee ook hoeveel stikstof en fosfaat. In het huidige systeem worden boeren en tuinders afgerekend op basis van de hoeveelheden mineralen, die in het milieu terechtkomen (verliesnormen). De komende twee jaar blijft dit systeem nog van toepassing.
Het overleg van de afgelopen weken tussen LTO Nederland, minister Veerman (LNV) en staatssecretaris Van Geel (VROM) over het nieuwe mestbeleid is constructief geweest, aldus Vermeer, tevens voorzitter van de LTO-commissie Milieu. Er is volgens hem een duidelijke richting aangegeven op basis waarvan begin volgend jaar in elk geval een zinvolle discussie mogelijk is over de concrete invulling van het mestbeleid. Hij doelt hierbij met name op het mestgebruik op droge zandgronden, die extra kwetsbaar zijn. De evaluatie van de Meststoffenwet volgt begin komend jaar.
Tot april 2004 zal derhalve worden verder gepraat over normen en fasering van het nieuwe mestbeleid, waarbij rekening wordt gehouden met de sociaal-economische gevolgen ervan. LTO stond erop dat die toevoeging letterlijk in het actieprogramma werd opgenomen. Er is volgens Vermeer nog een hele weg te gaan: “De komende maanden is nog veel overleg nodig en zal nog volop onderhandeld moeten worden om er gezamenlijk uit te komen.” Ook de gebruiksnormen en de bijbehorende bandbreedtes voor de akker- en tuinbouw (voor 2006 en verder) zullen begin volgend jaar worden ingevuld.
Terwijl nu het einde van het jaar in zicht is, moet óók worden beslist over de normen die in 2003 gelden voor het mestgebruik in de land- en tuinbouw. Als achteraf toch tot strengere normen wordt besloten, zou dit getuigen van onbehoorlijk bestuur, vindt Vermeer. Bevriezing van de normen 2002 voor het jaar 2003 is naar de overtuiging van LTO de enige, redelijke oplossing.
LTO pleit voor een voortzetting van praktijkproeven in de komende twee jaar. Er is meer helderheid nodig over de gevolgen en knelpunten van het aan te passen mestbeleid en de vraag welke maatregelen op bedrijfsniveau zijn door te voeren om de overgang naar het nieuwe mestbeleid zonder onoverkomelijke problemen te laten verlopen. Deze proefprojecten zijn des te belangrijker met het oog op de zogenoemde ’derogatie’: Nederland heeft formeel aan Brussel gevraagd voor rundveebedrijven met overwegend grasland soepeler mestregels toe te staan. Vermeer noemt het ‘van levensbelang voor de veehouderij’ dat het Nederlandse verzoek door de Europese Commissie wordt gehonoreerd.
Per 1 januari a.s. staan er enkele veranderingen op stapel in de handelnormen van eieren. In grote lijnen zijn de veranderingen bekend, maar over de preciese invulling beslist het Beheerscomite Pluimvee en Eieren in Brussel halverwege deze maand. Enkele opvallende veranderingen: verdwijnen van de categorie B-eieren (gewassen eieren) en een verplichte code op eieren van buiten de EU. Het stempelen is overigens een verhaal apart. Daarom ook een overzicht van stempel- apparatuur en gebruikerservaringen.
Knelpunten taxaties
De taxatieprocedure die is toegepast tijdens de vogelpestcrisis heeft knelpunten opgeleverd. Op basis van een aantal knelpunten in het taxatieproces zijn veel hertaxaties aangevraagd. De NOP heeft met het ministerie van LNV overlegt over de procedures die in de betreffende situaties gelden.
Ammoniak uit verrijkte kooi
Het Praktijkonderzoek heeft al veel onderzoek verricht aan verrijkte kooien. De nadruk lag daarbij vooral op het functioneren van de diverse systemen en de technische resultaten van de leghennen. Inmiddels is ook de uitstoot van ammoniak onderzocht in relatie tot milieuvergunningen. Uit de metingen blijkt dat de gemiddelde ammoniakuitstoot bij verrijkte kooien op 25,5 gram per dierplaats per jaar ligt.
Verteringsproblemen
Door allerlei oorzaken is er een toename in verteringsproblemen bij vleeskuikens. De schade bedraagt al gauw meer dan 25 procent van het nettoresultaat. Een gerichte aanpak en intensieve controle kunnen veel voorkomen. De toenemende regelgeving hierbij is hinderlijk maar prikkelt tot het ontwikkelen van diagnostiek en oplossingen, aldus pluimveedierenarts R. Liezenga.
Anevei-voorzitter Ton van Dijk maakt zich zorgen over de massale omschakeling van pluimveehouders naar de productie van scharreleieren. Omdat tegenover aankoopcontracten geen langdurige verkoopcontracten staan, omdat supermarkten die niet geven, vreest Van Dijk dat eierhandelaren forse verliezen op die contracten zullen lijden wanneer de eierprijzen dalen.
Verrijkte kooien zijn de laatste jaren sterk verbeterd, maar zijn nog niet geheel praktijkrijp. Minpunt is de eikwaliteit (meer tweede soort, met name vuilschaligheid). Ook de strooiselvoorziening werkt nog niet naar behoren. Dit concludeerde PV-onderzoekster Thea Fiks op basis van tien jaar onderzoek aan verrijkte kooien, woensdag j.l. tijdens een studiemiddag in Ede.
Praktijkonderzoek Veehouderij kampt met een financieel tekort doordat de belangrijkste geldschieters, LNV en de productschappen, minder bijdragen. Hoe groot het verlies van praktijkonderzoek is, wil het PV niet bekend maken. Het onderzoek gaat zich nu op mogelijkheden in het buitenland orienteren.
Stand van zaken vergoeding vernietigde broedeieren: sinds het negatieve bericht van Europa aangaande de cofinanciering voor de vernietigde broedeieren, hebben Landsbond en Vakgroep Pluimveehouders aan dit dossier prioritaire aandacht geschonken. Ondertussen zijn de stappen die genomen kunnen worden duidelijker en hopen we een goede oplossing hieruit te kunnen destilleren. Indien er zich concreet een oplossing aangediend heeft, zullen we het niet nalaten dit aan U te melden.
Afgelopen maandag hebben we eveneens rond de tafel gezeten met onze Nederlandse collega’s van het NOP om de problematiek verder te bespreken. Hier is meer duidelijkheid geschept rond de 3 miljoen euro die Europa voor Nederlandse vermeerderaars gereserveerd heeft. (zie Pluimvee Actueel nr 81). Deze 3 miljoen mag inderdaad aangewend worden als schadevergoeding voor de afgevoerde broedeieren naar de brekerij. Vermits het hier over een Europese cofinanciering gaat, zal de Nederlandse vermeerderingssector er nogmaals 3 miljoen tegenover zetten. Maar deze tussenkomst ligt nog vér onder de grens van wat een billijke vergoeding genoemd kan worden. Volgens het NOP heeft de vermeerderingssector in totaal 11 à 12 miljoen euro nodig voordat de vermeerderaars naar behoren vergoed zijn. In België spreken we over een totale schade aan vernietigde broedeieren van 1.4 miljoen euro (rekening gehouden met de brekerijvergoeding die reeds betaald werd en de 90%-regel). De toezegging van deze 3 miljoen moet nog door het Europese Parlement goedgekeurd worden.
Duitse bondsraad koppelt batterijverbod aan mogelijke alternatieven. De Duitse bondsraad heeft bij de behandeling van de 'Tierschutz-Nutztierhaltungsverordnung' op 28 november ingestemd met het voorstel van de deelstaten Mecklenburg-Vorpommern en Niedersachsen. Daarin staat dat kooihuisvestingsystemen voor leghennen pas verboden kunnen worden twee jaar nadat het onderzoek naar mogelijke alternatieve huisvestingsystemen is afgerond. Duitse dierenbeschermingsorganisaties hebben hun hoop nu gevestigd op minister Künast van landbouw. Zij heeft aangegeven dat ze niet van plan is om het besluit van de bondsraad te volgen en dat ze vast wil houden aan het plan om in Duitsland per 31 december 2006 de legbatterijen te verbieden. Ook de minimumhoogte van 2 meter voor de kooien die oorspronkelijk in de verordening stond, werd door de bondsraad geschrapt. Voor het voorstel van de deelstaat Sachsen om de legbatterijen na 2009 te verbieden bleek er geen meerderheid. De wijzigingsvoorstellen van de bondsraad voor de verordening hadden verder het doel om de verschillende Europese richtlijnen ten aanzien van het dierenwelzijn in de varkenshouderij te integreren in de Duitse wetgeving. Er bleek daarbij een meerderheid binnen de bondsraad die stelde dat zodra de Duitse normen strenger zijn dan die van Europa, de Europese normen gehanteerd moeten worden. (bron: Bundesrat \ Agramo, 28/11/03)
Ook in België is het dossier “verrijkte kooi” weer actueel. De pluimveeorganisaties hebben recentelijk opnieuw de vraag gesteld naar de betrokken ministers om de Europese normen ongewijzigd over te nemen bij de omzetting van de Richtlijn naar Belgisch Recht.
Stempeling consumptie-eieren. De Europese Commissie en de Lidstaten spreken al enige tijd over wijzigingen in de Europese handelsnormen voor eieren. Het betreft aanpassingen die al per 1 januari 2004 van kracht worden. Op hoofdlijnen heeft de Europese Raad deze week besluiten genomen. Over de uitvoeringsdetails neemt het Beheerscomite Pluimvee en Eieren op 15 december aanstaande een besluit. In ons vakblad Pluimvee van januari zullen we hierop uitgebreid ingaan.
Duitse mengvoerfabrikant gaat kuikens slachten. De Duitse mengvoerfabrikant Rothkötter in Meppen, vlak over de grens bij Emmen, begint over twee weken met de slacht van vleeskuikens in een gloednieuwe slachterij. Bij de start kunnen daar vier- tot vijfhonderdduizend kuikens per week worden verwerkt. Op termijn kan de capaciteit worden vergroot. Een aantal maanden geleden nam het bedrijf al een nieuwe broederij in de buurt van Meppen in gebruik. Terwijl Nederlandse pluimveeslachterijen dicht gaan of zich beraden op hun toekomst, komen er in Duitsland nieuwe bij. Investeerders in Duitsland zijn blijkbaar positief over de toekomst van de pluimveesector. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de lagere slachtkosten in dat land en betere afzetmogelijkheden van pluimveevlees met een Duits stempel erop. (bron: Agrarisch Dagblad, 02/12/03)
Veterinair deskundigen wijzen 8 uurgrens bij diertransport af. Er zal binnen de Europese Unie waarschijnlijk niet besloten worden tot een beperking van de maximale transportduur voor dieren van 8 uur. De groep veterinaire deskundigen van de lidstaten die op 21 november over het onderwerp heeft gesproken kan zich vinden in voorstellen van de Europese Commissie waarbij het transport na rustpauzes kan worden voortgezet. De meeste lidstaten blijken te kunnen leven met een transportduur van 9 uur. Een verplichte rusttermijn van 12 uur acht men overdreven. Men ziet meer in een systeem waarbij op de eindbestemming van het transport veterinaire controles plaatsvinden. Volgens de veterinaire deskundigen moet het in uitzonderingsgevallen ook mogelijk zijn om dieren gedurende een maximum tijdstraject van 22 uur te transporteren. Dieren moeten hierbij wel continu de beschikking hebben over drinkwater. De beslissing over de nieuwe regels ten aanzien van diertransporten zal door de EU-landbouwministers worden genomen tijdens de agrarische raad van 17 tot 19 december. (bron: DLZ Agrarmagazin, 26/11/03)
Waarheidscommissie Vogelpest presenteert zwartboek over vogelpestcrisis
De 'Waarheidscommissie Vogelpest' een initiatief van een tiental gedupeerden en betrokkenen, zal op 3 december een 618 pagina's dik zwartboek overhandigen aan minister Veerman van LNV. De commissie pleit voor een parlementair onderzoek naar de aanpak van de vogelpestcrisis. Het zwartboek kreeg de titel 'Vogelpest, het verdriet van Nederland'. In het boek staan veel verhalen opgetekend door hobbydierhouders die zich geschoffeerd en geïntimideerd voelen door de aanpak van de overheid. Ook bevat het steunbetuigingen aan leden van de commissie, dierenarts Sjef van Bers, Nuenenaar Ad van Noort en Kenneth Broekman uit Someren, die de AID voorhield leiding te geven aan een netwerk van personen die hobbydieren hielpen onderduiken. Broekman belandde voor zijn actie tien dagen in de cel. Zijn zaak is nog altijd in onderzoek.
Prof. dr. A. Stegeman, hoogleraar epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, heeft in de media verschillende keren aangegeven dat het doden van hobbydieren ten tijde van de crisis een totaal zinloze operatie was. In het zwartboek houdt hij een pleidooi voor het afschaffen van het non-vaccinatiebeleid in Europa. Via een markertest moet het mogelijk worden om onderscheid te maken tussen gevaccineerde en besmette dieren. De vaccinatie zou daarbij beperkt kunnen blijven tot de commerciële sector.
Volgens de opstellers van het boek vormt het geen aanklacht tegen de huidige intensieve pluimveehouderij. Ook is men niet uit op het hoofd van de minister. Belangrijk is volgens hen dat bij toekomstige ziekteuitbraken in de veehouderij de etische aspecten bij de bestrijding niet volledig ondergeschikt worden gemaakt aan de economische belangen. Men maakt minister Veerman wel het verwijt dat hij bij de aanpak van de vogelpestcrisis onvoldoende heeft geluisterd naar adviezen van de wetenschappers.
De Duitse mengvoerfabrikant Rothkötter in Meppen, vlak over de grens bij Emmen, begint over twee weken met de slacht van vleeskuikens in een gloednieuwe slachterij. Bij de start kunnen daar vier- tot vijfhonderdduizend kuikens per week worden verwerkt. Op termijn kan de capaciteit worden vergroot. Een aantal maanden geleden nam het bedrijf al een nieuwe broederij in de buurt van Meppen in gebruik. Terwijl Nederlandse pluimveeslachterijen dicht gaan of zich beraden op hun toekomst, komen er in Duitsland nieuwe bij. Investeerders in Duitsland zijn blijkbaar positief over de toekomst van de pluimveesector. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de lagere slachtkosten in dat land in vergelijking met Nederland en betere afzetmogelijkheden van pluimveevlees met een Duits stempel erop.
MKB-Nederland vraagt minister Brinkhorst van EZ om de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) onderzoek te laten doen naar de prijzenslag tussen de grote supermarkten. Zoals het er nu naar uitziet is dit geen kortstondige incidentele 'oorlog', maar een wedstrijd om de langste adem. De impact is groot en overstijgt het belang van supermarkten. Gevreesd wordt dat kleinschalige winkelvoorzieningen (supermarkten en speciaalzaken) in wijken en kleine kernen hierdoor het loodje leggen. MKB-Nederland vermoedt dat de grote supers misbruik maken van hun economische machtspositie als grote inkoper. Ook de consument zal uiteindelijk verliezen. Verschraling van het aanbod beperkt de concurrentie en daarmee zijn keuzevrijheid, aldus MKB-Nederland.
Veerman: Derogatieverzoek blijft van belang voor veehouderij
Minister Veerman is er van overtuigd dat wanneer de Nederlandse derogatieverzoeken niet door de Europese Commissie worden gehonoreerd, er sprake zal zijn van een aanzienlijk nationaal mestoverschot. Daarmee deelt de minister de conclusies van het vakblad Boerderij niet. Veerman schrijft dit aan de Tweede Kamer in reactie op vragen vanuit de vaste commissie voor LNV naar aanleiding van een artikel in Boerderij. Boerderij becijferde in het nummer van 18 november dat wanneer men voor het bepalen van het mestoverschot uitgaat van de grootte van de veestapel gebaseerd op MINAS-cijfers in plaats van op meitellingen, alle mest ook zonder het honoreren van derogatie geplaatst kan worden.
Minister Veerman wijst er op dat een Commissie van deskundigen van het Milieu- en Natuurplanbureau op basis van het protocol 'berekening landelijk mestoverschot' in april 2004 een berekening zal maken van het landelijk mestoverschot als onderdeel van de evaluatie van de meststoffenwet 2004. De resultaten daarvan zullen voor een deel zijn gebaseerd op keuzes in het nieuwe stelsel van gebruiksnormen die nog gemaakt moeten worden. De berekeningen van een te verwachten overschot zijn gebaseerd op een groot aantal aannames en kennen altijd een bandbreedte, stelt Veerman.
De minister wil de cijfers van april volgend jaar afwachten en vermijden in ad hoc discussies terecht te komen door de cijfers van Boerderij nu al van gedetailleerd commentaar te voorzien. Hij wijst de Tweede Kamer er wel op dat Boerderij de mogelijkheden voor export twee keer zo groot inschat als de Commissie van deskundigen in 2002 heeft gedaan. Deze aanname zorgt bijvoorbeeld voor een verlaging van het berekende mestoverschot met circa 20 miljoen kg stikstof.
Veerman acht het verstandig om alles in het werk te blijven stellen om het Nederlandse derogatieverzoek wel door de Europese Commissie gehonoreerd te krijgen.
Oplossing gezocht voor gevaar door mestoverslag langs weg
De vrachtwagens waarmee mest naar de akker aangevoerd wordt gaan veelal op het fietspad staan waardoor fietsers gedwongen worden de weg op te gaan, hetgeen tot gevaarlijke verkeerssituaties kan leiden. Bovendien veroorzaken de vrachtwagens regelmatig schade aan de fietspaden. Het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland (ROVZ) zoekt een oplossing. Het ROVZ wil in overleg met de koepelorganisatie van mestleveranciers een oplossing vinden voor de gevaarlijke situaties tijdens de overslag van mest. Gedacht wordt aan het invoeren van spelregels naar voorbeeld van de campagne 'Modder op de weg'.
Daarnaast wordt bekeken of er oplossingen zijn die het mogelijk maken dat de vrachtwagens niet langer op het fietspad parkeren om de mest over te pompen. Bijvoorbeeld door platen zoals ze die ook in de bouw gebruiken op het land te leggen zodat de vrachtwagen daar wel kan staan. Een andere mogelijkheid is, de vrachtwagen toch op de weg te laten staan, en de slang die gebruikt wordt voor het overpompen van de mest overrijdbaar te maken.