Doodse stilte, een klok, op tv die traag zijn seconden tikt, het verspringen van de grote en de kleine wijzer, sluitend in elkaar, Mensen die na twee minuten stilte "waarschijnlijk voor het eerst en laatst dit jaar" deze verwisselen voor drukte, gelach, gehuil en gegroet. Deze eerste 5 minuten van het nieuwe jaar, dan wordt er zoveel gelogen en gesproken dat het bijna hun eigen ziel bebloedt.
Doe uw wensen beloften alleen u zelf horen, dan doet u alleen uw eigen hiermee pijn en laat de komende jaren deze niet te bereiken gedachten lekker zijn.
Onbekend
Het nieuwe jaar
Voor de één is het werken Voor de ander is het stoppen Voor de één is het leven Voor de ander is het sterven Voor de één is het liefde Voor de ander is het verdriet.
Een ding weten we zeker wat het is wordt, weten we gelukkig niet.
Joop
Oud jaar ..... Nieuw jaar
Na een storm kan je Nooit de bloesems terug brengen aan de takken hoe hard je het ook probeert.
Het oude jaar versleten Het nieuwe jaar geboren
De bloesems komen terug.
Onbekend
Oud en Nieuw
We eten ons het oude jaar uit, En drinken ons het Nieuwe jaar in. Jaar na Jaar na Jaar. "Kom we maken met elkaar" Een heel nieuw jaar.
Proost
Jacqueline
Een gedicht over 't nieuwjaar - vooruit een naamdicht
Een nieuwjaar begint altijd bij de Bakker die broodjes moet bakken voor de beren dat worden dan Berendse gesmeerde broodjes Maar beren willen niet altijd smeren Ze houden veel van boerenkool In Kropswolde is een speciale Koolwijk. Maar nee, geen witte maar echte boeskool Ze stuurden een Bode, die van West Nee, niet uit Westerwolde, Harry houdt niet van het woud - van Wolde. En Ansje steeg zo snel dat hij daar maar achteraan holde en gestoken beide in een mooie buis kochten ze in Eelde en Zuidhorn 2 Buiskolen v van der Ed moest plots op no 3 een andere Ed bleef bij zijn zessen ook op plaats 3, maar onder excessen Daan houdt niet van hakken met de botte bijl En Marjon houdt zich liever op in Delfzijl houden Tollens leden van puzzelen? Daarom deze naam cryptisch - roem, lengte, geen vrouw Niet moeilijk te raden, zeg het maar gauw (Eerelman) Naast het Noordermeer ligt een klein Rietveldt een daar zegt Jan - Ga naar de Walma, een rietveld is gevaarlijk want daarin loopt een boze Wolf. Hij staat altijd op een zekere Horn en naast hem een zekere Wolbrink, een kookfanaat, die grijpt jou zo maar en eenmaal in zijn handen is dat heel link.
Attie
Het nieuwe jaar..
dichten... Het nieuwe jaar dichten? Doen we dit niet al in ons streven naar zinvol in ons streven naar invulling zinvolle invulling van ons dagelijks leven? Niet goed maar druk gaat het met ons om de duivel zijn oorkussen te allen tijde te misgunnen!
Het oude jaar dichten dàt is beter. Afsluiten wat is geweest, vooruit kijken naar wat komt. Het leven niet dichten met plichten maar openstellen voor wat er maar mag komen. Genieten van wat gebeurt of er op zijn minst van leren.
Wie dàt doet heeft aan het eind van `98 een prachtig jaar gedicht.
Elisa
Zie het Nieuwe Jaar dat aan komt razen
Weg zijn de Kerstman en de Klazen nog een verlate vuurwerk knal en daar staat het ventje al. Op de drempel van het nieuwe jaar, het kijkt ons aan, zijn wij al klaar? De wereld moet nog verder rollen en zij laat, met zich, ons rondtollen. Alles één groot schouwtoneel. Wat is het dat ik daarop speel? Een dwaas, een wijze of een slaaf? Een zoeker, maker, tobber, witte of zwarte raaf? Of spelen wij ons spelletje niet, zolang het buiten giet?
Dat Tollens zich zijn lot mag zoeken weer in de boeken en op het toneel, dat is ons deel dat ons is toebedeeld en nooit verveelt omdat het leven spelen, zelf ook op doet leven,
tegelijkertijd Heden en één levende ketting met verleden. Tijd is litteratuur om het even. Is het 500 jaar terug of gisteren geschreven? Het leven blinkt ons aan Zie het nieuwe jaar staan
Jan Albert
Oud & Nieuw
Een niet te delen ogenblik Het oude jaar voorbij De tijdklok tikt de laatste tik De klokslag keert het tij En slaat vooral een nieuw begin
In het levenslied gevangen Zingt de mensheid levenslang `t Lied van toekomst, heden en vergangen Stemt haar blijde, droef en bang Tot het eigen klokje 't einde slaat
Houdt zich bezig met veel wensen Wonen, werken, samen delen Denkt voor zich en and're mensen Spitst zich graag op brood en spelen Memoreert zijn welbesteed bestaan
Zij die hun talenten gaven Aan toneel en rederijkerij Als zij zich aan Tollens laven Kiezen zij het best daarbij Wat een mens zichzelve wensen kan.
Jan
Nieuwjaargedicht
Traan, traan, traan wat zijn ze snel gegaan, jaren, jaren, jaren, ze zijn, floep, voorbij gevaren
dagen, dagen, dagen, met heel veel dineetjes in de magen, rollen, rollen, rollen, en tot slot nog wat oliebollen
Ja, ja wat een gedicht !
gein, gein, gein, doe mij nog maar een litertje wijn, hier, hier, hier, en geef hem nog maar een flesje bier
franje, franje, franje, en zij lust nog wel wat champagne, galm, galm, galm, samen met een toastje zalm
Ja, ja wat een gedicht !
morgen, morgen, morgen, breken aan heel veel zorgen, smoken, smoken, smoken: wat met nieuwjaar mag je niet meer roken
haring, haring, haring het nieuwe jaar is een openbaring zerken, zerken, zerken, maar eerst nog wat vuurwerken,
Ja, ja wat een gedicht !
toast, toast, toast, op iedereen een proost, mensen, mensen, mensen, en gelijk erbij de beste wensen
blus, blus, blus, we geven elkaar een kus turen, turen, turen, ik moet Sjaan nog een kaartje sturen
Ja, ja wat een gedicht !
wegen, wegen, wegen: ik wens joe allen hail veul zegen bondheid, bondheid, bondheid: met nog n'haileboel gezondheid
Vlot, vlot, vlot, nog een laatste regel tot slot licht, licht, licht
ja, ja, wat een gedicht
Frans
Met Rederijken in het nieuwe jaar ben je niet zomaar klaar.
Sint z'n tijd is al voorbij, die schudt gedichten uit zijn pij Hersenkraken is een spel doe je je best dan lukt het wel. Nieuwjaar, O Ja da's waar Een borreldag in 't Nieuwe jaar Kruipend geven mensen aan elkaar de beste wensen. Tijd van vreugde en verdriet lukt het wel of lukt het niet. Alle zorgen wat er komen gaat, wat trouwens nergens op slaat Tollens op weg naar honderdvijftig. Halen we dat nog wel? Gauw wat nieuwe leden maken, 't is een onderdeel van 't spel.
Veel toneel hoor ik u dromen maar alleen als veel bezoekers komen Wil het volk wel brood en spelen of alleen showbizz city met elkander delen.
Krijgt het nieuwe jaar nog veel cultuur of is dat voor ieder veel te duur? Een schrijversstal op 't podium. Leuk voor ieder cultureel hart want U wacht met smart op nieuwe dingen. Bijvoorbeeld liedjes zingen: Lang Leve Tollens Het ga haar goed Op naar twee eeuwen Houdt moed.
Daniël
EU beperkt import pluimveevlees uit Thailand en Brazilië
De Europese Unie gaat de import van pluimveevlees uit Thailand en Brazilië beperken door de importheffingen voor bevroren en licht gezouten kipproducten te verhogen. Verwacht wordt dat de invoer in het eerste kwartaal van 2003 sterk zal dalen. De maatregel is genomen na klachten van de pluimveesector in de EU. Thailand en Brazilië ontdoken de importheffingen voor pluimveevlees door het vlees licht te zouten, waardoor het vlees onder een laag invoertarief viel. Het grote aanbod uit Thailand en Brazilië heeft op de Europese markt tot een prijsdaling van 30% binnen één jaar geleid.
Het Productschap voor Vee en Vlees verwacht niet dat Thailand en Brazilië op grote schaal over zullen schakelen op andere producten om hun exportvolume naar Europa op peil te houden. Wel wordt een lichte stijging van het aanbod aan gekookte en gebakken kipfilet verwacht. Ook deze producten vallen onder een laag importtarief. Deze producten worden vooral verwerkt in kant- en klaarmaaltijden.
Energie-investeringsaftrek (EIA) in 2003 weer opengesteld
Ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie kunnen in 2003 weer rekenen op een fiscaal voordeel als zij Energie-investeringsaftrek (EIA) aanvragen. Deze fiscale regeling is in 2003 op een aantal punten gewijzigd. De aanpassingen bouwen voort op de wens van het kabinet om het freerider-effect tegen te gaan en de kosteneffectiviteit te verbeteren zodat zoveel mogelijk energie bespaard wordt tegen zo laag mogelijke kosten.
Jaarlijks wordt de regeling aan de stand van de techniek aangepast. De Energielijst bepaalt welke bedrijfsmiddelen in aanmerking komen voor EIA en wordt hier ieder jaar op aangepast. De nieuwe lijst met bedrijfsmiddelen kan geraadpleegd worden via www.senter.nl/eia.
Ondernemers kunnen via de EIA 55% van de investeringen van energiebesparende bedrijfsmiddelen aftrekken van de fiscale winst. Eind 2002 is de regeling tijdelijk stopgezet vanwege voortijdige uitputting van het beschikbare budget. In 2003 kan het Nederlandse bedrijfsleven ruim 1 miljard euro aan energie-investeringen verrichten.
In januari vertrekt een schip met Vlaamse varkensmest naar Rusland. Het persbureau Belga heeft dat bekendgemaakt. Een precieze datum is nog niet bekend, evenmin als de hoeveelheid mest. De contracten met de Vlaamse veehouders moeten nog worden afgesloten, aldus André Bracke, voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Varkenshouders (Veva).
Het transport is afhankelijk van de aankomst van een schip – van een Russische rederij – in de haven van Oostende. Het zal volgens Belga vermoedelijk 1.000 ton mest kunnen meenemen naar Rusland. Veva, die de mestexport coördineert, sluit de contracten met varkenshouders. Leden van Veva betalen 29,75 euro per ton, niet-leden 30,99 euro.
De varkensmest wordt in Vlaanderen eerst gescheiden. Alleen de dikke fractie gaat naar Rusland. Veva zegt dat zij alle nodige vergunningen heeft gekregen. De vereniging is van plan meer transporten naar Rusland te organiseren als er voldoende aanbod van varkensmest is. In 2003 worden de bemestingsregels in België aangescherpt, waardoor het mestoverschot toeneemt. Voor varkensmest zijn er nauwelijks verwerkingsinstallaties. Export naar Wallonië is door de Waalse deelregering verboden.
De Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) wil meer gerichte controles uitvoeren op diervoeders. Dat heeft zij geadviseerd aan de verantwoordelijke bewindslieden van LNV en VWS. De controles zullen plaatsvinden in de gehele diervoederketen. Alleen een compleet beeld van de keten kan zorgen voor een beperking van het risico. Toezicht en controle op individuele bedrijven blijft daarnaast noodzakelijk. De VWA vindt dat de Kaderwet Diervoeders zo spoedig mogelijk ingevoerd moet worden. Pas dan krijgt de overheid de verantwoordelijkheid voor de erkenning van diervoederbedrijven. Ook wordt het toezicht op de productie dan beter.
De verkoop van voedingsmiddelen via het internet is in de eerste helft van 2002 sterk gegroeid. In totaal werd voor 26 miljoen euro aan levensmiddelen via internet verkocht. Over heel 2001 was de omzet nog slechts 22 miljoen euro. De gemiddelde verkoop per maand is gestegen van 1,83 miljoen euro in 2001 naar 4,33 miljoen euro in de eerste zes maanden van 2002. De omzetgroei wordt voor een deel veroorzaakt door de toename van de gemiddelde besteding per bestelling, van gemiddeld 49 euro in 2001 naar 55 euro in de eerste helft van dit jaar.
Ondanks de sterke stijging van de virtuele foodverkopen blijft het voor de meeste verkooporganisaties moeilijk om met deze actieviteit winst te maken.
De consumenten in Duitsland kochten in de eerste negen maanden van dit jaar 6% minder kilo’s pluimveevlees dan in dezelfde periode van 2001. Dit is een correctie van de toename van de pluimveevleesconsumptie na de BSE-crisis. De aankopen van kalkoen blijven daarentegen toenemen.
In de eerste drie kwartalen van 2002 kochten de Duitse consumenten 3% minder kilogrammen vlees (rood- en pluimveevlees) ten opzichte van dezelfde periode in 2001. Het verkochte volume van pluimveevlees daalde met 6%. Van de pluimveeproducten kochten de Duitsers 8% minder kip, maar ze kochten 3% meer kalkoen. Met de daling zijn de aankopen van pluimveevlees in Duitsland weer op het oude 'normale' niveau van voor de BSE-crisis gekomen. Duitse consumenten weken toen uit naar pluimveevlees. Deze correctie heeft in het eerste halfjaar van 2002 plaatsgevonden, want de aangekochte hoeveelheid pluimveevlees in louter het derde kwartaal was bijna gelijk aan die in dezelfde periode vorig jaar.
Prijs Tussen de eerste drie kwartalen van 2001 en 2002 daalde de gemiddelde prijs van pluimveevlees met 9,5%. De prijs van kip daalde met bijna 8% en die van kalkoen met bijna 16%. Als gevolg van deze dalende winkelprijzen en minder aangekochte hoeveelheden gaf de Duitse consument 15% minder uit aan pluimveevlees. De bestedingen aan kip en kalkoen daalden met respectievelijk 15% en 13%.
Marktaandelen Het marktaandeel van kalkoen steeg met bijna drie procentpunten en bedraagt nu bijna eenderde van de hoeveelheid aangekocht pluimveevlees. Kip daarentegen moest anderhalf procentpunten inleveren in vergelijking met de eerste negen maanden van 2001. Ook in het derde kwartaal kochten de Duitsers hun pluimveevlees vaker bij de discounter. Ruim 30% wordt via dit afzetkanaal verkocht. De hypermarkten zijn met een verkoopaandeel van ruim 38% nog steeds de grootste verkopers van pluimveevlees.
Volume huishoudelijke vleesaankopen Duitsland eerste 3 kwartalen 2002 (%)
Ook voor de IKB-Kalkoen regeling stonden tijdens de PPE bestuursvergadering van 12 december jl. enkele voorstellen op de agenda. Het ging hierbij om een aantal wijzigingen in de welzijnsnormen voor vleeskalkoenen en de norm met betrekking tot het bemonsteren van voerleveranties aan de kalkoenbedrijven.
Welzijnsnormen vleeskalkoenen: enige tijd geleden heeft het PPE-Bestuur een aantal welzijnsnormen voor vleeskalkoenen vastgesteld voor de IKB-Kalkoen regeling. Later is gebleken dat deze normen op een aantal punten dienden te worden aangepast. Deze aanpassingen heeft het PPE-Bestuur tijdens haar vergadering van 12 december jl. vastgesteld. In het onderstaande treft u een korte samenvatting van de aanpassingen.
Strooisel Bij grondhuisvesting dient het gehele leefoppervlak, eventueel met uitzondering van het gedeelte direct onder de voer- en/of watervoorzieningen, voorzien te zijn van strooisel. Als strooisel kunnen bijvoorbeeld stro(gehakseld) of houtkrullen (zonder conserveringsmiddel) worden gebruikt (dit strooisel dient niet meer dan 20% vocht te bevatten). Het strooisel dient over het gehele leefoppervlak droog en rul te zijn, de voor het betreffende strooiseltype normale kleur te hebben en mag geen verontreinigingen bevatten. De kwaliteit van het strooisel dient tweemaal per dag te worden gecontroleerd.
Licht in de stal Bij opzet van de kuikens dient er dusdanig licht te zijn dat deze makkelijk de drink- en voersystemen kunnen vinden. In een kalkoenenstal wordt gestreefd naar een lichtintensiteit hoger dan 20 lux. In geval van een calamiteit kan de lichtintensiteit enige tijd worden verlaagd. De lichtintensiteit moet regelbaar zijn zodat het als managementinstrument kan worden gebruikt. De verlichting in een kalkoenenstal dient zodanig te zijn dat de lichtintensiteit door de gehele stal evenredig verdeeld is. Bij kalkoenen wordt gestreefd naar een dag- en nachtritme. Daarbij wordt uitgegaan van een aaneengesloten rustperiode van 8 uur per etmaal. Een schemerperiode van een half uur wordt nagestreefd.
Ventilatiecapaciteit Vanaf 1 januari 2003 geldt dat bij nieuwbouw of renovatie van vleeskalkoenstallen waar gebruik wordt gemaakt van mechanische ventilatie de geïnstalleerde capaciteit tenminste 4 m3 lucht per kg levend gewicht per uur dient te bedragen. Voor alle overige stallen geldt dat de capaciteit tenminste 3 m3 lucht per kg levend gewicht per uur moet zijn.
Transport Dieren die worden getransporteerd naar de slachterij worden uitsluitend in containers vervoerd. De containers en vervoermiddelen die bij dit transport worden gebruikt worden direct na afloop van het voorgaande transport adequaat gereinigd, zodat ze visueel schoon zijn, en daarna ontsmet.
Bemonstering van stof bij mengvoerleverantie In navolging van de IKB-Kip en IKB-Ei regelingen is in een eerder stadium in de IKB-Kalkoen regeling een verplichting opgenomen tot het bemonsteren van stofzakken bij de levering van mengvoer. De Werkgroep Plan van Aanpak Salmonella in de Kalkoensector heeft aangegeven dat kalkoenhouders die van de voerleveranciers inzicht verkrijgen in de Salmonella status van het geleverde voer, vrijgesteld zouden moeten worden van de verplichting tot het bewaren van stofmonsters.
Indien de mengvoerleverancier op de dag dat het geleverde mengvoer is geproduceerd tenminste één monster heeft genomen in de betreffende voerpers, welke wordt geanalyseerd op de aanwezigheid van Salmonella (en indien aanwezig getypeerd naar Se/St en de hoofdgroepen), en de resultaten hiervan doorgeeft aan de kalkoenhoude, is deze vrijgesteld van de verplichting om stofmonsters te nemen, deze te bewaren en om deze te laten analyseren. Alle overige bepalingen in dit artikel zijn echter wel van toepassing voor deze pluimveehouders.
IKB-Ei, -Kip en -Kalkoen In de PPE-Bestuursvergadering van 12 december zijn voorstellen voor de aanvulling van de sanctiekaders voor drie IKB pluimveeregelingen goedgekeurd. In juni 2001 en juli 2002 zijn deze kaders vastgesteld voor respectievelijk de IKB-Ei en de IKB-Kip regeling. Voor IKB-kalkoen bestond er in het sanctiereglement tot dus ver nog geen sanctiekader.
Aangezien de IKB-regelingen steeds verder ontwikkelen moeten er regelmatig voorwaarden aan de sanctiekaders worden toegevoegd. Het PPE-bestuur heeft tijdens haar vergadering op 12 december de volledige sanctiekaders vastgesteld.
IKB Ei Voor IKB-Ei is een wijziging op de sanctiemethodiek voor de stempelplicht vastgesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van een aangescherpte controlefrequentie. Indien tijdens deze controles wordt geconstateerd dat nog steeds niet wordt voldaan aan de stempelplicht, dan wordt het betreffende pakstation of legpluimveebedrijf geschorst van de IKB-regeling voor de duur van 2 maanden.
IKB Kalkoen Voor de regeling IKB-Kalkoen is het sanctiereglement nu aangevuld met sanctiekaders. De Werkgroep Plan van Aanpak Salmonella in de Kalkoensector heeft aangegeven dat dit in navolging van de IKB-Kip en IKB-Ei regeling tevens voor IKB-Kalkoen moest worden doorgevoerd. De sanctiekaders treft u aan op het bedrijfsnet van de PVE.
Nadere informatie IKB-deelnemers ontvangen op korte termijn een brief met de bovenstaande aanpassingen. Indien u hierover vragen heeft, kunt u contact opnemen met Arjan van Dijk (PVE/PEV), tel. (079) 368 79 73.
LTO Nederland blijft zich verzetten tegen aanscherping van het mestbeleid voor ondernemers in de plantaardige sectoren en de extensieve melkveehouderij. Deze boeren en tuinders worden volgens de organisatie geconfronteerd met strengere maatregelen, terwijl ze aantoonbaar voldoen aan de milieunormen. "Op deze manier worden en voelen deze ondernemers zich speelbal van de politiek. Niemand durft zijn vingers aan dit dossier te branden en de boeren moeten maar afwachten wat er uit komt. Zo kun je niet met een beroepsgroep omgaan", zegt een verontwaardigde Antoon Vermeer, voorzitter van de LTO-werkgroep Mestbeleid.
Vermeer vindt dat nu stelling genomen moet worden, zowel tegen het kabinet als tegen de Tweede Kamer. De kamer nam onlangs een zestal moties aan om het kabinet te dwingen tot een soepeler mestbeleid. Namens het kabinet legden de staatssecretarissen Pieter van Geel (VROM) en Jan Odink (LNV) deze echter naast zich neer.
Het kabinet verwijst voortdurend naar Brussel, omdat daar nog steeds een Nederlands verzoek op tafel ligt om op grasland meer dierlijke mest te mogen gebruiken. En de Kamer gebruikt spierballentaal en neemt een rits moties aan, maar wenst de verantwoordelijke bewindslieden hierover niet aan de tand te voelen, vindt LTO.
De Meststoffenwet moet nog op onderdelen worden aangepast. "Zolang die procedure loopt zullen we er op blijven drukken, dat de aanscherping van een aantal verliesnormen wordt geschrapt en met het mestbeleid pas op de plaats wordt gemaakt. Het is verbijsterend om te constateren dat zowat iedereen het er over eens is dat die pas op de plaats hard nodig is, maar dat de politieke trein gewoon doordendert", aldus Vermeer.
Aanpassing van de mestregels kan pas onderwerp van gesprek zijn als er vanuit Brussel duidelijkheid komt over het derogatieverzoek en de uitzonderingspositie van Nederland. Volgens Vermeer wordt de groep intensieve melkveehouders als het ware gegijzeld door politieke krachten, waarin niemand zich nu beweegt. Als er uit milieuoogpunt door boeren stappen nodig zijn, valt daarover te praten nadat in Brussel een besluit is genomen.
Vermeer is met LTO vastbesloten om zich niet neer te leggen bij de huidige onduidelijke situatie en alle onzekerheid van dien: "Met het reces en de verkiezingen voor de deur is er blijkbaar geen politieke agenda meer. De nieuwe Tweede Kamer en een nieuw kabinet zullen het dus moeten doen. In tussentijd zullen wij alles in het werk stellen om politici, bewindslieden en alle betrokkenen op de ministeries ervan te overtuigen, dat niet méér van boeren en tuinders kan worden gevraagd dan uit milieuoogpunt nodig echt is."
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) wil meer gerichte controles uitvoeren in de diervoederketen. Dat staat in het advies van de VWA aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Bescherming van de voedselveiligheid dient gebaseerd te zijn op een ketenaanpak. Toezicht en controle op individuele bedrijven is noodzakelijk, maar zonder een compleet beeld van de voedselketen blijft de mogelijkheid om daadwerkelijk aan risicoreductie te doen beperkt. Inmiddels is al besloten de eerste beoordeling van meldingen van tekortkomingen op het terrein van diervoeder over te dragen aan de VWA.
Daarom adviseert de VWA de beide bewindslieden een systeemanalyse door de VWA te laten uitvoeren om de diervoederstromen in kaart te brengen en daarna een risicoanalyse uit te voeren in de gehele keten om na te gaan waar mogelijke gevaren dreigen, wat de kritische controlepunten zijn en of de borging van die controlepunten in orde is. Op basis van de resultaten kan het toezicht zo efficiënt mogelijk worden ingezet.
De VWA dringt aan op de zo spoedig mogelijke invoering in 2003 van de Kaderwet Diervoeders. Op dat moment krijgt de overheid de verantwoordelijkheid voor de erkenning van diervoederbedrijven en toezicht op de handel en op de productie van diervoeders. Momenteel is dit nog de taak van het Produktschap voor Diervoeders. Straks geeft de Kaderwet de VWA de nodige instrumenten voor het toezicht op de diervoedersector.
In de Kaderwet zijn door de VWA enige omissies geconstateerd; voor een sluitende controle dienen ook de zelfmengers onder de registratie te worden gebracht. Bij de MPA affaire is de noodzaak daarvoor gebleken. Ook adviseert de VWA zo spoedig mogelijk een zo volledig mogelijke lijst van contaminanten vast te stellen. De mogelijkheid om via proefslachtingen dieren met bijzondere klinische verschijnselen te onderzoeken lijkt de VWA voorts een essentiele toevoeging. Ten aanzien van diervoedergrondstoffen en het gebruik van diervoeders zijn volgens de VWA nog onvoldoende voorwaarden vastgelegd. Deze voorwaarden kunnen ook in de Kaderwet worden vastgelegd.
De VWA zal de controles onder andere richten op het toepassen van verboden dierlijke eiwitten. Dat is ook een punt van zorg voor de Europese Commissie, zij stelt een verhoging van het aantal monsters voor. De VWA is van mening dat een op risico gebaseerde bemonstering zinvoller is en meer effect heeft. Een nadeel blijft dat er nog steeds geen onderzoeksmethode voor handen is waarmee is vast te stellen van welke diersoort het verwerkte eiwit afkomstig is.
De VWA kan gedeeltelijke opheffing van het diermeelverbod in beginsel ondersteunen, onder de volgende voorwaarden: de diervoederindustrie moet vergaand inzicht geven in de samenstelling van het veevoer en geregeld moet worden dat dieren geen diermeel eten van de eigen soort. En dit moet uiteraard ook controleerbaar zijn.
De VWA heeft tevens geconstateerd dat er dringend behoefte is aan duidelijkheid over de status van reststoffen uit de industrie die worden gebruikt als grondstoffen voor diervoer. In juridische zin zijn het allemaal afvalstoffen. Er dient een heldere omschrijving te komen welke stoffen wel en niet mogen worden gebruikt.
De VWA is van mening dat de kwaliteitsborgingssytemen in de gehele keten op HACCP principes gebaseerd moeten zijn en op elkaar dienen aan te sluiten; zij vraagt de bewindslieden initiatieven hier toe te ondersteunen en zo nodig wettelijk te regelen.
De Voedsel en Waren Autoriteit komt tot haar advies op basis van de aanbevelingen uit het Bewakingsprogramma diervoedergrondstoffen en diervoeders. Jaarlijks wordt het bemonsteringsprogramma diervoedergrondstoffen en diervoeders uitgevoerd door de Rijksdienst voor Keuring van Vee en Vlees (RVV), werkmaatschappij van de VWA. In het programma worden de controlebevindingen van voorgaande jaren, verwachte ontwikkelingen en de door de beleidsdirectie Landbouw (LNV) en de Europese Commissie aanbevolen aandachtsgebieden meegenomen. Op deze wijze is het bewakingsprogramma een van de peilers van het overheidstoezicht in de diervoedersector. De resultaten van het bewakingsprogramma van de eerste helft van 2002 wijzen niet op structurele problemen.
In dit kerstnummer volgen we het kuiken. Van de prille 'zwangerschap' tot de start op het kuikenbedrijf. Het hele traject blijkt met zeer veel zorgzaamheid omgeven. Op de vermeerderaar rust de mooie taak om de vroege 'zwangerschap' goed te laten verlopen. Het ophalen van de broedeieren bij de vermeerderaar, hoe gaat dat? Het broedprocede zorgt voor een gelijkmatiger temperatuur. En het blijft niet beperkt tot broedmachines. De wonderbaarlijke reis van de kiem in het broedei tot het actieve en helder uit de ogen kijkende eendagskuiken levert prachtige beelden op. De broederij is een bijna magische plek waar eieren naar binnengaan en eendagskuikens naar buiten. Vleeskuikenhouders weten wat ze moeten betalen voor de eendagskuikens, maar weten ze ook welke
kosten de broederij moet maken? Eendagskuikens zijn kwetsbaar en hebben een goede start nodig op het vleeskuikenbedrijf. Dat heeft nog heel wat voeten in aarde.
Drie wijzen
Verspreid door het nummer heen laten drie echte kenners hun licht schijnen op broeden en eendagskuikens: een broedmeester, een vleeskuikenhouder en een technicus. Voor broedmeester Theo Krabbenborg van Cobroed gaat het niet om zoveel mogelijk kuikens, maar om zoveel mogelijk goede kuikens; vleeskuikenhouder Wim Beltman haalt goede resultaten en is sinds kort SQF-gecertificeerd en technicus Paul Degraeve leidt de afdeling Onderzoek en Ontwikkeling van broedmachinefabrikant Petersime.
Vleeskuikenshouders hebben dit jaar te maken een zeer sterke inkomensdaling. Het LEI verwacht dat de arbeidsopbrengst dit jaar zal uitkomen op vijf eurocent negatief per opgehokt kuiken. Leghennenhouders profiteren van het op peil blijven van de eierprijzen en konden daardoor hun inkomen in 2002 verder verbeteren en hun vermogen opnieuw versterken.
Het Ministerie van LNV werkt aan het opstellen van een zogenoemd 'aansturingsprotocol' dat beschrijft hoe de controle op de naleving van het EU-besluit voor de huisvesting van leghennen moet worden uitgevoerd. Het ministerie streeft ernaar dit protocol zo spoedig mogelijk (volgend jaar) naar buiten te brengen.
Het kabinet wijst verdere versoepeling van het mestbeleid af. Dat houdt in dat het kabinet geen uitvoering geeft aan de zes moties over het mestbeleid die de Tweede Kamer begin december aannam. Volgens staatssecretaris Odink zou uitvoering ervan de Nederlandse positie in de lopende onderhandelingen met de Europese Commissie over het mestbeleid te zeer beschadigen.
De de meeste Nederlanders eten zowel op Eerste Kerstdag (60%) als op Tweede Kerstdag (52%) thuis. Respectievelijk 31% en 40% eet bij familie, vrienden of kennissen. 34% eet beide dagen thuis. Ongeveer de helft van de met Kerst 'thuisetende' Nederlanders verwacht gasten voor de hoofdmaaltijd. Gemiddeld ontvangt men dan zo’n 4 gasten. Dat blijkt uit het onderzoek 'Hoe eet Nederland met Kerst' van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de koepelorganisatie van de Nederlandse supermarkten in samenwerking met het het Erasmus Food Management Instituut (EFMI.)
Eenderde van de consumenten verwacht tijdens deze Kerstdagen meer uit te geven aan eten dan tijdens de Kerstdagen vorig jaar. Veruit de meeste Nederlandse huishoudens (83%) zeggen tijdens de Kerstdagen meer geld uit te geven aan eten dan 'normaal'. Gemiddeld verwacht men per persoon ongeveer het dubbele bedrag per maaltijd uit te geven dan 'normaal'. 76% eet (iets) meer dan anders en 78% let minder op de prijs van het eten dan normaal.
Het laten thuisbezorgen of afhalen van de maaltijd komt met de Kerst slechts incidenteel voor. 70% van de maaltijden wordt (grotendeels) in de keuken bereid. Maar ook het aan tafel bereiden van de maaltijd (fondue, gourmetten of steengrillen) is populair in Nederland. 30% van de Kerstmaaltijden wordt op deze wijze bereid.
Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw
Van 20 december 2002 tot en met 20 februari 2003 kunnen aanvragen worden ingediend voor de Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw, reguliere tender. De regeling is bedoeld om aanpassingen en vernieuwingen op land- en bosbouwbedrijven te stimuleren die uit een oogpunt van milieu- of natuurbeleid, maar ook met het oog op verbetering van de concurrentiekracht noodzakelijk zijn. In te dienen projecten dienen de toepassing van nieuwe kennis, systemen of technologie te bevorderen en daarbij verder te gaan dan de wettelijke minimumnormen. Het moet gaan om een vernieuwing die het experimentele stadium voorbij is en derhalve rijp voor navolging door andere ondernemingen.
Thema's Deze openstelling heeft meerdere thema's. De thema's en de budgetten voor deze openstelling zijn:
Beoordeling Projecten die worden ingediend, concurreren met andere ingediende projecten om het beschikbare budget. Het projectvoorstel wordt beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommissie. Zij wordt hierin ondersteund door deskundigen vanuit de sector. De beoordelingscommissie rangschikt de projecten. De best beoordeelde projecten krijgen voorrang.
Een project scoort hoger naarmate: het project meer bijdraagt aan het bevorderen van de toepassing van nieuwe kennis of technologieën; de vernieuwing waarop het project betrekking heeft meer perspectief heeft voor toepassing op bedrijfsniveau; de vernieuwing zich in een meer vergevorderd stadium van ontwikkeling bevindt; het voor het project uit te werken communicatieplan aantoont dat de relevante doelgroepen op de juiste wijze worden benaderd; het draagvlak bij relevante vaktechnische-, dienstverlenende-, branche-, of standsorganisaties, groter is. Meer informatie, aanvraagformulieren en brochures zijn te verkrijgen bij Het LNV-Loket 0800 - 22 333 22 . De aanvraagformulieren en brochures zijn ook te downloaden via www.minlnv.nl/loket
Een vergadering van Europese deskundigen over het Nederlandse verzoek om meer mest te mogen uitrijden dan elders in de Europese Unie, is maandag afgelast omdat Nederland met nieuwe voorstellen komt. Nederland wil zijn boeren volgend jaar toestaan om 250 kilogram nitraat per hectare uit te rijden. De Europese norm ligt op 170 kilo. Nederland heeft altijd geredeneerd dat het, door het klimaat, meer mest kan uitrijden tegen dezelfde milieuschade. De Europese Commissie veegt die redenering van tafel.
Tijdens de vergadering van maandag had Nederland gehoopt een uitzondering te krijgen en zo beschermd te worden tegen de strenge commissie die met boetes dreigt. Op het laatste moment kondigde Den Haag aan met nieuwe voorstellen te komen. Daardoor is de vergadering enkele maanden opgeschort.
"De commissie ziet nu dat er met de Nederlandse regering gesproken kan worden", aldus een woordvoerder van het ministerie van Landbouw. Of Nederland aanbiedt de grens van 250 kilo te verlagen, wil hij niet zeggen. Hij wijst erop dat de Europese experts een jaar geleden een hele trits opmerkingen hadden bij het Nederlandse verzoek.
Overigens heeft staatssecretaris Odink van LNV eerder al laten weten dat de grens van 250 kilo waarschijnlijk omlaag gaat. Inkrimping van de veestapel is de meest logische manier om aan de strengere norm te kunnen voldoen.
EU-ministers doen antibiotica in diervoer in de ban
Vanaf 2006 mogen in de Europese Unie geen antibiotica meer aan het voer toegevoegd worden met als doel de groei te bevorderen, de zogenaamde antimicrobiële groeibevorderaars (amgb). Antibiotica mogen dan alleen nog gebruikt worden voor de bestrijding van ziekten. Dat hebben de de ministers van landbouw van de Europese Unie maandag besloten. Met het verbod willen de ministers de kans op resistentie verkleinen en de voedselveiligheid vergroten. Het woord is nu aan het Europese Parlement. Dat wilde het verbod al in 2005 in laten gaan.
De Unie had al eerder een verbod ingesteld voor de toepassing van antibiotica die ook menselijke geneesmiddelen gebruikt wordt. Nu worden ook de laatste vier middelen, monensin, salinomycin, avilamycin en flavophospholipol in de ban gedaan.
Zie voor meer informatie de site van de Europese Unie.
Aan de voedselveiligheid van dierlijke producten worden hoge eisen gesteld. Het gebruikte veevoer speelt bij die veiligheid een belangrijke rol. De herkomst en bestemming van het voer moeten daarom traceerbaar zijn. Verschillende organisaties binnen de keten hanteren daarvoor eigen systemen. Maar zowel de overheid, de mengvoerindustrie als de detailhandel onderschrijven het belang van één ketenomvattend systeem van 'tracking en tracing'. Op verzoek van het ministerie van LNV heeft het LEI samen met het IMAG en het Praktijkonderzoek Veehouderij de bestaande situatie in kaart gebracht en scenario's geschetst voor de invoering van zo'n ketenomvattend systeem. Die invoering vraagt samenwerking tussen de betrokken partijen. Het gezamenlijk inschakelen van een vierde, onafhankelijke partij kan het proces bevorderen.
Tracering in de mengvoerketen is nu deels al mogelijk, maar daarvoor moeten systemen van verschillende organisaties gekoppeld worden. Doordat deze systemen nog nauwelijks op elkaar zijn afgestemd, duurt tracering vaak (te) lang. Vooral kleinere partijen en productstromen blijven daarbij vaak buiten beeld. Verder loopt veel informatie over calamiteiten nog via het informele circuit.
De belangrijkste geledingen rond de mengvoerketen hebben elk hun eigen belang bij de invoering van tracking en tracing. De overheid let vooral op de publieke belangen van volksgezondheid en voedselveiligheid. Voor het mengvoerbedrijfsleven zijn de 'license to produce' en een goede beheersing van het productieproces belangrijk. De detailhandel wil klanten binden door veiligheid te garanderen. Omdat de belangen verschillend zijn, zijn de drie geledingen gebaat bij een vierde, onafhankelijke partij met behulp waarvan ze tot een open samenwerking kunnen komen. Dit kan hen helpen bij de ontwikkeling van een ketendekkend systeem met een privaat karakter, waarbij de overheid zich kan beperken tot 'toezicht op toezicht'.
Het rapport 'Mogelijkheden voor tracking en tracing in de mengvoerketen; een kritische beschouwing' kan via de website van het LEI worden gedownload en besteld.
'Vervoersbewijs dierlijke meststoffen' per 1 januari 2003 ingevoerd Het 'Afleveringsbewijs dierlijke mesttransporten' wordt op 1 januari 2003 vervangen door het 'Vervoersbewijs dierlijke meststoffen'. Door dit nieuwe Vervoersbewijs is er per transport nog maar één formulier nodig. Hierop kunnen alle partijen hun gegevens kwijt. De Vervoersbewijzen worden aangevraagd door de vervoerder. Alleen voor boer-boer-transporten kunnen landbouwbedrijven zelf vervoersbewijzen aanvragen.
Ook vervallen de Kwartaaloverzichten vanaf 1 januari 2003. Hiervoor in de plaats ontvangen alle betrokken partijen de 'Servicemelding vervoersbewijzen dierlijke meststoffen'.
Alle mestintermediairs, mestproducenten en -gebruikers hebben in november 2002 de brochure 'Het nieuwe Vervoersbewijs dierlijke meststoffen' ontvangen. In tegenstelling tot wat in deze brochure staat, wordt de verplichting om de bemonstering- en verpakkingsapparatuur uit te breiden met een registratie- en printmodule (aanboordprinter) op 1 januari 2003 niet ingevoerd.
Om toch een koppeling tussen het Vervoersbewijs en de monsterverpakking mogelijk te maken verstrekt Bureau Heffingen eenmalig een hoeveelheid barcodestickers (vier stickers per barcode) aan de intermediairs. Door deze barcodestickers op het Vervoersbewijs, de deksel en de monsterpot of de sealverpakking en het begeleidingsformulier voor het laboratorium te plakken, is de koppeling gewaarborgd. De cijfers van de barcode van de monsterverpakking hoeven dan ook niet handmatig op het vervoersbewijs te genoteerd te worden.
De naleving van de regels over het nieuwe Vervoersbewijs worden bestuursrechtelijk en strafrechtelijk gehandhaafd. Het is daarom belangrijk dat bij het vervoer van dierlijke mest het Vervoersbewijs wordt gebruikt en volledig wordt ingevuld. Het formulier moet ook op tijd bij Bureau Heffingen binnen zijn.
Stikstofproductienormen 2003 binnen MAO-stelsel gewijzigd
Voor 2003 veranderen de stikstofproductienormen binnen het stelsel van mestafzetovereenkomsten. Voor de meeste diercategorieën betekent dit een verhoging. Voor de melkveehouderij (de diercategorieën 100 t/m 104, 600 en 601) gelden voor 2003 andere normen. Hiermee wordt het probleem van de loze contracten voor de melkveehouderij aanzienlijk verminderd, zo meldt Het LNV-Loket. Ook de stikstofproductienormen voor witvleeskalveren en overig roodvleesvee ouder dan 1 jaar zijn verlaagd. Voor 2003 gelden voor de volgende diercategorieën deze normen in kg N/dier:
Diercategorie Stikstofproductienormen in kg N/dier
Voor de overige diercategorieën gelden de normen uit de brochure 'Het stelsel van mestafzetovereenkomsten'. Daarin staan ook de omschrijvingen van de diercategorieën uit bovenstaande tabel.
Mestafzetnormen In 2003 gelden voor het stelsel van mestafzetovereenkomsten de volgende mestafzetnormen:
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
onderwerp Kabinetsbesluit evaluatie mestbeleid
Geachte Voorzitter,
Na een uitvoerig debat tussen Tweede Kamer en kabinet heeft de Kamer op 3 december jl. 6 moties inzake het mestbeleid aangenomen (28 385, nrs. 4,5,6,9,10,11). Mede namens de Staatssecretaris van VROM bericht ik u bij deze over de wijze waarop het kabinet met de moties zal omgaan.
datum 11-12-2002
In het debat op 3 december jl. zijn deze moties door het kabinet ontraden. Het kabinet heeft begrip voor de overwegingen die hebben geleid tot het indienen van deze moties. Binnen het kabinet is gekeken naar de mogelijkheden om tegemoet te komen aan de wensen van de Kamer. In mijn brief van 4 oktober jl. heb ik aangegeven welke versoepelingen ik op grond van de evaluatie gewenst en verantwoord acht, zonder het overleg over de derogatie te schaden. In deze brief heeft het kabinet de volgende versoepelingen aangekondigd:
Beperking van de aanwijzing van droge zandgronden (140.000 hectare). Temporisering van de verliesnormen voor droge zandgronden. Vermindering van de aanscherping van de fosfaatverliesnorm op bouwland. Verlaging van het percentage van de forfaitaire excretie voor melkvee van 95% naar 85%. Alles afwegende ben ik van mening dat met deze versoepelingen de ruimte die er gegeven de Nederlandse positie in Brussel is, maximaal wordt benut. Met name door uitvoering van de moties over aanpassing van verliesnormen (28 385 nr. 6) en over beperking van aanwijzing van droge zandgronden (28 385 nr. 4) zou Nederland zijn positie in de lopende onderhandelingen met de Europese Commissie over de derogatie ernstig beschadigen. Het derogatie voorstel is indertijd wetenschappelijk onderbouwd op basis van de verliesnormen zoals ze thans in de wet zijn opgenomen. Het kabinet acht de derogatie van groot belang voor de Nederlandse veehouderij en wil deze niet in de waagschaal stellen. Dat klemt te meer omdat juist op dit moment het overleg met de Commissie zich in een cruciaal stadium bevindt. Daarenboven zou de uitvoering van de motie over beperking van het areaal droge zandgronden in 2003 uitvoeringstechnisch op grote bezwaren stuiten.
T.a.v. de motie over het forfaitair maken van het MINAS stelsel (motie 28 385, nr. 9) heb ik u reeds gemeld dat ik sympathiek sta tegenover de gedachte van een meer forfaitaire benadering. Ik wil daarvoor echter op korte termijn eerst een zorgvuldige afweging maken. T.a.v. mogelijk ten onrechte betaalde heffingen (het zogeheten MINAS-gat) heb ik de Kamer reeds toegezegd dat ik de forfaits voor vastlegging van mineralen in varkens op basis van de nieuwe inzichten in de wet zal aanpassen. Tevens heb ik u toegezegd een systeem van 'demping' te onderzoeken om tegemoet te komen aan grote variaties in mestbemonstering. Daarover zal ik u in januari nader berichten. Ik begrijp de strekking van de moties over het verder verlagen van de excretieforfaits (28 385 nrs. 5 en 11), waarmee loze contracten geheel worden voorkomen. Ik acht het echter niet verantwoord aan deze wensen verder tegemoet te komen dan hierboven is gemeld. Zoals ik u reeds in de brief van 15 november jl. heb aangegeven zou dit te zeer ten koste gaan van de sturingskracht van het stelsel van mestafzetovereenkomsten. Ik kan u echter wél melden dat ik op basis van de meest recente onderzoeksgegevens het excretieforfait van de melkkoe zal aanpassen, uitgaande van een verlaging van de bruto-excretie van 4,2 kg stikstof per dier. Deze aanpassing leidt tot verdere vermindering van de problematiek van de loze contracten. Tevens zullen de excretieforfaits voor de witvleeskalveren en vleesstieren worden verlaagd.
Het kabinet zal een wetsvoorstel in procedure brengen dat is gebaseerd op de brief van 4 oktober jl. De aanpassingen zullen, na aanvaarding door het parlement, terugwerken tot 1 januari 2003. Voor de aanpassing van de excretieforfaits zal volgende week een ministeriële regeling worden vastgesteld. Het wetsvoorstel zal na advisering door de Raad van State in het voorjaar de Tweede Kamer bereiken. Het is goed hieraan toe te voegen dat op basis van het onderhandelingsresultaat met de Commissie over de derogatie en de uitspraak van het Europese Hof het wetsvoorstel nog zal moeten worden aangepast. Wat deze onderhandelingen betreft kan ik u als tussenstand overigens melden dat de bijeenkomst van het nitraatcomité van 16 december a.s. in verband hiermee door de Commissie is geschrapt.
De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
ir. B.J. Odink
PPE-bestuur stelt welzijnsnormen voor vleeskuikenouderdieren en kalkoenen in ontwerp vast
Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) heeft 12 december 2002 ingestemd met twee verordeningen waarin regels zijn opgenomen voor verbetering van het welzijn van vleeskuikenouderdieren en van kalkoenen. De regels zijn gebaseerd op adviezen van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Zonder de PPE-regelgeving zou welzijnsverbetering in deze sectoren nog geruime tijd zijn uitgebleven. Nederland koploper Met het vaststellen van de welzijnsregels door de sector zelf, is Nederland koploper in de Europese Unie. Er bestaan nog geen Europese regels voor het welzijn van vleeskuikenouderdieren en kalkoenen. Ook zijn er geen lidstaten bekend waar nationale regels voor deze sectoren bestaan. In het PPE-bestuur van februari 2003 worden, conform afspraken met de overheid, welzijnsregels voorgesteld voor konijnen en nertsen.
Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) De welzijnsvoorschriften zijn gebaseerd op adviezen van de RDA. In de RDA zitten vertegenwoordigers van de overheid, de sector en maatschappelijke groeperingen, zoals de dierenbescherming. De dierenbescherming, waarvan een vertegenwoordiger de PPE-vergadering bijwoonde, constateert dat de adviezen van de RDA vrijwel volledig in de Verordeningen zijn opgenomen. Over enkele punten zal nog overleg plaatsvinden.
Inwerkingtreding In februari 2003 worden de Verordeningen door het PPE-bestuur definitief vastgesteld. Op basis van de wetgeving voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties (zoals het PPE), moeten de Verordeningen ook nog worden goedgekeurd door de overheid, waarna ze van kracht zijn. Op handhaving van de regels is Tuchtrecht van toepassing.
LTO: Onduidelijkheid troef bij aanpassing mestbeleid
LTO Nederland is verbaasd en zwaar teleurgesteld in staatssecretaris Odink (LNV) die vasthoudt aan een strenger mestbeleid en zich amper wat aantrekt van de Tweede Kamer. In de Kamer zijn onlangs zes moties aangenomen, waarvan de meeste als doel hebben om pas op de plaats te maken met het mestbeleid. De staatssecretaris schermt echter voortdurend met de Europese Commissie, die nog steeds bezwaren zou hebben tegen een verzoek van Nederland om op grasland meer dierlijke mest te mogen gebruiken, aldus LTO Nederland. Terwijl in Brussel nog geen concreet resultaat is geboekt, wordt het wetsvoorstel om het mestbeleid verder aan te scherpen wel in procedure gebracht. "De uitkomst van het mestdebat blijft vooralsnog onzeker. Deze gang van zaken draagt bepaald niet bij tot het ook door minister Veerman zo gewenste herstel van vertrouwen in de Haagse politiek. Niet alleen wordt de Tweede Kamer vierkant gepasseerd, individuele boeren raken zo gedemotiveerd, terwijl het tegenovergestelde hard nodig is", aldus Antoon Vermeer, voorzitter van de LTO-werkgroep mestbeleid.
LTO is des te meer onthutst over de brief van Odink - die mede namens zijn collega Van Geel (VROM) aan het parlement is gericht - omdat het kabinet wel begrip zegt te hebben voor de overwegingen achter de Kamermoties. Vermeer: "Het kabinet hakt desondanks gewoon door. Er zijn nu mestregels in de maak, die bedrijven steeds meer klem zetten. Het gaat hierbij zowel om veehouders als om akkerbouwers."
Onduidelijkheid is troef nu met nog een paar weken te gaan het jaar 2003 aanbreekt. Het kabinet houdt vast aan het in oktober voorgestelde mestbeleid en wil strengere normen voor de komende jaren. De Tweede Kamer wil dit juist niet en wenst eerst meer cijfers en feiten te zien. In dit politieke krachtenveld speelt Brussel een cruciale rol, omdat de Europese Commissie nog steeds dreigt om het hele Nederlandse mestbeleid af te keuren.
Vermeer vindt het onverantwoord dat voor de boeren het Brusselse verhaal schimmig blijft; het kabinet moet volgens hem helder aangeven waar de grenzen liggen. "Het kabinet moet Brussel ervan zien te overtuigen, dat we met het mestbeleid op het goede spoor zitten." Juist een dezer dagen zou Brussel een uitspraak doen over het verzoek van Nederland en de manier waarop het mestbeleid in ons land wordt aangepakt. Dat besluit is op verzoek van Nederland voorlopig naar maart volgend jaar opgeschort.
LTO blijft op het standpunt staan dat de huidige verliesnormen de komende twee jaar ongewijzigd moeten blijven. Voorts kan de oppervlakte 'droge zandgrond', waarop strenge beperkingen gaan gelden, aanzienlijk kleiner. Met nu aangekondigde aanpassingen van MINAS beweegt het kabinet zich volgens LTO weliswaar de goede kant op. Maar de knelpunten in MINAS vragen om een resolute aanpak, vindt LTO. De landbouworganisatie ziet overigens ook enkele lichtpuntjes: het kabinet gaat wel wat doen aan de kwestie van de onterechte heffingen (MINAS-gat) en wil ook serieus werk maken van een vermindering van de administratieve lastendruk.
Vermeer benadrukt dat ook akkerbouwers niet tussen de wal en het schip terecht mogen komen. De verliesnormen op klei en veen worden strenger, terwijl het grondwater in die gebieden nu al aan de strengste milieunormen voldoet. Als het kabinet vasthoudt aan het nu uitgezette traject, worden teelten in Nederland onmogelijk gemaakt. De weerstand die dit oproept laat zich raden, zo stelt Vermeer.
Het kabinet houdt vast aan de eerder aangekondigde versoepelingen van het mestbeleid. Verdergaande versoepeling wijst het af. Dat betekent dat het kabinet geen uitvoering geeft aan de zes moties over het mestbeleid die de Tweede Kamer op 3 december jl. aannam. Dat schrijft staatssecretaris Odink van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij mede namens staatssecretaris Van Geel van Milieu in een brief aan de Kamer. Het kabinet heeft begrip voor de gevoelens die hebben geleid tot het indienen van deze moties. Maar uitvoering ervan zou de Nederlandse positie in de lopende onderhandelingen met de Europese Commissie over het mestbeleid te zeer beschadigen. Die onderhandelingen (over een derogatie in het kader van de nitraatrichtlijn) zitten juist nu in een cruciaal stadium. De moties dringen aan op een bevriezing van de verliesnormen op het niveau van 2002, op het beperken van de aanwijzing van uitspoelingsgevoelige gronden tot waterintrekgebieden, op de verlaging van de excretieforfaits binnen het stelsel van mestafzetovereenkomsten (MAO) tot 75% voor melkveehouderij en intensieve veehouderij, op het forfaitair maken van het MINAS-stelsel met terugwerkende kracht en op het creëren van de mogelijkheid binnen MINAS om voorraden mee te nemen naar een volgend jaar.
Het kabinet zal zo snel mogelijk een wetsvoorstel in procedure brengen dat is gebaseerd op de in de kabinetsbrief van 4 oktober jl. aangekondigde versoepelingen. In die brief worden de volgende normen aangekondigd:
Ook worden in dit wetsvoorstel de matig droge gronden geschrapt als uitspoelingsgevoelige gronden en worden de forfaits voor aan- en afvoer van varkens in MINAS aangepast. Het wetsvoorstel zal na advisering door de Raad van State in het voorjaar de Tweede Kamer bereiken en zal, na aanvaarding door het parlement, gelden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003. Het kabinet houdt er overigens rekening mee dat door de onderhandelingen met de Commissie over de derogatie en de uitspraak van het Europese Hof het wetsvoorstel later nog zal moeten worden aangepast. Volgende week wordt met een ministeriële regeling het excretiepercentage voor melkvee binnen het MAO-stelsel verlaagd naar 85% (conform het niveau 2002). Ook kan op basis van de recentste gegevens het excretieforfait voor melkkoeien iets verlaagd worden. Hiermee wordt het probleem van de loze contracten in de melkveehouderij aanzienlijk verlicht.
Vanaf 1 januari a.s. zijn legpluimveehouders met kooihuisvesting verplicht een werkende voorziening te hebben om het doorgroeien van de nagels van de hennen te voorkomen. Inmiddels hebben diverse leveranciers zich op de 'markt van schuurstrips' gestort, dus er is volop keuze. Maar of alle voorzieningen ook goed werken, is de vraag. En bovenal: Waar meet je dat aan af? Hoe de overheid dit gaat beoordelen is nog niet duidelijk. In Pluimveehouderij een overzicht van beschikbare kennis en materialen.
Alex Spieker
Sinds augustus neemt Alex Spieker bij de NOP de honneurs waar als secretaris. Dit in verband met ziekte van Andries May. Spieker is geen vreemde in de pluimveewereld. In 1992 trad hij aan als secretaris van de kring Gelderland/Utrecht van de NOP. Momenteel is hij in dienst van de LTO-Nederland en uitgeleend aan de NOP. Omstreeks 1 januari zal Andries May vervroegd terugtreden. Spieker is beoogd opvolger. In een interview vertelt hij over de werkzaamheden en zijn visie hierop. Lichaamstemperatuur meten
De laatste tijd meten steeds meer vleeskuikenhouders m.b.v. een thermometer de lichaamstemperatuur van kuikens. Een te hoge lichaamstemperatuur betekent bijvoorbeeld de mogelijkheid om meer te ventileren en / of minder verwarmen. Dierenarts Boereboom vindt dit alleen zinvol bij jonge kuikens. Bij deze is het lichaams- oppervlak t.o.v. het lichaamsgewicht relatief groter dan bij volwassen dieren. De kerntemperatuur kan hierdoor sneller veranderen door lichte schommelingen in de omgevingstemperatuur.
Kombidek
Het Praktijkonderzoek Veehouderij heeft op 'Het Spelderholt' onderzoek gedaan naar de technische en economische resultaten bij vleeskuikens op het warmte/koelingsysteem (Kombidek). Uit dit onderzoek blijkt dat het warmte/koelingsysteem de kuikens een betere start gaf en met name problemen bij hittestress kan beperken. Extra kosten kunnen worden terugverdiend via subsidies of via beperking van gevolgen van hittestress.
De extra ruimte die ontstaat wanneer een batterijkooi wordt voorzien van 'verbogen' kooideurtjes telt zo goed als zeker niet mee bij de bepaling van het kooi- oppervlak. In Engeland en Frankrijk is deze techniek wel toegestaan om het kooioppervlak te vergroten.
De uitbraak van laag pathogene Aviaire Influenza in Noord Italie heeft zich de laatste weken uitgebreid. Het PPE roept iedereen op alert te zijn bij contacten met Italie. Vooral het transport van pluimvee en (lege) transportmiddelen vormen een risico.
Het PPE-bestuur hangt twee ontwerp-verordeningen op het gebied van welzijn voor; een voor vleeskuiken- ouderdieren en een voor vleeskalkoenen. De verordeningen zijn gebaseerd op de streefbeelden zoals die eerder zijn overeengekomen met maatschap- pelijke groeperingen. Het PPE-bestuur wil de verordeningen in de februari definitief vaststellen.
Het Europees Parlement wil het gebruik van vier nog toegestane antimicrobiele voerbespaarders al per 1 januari 2005 verbieden, een jaar eerder dan de Europese Commissie voorstelt.
Verwacht wordt dat op korte termijn geen grootschalige omschakeling zal plaatsvinden in Brazilië en Thailand van de productie van bevroren en gezouten kipfilet naar andere producten in de kippenvleessector. De huidige tendens van de groeiende invoer van ‘gekookte of gebakken kipfilet’ zal zich echter versneld doorzetten en op langere termijn zal de invoer in de kippenvleessector voor een groter deel uit gekookte producten bestaan. Verwacht wordt dat op de korte termijn de totale invoer van kipproducten zal dalen, wat een positief effect zal hebben op de prijzen.
In de kalkoensector is het effect van de gewijzigde douane-indeling minder. Ten eerste is er in deze sector minder ‘gezouten filet’ ingevoerd en ten tweede bestaat de mogelijkheid dat er omgeschakeld wordt van ‘gezouten kalkoenfilet’ naar de ‘niet gekookte of gebakken kalkoenbereidingen’. Dit betekent niet dat er geen effect zal zijn op de prijzen in de kalkoensector, maar het effect zal minder zijn dan in de kipsector en mogelijk kortstondiger.
Gezocht wordt naar aanvullende maatregelen die kunnen zorgen voor een betere regulering en stabilisering van de invoer in de pluimveesector. Gedacht wordt aan quotering van de invoer of aan vrijwillige beperkingsregelingen. Op dit onderwerp wordt in een later stadium teruggekomen.
1. Inleiding De invoer van ‘bevroren en gezouten filet’ wordt momenteel aan banden gelegd. Dit betekent dat de totale invoer van pluimveevlees(producten) in de EU zal dalen of dat bij een grote vraag naar pluimveevlees de ‘gezouten filet’ vanwege de hogere heffing tegen hogere prijzen de EU binnenkomt. Een andere mogelijkheid is dat de producerende landen Brazilië en Thailand zich meer zullen richten op de productie van andere pluimveevleesproducten waarvoor een lage invoerheffing geldt. De laatste jaren is een toename te zien van de invoer van met name ‘gekookte of gebakken kipbereidingen’ en ‘niet gekookte of gebakken kalkoenbereidingen’. Voor deze producten gelden lage invoerheffingen (zie bijlage 3). Onderstaand wordt ingegaan op de verschillende pluimveevleesproducten die in de EU worden ingevoerd en de potentie van producten om als alternatief te dienen voor de ‘gezouten filet’. In bijlage 1 is de ontwikkeling van de invoer in de pluimveesector van 1997 t/m 2001 weergegeven en in bijlage 2 de invoer van ‘gezouten filet’ in 2002.
2. Producten De onderstaande producten worden allen bevroren ingevoerd en zijn met name bestemd voor de verwerkende industrie en voor cateraars. Alleen de duurdere verder verwerkte (gekookte of niet gekookte) bereidingen zijn soms bestemd voor de retail.
Gezouten filet De Europese Commissie (DG TAXUD) heeft toegezegd een officiële beschikking op te stellen waarmee Duitsland wordt verplicht om de bindende tarief inlichtingen (BTI’s) voor ‘gezouten filet’ (met 1,9% en meer zout) in te trekken. De beschikking staat op de agenda van het comité douanewetgeving van 5 december. De inhoud van de beschikking is nog niet bekend en dus is nog niet duidelijk of de Commissie nog overgaat tot een (korte dan wel langere) overgangstermijn voor bedrijven met een dergelijke ‘nieuwe’ BTI.
In 2001 is ruim 225.000 ton aan ‘gezouten filet’ in de EU geïmporteerd. In de periode januari tot en met juni 2002 is in de EU 7% minder ‘gezouten filet’ ingevoerd dan in de dezelfde periode vorig jaar. Inmiddels zijn de eerste cijfers bekend van de invoer gedurende de overgangsperiode (voor ‘oude’ BTI’s) van juli tot en met oktober 2002. Vanuit de handel was al vernomen dat in de overgangsperiode veel ‘gezouten filet’ is geïmporteerd. Uit de cijfers blijkt dit ook. In juli is 28.000 ton ingevoerd (bijlage 2). Verder wordt in Duitsland nog steeds ‘gezouten filet’ met een zoutpercentage van 1,9 en meer met een lage invoerheffing geïmporteerd. Verwacht wordt dat in het eerste kwartaal van 2003 de invoer substantieel zal kunnen dalen. Echter, tegen die tijd zullen ook flinke voorraden filet zijn aangelegd.
Naturel filet De invoer van ‘naturel filet’ (bevroren ontbeend pluimveevlees) was de laatste jaren stabiel tussen 65.000 en 75.000 ton, ondanks de grote hoeveelheid ingevoerde ‘gezouten filet’. Dit komt omdat deze ‘naturel filet’ wordt ingevoerd binnen contingenten waarbij sprake is van een nul-heffing. Buiten de contingenten om wordt vanwege de hoge heffing (1,02 euro per kg + aanvullende heffing) geen ‘naturel filet’ geïmporteerd. Wanneer de vraag naar pluimveevlees groot is en de prijzen zijn hoog, kan invoer tegen volledige heffing voor importeurs interessant worden. Het zal dan zeker niet gaan om erg grote hoeveelheden.
Gekookte of gebakken kipbereidingen De invoer van ‘gekookte of gebakken kipbreidingen’ is vanaf 1997 gestaag gegroeid. In 2001 werd 70.000 ton van dit product in de EU geïmporteerd; bijna vier keer zo veel als in 1997. Dit product heeft verschillende samenstellingen, variërend van hele gekookte filets, gekookte haasjes of blokjes tot geportioneerd gekookt en verder bereid vlees. De invoerprijs voor ‘gekookte of gebakken kipbereidingen’ is afhankelijk van kwaliteit en soort bereiding. De hele gekookte filets en de gekookte haasjes en blokjes komen momenteel binnen tegen een prijs (zonder invoerheffing) van 2,75 tot 3,00 euro per kg. De verder verwerkte gekookte producten zijn duurder. Soms wordt ook gekookt snijafval (trimmings) ingevoerd (prijs iets onder de 2 euro). De heffing voor gekookte producten is laag en bedraagt 10,9% van de CIF invoerprijs. De grootste producenten van deze producten zijn Thailand (70%) en Brazilië (20%). De belangrijkste afnemer is Engeland. Veel van de gekookte producten worden in maaltijden verwerkt. Gezien de groeiende markt voor kant-en-klaar-maaltijden zal de vraag naar deze producten verder stijgen de komende jaren. Ook het aanbod uit Brazilië en Thailand zal stijgen vanwege het feit dat met deze producten een grotere toegevoegde waarde en winst wordt behaald. Een grootschalige overschakeling van de productie van de ‘bevroren en gezouten filet’ naar gekookte producten is op heel korte termijn niet realiseerbaar, vanwege de noodzakelijke investeringen in de derde landen. De afnemers zullen ook deze gekookte producten moeten kunnen gebruiken. De cateraars en verwerkers van kipproducten zijn echter redelijk flexibel en zullen voor een deel zonder veel moeite kunnen overschakelen van bevroren naar gekookt product. De groei van de invoer van deze gekookte producten zal zich door de gewijzigde indeling van gezouten filet duidelijk versneld doorzetten.
Niet gekookte of gebakken kipbereidingen Vanaf 1998 is de invoer van deze producten gedaald van 10.000 ton naar 3.300 ton in 2001. De daling had te maken met de toename in de invoer van ‘gezouten filet’. De heffing voor ‘niet gekookte of gebakken kipbereidingen’ (0,87 euro + aanvullende heffing) is beduidend hoger dan de heffing voor ‘gezouten filet’ en voor ‘gekookte of gebakken kipbereidingen’. De ‘niet gekookte of gebakken kipbereidingen’ kunnen flink variëren in behandeling en kwaliteit en daarmee ook in prijs. De goedkopere ‘niet gekookte of gebakken bereidingen’ komen momenteel binnen voor een bedrag iets onder de 2 euro (CIF). Inclusief heffingen komt dit dan neer op een totale invoerprijs van iets boven de 3 euro. Een overschakeling van ‘gezouten filet’ naar dit product is derhalve niet te verwachten, tenzij er sprake is van erg hoge prijzen (mogelijk als alternatief voor de invoer van de ‘naturel filet’ tegen volledige heffing).
Gekookte en niet gekookte of gebakken kalkoenbereidingen De invoer van ‘niet gekookte of gebakken kalkoenbereidingen’ is sinds 1997 verdubbeld tot 51.000 ton in 2001. De invoer van ‘gekookte of gebakken kalkoenbereidingen’ was 3.000 ton. De heffing voor zowel de gekookte als niet gekookte producten is gelijk. Er is dus vanuit de heffing geen stimulans om om te schakelen van ‘niet gekookt’ naar ‘gekookt’. Mogelijk zullen de producenten in Brazilië, Hongarije en Polen op termijn ervoor kiezen een deel van de productie te koken om een grotere toegevoegde waarde te creëren. De ‘niet gekookte kalkoenbereidingen’ zijn vanwege de zeer lage heffing (8,5%) een goed alternatief voor de ‘gezouten kalkoenfilet’. De mogelijkheid bestaat dus dat de invoer van ‘gezouten kalkoenfilet’ (dat slechts een beperkt deel uitmaakt van de invoer van de totale gezouten filetinvoer) op termijn overgaat naar de invoer van ‘niet gekookte of gebakken kalkoenbereidingen’.
Dit aspect is ook verschillende keren meegenomen in de discussie in Brussel over de wijziging van de douane-indeling van ‘gezouten filet’. In tegenstelling tot bij de ‘gezouten filet’ bestaat voor ‘niet gekookte of gebakken bereidingen’ niet direct een aanleiding om de douane-indeling van het product te wijzigen. Bij ‘gezouten’ filet ging het erom dat het zouten een langere houdbaarheid van het product tot gevolg diende te hebben. Dit geldt niet voor de andere bereidingen van pluimveevlees (gekruid). Overigens worden veel van deze producten wel gekruid om een lagere invoerheffing te kunnen verkrijgen. De Commissie zag geen mogelijkheid voor het wijzigen van de douane-indeling van de ‘niet gekookte kalkoenbereidingen’. Omdat twee van de drie belangrijkste exporterende landen (Polen en Hongarije) kandidaatlidstaten zijn, zou de invloed van een dergelijke maatregel op termijn (de toetreding is gepland per mei 2004) beperkt zijn.
3. Quotering Door verschillende partijen is geopperd dat een quotering van de invoer in de EU van alle producten in de pluimveesector een positief effect zal hebben op de stabiliteit in de sector. De eerste ideeën voor een dergelijke quotering houden in dat via afspraken (bijv. in Mercosur-verband, WTO) voor elk product een invoerhoeveelheid (quotum) wordt vastgesteld. Voor deze invoer geldt een lage invoerheffing of een nulheffing. Voor de invoer buiten de quota om zou een hoge invoerheffing (specifiek) moeten gelden, bijvoorbeeld op het niveau van de ‘naturel filet’, met een aanvullende heffing (safeguard). Omdat een quotering besproken dient te worden met de exporterende landen zal het wel om een substantiële invoerhoeveelheid moeten gaan. Het voordeel voor de EU is dat de invoer stabiliseert en dat het alleen bij een grote vraag (en evenredig hoge prijs) aantrekkelijk wordt om te importeren buiten de quota om. Ook mogelijk is om zogenaamde vrijwillige beperkingsregelingen met de belangrijkste derde landen af te spreken. Dit houdt in dat voor de verschillende pluimveeproducten een bepaalde maximum invoerhoeveelheid per derde land wordt afgesproken. Voordeel voor het exporterende land is dat volledig heffingsvrij kan worden ingevoerd en dus meer winst kan worden gemaakt. Ook wordt vermeden dat te grote hoeveelheden worden geëxporteerd, waardoor de prijzen op niveau blijven. Een voorbeeld van een dergelijke afspraak is te vinden in de schapensector. De Europese Commissie heeft hier met de belangrijkste derde landen Nieuw Zeeland en Australië vrijwillige beperkingsregelingen afgesproken.
4. Kortom Verwacht wordt dat op korte termijn geen grootschalige omschakeling zal plaatsvinden in Brazilië en Thailand van de productie van bevroren en gezouten kipfilet naar andere producten in de kippenvleessector. De huidige tendens van de groeiende invoer van ‘gekookte of gebakken kipfilet’ zal zich echter versneld doorzetten en op langere termijn zal de invoer in de kippenvleessector voor een groter deel uit gekookte producten bestaan. Verwacht wordt dat op de korte termijn de totale invoer van kipproducten zal dalen en dat de prijzen zullen stijgen. In de kalkoensector is het effect van de gewijzigde douane-indeling minder. Ten eerste is er in deze sector minder ‘gezouten filet’ ingevoerd en ten tweede bestaat de mogelijkheid dat er omgeschakeld wordt van ‘gezouten kalkoenfilet’ naar de ‘niet gekookte of gebakken kalkoenbereidingen’. Dit betekent niet dat er geen effect zal zijn op de prijzen in de kalkoensector, maar het effect zal minder zijn dan in de kipsector en mogelijk kortstondiger.
Het is belangrijk om het onderwerp quotering of vrijwillige beperking bij de invoer van producten in de pluimveesector nader onder de loep te nemen om te kijken of in de pluimveesector op termijn een meer stabiele invoersituatie op termijn kan worden gerealiseerd. In een later stadium zal nader worden ingegaan op deze onderwerpen.
Verslag bijeenkomst Task Force d.d. 29 november 2002
1. Gezouten filet De invoer van gezouten filet is in de periode januari t/m juli 2002 (inmiddels) hoger dan de invoer over dezelfde periode in 2001. Dit komt met name door de overgangstermijn (tussen juli en oktober) die voor ‘oude’ bindende tariefinlichtingen werd ingesteld. Hierdoor besloten veel importeurs om ‘op het laatste moment’ extra hoeveelheden gezouten filet te importeren. De Commissie heeft een conceptbeschikking, gericht op het intrekken van de door Duitsland afgegeven ‘nieuwe’ bindende tariefinlichtingen opgesteld. Het concept bevindt zich in een interne goedkeuringsprocedure van de Commissie. Op 5 december komt het comité douanewet-geving bijeen en de indeling van gezouten filet staat op de agenda. Het is niet zeker dat de conceptbeschikking tijdig uit de interne procedure is om gestemd te kunnen worden in het comité. Niet duidelijk is of in de conceptbeschikking een overgangstermijn wordt gegund aan de bedrijven die een bindende tariefinlichting hebben verkregen. Als dit het geval is, zal het langer duren voordat de invoer van gezouten filet wordt stopgezet (beperkt). Op 9 januari is de volgende vergadering van het comité douanewetgeving. Ook op 5 december vindt een eerste overleg (consultatie) plaats binnen WTO met Brazilië en de EU over de Braziliaanse klacht over de wijziging van de indeling van gezouten filet. De procedure zal langdurig zijn. Actie: PVE (De Jonge) blijven dossier volgen en ondernemen waar nodig actie. PVE proberen te achterhalen of een overgangstermijn is opgenomen. Zo ja, kijken of via Nederlandse douane nog kan worden ingegrepen.
2. Bereidingen van pluimveevlees Een memo over de alternatieven voor de invoer van gezouten filet is besproken. Voor de kippensector zijn, gezien de hoogte van de heffingen, alleen ‘gekookte of gebakken kipbereidingen’ een alternatief. De tendens is ook dat steeds grotere hoeveelheden van deze producten worden ingevoerd. Om zowel productie- als vraagredenen wordt niet verwacht dat de producenten op korte termijn volledig zullen overschakelen van gezouten filet naar gekookte bereidingen. Wel wordt verwacht dat de groei van de invoer van deze producten versneld zal toenemen. Voor de kalkoensector ligt dit anders. Voor gezouten kalkoenfilet is er is een alternatief, te weten: de niet gekookte kalkoen-bereidingen. De invoerheffing voor dit product is laag. Verwacht wordt dat de positieve consequenties van het beperken van de invoer van gezouten filet kortstondiger zullen zijn dan in de kipsector omdat producenten relatief gemakkelijk kunnen omschakelen naar de ‘niet gekookte of gebakken kalkoenbereidingen’. Gevraagd is of niet via de toetredende landen grote hoeveelheden filet uit Brazilië of Thailand kunnen binnenkomen. Dit lijkt echter geen probleem te zijn. Bij invoer van Braziliaanse filet uit de toetredende landen moet nog steeds aan de nieuwe EU-indeling voor gezouten filet worden voldaan en moet dus de hoge invoerheffing betaald worden. (PS. De toetredende landen hebben invoercontingenten met de EU afgesloten waarbij geen invoerheffing betaald hoeft te worden. Voor de invoer binnen deze contingenten geldt dat het product van oorsprong dient te komen uit de betreffende kandidaatlidstaat. Dit dient met officiële documenten bevestigd te worden.). Actie: PVE (De Jonge) past memo aan aan de opmerkingen. Memo wordt in bestuur PPE ingebracht.
3. Quotering van de invoer in de pluimveevleessector Om te voorkomen dat de invoer van gezouten filet op langere termijn volledig wordt vervangen door andere producten is het zinvol te denken aan alternatieve oplossingen. Zowel in Brussel als nationaal wordt gedacht aan een vorm van quotering van de invoer in de pluimveesector. Dit kan door maximum hoeveelheden vast te stellen aan de invoer van alle producten en voor invoer buiten deze quota een hogere heffing vast te stellen. Probleem hierbij is dat de invoerheffingen in het kader van de WTO vastliggen. Een andere oplossing is om met de exporterende landen afspraken te maken over een vrijwillige beperking van de invoer, waarbij de producten zonder heffing kunnen worden ingevoerd (zoals bijv. in de schapensector). Omdat het vrijwillige afspraken met derde landen zijn, zal het wel moeten gaan om een substantiële hoeveelheid. Voor de exporteurs betekent dit meer winst op de ingevoerde producten. Ook is van belang hoe het beheer van deze quota wordt geregeld. Door het stellen van een maximum hoeveelheid zal een stabielere markt ontstaan met stabiele prijzen (ook voor exporteurs). Overigens lijkt het lastig om een goede regeling te bereiken. Mogelijk dat na het beperken van de gezouten filetstroom Brazilië en Thailand genegen zijn om afspraken te maken. Voor de kalkoensector is het van belang dat op relatief korte termijn iets geregeld wordt. Actie: Nepluvi (Vermeeren) overlegt in eigen kring en stelt een eerste concept op over de wensen m.b.t. quotering. Vervolgens overleg met PVE (Van Dongen, De Jonge). Voorstel wordt vervolgens in de TF besproken.
4. Aviaire Influenza in Italië Op 21 november waren in Italië 34 gevallen van Laag Pathogene Aviaire Influenza (H7N3) in 4 noordelijke (pluimveedichte) provincies. Gevraagd wordt of vanuit de sector nog waarschuwingen moeten uitgaan en maatregelen moeten worden getroffen inzake vervoer vanuit Italië naar Nederland (bijv. reiniging en ontsmetting van vrachtwagens). Actie: PVE (Dellaert) zullen dezelfde maatregelen propageren als die twee jaar geleden zijn genomen (toen ook m.b.t. AI in Italië).
5. Markttoegang Brazilië in de VS Wanneer Brazilië toegang zou krijgen tot de VS betekent dit een verlichting voor de pluimveesector in de EU. Brazilië mag niet exporteren naar de VS vanwege veterinaire en sanitaire problemen. Geconcludeerd wordt dat het lastig is hier een rol in te spelen (moet natuurlijk toch met name door Brazilië worden geïnitieerd), maar dat het toch zinvol lijkt enige actie te ondernemen, bijv. via de landbouwraad in Brazilië. Actie: PVE (Van Dongen) gaan na of en hoe Nederland hier een rol in kan spelen.
6. Overig WTO: voor de agrarische sectoren moeten de grote lijnen (m.b.t. markttoegang, exportondersteuning, premies e.d.) in maart al bekend zijn. PVE hebben hierover binnenkort overleg met ministerie. Uitbreiding: PVE zetten momenteel op een rij welke overgangsmaatregelen aan de diverse kandidaatlidstaten zijn gegeven. Zodra de notitie klaar is, wordt deze aan de TF-leden toegezonden. Actie: PVE (EUR-beleid). Communicatie: besloten wordt om de stand van zaken op de diverse dossiers via de pluimveehouderij aan de sector te melden. Actie: PVE
Tijdens de Kerstdagen kiest 18 procent van de Nederlanders voor kalkoen als favoriete vleessoort. Het konijn neemt een zesde plaats in de 'vlees top-10'. Naast konijn (12 %) zijn ook populair ree en hert (3%) en eend (3%) deze worden met de Kerstdagen relatief veelvuldig geserveerd. Dat blijkt uit een NIPO-enquête die in opdracht van de Dierenbescherming is uitgevoerd. De gangbare vleessoorten staan overigens ook tijdens de Kerstdagen hoog genoteerd; kip (37%), rund (33%), varken (27%) en vis (19%). Vijf procent kiest voor een vegetarisch gerecht tijdens een van de beide Kerstdagen.
De Dierenbescherming is geschrokken van het grote aandeel dieren uit de zogenaamde 'verborgen bio-industrie' dat met de Kerstdagen op tafel komt. Hoewel vergelijkingen met andere jaren niet kunnen worden gemaakt, bestaat de indruk dat juist rond de Kerstdagen dieren uit de verborgen bio-industrie vaker worden gegeten dan gedurende de rest van het jaar.
Traditioneel vraagt de Dierenbescherming rond de Kerstdagen aandacht voor het enorme dierenleed in de verborgen bio-industrie. Het konijn staat dit jaar centraal in de kerstcampagne van de Dierenbescherming.
Half miljoen dierenvrienden willen diervriendelijker beleid
11 dierenbeschermingsorganisaties, met een gezamenlijke achterban van meer dan een half miljoen dierenvrienden, slaan de handen ineen en roepen de politieke partijen op tot een diervriendelijker beleid. Dit doen zij door het aanbieden van een manifest met 20 concrete welzijnsverbeteringen voor dieren. Onderstaande 20 eisen zijn door 11 grote dierenbeschermings-organisaties samengesteld. Zij zijn van mening dat onderstaande 20 eisen komende 4 jaar grotendeels gerealiseerd kunnen worden en dat daarmee het leven en welzijn van honderden miljoenen dieren in Nederland beter gerespecteerd kan worden. Tevens wordt hiermee recht gedaan aan het grote belang dat de meeste Nederlanders hechten aan dierenwelzijn.
Het manifest:
1) Bij besmettelijke dierziektes zoals MKZ dienen gezonde dieren beschermd te worden door vaccinatie. 2) Er moet een einde komen aan alle kooihuisvesting voor kippen. Een legbatterijverbod dient ook te gelden voor de verrijkte legbatterij. 3) Er dient meer geld te worden geïnvesteerd in onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. 4) De verkoop van diervriendelijke producten, zoals scharrelvlees, biologisch vlees, vleesvervangers of proefdiervrije cosmetica, dienen gestimuleerd te worden door een BTW-verlaging of een belastingdifferentiatie. 5) Er dient een verbod te komen op het fokken van nertsen. 6) Voor de landbouwdieren waarvoor nog geen wettelijke huisvestingseisen zijn vastgelegd in een AmvB, zoals vleeskippen, konijnen, kalkoenen en eenden dient welzijnswetgeving te worden gemaakt. 7) Diervriendelijke initiatieven moeten worden gestimuleerd door middel van de zogeheten ‘Groenregeling’ voor sparen en beleggen. 8) Er dient een maximumreistijd van 8 uur te gaan gelden voor alle transporten en de controle op naleving van de regelgeving dient geïntensiveerd te worden. Er moet een einde komen aan de Europese subsidie middels exportrestitutie voor de export van levende dieren naar buiten de EU. 9) Er dient een einde te komen aan het onverdoofd castreren van biggen. 10) Er dient stimulerend beleid gemaakt te worden dat weidegang voor alle melkvee stimuleert. Indien deze maatregelen daar niet toe leiden, dient een weidegangverplichting ingesteld te worden. 11) Er dient meer geld beschikbaar te komen voor de ontwikkeling van vleesvervangers. Gebruik hiervan dient te worden gestimuleerd. 12) De biologische (mens-, dier-, en milieuvriendelijke) landbouw dient actief vanuit de overheid verder gestimuleerd te worden middels een omschakelsubsidie, een risicodekking en stimulering aan de consumptiekant. 13) De zoutbadmethode voor paling dient onmiddellijk verboden te worden. 14 )Intensieve viskwekerij dient niet te worden toegestaan tenzij de sector aantoont de vissen een acceptabel welzijn te kunnen bieden. 15) De overheid dient de import van in Nederland verboden producten te verbieden. Indien dit niet mogelijk blijkt dient de overheid een actief beleid te voeren om de consumptie (en het gebruik) van dieren tegen te gaan die niet volgens de Nederlandse regels zijn gevangen, gedood of gehouden. 16) Er moet openbaarheid komen in de belangenafweging rond dierproeven d.m.v. wijziging van de Wet op de Dierproeven dan wel via andere gelijkwaardige alternatieven. 17) Er moet nu een verbod komen op proeven met alle soorten apen. 18) Het verbod op de jacht op ganzen en smienten moet behouden blijven. 19) Herten, vossen, reeën en zwijnen mogen alleen gedood worden bij het optreden van ernstige schade en als er geen andere oplossingen bestaan. 20) Er moet vaker en beter gehandhaafd worden en bij wetsovertreding dient harder gestraft te worden.
Geen opkoopregeling als EU Nederlands mestbeleid afkeurt
De Europese Commissie zal Nederland in het meest gunstige geval een aanvoernorm van 230 kilo toestaan. Er is in dat geval een mestoverschot van acht miljoen kilo stikstof, maar het kabinet heeft geen geld voor een opkoopregeling voor het teveel aan dieren. Dat schrijft de staatssecretaris van Milieu, Pieter van Geel, in intern document van het ministerie van VROM.
Op de mestverbrandingsinstallatie van Fibroned op het industriegebied Ecofactory in Apeldoorn wordt een extra filter gemonteerd om schade aan milieu en gezondheid te beperken. Het filter wordt gedeeltelijk door de gemeente Apeldoorn gesubsidieerd via een korting op de grondprijs. Met het filter komt Fibroned tegemoet aan de bezwaren van de Gelderse Milieufederatie en Werkgroep Milieuzorg Apeldoorn. Het extra actief koolfilter moet voorkomen dat 90% van de kwik, cadmium en dioxine in de pluimveemest in het milieu belandt.
Voor een aantal omwonenden gaat de maatregel nog niet ver genoeg. Zij willen ook filters tegen vaste deeltjes van gevaarlijke stoffen en tegen verzuring door zwaveldioxide.
Het filter kost 800.000 euro. De gemeente Apeldoorn draagt een deel van de kosten via een lagere grondprijs. Bedrijven die zich op de Ecofactorij vestigen en meer voor het milieu doen dan strikt nodig, krijgen korting op de grondprijs.
Overigens loopt er vandaag nog een rechtszaak bij de Raad van State. Milieubeweging en omwonenden vinden dat de provincie Gelderland te gemakkelijk een vergunning aan Fibroned heeft afgegeven.
De destructietarieven voor kadavers zullen in 2003 worden gehandhaafd op het niveau van 2002. De Europese Commissie heeft besloten staatssteun voor kadavers toe te staan tot 100% van de transportkosten en 75% van de verwerkingskosten. Het jaar 2003 geldt als overgangsperiode waarin staatssteun is toegestaan tot 100% van alle kosten. Dat schrijft minister Veenman van landbouw in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van vragen uit de kamer omtrent zijn tariefvoorstel van 11 november jl.
Veenman blijft bij zijn voornemen om op korte termijn de overheidsbijdrage aan destructie te beëindigen. Hij benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de agrarisch ondernemer ten aanzien van de veilige verwijdering van destructiemateriaal. Wel zal hij in Europees verband onderzoeken of en in welke mate destructiekosten zouden kunnen worden doorberekend aan de consument.
De tarieven voor kadavers zullen in 2003 worden gehandhaafd op het niveau van 2002. Een tabel met de tarieven vindt u op de site van LNV
Verplichten GMP-voeders leidt tot kostenstijgingen
Doordat veehouders verplicht worden GMP-voeders af te nemen zal 300.000 ton aan bijproducten niet langer in de varkenshouderij af te zetten zijn. De gemiddelde voerkosten zullen daardoor een beetje stijgen. Een aantal varkensboeren kan hierdoor zwaar getroffen worden. Dat beweert de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie Nevedi. Volgens de Nevedi betreft het vooral bijproducten uit de farmaceutische industrie en incidentele partijtjes afgekeurd product uit de levensmiddelenindustrie.
Het Productschap Diervoeder schat dat het om niet meer dan 'enkele tienduizenden tonnen' zal gaan. Bovendien zijn de meeste leveranciers HACCP-erkend. Zij kunnen dus ook de reststroom GMP-waardig te maken, aldus het Productschap.
De complete kalkoen historie is af. Het geheel is een bijdrage van Theo Philipsen. Hier bij dank ik Theo voor het voortreffelijk stukje geschiedenis over de kalkoen. Ik wens allen veel leesplezier (zie kalkoen historie)
De onlangs herziene 'Hygienecode Eieren voor Verzamelaars, Pakstations en Grossiers' heeft niet alleen gevolgen voor pakstations, verzamelaars en grossiers van eieren. Ook legpluimveehouders krijgen te maken met de consequenties ervan. Dr.ir Annette Klomp (PVE) gaat in op die gevolgen.
Betere afzet
Praten met je afnemer betekent dat je kunt inspelen op de wensen van de afnemer met als resultaat betere afzetmogelijkheden voor je product. Hoe pak je dat aan? De ZLTO heeft een project dat pluimveehouders de weg wijst. Om te beginnen met twee ledenbijeenkomsten op 6 en 13 januari verspreid in het ZLTO-werkgebied. Gezondheidsrisico's van vrijheid
Kippen buiten de kooi hebben het maar goed, zeker als ze ook nog naar buiten kunnen. Zou je zeggen tenminste. Maar er is wel wat op af te dingen, want de vrijheid die die kippen hebben heeft een prijs: bedreigingen van de gezondheid. Dat loopt uiteen van verenpikkerij via ziektekiemen tot roofdieren.
Temperatuur regelen via de vloer
In het begin van de ronde hebben vleeskuikens het al snel te koud en aan het eind van de ronde juist te warm. Wat zou het daarom toch makkelijk zijn als de temperatuur op dierniveau ook via de vloer te regelen is. En het mooie is: dat kan ook. Met het Kombidek-systeem. Praktijkonderzoek Veehouderij heeft onderzoek gedaan met dit systeem.
Goedkope gezouten filet blijft nog steeds via Duitsland de EU binnenkomen. De Europese Commissie heeft een conceptbeschikking opgesteld, gericht op het intrekken van de door Duitsland afgegeven 'nieuwe' zogenoemde bindende tariefinlichtingen. Daarover wordt gestemd in de vergadering van het comite douanewetgeving op 10 januari.
Het bestuur van de NOP-kring leghennenhouders wil afwaarderen van eieren blijven toestaan. In de oktobervergadering nam het kringbestuur het standpunt in dat het in IKB-verband zou moeten worden verboden. Nu komt het daarvan terug.
Tijdens EuroTier is de European Poultry Club opgericht. De vereniging wil een Europees platform creeren voor de Europese pluimveehouderij waar de nieuwste kennis en ervaring onderling worden uitgewisseld. De club tracht elk jaar een symposium te organiseren, te beginnen in juli volgend jaar.
De Dierenbescherming vaart scherp uit tegen de houderij van kalkoenen en eenden. In een artikel in 'Dier' over de kerstactie van de Dierenbescherming bezigt de organisatie termen als 'smerig strooisel', 'voedsel is eenzijdig en leidt tot botafwijkingen', 'onrust in de groep' en 'op ontoelaatbare wijze behandeld'.
Bijvoeren fytase heeft vele voordelen in varkens- en pluimveehouderij
Door het enzym fytase aan het voer toe te voegen kunnen pluimvee- en varkenshouders meer mest per hectare uitrijden zonder het fosfaatgehalte in de bodem te verhogen. Daarnaast kan de veehouder met minder stikstofkunstmest toe. Bovendien kunnen zo meer dieren per hectare gehouden worden. Dat blijkt uit analyses van BASF Animal Nutrition. BASF onderzocht de resultaten bij veehouders die gebruik maakten van BASF's Natuphos fytase.
In tegenstelling tot stikstof, dat vrij door de bodem kan bewegen, wordt fosfaat in de grond gebonden. De stof komt door complexe chemische en fysische processen vrij in het oppervlaktewater. Teveel fosfaat heeft een overmaat aan algengroei tot gevolg, wat tot verstoring van het eco-systeem leidt.
Volgens BASF kan een veehouder door bijvoering met fytase 35% meer mest op zijn land brengen zonder het gehalte fosfaat in de bodem te verhogen. Dit omdat het fytase het fosfaatgehalte in de mest aanmerkelijk reduceert. Ook vond BASF dat door het gebruik van fytase de stikstofgift verlaagd kan worden.
De Nederlandse overheid dwarsboomt afspraken over de vermindering van CO2-uitstoot die zij zelf met de stroomproducenten heeft gemaakt. Het kabinet heeft zich verrekend en het is nu zeer de vraag of Nederland wel aan de internationale afspraken kan voldoen.
Dit stelt F. Munnichs van branchevereniging EnergieNed met de nodige ergernis vast. De woede van de sector richt zich op de subsidieregeling voor groene stroom die op 1 januari 'voorlopig' gaat gelden. Die regeling maakt investeringen voor het milieuvriendelijk stoken van biomassa (zoals houtsnippers) in kolencentrales 'bedrijfsmatig niet verantwoord', aldus ook een zegsman van elektriciteitsproducent E.on. Het gebruik van biomassa wordt door de overheid nu niet meer genoeg gestimuleerd.
Staatssecretaris Wijn van economische zaken onderzoekt nog of er onderscheid gemaakt kan worden tussen schone en niet-schone biomassa (zoals kippenmest), aldus een woordvoerder van Wijn. Dinsdag stuurde Wijn nog een nota met nieuwe subsidietarieven naar de Kamer, zo voegt hij daar aan toe.
De stroomproducenten zijn niet onder de indruk. ,,Ook deze versie staat haaks op het Kolenconvenant'', aldus Munnichs van EnergieNed. In april vorig jaar sloten de stroomproducenten die in Nederland kolencentrales bezitten en de toenmalige ministers Pronk en Jorritsma dit Kolenconvenant. Daarin is vastgelegd dat zij de CO2
-uitstoot met zes miljoen ton per jaar zullen verminderen. Dat is 15 procent van de totale vermindering waartoe Nederland zich in het zogeheten Kyoto-protocol heeft verplicht. Nederland haalt die doelstelling alleen als de centrales met schone biomassa worden bijgestookt en ,,dan moet daar wel in geïnvesteerd kunnen worden''.
De exportwaarde van agrarische en voedingsproducten was in september van dit jaar groter dan in dezelfde periode vorig jaar. Uitzondering is de uitvoer van dierlijke producten als eieren en zuivel, zo meldt het CBS. De exportwaarde lag drie procent hoger dan in september 2001. Dat is exclusief sierteeltproducten, waarvan het CBS nog geen betrouwbare cijfers heeft. De export van eieren en zuivel daalde met 10 procent naar € 360 miljoen. Met name Spanje, Griekenland het Midden Oosten en Zuid-Amerika namen minder af, zo'n 30 procent. België en Frankrijk importeerden rond tien procent minder, terwijl naar Duitsland vrijwel evenveel werd geëxporteerd.
Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat staatssecretaris Van Geel (Milieu) in Brussel moet vragen om een versoepeling van de mestnormen voor de komende jaren. Ook al vindt eurocommissaris Wallström de huidige normen al te slap, Van Geel moet het toch maar proberen, vinden CDA, VVD, LPF, SGP en ChristenUnie. Brussel heeft het gehad met het mestdossier, waarschuwde Van Geel vorige week al. Nederland mag blij zijn als hij niet al te veel hoeft in te leveren van de huidige norm. De bewindsman raadde de Kamer af een motie van CDA-Tweede-Kamerlid Koopmans aan te nemen, waarin bevriezing van de huidige norm voor 2003 en 2004 wordt gevraagd. Deze motie kwam er dinsdag toch door.
In Brussel ligt voor dit jaar al een verzoek om een uitzonderingspositie voor de uitstoot van nitraat, een stof die in mest zit: 250 kilo per hectare in plaats van de 170 kilo die voor andere Europese landen geldt. Volgens wetenschappers is deze uitzondering verantwoord, omdat het klimaat in Nederland ervoor zorgt dat de meeste nitraat verdwijnt voordat het in het grondwater terechtkomt.
Als eurocommissaris Wallström van Milieu het Nederlandse verzoek afwijst en vasthoudt aan de Europese norm moet in het ergste geval eenderde van de Nederlandse melkveestapel verdwijnen.
Op 16 december worden de Nederlandse mestnormen weer in Brussel besproken.
Onzekerheid over groei bio-landbouw op lange termijn
De kans bestaat dat het draagvlak voor onderzoek en het oplossen van problemen binnen de biologische landbouw verdwijnt, wanneer echte omzetgroei uitblijft. Dat zei Bert van Ruitenbeek, directeur van Platform Biologica, tijdens de ledendag van de LTO-vakgroep Biologische Landbouw in Driebergen. De biologische landbouw moet zich blijven inzetten voor zowel groei als voor het oplossen van knelpunten nu er nog voldoende draagvlak is, zo zei Ruitenbeek.
Verschillende sprekers op de ledendag waren onzeker over de groei van de biologische markt op de lange termijn. Er werden geen officiële omzetcijfers gepresenteerd. Het is dan ook niet duidelijk of de mediacampagne 'Biologisch, eigenlijk heel logisch' effect heeft. Bij het uitblijven van de groei is het mogelijk dat supermarkten op den duur geen vertrouwen meer hebben in de biologische producten en ze niet meer willen verkopen.
Kamer accepteert verhoging destructietarieven niet
Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt het niet acceptabel dat de destructietarieven toch stijgen. Minister Veerman zou zijn toezegging dat ze niet zullen stijgen moeten handhaven. Vorige week zei Veerman dat hij de tarieven niet zou verhogen. Omdat de overheidsbijdrage van verwerking van kadavers echter teruggebracht wordt van 80 naar 50 procent, blijken met name rundveehoduers toch duurder uit te zijn. CDA-kamerlid Atsma houdt Veerman nu aan zijn uitspraak en ook LPF-er Wien van den Brink is het daarmee eens. Op 10 december stemt de Kamer over de moties bij de landbouwbegroting.
Vlaanderen: één miljoen varkens minder door warme sanering
In drie jaar tijd is het aantal varkens in Vlaanderen gedaald met één miljoen. Dankzij het systeem van de warme sanering, waarbij varkenshouders een financiële vergoeding krijgen om te stoppen, zijn reeds 1020 varkenshouders gestopt. Dat heeft als rechtstreeks gevolg dat miljoenen kilo's stikstof en fosfor niet langer als mest in de Vlaamse grond verdwijnen, zo meldt de Vlaamse regering. Vlaams minister van Leefmilieu Vera Dua wil het systeem van de warme sanering nu ook aanbieden aan de pluimvee- en rundveehouders. Het voorontwerp daaromtrent is principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering. De regeling zorgt ervoor dat tegen eind 2003 in Vlaanderen 5,5 miljoen kilo stikstof en 2,5 miljoen kilo fosfor minder zullen worden geproduceerd. En dus ook niet langer als mest in de Vlaamse grond kunnen verdwijnen.
De daling van het aantal varkens met een miljoen blijkt uit de meest recente tellingen van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS). Het NIS telde in Vlaanderen 1,7 miljoen biggen, 3,9 miljoen vleesvarkens en ongeveer 650.000 zeugen. Samen met een aantal mannelijke fokvarkens komt dit neer op 6,4 miljoen varkens. Op 15 mei 1999 telde Vlaanderen nog ruim 7,4 miljoen varkens, verspreid over zo'n 9000 bedrijven. De grootste groep daarvan is actief in West- Vlaanderen, waar de mestproblematiek dan ook het grootst is.
Warme sanering leidt tot afbouw Voor de warme sanering die Vera Dua de voorbije twee jaar doorvoerde werd op 9 maart 2001 het decreet tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest door het Vlaams Parlement goedgekeurd. Dit had tot gevolg dat in 2001, 2002 en 2003 telkens 25 miljoen euro zou worden besteed aan de afbouw van de veestapel in Vlaanderen. Naar aanleiding van de afbakening van de kwetsbare gebieden werd voor 2002 een extra 25 miljoen euro vrijgemaakt.
De eerste 50 miljoen euro werd uitsluitend gebruikt voor de varkenshouderij. Gespreid over 2001 en 2002 kozen 1020 varkenshouders tot een vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van hun bedrijf. Deze stopzettingen maken dat reeds in 2002 3,3 miljoen kilo stikstof en 1,4 miljoen kilo fosfor minder in de Vlaamse bodem verdwijnen.
Cebeco Groep heeft vandaag haar jaarverslag over 2001 gepubliceerd. In het boekjaar 2001 werd een verlies geleden van € 108 miljoen. Het resultaat is vooral toe te schrijven aan operationele en buitengewone verliezen op een aantal reeds langere tijd verliesgevende en laag renderende activiteiten. Vanwege het heroriëntatieproces dat Cebeco eind 2001 in gang heeft gezet, het daaruit voortvloeiende reorganisatieproces en de desinvestering van niet tot de kernactiviteiten behorende ondernemingen, was de publicatie van de jaarcijfers uitgesteld.
Het reorganisatieproces is volgens Cebeco op koers. Dat uit zich volgens de onderneming zowel in een solide operationeel rendement in de eerste negen maanden van 2002, als in de goede voortgang van het desinvesteringsproces. Het strategische heroriëntatieproces heeft zich in 2002 vertaald in een substantiële verbetering van de financiële positie van de groep.
Het desinvesteringsproces zal in de komende maanden worden afgerond en de aandacht van de groep verschuift dan verder richting de gedefinieerde kernactiviteiten.
Het jaarverslag en de cijfers over de eerste drie kwartalen vindt u op de website van Cebeco Groep.
Nutreco heeft Selko BV overgenomen. Selko produceert en verkoopt organische componenten voor diervoeders. Het bedrijf heeft 47 werknemers en beschikt over twee moderne productie-eenheden in Tilburg. Met de overname van Selko B.V. breidt Nutreco haar aanwezigheid uit op de internationale markten in Azië, Latijns Amerika en het Midden Oosten. De acquisitie is past in de trategie van Nutreco om wereldwijd marktleider te zijn op het gebied van premix en speciaalvoer. Het benadrukt tevens het belang van het Nutreco GreenlineTN concept, groeibevorderaars zonder antibiotica in diervoeding.
Nutreco Agri International is binnen Nutreco wereldwijd verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van premixen en speciaalvoer. De business group telt productie- en verkoopbedrijven in 25 landen en exporteert naar een groot aantal andere landen.