Het bestuur van het Productschap voor Pluimvee en Eieren heeft op 14 februari 517.800 euro toegekend voor het praktijkonderzoek in de pluimveehouderij. De onderzoeksvragen zijn geinventariseerd door de diverse klankbordgroepen die vallen onder de Adviescommissie Praktijkonderzoek Pluimvee (POP).
In de leghennenhouderij en in de vermeerderingssector wordt onderzoek gedaan in het kader van het Plan van Aanpak Ingrepen. Er vindt bijvoorbeeld onderzoek plaats naar snavelschuurders, maar er wordt ook gekeken naar kennis en ervaringen van de biologische sector. In de legsector wordt verder nog onderzoek gedaan naar het effect van varkensvleesmeel in het voer op prestaties, gezondheid en gedrag van leghennen. Daarnaast vindt, samen met Philips, onderzoek plaats om de verlichting in de leghennenhouderij te optimaliseren.
In de vermeerderingssector wordt een meerjarig onderzoek gestart naar het effect van bezettingsdichtheid op paargedrag, beschadigingen en technische resultaten bij vleeskuikenouderdieren. In de vleesvermeerderingssector wordt het onderzoek naar slechte bevedering en flankbeschadigingen voortgezet.
In de vleeskuikenhouderij wordt onder meer vervolg gegeven aan het onderzoek 'Invulling lichteisen concept EU-welzijnsrichtlijn vleeskuikens'. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar maatregelen om voetzoollaesies te verminderen. In de eendenhouderij wordt een proef uitgevoerd naar de vergisting van eendenmest. In de konijnenhouderij wordt nader onderzoek gedaan naar groepshuisvesting en kooibodems.
De Britse verkopen van pluimveevlees uit alternatieve productiesystemen (free range) zijn vorige maand met 35 procent omhoog gegaan. Aan de andere kant daalden de verkopen van gangbaar pluimveevlees (in Engeland meestal aangeduid als batterijkip) met 7 procent.
Dat blijkt uit recente gegevens van het continue marktonderzoek van TNS Worldpanel. Door de grote vraag raakt het ‘free range’ vlees in de winkels regelmatig uitverkocht. De grootste supermarkt Tesco heeft de aanvoer van alternatief pluimveevlees verdubbeld terwijl Sainsbury’s wegens een tekort in eigen land nu kip uit Frankrijk moet invoeren.
De plotselinge ommezwaai heeft veel te maken met een serie tv-programma’s van de koks Jamie Oliver en Hugh Fearnley-Whittingstall waarin de aandacht werd gevestigd op de omstandigheden waaronder gangbare vleeskuikens moeten leven en opgroeien. Fearnley-Whittingstall heeft aangekondigd komend najaar met een nieuwe serie te komen ‘om de druk op de publieke opinie verder op te voeren’. Omdat de verkopen van pluimveevlees in totaal met bijna vijf procent zijn ingezakt, wordt aangenomen dat veel Britten er van afzien kip te kopen als ze geen free rangevlees kunnen vinden.
Ook de Nederlandse pluimveevleessector merkt de gevolgen van het Britse koopgedrag aan den lijve. Gecombineerd met de lage koers van het Britse pond heeft deze situatie tot gevolg dat de exporten van Nederlands pluimveevlees naar Engeland onder druk staan. Het gevolg is dan ook dat de vleeskuikenprijzen onder druk staan.
Milieuvergunning grootste pluimveebedrijf vernietigd
De Raad van State heeft vandaag de milieuvergunning van het grootste pluimveebedrijf van Nederland ongeldig verklaard.
Het bedrijf Van Deurzen in het Gelderse Groesbeek telt 300.000 kippen. Volgens de Raad van State veroorzaakt het bedrijf onacceptabele stank en had de vergunning nooit mogen worden verleend.
Tegen de milieuvergunning was bezwaar gemaakt door bewoners van een villapark, een sportclub, een dierenwelzijnsorganisatie en enkele omwonenden. Allen menen dat het pluimveebedrijf te grote stankoverlast veroorzaakt.
Hendrix Genetics in Boxmeer verkoopt 80 procent van de aandelen van Handelsmaatschappij Plumex BV voor een niet genoemd bedrag aan Poultry Concepts in Wierden, een 100% dochteronderneming van J. de Lange Holding B.V.
Hiertoe hebben Hendrix Genetisc en Poultry Concepts een overeenkomst getekend, die met terugwerkende kracht per 1 januari ingaat.
Jacques de Lange, enig eigenaar van de J. de Lange Holding BV, richtte Plumex, exporteur van broedeieren en eendagskuikens in Boxmeer, in 1976 op en leidde het bedrijf tot 1988. In 1999 werd de exportonderneming onderdeel van Pingo Poultry Farming van Nutreco. In 2007 verkocht Nutreco Plumex als onderdeel van Euribrid in 2007 aan Hendrix Genetics.
De Lange gaf van 1988 tot 1992 als algemeen directeur leiding aan de Duitse vleeskuikenintegratie Gutsgold, toen onderdeel van de Franse Doux-groep. In de jaren negentig was hij algemeen directeur van de Amerikaanse pluimveefokbedrijven Arbor Acres Farms en Nicolas Turkey Breeding Farms.
De aankoop van Plumex biedt De Lange volgens eigen zeggen "de unieke kans het bedrijf verder te laten groeien, door het organiseren van een aanvoerstroom van broedeieren en door het inzetten van mijn kennis, kunde en wereldwijde netwerk". De handelsactiviteiten van Plumex passen niet in de strategie van Hendrix Gentics waarvan de focus ligt op dierfokkerij.
Vanmiddag heeft Bulgarije aan de OIE gemeld dat een nieuwe uitbraak van NCD is vastgesteld. Het betreft een bedrijfje met 79 stuks pluimvee in Kardam, provincie Dobric, in het uiterste noordoosten van het land. Begin februari was in Vraca, in het noordwesten van het land, al een bedrijfje met 40 stuks pluimvee besmet verklaard.
Mede gezien de afstand tussen beide uitbraken kan niet worden uitgesloten dat ook elders in Bulgarije NCD-virus voorkomt. In de contacten met de Bulgaarse pluimveehouderij moet daarom de uiterste voorzichtigheid in acht worden genomen opdat versleping van virus wordt voorkomen.
De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) wil op korte termijn een breed en open overleg met alle betrokken partijen over de problemen bij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). De COV is bezorgd de dat internationale reputatie van de Nederlandse vleesindustrie en de vleesproducten die deze produceert door de voortdurende bezuinigingen binnen de VWA wordt aangetast.
De COV hecht grote waarde aan een goed functionerende VWA die een duidelijke bijdrage levert aan het behoud en bevestiging van de internationale reputatie van de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie op het gebied van kwaliteit en voedselveiligheid. De kwaliteit en betrouwbaarheid van Nederlands vlees in binnen- en buitenland is het resultaat van een jarenlange inspanning van de totale Nederlandse productiekolom. De vleessector neemt haar verantwoordelijkheid om dit vertrouwen blijvend te waarborgen.
Eerlijke verdeling kosten De COV is van mening dat alle branches en sectoren die onder toezicht vallen van de VWA, naar rato bijdragen aan het VWA-budget. Met het oog op een Europees level playing field moet ook de wijze van financiering van toezichtkosten in andere Europese landen in deze discussie worden betrokken. Zo is het in andere Europese lidstaten gebruikelijk dat de nationale overheid ook bijdraagt in een deel van de kosten.
De pluimveesector moet aan de slag en zich zelf goed organiseren. De overheid is slechts voorwaardescheppend.
Dat was de strekking van het betoog dat ZLTO-voorzitter Antoon Vermeer woensdagavond hield tijdens het marktcafé van het Dutch Poultry Centre.
Vermeer wees erop dat de Nederlandse pluimveesectoren geen echte marktleider kennen. Hij stelde het ontstaan van Vion als voorbeeld. Dat gebeurde op een moment dat de varkenssector in een moeilijke positie zat na een aantal uitbraken van dierziekten en veevoerschandalen. In de pluimveesectoren is tot nu toe op dat terrein nog niet zo veel gebeurd.
Bij het ontstaan van Vion speelde de ZLTO een belangrijke rol. De ZLTO kon die rol ook vervullen doordat zij als aandeelhouder van Dumeco nauw betrokken was bij dit bedrijf.
Voor de pluimveesector ziet Vermeer niet zo’n rol voor de ZLTO weggelegd, doordat zij niet nauw betrokken is bij een van de bedrijven in de sector. Wel wil de ZLTO meedenken in dit soort processen.
Pluimveeservicebedrijven die deelnemen aan de IKB-regeling IKB-PSB maken hier extra kosten voor, maar ondervinden er nauwelijks profijt van.
Dit is volgens Serge Moonen, bestuurslid van de vereniging voor pluimveeservicebedrijven, één van de redenen dat slechts een zeer klein aantal van de bedrijven aan de nieuwe IKB-eisen voldoet.
Pluimveeservicebedrijven zijn niet verplicht om aan de IKB-regeling te voldoen, maar pluimveehouders mogen alleen gecertificeerde servicebedrijven inhuren. In de praktijk blijkt dit volgens Moonen lang niet altijd de werkelijkheid te zijn.
"De IKB-PSB bestaat nu negen jaar. Sommige bedrijven hebben tijd en geld geïnvesteerd om hier aan te voldoen, Voor deze bedrijven is het zeer frustrerend dat ongecertificeerde bedrijven blijven bestaan en zelfs groeien. Hoe moeten ze daar tegen concurreren?" vraagt Moonen zich af.
Omdat slechts vijf procent van de servicebedrijven op dit moment aan de nieuwe eisen voldoet hebben de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) bedrijven drie maanden langer de tijd gegeven. Belangrijkste wijziging is de NEN-4400 norm tegen illegale arbeid, die vooral administratieve wijzigingen met zich mee brengt.
De Nederlandse kipfilet is beter dan ooit. De besmettingspercentages van de voor de mens relevante Salmonella’s liggen onder de 1% en zitten daarmee ver onder het EU gemiddelde. Het Nederlandse bedrijfsleven is actief bezig met de kwaliteit van het eindproduct op basis van het Actieplan Salmonella, door te werken met kwaliteitssystemen zoals IKB en door het hanteren van strikte hygieneprotocollen in de verdere verwerking. De publicatie van de Consumentenbond in de Consumentengids van maart (en op internet) bevestigt die goede ontwikkeling, maar slaat de plank mis waar het gaat over vermeend ‘onbekend materiaal’ dat in kip zou zijn aangetroffen. De conclusies van de Consumentenbond missen op dat vlak elke wetenschappelijke onderbouwing.
Second opinion: geen afwijkingen
Het onderzoek van de Consumentenbond is uitgevoerd door het RIKILT, het nationaal referentie laboratorium voor onderzoek naar watervasthoudende stoffen in vlees. Het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) en de brancheorganisatie voor de pluimveeverwerkende industrie (NEPLUVI) zijn zeer teleurgesteld dat de voorlopige bevindingen van het onderzoeksinstituut RIKILT in de Consumentengids zijn verschenen, terwijl de onderzoekers zelf vaststelden dat eerst nader onderzoek nodig is. De sector is hoogst ongelukkig met de term 'onbekend materiaal' omdat aan filet die in de Nederlandse supermarkten ligt geen water wordt toegevoegd. Een second opinion door experts van de Gezondheidsdienst voor Dieren en de Universiteit Utrecht, prof. dr. A Grone en dr. R.M. Dwars, leverde geen afwijkingen op. Deze experts concludeerden dat sprake is van een algemeen voorkomend beeld van kipfilet verkregen uit een machinaal slachtproces. Met het doordrukken van de publicatie verliest de Consumen tenbond voor de pluimveesector veel van haar geloofwaardigheid en wordt de consument op het verkeerde been gezet.
De sector heeft begin januari gemeld twijfels te hebben over het onderzoek. Ook heeft de sector de Consumentenbond uitgenodigd diverse slachterijen en vleesverwerkende bedrijven te bezoeken om aan te tonen dat van vermeend gebruik van watervasthoudende stoffen geen sprake kan zijn. De bond heeft deze uitnodiging afgewezen.
Het onderzoeksinstituut RIKILT maakte gebruik van een zelfstandig ontwikkelde, niet geaccrediteerde methode. De pluimveesector heeft vergeefs inzage gevraagd in het validatierapport. Ook heeft de sector het RIKILT verzocht aanvullend onderzoek uit te voeren, maar ook daar is geen gehoor aan gegeven. Des te opmerkelijker is het dat het RIKILT de Consumentenbond heeft laten weten dat voor het trekken van conclusies nader onderzoek nodig is, zoals inmiddels ook op de website van het RIKILT staat. Het contraonderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren en de Faculteit Diergeneeskunde toont aan dat de onderzoeksmethode van het RIKILT niet voldoet. De pluimveesector vindt dat een nationaal referentielaboratorium het zich niet kan permitteren om niet geaccrediteerde onderzoeksmethoden te gebruiken voor onderzoek dat voor derden wordt uitgevoerd en dat bestemd is voor publicatie.
Tenslotte benadrukken PPE en NEPLUVI dat, ondanks de hoge normen voor de kwaliteit van kipfilet die momenteel worden gerealiseerd, er naar verdere verbetering gestreefd wordt. De publicatie van de Consumentenbond doet volledig ten onrechte afbreuk aan de positieve resultaten van de inspanningen van het bedrijfsleven om die doelen te bereiken.
Noot voor de redactie
Voor vragen kunt u bellen met D.A. van de Riet (PVE), tel. (079) 368 79 33 of 06 - 46 09 04 34 of B.J. Odink (NEPLUVI), tel. (030) - 635 52 52.
In Europa komt momenteel geen AI meer voor. Buiten de EU zijn de vogelpestuitbraken echter nog talrijk.
Dinsdag 19 februari heeft het Verenigd Koninkrijk de beschermingsmaatregelen ingetrokken die waren genomen vanwege een uitbraak van AI bij knobbelzwanen in Zuid Engeland. Met deze intrekking zijn binnen de gehele Europese Unie voor AI geen beschermende maatregelen meer van kracht. De AI-situatie in Europa is dus rustig. Buiten de EU zijn de uitbraken van AI echter nog talrijk.
Zwarte Zee In Oekraïne zijn begin februari enkele gevallen van AI vastgesteld bij bedrijven op het schiereiland De Krim. Daarnaast zijn in Turkije de laatste maand op verschillende plaatsen langs de kust van de Zwarte Zee besmettingen vastgesteld.
Midden Oosten Saoedi Arabië heeft deze week aan de OIE gerapporteerd dat in de periode november 2007 - januari 2008 in totaal op 24 adressen een AI besmetting met H5N1 is vastgesteld. De omvang van de besmettingen varieerden van één kip in een bejaardenhuis tot een bedrijf met 2.225.000 stuks pluimvee. In totaal zijn vijf miljoen stuks pluimvee geruimd. Vrijwel alle besmette adressen lagen in de omgeving van de hoofdstad Riyad.
Verre Oosten In Pakistan in is de bergachtige noordwestelijke grensprovincie AI vastgesteld.
De autoriteiten van India hebben al twee keer meegedeeld de uitbraken van AI in West Bengalen onder controle te hebben om vervolgens weer nieuwe uitbraken te melden. In Bangladesh dat aan West Bengalen grenst, verspreidt het AI-virus zich nog steeds. Inmiddels is AI in 43 van de 64 districten van het land vastgesteld.
In Myanmar (voormalig Birma) zijn de laatste maanden eveneens verschillende uitbraken vastgesteld. Aan de OIE is ondermeer het ruimen van 32.000 kwartels, 1250 leghennen, 147 eenden en enkele duizende stuks "backyard" pluimvee gemeld. Ook zijn tienduizenden broedeieren vernietigd.
In het noorden van Laos is begin februari een besmetting vastgesteld bij 1300 kippen.
In Thailand dateren de laatste AI-uitbraken van januari 2008 en in Vietnam zijn deze week grote aantallen dode vogels in verschillende rivieren aangetroffen. Gevreesd wordt voor een uitbraak van AI.
China heeft 18 februari aan de OIE gemeld dat op 6 februari een uitbraak van AI in Tibet is vastgesteld waarbij in een dorp 7700 stuks pluimvee zijn geruimd.
Indonesie meldt geen nieuwe uitbraken bij pluimvee meer. Vermoedelijk is dat onbegonnen werk. Wel zijn in Indonesië inmiddels 105 mensen geregistreerd waarvan zeker is dat ze aan AI zijn overleden. Aangenomen wordt dat ook een aantal niet geregistreerde mensen aan AI is overleden.
Afrika In Egypte doen zich nog wekelijks nieuwe uitbraken voor. In totaal heeft Egypte sinds het begin van de uitbraak 1028 besmette adressen aan de OIE gemeld.
Andere Afrikaanse landen waar de laatste tijd nog nieuwe AI-uitbraken worden gemeld zijn Benin en Nigeria.
Conclusie De conclusie kan zijn dat het AI-virus zich momenteel in Europa niet erg manifesteert maar elders in de wereld erg actief is, vooral in Egypte en in diverse Aziatische landen. Het blijft daarom van groot belang dat de Nederlandse pluimveesector zeer waakzaam blijft op elk signaal dat mogelijk op AI kan duiden. Voor de sector is het veel beter dat een keer ten onrechte een verdenking wordt uitgesproken dan dat een besmetting een dag te laat wordt opgemerkt.
Nieuwe regels voor Salmonella-onderzoek bij legpluimveebedrijven
Op 1 februari zijn de nieuwe Europese voorschriften ingegaan voor de Salmonellamonitoring en - bestrijding in de leghensector. Deze eisen zijn opgenomen in het Actieplan Salmonella Eiersector en hebben andere monsternamemethodes en hygienemaatregelen tot gevolg.
Voor Salmonellamonitoring werd tot 1 februari bloedonderzoek uitgevoerd door een dierenarts of paraveterinair. Vanaf 1 februari moet deze monitoring door de pluimveehouder worden uitgevoerd via mestonderzoek. Het bloedonderzoek 9 weken voor ruiming van het legkoppel voor NCD, AI en Mg blijft wel bestaan.
Geen extra Salmonellaonderzoek nodig voor KAT Deelnemers aan het Duitse KAT-systeem moesten al Salmonellaonderzoek via mest of eieren laten uitvoeren. Vanaf 1 januari zijn de regels voor Salmonellaonderzoek binnen KAT dezelfde als de nieuwe regels in Nederland. Dat betekent dat er elke 15 weken mestonderzoek via overschoentjes moet plaatsvinden.
Hygiënogram elke twee ronden Vanaf 1 februari moet er na elke tweede ronde een hygiënogram uitgevoerd te worden. Tot nu toe gold er een vrijstelling voor bedrijven die de stal lieten ontsmetten door een IKB-PSB bedrijf. Die vrijstelling is dus vervallen.
Kosten mestonderzoek Net als in de 'oude' situatie moeten de kosten voor onderzoek en analyse betaald worden door de legpluimveehouder. Naar verwachting zullen de kosten voor het mestonderzoek per koppel op een vergelijkbaar niveau liggen als voor het bloedonderzoek.
Bij muggen afkomstig uit Thaise pluimveebedrijven is het vogelpestvirus H5N1 aangetroffen.
Tijdens een uitbraak van vogelpest in 2005 zijn muggen die bloed geconsumeerd hadden in de besmette bedrijven gevangen en getest op vogelpest. De muggen bleken positief voor het virus. Het is nog niet aangetoond of de muggen het virus ook kunnen verspreiden. Uit Japans onderzoek in laboratoriumomstandigheden blijkt dat muggen een rol kunnen spelen bij de verspreiding van het virus. Er is echter verder onderzoek nodig.
Volgens het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van de Wageningen UR zullen muggen niet de meest voor de hand liggende route van verspreiding van het virus worden. "Het virus verspreidt zich al vrij eenvoudig van dier tot dier, via de mest en door de lucht. Vogelpest heeft dus geen vector in de vorm van muggen nodig om de ziekte te verspreiden. Dit is bij bijvoorbeeld bluetongue wel het geval", aldus een woordvoerder van CVI. "Het is ook nog niet bekend of het virus zich in de mug vermeerdert. Het kan ook dat de muggen net bloed hebben opgenomen van een besmet dier."
De vleessector en levensmiddelenbranche zijn de dupe van de problemen bij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA).
Doordat die dienst steken laat vallen, ontstaan er bij de consument twijfels over de veiligheid van producten.
Supermarktkoepel CBL plaatst grote vraagtekens bij de bezuinigingen die het kabinet de VWA heeft opgelegd. Volgens die organisatie is het van groot belang dat de voedselveiligheid is gewaarborgd en moeten consumenten daar blindelings op kunnen vertrouwen. Dat daar nu steeds grotere twijfels over ontstaan is in de ogen het CBL 'niet in het belang van de consument en de partijen in de voedselketen'.
Maandag lekte een brief uit van topambtenaar André Kleinmeulman van de VWA, waarin deze stelt dat het toezicht op levende dieren tot een minimum zal dalen als gevolg van budget- en capaciteitsproblemen. Ook schrijft hij dat de bemonstering op geïmporteerde diervoerders is gedaald tot een kwart en er bij de uitbraak van dierziekten problemen kunnen ontstaan met de tracering.
Volgens voorzitter Piet Thijsse van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee kan geld niet het probleem zijn. De keuring van veetransporten zijn kostendekkend, zegt hij. Als de VWA te weinig budget heeft, ligt dat aan andere sectoren, aldus Thijsse.
NVV-Voorzitter Wyno Zwanenburg zegt begrip te hebben voor het feit dat de VWA om meer geld vraagt, maar benadrukt dat zich ondanks alle twijfels geen calamiteiten hebben voorgedaan.
De Voedsel en Waren Autoriteit controleert naar eigen zeggen onvoldoende op veetransporten, slachterijen en vleesverwerking. Ook het toezicht op diervoeder is onder de maat.
De dienst erkent dat in een brief van oktober 2007 aan het ministerie van Volksgezondheid, waar het Tros-programma Radar maandagavond over berichtte. De brief is de redactie toegespeeld door de Partij van de Dieren.
De VWA stelt dat zij onvoldoende geld en mensen heeft om deze wettelijke taken uit te voeren en het toezicht in 2008 tot het minimum terug te brengen. "De ondergrens van het toezicht" op levend vee dat naar de slachterij wordt gebracht, is volgens de brief bereikt. "Op het gebied van etikettering en samenstelling van levensmiddelen ontplooit de VWA nauwelijks activiteiten. En: "Voor diervoeders wordt het aantal verplichte monsters op de aanwezigheid van diermeel niet meer genomen." Verder wordt van geïmporteerd veevoer volgens de VWA-brief hooguit 25 procent van de door de EU voorgeschreven monsters genomen en onderzocht.
In een reactie beperken de ministeries van volksgezondheid (VWS) en landbouw (LNV) zich tot het verwijzen naar eerdere brieven van minister Verburg aan de Kamer. "Door bepaalde onderdelen van het VWA-toezicht kostendekkend te maken (door middel van retributies) moet het niveau van alle controles van de VWA gehandhaafd blijven. Dit proces loopt en is in 2011 afgerond", aldus de ministeries. Beide erkennen dat het lastig is te antwoorden op de reportage van Radar: veel van de genoemde knelpunten zijn onderdeel van het onderzoek van de commissie-Hoekstra naar het functioneren van de VWA. Lopende dat onderzoek stellen beide departementen geen nadere mededelingen te kunnen doen.
Het feit dat wilde vogels worden gezien als de belangrijkste oorzaak van de uitbraak van vogelpest in Pakistan is een gevaar voor de vogelstand en het leefgebied voor wilde vogels.
Dat zegt het wereldnatuurfonds WWF. "En dat terwijl wilde volgels volgens onderzoek niet de belangrijkste oorzaak zijn voor de verspreiding van vogelpest", aldus WWF.
"Wanneer de uitbraken wereldwijd in kaart worden gebracht, is te zien dat de uitbraken meer gerelateerd zijn aan de handelsstromen van pluimvee dan aan de routes die trekvogels volgen." WWF roept op de bevolking beter te onderwijzen over de verspreiding van vogelpest.
Vlaams mestoverschot slinkt tot 300.000 kilogram stikstof
Volgens een prognose van de Vlaamse mestbalans zijn de mestoverschotten zo goed als weggewerkt. Dat meldt de Mestbank op basis van het Voortgangsrapport dat op 15 februari werd gepresenteerd aan de commissie Leefmilieu in het Vlaams parlement. Er zou nog sprake zijn van een overschot van 300.000 kilogram stikstof. De daling is het gevolg van de nieuwe uitscheidings- en emissiecijfers in het nieuwe mestdecreet, de stijgende mestverwerking en de toegenomen afzetruimte dankzij de derogatie.
Op basis van de nieuwe uitscheidingscijfers wordt de stikstofproductie voor 2007 geraamd op 157,1 miljoen kilogram stikstof. Dankzij een correctere inschatting van de stikstofverliezen door stal en opslag daalt de netto stikstofproductie tot 124,3 miljoen kilogram stikstof. In de veronderstelling dat vorig jaar evenveel mest verwerkt en geëxporteerd werd als in 2006, zou er een mestaanbod zijn van 110,9 miljoen kilogram stikstof en 48,9 miljoen kilogram fosfaat. En dat terwijl de maximale afzetmogelijkheid voor 2007 geraamd wordt op 110,6 miljoen kilogram stikstof.
Mestverwerking Eind september 2007 beschikten 277 Vlaamse mestverwerkingsinstallaties over een milieuvergunning. Daarvan zijn er 135 operationeel. In 60% van de gevallen gaat het om vaste installaties, de rest zijn mobiele eenheden. Het afgelopen jaar is vooral de verwerking van de dunne fractie van varkensmest via biologische zuiveringsinstallaties sterk gestegen. In 2006 werd 13,3 miljoen kilogram stikstof en 11,3 miljoen kilogram fosfaat geëxporteerd en verwerkt. Sinds begin vorig jaar is in Vlaanderen een vereenvoudigde mestverwerkingsplicht van kracht. Geschat wordt dat in 2007 ongeveer 7,7 miljoen kilogram stikstof verplicht verwerkt moest worden.
Derogatie zorgt voor extra afzetruimte Heel Vlaanderen is afgebakend als kwetsbaar gebied, maar dankzij de derogatie is er extra afzetruimte voor mest. Vorig jaar hebben 11.000 bedrijven, goed voor zo'n 196.000 hectare, afwijkende bemestingsnormen aangevraagd. Grasland en maïs zijn de populairste teelten en vertegenwoordigen respectievelijk 63 en 26% van het areaal waarvoor een derogatie aangevraagd wordt. De bijkomende mestafzetruimte bedraagt maximaal 14,6 miljoen kilogram stikstof.
Controles op mestafzet en -aanwending Sinds 2006 krijgen bedrijven met een negatieve balans een waarschuwing of administratieve boete. Wie een boete moet betalen, wordt uitgenodigd door de Mestbank om samen te zoeken naar toekomstgerichte oplossingen. Daarnaast volgt de Mestbank ook de transporten op de voet. Van de 522 gecontroleerde mestafzetdocumenten vertoonde 33% één of meer onregelmatigheden in 2007. Daarentegen werden 'relatief weinig' onregelmatigheden genoteerd bij de controles of de bemesting effectief is doorgegaan en op correcte wijze werd uitgevoerd. Sinds augustus 2006 ondersteunt een gps-systeem de monitoring van de mesttransporten.
Minder ammoniakemissie In 2006 was de landbouwsector goed voor ongeveer 92% van de ammoniakemissies in Vlaanderen. Na een sterke reductie via nutriëntenarme voeders, een daling van de veestapel en de emissiearme aanwending van mest vormen emissiearme stallen één van de middelen om de ammoniakemissie verder terug te dringen. De Mestbank stelt vast dat het aandeel ammoniakemissiearme stallen in Vlaanderen de laatste vier jaar sterk is toegenomen.
Oppervlaktewater De stikstofverliezen naar het oppervlaktewater in 2006 zouden met 20% gedaald zijn tegenover 1990 wanneer enkel rekening wordt gehouden met de veranderingen in de landbouwsector en niet met neerslageffecten. Ondanks de geleverde inspanningen wijst de monitoring van de waterkwaliteit er op dat de milieudoelstelling op dat punt nog niet is bereikt. De laatste 3 jaar schommelt het percentage MAP-meetplaatsen waar minstens één overschrijding van de drempel voor de nitraatconcentratie wordt vastgesteld tussen 42 en 45%. De meetresultaten van het grondwatermeetnet laten evenmin een significante verbetering zien.
Wout Dekker, topman van dier- en visvoerbedrijf Nutreco bepleit het gebruik van diermeel in mengvoer.
Volgens Europese regels is het gebruik hiervan verboden uit angst voor ziektes als koegekte. Volgens Dekker is deze angst ongegrond. Bovendien wordt in de rest van de wereld diermeel vermengd in mengvoer.
”Dit is niet anders dan een enorme politieke reactie geweest op een schandaal in Groot-Brittannië”, aldus Dekker doelend op de uitbraak van de gekkekoeienziekte in dat land aan het begin van deze eeuw door veevoer vermengd met diermeel.
”Door dit Europese verbod moet de industrie 20 tot 30 miljoen euro vernietigen. Daar kunnen ze in Afrika veel mee doen”, aldus Dekker. Hij verwacht dat op de lange termijn ook genetisch gemodificeerde soya in mengvoer terecht zal komen.
Nutreco is een van ’s werelds grootste producenten van mengvoer en visvoer. Het bedrijf wordt geconfronteerd met steeds stijgende grondstofprijzen en krapte op de markt.
Het bedrijf heeft de stijgende grondstoffen direct kunnen doorberekenen aan zijn klanten. De topman verwacht dat de grondstoffen de komende tijd zullen blijven stijgen. De hogere verkoopprijzen hebben Nutreco geen windeieren gelegd.
Nutreco wil in 2010 een bedrijfsresultaat van 230 miljoen euro realiseren. Concrete aankoopplannen wilde Dekker niet openbaar maken. ”We hebben nooit een gebrek aan overnamekandidaten.” Het bedrijf heeft maximaal 360 miljoen euro in kas om overnames te doen.
Nutreco gaat zich de komende jaren vooral op visvoer en speciaalvoer storten. Sinds de verkoop van de zalmkwekerijen richt Nutreco zich met name op de diervoedingstak. Vooral in opkomende markten is de vraag naar vlees en vis groot.
NOP verheugd over aangenomen motie Kleingruppenhaltung.
De NOP is blij dat er eindelijk duidelijkheid is over de verrijkte kooi. De Tweede Kamer heeft met een kleine meerderheid de CDA/CU-motie aangenomen om aan te sluiten bij de Duitse standaard voor welzijnseisen huisvesting legkippen: de zogenoemde Kleingruppenhaltung.
Concurrentiepositie blijft overeind NOP-secretaris Alex Spieker: „Door aan te sluiten bij de wetgeving van onze Oosterburen blijft de Nederlandse concurrentiepositie overeind. Veruit de meeste tafeleieren die worden geëxporteerd, gaan naar Duitsland.”
Overaanbod scharreleieren voorkomen Alex Spieker verduidelijkt: „De groei van de productie van scharreleieren kan nu marktgedreven blijven plaatsvinden, waardoor de concurrentiepositie van de gehele Nederlandse legpluimveesector niet in een vrije val terecht hoeft te komen. Doordat de afzetmarkt van scharreleieren minder hard gaat dan verwacht, zou een wettelijke verplichte omschakeling tot grote financiële schade leiden in de gehele legsector door een structureel overaanbod van scharreleieren.”
Lagere emissie fijnstof De NOP-secretaris voegt eraan toe: „De nu toegelaten huisvesting biedt tevens mogelijkheden voor pluimveehouders om de emissie van fijnstof verder te reduceren. Ten opzichte van scharrelsystemen is in deze huisvesting de emissie van fijnstof een factor 11 lager.”
NOP-lobby na LEI-rapport De NOP begon halverwege 2007 met de lobby na de publicatie van het LEI-rapport over de gevolgen van een verbod. Het bleef lang onduidelijk voor welke optie een Kamermeerderheid zou kiezen. In de afgelopen maanden is met succes een stevig offensief gevoerd om Kamerleden duidelijk te informeren over deze kwestie.
Motie Thieme gaf onduidelijkheid Primair was de inzet van LTO/NOP erop gericht de bestaande wetgeving te handhaven. Doordat een Kamermeerderheid eind 2006 de motie Thieme had aangenomen om de verrijkte kooi te verbieden was er een onduidelijke situatie ontstaan.
Waar de PPE-heffingen aan besteed worden. Een overzicht.
Henk Hulsbergen, PVE-beleidsmedewerker, geeft hieronder een uitgebreid overzicht van de PPE-activiteiten 2008:
Cofinanciering van EU-subsidieregelingen beïnvloedt de PPE-heffingen 2008. Daardoor valt de heffing van sommige pluimveesectoren hoger uit. Eerst betalen en dan ontvangen… De activiteiten van het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) zullen in 2008 vrijwel dezelfde zijn als in voorgaande jaren. Wel worden enkele beleidsonderdelen omvangrijker. Daarbij moet dan gedacht worden aan de afzetbevordering voor pluimveevlees en het Salmonellabeleid in de legsector.
Afzetbevordering • Pluimveevlees - Voor de collectief gefinancierde afzetbevordering van pluimveevlees heeft de Europese Commissie voor 2008 en 2009 in totaal 2,9 miljoen subsidie toegekend. In 2008 zal daarvan €1,5 miljoen worden gebruikt. Met een bijdrage van €1,7 miljoen van de pluimveeslachterijen, is in 2008 een budget beschikbaar van €3,2 miljoen. Met het geld zal vanaf februari 2008 in Nederland een nieuwe reclamecampagne worden gestart op televisie en radio, in vrouwenbladen en op internet. Ook zal de voltallige Nederlandse culinaire pers worden uitgenodigd voor een bijeenkomst die gericht is op de pluimveesector en pluimveevlees. Daarnaast zal door deelname aan beurzen en met een lespakket voor scholen voorlichting worden gegeven over het productiesysteem en over de voedselveiligheid van kippenvlees. In Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zal via een PR-campagne informatie worden gegeven over de Nederlandse pluimveevleesproductie. In beide landen is de vakpers de doelgroep. Tot slot zal van het beschikbare budget €150.000 gebruikt worden voor marktonderzoek, aan marktverkenning en aan imagostudies. Bestuurlijk worden de afzetbevorderende activiteiten aangestuurd door de Reclamecommissie Nederland en de Reclamecommissie buitenland.
• Eieren - Voor de collectieve afzetpromotie voor eieren is in 2008 een budget van €174.000 beschikbaar. Van dit bedrag wordt €137.000 opgebracht door de leghennenhouders en €37.000 door de pakstations. Van het budget is €75.000 bestemd voor de deelname aan het Nationaal Schoolontbijt, de rest voor een financiële bijdrage aan de Stichting Blij met een Ei.
Pluimveegezondheidszorg De georganiseerde pluimveegezondheidszorg wordt in opdracht van het PPE uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in Deventer en bestaat uit:
• Veterinair advies en Basismonitoring Het onderdeel Veterinair advies en ondersteuning omvat het beantwoorden van vragen van pluimveehouders en dierenartsen. Die vragen kunnen telefonisch worden beantwoord maar kunnen ook aanleiding zijn voor het maken van een bedrijfsbezoek en/of het uitvoeren laboratoriumonderzoek om bepaalde aandoeningen te bevestigen of juist uit te sluiten. Een belangrijk onderdeel daarbij is het onderzoek op gestorven dieren (secties) door erkende pluimveepathologen. Naast microscopisch onderzoek zijn secties vaak aanleiding voor aanvullend laboratoriumonderzoek. Pluimveehouders die pluimvee, of monsters daarvan, voor sectie aan GD zenden, betalen zelf een geringe bijdrage voor de kosten van het onderzoek maar een aanzienlijk groter deel wordt collectief gesubsidieerd. De Basismonitoring bestaat uit de veterinaire monitoring van pluimvee (VMP) en het in de gaten houden van ontwikkelingen in het buitenland. Voor VMP haalt GD actief informatie op bij de pluimveedierenartspraktijken. Om de problemen in het veld te kunnen analyseren is een communicatiesysteem met een groot aantal pluimveedierenartspraktijken opgezet. Via dit systeem melden gespecialiseerde pluimveedierenartsen na elk contact met een pluimveebedrijf een aantal gegevens aan GD. In ruil daarvoor ontvangen de dierenartsen een vergoeding. GD verzamelt de gegevens, analyseert ze en stelt ze tegen een vergoeding weer beschikbaar aan de deelnemende dierenartsen. De basismonitoring is bij uitstek geschikt voor het volgen van in Nederland regelmatig voorkomende gezondheidsproblemen, voor het opsporen van bekende maar in Nederland niet regelmatig voorkomende problemen, en voor het opsporen van nieuwe aandoeningen en ziektebeelden. Daarnaast volgt GD de trends en ontwikkelingen in het buitenland van in Nederland niet-voorkomende aandoeningen. De crisisfaciliteit maakt onderdeel uit van de basismonitoring en is enkele jaren geleden op aangeven van het ministerie van LNV om financiële reden geïntroduceerd. De activiteiten die binnen de crisisfaciliteit vallen worden gefinancierd via het Veeziektefonds. De onderdelen Veterinair advies en ondersteuning en Basismonitoring en crisisfaciliteit worden op 50/50-basis gefinancierd door het ministerie van LNV en het PPE. Voor het onderdeel Veterinair advies geeft het PPE €293.600 subsidie en voor de Basismonitoring €279.550.
• Georganiseerde pluimveegezondheidsprogramma’s Onder de georganiseerde pluimveegezondheidsprogramma’s valt het aansturen, (gedeeltelijk) uitvoeren en begeleiden van de onderzoekprogramma’s voor: - Salmonella pullorum, S. gallinarum, S. enteritidis, S. typhimurium en Mycoplasma gallisepticum bij alle bedrijven in de reproductiesector met uitzondering van de eendenhouderij voor wat betreft S.e., S.t. en Mg; - Salmonella arizona en Mycoplasma meleagridis bij de kalkoenvermeerderingsbedrijven; - Salmonella hadar, S. infantis en S. virchow bij alle reproductiebedrijven in de vleeskuikensector; - Salmonella enteritidis en S. typhimurium bij (opfok)legbedrijven; - Mycoplasma gallisepticum bij legbedrijven en vleeskalkoenbedrijven;. Voor het uitvoeren van de programma’s geeft het PPE in 2008 een subsidie van €250.000.
• Veterinair praktijkonderzoek Het veterinair praktijkonderzoek omvat diverse onderzoeksprojecten die worden aangestuurd door de Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg. In 2008 zal aandacht besteed worden aan de volgende onderwerpen: - verbeteren van het rendement van IB-vaccinaties; - het ontstaan van buikvliesontsteking bij leggende hennen; - diverse zaken met betrekking tot histomonas (blackhead); - de rol die Mycoplasma synoviae (Ms) speelt bij glazige punt eieren; - Ms en de invloed ervan op gewrichtsontstekingen en pootproblemen; - het ontwikkelen van een darmgezondheidsindex; - voorkomen en behandelen van chronische darmontsteking; - het ontwikkelen van een PCR voor coccidiose; - het ontwikkelen van entstoffen en een entschema tegen IB D388. Voor het veterinair praktijkonderzoek is een bedrag van €520.000 uitgetrokken. Daarnaast is €100.000 beschikbaar voor onderzoek van actuele problemen die zich in de loop van 2008 voordoen.
• Voorlichting Voorlichting over pluimveegezondheidszorg wordt gegeven via de periodieke uitgave GD Pluimvee, via artikelen in ’Pluimveehouderij’ en via voordrachten op symposia en tijdens andere bijeenkomsten. De door het PPE toegekende subsidie bedraagt hiervoor €103.400.
• NCD- en AI-monitoring In opdracht van het PPE stuurt GD het serologische onderzoek naar de resultaten van de vaccinatieverplichtingen tegen NCD en de serologische monitoring van de aanwezigheid van laagpathogene aviaire influenza (LPAI) aan. De kosten hiervan bedragen €81.600, waarvan ongeveer de helft gefinancierd kan worden uit een subsidie van de Europese Commissie voor de AI-monitoring.
• Verificatieonderzoek Salmonellabesmettingen in de legsector Vanaf 1 februari 2008 moeten alle legpluimveebedrijven regelmatig een onderzoek naar Salmonella enteritidis en S. typhimurium laten uitvoeren. Bij een eventueel positief onderzoekresultaat voert GD een verificatieonderzoek uit. Analoog aan de situatie in de reproductiesector worden de verificatieonderzoeken collectief gefinancierd. De kosten van deze onderzoeken worden opgebracht door de opfokkers van leghennen (€5.000) en de leghennenhouders (€45.000).
De totale voor 2008 begrote bijdrage van het PPE voor de pluimveegezondheidszorg bedraagt €1.677.000.
Fonds Mycoplasma gallisepticum Reproductiekoppels in de vleeskuiken- en eiersector die besmet raken met Mycoplasma gallisepticum (M.g.) moeten worden geruimd. De vermeerderaars hebben jaren geleden bij het PPE een fonds gevormd waaruit vermeerderaars met een M.g.-besmet koppel een vergoeding krijgen voor die besmette koppels en voor de broedeieren van die besmette koppels.
De laatste jaren is het aantal M.g.-besmette koppels zeer gering waardoor het fonds een omvang heeft van meer dan €1 miljoen. Evenals in 2007 zal daarom in 2008 geen heffing voor de financiering van dit fonds worden opgelegd. Het PPE-bestuur houdt zich echter het recht voor om alsnog een heffing op te leggen als de uitgaven wegens Mg-besmettingen in 2008 zeer hoog blijken te zijn.
Veeziektefonds De veehouderijproductschappen (PPE, PVV en PZ) hebben met het ministerie van LNV een convenant afgesloten over de financiering van de bestrijding van besmettelijke dierziekten voor de periode 2005 tot en met 2009.
Voor de pluimveesector gaat het daarbij om de bestrijding van Aviaire Influenza (AI) en Newcastle Disease (NCD). De pluimveesector zal in de convenantsperiode maximaal €19,7 miljoen voor de bestrijding van AI moeten bijdragen en maximaal €2,19 miljoen voor de bestrijding van NCD. De primaire sectoren hebben in 2005 afgesproken om voor de eventuele uitgaven een reserve te vormen die in 2009 een omvang van €12 miljoen moet hebben bereikt. Daarnaast heeft de Stichting Fonds voor Pluimveebelangen een garantie afgegeven eventueel een bedrag van €4 miljoen bij te dragen. Voor het ontbrekende bedrag is een bankgarantie afgesloten.
Behalve de kosten voor de bestrijding worden ook de uitgaven voor de crisisfaciliteit en monitoring van de AI- en NCD-situatie (zie pluimveegezondheidszorg) en de kosten van het Salmonellabeleid in de reproductie- en de legsectoren uit het Veeziektefonds gefinancierd.
Voor de uitvoering van het Salmonellabeleid stelt de Europese Commissie subsidies beschikbaar voor het vergoeden van besmette reproductiekoppels die geruimd worden. Dat betreft koppels die besmet zijn met Salmonella enteritidis of S. typhimurium en in sommige gevallen ook koppels die besmet zijn met S. hadar, S. infantis of S. virchow. Daarnaast worden voor de reproductie- en legsector subsidies beschikbaar gesteld voor de aanschaf van Salmonellavaccins en voor de kosten van officieel bacteriologisch onderzoek. In alle gevallen stelt de Europese Commissie als voorwaarde dat de betreffende lidstaat nationaal eenzelfde bedrag aan subsidie beschikbaar stelt. Het ministerie van LNV stelt zich daarbij op het standpunt dat die cofinanciering collectief door de sector moet worden opgebracht. De cofinanciering van de subsidies die in 2006 en 2007 beschikbaar zijn gesteld voor de aanschaf van Salmonellavaccins voor ouderdieren en die in 2007 beschikbaar zijn gesteld voor het uitvoeren van bacteriologisch onderzoek in de reproductiesector, zal verwerkt worden in de heffingen die in 2008 voor het Veeziektefonds in rekening zullen worden gebracht. Ook zal de cofinanciering van de subsidies die in 2008 zullen worden verstrekt voor het Salmonellabeleid in de legsector via de heffing voor het Veeziektefonds in 2008 aan de legsector in rekening worden gebracht. (Een overzicht van de kosten van het Veeziektefonds staat in het februarinummer 2008 van Pluimveehouderij, op pagina ????.
Een en ander heeft tot gevolg dat de heffing voor het Veeziektefonds voor alle primaire deelsectoren, met uitzondering van de kalkoenen- en eendensector, in vergelijking met de heffing voor het Veeziektefonds in 2007 aanzienlijk zal stijgen. Omdat de kalkoen- en eendensector geen subsidies kennen waarvoor een cofinanciering moet worden opgebracht, kan de heffing voor het Veeziektefonds voor deze sectoren omlaag.
Pluimveepraktijkonderzoek De Adviescommissie Praktijkonderzoek Pluimveehouderij stuurt op advies van deelsectorgerichte klankbordgroepen het zoötechnisch gerichte praktijkonderzoek pluimvee aan. Voor de projecten die betrekking hebben op het plan van aanpak ingrepen is een stuurgroep verantwoordelijk waarin ook het ministerie van LNV en de Dierenbescherming zitting hebben. Vrijwel alle onderzoeksprojecten worden uitgevoerd door de Animal Sciences Group van Wageningen UR in Lelystad. Voor 2008 zijn voor de verschillende deelsectoren de volgende onderzoeksprojecten voorzien:
• Leghennen: - Effect van varkensvleesmeel in voer op prestaties, gezondheid en gedrag van leghennen (financiering 50% PPE, 50% Productschap Diervoeder) - Optimaliseren van verlichting bij leghennen om verenpikken te verminderen en productie te verbeteren (50% PPE, 50% Philips); - Effect van vezelrijk voer tijdens de opfok- en legperiode op verenpikken, de voeropnameregulatie, de ontwikkeling van het maagdarmkanaal en de legprestaties (50% PPE, 50 % Productschap Diervoeder); - Diverse projecten in het kader van het plan van aanpak (2/3 LNV en 1/3 PPE). Deze vier projecten zullen alleen doorgaan als de vermelde cofinanciering gerealiseerd kan worden. Als dat niet het geval is, zal nadere besluitvorming over het al dan niet doorgaan van de projecten moeten plaastvinden.
• Vleeskuikens: - Het verminderen van voetzoollaesies (65% PPE, 35% LNV); - Voortzetting project invulling lichteisen concept EU-welzijnsrichtlijn vleeskuikens; - Relatie tussen management op vermeerderingsbedrijf en resultaten op vleeskuikenbedrijf; - Voortzetting met één ronde van het vloerverwarmingsonderzoek (100% ASG). - Ondernemerschap in relatie tot arbeidsproductiviteit (50% PPE, 50% Colland)
• Vleeskuikenouderdieren: - Voortzetten project Oorzaken slechte bevedering/flankbeschadiging; - Onderzoek met betrekking tot het plan van aanpak ingrepen (2/3 LNV en 1/3 PPE).
• Overige primaire sectoren - Medio 2007 is broederijafval als categorie 2 destructiemateriaal aangemerkt. Indien de prijsontwikkeling voor het verwerken van broederijafval door de destructor daar aanleiding toe geeft zal een onderzoek worden gestart of broederijafval weer ingedeeld kan worden in categorie 3 destructiemateriaal. Dat onderzoek zal in dat geval door de GD worden uitgevoerd. - Voor de eendenhouderij zal het onderzoek naar de mineralenbalans op stalniveau worden voortgezet. - Voor de kalkoenensector is geen onderzoek voorzien. Omdat de kalkoensector nog sectorale financiële tekorten bij het PPE moet aanvullen, zal in 2008 echter nog wel een heffing voor onderzoek worden opgelegd.
In totaal wordt de bijdrage van het PPE aan het pluimveepraktijkonderzoek in 2008 geraamd op €625.000.
• Slachterijen De Commissie Onderzoek & Ontwikkeling Pluimveevlees stuurt het onderzoek aan dat wordt gefinancierd door de pluimveeslachterijen. In 2008 zal het budget van €150.000 met name worden besteed aan een onderzoek naar Campylobacterbesmettingen in de pluimveevleeskolom en de mogelijke interventiemaatregelen.
Arbeid Het PPE heeft een jaarlijks budget van €70.000 voor activiteiten die gericht zijn op de factor arbeid. Daarbij wordt samengewerkt met andere productschappen.
• Van het budget wordt een bedrag van €45.000 besteed aan projecten die in samenwerking met FNV Bondgenoten en CNV Bedrijvenbond worden ondernomen. Zo wordt geprobeerd beleid op het terrein van arbeid en arbeidsomstandigheden in de agrofoodsectoren te stimuleren. Daarnaast wordt een informatieve krant voor de werknemers in de pluimvee-industrie uit het budget bekostigd.
• De resterende €25.000 zal worden gebruikt voor arbeid gerelateerde projecten die door Anevei worden geïnitieerd.
Organisatiekosten Het PPE en het Productschap Vee en Vlees (PVV) hebben al meer dan vijftien jaar een gezamenlijk secretariaat, de PVE. De laatste jaren wordt bij de PVE een reorganisatieproces doorgevoerd waarmee beoogd wordt in een kleinere werkorganisatie flexibeler met medewerkers en kennis om te gaan. Voor 2008 heeft dat onder meer tot gevolg dat de secretariaatskosten die aan de pluimveesector in rekening zullen worden gebracht €110.000 lager worden begroot dan de secretariaatskosten in 2007.
Behalve de werkzaamheden die verband houden met het voorbereiden en begeleiden van alle hierboven genoemde activiteiten verricht het PVE-secretariaat veel voorbereidend beleidsmatig werk, voert het op vele terreinen overleg met sectorgenoten, marktpartijen en met diverse overheidsinstanties. Voorbeelden daarvan zijn de verschillende welzijnsdiscussies, het opstellen van hygiënecodes, de Salmonella- en Campylobacterproblematiek, IKB, KAT, QS, GlobalGap, toezicht op controlearrangementen, imagoverbetering van de sector, dierenvervoer, heffingen enzovoort. Daarbij mag niet vergeten worden dat al die werkzaamheden niet mogelijk zijn zonder goed toegeruste en deskundige beleidsondersteunende afdelingen.
De totale kosten die in 2008 voor het secretariaat, de vergaderkosten, controle- en invorderingskosten van de heffingen en de diensten door derden aan de pluimveesector in rekening zullen worden gebracht worden begroot op €3 miljoen.
Financiering De kosten van het PPE worden via heffingen door alle geledingen in de pluimveesector opgebracht.
Zoals hiervoor reeds is aangegeven is de heffing voor het Veeziektefonds voor vrijwel alle primaire deelsectoren hoger in verband met de op te brengen cofinanciering voor subsidies die de Europese Commissie beschikbaar stelt voor het Salmonellabeleid.
Bij enkele sectoren in de vleessector wordt ook de heffing voor gezondheidszorg of onderzoek verhoogd. Dat is in de meeste gevallen noodzakelijk omdat de eerder opgebouwde reserves gebruikt zijn voor de cofinanciering van de marktondersteunende maatregelen waarvoor in 2006 en 2007 in totaal €2 miljoen subsidie aan de primaire bedrijven in de pluimveevleeskolom is uitbetaald. Met de nu doorgevoerde verhoging wordt weer een begin gemaakt met de opbouw van een reserve. Daarbij wordt als beleidslijn aangehouden dat voor de min of meer structurele activiteiten een reserve van een derde van de jaarlijkse omzet is gewenst.
Een overzicht van de heffingstarieven 2007 en 2008 vindt u in het februarinummer van Pluimveehouderij 2008.
Het onderzoek van staatsraad Hoekstra naar mogelijk onvoldoende toezicht door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) zal meer tijd in beslag nemen. Zijn onderzoeksopdracht wordt uitgebreid.
Niet op 4 maar op uiterlijk 19 maart zal minister Verburg de bevindingen naar de Tweede Kamer sturen, schrijft zij in een brief aan de Kamer. De reden is dat de Kamer heeft verzocht een artikel in Vrij Nederland over misstanden bij slachthuizen bij het onderzoek te betrekken.
Hoekstra onderzoekt de meldingen van misstanden in dat artikel op authenticiteit en actualiteit. Tevens onderzoekt hij of deze meldingen bekend waren bij de VWA en het ministerie van LNV en wat er mee is gebeurd.
De minister reageert in haar brief ook op de bewering van Kamerlid Ouwehand (PvdD) over vernietiging van bewijsmateriaal. Verburg heeft haar ambtenaren opdracht gegeven alle relevante informatie te verzamelen en aan Hoekstra beschikbaar te stellen.
Na Pasen dreigt een tekort aan jonge leghennen. Veel pluimveehouders houden hun oudere hennen tot Pasen in productie om te kunnen profiteren van de relatief hoge prijzen.
Het hogere aandeel oudere leghennen laat zich zien in het grotere aanbod eieren in de zwaardere gewichtsklassen. Ook het aanbod uitgelegde kippen is lager.
Uit cijfers van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) blijkt een dip in het opzetten van jonge leghennen in oktober 2007. Pluimveehouders zetten 1,8 miljoen hennen op, tegenover 2,8 miljoen in augustus, 2,2 miljoen in september en 2,7 miljoen in november.
"Leghennenhouders laten de dieren langer zitten", legt secretaris Alex Spieker van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) uit. "Door de jaren heen zijn er wat liquiditeitsproblemen geweest. Zij willen nu wat inhalen. Na Pasen daalt de prijs altijd. Pasen is een goed moment om nieuwe hennen op te zetten."
"Ik heb het nog niet zo scherp gehoord", reageert Spieker op het tekort. "Het klink logisch. In het patroon van opzetten van jonge hennen is een verschuiving opgetreden."
Het Instituto Zooprofilattico Sperimentale delle Venezie in Padova registreert en onderzoekt alle AI-uitbraken in Italië. In één van mijn eerdere mailberichten heb ik u geïnformeerd over uitbraken van laag pathogene aviaire influenza in Italië in september en oktober 2007. Deze week heeft genoemd instituut bericht dat een uitbraak van laag pathogene AI van het type H7N1 is vastgesteld bij enkele bedrijven met parelhoenders in Conselice. Conselice ligt in de regio Emilia Romagna, halverwege Bologna en Ravenna. Het ligt ongeveer 10 km van Lugo, waar al eerder een uitbraak van LPAI is vastgesteld. De huidige uitbraak is vastgesteld op 26 januari 2008 op een bedrijf met 1196 parelhoenders. Een bedrijf van dezelfde eigenaar in de directe omgeving, waar 3900 parelhoenders werden gehouden, is beschouwd als contactbedrijf. Beide bedrijven zijn geruimd. De parelhoenders van beide bedrijven waren afkomstig van een bedrijf uit Massalombarda (provincie Ravenna). Dat bedrijf heeft op 4 januari ook 1300 parelhoenders verkocht naar een bedrijf in zuid Italië (omgeving van Foggia). Conform de EU-richtlijn voor de bestrijding van AI is een 1 km-gebied met vervoersbeperkingen en een 10 km (monitorings)gebied ingesteld. Er lopen nog diverse onderzoeken.
Buiten de EU zijn op diverse plaatsen nieuwe uitbraken van AI vastgesteld. Zo is volgens de krant Today's Zaman in Turkije een nieuwe uitbraak vastgesteld inYenicam, provincie Sakary. In totaal zijn in drie dorpen 1783 stuks pluimvee geruimd. (bron Fijnefeitjes).
De OIE heeft een uitbraak van H5N1in Hong Kong gemeld. Het zou gaan om 100 dode kleine zilverreigers. In Bangladash heeft de AI inmiddels de steden Dacca en Chittagong bereikt.
Tenslotte merk ik op dat ik eergisteren heb meegedeeld dat in Bulgarije een wilde eend is gevonden die besmet bleek met AI van het type H5. Verschillende personen hebben mij er op gewezen dat het om het type H7 ging en die hebben gelijk. Mea maxima culpa.
Met vriendelijke groeten, Henk Hulsbergen
Groot-Brittannië wil salmonella verder terugdringen
Het Britse plattelandsministerie Defra wil de salmonellabesmetting bij legkippen de komende 3 jaar jaarlijks met 10% verder reduceren. Pluimveebedrijven zijn vanaf 1 februari 2008 verplicht om een testprogramma uit te voeren. Daarnaast mogen vanaf 2009 verse eieren afkomstig van besmette bedrijven niet meer in de supermarkten worden verkocht. Dat staat in het nationale controleprogramma (NCP) voor salmonella.
Begin februari zijn in de EU twee uitbraken van een besmettelijke pluimveeziekte vastgesteld. Op 1 februari is in Sumen in het noordoosten van Bulgarije een doodgeschoten wilde eend gevonden die besmet bleek met AI van het type H5. Of dit de manier is waarop in Bulgarije de monitoring van wilde vogels plaatsvindt of dat geschoten gevogelte standaard of incidenteel op AI wordt onderzocht is niet bekend. De bevinding is door Bulgarije officieel gemeld aan de OIE.Op dezelfde dag heeft Roemenië gemeld dat van een koppeltje backyard pluimvee in Bacau (in het oosten van het land op ca. 80 km van de grens met Moldavië) alle dieren zijn dood gegaan wegens een besmetting met NCD.
Door Portugal zijn bij SCOFCAH plannen ingediend om een vaccinatieprogramma te starten tegen laag pathogene aviaire influenza. Binnenkort praat SCOFCAH daarover.
Buiten de EU is in Turkije een nieuwe uitbraak van AI vastgesteld in Samsun. Daar zijn op 8 adressen bijna 40 kippen gestorven aan AI. De autoriteiten hebben een 10 km gebied ingesteld en zeggen de situatie volledig onder controle te hebben. Samsun ligt aan de kust van de Zwarte Zee, onmgeveer 750 km ten oosten van Istanbul.
Voorts wordt het steeds duidelijker dat de AI-situatie in Bangladash en in het westen van India zich steeds verder uitbreidt. De situatie is daar nog zeker niet onder controle. Uit Egypte komen berichten dat het aantal nieuwe uitbraken afneemt. Een nieuw bestrijdingsbeleid dat vanaf de jaarwisseling is ingezet zou daar debet aan zijn. In hoeverre de officiële mededelingen overeenkomen met de praktijk kan van hier niet worden beoordeeld.
De bruto toegevoegde waarde van het totale Nederlandse agrocomplex is in tien jaar tijd met 9,6 miljard euro gestegen.
Dat blijkt uit onderzoek van het landbouweconomisch instituut LEI van de Wageningen UR. In 2005 was de bruto toegevoegde waarde van de land- en tuinbouw en de daarmee samenhangende handel en industrie 41,9 miljard euro. Het aandeel van de landbouw in de totale Nederlandse economie daalde aanzienlijk: van 12 prcoent in 1995 naar 9,4 procent in 2005. Ook de absolute werkgelegenheid in de land- en tuinbouw daalde.
De betekenis van de primaire land- en tuinbouw voor de toegevoegde waarde van het agrocomplex daalde van 42 procent in 1995 naar 32 procent in 2005. De gezamenlijke bijdrage van de voedingsmiddelenindustrie, toeleveranciers en distributiebedrijven steeg in dezelfde periode met 2,7 procent per jaar.
In 2005 genereerde het grondgebonden-veehouderijcomplex met 31,5 procent de meeste toegevoegde waarde voor het totaal. De betekenis van dit complex neemt echter af.
De glastuinbouw- en intensieveveehouderij dragen ieder voor iets meer dan een vijfde bij aan het totale inkomen met respectievelijk 21,7 en 21,3 procent, gevold door de akkerbouw met een 17,4 procent. De vollegrondsgroenteteelt draagt 8,2 procent mee aan het totale agrocomplex.
Hoewel de opbrengstprijzen van agrarische producten in de periode 1990-2005 met 18 procent toenamen, was het reële inkomen van de land- en tuinbouw 10 procent lager dan in 1990 en steeg dat van de toeleveranciers en de voedingsmiddelenindustrie met respectievelijk 15 en 41 procent. Dit komt vooral door de prijsstijgingen van de voedingsmiddelen- en toeleverende industrie.
Begin februari zijn in de EU twee uitbraken van een besmettelijke pluimveeziekte vastgesteld. Op 1 februari is in Sumen in het noordoosten van Bulgarije een doodgeschoten wilde eend gevonden die besmet bleek met AI van het type H5. Of dit de manier is waarop in Bulgarije de monitoring van wilde vogels plaatsvindt of dat geschoten gevogelte standaard of incidenteel op AI wordt onderzocht is niet bekend. De bevinding is door Bulgarije officieel gemeld aan de OIE. Op dezelfde dag heeft Roemenië gemeld dat van een koppeltje backyard pluimvee in Bacau (in het oosten van het land op ca. 80 km van de grens met Moldavië) alle dieren zijn dood gegaan wegens een besmetting met NCD.
Door Portugal zijn bij SCOFCAH plannen ingediend om een vaccinatieprogramma te starten tegen laag pathogene aviaire influenza. Binnenkort praat SCOFCAH daarover.
Buiten de EU is in Turkije een nieuwe uitbraak van AI vastgesteld in Samsun. Daar zijn op 8 adressen bijna 40 kippen gestorven aan AI. De autoriteiten hebben een 10 km gebied ingesteld en zeggen de situatie volledig onder controle te hebben. Samsun ligt aan de kust van de Zwarte Zee, onmgeveer 750 km ten oosten van Istanbul.
Voorts wordt het steeds duidelijker dat de AI-situatie in Bangladash en in het westen van India zich steeds verder uitbreidt. De situatie is daar nog zeker niet onder controle. Uit Egypte komen berichten dat het aantal nieuwe uitbraken afneemt. Een nieuw bestrijdingsbeleid dat vanaf de jaarwisseling is ingezet zou daar debet aan zijn. In hoeverre de officiële mededelingen overeenkomen met de praktijk kan van hier niet worden beoordeeld.
De slachterijen en verwerkers van pluimveevlees stappen naar de rechter vanwege het onderzoek dat de Consumentenbond heeft gehouden naar kipfilets.
Dit zegt voorzitter Jan Odink van de Nepluvi. De bedrijven stellen dat het onderzoek van de Consumentenbond ondeugdelijk is en dat de uitkomsten niet waar kunnen zijn.
Odink: "De gebruikte onderzoeksmethode is niet gecertificeerd en wij hebben gewaarschuwd voor deze uitkomsten (dat in de meeste kipfilets ongewenste toevoegingen zouden zitten), maar de Consumentenbond heeft niet geluisterd. In een aantal gevallen zijn de uitkomsten zelfs onmogelijk, want de kip komt daar uit gesloten productieketens."
De Consumentenbond blijft bij de uitkomst dat de meeste kipfilets niet in orde zijn. Voor het onderzoek van de bond zijn 220 kipfilets van elf merken gekocht. In veel gevallen werden toevoegingen vastgesteld, die wijzen op gebruik van extra water en aandikmiddelen. Die zijn volgens de Consumentenbond goed voor soms tien procent extra gewicht.
De Nepluvi gaat morgen overleggen met onderzoeksinstituut het Rikilt, dat het werk heeft gedaan voor de Consumentenbond. Dan wil de Nepluvi wijzen op de gemaakte onderzoeksfouten. Door het onderzoek dreigen veel vleesmerken, zoals die van de Volwaard-kip, te worden geschaad.
Het ministerie van landbouw heeft Rein Jan Hoekstra gevraagd een onderzoek in te stellen naar het concept VWA-rapport over onderzoek in de veehouderij.
Hoekstra is lid van de Raad van State en oud secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken. Ook was hij als informateur betrokken bij diverse kabinetsformaties.
Het concept-rapport gaat over het gebrekkige toezicht van de VWA op de dierlijke keten. Volgens het rapport zou de sector het niet zo nauw nemen met de regels, deels omdat het draagvlak voor de regelvloed beperkt is, maar vooral omdat er van alles is aan te merken op de VWA. Het toezicht schiet zowel kwalitatief als kwantitatief ernstig tekort, aldus de rapporteur – een medewerker van de VWA. Het rapport werd naar buiten gebracht door Dier en Recht en Varkens in Nood.
Minister Verburg heeft Hoekstra gevraagd antwoord te geven op de vragen wie de opdrachtgever was van het onderozek, wat de status is van het rapport en aan wie het rapport is vertrekt. Ook wil de minister weten of de bevindingen in het conceptrapport een getrouw beeld geven van de situatie op dat moment.