Rondom Cloppenburg (Niedersachsen) zijn sinds 20 januari 2009 geen nieuwe AI-besmette pluimveekoppels aangetroffen. Dat geeft hoop dat de problemen onder controle zijn.
Hoewel wij onze berichtgeving in het algemeen beperken tot Europa leek het ons goed u, in verband met de handelscontacten met Canada (fokmateriaal, broedeieren), ook te informeren over een uitbraak van LPAI in Canada. In de pers is daar al één en ander over gepubliceerd. Het gaat om een uitbraak van laag pathogene aviaire influenza van het type H5, die op 23 januari 2009 is vastgesteld op een bedrijf met 28.000 vleeskalkoenen in Abbotsford in de provincie Brits Columbia. Abbotsford ligt ongeveer 70 km van Vancouver en vlak aan de grens met de Verenigde Staten. Uit de berichtgeving van de Canadian Food Inspection Agency is op te maken dat nog enkele bedrijven besmet zijn of preventief zijn geruimd. In totaal zijn 60.000 stuks pluimvee met behulp van kooldioxide gedood. De kadavers worden daarna in de stallen gecomposteerd. De Canadese autoriteiten hebben rondom het bedrijf een beperkingsgebied ingesteld met een straal van 3 km. In het gebied liggen 22 andere pluimveebedrijven die zijn ingesloten en gedurende drie weken elke week zullen worden onderzocht. In verband met contacten met een besmet bedrijf is ook een pluimbedrijf buiten het beperkingsgebied ingesloten. Ook dit bedrijf wordt frequent gemonitoord.
In verband met de uitbraak van LPAI in Canada heeft de Europese Commissie er op gewezen dat sinds 1 januari 2009 verordening 798/2008 van kracht is. In deze verordening zijn voorwaarden en eisen ten aanzien van de certificering voor importen van pluimvee en sommige pluimveeproducten uit derde landen vastgelegd. Eén van de eisen die worden gesteld is dat een land waaruit pluimvee geimporteerd mag worden tenminste zes maanden voorafgaand aan de import een AI-monitoringsprogramma moet hebben voor het gehele grondgebied en dat het monitoringsprogramma moet zijn goedgekeurd door de Europese Commissie. Het AI-monitoringsprogramma van Canada voldoet aan de EU-eisen. Op grond hiervan neemt de Europese Commissie geen verdere maatregelen tegen eventuele importen van pluimvee uit Canada.
De vraag naar eieren in Duitsland is goed. Dat betreft dan vooral de vraag naar alternatieve eieren.
De vraag van de Duitse detailhandel naar scharreleieren, Freilandeieren en biologische eieren is levendig, zo meldt het Duitse marktbureau ZMP. Daarentegen verliezen kooi-eieren terrein in de Duitse detailhandel.
Er is dan ook genoeg aanbod van kooi-eieren, terwijl het aanbod alternatieve eieren krap blijft.
Nicotine in beslag genomen bij inval pluimveeservicebedrijf
Bij een pluimveeservicebedrijf in Gelderland is vandaag een inval gedaan in het kader van onderzoek naar illegaal gebruik van en illegale handel in nicotine voor de pluimveehouderij.
Dat meldt het Openbaar Minsterie. Bij de doorzoeking van het bedrijf zijn ongeveer 1.600 liter nicotine en andere niet toegelaten ontsmettingsmiddelen in beslag genomen. Daarnaast is een groot bedrag aan contant geld in beslag genomen. De eigenaar van het servicebedrijf is aangehouden.
Het gebruik van nicotine is in Nederland niet toegestaan. Het middel kan gebruikt worden bij de bestrijding van bloedluizen in de pluimveehouderij. Bloedluizen veroorzaken vooral stress bij pluimvee dat leidt tot productieverlaging. Ook kunnen de bloedluizen bloedarmoede veroorzaken wat kan leiden tot sterfte bij pluimvee.
Voorzitter Gert-Jan Oplaat van de pluimveehoudersvakbond NVP is niet verbaasd dat er nicotine is gevonden. "In Nederland zijn er geen goede middelen toegestaan voor de bestrijding van bloedluis. Er wordt gewerkt aan alternatieve middelen, maar dat onderzoek duurt nog twee tot vier jaar. Daarnaast is het gebruik van nicotine in Duitsland onder strenge voorwaarden wel toegelaten."
Oplaat vindt het begrijpelijk dat er in Nederland ook nicotine wordt gebruikt. "Maar daarmee is het niet goed te praten. Het blijft een illegaal waardoor het gebruik niet te verdedigen is."
Nieuwe vaccinproductiemethode bij Intervet Schering Plough
Diergeneesmiddelenproducent Intervet Schering Plough heeft in Boxmeer een nieuwe vaccinproductielocatie geopend.
In het nieuwe departement worden gevriesdroogde levende pluimveevaccins met vernieuwde technologieën geproduceerd. Vaccins kunnen in de nieuwe productielocatie worden geproduceerd in kleine aluminium bekertjes, waardoor ze makkelijker zijn toe te dienen in drinkwater of sprayinstallaties in de pluimveehouderij. Het vaccin werd vroeger in de vorm van een koek in een flesje geproduceerd. De toediening hiervan was niet eenvoudig. Het nieuwe vaccin bestaat uit kleine bolletjes, waardoor het makkelijker toe te dienen is.
De nieuwe productiemethode zal vooral voor pluimveevaccins gebruikt worden, omdat deze voornamelijk via drinkwater of sprayinstallaties worden toegediend.
De pluimveesector is verbijsterd over het onderzoek naar de verspreiding van vogelpest via trekvogels.
Productschapsvoorzitter Jos Ramekers heeft minister Ab Klink van volksgezondheid in december tevergeefs verzocht om stappen te ondernemen. Dat blijkt uit een brief van Ramekers aan de minister, die toestemming gaf voor het onderzoek, dat inmiddels van start is gegaan. Bij het onderzoek van het Nederlandse Instituut voor Ecologie en de Erasmus Universiteit zijn zwanen besmet met een laag-pathogeen vogelpestvirus om zo de verspreiding ervan te volgen.
Volgens Ramekers bestaan hierover grote zorgen in de sector. "Aviaire influenza virussen staan erom bekend dat ze gemakkelijk kunnen muteren. Het risico dat het in het onderzoek gebruikte virus zal muteren kan naar mening van de sector niet worden uitgesloten." Ramekers wijst op de grote inspanningen van de sector om uitbraken van vogelpest te voorkomen. "De pluimveehouderij doet er alles aan om het virus buiten de deur te houden en wordt nu geconfronteerd met een overheid die toestemming geeft om opzettelijk AI-virus te verspreiden."
Ramekers stelt dan ook dat het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) op geen enkele wijze wil meefinancieren aan eventuele kosten als gevolg van een besmetting die gerelateerd is aan het verspreide virus. Hij vraagt Klink bovendien in hoeverre de belangen van de pluimveesector zijn afgewogen en hoe de risico-inschatting is gemaakt.
Onderzoekers hechten veel belang aan de proef omdat dit volgens hen de enige manier is om uit te vinden of het virus inderdaad via trekvogels verspreid kan worden. Hierop zijn veel maatregelen, zoals de ophokplicht, gebaseerd. Bovendien gaat het volgens de wetenschappers om een laagpathogeen virus dat van nature in wilde vogels voorkomt en geen gevaar voor pluimvee vormt. "Het gaat om een H4-virus, daar gaat inderdaad geen kip van dood", zegt het PPE. "Je weet echter niet hoe het zich in de natuur gedraagt en daarom is er reden tot zorg."
Het landbouweconomisch instituut LEI verwacht dat de productiekosten voor kuikenvlees in de komende jaren zullen stijgen onder invloed van regelgeving op het terrein van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid.
Dit blijkt uit een vergelijkend kostprijsonderzoek dat het landbouweconomisch instituut LEI heeft uitgevoerd in opdracht van het Productschap Pluimvee en Eieren.
Voor Nederland verwacht het LEI een kostrpijsstijging van 1,7 cent (2,2 procent) per kilo in 2012. In Duitsland verwacht het LEI een kostprijsstijging met 1,3 cent en in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een vrijwel gelijkblijvende kostprijs. Polen zal zijn kostprijs zien stijgen met 2,1 cent vooral als gevolg van de extra kosten voor de bestrijding van salmonella.
Binnen Europa waren de productiekosten van kuikenvlees in 2007 het laagst in Polen en Nederland. In Duitsland en Frankrijk is de kostprijs enkele procenten hoger en in het Verenigd Koninkrijk beduidend hoger dan in Nederland.
Het LEI heeft ook gekeken naar de kostprijs in de Verenigde Staten en Brazilië, de belangrijkste exporteurs op de wereldmarkt. In deze landen was de kostprijs in 2007 ruim dertig procent lager dan in Nederland. Dat is vooral het gevolg van de beschikbaarheid van goedkoper voer en minder strenge regelgeving.
Opnieuw is een kalkoenbedrijf in de regio Cloppenburg besmet bevonden met laagpathogene vogelpest (H5N3).
Dat heeft het regiobestuur bekend gemaakt. Het betreft een bedrijf in het beperkingsgbied Friesoythe-Ikenbrügge waar 15.000 vleeskalkoenen werden gehouden. Ook een contactbedrijf in de buurt waar nog eens 15.000 kalkoenen werden gehouden is preventief geruimd. Het aantal besmette bedrijven staat nu op 31 en het aantal kalkoenen dat is gedood bedraagt 560.000.
Uit een rapportage van de deelstaat Nedersaksen aan de Europese commissie blijkt dat in het beperkingsgebied Bösel-Garrel 207 pluimveebedrijven zitten met 1,1 miljoen dieren, waarvan 500.000 kalkoenen. Het beperkingsgebied Friesoythe-Ikenbrügge telt 39 pluimveebedrijven met 240.000 stuks pluimvee, waarvan 100.000 kalkoenen.
Volgens informatie van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) zouden veel van de besmette bedrijven tot één integratie horen, waarbij verschillende bedrijven worden verzorgd door één bedrijfsleider met één machinepark.
Nederlandse kalkoenhouders maken zich zorgen om de situatie in de regio Cloppenburg. Dat zegt voorzitter Theo Coumans van de kring kalkoenhouders van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP). "Het is zorgelijk dat het zo lang duurt voor de Duitsers het probleem onder controle hebben."
In de regio Cloppenburg zit 70 tot 80 procent van de slachtcapaciteit voor kalkoenen in Duitsland. Ook de Nederlandse kalkoenen worden daar geslacht, evenals de Deense. "Wij kunnen vooralsnog niet veel meer doen dan er bij onze afnemers en vervoerders op aandringen dat ze voorzichtig zijn en de hygiëne in acht nemen. We hebben geen invloed op de Duitse bestrijdingsmethoden en we moeten er maar van uit gaan dat ze het goed doen." Coumans wijst er op dat naarmate de problemen langer duren er steeds een kans aanwezig blijft dat er ongelukken gebeuren.
De Nederlandse kalkoenenhouders volgen de ontwikkelingen rond laagpathogene aviaire influenza (LPAI) in Landkreis Cloppenburg met grote spanning.
Vrijwel alle Nederlandse vleeskalkoenen worden in slachterijen in Cloppenburg of in de directe omgeving daarvan geslacht en met elk contact met bedrijven in die omgeving bestaat de kans dat het LPAI-virus naar Nederland wordt versleept. „Het handhaven van een strenge bedrijfshygiëne is daarom van groot belang”, benadrukt Henk Hulsbergen, beleidsmedewerker bij de PVE.
De Nederlandse kalkoenensector heeft navraag gedaan naar de situatie rond Cloppenburg. Daarbij is naar voren gekomen dat veel van de besmette bedrijven tot één integratie behoren waarvan diverse bedrijven meerdere locaties hebben die worden verzorgd door één bedrijfsleider. Die bedrijfsleider maakt daarbij op al die locaties dan ook nog gebruik van één machinepark. Verder is naar voren gekomen dat de noodzaak om een strikte bedrijfshygiëne aan te houden nog steeds niet ‘tussen de oren’ van de kalkoenenhouders in Cloppenburg zit.
Henk Hulsbergen: „Om te voorkomen dat de 600.000 kalkoenen die nog in beide beperkingsgebieden worden gehouden ook nog besmet raken of wegens de contactstructuur moeten worden gedood, lijkt het verstandig dat de betreffende kalkoenenhouders voorlopig elk contact met andere bedrijven verhinderen en hun bedrijf tijdelijk zo veel als mogelijk van de buitenwereld afschermen. Dat lukt echter alleen als iedereen (kalkoenenhouders, gezinsleden, integratiemedewerkers, voerleveranciers en anderen) daarvan volledig zijn doordrongen.”
De Nederlandse pluimveesector moet ondertussen zeer alert blijven en risico's om virus uit Cloppenburg te verslepen zo veel mogelijk vermijden. Bij eventuele klinische verschijnselen bij pluimvee die mogelijk kunnen duiden op AI moet zo snel mogelijk een dierenarts worden geraadpleegd, zo benadrukt Henk Hulsbergen.
De problemen met het laag pathogene aviaire influenzavirus in de Landkreis Cloppenburg (Niedersachsen) zijn nog steeds niet overwonnen. Dat blijkt uit de mededeling van het Kreisbestuur dat vandaag opnieuw een kalkoenbedrijf besmet is verklaard. Het betreft een bedrijf in het beperkingsgebied Friesoythe-Ikenbrügge waar 15.000 vleeskalkoenen werden gehouden. Ook nu moest weer een contactbedrijf in de buurt, met eveneens 15.000 kalkoenen, preventief worden geruimd. Het aantal besmette bedrijven is hiermee op 31gekomen en het aantal kalkoenen dat in het kader van de bestrijding is gedood, bedraagt inmiddels 560.000.
Via het ministerie van LNV ontving ik vandaag een tussenrapportage van het Mnisterie van Voeding, Landbouw en Consumentenbescherming van NIedersachsen aan de Europese Commissie. Uit die rapportage blijkt dat het beperkingsgebied Bösel-Garrel 207 pluimveebedrijven telt met 1,1 miljoen dieren waarvan 500.000 kalkoenen. Het beperkingsgebied Friesoythe-Ikenbrügge telt 39 pluimveebedrijven met 240.000 stuks pluimvee waarvan 100.000 kalkoenen.
De Nederlandse kalkoenhouders volgen de ontwikkelingen in Cloppenburg met grote spanning. Vrijwel alle Nederlandse vleeskalkoenen worden in slachterijen in Cloppenburg of in de directe omgeving daarvan geslacht en met elk contact met bedrijven in die omgeving bestaat de kans dat het virus naar Nederland wordt versleept. Het handhaven van een strenge bedrijfshygiëne is daarbij van groot belang.
Vanuit de Nederlandse kalkoensector is navraag gedaan naar de situatie in de omgeving van Cloppenburg. Daarbij is naar voren gekomen dat veel van de besmette bedrijven tot één integratie behoren waarvan diverse bedrijven meerdere locaties hebben die worden verzorgd door één bedrijfsleider. Die bedrijfsleider maakt daarbij op al die locaties dan ook nog gebruik van één machinepark. Voorts is naar voren gekomen dat de noodzaak om een strikte bedrijfshygiëne aan te houden nog steeds niet "tussen de oren" van de kalkoenhouders in Cloppenburg zit. Om te voorkomen dat de 600.000 kalkoenen die nog in beide beperkingsgebieden worden gehouden ook nog besmet raken of wegens de contactstructuur moeten worden gedood, lijkt het verstandig dat de betreffende kalkoenhouders voorlopig elk contact met andere bedrijven verhinderen en hun bedrijf tijdelijk zo veel als mogelijk van de buitenwereld afschermen. Dat lukt echter alleen als iedereen (kalkoenhouders, gezinsleden, integratiemedewerkers, voerleveranciers, etc.) daarvan volledig zijn doordrongen.
De Nederlandse pluimveesector moet ondertussen zeer alert blijven en risico's om virus uit Cloppenburg te verslepen zo veel mogelijk vermijden. Bij eventuele klinische verschijnselen bij pluimvee die mogelijk kunnen duiden op AI moet zo snel mogelijk een dierenarts worden geraadpleegd.
Met vriendelijke groeten, Henk Hulsbergen
Aantal besmettingen met campylobacter in EU in 2008 toegenomen
Het aantal menselijke besmettingen met campylobacter in de EU is vorig jaar met 14% toegenomen, van ruim 175.000 in 2007 naar ruim 200.000 in 2008. Het aantal besmettingen met salmonella daalde voor het vierde achereenvolgende jaar, van circa 164.000 in 2006 naar bijna 152.000. Het aantal besmettingen met listeria bleef met 1.554 bevestigde gevallen vrijwel gelijk. Dat blijkt uit het jaarrapport van de EFSA, het voedselveiligheidsbureau van de Euopese Unie.
Campylobacter werd gevonden in een kwart van het rauwe kippenvlees, salmonella in 5,5% van het rauwe kippen- of varkensvlees. De EFSA maakt zich vooral zorgen over het gelijkblijvende aantal gevallen van besmetting met listerie. Van de 1554 gevallen was namelijk 20% dodelijk.
GD dierenarts zet vraagtekens bij Duitse aanpak van vogelgriep H5N3
Dierenarts Teun Fabri van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zet een aantal vraagtekens bij de aanpak van de laagpathogene vogelgriepuitbraken in de Duitse regio Cloppenburg. De Duitse autoriteiten voldeden met de maatregelen die werden getroffen wel aan de Europese richtlijnen, toch zijn er enkele kritische kanttekeningen bij te plaatsen, aldus de GD-dierenarts.
Fabri heeft met name kritiek op het besluit om sinds 21 december vorig jaar het opzetten van vleeskuikens in de tien-kilometerzone rondom besmette bedrijven weer toe te staan. Daarbij gold het argument hiervoor dat het virus niet zou kunnen overleven in vleeskuikenstallen met een temperatuur van 20 graden of hoger. Volgens de dierenarts kan het virus bij dergelijke temperaturen echter tot 32 dagen overleven in mest.
De dierenarts vraagt zich ook af of de Duitse veterinaire dienst tijdens de screening van bedrijven in beperkingsgebieden werkt met de PCR test om actief virus op te sporen of met serologische testen op de aanwezigheid van antistoffen. Fabri vermoedt dat er serologisch onderzoek is gedaan. Een dergelijk test is bij eenden niet optimaal. Het zou kunnen betekenen dat er meer eendenbedrijven besmet zijn dan tot nu toe bekend is geworden.
Fabri vindt het daarnaast onbegrijpelijk dat er ook nu nog steeds contacten zijn tussen kalkoenenbedrijven in de getroffen regio. Verschillende bedrijven werden preventief geruimd na contacten met een besmet bedrijf.
Enkele dagen geleden heb ik in een mailbericht bij het opheffen van het beperkingsgebied Neulorup de hoop uit gesproken dat de opheffing van dat beperkingsgebied het begin van het einde van de AI-problemen in de omgeving van Cloppenburg zou zijn. Inmiddels is het 21 dagen geleden dat de reiniging en ontsmetting van het besmette pluimveebedrijf in Ramsloh, gemeente Saterland, is uitgevoerd. Daarom kon vandaag bekend worden gemaakt dat zaterdag 17 januari 2009 het beperkingsgebied Ramsloh wordt opgeheven. Op zich is dat een goed bericht. Minder goed is dat vandaag opnieuw een koppel vleeskalkoenen besmet bleek met laag pathogene aviaire influenza. Het betreft een koppel van 16.000 dieren op een bedrijf in de gemeente Bösel. De besmetting is aan het licht gekomen uit de regelmatige monitoring van de bedrijven in de beperkingsgebieden. Het bleek dat het besmette bedrijf recent persoonscontacten heeft gehad met een ander kalkoenbedrijf. Ook dit bedrijf had 16.000 vleeskalkoenen. Vandaag zijn de kalkoenen van beide bedrijven gedood en afgevoerd naar een destructor. Op grond hiervan moet worden vastgesteld dat het einde van de problemen nog niet in zicht is.
Gisteren heb ik me verwonderd dat er zo veel contactbedrijven preventief moeten worden geruimd. Ook vandaag moest dat weer gebeuren. Het lijkt toch eenvoudig om als kalkoenhouder te zorgen dat er niemand op je bedrijf komt tenzij dat beslist noodzakelijk is. In dat geval kunnen er speciale eisen worden gesteld, zoals dat de bezoeker de laatste twee of drie dagen niet op een ander pluiimveebedrijf geweest mag zijn. Voerleveranties kunnen via één op één transporten plaatsvinden.
Dr. Karl Wilhelm Paschertz, leider van de Veterinaire Dienst van de Landkreis Cloppenburg, heeft vandaag vastgesteld dat uit de nieuwe besmetting blijkt dat het virus nog steeds in de regio circuleert en dat de bestrijdingsmaatregelen daarom onverkort moeten worden gehandhaafd. Voorts heeft hij zich kritisch uitgelaten over de vele contactbedrijven die preventief moeten worden geruimd. In dat verband heeft hij een beroep op de kalkoenhouders gedaan om contacten met andere pluimveebedrijven te voorkomen. Dat geldt niet alleen voor persoonscontacten, maar ook voor het uitwisselen van apparatuur of machines.
Vastgesteld is dat het virus tot dusver alleen is aangetroffen bij vleeskalkoenen en in één geval ook bij eenden. Met die wetenschap heeft het Friedrich Löffler Instituut een risicobeoordeling uitgevoerd. Op grond van die beoordeling en na overleg met het ministerie van landbouw van de deelstaat Niedersachsen heeft de Landkreis Cloppenburg besloten om na het weekeinde het plaatsen van vleeskuikens op bedrijven in de resterende beperkingsgebieden weer toe te staan. Voorwaarde daarbij is dat de plaatsing van de vleeskuikens van te voren aan de Veterinaire Dienst van de Landkreis wordt gemeld dat de eigenaar het koppel virologisch en serologisch zal laten onderzoeken.
In de Duitse regio Cloppenburg is de vogelpestepidemie in de kalkoenenhouderij nog niet geluwd.
Het laag-pathogene virus H5N3 is geconstateerd in een bedrijf in Friesoythe, waardoor in totaal 38.000 kalkoenen zijn geruimd. Het getroffen bedrijf had zelf een kleine 15.000 kalkoenen. Twee naburige hebben bedrijven samen 23.000 kalkoenen.
Sinds december is het aantal virusgetroffen bedrijven in de regio opgelopen naar 29 en zijn een half miljoen kalkoenen geruimd.
Er is onduidelijkheid ontstaan over de AI-situatie in Polen, zo meldt PVE-beleidsmedewerker Henk Hulsbergen op 15 januari 2008.
Vorige week bleek uit een presentatie van Polen in de vergadering van SCOFCAH (Standing Committee of the Food Chain and Animal Health) dat op 11 december 2008 met een koppel vleeskalkoenen vanuit Landkreis Cloppenburg laagpathogeen AI-virus van het type H5N3 is meegenomen naar een Pools pluimveebedrijf. „Hoewel het niet op de agenda stond ”, merkt Henk Hulsbergen op.
Het getroffen Poolse pluimveebedrijf ligt in het noordwesten van Polen in Boguszyce, ongeveer 60 km ten noordoosten van Szczecin. Het bedrijf hield 20.000 dieren (12.500 hennen en 7.280 hanen). In de eerste week stierven 272 dieren gestorven en in de tweede week nog 31. Op 29 december zijn monsters van het koppel naar het nationaal veterinair laboratorium gezonden waar een PCR test op 31 december H5 positief uitwees.
Op 2 januari 2009 is een beperkingsgebied met een straal van 1 km ingesteld. Op 4 januari 2009 is het koppel vleeskalkoenen gedood en zijn opnieuw monsters van het koppel onderzocht.
Henk Hulsbergen: „Het is vreemd dat Polen de uitbraak pas vorige week tijdens een vergadering in Brussel aan de Europese Commissie heeft gemeld en dat niet al op 31 december 2008 heeft gedaan. Nog vreemder is dat Polen de uitbraak pas deze week heeft gemeld aan het Animal Disease Notification System (ADNS) en die melding vervolgens een kwartier later weer heeft geannuleerd met de mededeling dat nader uitgevoerd onderzoek had uitgewezen dat er geen sprake was van een besmetting.”
Hulsbergen zet de nodige vraagtekens bij deze gang van zaken. „Is er nu wel of geen uitbraak van laag pathogene aviaire influenza in Polen?” Vanwege de onduidelijkheid dringt hij er op aan bij iedereen die contacten onderhoudt met de Poolse pluimveesector voorzichtig te werk te gaan en voorzorgen te nemen die voorkomen dat AI-virus vanuit Polen meegebracht wordt naar Nederland. „De Nederlandse pluimveesector heeft er groot belang bij dat het in Niedersachsen circulerende laag pathogene AI-virus niet naar Nederland komt; ook niet via een omweg door Polen.”
Vandaag heeft de Landkreis Cloppenburg bekend gemaakt dat opnieuw een koppel vleeskalkoenen besmet is verklaard met laag pathogene aviaire influenza en is geruimd. Het gaat om een koppel op een bedrijf in Ikenbrügge, gemeente Friesoythe. Het koppel telde 14.700 dieren. Ikenbrügge ligt ongeveer zes kilometer ten noorden van Friesoythe aan de L832. Omdat het bedrijf contacten heeft gehad met twee andere kalkoenbedrijven in Kampe (een kilometer noordelijk van Ikenbrügge) zijn ook deze twee contactbedrijven preventief geruimd. Hierbij zijn 23.000 vleeskalkoenen gedood. Vanwege de nieuwe besmetting is een groot nieuw beperkingsgebied ingesteld. In het oosten grenst dit beperkingsgebied aan het beperkingsgebied Garrel -Bösel; in het noorden en westen wordt het begrensd door de B401 (Küstenkanal) en in het zuiden door de B72, de verbindingsweg oostelijk van Friesoythe tussen de B72 en de L835 en vervolgens de L835 tot de gemeentegrens met Bösel.
Het is opvallend dat er bij vrijwel elke nieuwe besmetting sprake is van contactbedrijven terwijl verwacht zou mogen worden dat elke kalkoenhouder in de Landkreis Cloppenburg maatregelen zou nemen om in de huidige omstandigheden elk contact met andere kalkoenbedrijven te vermijden.
Nederland In een overleg dat ik gisteren had met medewerkers van het Centraal Veterinair Instituut en de Gezondheidsdienst voor Dieren is gesproken over de gang van zaken rondom Cloppenburg en wat de Nederlandse pluimveesector daar uit kan leren. Uit de sector komen geluiden dat de problemen op de kalkoenbedrijven rondom Cloppenburg al langere tijd bij de Duitse kalkoensector bekend waren en dat men heeft getracht de problemen zelf, zonder inmenging van de overheid, op te lossen. Als die berichten juist zijn dan is de poging om de problemen in stilte op te lossen in elk geval niet gelukt. In het overleg is ook nog weer eens bevestigd dat de meldingsplicht bij uitval, verminderde voer- of wateropname of verminderde eiproductie door de Nederlandse pluimveehouderij, en dan met name de legpluimveehouderij, slecht wordt nageleefd. Een uitbraak zoals nu rondom Cloppenburg, zou daardoor ook in Nederland kunnen plaatsinden en dat is het laatste waar de sector op zit te wachten. Zo is recent bij legbedrijven in de Gelderse Vallei 2% uitval per dag opgetreden zonder dat daarvan melding is gemaakt. Bij nader onderzoek ging het hier om vlekziekte maar voor hetzelfde geld had het een uitbraak van AI kunnen zijn. Door de klinische verschijnselen niet te melden had een eventueel aanwezig AI-virus zich al over een groot deel van de Gelderse Vallei kunnen verspreiden en had zich een herhaling van de gang van zaken in 2003 kunnen herhalen. Op diverse manieren (herhaaldelijke publicaties in de vakpers, flyers van de GD) zijn de Nederlandse pluimveehouders gewezen op de noodzaak om verdenkingen van AI of NCD ogenblikkelijk te melden en om bij alle klinische verschijnselen bij een koppel een dierenarts te raadplegen die daarna of het landelijke alarmnummer moet informeren (bij een verdenking van AI of NCD) of de Gezondheidsdienst voor Dieren moet informeren. Helaas moet worden vastgesteld dat hieraan veel te weinig gehoor wordt gegeven. In het verleden werd een melding vaak achterwege gelaten omdat een bedrijf vervolgens tenminste een week werd ingesloten maar met de huidige snelle PCR-technieken is 95% van de verdenkingen binnen 24 uur weer opgeheven. Met het oog op de gezondheid van de pluimveestapel in Nederland en een snelle bestrijding van eventuele uitbraken van AI of NCD doe ik een dringend beroep op alle pluimveehouders, dierenartsen, medewerkers van mengvoederproducenten, broederijen en van integraties om ervoor te zorgen dat zaken die volgens de huidige regelgeving gemeld moeten worden, ook daadwerkelijk worden gemeld. Het is van groot belang voor de pluimveesector in Nederland.
Henk Hulsbergen secretaris PPE Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg
Sinds een aantal dagen bestaat er onduidelijkheid over de AI-situatie in Polen. Hoewel het niet op de agenda stond heeft Polen op 8 januari 2009 in een vergadering van SCOFCAH (Standing Committee of the Food Chain and Animal Health) een presentatie gegeven waaruit bleek dat op 11 december 2008 laag pathogeen AI-virus van het type H5N3 met een koppel vleeskalkoenen vanuit Bösel (Landkreis Cloppenburg, Niedersachsen) is meegenomen naar een pluimveebedrijf in Polen. Het betrof een koppel van 12.500 hennen en 7.280 hanen. In de eerste week zijn 272 dieren gestorven en in de tweede week nog 31. Op 29 december zijn monsters van het koppel naar het nationaal veterinair laboratorium gezonden waar op 31 december een PCR test op H5 positief bleek. Het betreffende bedrijf ligt in Boguszyce, district Goleniowsi , ongeveer 60 km ten noordoosten van Szczecin (in het noodwesten van Polen)
Op 2 januari 2009 is een beperkingsgebied met een straal van 1 km ingesteld. In dat gebied worden naast de besmette kalkoenen 56 kippen, 41 eenden en 84 duiven gehouden. Op 4 januari 2009 is het koppel vleeskalkoenen gedood en zijn monstres van het koppel opnieuw onderzocht.
Het is vreemd dat Polen de uitbraak pas op 8 januari 2009 tijdens een vergadering in Brussel aan de Europese Commissie heeft gemeld en dat niet al op 31 december 2008 heeft gedaan. Het wordt echter nog vreemder dat Polen deze week de uitbraak pas heeft gemeld aan het Animal Disease Notification System (ADNS) en die melding een kwartier later weer heeft geannuleerd met de mededeling dat uit bij nader uitgevoerd onderzoek er geen sprake bleek te zijn van een besmetting.
Los van de vraagtekens die achter de gang van zaken geplaatst kunnen worden en de onduidelijke situatie of er wel of geen uitbraak van laag pathogene aviaire influenza in Polen is, verzoek ik iedereen die contacten onderhoudt met de Poolse pluimveesector voorzichtig te werk gaat en voorzorgen te nemen die voorkomen dat AI-virus vanuit Polen meegebracht wordt naar Nederland. De Nederlandse pluimveesector heeft er groot belang bij dat het in Niedersachsen circulerende laag pathogenen AI-virus niet naar Nederland komt; ook niet via een omweg door Polen.
Vandaag is in het noordwesten van de gemeente Bösel (Landkreis Cloppenburg, Niedersachsen) opnieuw een koppel vleeskalkoenen besmet verklaard. Op het betreffende bedrijf werden 19.800 vleeskalkoenen gehouden, die vandaag zijn geruimd. Omdat het besmette bedrijf recent contacten (personen en machines) heeft gehad met een ander, dichtbij gelegen, kalkoenbedrijf, zijn de 4.800 vleeskalkoenen van dat contactbedrijf preventief geruimd. Het besmette bedrijf ligt minder dan 1 km van de rand van de beperkingsgebied Bösel-Garrel, waardoor het beperkingsgebied met een klein deel van de gemeente Friesoythe moest worden uitgebreid. Omdat in deze uitbreiding van het beperkingsgebied geen pluimveebedrijf ligt en ook geen wegen, heeft de uitbreiding geen praktische gevolgen. Met de nieuwe besmetting is het aantal besmette bedrijven op 28 gekomen. In totaal zijn er nu wegens de uitbraak 460.000 dieren gedood.
Inmiddels is het 21 dagen geleden dat de reiniging en ontsmetting van het besmette bedrijf in Neulorup is uitgevoerd. Bij de in de afgelopen dagen uitgevoerde monitoring van alle pluimveebedrijven in het beperkingsgebied Neulorup is geen AI-virus aangetroffen. Daarom zal morgen officieel bekend gemaakt worden dat het beperkingsgebied Neulorup met ingang van donderdag 15 januari 2009 zal worden opgeheven.
Het is voor de kalkoensector in Cloppenburg te hopen dat dit het begin van het einde van de problemen is. Voorlopig blijft het echter zeer gewenst dat contacten van de Nederlandse pluimveesector met bedrijven in de Landkreis Cloppenburg alleen plaatshebben als die contacten beslist nodig zijn en dat in dat geval de hygiënemaatregelen goed en nauwgezet worden uitgevoerd.
Vanaf zondag 11 januari 2009 mogen vleeskalkoenenbedrijven in Landkreis Cloppenburg weer koppels vleeskalkoenen opzetten.
Dit heeft Landkreis Cloppenburg (Nedersaksen) vrijdagavond 9 januari 2009 bekendgemaakt. Dat weer nieuwe koppels vleeskalkoenen mogen worden opgezet is omdat de laatste besmetting met LPAI in Kreis Cloppenburg dateert van 27 december 2008. Eerder was al toegestaan om koppels vleeskuikens en vleeseenden in een groot gebied ten noorden van de stad Cloppenburg op te zetten.
Voorwaarden voor opzet kalkoenen Er gelden wel voorwaarden voor het opzetten van nieuwe koppels vleeskalkoenen in Landkreis Cloppenburg: • a. het bedrijf mag sinds 10 december 2008 niet op last van de overheid zijn geruimd; • b. op het bedrijf mogen sinds 10 december 2008 geen serologisch H5 positieve dieren zijn aangetroffen; • c. de vleeskalkoenen mogen alleen in gesloten stallen worden gehouden; • d. het bedrijf ligt buiten de beperkingsgebieden Garrel/Bösel, Neulorup, Schwaneburg of Ramsloh; • e. de pluimveehouder meldt de opzet ten minste twee dagen van te voren aan de Veterinaire Dienst van Landkreis Cloppenburg; • f. eventueel nog op het bedrijf aanwezige koppels pluimvee moeten voor de plaatsing van het nieuwe koppel door een erkend laboratorium virologisch en serologisch worden onderzocht op H5 en mogen niet besmet blijken te zijn (20 tracheamonsters, 20 cloacamonsters en 20 bloedmonsters van in totaal 60 verschillende dieren); • g. op een leeftijd van 28-35 dagen wordt van het nieuw opgezette koppel eenzelfde aantal monsters als hiervoor genoemd, door een erkend laboratorium onderzocht; • h. alle onderzoekresultaten moeten onmiddellijk ter kennis gebracht worden van de Veterinaire Dienst van Landkreis Cloppenburg.
'Goed AI-beleid Cloppenburg'' PVE-beleidsmedewerker Henk Hulsbergen is positief over het gevoerde AI-beleid in Landkreis Cloppenburg: „Op grond van het beleid in de voorgaande dagen en gezien het bovengenoemde besluit kan worden vastgesteld dat de Veterinaire Dienst van de Landkreis Cloppenburg gedegen te werk gaat. De EU bestrijdingsrichtlijn voor AI wordt nauwgezet gevolgd en er is met het verbod om in een groot gebied nieuwe koppels pluimvee te plaatsen aanvullend regionaal beleid gevoerd. Op grond van een risicoanalyse is achtereenvolgens besloten om toe te staan dat koppels pluimvee uit de beperkingsgebieden worden geslacht en om het opzetverbod voor vleeskuikens, vleeseenden en nu vleeskalkoenen in drie fasen weer op te heffen. De indruk bestaat dat met het gevoerde beleid de bestrijding van de AI prevaleert en dat het pluimveebedrijfsleven zo veel als veterinair verantwoord is, tegemoet wordt gekomen.”
'Blijf omzichtig te werk gaan' Toch waarschuwt Henk Hulsbergen wel: „Ondanks dat het er naar uitziet dat in Cloppenburg en omgeving de grootste AI-problemen zijn bedwongen blijft het van belang dat bij contacten met de pluimveesector in Cloppenburg en wijde omgeving zeer omzichtig te werk wordt gegaan en dat bijzondere aandacht wordt besteed aan het aanhouden van een goede hygiëne.”
Laser goed alternatief voor gangbaar snavelknappen
Het gebruik van een laserapparaat voor de snavelbehandeling van leghennen lijkt een goed alternatief voor de traditionele methode met een heet mesje.
Volgens Amerikaanse onderzoekers is de methode met infrarood laser beter voor het welzijn, zonder de productiviteit aan te tasten.
De onderzoekers van het Amerikaanse landbouwministerie en Purdue University gebruikten een lasermethode die ook in de humane geneeskunde wordt gebruikt. Het snavelkappen is op deze manier minder pijnlijk en nauwkeuriger.
De onderzoekers vergeleken hennen die in de broederij met laser behandeld waren met hennen die op de conventionele manier behandeld waren. Zowel de eierproductie als de meetbare stressniveau’s verschilde niet tussen de twee groepen. Hennen die met laser behandeld waren hadden echter een beter verenpak en waren minder agressief dan de traditioneel gekapte dieren.
Dit resultaat staat in tegenstelling tot een Nederlands onderzoek uit de jaren negentig. Toen bleek dat de uitval door pikkerij hoger was bij laser-gekapte hennen.
In het noordwesten van Polen is op 31 december laagpathogene vogelpest van het type H5 vastgesteld bij een koppel kalkoenen.
Dat is bekend geworden op een bijeenkomst van het permanent comité voor de voedselketen en diergezondheid in Brussel. Het gaat om een bedrijf met ongeveer 20.000 dieren die geïmporteerd waren uit Bösel in Duitsland. In dit gebied zijn meerdere kalkoenbedrijven besmet met laagpathogene vogelpest. De dieren zijn op 11 december naar Polen getransporteerd, op de dag dat de ziekte officieel werd vastgesteld in Duitsland.
De ziekte op het Poolse bedrijf kwam aan het licht door de hoge sterfte. Op 2 januari zijn preventieve maatregelen genomen om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Het bedrijf is op 4 januari geruimd. In de restrictiezone rondom het bedrijf wordt alleen op kleine schaal pluimvee gehouden.
De Landkreis Cloppenburg (Niedersachsen) heeft vanavond bekend gemaakt dat de laatste besmetting met LPAI in de Kreis Cloppenburg dateert van 27 december 2008 en dat op grond daarvan de vleeskalkoenbedrijven in de Landkreis Cloppenburg vanaf zondag 11 januari 2009 weer nieuwe koppels vleeskalkoenen mogen opzetten. Eerder was al toegestaan dat weer nieuwe koppels vleeskuikens en vleeseenden in een groot gebied ten noorden van de stad Cloppenburg worden opgezet. Als voorwaarden voor het opzetten van nieuwe koppels vleeskalkoenen gelden: a. het bedrijf mag sinds 10 december 2008 niet op last van de overheid zijn geruimd; b. op het bedrijf mogen sinds 10 december 2008 geen serologisch H5 positieve dieren zijn aangetroffen; c. de vleeskalkoenen mogen alleen in gesloten stallen worden gehouden; d. het bedrijf ligt buiten de beperkingsgebieden Garrel/Bösel, Neulorup, Schwaneburg of Ramsloh; e. de pluimveehouder meldt de opzet tenminste twee dagen van te voren aan de Veterinaire Dienst van de Landkreis Cloppenburg; f. eventueel nog op het bedrijf aanwezige koppels pluimvee moeten voor de plaatsing van het nieuwe koppel door een erkend laboratorium virologisch en serologisch worden onderzocht op H5 en mogen niet besmet blijken te zijn (20 tracheamonsters, 20 cloacamonsters en 20 bloedmonsters van in totaal 60 verschillende dieren); g. op een leeftijd van 28 - 35 dagen wordt van het nieuw opgezette koppel eenzelfde aantal monsters als hiervoor genoemd, door een erkend laboratorium onderzocht; h. alle onderzoekresultaten worden onverwijld ter kennis gebracht van de Veterinaire Dienst van de Landkreis Cloppenburg.
Op grond van het beleid in de voorgaande dagen en gezien het bovengenoemde besluit kan worden vastgesteld dat de Veterinaire Dienst van de Landkreis Cloppenburg gedegen te werk gaat. De EU bestrijdingsrichtlijn voor AI wordt nauwgezet gevolgd en er is met het verbod om in een groot gebied nieuwe koppels pluimvee te plaatsen aanvullend regionaal beleid gevoerd. Op grond van een risicoanalyse is achtereenvolgens besloten om toe te staan dat koppels pluimvee uit de beperkingsgebieden worden geslacht en om het opzetverbod voor vleeskuikens, vleeseenden en nu vleeskalkoenen in drie fasen weer op te heffen. De indruk bestaat dat met het gevoerde beleid de bestrijding van de AI prevaleert en dat het pluimveebedrijfsleven zoveel als veterinair verantwoord is, tegemoet wordt gekomen.
Ondanks dat het er naar uitziet dat in Cloppenburg en omgeving de grootste AI-problemen zijn bedwongen blijft het van belang dat bij contacten met de pluimveesector in Cloppenburg en wijde omgeving zeer omzichtig te werk wordt gegaan en dat bijzondere aandacht wordt besteed aan het aanhouden van een goede hygiëne.
Bij het van laagpathogene vogelpest verdachte kalkoenenbedrijf in de Duitse regio Cloppenburg is geen virus aangetroffen.
Dat meldt het Friedrich Löffler Institut na onderzoek op het bedrijf. De verdenking lijkt dus vals alarm te zijn. Onderzoek bij bedrijven in de regio heeft tot nu toe ook nog geen verdenkingen opgeleverd, maar nog niet van alle bedrijven is het resultaat bekend.
In aansluiting op mijn mailbericht van vanmorgen deel ik u mee dat het Friedrich Löffler Institut de monsters van het verdachte kalkoenbedrijf in Neulorup heeft onderzocht en daarbij geen LPAI-virus heeft aangetroffen. Verder is meegedeeld dat ook de screening van de pluimveebedrijven in het beperkingsgebied Neulorup tot dusver geen nieuwe verdenkingen heeft opgeleverd, maar dat nog niet van alle bedrijven het screeningsresultaat bekend is.
Verhalen in de Duitse pers Na de vogelpestproblemen in 2003 in Nederland heeft de toenmalige minster van LNV , de heer Veerman, zich sterk gemaakt om vaccinatie van pluimvee tegen AI mogelijk te maken. Dat heeft er toe geleid dat buitenlopend pluimvee in Nederland onder strenge voorwaarden mag worden gevaccineerd tegen AI. De grootste tegenstand bij de discussies die daarvoor in Brussel zijn gevoerd, kwam uit Duitsland. Gevoed door vooraanstaande Duitse veterinairen, o.a. het Friedrich Löffler Institut, liet de Duitse retail vervolgens weten geen eieren van leghennen, die tegen AI zijn gevaccineerd, uit Nederland te willen ontvangen. Grootschalige vaccinatie van de koppels vrije uitloophennen in Nederland is mede daardoor niet van de grond gekomen. In dat verband is het verbazend dat vandaag in de in Noordwest Niedersachsen verschijnende krant Nordwestzeitung de voorlichter van het ministerie van Landbouw van Niedersachsen meedeelt dat Niedersachsen en Nederland gezamenlijk bij de Europese Commissie zullen gaan pleiten om pluimvee te gaan vaccineren tegen AI. Beide landen zouden volgens de spreker samen een derde van alle pluimvee in de EU hebben (klopt niet. (HH)) Een praktisch probleem zou volgens de voorlichter nog zijn dat er nog geen goed vaccin beschikbaar is. Het hoofd van de Veterinaire Dienst van de Landkreis Cloppenburg heeft de nodige vraagtekens geplaatst achter de plannen van het ministerie van Landbouw van Niedersachsen. Hij vraagt zich af of vleeskuikens in een productieperiode van ongeveer 32 dagen wel voldoende vweerstand kunnen opbouwen en of het met de hand inenten van ale vleeskuikens (in Duitsland 90 miljoen kuikens per ronde) wel haalbaar is. Het Nederlandse ministerie van LNV was vandaag totaal niet op de hoogte van eventuele gezamenlijke stappen richting Brussel. Vandaag kwam ook de SCOFCAH in Brussel in vergadering bijeen en de daar aanwezige Duitsers waren van de plannen van Niedersachsen niet op de hoogte. De indruk bestaat dan ook dat de minister van Landbouw van Niedersachsen een plan heeft gelanceerd dat noch in Duitsland, noch met Nederland is afgestemd en dat ook weinig reëel is. In politieke kringen noemen ze dat "het oplaten van een luchtballon".
Henk Hulsbergen
Niedersachsen wil met Nederland praten over enting bij vogelgriepuitbraken
Pluimveehouders in Niedersachsen en Nederland moeten bij een uitbraak van het vogelgriepvirus de mogelijkheid krijgen hun dieren te enten. Het landbouwministerie van de Duitse deelstaat gaat daar binnenkort over in gesprek met het Nederlandse ministerie van LNV. Vervolgens zou de zaak aan de Europese Commissie voorgelegd moeten worden. De deelstaatregering neemt het initiatief voor het gesprek na recente uitbraken van een laagpathogene variant van vogelgriep in de regio Cloppenburg.
De uitbraak van het vogelgriepvirus H5N3 op Duitse kalkoenenbedrijven lijkt onder controle. Sinds 27 december zijn er geen nieuwe besmettingen meer vastgesteld. Er moesten in totaal bijna 500.000 kalkoenen worden geruimd. Het ministerie van Landbouw van Niedersachsen trekt enkele miljoenen euro's uit om de gedupeerde pluimveehouders te compenseren. De ophokplicht voor pluimveebedrijven in de regio Cloppenburg blijft nog zeker tot eind januari van kracht. Wel is toegestaan dat pluimveehouders weer eenden en kippen mogen aanvoeren. Daarbij gelden een aantal extra controle-eisen.
Op een vleeskalkoenenbedrijf in de Duitse regio Cloppenburg is een verdenking van laagpathogene vogelpest ontstaan.
Dat meldt het productschap. De 4.800 kalkoenen zijn geruimd en uit onderzoek moet blijken of het inderdaad om vogelpest gaat. Het bedrijf ligt vlakbij één van de bedrijven die in december door H5N3 getroffen werden, uit onderzoek bleek toen dat het nu verdachte koppel toen gezond was. Ook nu worden bedrijven in de regio onderzocht.
Het productschap roept Nederlandse pluimveehouders op contacten met pluimveebedrijven in de regio Cloppenburg zoveel mogelijk te vermijden, nu het virus toch niet onder controle blijkt te zijn. De melding is de eerste verdenking dit jaar.
De Landkreis Cloppenburg (Niedersachsen) heeft gisteravond bekend gemaakt dat op een vleeskalkoenbedrijf in Neulorup een verdenkiung is ontstaan van een besmetting met LPAI. Uit voorzorg zijn de 4800 vleeskalkoenen gedood en afgevoerd naar een destructor. Het Friedrich Löffler Institut onderzoekt monsters van het koppel en de uitslag van dat onderzoek wordt vandaag verwacht. Het verdachte bedrijf ligt dichtbij een kalkoenbedrijf dat op 15 december 2008 besmet werd verklaard. Toen is het nu verdachte koppel ook onderzocht en zijn geen aanwijzingen voor een besmetting aangetroffen. Om een goed overzicht te krijgen van de situatie in de omgeving van Neulorup worden alle pluimveebedrijven die in het beperkingsgebied Neulorup liggen en zeven kalkoenbedrijven die daarbuiten liggen, opnieuw onderzocht op AI. Of het beperkingsgebied Neulorup door de verdenking wordt uitgebreid is nog niet bekend gemaakt.
Hoewel het er de laatste week op leek dat de AI-situatie in de Kreis Cloppenburg onder controle was, is de nieuwe verdenking een sein dat het nog steeds gewenst is dat contacten met de pluimveesector in de omgeving van Cloppenburg zo veel mogelijk worden gemeden en als ze toch noodzakelijk zijn, dat daarbij zeer voorzichtig te werk wordt gegaan. Ook bij contacten met de Duitse pluimveessector elders in Niedersachsen zijn extra voorzorgmaatregelen zeer aan te bevelen.
andaag heeft de Landkreis Cloppenburg bekend gemaakt dat tijdens de laatste dagen van december 2008 en de eerste dagen van 2009 geen nieuwe besmettingen met laag pathogene aviaire influenza in de Kreis zijn vastgesteld. Het onderzoek van de pluimveebedrijven binnen en buiten de beperkingsgebieden in de Kreis is echter nog niet afgerond. Daarom wordt het nog niet verantwoord geacht voor kalkoenbedrijven versoepelingen van de maatregelen door te voeren. Nadat vorige week al is toegestaan dat vleeskuikenbedrijven in een groot deel van de Kreis Cloppenburg weer nieuwe koppels vleeskuikens mogen opzetten, is nu, in overleg met het ministerie van Landbouw van Niedersachsen en het Friedrich Löffler Institut, besloten dat ook eendenbedrijven die buiten de beperkingsgebieden liggen, desgewenst weer nieuwe koppels vleeseenden mogen opzetten. Voorwaarden daarbij zijn dat de eendenhouders het opzetten van een nieuw koppel melden aan de regionale overheid en die koppels zowel virologisch als serologisch zullen laten onderzoeken voordat ze worden afgevoerd naar een slachterij.
De Kreis heeft voorts meegedeeld dat het nog veel te vroeg is om de ingestelde beperkingsgebieden op te heffen omdat die gebieden volgens de EU-bestrijdingsrichtlijn pas 21 dagen na de reiniging en ontsmetting van het laatst besmet verklaarde bedrijf kunnen worden opgeheven en dan alle bedrijven in die beperkingsgebieden voor die tijd ook nog een keer moeten worden onderzocht. Gezien de uitbraken in Garrel en Ramsloh op 24 en 27 december 2008, zullen de beperkingsgebieden Garrel/Bösel en Ramsloh op zijn vroegst eind volgende week opgeheven kunnen worden. Voorwaarde daarbij is dan wel dat er geen nieuwe besmettingsgevallen worden vastgesteld. De beperkinsgebieden Neulorup en Schwaneburg zullen eerder opgeheven kunnen worden.
Noorwegen De plv. CVO van Noorwegen heeft aan de OIE meegedeeld dat na de uitbraak van LPAI op 5 december 2008 in Ostfold )zuidoost Noorwegen) geen verdere besmettingen in de omgeving zijn vastgesteld. Daarom zijn alle bestrijdingsmaatregelen op 29 december 2008 opgeheven.
Actuele situatie Het hoofd van de veterinaire dienst van de Landkreis Cloppenburg (Niedersachsen), dr. Karl-Wilhelm Paschertz, heeft meegedeeld dat er sinds maandag 29 december 2008 geen nieuwe besmettingen met LPAI in de Kreis Cloppenburg zijn vastgesteld en dat er momenteel ook geen verdachte bedrijven zijn. De regionale overheid zal de komende dagen doorgaan met het onderzoeken van de pluimveebedrijven in de vier beperkingsgebieden. Daarnaast zal ook het bedrijfsleven een uitgebreide screening van de pluimveebedrijven in de Kreis Cloppenburg uitvoeren. De resultaten van dit onderzoek zullen de basis vormen voor een afweging in hoeverre het verantwoord is om de van kracht zijnde bestrijdingsmaatregelen de komende dagen af te bouwen.
Maandag is geïnformeerd in hoeverre het mogelijk is dat binnenkort vleeskuikens uit de beperkingsgebieden worden geslacht in Nederlandse vleeskuikenslachterijen. In dat verband wijst het ministerievan LNV er op dat in de AI-bestrijdingsrichtlijn uitdrukkelijk is opgenomen dat pluimvee uit beperkingsgebieden uitsluitend in de betreffende lidstaat mag worden geslacht. Om koppels vleeskuikens uit de beperkingsgebieden in Nederland te slachten zal het daarom noodzakelijk zijn dat de Duitse CVO daarvoor een verzoek doet aan de Nederlandse CVO en dat, als die daarmee zou instemmen, de SCOFCAH (Europese Commissie) een beschikking moet vaststellen dat in afwijking van de richtlijn het slachten van kukens uit de Duitse beperkingsgebieden in Nederlandse slachterijen wordt toegestaan.
Het Belgische Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen(FAVV) heeft gisteren meegedeeld dat er in de omgeving van de vorige week met LPAI besmet verklaarde bedrijven in Buggenhout en Bocholt geen nieuwe besmettingen zijn aangetroffen en dat daarmee de ingestelde maatregelen effectief zijn gebleken.
Daarmee lijkt het er op dat de problemen met LPAI in Duitsland en België vrijwel zijn opgelost, hoewel in beide landen de ingestelde beperkingsgebieden nog enige tijd van kracht zullen (moeten) blijven. Daarom blijft het noodzakelijk dat bij contacten van de Nederlandse sector met de pluimveehouderij in Belgie en Niedersachsen omzichtig te werk wordt gegaan en alle te nemen hygiënemaatregelen worden uitgevoerd.
2008/2009 In het nu vrijwel afgelopen jaar 2008 hebben mijn collega's en ik geprobeerd u, via het verzenden van ruim 50 mailberichten, zo actueel mogelijk op te hoogte te houden van uitbraken van aviaire influenza en Newcastle Disease in de Europese Unie en u te informeren over de daarbij genomen bestrijdingsmaatregelen. Belangrijke informatie daarvoor ontvingen wij van de Chief Veterinary Officer van Nederland en van de medewerkers van de Cluster Dier van de Directie Voedselveiligheid en Diergezondheid van het ministerie van LNV. Daarnaast waren diverse pagina's van internet een bron van informatie en ontvingen wij van diverse sectorgenoten informatie over problemen in buurlanden. Iedereen die heeft bijgedragen aan de AI/NCD-mailservice van het Productschap dank ik hierbij zeer voor de medewerking.
Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren (en daarmee de in het PPE samenwerkende organisaties) heeft de afgelopen maanden bij herhaling uitgesproken dat ook in 2009 doorgegaan zal worden met de uitvoering van het huidige takenpakket van het PPE. Daarom kunt u er ook in 2009 op rekenen dat u via mailberichten geïnformeerd zult worden over problemen met aviairae influenza of Newcastle Disease in de lidstaten van de EU of in andere voor de Nederlanfdse pluimveesector van belang zijnde landen.Mijn collega's en ik deden het in het afgelopen jaar graag voor u en zullen dat ook in 2009 weer graag doen.
Mede namens de collega's wens ik u persoonlijk en in uw werk een gezond en in alle opzichten voorspoedig 2009.