


|
 |
Mei 2003
| Brabanter Kriel gaat niet verloren |
 |
Veel kippen van hobbyfokkers zijn hun leven niet zeker zolang de vogelpest aanhoudt. Sommige rassen zijn zo uniek dat een ruiming de nekslag kan betekenen voor de soort. ,,Voor ons is het een ontzettend spannende tijd'', beaamt sportfokker Wim Geelhoed uit Barneveld.
Tien jaar zorgvuldig fokken zou met één klap zijn tenietgedaan, als Wim Geelhoed zijn hobbykippen had moeten laten afmaken. Pas afgelopen vrijdag kreeg de 49-jarige Barnevelder tot zijn grote opluchting te horen dat zijn Brabanter Krielen vrijgesteld zijn van ruiming. Dat betekent zo goed als het behoud van het ras, want Geelhoed bezit de helft van deze fokdieren in ons land. ,,De Brabanter is een heel oud Hollands hoenderras, bekend vanaf de zeventiende eeuw. De krielvorm is echter nog maar zeventig jaar oud, markant door de rechtopstaande kuif en verenbaard'', legt Geelhoed uit. Van deze zeldzame soort heeft hij negen kippen en vijf hanen; in het hok achter zijn woonhuis zitten witte, zwarte, blauwe en koekoekkleurige krielen. In Nederland zijn ongeveer dertig Brabanter Krielen, naast nog een handvol in Duitsland. Geelhoed heeft een bijzondere band met zijn dieren. ,,Ik ben aan ze gehecht, zoals een ander van zijn hond houdt. Mijn vader fokte ook al Brabanter Krielen, dus de dieren hebben voor mij een extra emotionele waarde. Ik ben begonnen met drie kippen en een haan; het duurt jaren voordat je op tentoonstellingen in de prijzen kunt vallen, maar nu het eindelijk zover is, gooit de vogelpest roet in het eten.''
Spanning De huidige aanpak geeft Geelhoed een dubbel gevoel. ,,De minister kan niet anders. Veel hobbyfokkers beseffen dat door de vogelpest er grote belangen in de pluimveesector op het spel staan. Een exportverbod van tien jaar zal veel bedrijven de kop kosten. Aan de andere kant vind ik dat zolang hobbydieren niet ziek zijn, er geen noodzaak tot ruimen is. Mijn zoontje Johan had er zelfs al zijn zakgeld voor over om z'n kippen te redden. Zelf kijk ik er nuchter tegenaan, want de kippen hebben voor mij geen economische waarde. Als het ras zou verdwijnen, is dat niet het einde van de wereld.'' Toch zijn de afgelopen weken hem niet in de koude kleren gaan zitten. ,,Voor kippenfokkers is het een ontzettend spannende tijd'', stemt hij toe. ,,Op het moment dat de vogelpest uitbrak, hoop je dat het snel zal stoppen of jouw deur voorbijgaat. Daarna kwam de spanning of melding wel of niet nodig was, en of je binnen of buiten de 1-kilometerzone viel. Toen ik in de plaatselijke krant las dat alle kippen in de regio geruimd zouden worden, stortte mijn wereld in. Gelukkig liep het niet zo'n vaart.'' Vervolgens kwam wel de vraag hoe te handelen als het tot ruimen zou komen: machteloos toelaten of verstoppen, wegbrengen of broedeieren wegsmokkelen? Het stond voor Wim Geelhoed als een paal boven water dat hij de voorschriften van de overheid zou opvolgen. ,,Pluimvee laten onderduiken druist in tegen mijn christelijke overtuiging. Ik heb mijn kippen gemeld, en ik moet zeggen dat men mij uitstekend te woord heeft gestaan. Lang was onzeker of de Brabanter Krielen vrijgesteld zouden worden; ik heb overwogen ze maar gewoon te laten ruimen, dan was je van die zenuwslopende spanning af. Tegelijk dacht ik na over alternatieven na de ruiming, maar overstappen naar een ander ras doe ik niet zomaar.'' Uiteindelijk is het zover niet gekomen: Geelhoed mag zijn fokdieren houden. Ondanks zijn opluchting daarover blijft het nog spannend: ,,In de Gelderse Vallei is het stil geworden. Er doen zich geen uitbraken meer voor. Desondanks gaan de ruimingen door. Terecht? Ik betwijfel het. Zelf blijf je met een zekere onrust het kippenhok ingaan: zijn de kippen nog in goede conditie? Nee, buiten komen ze niet, voor het hok hangt een afscheidingslint en ik ben de enige die naar binnengaat.''
Wrang Aan geruchten dat sommige fokkers dieren verbergen op zolders of in ingegraven hokken, hecht Geelhoed weinig waarde. Het gros van de sportfokkers volgt volgens hem ,,gelaten'' de ontwikkelingen. ,,De uitbraken waren heftig, dus voor de rigoureuze aanpak van de overheid was het draagvlak groot. Niettemin blijft het voor liefhebbers wrang zo je kippen te moeten afstaan.'' Het steekt de sportfokker meer dat gemeenten zich niet altijd even solidair tonen met de pluimveehouderij. Want de eenden en ganzen in vijvers en plassen blijven ongemoeid, hoewel ook die het vogelpestvirus kunnen overdragen. ,,Formeel is niemand eigenaar van die dieren, dus ontsnappen ze aan ruiming. Tegelijk heeft de gemeente Barneveld wel de ren Barnevelders bij het NS-station laten ruimen. Al die eendjes die in gemeentelijke vijvers zwemmen, vormen een groter risico dan kippen in hokken. Dus als het gemeentebestuur wil laten zien zich het lot van de getroffen pluimveehouderij aan te trekken, moet hij de moed hebben ook de eendenvijvers te ontvolken.''
|
|
 |
 |
|

|